GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Afdeling strafrecht Parketnummer 1e aanleg : [nummer] Parketnummer : [nummer] Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft gezien de vordering van de advocaat-generaal van [datum] strekkende tot verlenging van de geldigheidsduur van het bevel tot gevangenhouding van [verdachte] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] wonende te [adres] thans gedetineerd te [detentieplaats] Dit bevel is op grond van artikel 66, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, van kracht tot [datum] . Het hof heeft gezien de vordering van de advocaat-generaal tot verlenging van de gevangenhouding. Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal, de verdachte en haar raadsman. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van het hof voor wat betreft de verlenging van de gevangenhouding. Namens verdachte is verzocht de voorlopige hechtenis te schorsen. Het hof heeft kennis genomen van relevante stukken uit het dossier. Daaruit blijkt dat verdachte bij vonnis van [datum] in eerste aanleg veroordeeld is tot onder meer een gevangenisstraf voor de duur van zes jaar met aftrek wegens kort gezegd medeplichtigheid aan moord. Tegen dit vonnis is verdachte tijdig in beroep gekomen. De voorlopige hechtenis van verdachte is bij beslissing van de rechtbank op [datum] geschorst. Deze schorsing is bij even vermeld vonnis opgeheven aangezien de rechtbank van oordeel is dat het belang van de samenleving en de belangen van de nabestaanden van het slachtoffer vereisen dat verdachte (weer) vast komt te zitten, ook al zou dat in afwachting zijn van een uitspraak in hoger beroep. Namens verdachte is betoogd dat nu de voorlopige hechtenis eerder gedurende lange tijd is geschorst er thans geen reden is om de voorlopige hechtenis weer te doen herleven door het opheffen van de schorsing. Voorts is aangevoerd dat verdachte psychische problemen heeft, haar woning wil behouden en de zorg voor haar dieren heeft. Het hof overweegt als volgt. Verdachte is tot een langdurige gevangenisstraf veroordeeld wegens medeplichtigheid aan moord. Door het veroordelend vonnis is de vrijheidsbeneming van verdachte niet langer gebaseerd op artikel 5 lid 1 sub c EVRM maar op artikel 5 lid 1 sub a EVRM waarin is bepaald dat het recht op vrijheid is uitgezonderd wanneer de verdachte op rechtmatige wijze is gedetineerd na veroordeling door een daartoe bevoegde rechter. In een dergelijk geval is het uitgangspunt dat de verdachte haar berechting in vrijheid mag afwachten niet zonder meer nog aan de orde nu er sprake is van een berechting en een veroordelend vonnis door een daartoe bevoegde rechter. Daaraan doet volgens vaste rechtspraak van het EHRM niet af dat het vonnis nog niet in kracht van gewijsde is gegaan. Dat laat onverlet dat ook in geval van een veroordelend vonnis een afweging van belangen dient plaats te vinden waarbij naar het oordeel van het hof heeft te gelden dat aan de persoonlijke belangen van de verdachte zwaardere eisen gesteld mogen worden. Daarbij zal het dienen te gaan om bijzonder zwaarwichtige belangen de persoon van de verdachte betreffende op basis waarvan het belang dat de samenleving heeft bij voortzetting van de voorlopige hechtenis dient te wijken voor het persoonlijk belang dat verdachte heeft bij het in vrijheid afwachten van de berechting in hoger beroep. De rechtbank heeft die hernieuwde afweging gemaakt en het hof stemt in met deze afweging en de motivering ervan, nu de namens verdachte naar voren gebrachte persoonlijke omstandigheden door het hof niet worden beschouwd als voldoende bijzonder zwaarwichtig. Het hof wijst toe de vordering tot verlenging van de gevangenhouding voor de duur van 120 dagen en wijst af het verzoek tot schorsing. BESCHIKKENDE: Verlengt de geldigheidsduur van het bevel tot gevangenhouding van verdachte voor een termijn van honderdtwintig dagen. Wijst af het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis. Aldus gedaan op 8 februari 2018 door mr. R.A.T.M. Dekkers, voorzitter, mr. F.J.M. Walstock en mr. G.P.M.F. Mols, raadsheren, in tegenwoordigheid van mw. B. Yazi-Koçyilmaz, griffier. De advocaat-generaal gelast de tenuitvoerlegging van vorenstaande beschikking en brengt deze ter kennis van verdachte. ’s-Hertogenbosch, 8 februari 2018 De advocaat-generaal, Gezien d.d. De Directeur van thans gedetineerd te [detentieplaats]
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.