Parketnummer : 20-002038-18 Uitspraak : 10 juli 2019 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 7 juni 2018 in de strafzaak met parketnummer 01-865039-18 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , wonende te [adres] Hoger beroep Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen, opnieuw rechtdoende de verdachte zal vrijspreken van het onder 2 primair ten laste gelegde, het onder 1 en 2 subsidiair ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken met aftrek van voorarrest. De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot schadevergoeding van een bedrag van € 400,00 van de benadeelde partij [verbalisant 2] volledig kan worden toegewezen. Daarbij dient de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht te worden opgelegd. Door en namens verdachte is bepleit dat hij integraal zal worden vrijgesproken van het onder 2 ten laste gelegde. De verdediging heeft zich voor wat betreft het onder 1 ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van het hof. Vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechter in eerste aanleg. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: 1.hij op of omstreeks 19 maart 2018 te Eindhoven, uit een auto (Skoda Octavia) een rugtas (met daarin een paspoort, diverse boeken, een notitieblok en/of communicatiemiddelen voor de computer), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [benadeelde] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen rugtas (met inhoud) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking; 2.hij op of omstreeks 19 maart 2018 te Eindhoven ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [verbalisant 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen op het moment dat voornoemde [verbalisant 2] zich bevond tussen een paal/zuil en het portier van de auto waarin hij, verdachte, als bestuurder zat, in ieder geval voornoemde [verbalisant 2] zich bevond op (zeer) korte afstand van die auto, hij, verdachte, met deze auto is weggereden, en/of tijdens dit wegrijden voornoemde [verbalisant 2] heeft geraakt terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 19 maart 2018 te Eindhoven [verbalisant 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers is verdachte toen daar opzettelijk dreigend op het moment dat voornoemde [verbalisant 2] zich bevond tussen een paal/zuil en het portier, van de auto waarin hij, verdachte, als bestuurder zat, in ieder geval voornoemde [verbalisant 2] zich bevond op (zeer) korte afstand van die auto, hij, verdachte, met deze auto weggereden, en/of heeft tijdens dit wegrijden voornoemde [verbalisant 2] geraakt. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Vrijspraak van feit 2 Met de advocaat-generaal en de verdediging is het hof van oordeel dat de verdachte van het onder 2 primair ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. Op basis van de voorhanden zijnde stukken en het verhandelde ter terechtzitting kan niet worden vastgesteld dat het handelen van de verdachte, onder de omstandigheden waarin dit is verricht, een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel met zich brengt. Ten aanzien van het onder 2 subsidiair ten laste gelegde overweegt het hof als volgt. Het hof stelt voorop dat voor bedreiging met één van de in artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht genoemde misdrijven is vereist dat de bedreiging is geschied onder zodanige omstandigheden dat bij het slachtoffer de redelijke vrees kon ontstaan dat aan de bedreiging uitvoering zou kunnen worden gegeven, dat het opzet van verdachte op het teweegbrengen van zulk een indruk was gericht en dat het slachtoffer van de bedreiging kennis heeft genomen. Aan de hand van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting stelt het hof de volgende feiten en omstandigheden vast. Op 19 maart 2018 heeft de politie een gerichte postactie gehouden in parkeergarage Hooghuis, gelegen aan de Keizersgracht 9A te Eindhoven. Dit naar aanleiding van auto-inbraken in het centrum van de gemeente Eindhoven. Verbalisant [verbalisant 1] zag dat de verdachte, die als bestuurder van een Seat Ibiza, voorzien van het kenteken [kenteken] optrad, uit de auto stapte, in een andere, geparkeerde personenauto (naar later bleek een Skoda Octavia) keek, een ruit van dat voertuig insloeg en een tas uit het voertuig pakte. Hij zag dat de verdachte daarna weer in zijn eigen auto ging zitten en naar de uitgang van de parkeergarage reed. Verbalisant [verbalisant 2] heeft in zijn aangifte verklaard dat hij van zijn collega opdracht kreeg om de verdachte aan te houden, waarop hij naar de in- en uitgang van de parkeergarage is gerend. Hij is in de richting van de slagbomen van de parkeergarage gelopen. Hij zag dat een Seat Ibiza voor de slagboom stilstond. Hij heeft zijn politielegitimatiebewijs gepakt en omhoog gehouden en met luide stem geroepen: 'Politie, politie. Je bent aangehouden, motor uit en handen op het stuur.' Verbalisant [verbalisant 2] stond op dat moment op de rijbaan, tussen het bestuurdersportier van de auto en de paal van de slagboom. De slagboom was op dat moment nog dicht. De kolommen van de slagbomen staan op een verhoging, een soort middengeleider. Hij zag dat de bestuurder van de personenauto de auto in de versnelling zette en dat hij gas gaf, waarop de auto in beweging kwam. De slagboom was toen open. De auto is hierop met verhoogde snelheid de parkeergarage uit gereden, waar door andere collega's een blokkade was opgeworpen. Verbalisant [verbalisant 2] heeft verklaard: 'Ik zag dat de Seat Ibiza in beweging kwam. (...) Voor mijn gevoel stond ik op dat moment ter hoogte van de kolom waarop de slagboom stond voor het inrijdend verkeer en het nemen van een nieuw parkeerticket. Ik voelde dat de auto tegen mijn arm of been aan kwam. Ik had het gevoel dat ik nergens naartoe kon. (...) Ik [stond] erg dicht op de auto en dat zorgde ook voor het beangstigende gevoel. (...) Ik had het gevoel dat ik klem kwam te zitten tussen de paal/kolom van de slagboom en de Seat Ibiza. (...) Het is een grote en vermoedelijk zware zuil, die me veel letsel had kunnen bezorgen, als ik tussen de auto en de zuil in zou komen.' Het hof stelt vast dat de verdachte, nadat hij door verbalisant [verbalisant 2] was aangesproken, met een verhoogde snelheid de parkeergarage uit is gereden, terwijl verbalisant [verbalisant 2] zich naast de personenauto van de verdachte bevond. Uit het voorgaande kan het hof evenwel niet afleiden dat de verdachte enige handeling heeft verricht, die was gericht tegen verbalisant [verbalisant 2] . Deze constatering wordt ondersteund door de verklaring die verbalisant [verbalisant 1] als getuige bij de raadsheer-commissaris heeft afgelegd op 30 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.