Afdeling strafrecht Parketnummer : 20-002491-15 (OWV) Uitspraak : 21 december 2018 TEGENSPRAAK ONTNEMINGSZAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 31 juli 2015 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak met parketnummer 01-889028-11 tegen: [veroordeelde] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , wonende te [verblijfadres verdachte] , met als BRP-adres: [BRP-adres verdachte] . Hoger beroep Bij vonnis, waarvan beroep, heeft de rechtbank het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 9.450,00 en is aan veroordeelde de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van dat vastgestelde bedrag. Van de zijde van veroordeelde is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep, alsmede op de terechtzittingen in eerste aanleg. Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens veroordeelde naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen. De verdediging heeft het hof primair verzocht om het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de ontnemingsvordering bij gebreke van enige feitelijke grondslag. Subsidiair heeft de verdediging verzocht om het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat te matigen tot een bedrag van € 250,00. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de redengeving waarop dit berust, met aanvulling van de bewijsmiddelen en de motivering. Bewijsmiddelen Veroordeelde is bij arrest van dit hof van 21 december 2018, parketnummer 20-002492-15, tot straf veroordeeld ter zake van onder andere het op 5 juni 2011 medeplegen van diefstal met geweld van (onder meer) hennepplanten en een personenauto (feit 1). Het hof ontleent aan de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen – welke omwille van de leesbaarheid zijn opgenomen in de aan dit arrest gehechte bijlage – het oordeel dat veroordeelde door middel van het begaan van het bewezen verklaarde voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht heeft genoten. Aanvullende motivering In aanvulling op de in het beroepen vonnis vervatte motivering, welke het hof bevestigt, overweegt het hof nog het volgende. In hoger beroep is door de verdediging nog aangevoerd dat de rol van veroordeelde als chauffeur zo onbeduidend is geweest dat een pondspondsgewijze verdeling van de gestelde opbrengsten geen recht doet aan deze marginale positie. Veroordeelde heeft zelf verklaard dat hij € 250,00 heeft ontvangen voor het gebruik van zijn eigen auto en de ontneming zou derhalve tot dat bedrag beperkt moeten worden. Het hof overweegt hieromtrent als volgt. Veroordeelde en de vier medeveroordeelden zijn – ook in hoger beroep – veroordeeld ter zake van het medeplegen van diefstal met geweld van hennepplanten en een Renault Espace met het kenteken [kenteken Renault Espace] . Met deze auto zijn de gestolen hennepplanten naar een loods vervoerd, alwaar de planten vervolgens zijn geknipt. Het hof is van oordeel dat de vijf veroordeelden zich vanaf het moment van toe-eigening hebben gedragen als heer en meester over de Renault Espace en dat zij daardoor wederrechtelijk voordeel hebben genoten. Op grond van het dossier, noch uit het verhandelde ter terechtzitting is duidelijk geworden op welke wijze de veroordeelden de auto – na het gebruik daarvan op 5 juni 2011 – te gelde hadden willen maken. Naast de verkoop van de auto in het particuliere circuit, valt ook te denken aan bijvoorbeeld de verkoop van de auto in het buitenland of de verkoop van losse onderdelen. Bij gebrek aan een verklaring van (één van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.