GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH Afdeling strafrecht Parketnummer : 20-001941-13 Uitspraak : 21 december 2018 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Maastricht van 13 november 2012 in de strafzaak met parketnummer 03-995024-06 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum in het jaar] 1954, wonende te [woonadres] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank het onder feit 1 primair, feit 2, feit 3 primair, feit 4, feit 5 primair, feit 6, feit 7 primair, feit 8, feit 9 en feit 10 ten laste gelegde bewezen verklaard, dat gekwalificeerd als:- ‘meermalen medeplegen van valsheid in geschrift’ (feit 1 primair), - ‘opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doen, meermalen begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan het medeplegen van de verboden gedraging’ (feit 2),- ‘valsheid in geschrift, meermalen gepleegd’ (feit 3 primair),- ‘meermalen opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doen’ (feit 4),- ‘valsheid in geschrift, meermalen begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging’ (feit 5 primair),- ‘opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doen, meermalen begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging’ (feit 6),- ‘valsheid in geschrift, meermalen begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan het medeplegen van de verboden gedraging’ (feit 7 primair),- ‘opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doen, meermalen begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan het medeplegen van de verboden gedraging’ (feit 8),- ‘opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doen, meermalen begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan het medeplegen van de verboden gedraging’ (feit 9),- ‘deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, terwijl hij daarvan leider en/of bestuurder was, meermalen gepleegd’ (feit 10), en de verdachte te dier zake veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht. Namens de verdachte is tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen, met uitzondering van de opgelegde straf en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren en 3 maanden met aftrek van voorarrest. De raadsman van de verdachte heeft primair vrijspraak bepleit. Subsidiair is een straftoemetingsverweer gevoerd. Vonnis waarvan beroep Het bestreden vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissingen. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: 1.[vennootschap verdachte A Ltd.] en/of [vennootschap B Ltd.] , in elk geval een rechtspersoon, verder te noemen "de Limited", op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 25 januari 2006 tot en met 15 september 2006 en/of 4 mei 2007 tot en met 15 juni 2007, in elk geval in of omstreeks de periode van 25 januari 2006 tot en met 15 juni 2007, in de gemeente Maastricht en/of elders in Nederland en/of in Teuven in de gemeente Voeren (België), althans in België, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, 36 facturen (1-D-2001 t/m 2009 en/of 1-D-3001 t/m 1-D-3027), althans één of meer fact(u)ur(en), (elk) zijnde een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of vervalst en/of doen vervalsen, immers heeft/hebben de Limited en haar medeverdachte(
- n)toen aldaar (telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid op die factu(u)r(
- en)voornoemd, (telkens) ter zake de verkoop van (een) gebruikte auto('
- s)en volgens factuuropdruk (telkens) afkomstig van [vennootschap B Ltd.] en/of [vennootschap verdachte A Ltd.] , vermeld en/of doen vermelden: "Op deze verkoop is de margeregeling van toepassing. Deze auto is afkomstig van privaat en derhalve is er geen BTW aftrekbaar (§ 28B2).", althans – zakelijk weergegeven – voorgewend en/of de suggestie gewekt dat de fiscale BTW-margeregeling op die auto('
- s)van toepassing was, zulks terwijl het in werkelijkheid (telkens) geen levering(en)/verko(o)p(
- en)betrof(fen) die onderworpen was/waren aan de fiscale BTW-margeregeling, maar (telkens) (een) belaste levering(en)/verko(o)p(en), die onderworpen was/waren aan het normale BTW-regime, zulks (telkens) met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(
- en)te doen gebruiken, tot het plegen van welk(
- e)bovenomschreven strafbare feit(
- en)verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens) opdracht heeft gegeven en/of aan welke bovenomschreven verboden gedraging(
- en)verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: [vennootschap verdachte A Ltd.] en/of [vennootschap B Ltd.] , in elk geval een rechtspersoon, verder te noemen "de Limited", op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 25 januari 2006 tot en met 27 juli 2007, in de gemeente(
- n)Maastricht en/of Helmond en/of elders in Nederland en/of in Teuven in de gemeente Voeren (België), althans in België, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, terwijl [vennootschap verdachte A Ltd.] en/of [vennootschap B Ltd.] (telkens) degene(
- n)was/waren die ingevolge de belastingwet verplicht was tot a. het voeren van een administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de belastingwet gestelde eisen, (telkens) opzettelijk een zodanige administratie niet heeft gevoerd en/of doen of laten voeren en/of b. het bewaren van boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers, (telkens) opzettelijk deze niet heeft bewaard en/of doen of laten bewaren, immers heeft/hebben de Limited en haar medeverdachte(
- n)toen aldaar – zakelijk weergegeven – (telkens) in strijd met voornoemde verplichting(
- en)(telkens) opzettelijk in de administratie van [vennootschap verdachte A Ltd.] en/of [vennootschap B Ltd.] - over het/de jaar/jaren 2006 en/of 2007 één of meer onjuiste en/of valse en/of vervalste verkoopfactu(u)r(
- en)en/of één of meer onjuiste en/of valse en/of vervalste inkoopfact(u)r(
- en)(telkens) ter zake (een) gebruikte auto('
- s)opgenomen en/of verwerkt en/of doen of laten opnemen en/of verwerken, welke onjuistheid en/of valsheid – zakelijk weergegeven – hierin bestond dat deze factu(u)r(
- en)(telkens) was/waren voorzien van een vermelding, waarmee werd voorgewend, althans de suggestie werd gewekt dat op de levering(en)/inko(o)p(en)/verko(o)p(
- en)de fiscale BTW-margeregeling van toepassing was, terwijl het in werkelijkheid (telkens) (een) belaste levering(en)/inko(o)p(en)/verko(o)p(
- en)betrof(fen), die onderworpen was/waren aan het normale BTW-regime en/of (één of meer van) die gebruikte auto('
- s)in werkelijkheid (door de Limited en haar medeverdachte(n)) (telkens) niet bij het/de op die factu(u)r(
- en)vermelde bedrij(f)(ven) werd(
- en)ingekocht en/of daarvan afkomstig was/waren (verkoopfacturen 1-D-3001 t/m 3007, 1-D-3009 t/m 3019 en 1-D-3021 t/m 1-D-3027, subletter B1, respectievelijk inkoopfacturen 1-D-3001 en 3002, subletter F2, 1-D-3001 t/m 3007, 1-D-3019 t/m 3024 en 1-D-3026, subletter F1) en/of- de in- en/of verkoopbescheiden over het/de jaar/jaren 2006 en/of 2007 niet, althans niet volledig opgenomen en/of verwerkt en/of bewaard en/of doen of laten opnemen en/of verwerken en/of bewaren en/of - de omzet en/of BTW-opgaven van [vennootschap verdachte A Ltd.] en/of [vennootschap B Ltd.] over het jaar 2006 en/of van [vennootschap verdachte A Ltd.] over 2007 niet, althans niet volledig verantwoord en/of doen of laten verantwoorden, door met betrekking tot een aantal auto's (één of meer van de auto's uit de setjes 1-D-2001 t/m 1-D-2009 en/of 1-D-3001 t/m 3030), (telkens) ten onrechte geen intracommunautaire verwerving(
- en)aan te geven en/of (telkens) een te laag belastbaar bedrag en/of een te laag bedrag aan verschuldigde omzetbelasting op te geven, terwijl dat/die feit(
- en)(telkens) ertoe strekte(
- n)dat te weinig belasting werd geheven, tot het plegen van welk(
- e)bovenomschreven strafbare feit(
- en)verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens) opdracht heeft gegeven en/of aan welke bovenomschreven verboden gedraging(
- en)verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven; 2.[vennootschap verdachte A Ltd.] en/of [vennootschap B Ltd.] , in elk geval een rechtspersoon, verder te noemen "de Limited", op of omstreeks 25 april 2006 en/of 13 juli 2006 en/of 12 oktober 2006 en/of 27 juli 2007, in elk geval in of omstreeks de periode van 27 maart 2006 tot en met 27 juli 2007, in de gemeente(
- n)Maastricht en/of Helmond en/of elders in Nederland en/of in Teuven in de gemeente Voeren (België), althans in België, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) (kwartaal)aangifte(
- n)voor de omzetbelasting ten name van [vennootschap verdachte A Ltd.] over het/de aangiftetijdvak(ken) 1e kwartaal 2006 en/of 2e kwartaal 2006 en/of 3e kwartaal 2006 en/of 2e kwartaal 2007 (4-D-0419, p. 6 en/of p. 7 en/of p. 9 en/of p. 10) en/of ten name van [vennootschap B Ltd.] over het aangiftetijdvak 1e kwartaal 2006 (4-D-0422, p. 9) onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, althans laten doen, immers heeft/hebben de Limited en haar medeverdachte(
- n)toen aldaar (telkens) opzettelijk op het/de bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te Maastricht, in elk geval in Nederland, ingeleverde aangiftebiljet(ten) omzetbelasting over genoemd(
- e)aangiftetijdvak(ken), in elk geval één of meer tijdvak(ken), – zakelijk weergegeven – (telkens) ten onrechte geen intracommunautaire verwerving(
- en)aangegeven en/of (telkens) een te laag belastbaar bedrag en/of een te laag bedrag aan verschuldigde omzetbelasting opgegeven, terwijl dat/die feit(
- en)(telkens) ertoe strekte(
- n)dat te weinig belasting werd geheven, tot het plegen van welk(
- e)bovenomschreven strafbare feit(
- en)verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens) opdracht heeft gegeven en/of aan welke bovenomschreven verboden gedraging(
- en)verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven; 3.hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 22 februari 2002 tot en met 26 juni 2007, in elk geval in of omstreeks de periode van 22 februari 2002 tot en met 20 december 2003, in de gemeente Maastricht en/of elders in Nederland en/of in Teuven in de gemeente Voeren (België), althans in België, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) (een deel van) de (bedrijfs)administratie van de door verdachte gedreven eenmanszaak [eenmanszaak verdachte C] , – zijnde (dat deel van) die (bedrijfs)administratie voornoemd (telkens) een (samenstel van) geschrift(
- en)dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen – (telkens) valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of vervalst en/of doen vervalsen, immers heeft/hebben verdachte en zijn medeverdachte(
- n)toen aldaar (telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven – in (dat deel van) die (bedrijfs)administratie voornoemd opgenomen en/of verwerkt, althans doen opnemen en/of verwerken, een groot aantal
(256)(doorslagen van) facturen (zie spreadsheet 4-D-0396, 4-D-0397, 4-D-0398 en 4-D-0399), waaronder een aantal
(35)(doorslagen van) facturen, opgenomen in de navolgende setjes 4 D 4003 en/of 4 D 4004 en/of 4 D 4010, subletter A1 en/of 4-D-4013 en/of 4-D-4014, subletter B2 en/of 4 D 4019 en/of 4 D 4023 en/of 4 D 4024, subletter B1 en/of 4-D-4029, subletter B2 en/of 4-D-4034 en/of 4-D-4046 en/of 4-D-4047 en/of 4-D-4059 en/of 4-D-4067 en/of 4-D-4073 en/of 4-D-4075 en/of 4-D-4080, subletter B1 en/of 4-D-4091 en/of 4-D-4107, subletter B2 en/of 4-D-4122 en/of 4-D-4128, subletter B1 en/of 4-D-4138, subletter B2 en/of 4-D-4151 en/of 4-D-4165 en/of 4-D-4176 en/of 4-D-4180 en/of 4-D-4184, subletter B1 en/of 4-D-4188 en/of 4-D-4190, subletter B2 en/of 4-D-4194, subletter B1 en/of 4-D-4233, subletter B2 en/of 4-D-4235 en/of 4-D-4242 en/of 4-D-4245 en/of 4-D-4246, subletter B1, althans één of meer (doorslag(
- en)van) (een) factu(u)r(en), welke factu(u)r(
- en)voornoemd (telkens) betrekking had(den) op de verkoop van (een) gebruikte auto('s), volgens factuuropdruk (telkens) afkomstig was/waren van [eenmanszaak verdachte C] en welke (telkens) was/waren gericht aan [Italiaanse vennootschap BG SRL] en/of [Italiaanse vennootschap NCdPR SAS] en/of [Italiaanse vennootschap SC SRL] en/of [Italiaanse vennootschap SaP SRL] , zulks terwijl in werkelijkheid (één of meer van) die gebruikte auto('
- s)(door verdachte en zijn medeverdachte(n)) (telkens) niet aan het/de op voornoemde factu(u)r(
- en)vermelde bedrij(f)(ven) werd(
- en)geleverd/verkocht en/of door dat/die bedrij(f)(ven) werd(
- en)afgenomen, zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(
- en)als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(
- en)te doen gebruiken; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 22 februari 2002 tot en met 26 juni 2007, in elk geval in of omstreeks de periode van 22 februari 2002 tot en met 27 januari 2004, in de gemeente Maastricht en/of elders in Nederland en/of in Teuven in de gemeente Voeren (België), althans in België, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) als degene die ingevolge de belastingwet verplicht was tot a. het voeren van een administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de belastingwet gestelde eisen, (telkens) opzettelijk een zodanige administratie niet heeft gevoerd en/of doen of laten voeren en/of b. het bewaren van boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers, (telkens) opzettelijk deze niet heeft bewaard en/of doen of laten bewaren, immers heeft/hebben verdachte en zijn medeverdachte(
- n)toen aldaar -zakelijk weergegeven- (telkens) in strijd met voornoemde verplichting(
- en)(telkens) opzettelijk in de administratie van [eenmanszaak verdachte C] - over het/de jaar/jaren 2002 en/of 2003 één of meer (doorslag(
- en)van) (een) onjuiste en/of valse en/of vervalste verkoopfactu(u)r(en), (telkens) ter zake (een) gebruikte auto('
- s)opgenomen en/of verwerkt en/of doen of laten opnemen en/of verwerken, welke onjuistheid en/of valsheid – zakelijk weergegeven – hierin bestond dat in werkelijkheid (één of meer van) die gebruikte auto('
- s)(door verdachte en zijn medeverdachte(n)) (telkens) niet aan het/de op voornoemde factu(u)r(
- en)vermelde bedrij(f)(ven) werd(
- en)geleverd/verkocht en/of door dat/die bedrij(f)(ven) werd(
- en)afgenomen (zie spreadsheet 4-D-0396, 4-D-0397, 4-D-0398 en 4-D-0399) en/of - over het/de jaar/jaren 2002 en/of 2003 één of meer onjuiste en/of valse en/of vervalste vervoersbescheid(en), (telkens) ter zake (een) gebruikte auto('
- s)opgenomen en/of verwerkt en/of doen of laten opnemen en/of verwerken, welke onjuistheid en/of valsheid – zakelijk weergegeven – hierin bestond dat (één of meer van) die gebruikte auto('
- s)in werkelijkheid (door verdachte en zijn medeverdachte(n)) (telkens) niet naar het/de op dat/die vervoersbescheid(
- en)vermelde bedrij(f)(ven) werd(
- en)getransporteerd en/of aan dat/die bedrij(f)(ven) werd(
- en)afgeleverd (4-D-0355 t/m 4-D-0366, 4-D-4159, subletter C en 4-D-0345 t/m 4-D-0351) en/of - over het/de jaar/jaren 2002 en/of 2003 de verkoopbescheiden niet, althans niet volledig opgenomen en/of verwerkt en/of bewaard en/of doen of laten opnemen en/of verwerken en/of bewaren en/of - over het/de jaar/jaren 2002 en/of 2003 de omzet en/of BTW-opgaven van [verdachte] niet, althans niet volledig verantwoord en/of doen of laten verantwoorden, door met betrekking tot de intracommunautaire levering van een groot aantal auto's, (256 auto's, genoemd in spreadsheet 4-D-0396, 4-D-0397, 4-D-0398 en 4-D-0399, althans één of meer van de hierin genoemde auto's), (telkens) ten onrechte het nultarief toe te passen en/of (telkens) een te laag belastbaar bedrag en/of een te laag bedrag aan verschuldigde omzetbelasting op te geven, terwijl die/dat feit(
- en)(telkens) ertoe strekte(
- n)dat te weinig belasting werd geheven; 4.hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 26 februari 2002 tot en met 27 januari 2004, in de gemeente Maastricht en/of elders in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) (maand)aangifte(
- n)voor de omzetbelasting ten name van [verdachte] over het/de aangiftetijdvak(ken) februari 2002 (4-D-0148) en/of maart 2002 (4-D-0149) en/of april 2002 (4-D-0150) en/of mei 2002 (4-D-0151) en/of juni 2002 (4-D-0152) en/of augustus 2002 (4-D-0154) en/ofoktober 2002 (4-D-0156) en/of november 2002(4-D-0157) en/of december 2002(4-D-0158) en/of januari 2003 (4-D-0159) en/of februari 2003 (4-D-0160) en/of maart 2003 (4-D-0161) en/of april 2003 (1-D-0410) en/of mei 2003 (4-D-0411) en/of juni 2003 (4-D-0412) en/of juli 2003 (4-D-0413) en/of september 2003(4-D-0415) en/of oktober 2003 (4-D-0416) en/of november 2003 (4-D-0417) en/of december 2003 (4-D-0418) onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, althans laten doen, immers heeft/hebben verdachte en zijn medeverdachte(
- n)toen aldaar (telkens) opzettelijk op het/de bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te Maastricht, in elk geval in Nederland, ingeleverde aangiftebiljet(ten) omzetbelasting over genoemd(
- e)aangiftetijdvak(ken), in elk geval één of meer tijdvak(ken), (telkens) – zakelijk weergegeven – ten onrechte het nultarief toegepast en/of (telkens) een te laag belastbaar bedrag en/of een te laag bedrag aan verschuldigde omzetbelasting opgegeven, terwijl dat/die feit(
- en)(telkens) ertoe strekte(
- n)dat te weinig belasting werd geheven; 5.[vennootschap verdachte D Ltd.] , in elk geval een rechtspersoon, verder te noemen "de Limited", op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 2 januari 2004 tot en met 26 juni 2007, in elk geval in of omstreeks de periode van 2 januari 2004 tot en met 27 februari 2004, in de gemeente Maastricht en/of elders in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) (een deel van) de (bedrijfs)administratie van de Limited – zijnde (dat deel van) die (bedrijfs)administratie voornoemd (telkens) een (samenstel van) geschrift(
- en)dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen – (telkens) valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of vervalst en/of doen vervalsen, immers heeft/hebben de Limited en haar medeverdachte(
- n)toen aldaar (telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven – in (dat deel van) die (bedrijfs)administratie voornoemd opgenomen en/of verwerkt, althans doen opnemen en/of verwerken, een groot aantal
(46)(doorslagen van) facturen (zie spreadsheet 4-D-0400), waaronder een aantal
(11)(doorslagen van) facturen, opgenomen in de navolgende setjes 4-D-1004 en/of 4-D-1006 en/of 4-D-1013 en/of 4-D-1014 en/of 4-D-1015 en/of 4-D-1017 en/of 4-D-1024 en/of 4-D-1028 en/of 4-D-1032 en/of 4-D-1037 en/of 4-D-1045, althans één of meer (doorslag(
- en)van) (een) factu(u)r(en), welke factu(u)r(
- en)voornoemd (telkens) betrekking had(den) op de verkoop van (een) gebruikte auto('s), volgens factuuropdruk (telkens) afkomstig was/waren van [vennootschap verdachte D Ltd.] en welke (telkens) was/waren gericht aan [Italiaanse vennootschap SaP SRL] , zulks terwijl in werkelijkheid (één of meer van) die gebruikte auto('
- s)(door de Limited en haar medeverdachte(n)) (telkens) niet aan het op voornoemde factu(u)r(
- en)vermelde bedrijf werd(
- en)geleverd/verkocht en/of door dat bedrijf werd(
- en)afgenomen, zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(
- en)als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(
- en)te doen gebruiken, tot het plegen van welk(
- e)bovenomschreven strafbare feit(
- en)verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens) opdracht heeft gegeven en/of aan welke bovenomschreven verboden gedraging(
- en)verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: [vennootschap verdachte D Ltd.] , in elk geval een rechtspersoon, verder te noemen "de Limited", op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 2 januari 2004 tot en met 26 juni 2007, in elk geval in of omstreeks de periode van 2 januari 2004 tot en met 16 april 2004, in de gemeente(
- n)Maastricht en/of Helmond en/of elders in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) als degene die ingevolge de belastingwet verplicht was tot het voeren van een administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de belastingwet gestelde eisen, (telkens) opzettelijk een zodanige administratie niet heeft gevoerd en/of doen of laten voeren, immers heeft/hebben de Limited en haar medeverdachte(
- n)toen aldaar – zakelijk weergegeven – (telkens) in strijd met voornoemde verplichting(
- en)(telkens) opzettelijk in de administratie van de Limited - over het jaar 2004 één of meer (doorslag(
- en)van) (een) onjuiste en/of valse en/of vervalste verkoopfactu(u)r(en), (telkens) ter zake (een) gebruikte auto('
- s)opgenomen en/of verwerkt en/of doen of laten opnemen en/of verwerken, welke onjuistheid en/of valsheid – zakelijk weergegeven – hierin bestond dat in werkelijkheid (één of meer van) die gebruikte auto('
- s)(door verdachte en haar medeverdachte(n)) (telkens) niet aan het op voornoemde factu(u)r(
- en)vermelde bedrijf werd(
- en)geleverd/verkocht en/of door dat bedrijf werd(
- en)afgenomen (zie spreadsheet 4-D-0400) en/of - over het jaar 2004 één of meer onjuiste en/of valse en/of vervalste vervoersbescheid(en), (telkens) ter zake (een) gebruikte auto('
- s)opgenomen en/of verwerkt en/of doen of laten opnemen en/of verwerken, welke onjuistheid en/of valsheid in die vervoersbescheiden –zakelijk weergegeven – hierin bestond dat (één of meer van) die gebruikte auto('
- s)in werkelijkheid (door verdachte en haar medeverdachte(n)) (telkens) niet naar het op dat/die vervoersbescheid(
- en)vermelde bedrijf werd(
- en)getransporteerd en/of aan dat bedrijf werd(
- en)afgeleverd (4-D-1023, A3, 4-D-1032, A5, 4-D-1004, A3, 4-D-1010, A4, 4-D1018, A3 en 4-D-1025, A5) en/of - over het jaar 2004 de omzet en/of BTW-opgaven van de Limited niet, althans niet volledig verantwoord en/of doen of laten verantwoorden, door (telkens) ter zake de intracommunautaire levering van een groot aantal auto's (46 auto's, genoemd in spreadsheet 4-D-0400, althans één of meer van de hierin genoemde auto's), ten onrechte het nultarief toe te passen en/of (telkens) een te laag belastbaar bedrag en/of een te laag bedrag aan verschuldigde omzetbelasting op te geven, terwijl dat/die feit(
- en)(telkens) ertoe strekte(
- n)dat te weinig belasting werd geheven, tot het plegen van welk(
- e)bovenomschreven strafbare feit(
- en)verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens) opdracht heeft gegeven en/of aan welke bovenomschreven verboden gedraging(
- en)verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven; 6.[vennootschap verdachte D Ltd.] , in elk geval een rechtspersoon, verder te noemen "de Limited", op of omstreeks 16 april 2004, althans in of omstreeks de periode van 29 maart 2004 tot en met 16 april 2004, in de gemeente(
- n)Maastricht en/of Helmond en/of elders in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een (kwartaal)aangifte voor de omzetbelasting ten name van [vennootschap verdachte D Ltd.] over het aangiftetijdvak 1e kwartaal 2004 (4-D-0106) onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, althans laten doen immers heeft/hebben de Limited en haar medeverdachte(
- n)toen aldaar (telkens) opzettelijk op het bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te Maastricht, in elk geval in Nederland, ingeleverde aangiftebiljet omzetbelasting over genoemd aangiftetijdvak, in elk geval een tijdvak, (telkens) – zakelijk weergegeven – ten onrechte het nultarief toegepast en/of (telkens) een te laag belastbaar bedrag en/of een te laag bedrag aan verschuldigde omzetbelasting opgegeven, terwijl dat/die feit(
- en)(telkens) ertoe strekte(
- n)dat te weinig belasting werd geheven, tot het plegen van welk(
- e)bovenomschreven strafbare feit(
- en)verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens) opdracht heeft gegeven en/of aan welke bovenomschreven verboden gedraging(
- en)verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven; 7.[vennootschap B Ltd.] , in elk geval een rechtspersoon, verder te noemen "de Limited", op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 25 mei 2005 tot en met 31 maart 2006 in de gemeente Maastricht en/of elders in Nederland (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, een groot aantal
(160)facturen (zie spreadsheet 4-D-0407), waaronder een aantal
(30)facturen, opgenomen onder subletter A1 in de navolgende setjes 4-D-2002, 4-D-2003, 4-D-2004, 4-D-2012, 4-D-2034, 4-D-2046, 4-D-2081, 4-D-2095, 4-D-2124, 4-D-2126, 4-D-2143, 4-D-2144, 4-D-2149, 4-D-2150, 4-D-2155, 4-D-2156, 4-D-2165, 4-D-2187, 4-D-2199, 4-D-2200, 4-D-2204, 4-D-2210, 4-D-2211, 4-D-2213, 4-D-2219, 4-D-2226, 4-D-2227, 4-D-2228, 4-D-2230, 4-D-2231, althans één of meer fact(u)ur(en), (elk) zijnde een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of vervalst en/of doen vervalsen, immers heeft/hebben de Limited en haar medeverdachte(
- n)toen aldaar (telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven – die factu(u)r(
- en)voornoemd, (telkens) ter zake de verkoop/levering van (een) gebruikte auto('
- s)en volgens factuuropdruk (telkens) afkomstig van [vennootschap B Ltd.] (telkens) gericht aan [Belgische vennootschap IC SPRL] , zulks terwijl in werkelijkheid (één of meer van) die gebruikte auto('
- s)(door de Limited en haar medeverdachte(n)) (telkens) niet aan het op voornoemde factu(u)r(
- en)vermelde bedrijf werd(
- en)verkocht/geleverd en/of door dat bedrijf werd(
- en)afgenomen, zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(
- en)als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(
- en)te doen gebruiken, tot het plegen van welk(
- e)bovenomschreven strafbare feit(
- en)verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens) opdracht heeft gegeven en/of aan welke bovenomschreven verboden gedraging(
- en)verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: [vennootschap B Ltd.] , in elk geval een rechtspersoon, verder te noemen "de Limited", op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 28 september 2004 tot en met 25 april 2006, in de gemeente(
- n)Maastricht en/of Helmond en/of elders in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) als degene die ingevolge de belastingwet verplicht was tot a. het voeren van een administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de belastingwet gestelde eisen, (telkens) opzettelijk een zodanige administratie niet heeft gevoerd en/of doen of laten voeren en/of b. het bewaren van boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers, (telkens) opzettelijk deze niet heeft bewaard en/of doen of laten bewaren, immers heeft/hebben de Limited en haar medeverdachte(
- n)toen aldaar – zakelijk weergegeven – (telkens) in strijd met voornoemde verplichting(
- en)(telkens) opzettelijk in de administratie van [vennootschap B Ltd.] - de verkoopbescheiden over het/de jaar/jaren 2004 en/of 2005 en/of 2006 niet, althans niet volledig opgenomen en/of verwerkt en/of bewaard en/of doen of laten opnemen en/of verwerken en/of bewaren en/of - over het/de jaar/jaren 2004 en/of 2005 en/of 2006 de omzet en/of BTW-opgaven van [vennootschap B Ltd.] niet, althans niet volledig verantwoord en/of doen of laten verantwoorden, door met betrekking tot de intracommunautaire levering van een groot aantal auto's, (160 auto's, genoemd in spreadsheet 4-D-0406, althans één of meer van de hierin genoemde auto's), (telkens) ten onrechte het nultarief toe te passen en/of (telkens) een te laag belastbaar bedrag en/of een te laag bedrag aan verschuldigde omzetbelasting op te geven, terwijl dat/die feit(
- en)(telkens) ertoe strekte(
- n)dat te weinig belasting werd geheven, tot het plegen van welk(
- e)bovenomschreven strafbare feit(
- en)verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens) opdracht heeft gegeven en/of aan welke bovenomschreven verboden gedraging(
- en)verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven; 8.[vennootschap verdachte A Ltd.] , in elk geval een rechtspersoon, verder te noemen "de Limited", op of omstreeks 11 juli 2005 en/of 25 april 2006 en/of 13 juli 2006, althans op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 juni 2005 tot en met 13 juli 2006, in de gemeente(
- n)Maastricht en/of Helmond en/of elders in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) (kwartaal)aangifte(
- n)voor de omzetbelasting ten name van [vennootschap verdachte A Ltd.] over het/de aangiftetijdvak(ken) 2e kwartaal 2005 (4-D-0102 en 4 D 0436 4/8) en/of 1e kwartaal 2006 (4-D-0105 en 4 D 0419 6/12) en/of 2e kwartaal 2006 (4-D-0431 en 4-D-0419 7/12) onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, althans laten doen immers heeft/hebben de Limited en haar medeverdachte(
- n)toen aldaar (telkens) opzettelijk op het/de bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te Maastricht, in elk geval in Nederland, ingeleverde aangiftebiljet(ten) omzetbelasting over genoemd(
- e)aangiftetijdvak(ken), in elk geval één of meer tijdvak(ken), (telkens) – zakelijk weergegeven – ten onrechte het nultarief toegepast en/of (telkens) een te laag belastbaar bedrag en/of een te laag bedrag aan verschuldigde omzetbelasting opgegeven, terwijl dat/die feit(
- en)(telkens) ertoe strekte(
- n)dat te weinig belasting werd geheven, tot het plegen van welk(
- e)bovenomschreven strafbare feit(
- en)verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens) opdracht heeft gegeven en/of aan welke bovenomschreven verboden gedraging(
- en)verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven; 9.[vennootschap B Ltd.] , in elk geval een rechtspersoon, verder te noemen "de Limited", op of omstreeks 29 oktober 2004 en/of 25 januari 2005 en/of 28 april 2005 en/of 21 juli 2005 en/of 19 oktober 2005 en/of 18 januari 2006 en/of 25 april 2006, althans op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 september 2004 tot en met 25 april 2006, in de gemeente(
- n)Maastricht en/of Helmond en/of elders in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) (kwartaal)aangifte(
- n)voor de omzetbelasting ten name van [vennootschap B Ltd.] over het/de aangiftetijdvak(ken) 3e kwartaal 2004 (4-D-0421) en/of 4e kwartaal 2004 (4-D-0094 en 0 D 0141) en/of 1e kwartaal 2005 (4-D-0095 en 4 D 0422 5/12) en/of 2e kwartaal 2005 (4-D-0096 en 4 D 0422 6/12) en/of 3e kwartaal 2005 (4-D-0097 en 4 D 0422 7/12) en/of 4e kwartaal 2005 (4-D-0098 en 4 D 0422 8/12) en/of 1e kwartaal 2006 (4-D-0099 en 4 D 0422 9/12) onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, althans laten doen immers heeft/hebben de Limited en haar medeverdachte(
- n)toen aldaar (telkens) opzettelijk op het/de bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te Maastricht, in elk geval in Nederland, ingeleverde aangiftebiljet(ten) omzetbelasting over genoemd(
- e)aangiftetijdvak(ken), in elk geval één of meer tijdvak(ken), (telkens) – zakelijk weergegeven – ten onrechte het nultarief toegepast en/of (telkens) een te laag belastbaar bedrag en/of een te laag bedrag aan verschuldigde omzetbelasting opgegeven, terwijl dat/die feit(
- en)(telkens) ertoe strekte(
- n)dat te weinig belasting werd geheven, tot het plegen van welk(
- e)bovenomschreven strafbare feit(
- en)verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens) opdracht heeft gegeven en/of aan welke bovenomschreven verboden gedraging(
- en)verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven; 10.hij in of omstreeks (één of meer gedeeltes van) de periode van 21 februari 2002 tot en met 27 juli 2007 in de gemeente(
- n)Maastricht en/of Helmond en/of elders in Nederland (telkens) heeft deelgenomen aan een (of meer) organisatie(s), bestaande uit: A. een samenwerkingsverband van hem, verdachte, met medeverdachte [medeverdachte 1] (V01) en/of een of meer andere natuurlijke perso(o)n(
- en)en/of rechtsperso(o)n(en), in of omstreeks de periode van 21 februari 2002 tot en met 17 maart 2005; en/of B. een samenwerkingsverband van hem, verdachte, met de medeverdachte(
- n)[medeverdachte 1] (V01) en/of [medeverdachte 15] (V15) en/of [medeverdachte 16] (V16) en/of met de rechtsperso(o)n(
- en)[vennootschap verdachte A Ltd.] en/of [vennootschap B Ltd.] en/of een of meer andere natuurlijke perso(o)n(
- en)en/of rechtsperso(o)n(en), in of omstreeks de periode van 25 januari 2006 tot en met 27 juli 2007; en/of C. een samenwerkingsverband van hem, verdachte, met de rechtsperso(o)n(
- en)[vennootschap verdachte D Ltd.] en/of een of meer andere natuurlijke perso(o)n(
- en)en/of rechtsperso(o)n(en), in of omstreeks de periode van 2 januari 2004 tot en met 26 juni 2007; en/of D. een samenwerkingsverband van hem, verdachte, met de medeverdachte(
- n)[medeverdachte 15] (V15) en/of [medeverdachte 16] (V16) en/of de rechtsperso(o)n(
- en)[vennootschap verdachte A Ltd.] en/of [vennootschap B Ltd.] en/of een of meer andere natuurlijke perso(o)n(
- en)en/of rechtsperso(o)n(en), in of omstreeks de periode van 28 september 2004 tot en met 26 juni 2007, welke organisatie(
- s)tot oogmerk had(den) het plegen van misdrijven, namelijk - het plegen van valsheid in geschrift (art. 225, lid 1, van het Wetboek van Strafrecht) en/of - het opzettelijk doen van onjuiste en/of onvolledige belastingaangiften met betrekking tot de omzetbelasting (art. 69, lid 2, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen) en/of - het opzettelijk niet doen van belastingaangiften met betrekking tot de omzetbelasting (art. 69, lid 1, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen) en/of - het opzettelijk niet voeren van een administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de belastingwet gestelde eisen en/of het niet bewaren van boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers (art. 68, lid 2, sub d en sub e jo. art. 69, lid 1, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen) terwijl hij, verdachte, van (één of meer van) de bedoelde organisatie(
- s)oprichter, leider en/of bestuurder was. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1 primair, feit 2, feit 3 primair, feit 5 primair, feit 6 en feit 8 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat: 1.[vennootschap verdachte A Ltd.] ., verder te noemen "de Limited", op tijdstippen in de periode van 25 januari 2006 tot en met 15 juni 2007, in de gemeente Maastricht en/of elders in Nederland en/of in Teuven in de gemeente Voeren (België), althans in België, telkens tezamen en in vereniging met een ander, 26 facturen (1-D-3001, 1-D-3002, 1-D-3003, 1-D-3004, 1-D-3005, 1-D-3006, 1-D-3007, 1-D-3008, 1-D-3009, 1-D-3010, 1-D-3011, 1-D-3012, 1-D-3013, 1-D-3014, 1-D-3015, 1-D-3016, 1-D-3017, 1-D-3018, 1-D-3019, 1-D-3020, 1-D-3021, 1-D-3022, 1-D-3023, 1-D-3024, 1-D-3025 en 1-D-3027), elk zijnde een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken, immers heeft de Limited en haar medeverdachte toen aldaar telkens valselijk en in strijd met de waarheid op die facturen voornoemd, ter zake de verkoop van een gebruikte auto en volgens factuuropdruk afkomstig van [vennootschap verdachte A Ltd.] ., doen vermelden: "Op deze verkoop is de margeregeling van toepassing. Deze auto is afkomstig van privaat en derhalve is er geen BTW aftrekbaar (§ 28B2).", althans voorgewend of de suggestie gewekt dat de fiscale BTW-margeregeling op die auto van toepassing was, zulks terwijl het in werkelijkheid telkens geen leveringen/verkopen betroffen die onderworpen waren aan de fiscale BTW-margeregeling, maar belaste leveringen/verkopen, die onderworpen waren aan het normale BTW-regime, zulks telkens met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(
- en)te doen gebruiken, aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte telkens feitelijke leiding heeft gegeven; 2.[vennootschap verdachte A Ltd.] ., verder te noemen "de Limited", in de periode van 27 maart 2006 tot en met 27 juli 2007, in de gemeente(
- n)Maastricht en/of Helmond en/of elders in Nederland, meermalen, telkens opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een kwartaalaangifte voor de omzetbelasting ten name van [vennootschap verdachte A Ltd.] . over de aangiftetijdvakken 1e kwartaal 2006 en 2e kwartaal 2006 en 3e kwartaal 2006 en 2e kwartaal 2007 onjuist heeft laten doen, immers heeft de Limited toen aldaar telkens opzettelijk op de bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te Maastricht, in elk geval in Nederland, ingeleverde aangiftebiljetten omzetbelasting over genoemde aangiftetijdvakken, telkens een te laag bedrag aan verschuldigde omzetbelasting opgegeven, terwijl dat feit telkens ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven, aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte telkens feitelijke leiding heeft gegeven; 3.hij op tijdstippen in de periode van 22 februari 2002 tot en met 20 december 2003, in de gemeente Maastricht, telkens een deel van de bedrijfsadministratie van de door verdachte gedreven eenmanszaak [eenmanszaak verdachte C] , – zijnde dat deel van die bedrijfsadministratie voornoemd telkens een samenstel van geschriften dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen – valselijk heeft opgemaakt, immers heeft verdachte toen aldaar telkens valselijk en in strijd met de waarheid in dat deel van die bedrijfsadministratie voornoemd opgenomen en verwerkt, althans doen opnemen en verwerken, een groot aantal (doorslagen van) facturen (zie spreadsheet 4-D-0396, 4-D-0397, 4-D-0398 en 4-D-0399), waaronder een aantal (doorslagen van) facturen, opgenomen in de navolgende setjes 4-D-4003 en/of 4-D-4004 en/of 4-D-4010, subletter A1 en/of 4-D-4013 en/of 4-D-4014, subletter B2 en/of 4 D 4019 en/of 4 D 4023 en/of 4 D 4024, subletter B1 en/of 4-D-4029, subletter B2 en/of 4-D-4034 en/of 4-D-4046 en/of 4-D-4047 en/of 4-D-4059 en/of 4-D-4067 en/of 4-D-4073 en/of 4-D-4075 en/of 4-D-4080, subletter B1 en/of 4-D-4091 en/of 4-D-4107, subletter B2 en/of 4-D-4122 en/of 4-D-4128, subletter B1 en/of 4-D-4138, subletter B2 en/of 4-D-4151 en/of 4-D-4165 en/of 4-D-4176 en/of 4-D-4180 en/of 4-D-4184, subletter B1 en/of 4-D-4188 en/of 4-D-4190, subletter B2 en/of 4-D-4194, subletter B1 en/of 4-D-4233, subletter B2 en/of 4-D-4235 en/of 4-D-4242 en/of 4-D-4245 en/of 4-D-4246, subletter B1, welke facturen voornoemd telkens betrekking hadden op de verkoop van een auto, volgens factuuropdruk afkomstig van [eenmanszaak verdachte C] en welke telkens waren gericht aan [Italiaanse vennootschap BG SRL] of [Italiaanse vennootschap NCdPR SAS] of [Italiaanse vennootschap SC SRL] of [Italiaanse vennootschap SaP SRL] , zulks terwijl in werkelijkheid die gebruikte auto's door verdachte telkens niet door de op voornoemde facturen vermelde bedrijven werden afgenomen, zulks telkens met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(
- en)te doen gebruiken; 5.[vennootschap verdachte D Ltd.] , verder te noemen "de Limited", op tijdstippen in de periode van 2 januari 2004 tot en met 27 februari 2004, in de gemeente Maastricht, meermalen, telkens een deel van de bedrijfsadministratie van de Limited – zijnde dat deel van die bedrijfsadministratie voornoemd telkens een samenstel van geschriften dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen – valselijk heeft opgemaakt, immers heeft de Limited toen aldaar telkens valselijk en in strijd met de waarheid in dat deel van die bedrijfsadministratie voornoemd opgenomen en verwerkt, althans doen opnemen en verwerken, een groot aantal (doorslagen van) facturen (zie spreadsheet 4-D-0400), waaronder een aantal (doorslagen van) facturen, opgenomen in de navolgende setjes 4-D-1004 en/of 4-D-1006 en/of 4-D-1013 en/of 4-D-1014 en/of 4-D-1015 en/of 4-D-1017 en/of 4-D-1024 en/of 4-D-1028 en/of 4-D-1032 en/of 4-D-1037 en/of 4-D-1045, welke facturen voornoemd telkens betrekking hadden op de verkoop van een auto, volgens factuuropdruk afkomstig van [vennootschap verdachte D Ltd.] en welke was gericht aan [Italiaanse vennootschap SaP SRL] , zulks terwijl in werkelijkheid die auto door de Limited telkens niet door het op voornoemde facturen vermelde bedrijf werd afgenomen, zulks telkens met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(
- en)te doen gebruiken, aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte telkens feitelijke leiding heeft gegeven; 6.[vennootschap verdachte D Ltd.] , op of omstreeks 16 april 2004, in de gemeente(
- n)Maastricht en/of Helmond en/of elders in Nederland, opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een kwartaalaangifte voor de omzetbelasting ten name van [vennootschap verdachte D Ltd.] over het aangiftetijdvak 1e kwartaal 2004 onjuist heeft laten doen, immers heeft de Limited toen aldaar opzettelijk op het bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te Maastricht, in elk geval in Nederland, ingeleverde aangiftebiljet omzetbelasting over genoemd aangiftetijdvak, ten onrechte het nultarief toegepast en een te laag bedrag aan verschuldigde omzetbelasting opgegeven, terwijl dat feit ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven, aan welke bovenomschreven verboden gedraging verdachte feitelijke leiding heeft gegeven; 8.[vennootschap verdachte A Ltd.] ., verder te noemen "de Limited", op tijdstippen in de periode van 29 juni 2005 tot en met 13 juli 2006, in de gemeente(
- n)Maastricht en/of Helmond en/of elders in Nederland, meermalen, telkens opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een kwartaalaangifte voor de omzetbelasting ten name van [vennootschap verdachte A Ltd.] . over de aangiftetijdvakken 1e kwartaal 2006 en 2e kwartaal 2006 onjuist heeft laten doen, immers heeft de Limited toen aldaar telkens opzettelijk op het bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te Maastricht, in elk geval in Nederland, ingeleverde aangiftebiljet omzetbelasting over genoemde aangiftetijdvakken, ten onrechte het nultarief toegepast en een te laag bedrag aan verschuldigde omzetbelasting opgegeven, terwijl dat feit telkens ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven, aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte telkens feitelijke leiding heeft gegeven. Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewijsmiddelen Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht. Algemene bewijsoverwegingen A. De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de vorenbedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd. Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft. Verweren van de verdediging B. De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep integrale vrijspraak bepleit. In de kern is daaraan – op de gronden zoals nader in de pleitnota verwoord – het volgende ten grondslag gelegd. B.1 Geen wetenschap omkatting auto’s en geen feitelijk leidinggever van [vennootschap B Ltd.] (feit 1) De verdachte was weliswaar feitelijk leidinggever van [vennootschap verdachte A Ltd.] (hierna: [vennootschap verdachte A Ltd.] ), maar hij wist niet of behoorde althans niet te hebben geweten, dat de geleverde auto’s op enig moment voorafgaand aan de inkoop door [vennootschap verdachte A Ltd.] zouden zijn omgekat van een auto waarop het reguliere BTW-regime van toepassing was naar een marge-auto. Het is volgens de raadsman bovendien niet te traceren wie steeds de verkoper was van een auto, zodat de verdachte ook niet na kon gaan of de betreffende auto wel een marge-auto was. Van [vennootschap B Ltd.] (hierna: [vennootschap B Ltd.] ) was de verdachte slechts 40 dagen bestuurder. Hierna is [medeverdachte 16] als directeur ingeschreven. Feitelijk stond volgens de verdachte [Duitse autohandelaar 1] in de tenlastegelegde periode aan het roer. De verdachte heeft daarom geen enkele bemoeienis gehad met het valselijk opmaken van verkoopfacturen van [vennootschap B Ltd.] en is derhalve ook niet schuldig aan hetgeen hem hieromtrent ten laste is gelegd. Indien het hof in raadkamer de getuigenverklaringen van [extern boekhouder] , [medeverdachte 16] en [medeverdachte 15] – welke verklaringen aanwijzingen bevatten die wijzen in de richting van de verdachte als feitelijk leidinggever van [vennootschap B Ltd.] – overweegt om tot het bewijs te bezigen dan verzoekt de verdediging tot heropening van het onderzoek teneinde deze personen als getuige ter terechtzitting te doen horen, zodat de betrouwbaarheid van hun verklaringen kan worden getoetst. B.2 Geen bewezenverklaring kan volgen voor het feitelijk leidinggeven aan het opzettelijk doen van onjuiste aangiften omzetbelasting ten name van [vennootschap verdachte A Ltd.] en [vennootschap B Ltd.] (feit 2) Aangezien in de visie van de verdediging het onder feit 1 ten laste gelegde niet kan worden bewezen, dient bijgevolg eveneens vrijspraak te volgen voor hetgeen onder feit 2 aan de verdachte ten laste is gelegd. B.3 Geen wetenschap van het feit dat auto’s niet naar de op de verkoopfacturen vermelde Italiaanse afnemers zouden gaan (feiten 3 en 5) De rechtbank heeft in haar bewijsvoering uit het feit dat de verkoopfactuur van de boot ‘Gobbi Atlantis 47’ van [eenmanszaak verdachte C] (hierna: [eenmanszaak verdachte C] ) gericht was aan [Italiaanse vennootschap SaP SRL] afgeleid dat de verdachte wetenschap droeg van de omstandigheid dat laatstgenoemde vennootschap een plofbedrijf was. De verdachte heeft dienaangaande echter een ontzenuwende verklaring afgelegd. De boot was weliswaar aangekocht op naam van [eenmanszaak verdachte C] , maar deze was feitelijk in bezit van [Duitse autohandelaar 1] . De verdachte zou een lening aan [Duitse autohandelaar 1] hebben verstrekt. De boot diende daarvoor als onderpand. De aflossing van de lening zou plaatsvinden door de aankoop van schadeauto’s, waarvan de waarde in mindering werd gebracht op de aan [Duitse autohandelaar 1] verstrekte lening. Op enig moment is de verdachte door [Duitse autohandelaar 1] gebeld dat hij de boot had verkocht aan een Italiaan. Hij vroeg toen of hij de verkoopfactuur kon opmaken, hetwelk de zoon van verdachte, te weten [zoon verdachte] , vervolgens aan de hand van de door [Duitse autohandelaar 1] verstrekte gegevens van de afnemer heeft gedaan. De verdachte wist dus niet dat sprake was van een plofbedrijf, aldus de raadsman. Dat de verdachte afwist van het bestaan van de plofbedrijven en hier ook direct mee communiceerde leidt de rechtbank voorts af uit het gegeven dat faxnummers op facturen zijn doorgestreept. In de administratie van [eenmanszaak verdachte C] zijn diverse malen twee exemplaren van één en dezelfde factuur aangetroffen. Op het eerste exemplaar is de handtekening van de koper dan nog niet ingevuld, waar die op het tweede exemplaar (een fax) wel prijkt en zulks met een stempel van het bedrijf van de koper. Hieruit kan volgens de rechtbank worden afgeleid dat [eenmanszaak verdachte C] facturen per fax heeft verzonden ter ondertekening en dat die facturen per fax getekend en gestempeld geretourneerd zijn. In de kopregel is veelal het faxnummer van [Italiaanse vennootschap NG SRL] leesbaar, welk nummer is getracht weg te strepen. De verdediging heeft in dit verband een schriftvergelijkend onderzoek laten verrichten door forensisch analist ing. [forensisch analist] van het Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau B.V. te Hilversum, waarvan het onderzoeksrapport ter terechtzitting in hoger beroep is overgelegd. Uit dat rapport komt naar voren dat het zeer veel waarschijnlijker is dat de desbetreffende tekstgedeelten reeds waren doorgestreept op het moment dat de opdrachtgever de faxberichten retour ontving dan dat deze zijn doorgestreept nadat de opdrachtgever de documenten retour ontving. Derhalve kan in de visie van de verdediging, zo begrijpt het hof, niet worden bewezen dat de verdachte het faxnummer van [Italiaanse vennootschap NG SRL] heeft doorgestreept en mitsdien kan dit bewijsmiddel niet bijdragen tot het bewijs van de wetenschap van verdachte dat de betreffende auto’s niet naar de op de verkoopfacturen vermelde bedrijven gingen, maar naar [Italiaanse vennootschap NG SRL] . Indien het hof twijfelt aan de geloofwaardigheid van het schriftvergelijkend onderzoek, dan verzoekt de raadsman het hof om het Nederlands Forensisch Instituut een dergelijk onderzoek te laten uitvoeren. Voorts is nog aangevoerd dat de verdachte niet aan de hand van de vrachtbrieven kon weten dat de auto’s naar een andere (Italiaanse) afnemer gingen dan de op de verkoopfacturen vermelde bedrijven [Italiaanse vennootschap BG SRL] , [Italiaanse vennootschap NCdPR SAS] , [Italiaanse vennootschap SC SRL] en [Italiaanse vennootschap SaP SRL] . De verdediging stelt dat [Italiaanse bemiddelaar] als bemiddelaar optrad voor deze bedrijven, hetgeen ook naar voren komt uit de getuigenverklaringen van [getuige 1] , [zoon verdachte] en [Duitse autohandelaar 2] . [Italiaanse bemiddelaar] heeft de vrachtbrieven opgesteld. Uit een schriftvergelijkend onderzoek van het Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau B.V. (NFO) komt volgens de verdediging ook naar voren dat alle vrachtbrieven door een en dezelfde persoon geschreven zijn en dat het handschrift niet overeenkomt met het handschrift van de verdachte. Indien het hof deze conclusies van het NFO niet mocht volgen, heeft de raadsman verzocht om aanvullend onderzoek hiernaar te laten verrichten. De verdediging stelt dan ook dat [Italiaanse bemiddelaar] in opdracht van [Italiaanse vennootschap NG SRL] talloze autohandelaren heeft misbruikt en dat de verdachte geen wetenschap droeg van het feit wie de daadwerkelijke afnemer van de auto’s was die hij via [Italiaanse bemiddelaar] verkocht. Derhalve dient volgens de raadsman vrijspraak te volgen voor de onder de feiten 3 en 5 tenlastegelegde gedragingen, betrekking hebbende op de verkoopfacturen van respectievelijk [eenmanszaak verdachte C] en de opvolgende onderneming [vennootschap verdachte D Ltd.] . B.4 Geen bewezenverklaring kan volgen voor het opzettelijk doen van onjuiste aangiften omzetbelasting ten name van [eenmanszaak verdachte C] (feit 4) en het feitelijk leidinggeven aan het opzettelijk doen van onjuiste aangiften omzetbelasting door [vennootschap verdachte D Ltd.] (feit 6) Nu volgens de verdediging de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder feit 3 en feit 5 ten laste gelegde, dient hij eveneens te worden vrijgesproken van het met feit 3 samenhangende opzettelijk doen van onjuiste aangiften omzetbelasting ten name van [eenmanszaak verdachte C] , zoals onder feit 4 aan de verdachte ten laste is gelegd. Hetzelfde geldt voor het met feit 5 samenhangende feitelijk leidinggeven aan het opzettelijk doen van onjuiste aangiften omzetbelasting door [vennootschap verdachte D Ltd.] , zoals onder feit 6 aan de verdachte ten laste is gelegd. B.5 Geen feitelijk leidinggever van [vennootschap B Ltd.] (feit 7) Volgens de verdediging was in werkelijkheid [Duitse autohandelaar 1] de feitelijk leidinggever van [vennootschap B Ltd.] vanaf 6 september 2004. [Duitse autohandelaar 1] had een bedrijf nodig dat niet aan hem kon worden gekoppeld, zodat hij door kon gaan met het inkopen van leasauto’s bij de Duitse firma [Duitse handelsfirma in leaseauto's] . In dat verband heeft de raadsman bij pleidooi diverse getuigenverklaringen aangehaald die zijn stelling onderschrijven, waaronder de verklaringen van [medeverdachte 16] , [medeverdachte 15] , [getuige 2] en [getuige 3] , zijnde de opsporingsleider bij de Duitse FIOD inzake het onderzoek contra [Duitse autohandelaar 1] . Indien het hof de verdediging niet volgt in haar stelling dat [Duitse autohandelaar 1] de feitelijk leidinggever was binnen [vennootschap B Ltd.] , dan is een verzoek gedaan tot het opnieuw oproepen van [Duitse autohandelaar 1] als getuige, nu de noodzaak daartoe in het kader van de beantwoording van de vragen ex de artikelen 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering is gegeven. B.6 Geen bewezenverklaring kan volgen voor het feitelijk leidinggeven aan het opzettelijk doen van onjuiste aangiften omzetbelasting door [vennootschap verdachte A Ltd.] (feit 8) en [vennootschap B Ltd.] (feit 9) Omwille van de bepleite vrijspraak van het onder feit 7 ten laste gelegde, dient mutatis mutandis de verdachte eveneens te worden vrijgesproken van het met dat feit samenhangende feitelijk leidinggeven aan het opzettelijk doen van onjuiste aangiften omzetbelasting door [vennootschap verdachte A Ltd.] en [vennootschap B Ltd.] , zoals respectievelijk onder de feiten 8 en 9 aan hem ten laste is gelegd. B.7 Voorwaardelijke verzoek horen [zoon verdachte] , de zoon van de verdachte, als getuige De verdediging heeft betoogd dat [zoon verdachte] een zeer belangrijke rol speelt in de constellatie van [eenmanszaak verdachte C] , [vennootschap B Ltd.] en [vennootschap verdachte A Ltd.] . Indien het hof zou twijfelen aan de betrouwbaarheid van zijn verklaring die hij bij de raadsheer-commissaris heeft afgelegd en zijn verklaring niet zal betrekken ten faveure van de verdachte, heeft de verdediging verzocht hem ter terechtzitting te horen teneinde zijn betrouwbaarheid te toetsen volgens bestendige rechtspraak. B.8 Noch deelname aan een criminele organisatie, noch is sprake van een gestructureerd samenwerkingsverband (feit 10) Omdat de verdediging integrale vrijspraak bepleit, kan evenmin worden bewezen dat de verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie. Mocht er voor een van de feiten wel een veroordeling volgen, dan heeft te gelden dat niet kan worden bewezen dat sprake was van een gestructureerd samenwerkingsverband. Hierdoor dienen volgens de raadsman specifieke omstandigheden te worden aangedragen, waaruit de rolverdelingen, mate van hiërarchie of onderlinge vaste afspraken uit kunnen worden afgeleid. Het Openbaar Ministerie is er evenwel niet in geslaagd om dat aan te tonen, aldus de raadsman. Bewijsoverwegingen met betrekking tot feit 1 C. Uit het onderzoek ter terechtzitting en het procesdossier zijn de volgende feiten en omstandigheden naar voren gekomen. C.1 Feit 1: feitelijk leidinggeven aan het medeplegen van valsheid in geschrift door het valselijk opmaken van verkoopfacturen De verdachte staat ingevolge hetgeen onder feit 1 primair aan hem ten laste is gelegd – kort gezegd – terecht ter zake van het feitelijk leidinggeven aan het door [vennootschap verdachte A Ltd.] . en/of [vennootschap B Ltd.] . valselijk opmaken van verkoopfacturen. Het hof overweegt dienaangaande als volgt. C.1.1 Betrokkenheid verdachte bij [vennootschap verdachte A Ltd.] . en [vennootschap B Ltd.] . In de tenlastegelegde periode van 25 januari 2006 tot en met 15 juni 2007 handelde verdachte [verdachte] in auto’s op het woonwagenkamp Vinkenslag in de gemeente Maastricht. De verdachte was van 29 juli 2004 tot en met 25 juli 2006 en van 1 oktober 2007 tot juli 2008 ingeschreven als directeur van [vennootschap verdachte A Ltd.] . (hierna: [vennootschap verdachte A Ltd.] ) in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Het bedrijf was gevestigd op het toenmalige woonadres ( [toenmalig woonadres verdachte] ) van de verdachte. De verdachte heeft ten overstaan van het hof bevestigd dat [vennootschap verdachte A Ltd.] zijn onderneming was en dat hij daarmee autohandel dreef. Dit bedrijf was de opvolger van zijn vorige onderneming, welke hij dreef binnen de rechtspersoon genaamd [vennootschap verdachte D Ltd.] . Getuige [extern boekhouder] van administratiekantoor [extern boekhoudkantoor] heeft in dit verband verklaard dat verdachte [verdachte] de feitelijk leidinggevende en beslissingsbevoegde persoon was binnen [vennootschap verdachte A Ltd.] . Verdachte [verdachte] was voor hem het aanspreekpunt binnen [vennootschap verdachte A Ltd.] . In de periode tussen 25 juli 2006 en 1 oktober 2007 was weliswaar de zoon van de verdachte, [zoon verdachte] , als directeur ingeschreven omdat de verdachte vanwege een arrest in Duitsland rechtens van zijn vrijheid was beroofd, maar feitelijk had [verdachte] nog de leiding. Het hof baseert zich daarbij op hetgeen door zijn zoon bij gelegenheid van zijn verhoor door de FIOD is verklaard. Voorts heeft de verdachte deze lezing ter terechtzitting in hoger beroep niet betwist. Het hof stelt aldus op grond van het voorgaande vast dat de verdachte feitelijk leidinggevende was binnen [vennootschap verdachte A Ltd.] . Voor de onderneming [vennootschap B Ltd.] . (hierna: [vennootschap B Ltd.] ) heeft het volgende te gelden. De verdachte heeft van 29 juli 2004 tot en met 6 september 2004 als directeur van [vennootschap B Ltd.] ingeschreven gestaan in het handelsregister (adres: [adres op de Vinkenslag] ). Met ingang van laatstgenoemde datum is [medeverdachte 16] directeur geworden. De verdediging heeft in eerste aanleg en in hoger beroep uitdrukkelijk betwist dat de verdachte nadien ook nog feitelijk leidinggevende was binnen [vennootschap B Ltd.] . Daaraan is ten grondslag gelegd dat de verdachte de onderneming van [vennootschap B Ltd.] feitelijk had overgedragen aan [Duitse autohandelaar 1] . [Duitse autohandelaar 1] had problemen met het betrekken van leaseauto’s van het Duitse leasebedrijf [Duitse handelsfirma in leaseauto's] . Om die reden zocht [Duitse autohandelaar 1] een onderneming waarmee hij auto’s kon inkopen bij [Duitse handelsfirma in leaseauto's] , maar waarbij hij niet in de boeken als directeur geregistreerd stond. Om die reden diende [medeverdachte 16] op papier directeur te worden, aldus de verdachte. Er bestaan in het procesdossier weliswaar aanwijzingen voor betrokkenheid van de verdachte bij [vennootschap B Ltd.] na 6 september 2004, maar daartegenover staan diverse getuigenverklaringen waaruit naar voren komt dat [Duitse autohandelaar 1] in de tenlastegelegde periode de persoon was die het reilen en zeilen bepaalde binnen [vennootschap B Ltd.] . Het hof is derhalve van oordeel dat niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat de verdachte na 6 september 2004 als feitelijk leidinggever binnen [vennootschap B Ltd.] heeft geopereerd. Reeds om die reden zal het hof de verdachte partieel vrijspreken van hetgeen onder feit 1 aan hem ten laste is gelegd, namelijk voor zover de tenlastegelegde gedragingen zien op [vennootschap B Ltd.] . De met betrekking tot het feitelijk leidinggeven aan [vennootschap B Ltd.] door de verdediging geformuleerde voorwaardelijke getuigenverzoeken behoeven derhalve geen bespreking meer, nu het hof de daaraan ten grondslag gelegde bestreden bewijsmiddelen niet tot het bewijs bezigt. C.1.2 Verkoopfacturen van [vennootschap verdachte A Ltd.] De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat de verkoopfacturen en daarbij behorende inkoopverklaringen/attesten SBBW (hof: de Stichting Bevordering Bedrijfsvoering Woonwagenbewoners, hierna te noemen: ‘de SBBW’) vanuit zijn bureau zijn geschreven, op zijn kantoor te Maastricht. Dat gebeurde in opdracht van de verdachte door zijn boekhouder medeverdachte [medeverdachte 15] of door hemzelf. De verdachte heeft verklaard dat hij eerst een inkoopfactuur moest hebben, zodat de gegevens (zoals chassisnummer, bouwjaar, of er sprake was een BTW- of marge-auto etc.) in zijn boekhoudsysteem AMOS konden worden ingeboekt. Vervolgens kon pas een verkoopfactuur worden opgesteld. In de periode van 25 januari 2006 tot en met 15 juni 2007 heeft [vennootschap verdachte A Ltd.] 26 auto’s ingekocht bij [vennootschap BGT BV] (15 stuks), [Belgische vennootschap IC SPRL] (4 stuks) en [Belgische vennootschap BVBA R] (7 stuks). In diezelfde periode zijn de auto’s verkocht aan de Belgische afnemers [Belgische vennootschap NV CDC] (12 stuks), [Belgische autohandelaar 1] (10 stuks) en [Belgische vennootschap AF BVBA] (4 stuks). Van deze verkooptransacties zijn steeds verkoopfacturen opgemaakt en in de tenlastelegging gespecificeerd. Het betreft de verkoopfacturen onder de documentnummers 1-D-3001 tot en met 1-D-3025 en 1-D-3027. Op deze facturen staat steeds vermeld: ‘Op deze verkoop is de margeregeling van toepassing. Deze auto is afkomstig van privaat en derhalve is er geen BTW aftrekbaar (§ 28B2)’. Daaruit komt naar voren dat de aan de Belgische afnemers geleverde auto’s als marge-auto’s zijn verkocht. De vermelding ‘§ 28B2’ verwijst in dit verband naar artikel 28 van de Wet op de omzetbelasting 1968, waarin de margeregeling is vervat. C.1.3 Factuurstroom tenlastegelegde transacties De FIOD heeft onder leiding van het Functioneel Parket uitvoerig onderzoek naar voornoemde transacties verricht, waarbij ook de inkoopzijde is onderzocht. Zoals reeds hiervoor is overwogen, zijn de 26 auto’s waarop de in de tenlastelegging genoemde verkoopfacturen betrekking hebben, door verdachte ten name van [vennootschap verdachte A Ltd.] ingekocht bij [vennootschap BGT BV] , [Belgische vennootschap IC SPRL] en [Belgische vennootschap BVBA R] . Uit het onderzoek is gebleken dat deze auto’s in het begin van de keten van leveringen steeds afkomstig waren van het bedrijf [Duits autobedrijf AJ] te Aken in Duitsland. Kort vóór de verkopen door [vennootschap verdachte A Ltd.] aan [Belgische vennootschap NV CDC] , [Belgische autohandelaar 1] of [Belgische vennootschap AF BVBA] zijn deze auto’s door [Duits autobedrijf AJ] intracommunautair geleverd aan [Belgische vennootschap HL SPRL] , [Belgische vennootschap JNB BVBA] , [Belgische vennootschap IC Ltd.] , [vennootschap PH BV] , [Belgische vennootschap IC SPRL] , [Italiaanse vennootschap GA SRL] of [Spaanse vennootschap AV] . Vervolgens is door laatstgenoemde bedrijven ofwel direct geleverd aan de onderneming waarbij [vennootschap verdachte A Ltd.] inkocht (te weten [vennootschap BGT BV] , [Belgische vennootschap IC SPRL] en [Belgische vennootschap BVBA R] ), ofwel hebben er kennelijk nog één of twee tussenleveringen plaatsgevonden alvorens is geleverd aan de onderneming bij wie [vennootschap verdachte A Ltd.] volgens de facturenstroom inkocht. Inzake de transacties met documentnummers 1-D-3003, 1-D-3004, 1-D-3005, 1-D-3006, 1-D-3007, 1-D-3009, 1-D-3010, 1-D-3012, 1-D-3013, 1-D-3014, 1-D-3015, 1-D-3016, 1-D-3018, 1-D-3024, 1-D-3025 en 1-D-3027 hebben de betreffende bedrijven, dus na te zijn beleverd door [Duits autobedrijf AJ] , geleverd aan het bedrijf waarvan [vennootschap verdachte A Ltd.] heeft ingekocht. Bij deze transacties is derhalve direct geleverd aan de onderneming bij wie [vennootschap verdachte A Ltd.] inkocht. Met betrekking tot de transacties met documentnummers 1-D-3001, 1-D-3002, 1-D-3008, 1-D-3011, 1-D-3017, 1-D-3020 en 1-D-3023 geldt dat volgens de facturatiestroom kennelijk nog één tussenlevering heeft plaatsvonden, alvorens de auto’s in de administratie opdoken bij het bedrijf waar [vennootschap verdachte A Ltd.] inkocht. In de gevallen van de transacties 1-D-3019, 1-D-3021 en 1-D-3022 geldt dat kennelijk nog twee tussenleveringen hebben plaatsgevonden. In die gevallen zitten namelijk nog twee schakels tussen de afnemer van [Duits autobedrijf AJ] van de intracommunautaire levering en de onderneming bij wie [vennootschap verdachte A Ltd.] heeft ingekocht. Uit de verkoopfacturen van de Duitse beginleverancier [Duits autobedrijf AJ] aan de hiervoor genoemde bedrijven blijkt dat telkens is uitgefactureerd onder toepassing van het 0%-tarief ter zake van intracommunautaire leveringen. Door de leveranciers van [vennootschap verdachte A Ltd.] is evenwel steeds op de verkoopfactuur gericht aan [vennootschap verdachte A Ltd.] voorgewend dat het een verkoop onder de margeregeling betreft. C.1.4 Bedrijven inkoopzijde Naar de bedrijven aan de inkoopzijde is door de FIOD onderzoek gedaan. Met betrekking tot [vennootschap BGT BV] , [Belgische vennootschap IC SPRL] , [Belgische vennootschap BVBA R] , [Belgische vennootschap HL SPRL] , [Belgische vennootschap JNB BVBA] , [Belgische vennootschap IC Ltd.] , [vennootschap PH BV] en [Belgische vennootschap IC SPRL] stelt het hof op grond van het verhandelde in de hieromtrent opgemaakte processen-verbaal van ambtshandeling ter zake van genoemde bedrijven vast dat dit alle plofbedrijven waren, welke bedrijven aan buitenlandse autoleveranciers ter beschikking zijn gesteld om aan hen auto’s te kunnen factureren als intracommunautaire leveringen met toepassing van het 0%-tarief. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat de facturen van [vennootschap BGT BV] , [Belgische vennootschap IC SPRL] en [Belgische vennootschap BVBA R] zijn gebruikt om daarmee marge-in-/verkopen voor te wenden, terwijl deze auto’s in werkelijkheid – blijkens de verkoopfacturen van de Duitse beginleverancier [Duits autobedrijf AJ] aan de tweede schakel in de keten en soms ook blijkens de verkoopfacturen van de onderneming in de tweede schakel aan de volgende afnemers volgens de facturatiestroom – belast dienden te worden volgens het reguliere BTW-regime. Daarbij merkt het hof op dat niet is gebleken van enige omstandigheid die erop duidt dat een van de auto’s na levering door de Duitse beginleverancier in particuliere handen is geweest en aldus nadien een marge-auto is geworden, hetgeen gelet op de relatief korte tijdsspanne tussen de verkoop door de Duitse beginleverancier en de verkoop door [vennootschap verdachte A Ltd.] ook onwaarschijnlijk is. Aan het voorgaande doen de zich in het dossier bevindende Erklärungen, Abmeldebescheinigungen en Fahrzeugbriefen waaruit zou moeten blijken dat de auto eerder in particuliere handen is geweest, niet af. Immers, uit Belgisch onderzoek is gebleken dat de personen op deze verklaringen in werkelijkheid nooit eigenaar zijn geweest van de genoemde auto’s, terwijl op de Abmeldebescheinigungen en Fahrzeugbriefen bovendien valse Duitse dienststempels bleken te zijn geplaatst. In dit verband speelt ten slotte mee dat evenmin is gebleken dat op enig moment de prijs van een auto binnen de facturatiestroom met het bedrag aan omzetbelasting is gestegen, hetgeen – indien de auto tussentijds in particuliere handen moet zijn geweest – wel het geval had moeten zijn. Aldus is door gebruikmaking van de plofbedrijven [vennootschap BGT BV] , [Belgische vennootschap IC SPRL] en [Belgische vennootschap BVBA R] , dan wel van de daaraan voorafgaande schakel(
- s)tussen de eerste leverancier in Duitsland en de leverancier van [vennootschap verdachte A Ltd.] , sprake van ‘omkatting’ van regulier belaste BTW-auto’s naar marge-auto’s. In hoger beroep is door de verdachte en diens raadsman de stelling betrokken dat de auto’s, zoals die zijn genoemd in de tenlastelegging onder feit 1, eigendom waren van [autohandelaar PH] en dat deze auto’s slechts in consignatie op het terrein van de verdachte zouden hebben gestaan. Indien een auto van [autohandelaar PH] werd verkocht vanaf het terrein van de verdachte, dan trad verdachte [verdachte] tegen commissievergoeding als bemiddelaar op, aldus de verdediging. Het hof is van oordeel dat deze stelling van de verdediging onverenigbaar is met de gebezigde bewijsmiddelen. Aangaande de transacties met documentnummers 1-D-3001, 1-D-3002, 1-D-3003, 1-D-3004, 1-D-3005, 1-D-3006, 1-D-3007, 1-D-3008, 1-D-3009, 1-D-3010, 1-D-3011, 1-D-3012, 1-D-3013, 1-D-3014, 1-D-3015, 1-D-3016, 1-D-3017, 1-D-3018, 1-D-3019, 1-D-3020, 1-D-3021, 1-D-3022, 1-D-3023, 1-D-3024, 1-D-3025 en 1-D-3027 zijn immers inkoop- en verkoopfacturen opgesteld. Die facturen dienden in de administratie van [vennootschap verdachte A Ltd.] telkens als bewijs van de verkoop van de betreffende auto door [vennootschap BGT BV] , [Belgische vennootschap IC SPRL] of [Belgische vennootschap BVBA R] aan [vennootschap verdachte A Ltd.] en als bewijs van daaropvolgende verkoop van de betreffende auto door [vennootschap verdachte A Ltd.] aan [Belgische vennootschap NV CDC] , [Belgische autohandelaar 1] en [Belgische vennootschap AF BVBA] . Het hof vermag niet in te zien hoe een dergelijke verkoop zich verhoudt tot het in consignatie nemen van auto’s voor een derde (in casu: [autohandelaar PH] ), van welke derde voorts geen enkele betrokkenheid bij [vennootschap BGT BV] , [Belgische vennootschap IC SPRL] of [Belgische vennootschap BVBA R] uit het procesdossier is gebleken. Voorts volgt uit de bewijsmiddelen, dat gehandeld is op de eigen naam van [vennootschap verdachte A Ltd.] , zodat ook als er sprake van zou zijn dat [vennootschap verdachte A Ltd.] handelde op order en voor rekening van een derde (in casu: [autohandelaar PH] ) er voor de omzetbelasting sprake zou zijn in- en verkopen door [vennootschap verdachte A Ltd.] , gelet op het bepaalde in artikel 3, vijfde lid (tekst tot 2007), respectievelijk het zesde lid (tekst 2007), van de Wet op de omzetbelasting 1968. Aldus faalt het dienaangaande gevoerde verweer. C.1.5 Tussenconclusie: valsheid verkoopfacturen [vennootschap verdachte A Ltd.] Het voorgaande leidt het hof tot het oordeel dat de bewezenverklaarde door [vennootschap verdachte A Ltd.] opgemaakte verkoopfacturen intellectueel vals zijn, aangezien met de vermeldingen op genoemde documenten is voorgewend dan wel de suggestie is gewekt dat margeregeling op de betreffende auto’s van toepassing was, terwijl deze verkooptransacties in werkelijkheid leveringen/verkopen behelsden die – nu geen sprake was van marge-auto’s – onderworpen waren aan het reguliere BTW-regime. C.2 Wetenschap van de verdachte ter zake van de valsheid van de verkoopfacturen De vraag waarvoor het hof zich gesteld ziet is of de verdachte, als feitelijk leidinggever, ten tijde van het (laten) opmaken van de valse verkoopfacturen van [vennootschap verdachte A Ltd.] de wetenschap had of behoorde te hebben dat de door hem verkochte auto’s geen marge-auto’s betroffen. In dat verband overweegt het hof als volgt. Uit het procesdossier is het volgende met betrekking tot de betrokkenheid van de verdachte naar voren gekomen. C.2.1 Administratieve verantwoordelijkheid binnen [vennootschap verdachte A Ltd.] : samenwerking tussen verdachte [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte 15] Verdachte [verdachte] was volgens getuige [extern boekhouder] van administratiekantoor [extern boekhoudkantoor] de feitelijk leidinggevende en beslissingsbevoegde persoon binnen [vennootschap verdachte A Ltd.] en zijn aanspreekpunt. Hij verklaarde op een vraag van de verhorende opsporingsambtenaren van de FIOD wie het aanspreekpunt was bij [vennootschap verdachte A Ltd.] ingeval van vragen met betrekking tot de administratie en/of aangeleverde administratieve stukken dat dit verdachte [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte 15] waren. Verdachte [verdachte] stelde volgens zijn verklaring ter terechtzitting in hoger beroep soms zelf verkoopfacturen op. Dit wordt bevestigd door de Belgische autohandelaar [Belgische autohandelaar 1] , tevens afnemer van enkele auto’s zoals genoemd onder feit 1 op de tenlastelegging, die als heeft getuige verklaard dat zijn vader verdachte [verdachte] herkent van een foto als de persoon die de (geprinte) rekeningen maakte. Het was echter niet de verdachte die de meeste facturen opmaakte. Medeverdachte [medeverdachte 15] verzorgde immers de boekhouding van [vennootschap verdachte A Ltd.] . Hij was daarvoor aanwezig op het kantoor van [verdachte] in Maastricht. [medeverdachte 15] heeft ten overstaan van de rechtbank blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg – welk proces-verbaal na het daartoe strekkende bevel van het hof in hoger beroep aan het procesdossier is toegevoegd – verklaard dat hij geen verstand had van auto’s, dat hij de stukken ten behoeve van het opmaken van de administratie aangereikt kreeg door verdachte [verdachte] en dat hij voor waar aannam wat hij kreeg verstrekt. Uit een tapgesprek tussen de verdachte en diens echtgenote van 24 oktober 2006 komt eveneens naar voren dat [medeverdachte 15] tegen vergoeding de administratie deed in opdracht en in ondergeschiktheid van verdachte [verdachte] . Het hof is gelet op het vorenoverwogene van oordeel dat [medeverdachte 15] als boekhouder in een ondergeschikte rol opereerde voor [verdachte] . Met betrekking tot het laten opstellen van de verkoopfacturen van [vennootschap verdachte A Ltd.] spreekt uit de bewijsmiddelen een samenwerking, waarbij [medeverdachte 15] de stukken (waaronder naar ’s hofs oordeel is begrepen de gegevens van de auto) aangeleverd kreeg van verdachte [verdachte] . Gelet op laatstgenoemde omstandigheid kan het naar het oordeel van het hof niet anders zijn dan dat de verdachte wetenschap heeft gehad van de boekhoudkundige verrichtingen die [medeverdachte 15] in zijn opdracht heeft verricht. C.2.2 Aangetroffen bescheiden die duiden op betrokkenheid bij plofbedrijven De (toenmalige) woning van [medeverdachte 15] aan de [toenmalige woonadres medeverdachte 15] te Teuven is op 26 juni 2007 door de Belgische autoriteiten doorzocht. Toen is het volgende aangetroffen: - 3 USB-sticks, genaamd ‘BE_B_31_sandisk cruzer 256 MB’, ‘BE_B_8_kleine stick team’ en ‘BE_B_8 stick sandisk liege’ (0-AH-207); - in- en verkoopfacturen en blanco briefpapier van [vennootschap BGT BV] (1-AH- 07); - een USB-stick met de administratie van [Belgische vennootschap IC SPRL] (0-AH-207); - bescheiden met betrekking tot [Belgische vennootschap IC SPRL] , zoals een notariële oprichtingsakte (140-D-0068); - twee stempels van [vennootschap PH BV] (140-D-0089 en 0090); - blanco A4’tjes met de handtekening van [zaakvoerder PH BV] , zaakvoerder van [vennootschap PH BV] (140-D-0020); - een plastic map met diverse documenten van [vennootschap PH BV] , met daarin onder meer twee facturen van [Duits autobedrijf AJ] gericht aan [vennootschap PH BV] d.d. 30 april 2007, waarop staat vermeld: ‘Hiermit erklart der Empfanger, vorstehende bezeichnetes Kraftfahrzeug mit ordnungsgemassen Papieren entgegen zu nehmen. Er versichert ebenfalls, dass er das Fahrzeug aus Deutschland ausführt. Rechnungsanschrift ist Bestimmungsland.’; - bescheiden met betrekking tot [Belgische vennootschap BVBA R] , waaronder een blanco briefpapier van dit bedrijf (140-D-0046) en een blanco volmacht van dit bedrijf (140-D- 0044), een stempel van [Belgische vennootschap BVBA R] en een stempel met daarop de handtekening van medeverdachte [medeverdachte 16] (140-D-0067). In de tevens bij de doorzoeking aangetroffen blauwe ordner met opschrift ‘Bebber’ zijn de volgende verkoopfacturen van [vennootschap verdachte A Ltd.] aangetroffen: een verkooprekening van [vennootschap verdachte A Ltd.] aan [Belgische vennootschap NV CDC] van woensdag 26 april 2006 inzake de verkoop van WDB2030071A658623 voor een bedrag van € 23.300,00 met hierop de penaantekening ‘23100 23000’ (1-D-3002 B4); een verkooprekening [vennootschap verdachte A Ltd.] aan [Belgische vennootschap NV CDC] van dinsdag 22 augustus 2006 inzake de verkoop van WDB2110061A839629 voor een bedrag van € 32.000,00 met hierop de penaantekening ‘31800’ (1-0-3010 B4); een verkooprekening [vennootschap verdachte A Ltd.] aan [Belgische vennootschap NV CDC] van vrijdag 25 augustus 2006 inzake de verkoop van WDB2030071A811566 voor een bedrag van € 21.800,00 met hierop de penaantekening ‘Ink van BG 126 21600’ (1-D-3011 B4); een verkooprekening [vennootschap verdachte A Ltd.] aan [Belgische vennootschap NV CDC] van vrijdag 15 september 2006 inzake de verkoop van WDB2030071A825950 voor een bedrag van € 21.000,00 met hierop de penaantekening ‘Ink v BG’ (1-D-3012 B4); een verkooprekening [vennootschap verdachte A Ltd.] aan [Belgische autohandelaar 1] van dinsdag 15 augustus 2006 inzake de verkoop van WDD2452071J022536 voor een bedrag van € 24.000,00 met hierop de penaantekening ‘23800’ (1-D-3015 B4); een verkooprekening [vennootschap verdachte A Ltd.] aan [Belgische autohandelaar 1] van vrijdag 18 augustus 2006 inzake de verkoop van WDB2030071A800437 voor een bedrag van € 23.500,00 met hierop de penaantekening ‘23300’ (1-D-3016 B4); een verkooprekening [vennootschap verdachte A Ltd.] aan [Belgische autohandelaar 1] van vrijdag 25 augustus 2006 inzake de verkoop van WDB2110061A819471 voor een bedrag van € 34.500,00 met hierop de penaantekening ‘Ink van BG 127 Inkopen tegoed 34300’ (1-D-3017 B4); een verkooprekening [vennootschap verdachte A Ltd.] aan [Belgische autohandelaar 1] van woensdag 26 april 2006 inzake de verkoop van WDB2030071A731708 voor een bedrag van € 23.500,00 met hierop de penaantekeningen ‘BG ink’ en ‘23300 23100’ (1-D-3021 B4); een verkooprekening [vennootschap verdachte A Ltd.] aan [Belgische vennootschap AF BVBA] van dinsdag 18 april 2006 inzake de verkoop van WDB2094421T051747 voor een bedrag van € 33.000,00 met hierop de penaantekening ‘inkoop naar [vennootschap BGT BV] voor 32.600E’ (1-D-3023 B4); een verkooprekening [vennootschap verdachte A Ltd.] aan [Belgische vennootschap AF BVBA] van dinsdag 18 april 2006 inzake de verkoop van WDB2110061A730232 voor een bedrag van € 29.750,00 met hierop de penaantekening ‘29550 29400’ (1-D-3024 B4); en een verkooprekening [vennootschap verdachte A Ltd.] aan [Belgische vennootschap AF BVBA] van dinsdag 18 april 2006 inzake de verkoop van WDB2110061A729672 voor een bedrag van € 29.750,00 met hierop de penaantekening ‘29550 29400’ (1-D-3025 B4). Op één van de USB-sticks werd de digitale administratie van [vennootschap BGT BV] aangetroffen. Op een andere USB-stick werd de digitale administratie van [Belgische vennootschap IC SPRL] aangetroffen. Tijdens de doorzoeking op het bedrijfsadres van verdachte [verdachte] zijn inkoopfacturen aangetroffen van [vennootschap verdachte A Ltd.] . In de ordner met het opschrift ‘Inkoop [vennootschap verdachte A Ltd.] 2006’ zijn onder andere de inkoopbescheiden van de personenauto’s uit de facturatielijnen 1-D-3001, 1-D-3002, 1-D-3009, 1-D-3019, 1-D-3020 t/m 1-D-3025 en 1-D-3027 aangetroffen. De facturen zijn aangeduid met subletter F1. In de facturatielijnen 1-D-3003 t/m 1-D-3007 is met subletter F2 opgenomen een aantal documenten die in diezelfde map zijn aangetroffen en waarop is vermeld dat de inkoop bij [Belgische vennootschap BVBA R] is gedaan. De digitale administratie van [vennootschap verdachte A Ltd.] werd eveneens aangetroffen op het bedrijfsadres van verdachte [verdachte] , op een computer die ‘PC-Chieftec’ is genaamd. Het hof stelt op grond van het voorgaande vast dat onder medeverdachte [medeverdachte 15] diverse bescheiden en stempels zijn aangetroffen die te relateren zijn aan de plofbedrijven [vennootschap BGT BV] , [Belgische vennootschap IC SPRL] en [Belgische vennootschap BVBA R] , van wie [vennootschap verdachte A Ltd.] beweerdelijk marge-auto’s heeft betrokken. Gelet op de grote hoeveelheid bij medeverdachte [medeverdachte 15] aangetroffen documenten en voorwerpen met betrekking tot op de tenlastegelegde facturen voorkomende rechtspersonen en de verklaringen over de werkzaamheden van [medeverdachte 15] concludeert het hof dat hij (mede)verantwoordelijk was voor de in- en verkoopadministratie van [vennootschap verdachte A Ltd.] . Zaakvoerders c.q. bestuurders van de plofbedrijven [zaakvoerder BVBA R] ( [Belgische vennootschap BVBA R] ) en [zaakvoerder PH BV] ( [vennootschap PH BV] ) hebben verklaard dat zij in contact zijn gekomen met medeverdachte [medeverdachte 15] en dat zij hun identiteitspapieren en handtekeningen (op blanco vellen) aan hem hebben verstrekt. Het hof stelt vast dat [medeverdachte 15] de beschikking heeft gehad over de benodigde gegevens om voornoemde personen in te schrijven als zaakvoerder of bestuurder, dan wel om facturen op naam van de bedrijven waarvan zij zaakvoerder waren op te maken. De in- en verkoopgegevens van de transacties waarbij [vennootschap verdachte A Ltd.] auto’s heeft ingekocht bij [vennootschap BGT BV] zijn afkomstig uit de digitale administratie van [vennootschap BGT BV] , die op een USB-stick in woning van [medeverdachte 15] is aangetroffen. Het hof leidt uit het voorgaande af dat [medeverdachte 15] betrokken is geweest bij de omkatting van auto’s die dienden te worden belast binnen het reguliere BTW-regime naar marge-auto’s, dat hij aldus op de hoogte was van het gegeven dat de auto’s op de tenlastegelegde facturen geen marge-auto’s betroffen en dat derhalve ten onrechte op de verkoopfacturen is opgenomen dat de margeregeling van toepassing was. Aangezien [medeverdachte 15] de boekhouder van [vennootschap verdachte A Ltd.] was en met verdachte [verdachte] samenwerkte, in ieder geval – in ondergeschiktheid – ten behoeve van het opmaken van de verkoopfacturen, leidt het hof hieruit af dat de verdachte wetenschap heeft gehad van de boekhoudkundige verrichtingen die [medeverdachte 15] in zijn opdracht heeft verricht en dat hij dus wetenschap had van het gegeven dat de door [vennootschap verdachte A Ltd.] gefactureerde auto’s geen marge-auto’s betroffen. C.2.3 Faxberichten aan Duitse autohandelaren De wetenschap van de verdachte ter zake van de wijze van frauduleus omkatten van auto’s belast binnen het reguliere BTW-regime naar marge-auto’s blijkt voorts uit de volgende faxberichten. Op 30 mei 2007 om 14.41 uur is vanaf het telefoonnummer [telefoonnummer verdachte] , ten name van verdachte [verdachte] , een faxbericht verzonden naar het nummer [vermoedelijk telefoonnummer JF GmbH & Co.] , vermoedelijk in gebruik bij [Duitse vennootschap JF GmbH & Co.] te Aken. Daarbij werden vier pagina’s gefaxt, inhoudende: - een zoekresultaat van de website ‘mobile.de’ inzake een Skoda Octavia 1.9 TDI Selection klima, Klima, volgens de voetregel gedateerd op 30-5-2007, afkomstig van de handelaar [Duitse vennootschap JF GmbH & Co.] te Aken voor een prijs van € 9.489,00 met hierbij de vermelding ‘MwSt. Ausweisbar’, met hierop handgeschreven € 7.600,00 netto en voorzien van een stempel en handtekening van ‘ [vennootschap PH BV] ’; - een fotokopie van een identiteitskaart van [zaakvoerder PH BV] , zaakvoerder van [vennootschap PH BV] ; - blanco briefpapier van [vennootschap PH BV] , voorzien van een stempel [vennootschap PH BV] BV, een handtekening en de aantekening ‘mit fr Gruss’; - een ‘Bestätigung von ausländischen Umsatzsteuer-Identifikationsnummer’ inzake , eveneens voorzien van een stempel van [vennootschap PH BV] . Op 30 mei 2007 om 14.55 uur is vanaf het telefoonnummer [telefoonnummer verdachte] , ten name van verdachte [verdachte] , een faxbericht verzonden naar het nummer [vermoedelijk telefoonnummer JF GmbH & Co.] , vermoedelijk in gebruik bij [Duitse vennootschap JF GmbH & Co.] te Aken, waarbij een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel, gedateerd 20 april 2007, betreffende Stichting Aandelenbeheer [vennootschap PH BV] met als bestuurder [zaakvoerder PH BV] werd verstuurd. Op 4 juni 2007 om 14.35 uur is vanaf het telefoonnummer [telefoonnummer verdachte] , ten name van verdachte [verdachte] , een faxbericht verzonden naar het nummer [vermoedelijk telefoonnummer Duitse vennootschap C] , welk nummer vermoedelijk in gebruik is bij [Duitse vennootschap C] te Kirchhain. Daarbij zijn zeven pagina’s verzonden, te weten: - een zoekresultaat van de website ‘mobile.de’ inzake een Skoda Octavia 1.9 TDI Combi Tour, volgens de voetregel gedateerd op 4 juni 2007, afkomstig van de handelaar [Duitse vennootschap C] te Kirchhain voor een prijs van € 8.995,00 met hierbij de vermelding ‘MwSt. Ausweisbar’, met hierop handgeschreven € 7.500,00 netto en voorzien van een stempel en handtekening van ‘ [vennootschap PH BV] ’; - blanco briefpapier van [vennootschap PH BV] , voorzien van een stempel van [vennootschap PH BV] BV, een handtekening en de aantekening ‘mit fr Gruss’; - een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel, gedateerd 20 april 2007, betreffende Stichting Aandelenbeheer [vennootschap PH BV] met als bestuurder [zaakvoerder PH BV] ; - een ‘Bestätigung von ausländischen Umsatzsteuer-Identifikationsnummer’ inzake [vennootschap PH BV] , eveneens voorzien van een stempel van [vennootschap PH BV] ; - een fotokopie van een identiteitskaart van [zaakvoerder PH BV] ; - een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel, gedateerd 20 april 2007, betreffende [vennootschap PH BV] met als bestuurder Stichting Aandelenbeheer [vennootschap PH BV] ; - een Handelsregisterhistorie van de Kamer van Koophandel inzake [vennootschap PH BV] met hierop een stempel van [vennootschap PH BV] , alsmede een paraaf en de penaantekening ‘Datum ingang = Eingangsdat.’ met een pijl naar het adres [adres] te Voorburg. Op 4 juni 2007 om 14.40 uur is vanaf het telefoonnummer [telefoonnummer verdachte] , ten name van verdachte [verdachte] , een faxbericht verzonden naar het nummer [vermoedelijk telefoonnummer Duitse vennootschap C] , vermoedelijk in gebruik bij [Duitse vennootschap C] te Kirchhain, waarbij werd doorgefaxt een zoekresultaat van de website ‘mobile.de’ inzake een Skoda Octavia 1.9 TDI Combi Tour, volgens de voetregel gedateerd op 4 juni 2007, afkomstig van de handelaar [Duitse vennootschap C] te Kirchhain voor een prijs van € 8.995,00 met hierbij de vermelding ‘MwSt. Ausweisbar’, met hierop handgeschreven € 7.500,00 netto en voorzien van een stempel en handtekening van [vennootschap PH BV] . De FIOD heeft vastgesteld dat de op deze faxberichten aangebrachte stempelafdrukken van [vennootschap PH BV] overeenkomen met de stempels die zijn aangetroffen op het woonadres van medeverdachte [medeverdachte 15] , zijnde de boekhouder van verdachte [verdachte] . De verdachte is, zoals reeds hiervoor onder C.1.3 is overwogen en zoals ook overigens niet uit het procesdossier is gebleken, niet beleverd, althans niet direct, door [Duitse vennootschap JF GmbH & Co.] , noch door [Duitse vennootschap C] . De verdachte heeft desalniettemin blanco briefpapier, de bedrijfsgegevens en gegevens van de zaakvoerder van het plofbedrijf [vennootschap PH BV] aan voornoemde bedrijven verstrekt. Hoewel de auto’s waarop de faxberichten betrekking hebben niet zien op de onder feit 1 tenlastegelegde gespecificeerde transacties, stelt het hof, mede in aanmerking genomen dat de faxberichten zijn verzonden binnen de tenlastegelegde periode, vast dat de verdachte gelet op de inhoud van de faxberichten wetenschap had van en betrokkenheid had bij het plofbedrijf [vennootschap PH BV] . Deze vaststelling vindt bevestiging in de getuigenverklaring van [zaakvoerder PH BV] , die bij gelegenheid van zijn verhoor door de gerechtelijke politie te Brugge heeft verklaard als stroman te zijn ingezet voor plofbedrijven die op instigatie van verdachte [verdachte] via medeverdachte [medeverdachte 15] zijn opgetuigd en dat hij in dat kader onder meer een kopie van zijn identiteitsdocument heeft verstrekt. De verdachte heeft genoemde faxberichten kennelijk verstuurd met het doel om de door hem of namens hem aangekochte auto’s door die bedrijven aan [vennootschap PH BV] te laten factureren tegen het 0%-tarief, teneinde te bewerkstelligen dat de auto’s als onder normale BTW-regime vallende auto’s uit het zicht van de Belastingdiensten verdwijnen. De aanduidingen ‘MwSt. Ausweisbar’ (het hof begrijpt: een Duitse aanduiding voor een onder het normale BTW-regime vallende auto) en ‘netto’ duiden immers op een intracommunautaire levering tegen het 0%-tarief en derhalve op auto’s die belast zijn volgens het reguliere BTW-regime. De verdachte had aldus wetenschap van de modus operandi van fraude met betrekking tot de margeregeling, zoals in algemene zin is beschreven in het overzichtsproces-verbaal van zaak 1. Het door de verdediging hiertegenover ten verwere aangevoerde alternatieve scenario, inhoudende dat collega-handelaren van de verdachte in voorkomende gevallen gebruik maakten van het faxapparaat van de verdachte, is naar het oordeel van het hof niet aannemelijk geworden. Deze blote stelling vindt op geen enkele wijze steun in het procesdossier. Daarentegen is wel komen vast te staan dat de verdachte gebruik maakte van zijn fax, die in zijn kantoortje op zijn handelaarsplaats stond, nu hij zulks ter terechtzitting in hoger beroep heeft bevestigd. C.2.4 Tussenconclusie: wetenschap verdachte dat geen sprake was van marge-auto’s De hiervoor genoemde feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, wettigen de conclusie dat de verdachte betrokken was bij de BTW-carrousel met auto’s waarbij, met inzet van plofbedrijven zoals [vennootschap BGT BV] , [Belgische vennootschap IC SPRL] en [Belgische vennootschap BVBA R] , regulier BTW-belaste auto’s zijn omgekat naar marge-auto’s. Vanwege die betrokkenheid concludeert het hof dat de verdachte wetenschap van die omkatting had, althans dat die wetenschap door zijn nauwe en bewuste samenwerking met zijn boekhouder [medeverdachte 15] minstgenomen bij hem mag worden verondersteld, waardoor hij als feitelijk leidinggever ten onrechte op de verkoopfacturen van [vennootschap verdachte A Ltd.] – als genoemd in de tenlastelegging – heeft vermeld c.q. laten vermelden dat het marge-auto’s betrof. Nu in rechte is komen vast te staan dat de verdachte wetenschap had van deze valsheid en hij het oogmerk had op het (doen) gebruiken van de verkoopfacturen als ware zij echt en onvervalst, welk opzetvormen kunnen worden toegerekend aan de rechtspersoon [vennootschap verdachte A Ltd.] , faalt het dienaangaande gevoerde verweer. C.3 Conclusie feit 1 primair ten laste gelegde: bewezenverklaring Het hof verwerpt mitsdien het tot vrijspraak strekkende verweer van de verdediging in al zijn onderdelen. Resumerend acht het hof, op grond van het vorenoverwogene en de gebezigde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het feit 1 primair ten laste gelegde heeft begaan. Bewijsoverwegingen met betrekking tot feit 2 Ingevolge hetgeen onder feit 2 ten laste is gelegd staat de verdachte terecht ter zake van het – kort gezegd – feitelijk leidinggeven aan het opzettelijk indienen van onjuiste aangiften omzetbelasting door [vennootschap verdachte A Ltd.] over het eerste kwartaal van 2006, tweede kwartaal van 2006, derde kwartaal van 2006 en tweede kwartaal van 2007, alsmede van [vennootschap B Ltd.] over het eerste kwartaal van 2006. Zoals reeds hiervoor onder C.1.1 is overwogen, kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte in de tenlastegelegde periode feitelijk leidinggevende van [vennootschap B Ltd.] was. Bijgevolg kan evenmin worden bewezen dat hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, begaan door [vennootschap B Ltd.] , zoals onder feit 2 aan de verdachte ten laste is gelegd. Voor zover het verwijt ziet op de aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal van 2006 ten name van [vennootschap B Ltd.] zal de verdachte derhalve worden vrijgesproken. Met betrekking tot de aangiften omzetbelasting van [vennootschap verdachte A Ltd.] over het eerste kwartaal van 2006, tweede kwartaal van 2006, derde kwartaal van 2006 en tweede kwartaal van 2007 overweegt het hof als volgt. De aangiften van [vennootschap verdachte A Ltd.] werden gedaan door [extern boekhouder] (of een andere medewerker) van administratiekantoor [extern boekhoudkantoor] Ten behoeve van diens werkzaamheden kreeg hij van verdachte [verdachte] of van medeverdachte [medeverdachte 15] alle uitdraaien uit het boekhoudprogramma AMOS, zoals de journaalpost inkoop, journaalpost verkoop, het bankboek, kasboek, de BTW-afdracht bank, BTW-afdracht kas, ICL inkoop, ICL verkoop en de opgave van de voorraad. Later kreeg [extern boekhouder] een Excel-sheet met daarop de inkoop, verkoop, BTW-afdracht, chassisnummer en bruto marge per auto. Verder kreeg [extern boekhouder] alle inkoop-, verkoopfacturen, kostenfacturen en bankafschriften. Hij verwerkte deze gegevens op het kantoor van [extern boekhoudkantoor] en vulde aan de hand van deze gegevens de aangiften in. Meestal kreeg [extern boekhouder] de blanco aangiften ondertekend mee. [extern boekhouder] vulde de aangiften op kantoor in als het kwartaal voorbij was. Vervolgens stuurde hij een kopie van de ingevulde aangifte per fax naar verdachte [verdachte] ter goedkeuring en zodat het eventueel te betalen bedrag aan omzetbelasting kon worden overgemaakt. De contacten met [extern boekhouder] van [extern boekhoudkantoor] werden gedaan door verdachte [verdachte] . [vennootschap verdachte A Ltd.] is over het eerste kwartaal van 2006, tweede kwartaal van 2006, derde kwartaal van 2006 en tweede kwartaal van 2007 uitgenodigd tot het doen van aangifte omzetbelasting en deze aangiften zijn door tussenkomst van [extern boekhoudkantoor] te Helmond ingediend bij de Belastingdienst. Uitgaande van de administratie van [vennootschap verdachte A Ltd.] , waarin sprake is van margeleveringen, zijn deze aangiften onjuist. In de rubriek ‘Leveringen/diensten belast met 19%’ had – uitgaande van de administratie – namelijk de behaalde marge over de autohandeltransacties in het eerste kwartaal van 2006, tweede kwartaal van 2006, derde kwartaal van 2006 en tweede kwartaal van 2007 behoren te worden aangegeven. In de aangiften zijn, ondanks dat volgens de administratie van [vennootschap verdachte A Ltd.] sprake was van margeleveringen, echter bedragen aan leveringen naar landen binnen de Europese Unie aangegeven. Dit betreft het totaalbedrag aan buitenlandse verkopen van de verdachte in het betreffende kwartaal. Er is vervolgens ten onrechte belasting in vooraftrek genomen ter zake van intracommunautaire verwervingen. Door het vorenstaande is een te laag bedrag aan verschuldigde omzetbelasting opgegeven. Gelet op de bewezenverklaring ter zake van het onder feit 1 primair ten laste gelegde is [vennootschap verdachte A Ltd.] – en de verdachte als feitelijk leidinggever aan de verboden gedraging – betrokken bij fraude en was van margeleveringen in het geheel geen sprake. Daarom had [vennootschap verdachte A Ltd.] niet de voorbelasting in aftrek mogen nemen, waardoor ook in dit opzicht de aangiften onjuist zijn. Het vorenoverwogene leidt tot de slotsom dat het hof wettig en overtuigend bewezen acht dat [vennootschap verdachte A Ltd.] opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting over het eerste kwartaal van 2006, tweede kwartaal van 2006, derde kwartaal van 2006 en tweede kwartaal van 2007 heeft laten doen, aan welke verboden gedragingen de verdachte telkens feitelijk leiding heeft gegeven. Bewijsoverwegingen met betrekking tot feit 3 Onder feit 3 op de tenlastelegging wordt verdachte primair verweten dat hij in de periode van 22 februari 2002 tot en met 20 december 2003 – kort gezegd – de bedrijfsadministratie van zijn eenmanszaak [eenmanszaak verdachte C] (hierna: [eenmanszaak verdachte C] ) valselijk heeft opgemaakt door daarin valse verkoopfacturen op te nemen. De valsheid is er volgens het Openbaar Ministerie in gelegen dat de auto’s niet naar de op die facturen vermelde Italiaanse bedrijven [Italiaanse vennootschap BG SRL] , [Italiaanse vennootschap NCdPR SAS] , [Italiaanse vennootschap SC SRL] of [Italiaanse vennootschap SaP SRL] zijn geleverd, verkocht of door hen zijn afgenomen, maar aan/door een ander, meer bepaald [Italiaanse vennootschap NG SRL] . [eenmanszaak verdachte C] kocht onder toepassing van het 0%-tarief voornamelijk auto’s, te weten ex-leaseauto’s, in bij Duitse autohandelaren, waaronder de onderneming van [Duitse autohandelaar 1] . Daarna werden deze auto’s door [eenmanszaak verdachte C] volgens de verkoopfacturen intracommunautair geleverd aan voornoemde Italiaanse bedrijven. In de administratie van [eenmanszaak verdachte C] zijn in dit kader 256 facturen aangetroffen, waarvan er 35 gespecificeerd zijn in de tenlastelegging onder feit 3. Onderzoek door de FIOD heeft uitgewezen dat de auto’s niet zijn vervoerd naar de op de verkoopfacturen en vrachtbrieven vermelde Italiaanse bedrijven [Italiaanse vennootschap BG SRL] , [Italiaanse vennootschap NCdPR SAS] , [Italiaanse vennootschap SC SRL] of [Italiaanse vennootschap SaP SRL] , maar naar [Italiaanse vennootschap NG SRL] te Licata. Voorts is uit dit onderzoek naar voren gekomen dat de eerstgenoemde vier bedrijven niet actief zijn geweest in de autohandel en/of dat de bestuurders verdachte [verdachte] niet kennen. Uit de omstandigheid, dat de goederen niet zijn vervoerd naar de op de verkoopfactuur vermelde Italiaanse bedrijven [Italiaanse vennootschap BG SRL] , [Italiaanse vennootschap NCdPR SAS] , [Italiaanse vennootschap SC SRL] of [Italiaanse vennootschap SaP SRL] volgt niet dat deze bedrijven niet de afnemers waren. Immers, alsdan kan er sprake zijn van een zogenoemde A-B-C-transactie waarbij leveringen plaatsvinden tussen A en B en vervolgens B en C en de betrokken goederen rechtstreeks van A naar C worden vervoerd. Uit het achteraf vastgestelde feit, dat [Italiaanse vennootschap BG SRL] , [Italiaanse vennootschap NCdPR SAS] , [Italiaanse vennootschap SC SRL] en [Italiaanse vennootschap SaP SRL] niet actief zijn geweest in de autohandel en/of dat de bestuurders verdachte [verdachte] niet kennen volgt dat de aan deze bedrijven gerichte verkoopfacturen niet overeenkomstig de waarheid zijn opgesteld, aangezien de afnemer een ander Italiaans bedrijf was dan op de verkoopfactuur is voorgewend. Het hof ziet zich bij de beoordeling of de verdachte zich aan het onder feit 3 ten laste gelegde schuldig heeft gemaakt mede voor de vraag gesteld of wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte ten tijde van het (doen) opnemen van de valse verkoopfacturen in de administratie van [eenmanszaak verdachte C] wist, althans behoorde te weten, dat die verkoopfacturen vals waren, in die zin dat de betreffende auto’s niet aan de vier op de verkoopfacturen genoemde Italiaanse bedrijven werden geleverd, in de zin van de omzetbelasting, namelijk dat de macht om als eigenaar over een lichamelijke zaak te beschikken niet aan die bedrijven is overgedragen. In dat verband overweegt het hof als volgt. De verdachte heeft met betrekking tot de auto’s die hij heeft verkocht aan Italiaanse afnemers ten overstaan van het hof verklaard dat hij deze bedrijven enkel kende van de gegevens die hij kreeg van zijn bemiddelaar ten behoeve van het opstellen van de verkoopfacturen. De betreffende auto’s heeft hij verkocht via [Italiaanse bemiddelaar] , die zich uitgaf als bemiddelaar voor [Italiaanse vennootschap BG SRL] , [Italiaanse vennootschap NCdPR SAS] , [Italiaanse vennootschap SC SRL] en [Italiaanse vennootschap SaP SRL] . De verdachte wist evenwel dat [Italiaanse bemiddelaar] niet rechtstreeks bevoegd was om namens voornoemde Italiaanse bedrijven op te treden, maar dat [Italiaanse bemiddelaar] slechts als bemiddelaar voor [Italiaanse vennootschap BG SRL] , [Italiaanse vennootschap NCdPR SAS] , [Italiaanse vennootschap SC SRL] en [Italiaanse vennootschap SaP SRL] optrad. Indien een verkooptransactie tot stand kwam, controleerde de verdachte naar eigen zeggen alleen het BTW-nummer van de Italiaanse bedrijven bij de Belastingdienst, maar niet de vertegenwoordigingsbevoegdheid van [Italiaanse bemiddelaar] . Bij gelegenheid van zijn verhoor door de FIOD verklaarde verdachte [verdachte] onder meer dat de auto’s contant door [Italiaanse bemiddelaar] aan hem werden betaald. De auto’s werden vervolgens bij [eenmanszaak verdachte C] opgehaald of door de verdachte gebracht naar een verzamelplaats in Duitsland om vanuit daar naar Italië te worden getransporteerd. De transportkosten werden niet betaald door verdachte [verdachte] , maar door de Italiaanse afnemer. [Italiaanse bemiddelaar] heeft ten overstaan van de raadsheer-commissaris als getuige dienaangaande gelijkluidend verklaard. Voor een bewezenverklaring van valsheid in geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht – zoals ten laste is gelegd – is vereist dat in rechte komt vast te staan dat de verdachte het oogmerk had de verkoopfacturen als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, waarvoor beslissend is of de verdachte de bedoeling had de desbetreffende verkoopfactuur te gebruiken of te doen gebruiken. Dit oogmerk ziet derhalve niet ook op de valsheid zelf. Wat de verkoopfacturen betreft is voldoende dat de aanmerkelijke kans op de valsheid bewust wordt aanvaard, bijvoorbeeld doordat de verdachte zwaar verwijtbaar bepaalde aspecten niet heeft geverifieerd. Van voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg, in dit geval het op de verkoopfacturen vermelden van een afnemer in Italië die in werkelijkheid niet de afnemer is, kan worden gesproken indien de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dat gevolg zal intreden. Daarbij dient het te gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten. Onder de naar algemene ervaringsregels aanmerkelijke kans dient te worden verstaan de in de gegeven omstandigheden reële, niet onwaarschijnlijke mogelijkheid. Voor de vaststelling dat de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan zulk een kans is niet alleen vereist dat de verdachte wetenschap heeft van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden, maar ook dat hij die kans ten tijde van de gedraging bewust heeft aanvaard, oftewel op de koop heeft toegenomen. Uit de enkele omstandigheid dat die wetenschap bij de verdachte aanwezig is dan wel bij hem moet worden verondersteld, kan niet zonder meer volgen dat hij de aanmerkelijke kans op het gevolg ook bewust heeft aanvaard. De verdachte heeft gedurende één jaar en bijna 10 maanden met [eenmanszaak verdachte C] 256 auto’s aan buitenlandse ondernemers verkocht. Met dit grote aantal transacties, waarvan de in kwestie zijnde verkoopfacturen ten bewijze strekten, waren grote geldbedragen en daarmee commerciële belangen gemoeid. Uit de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep van 6 november 2018 volgt dat hij met betrekking tot de vermeende verkopen aan [Italiaanse vennootschap BG SRL] , [Italiaanse vennootschap NCdPR SAS] , [Italiaanse vennootschap SC SRL] en [Italiaanse vennootschap SaP SRL] blind heeft gevaren op de gegevens die hij van [Italiaanse bemiddelaar] verstrekt kreeg. [Italiaanse bemiddelaar] was echter in het geheel niet bevoegd om voornoemde Italiaanse bedrijven in en buiten rechte te vertegenwoordigen. De verdachte heeft op geen enkele wijze de vertegenwoordigingsbevoegdheid van [Italiaanse bemiddelaar] , noch de juistheid van de hem door [Italiaanse bemiddelaar] aangeleverde gegevens van de voornoemde vier Italiaanse afnemers (respectievelijk een groothandel in melk- en kaasproducten, een groothandel in voedingsproducten en detailhandel in artikelen voor in huis, een groothandel in thermohydraulische apparaten en een kledingreparatiebedrijf), gecontroleerd. De stelling van de verdachte dat hij mocht vertrouwen op het gegeven dat [Italiaanse bemiddelaar] hem door zijn zakelijk netwerk werd aanbevolen, is in dat kader naar het oordeel van het hof volstrekt onvoldoende. Ook het enkele verifiëren van de BTW-nummers van de hiervoor genoemde Italiaanse bedrijven leidt niet tot een andersluidend oordeel, nu een dergelijke verificatie slechts uit zou kunnen wijzen dat voor het betreffende bedrijf in het zogenoemde VIES-systeem (VAT Information Exchange System) een actief BTW-nummer gold. Het hof is onder deze gegeven omstandigheden van oordeel dat van de verdachte, als professioneel autohandelaar in internationaal verband, een zodanige onderzoeksplicht mag worden gevergd dat hij zich vergewist van de juistheid van de door een bemiddelaar aan hem aangeleverde gegevens van de vermeende Italiaanse afnemers, zodat hij in staat is hetgeen op de verkoopfacturen is vermeld juridisch voor zijn rekening te nemen. Het geenszins verifiëren van die gegevens, waarvan hij wist dat die afkomstig waren van iemand die alleen als een bemiddelaar optrad, waar dat wel van de verdachte mocht worden verwacht, leidt het hof tot het oordeel dat de verdachte, door vervolgens zonder een dergelijke verificatie deze gegevens van de vermeende afnemers op de verkoopfacturen op te nemen, zwaar verwijtbaar heeft gehandeld. Naar het oordeel van het hof heeft de verdachte aldus, door zaken te doen met iemand waarvan hij wist dat die zich slechts als bemiddelaar van [Italiaanse vennootschap BG SRL] , [Italiaanse vennootschap NCdPR SAS] , [Italiaanse vennootschap SC SRL] en [Italiaanse vennootschap SaP SRL] had opgeworpen, bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij zaken deed met iemand die in het geheel geen bevoegd vertegenwoordiger was van [Italiaanse vennootschap BG SRL] , [Italiaanse vennootschap NCdPR SAS] , [Italiaanse vennootschap SC SRL] of [Italiaanse vennootschap SaP SRL] en dat de werkelijke afnemers niet [Italiaanse vennootschap BG SRL] , [Italiaanse vennootschap NCdPR SAS] , [Italiaanse vennootschap SC SRL] of [Italiaanse vennootschap SaP SRL] waren. Het vorenoverwogene leidt het hof, in combinatie met de gebezigde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte het onder feit 3 primair ten laste gelegde heeft begaan. Het dienaangaande tot vrijspraak strekkende verweer van de verdediging wordt mitsdien verworpen. De raadsman heeft met betrekking tot feit 3 bij pleidooi nog een voorwaardelijk verzoek gedaan tot een handschriftvergelijkend onderzoek door het NFI naar de faxberichten die naar [Italiaanse vennootschap NG SRL] zijn gestuurd, zoals hiervoor onder B.3 is weergegeven. Voorts heeft de raadsman bij pleidooi een voorwaardelijk verzoek gedaan ten aanzien van het handschrift op vrachtbrieven, welk handschrift volgens een onderzoek dat de verdediging heeft laten verrichten niet overeenkomt met het handschrift van de verdachte. Deze verzoeken behoeven echter geen bespreking, aangezien het hof de aan de voorwaardelijke verzoeken ten grondslag liggende bewijsmiddelen, voor zover die zijn bestreden, niet tot het bewijs bezigt. Vrijspraakoverwegingen met betrekking tot feit 4 Ingevolge hetgeen onder feit 4 ten laste is gelegd staat de verdachte terecht ter zake van het – kort gezegd – opzettelijk indienen van onjuiste aangiften omzetbelasting over februari 2002 tot en met december 2003, met uitzondering van de maanden juli 2002, september 2002 en augustus 2003. De omzet in genoemde kwartalen heeft de verdachte behaald met de autohandel binnen zijn eenmanszaak [eenmanszaak verdachte C] , welke transacties grotendeels zijn opgenomen in het onder feit 3 ten laste gelegde. Het hof stelt vast dat het merendeel van de aangiften blijkens opschriftstempel en handtekening zijn ingediend door de gemachtigde SBBW. Enkele van de aangiften, vooral uit de latere periode in de tenlastelegging, zijn ondertekend door verdachte [verdachte] . Op grond van deze vaststelling kan evenwel niet zonder twijfel worden geconcludeerd dat het de verdachte is geweest die de persoon is geweest die laatstbedoelde aangiften bij de Belastingdienst heeft ingevuld en/of ingediend. De door belastingambtenaren opgestelde ambtsedige verklaringen omzetbelasting inzake [verdachte] bieden hieromtrent geen uitsluitsel. Bij gelegenheid van het getuigenverhoor ter terechtzitting in hoger beroep van 30 oktober 2018 van [medewerker SBBW 1] , medewerker van de SBBW, heeft de verdachte aan de getuige gevraagd of de aangiften omzetbelasting door de SBBW werden gedaan. Getuige [medewerker SBBW 1] heeft daarop geantwoord dat deze situatie bestond tot het einde van de Vinkenslagregeling (het hof stelt vast: derhalve tot en met 2003). De aangiften werden volgens getuige [medewerker SBBW 1] door de ondernemers blanco ondertekend bij de SBBW achter gelaten en vervolgens door de SBBW (ingevuld
- en)ingediend bij de Belastingdienst. Het voorgaande resulteert erin dat het hof van oordeel is dat het er ten faveure van de verdachte moet voor worden gehouden dat ook deze aangiften door de SBBW zijn ingediend. Uitgaande van de administratie van de verdachte, waarin sprake is van margeleveringen, zijn de aangiften onjuist. In de rubriek ‘Leveringen/diensten belast met 19%’ had – uitgaande van de administratie – namelijk de behaalde marge over de autohandeltransacties in de betreffende maanden behoren te worden aangegeven. In de aangiften zijn, ondanks dat volgens de administratie van verdachte sprake was van margeleveringen, echter bedragen aan leveringen naar landen binnen de Europese Unie aangegeven. Dit betreft telkens het totaalbedrag aan buitenlandse verkopen van de verdachte in het betreffende kwartaal. Er is vervolgens ten onrechte belasting in vooraftrek genomen ter zake van intracommunautaire verwervingen. Door het vorenstaande is een te laag bedrag aan verschuldigde omzetbelasting opgegeven. Voor zover er nihilaangiften zijn gedaan bestaat de onjuistheid erin dat ondanks dat in de betreffende kwartalen wel degelijk omzet is behaald door het drijven van autohandel, geen belasting over die omzet is aangegeven. Gelet op de bewezenverklaring ter zake van het onder feit 3 primair ten laste gelegde is de verdachte betrokken bij fraude en was van margeleveringen in het geheel geen sprake. Daarom had de verdachte in de aangiften niet de voorbelasting in aftrek mogen nemen, waardoor ook in dit opzicht die aangiften onjuist zijn. Echter, niet is uit te sluiten dat de reden dat intracommunautaire leveringen zijn aangegeven is gelegen in een fout in het boekhoudsysteem GISO. In het procesdossier, meer specifiek in de brief van 31 oktober 2001 van de Belastingdienst, alsook in de verklaring van getuige [medewerker SBBW 2] ten overstaan van het hof op 30 oktober 2018, zijn namelijk aanwijzingen te vinden dat tot en met 2001 geen margeleveringen in het GISO-systeem konden worden verwerkt. Dit systeem was het systeem waarmee SBBW werkte. SBBW was het administratiekantoor dat op instigatie en onder maandelijks toezicht van de Belastingdienst de ondernemers op de Vinkenslag administratief terzijde stond. Hoewel de verdachte in beginsel niet blind af mag gaan op de juistheid van een aangifte die door een gemachtigde wordt opgesteld en ingediend (in casu: de SBBW), behoefde de verdachte in redelijkheid er niet op bedacht te zijn dat het door de SBBW gebruikte GISO-systeem margeleveringen verwerkte als intracommunautaire leveringen, waardoor het bijbehorende bedrag als voorbelasting in aftrek werd gebracht en waardoor de omzetbelasting over de marge niet werd verwerkt in de aangifte. De aangifte is onjuist, maar de manier waarop de aangifte feitelijk is gedaan valt niet te wijten aan het opzet van verdachte. Daarbij komt dat de tot en met 2003 voor de aangiften omzetbelasting verantwoordelijke medewerkers van de SBBW, te weten [medewerker SBBW 2] en [medewerker SBBW 1] , respectievelijk bij onherroepelijk arrest van dit gerechtshof van 11 mei 2012 en bij onherroepelijk vonnis van de rechtbank Maastricht van 19 oktober 2010 zijn veroordeeld ter zake van medeplegen van valsheid in geschrift in de aan de aangiften omzetbelasting van de ondernemers van de Vinkenslag ten grondslag liggende overzichten van inkopen en verkopen. Derhalve valt niet uit te sluiten dat zij ook in het onderhavige geval de aan te geven omzetbelasting in de tenlastegelegde maanden ten name van [verdachte] initieel overeenkomstig diens administratie – dus met daarin vervat margeleveringen – hebben berekend, op basis daarvan het te betalen bedrag aan omzetbelasting hebben gevraagd en contant ontvangen van verdachte [verdachte] , om vervolgens de aangifte op andere wijze op te stellen en in te dienen (te weten met intracommunautaire leveringen en verwervingen, het vermelden van ‘nihil’ of met weglating van meerdere transacties), waardoor een lager te betalen of nihilbedrag aan omzetbelasting is aangegeven. Ook omwille van deze – indachtig de veroordelingen van [medewerker SBBW 2] en [medewerker SBBW 1] niet irreële – mogelijkheid, schiet naar het oordeel van het hof het bewijs tekort voor het tenlastegelegde opzet van de verdachte op het laten doen van een onjuiste aangiften omzetbelasting over de maanden februari 2002 tot en met december 2003, met uitzondering van de maanden juli 2002, september 2002 en augustus 2003, waarvoor de verdachte ingevolge het onder feit 4 ten laste gelegde in hoger beroep terecht staat. Hetgeen hiervoor is overwogen leidt tot de slotsom dat het hof de verdachte zal vrijspreken van hetgeen onder feit 4 aan hem ten laste is gelegd. Bewijsoverwegingen met betrekking tot feit 5 De verdachte wordt onder feit 5 op de dagvaarding verweten dat hij zich in de periode van 2 januari 2004 tot en met 16 april 2004 als feitelijk leidinggever schuldig heeft gemaakt aan het valselijk opmaken van de bedrijfsadministratie van [vennootschap verdachte D Ltd.] door daarin valse verkoopfacturen op te nemen. De valsheid is er volgens het Openbaar Ministerie in gelegen dat de auto’s niet naar het op de facturen vermelde Italiaanse bedrijf [Italiaanse vennootschap SaP SRL] zijn geleverd, verkocht of door dat bedrijf is afgenomen, maar aan/door een ander, meer bepaald [Italiaanse vennootschap NG SRL] . De verdachte stond vanaf 21 november 2003 in het handelsregister van de Kamer van Koophandel ingeschreven als bestuurder van [vennootschap verdachte D Ltd.] Ten overstaan van het hof heeft de verdachte op 6 november 2018 bevestigd dat [vennootschap verdachte D Ltd.] de opvolger was van zijn eenmanszaak [eenmanszaak verdachte C] , dat ook deze onderneming was gevestigd op de Vinkenslag in de gemeente Maastricht en dat hij in de tenlastegelegde periode aldaar de feitelijk leidinggever was. [vennootschap verdachte D Ltd.] kocht onder toepassing van het 0%-tarief auto’s in. Daarna werden deze auto’s door [vennootschap verdachte D Ltd.] volgens de verkoopfacturen intracommunautair geleverd aan [Italiaanse vennootschap SaP SRL] . In de administratie van [vennootschap verdachte D Ltd.] zijn in dit kader 46 facturen aangetroffen die zien op de periode 2 januari 2004 tot en met 27 februari 2004, waarvan er 11 gespecificeerd zijn in de tenlastelegging onder feit 5. Onderzoek door de FIOD heeft uitgewezen dat de auto’s niet zijn vervoerd naar het op de verkoopfacturen en vrachtbrieven vermelde Italiaanse bedrijf [Italiaanse vennootschap SaP SRL] , maar naar [Italiaanse vennootschap NG SRL] te Licata. Transporteur [Italiaanse transporteur] , die enkele van de auto’s heeft vervoerd, heeft als getuige verklaard dat de vrachtbrieven telkens transporten betroffen voor [Italiaanse vennootschap NG SRL] en dat hij voor [Italiaanse vennootschap SaP SRL] nimmer transporten heeft verzorgd. Ter zake van het bedrijf [Italiaanse vennootschap SaP SRL] is uit onderzoek naar voren gekomen dat jegens deze rechtspersoon op 3 februari 2004 een faillissementsprocedure is gestart, welke op 12 februari 2006 is afgesloten. Voordien was dit bedrijf niet actief in de autohandel. Uit de omstandigheid, dat de goederen niet zijn vervoerd naar het op de verkoopfactuur vermelde [Italiaanse vennootschap SaP SRL] volgt niet dat dit bedrijf niet de afnemer was. Immers, alsdan kan er sprake zijn van een zogenoemde A-B-C-transactie waarbij leveringen plaatsvinden tussen A en B en vervolgens B en C en de betrokken goederen rechtstreeks van A naar C worden vervoerd. Uit het achteraf vastgestelde feit, dat [Italiaanse vennootschap SaP SRL] ten tijde van de tenlastegelegde periode in een faillissementsprocedure was betrokken en evenmin voordien actief is geweest in de autohandel volgt dat de aan dit bedrijf gerichte verkoopfacturen niet overeenkomstig de waarheid zijn opgesteld, aangezien de afnemer een ander Italiaans bedrijf was dan op de verkoopfactuur is voorgewend. Het hof ziet zich bij de beoordeling van de vraag of de verdachte zich aan het onder feit 5 ten laste gelegde schuldig heeft gemaakt mede voor de vraag gesteld of wetti