Parketnummer : 20-003856-18 Uitspraak : 28 augustus 2019 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 5 december 2018 in de strafzaak met parketnummer 01-196841-18 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , wonende te [adres] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte vrijgesproken van de aan hem primair ten laste gelegde diefstal. Ter zake van de subsidiair ten laste gelegde opzetheling is de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken. Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de politierechter zal vernietigen en opnieuw rechtdoende, de primair ten laste gelegde diefstal bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 weken. De verdediging heeft primair bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van hetgeen aan hem ten laste is gelegd. Subsidiair heeft de verdediging een straftoemetingsverweer gevoerd. Vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter. Tenlastelegging Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg – ten laste gelegd dat: primair hij op of omstreeks de periode van 4 oktober 2018 tot en met 5 oktober 2018 te Eindhoven een fiets, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [benadeelde] en/of de partner van [benadeelde] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; subsidiairhij op of omstreeks 5 oktober 2018 te Eindhoven, een goed, te weten een fiets heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Vrijspraak primair ten laste gelegde Op basis van de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting acht het hof niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de aan hem primair ten laste gelegde diefstal van een fiets. Aan dit oordeel ligt in het bijzonder ten grondslag dat het hof niet is gebleken van aanknopingspunten die erop duiden dat het de verdachte is geweest die de fiets heeft weggenomen. Bovendien is de tijdspanne tussen het moment waarop de fiets is weggenomen (tussen 4 oktober 2018 om 20:00 uur en 5 oktober 2018 om 08:00 uur) en het aantreffen van de fiets bij verdachte (op 5 oktober 2018 omstreeks 16:15 uur) niet van zodanige korte duur om op basis daarvan al de gerechtvaardigde conclusie te kunnen trekken dat het de verdachte is geweest die de fiets heeft weggenomen. Het hof zal de verdachte mitsdien vrijspreken van hetgeen primair aan hem ten laste is gelegd. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij omstreeks 5 oktober 2018 te Eindhoven, een goed, te weten een fiets voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewijsmiddelen Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht. Bewijsoverwegingen Algemene overweging De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd. Verweer van de verdediging strekkende tot vrijspraak Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdediging bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van de aan hem subsidiair ten laste gelegde heling. Daartoe is – kort gezegd – aangevoerd dat niet zonder meer duidelijk is dat de bij de verdachte aangetroffen fiets de fiets van aangever [benadeelde] betreft. Aangever [benadeelde] heeft weliswaar drie kenmerken van de fiets genoemd en de verbalisanten hebben gerelateerd dat die kenmerken waren te zien op de bij de verdachte aangetroffen fiets, maar de fiets is nadien niet aan aangever [benadeelde] getoond ter herkenning, althans daaromtrent is niets gerelateerd. De genoemde kenmerken zijn bovendien niet bijzonder specifiek, aldus de verdediging. Oordeel van het hof Op 5 oktober 2018 heeft aangever [benadeelde] aangifte gedaan ter zake van diefstal van een damesfiets. Het betrof een Gazelle Orange Nexus
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.