GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team handelsrecht zaaknummer 200.227.965/01 arrest van 23 april 2019 in de zaak van [appellante] , wonende te [woonplaats] (België), appellante, advocaat: mr. R. el Bellaj te Tilburg, tegen [geïntimeerde] , wonende te [woonplaats] , geïntimeerde, advocaat: mr. A.W. Hoogland te Den Helder, op het bij exploot van dagvaarding van 20 november 2017 ingeleide hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (locatie Breda) gewezen vonnis van 27 september 2017 tussen appellante – [appellante] – als gedaagde en geïntimeerde – [geïntimeerde] – als eiser. 1Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnr. 5779450 CV EXPL 17-1209) Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis en naar het in dezelfde zaak gewezen tussenvonnis van 24 mei 2017. 2Het geding in hoger beroep Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding in hoger beroep; - de memorie van grieven, met producties; - de memorie van antwoord. Partijen hebben arrest gevraagd. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg. 3De beoordeling 3.1. Tussen partijen staat als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken het volgende vast. [geïntimeerde] heeft op 18 oktober 2015 de woonwagen van [appellante] bezichtigd. De woonwagen bevond zich op dat moment op kavel [kavel] van Recreatiepark [het recreatiepark] (hierna [het recreatiepark] ) aan het adres [adres] te [vestigingsplaats] . Op 29 oktober 2015 is tussen partijen een koopovereenkomst ten aanzien van de woonwagen voor een bedrag van € 15.000,00 tot stand gekomen. De levering zou plaatsvinden op 21 december 2015. In artikel 2.1 van de koopovereenkomst staat: “De overdracht en levering van de woonwagen door verkoper aan koper geschiedt door afgifte van de sleutels aan koper.” [geïntimeerde] heeft op 29 oktober 2015 een bedrag van € 2.000,00 betaald aan [appellante] en op 17 december 2015 een bedrag van € 13.000,00. [appellante] heeft op 20 december 2015 aan [geïntimeerde] geschreven: “(…) door ernstige omstandigheden kan ik er morgen niet op tijd zijn (…). Maar de huissleutels liggen bij de voordeur op het trappetje in het bakje van dat nepplantje (…).” [het recreatiepark] heeft op 21 december 2015 geweigerd aan [geïntimeerde] medewerking te verlenen om de caravan van het terrein te verwijderen wegens een door [het recreatiepark] gestelde betalingsachterstand ter zake van perceelhuur en nutsvoorzieningen. [geïntimeerde] heeft daarop [het recreatiepark] in rechte betrokken. In het vonnis van 19 juli 2016 (productie 6 bij inleidende dagvaarding) heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (locatie Breda) geoordeeld dat aan [het recreatiepark] een retentierecht toekomt op grond waarvan zij de woonwagen onder zich kan houden totdat haar vordering is betaald. De vordering van [geïntimeerde] tot afgifte van de woonwagen is afgewezen en [geïntimeerde] is veroordeeld in de kosten van de procedure van € 619,00. [geïntimeerde] heeft de koopovereenkomst ontbonden bij brief van 11 november 2016. 3.2. [geïntimeerde] heeft in eerste aanleg gevorderd: - primair voor recht te verklaren dat [geïntimeerde] gerechtigd is de koopovereenkomst te vernietigen op basis van dwaling en bedrog; - subsidiair de koopovereenkomst te ontbinden; - voor recht te verklaren dat [geïntimeerde] geen gebruiksvergoeding is verschuldigd; - [appellante] te veroordelen tot betaling van € 15.000,00 aan hem, te vermeerderen met rente, buitengerechtelijke kosten en de kosten van het geding. [geïntimeerde] legt aan zijn vorderingen de koopovereenkomst ten grondslag. [appellante] heeft verweer gevoerd. 3.3. De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis voor recht verklaard dat [geïntimeerde] gerechtigd was de koopovereenkomst te ontbinden en [appellante] veroordeeld € 15.000,00 aan [geïntimeerde] te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente, met veroordeling van [appellante] in de kosten van het geding. 3.4. [appellante] heeft in hoger beroep drie grieven aangevoerd. Zij heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden vonnis en tot afwijzing van het gevorderde. [geïntimeerde] heeft in hoger beroep verweer gevoerd. Hij heeft geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis. 3.5. Dit geschil heeft internationale aspecten omdat [appellante] woonplaats in België heeft. Voor de rechtsmacht van de Nederlandse rechter is bepalend het moment dat de inleidende dagvaarding werd uitgebracht. Nu deze na 10 januari 2015 is uitgebracht, is bepalend de EEX-Verordening 1215/2012 die voor zover relevant in artikel 7 lid 1 bepaalt dat: “Een persoon die woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat, (…) in een andere lidstaat voor de volgende gerechten [hof: kan] worden opgeroepen:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.