GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team Handelsrecht zaaknummer 200.244.738/01 arrest van 20 augustus 2019 in de zaak van [appellant] , wonende te [woonplaats] , appellant, advocaat: mr. R.A. Rila te Utrecht, tegen 1vof [makelaardij] Makelaardij , en haar vennoten 2. [geïntimeerde 2], 3. [geïntimeerde 3], gevestigd/wonende te [vestigingsplaats/woonplaats] , geïntimeerden, advocaat: mr. B.M. Stroetinga te Eindhoven, op het bij exploot van dagvaarding van 2 juli 2018 ingeleide hoger beroep van het door de rechtbank Oost-Brabant (locatie Eindhoven) gewezen vonnis van 4 april 2018 tussen appellant (hierna [appellant] ) als eiser en geïntimeerden (hierna gezamenlijk [geïntimeerde] , en de vof afzonderlijk [makelaardij] Makelaardij) als gedaagden. 1Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnr. C/01/320560 / HA ZA 17-300) Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis en het tussenvonnis van 6 september 2017. 2Het geding in hoger beroep Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding in hoger beroep; - de memorie van grieven; - de memorie van antwoord. Partijen hebben arrest gevraagd. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg. 3De beoordeling 3.1. Tussen partijen staat als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken het volgende vast (bestreden vonnis, 2). [appellant] heeft op 24 oktober 2013 de woning gelegen aan de [adres] te [plaats] (hierna: de woning) gekocht voor de prijs van € 213.750,00. Voorafgaand aan de koop heeft [appellant] de woning twee maal bezichtigd. [makelaardij] Makelaardij is bij deze koop opgetreden als verkoopmakelaar. [makelaardij] Makelaardij is aangesloten bij brancheorganisatie VastgoedPRO. Sinds 1 september 2010 is het voor bij VastgoedPRO aangesloten makelaars verplicht om woningen die zij aanbieden op te meten volgens de NEN-2580-meetinstructie. Op de website Funda.nl was vermeld dat de woning een woonoppervlakte had van 105 m². In de verkoopbrochure die [appellant] van [makelaardij] Makelaardij heeft ontvangen is onder meer vermeld: “Woonoppervlak: Ca. 105 m².” en “Brochure: (…) Indeling en afmetingen kunnen enigszins afwijken van de werkelijkheid.” In de brochure zijn de plattegronden van de begane grond en de 1e verdieping opgenomen die voorzien zijn van afmetingen, en daarbij is telkens vermeld: “Indeling en afmeting kunnen enigszins afwijken van de werkelijkheid.” [appellant] heeft bij e-mail van 18 november 2013 aan [makelaardij] Makelaardij geschreven dat de afmetingen van de begane grond afwijken van de gegevens in de verkoopbrochure. [makelaardij] Makelaardij heeft bij e-mail van 29 november 2013 aan [appellant] geschreven dat de afmetingen in de brochure niet correct zijn, dat [appellant] een aansprakelijkstelling kon sturen en dat de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar de kwestie in behandeling zou nemen. De woning is aan [appellant] geleverd op 29 november 2013. [appellant] heeft de oppervlakte van de woning volgens de richtlijnen NEN 2580:2007 NL (hierna: NEN 2580) laten meten. Daarbij is vastgesteld dat het “Totaal Gebruiksoppervlak Woonfunctie” 88,0 m² bedraagt. 3.2. [appellant] heeft in eerste aanleg samengevat gevorderd voor recht te verklaren dat [geïntimeerde] onrechtmatig heeft gehandeld en [geïntimeerde] hoofdelijk te veroordelen € 34.607,14 aan hem te betalen, te vermeerderen met rente en kosten (€ 250,00 voor expertisekosten, € 1.356,50 voor buitengerechtelijke kosten), met hoofdelijke veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van het geding. [appellant] heeft samengevat aan zijn vorderingen ten grondslag gelegd dat de afmetingen van de woning niet juist zijn en dat hij daardoor schade lijdt. [geïntimeerde] heeft verweer gevoerd. 3.3. De rechtbank heeft in het bestreden vonnis het gevorderde afgewezen en [appellant] in de proceskosten veroordeeld. 3.4. [appellant] heeft in hoger beroep drie grieven aangevoerd. Hij heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden vonnis en tot toewijzing van het gevorderde. [geïntimeerde] heeft geconcludeerd tot bekrachtiging. 3.5. Het geschil spitst zich in hoger beroep in de eerste plaats toe op de vraag of [geïntimeerde] onrechtmatig heeft gehandeld (grief 1). 3.6. Het hof neemt in aanmerking dat [geïntimeerde] een fout erkent (conclusie van antwoord, 9; memorie van antwoord, 5, 8). Het gaat volgens [geïntimeerde] om een rekenfout van [adviseur] – een adviseur die aan de hand van bouwtekeningen de afmetingen van de woning heeft berekend. De rekenfout brengt volgens [geïntimeerde] mee dat een onjuiste weergave van de afmetingen is gemaakt. [geïntimeerde] betwist niet de brochure met plattegronden ter hand te hebben gesteld aan [appellant] (inleidende dagvaarding, 3). 3.7. Partijen hebben gewezen op een arrest van de Hoge Raad van 13 juli 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1176). De Hoge Raad heeft overwogen: “3.4.1 De onderdelen stellen aldus aan de orde welke betekenis toekomt aan de meetinstructie voor het antwoord op de vraag of een daaraan gebonden makelaar onrechtmatig handelt jegens een aspirant-koper wanneer de makelaar in de verkoopinformatie een woonoppervlakte vermeldt die niet is gemeten volgens de meetinstructie en die afwijkt van de woonoppervlakte die zou hebben geresulteerd uit toepassing van de meetinstructie. Bij de behandeling van de onderdelen wordt het volgende vooropgesteld. 3.4.2 Een verkopend makelaar handelt onrechtmatig jegens een aspirant-koper indien de makelaar jegens deze niet de zorgvuldigheid betracht die in de omstandigheden van het geval van de makelaar mag worden verwacht. Daarvan kan onder meer sprake zijn indien de makelaar de aspirant-koper voorafgaand aan de verkoop onjuiste of misleidende informatie verstrekt over eigenschappen van de zaak waarvan hij moet begrijpen dat deze voor de (betrokken) koper bij diens aankoopbeslissing van belang kunnen zijn. Indien het om een woning gaat, behoort tot die eigenschappen in het algemeen de netto woon- of gebruiksoppervlakte. Bij de beoordeling of de makelaar, door het verstrekken van dergelijke onjuiste of misleidende informatie, onrechtmatig heeft gehandeld jegens de koper, komt het aan op het vertrouwen dat de koper in de omstandigheden van het geval aan de gegeven informatie mocht ontlenen (vgl. HR 17 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV6162, NJ 2012/290, rov. 3.4). 3.4.3 In zijn zojuist genoemde arrest heeft de Hoge Raad overwogen dat het antwoord op de vraag of – en zo ja, in hoeverre – een potentiële koper op de juistheid van de door een makelaar verstrekte informatie mag afgaan, onder meer afhankelijk is van eventuele mededelingen van de makelaar over de mate waarin hij voor de juistheid van die gegevens instaat (rov. 3.4). In zojuist genoemd arrest ging het om de verkoop (van een bedrijfspand), waarbij in de door de makelaar opgestelde verkoopbrochure was vermeld dat de daarin opgenomen gegevens gebaseerd waren op door de verkoper ter hand gestelde gegevens en tekeningen. In de onderhavige zaak gaat het echter om een verkoop ten aanzien waarvan het hof in rov. 3.9 – in cassatie onbestreden – heeft vastgesteld dat [eiseres] als NVM-makelaar de meetinstructie had moeten toepassen. 3.4.4 Het hof heeft vastgesteld dat de NVM toepassing van de meetinstructie voor de bij haar aangesloten makelaars verplicht heeft gesteld omdat derden erop moeten kunnen vertrouwen dat het woonoppervlak dat bij verkoop wordt vermeld niet de bruto maar de netto (gebruiks)oppervlakte betreft, bepaald volgens de zogenoemde NEN-2580 (rov. 3.7; zie ook rov. 3.13). Mede in het licht van de diverse uitspraken van de Raden van Toezicht en de Centrale Raad van Toezicht van de NVM die [verweerder] c.s. hebben overgelegd en waarop zij zich hebben beroepen, is die vaststelling geenszins onbegrijpelijk. Zo overwoog de Centrale Raad van Toezicht van de NVM in onder meer de – door het hof in rov. 3.9 genoemde – uitspraak van 6 juni 2013 (nr. 13-2442 CRvT): “Uitgangspunt is dat derden in beginsel op de inhoud van de in de verkoopdocumentatie opgenomen eigenschappen van het aangeboden object moeten kunnen afgaan bij het nemen van een aankoopbeslissing. Het behoort tot de taak van de verkopend makelaar om te vermijden dat op grond van de inhoud van de verkoopdocumentatie bij derden verwachtingen worden gewekt waarvan later blijkt dat daarvoor geen of onvoldoende grond bestaat. Dat geldt in het bijzonder voor de in de verkoopdocumentatie opgenomen gebruiksoppervlakte omdat de gegevens daarover voor potentiële kopers in het algemeen een belangrijk aspect vormen bij het nemen van een aankoopbeslissing.” De meetinstructie strekt derhalve tot bescherming van de belangen van de aspirant-kopers. 3.4.5 Aldus bepaalt de meetinstructie in belangrijke mate het vertrouwen dat kopers van woningen die worden aangeboden door NVM-makelaars, mogen ontlenen aan de in de verkoopinformatie genoemde woon- of gebruiksoppervlakte: in beginsel mogen zij ervan uitgaan dat de vermelde oppervlakte is gemeten met inachtneming van de meetinstructie en dus – afgezien van de in de meetinstructie zelf genoemde ondergeschikte afwijkingen ten gevolge van bijvoorbeeld interpretatieverschillen, afrondingen of beperkingen bij het uitvoeren van de meting – overeenkomt met het netto woonoppervlak van de woning. Dat kan anders zijn indien de aspirant-koper uit verklaringen of gedragingen van de zijde van de verkopend makelaar, eventueel in samenhang met andere omstandigheden van het geval, heeft moeten begrijpen dat de in de verkoopinformatie vermelde oppervlakte van de woning volgens een andere methode dan de door de meetinstructie voorgeschreven methode is gemeten (zie hiervoor in 3.1 onder (ii), slot), of indien de omstandigheden van het geval anderszins de koper aanleiding hadden moeten geven tot twijfel over de juistheid van de opgegeven oppervlakte. Stelplicht en bewijslast ter zake van dergelijke, aan het vertrouwen van de aspirant-koper afbreuk doende, verklaringen, gedragingen of andere omstandigheden, rusten op de betrokken NVM-makelaar. 3.4.6 De enkele vermelding in de verkoopbrochure dat daaraan geen rechten kunnen worden ontleend (zie hiervoor in 3.1 onder (iv)) is in dit verband onvoldoende. Een dergelijke standaardmededeling is op zichzelf niet specifiek genoeg om afbreuk te kunnen doen aan het vertrouwen dat de aspirant-koper, die geïnteresseerd is in een woning die wordt aangeboden door een NVM-makelaar, aan het verplichte karakter van die meetinstructie mag ontlenen. 3.4.7 Anders dan onderdeel 1.3 onder (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.