GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Kenmerken: 16/03834 en 16/03835 Proces-verbaal van de mondelinge tussenuitspraak op het hoger beroep van: de heer [belanghebbende] , wonende te [woonplaats] (Australië), te dezer zake domicilie gekozen hebbende te [domicilie], hierna: belanghebbende, tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de Rechtbank) van 16 september 2016, zaaknummers BRE 15/7049 en 15/7050, betreffende het geding tussen: belanghebbende, en de inspecteur van de Belastingdienst, hierna: de Inspecteur, inzake de aan belanghebbende voor de jaren 2011 en 2012 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. Het onderzoek ter zitting Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgehad op 8 februari 2018 te ’s-Hertogenbosch. Aldaar zijn partijen niet verschenen. De griffier heeft partijen bij brief van 22 januari 2018 namens de voorzitter van de behandelende meervoudige kamer medegedeeld dat partijen niet aanwezig hoeven te zijn bij het onderzoek ter zitting omdat, naar het voorlopige oordeel van het Hof, de zaken ter verdere behandeling en beslissing moeten worden verwezen naar een ander gerechtshof. Na de sluiting van het onderzoek ter zitting heeft het Hof onmiddellijk de volgende mondelinge tussenuitspraak gedaan. De beslissing Het Hof: - verwijst de zaken in de stand waarin deze zich bevinden ter verdere behandeling en beslissing naar het gerechtshof Den Haag; en - gelast de griffier het gehele procesdossier met een afschrift van deze uitspraak te zenden aan het gerechtshof Den Haag. De gronden
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.