GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH Afdeling civiel recht Uitspraak : 8 februari 2018 Zaaknummer : 200.229.257/01 Zaaknummer 1e aanleg : C/02/335507 / JE RK 17-1705 in de zaak in hoger beroep van: [appellant] , thans verblijvende in de justitiële jeugdinrichting Het Keerpunt te [verblijfplaats] , appellant, hierna te noemen: [appellant] , advocaat: mr. L.E. Swart, tegen William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te [vestigingsplaats] , verweerster, hierna te noemen: de GI. Als belanghebbenden in deze zaak worden aangemerkt: - [belanghebbende 1] (hierna te noemen: de moeder); - [belanghebbende 2] (hierna te noemen: de vader). In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie [locatie] , hierna te noemen: de raad. 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 8 november 2017. 2Het geding in hoger beroep 2.1. Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 13 december 2017, heeft [appellant] verzocht voormelde beschikking te vernietigen, voor zover het de machtiging gesloten jeugdhulp betreft en, opnieuw rechtdoende: primair: het verzoek van de GI om een machtiging gesloten jeugdhulp voor de duur van één jaar te verlenen alsnog af te wijzen als zijnde ongegrond en/of onbewezen; subsidiair: indien en voor zover het hof oordeelt dat is voldaan aan de wettelijke vereisten en dat het hof oordeelt dat het verzoek van de GI toegewezen dient te worden, de machtiging gesloten jeugdhulp in duur te beperken voor de periode van 8 november 2017 tot uiterlijk (naar het hof begrijpt:) 8 februari 2018. 2.2. Bij verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 8 januari 2018, heeft de GI verzocht het door [appellant] ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel af te wijzen en de beschikking waarvan beroep te bekrachtigen. 2.3. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 15 januari 2018. Bij die gelegenheid zijn gehoord: - [appellant] , bijgestaan door mr. Swart; - de GI, vertegenwoordigd door mevrouw [vertegenwoordiger van de GI] ; - de moeder. Voor de moeder is mevrouw K. van Diejen-Ali opgetreden als tolk in de Somalische taal. 2.3.1. De vader en de raad zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen. 2.4.1. Na de mondelinge behandeling in hoger beroep is op verzoek van het hof op 29 januari 2018 door de GI een instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper ex artikel 6.1.2 lid 6 van de Jeugdwet (Jw) d.d. 21 januari 2018 overgelegd. 2.4.2. Na de zitting heeft het hof voorts nog kennisgenomen van het journaalbericht van de advocaat van [appellant] met als bijlage het proces-verbaal van de behandeling ter zitting in eerste aanleg van 30 oktober 2017, ingekomen ter griffie op 26 januari 2018. 3De beoordeling 3.1. Uit het huwelijk van de moeder en de vader is – voor zover hier van belang – op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats] (Somalië), [appellant] geboren. De moeder en de vader oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag over [appellant] uit. 3.2. [appellant] , de moeder en de vader bezitten de Somalische nationaliteit. 3.3. Vanaf juli 2013 heeft [appellant] in verschillende accommodaties voor gesloten jeugdhulp verbleven. 3.4. [appellant] staat sinds 9 februari 2016 onder toezicht van de GI. Bij beschikking van 8 september 2017 is aan de GI een (spoed)machtiging gesloten jeugdhulp verleend tot 29 september 2017. Bij beschikking van 27 september 2017 is een machtiging gesloten jeugdhulp verleend tot 9 november 2017. 3.5. [appellant] heeft tot 9 december 2017 – met uitzondering van een kortdurende correctieplaatsing in Almata te [verblijfplaats] – bij Icarus te [verblijfplaats] verbleven. [appellant] verblijft sinds 9 december 2017 – in het kader van een voorlopige hechtenis – in de justitiële jeugdinrichting Het Keerpunt te [verblijfplaats] . 3.6. Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank de ondertoezichtstelling van [appellant] verlengd met ingang van 8 november 2017 tot 8 november 2018 en een machtiging gesloten jeugdhulp verleend van 8 november 2017 tot uiterlijk 8 mei 2018. 3.7. [appellant] kan zich met deze beslissing niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen. Het hoger beroep van [appellant] is niet gericht tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling. 3.8. [appellant] voert in het beroepschrift, zoals aangevuld ter zitting – kort samengevat – aan dat de rechtbank ten onrechte de machtiging gesloten jeugdhulp heeft verleend voor een periode van zes maanden; hij kan zich (naar het hof begrijpt:) subsidiair wel verenigen met een verlenging voor een periode van drie maanden. Ter zitting van het hof heeft [appellant] het hof verzocht te beoordelen of de door de rechtbank verleende machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp terecht is verleend. [appellant] stelt dat hij binnen de gesloten setting niet kan werken aan zijn toekomst; in zijn ogen wordt hij hierin tegengewerkt. [appellant] weet niet wat zijn toekomstbeeld is en hij maakt zich daar ernstige zorgen over. Hij heeft sinds zijn komst naar Nederland in 2012 af en aan in (gesloten) instellingen verbleven en tot op heden zonder resultaat. Er wordt door de GI niet toegewerkt naar een plaatsing in een open setting; [appellant] wenst op korte termijn naar een open setting te gaan dan wel thuis te worden geplaatst. Voorts worden er door de GI telkens allerlei zaken met [appellant] afgesproken die dan later niet zo blijken te zijn. Begrip is het sleutelwoord in deze zaak; er worden veel dingen niet begrepen. [appellant] voert verder aan dat een verblijf binnen een gesloten setting niet meer noodzakelijk is omdat geen sprake meer is van ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen. [appellant] heeft ingezien dat zijn gedrag alleen maar een averechts effect heeft gehad. [appellant] kan zich beter beheersen en hij gedraagt zich thans goed. Hij verleent zijn medewerking waar nodig. [appellant] wenst dat er door de GI concreet naar zijn toekomst wordt gekeken en dat er vervolgens een duidelijk plan wordt gemaakt met specifieke stappen. [appellant] is van mening dat de afwachtende houding van de GI niet meer kan. Ter zitting van het hof heeft [appellant] hieraan toegevoegd dat het thans onduidelijk is waar hij – na afloop van de voorlopige hechtenis – in het civielrechtelijke traject kan worden geplaatst. Na de uitslag van het dubbel Persoonlijkheidsonderzoek (hierna: dubbel PO) wordt dit pas duidelijk. 3.9. De GI voert in het verweerschrift, zoals aangevuld ter zitting – kort samengevat – aan dat nog steeds aan de gronden voor de plaatsing van [appellant] in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp wordt voldaan. De GI wil graag samen met [appellant] werken aan zijn toekomst en ook bekijken of er aan zijn wens kan worden voldaan om dichter bij huis te worden geplaatst. De GI is daarbij echter afhankelijk van de plaatsingsmogelijkheden en de uitkomsten van het dubbel PO van [appellant] ; de uitslag hiervan is leidend voor de GI. Aan [appellant] is in april 2017 een kans geboden om aan zijn toekomst te werken, welke hij niet volledig heeft benut. Het is [appellant] destijds niet gelukt om gemotiveerd te blijven. [appellant] is in die periode meerdere malen in aanraking gekomen met de politie, onder andere ter zake het geweldsmisdrijf waarvoor hij thans in voorlopige hechtenis zit. De GI streeft er naar, ruim voordat [appellant] meerderjarig wordt het leven van [appellant] een positieve richting op te laten gaan. De GI heeft ter zitting – desgevraagd – verklaard dat de machtiging gesloten plaatsing sinds 9 december 2017 niet meer door de GI ten uitvoer wordt gelegd, omdat [appellant] in het kader van een voorlopige hechtenis in Het Keerpunt verblijft. De GI heeft voorts verklaard dat een plaatsing van [appellant] binnen een open setting of een thuisplaatsing op dit moment geen reële optie is. Het is voor [appellant] moeilijk te begrijpen dat er een civielrechtelijke en strafrechtelijke procedure naast elkaar lopen. 3.10. De moeder voert ter zitting ter zitting – kort samengevat – aan dat [appellant] in het verleden telkens nadat hij in een gesloten setting had verbleven geen structuur geboden kreeg. De moeder heeft daarop zelf hulp voor [appellant] ingeschakeld, maar dit resulteerde dan weer in een nieuwe gesloten plaatsing. [appellant] heeft van de GI geen begeleiding en geestelijke hulpverlening gekregen. De moeder is van mening dat [appellant] hulp moet krijgen zodat hij zich kan ontwikkelen en vooruitgang kan boeken. [appellant] wordt – naar de mening van de moeder – onrechtvaardig behandeld. 3.11. Het hof overweegt het volgende. Rechtsmacht en toepasselijk recht 3.11.1. Gelet op het bepaalde in artikel 8 van de Verordening (EG) nr. 2201/2003 (de Verordening Brussel II-bis) komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe, aangezien [appellant] ten tijde van de indiening van het inleidend gedingstuk zijn gewone verblijfplaats in Nederland had. Ingevolge artikel 15 lid 1 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 (Trb. 1997, 299) is Nederlands recht van toepassing. Inhoudelijke behoordeling 3.11.2. Ingevolge artikel 6.1.1 lid 2 Jw is de minderjarige in zaken betrekking hebbende op jeugdhulp als bedoeld in artikel 6.1.2 Jw bekwaam om in rechte op te treden. Op die grond komt aan [appellant] een zelfstandig recht van hoger beroep toe. 3.11.3. Op grond van het bepaalde in artikel 6.1.2 lid 1 Jw kan de rechter op verzoek een machtiging verlenen om een jeugdige in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven. Gelet op artikel 6.1.2 lid 2 Jw staat ter beoordeling of: er bij [appellant] sprake is van ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren, en; de opneming en het verblijf noodzakelijk zijn om te voorkomen dat [appellant] zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. 3.11.4. Een machtiging kan op grond van artikel 6.1.2 lid 3 Jw bovendien slechts worden verleend indien (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.