Afdeling strafrecht Parketnummer : 20-002774-17 Uitspraak : 6 februari 2019 TEGENSPRAAK Tussenarrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 24 augustus 2017 in de strafzaak met parketnummer 01-880491-16 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1983, thans verblijvende in [detentieadres] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep is verdachte wegens (kort gezegd) opzettelijke brandstichting, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en terwijl daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren, met aftrek van voorarrest. Tevens is beslist op de vorderingen van benadeelde partijen [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] , [benadeelde partij 3] , [benadeelde partij 4] , [benadeelde partij 5] en [benadeelde partij 6] is in de kosten van de verdachte veroordeeld. Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechter in eerste aanleg zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, zal bewezen verklaren hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd, zulks in dier voege dat: de verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde onderdeel medeplegen; dat enkel bewezen zal worden verklaard dat er levensgevaar voor [benadeelde partij 1] en een ander persoon, [betrokkene] , te duchten was; dat het gemeen gevaar voor goederen zich niet uitstrekt tot de belendende percelen; en verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren, met aftrek van voorarrest. Met betrekking tot de vorderingen van de benadeelde partijen heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof: de [benadeelde partij 5] niet-ontvankelijk zal verklaren in haar vordering; de vordering van de [benadeelde partij 4] zal toewijzen tot een bedrag van € 3.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk zal verklaren; de vordering van de [benadeelde partij 2] zal toewijzen tot een bedrag van € 3.042,32, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel; de vordering van de [benadeelde partij 1] zal toewijzen tot een bedrag van € 4.230,00, bestaande uit een bedrag van € 2.800,00 aan materiële schadevergoeding en een bedrag van € 1.430,00 aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel; de vordering van de [benadeelde partij 3] zal toewijzen tot een bedrag van € 2.200,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Door de verdediging is primair integrale vrijspraak bepleit. Subsidiair heeft de verdediging partiële vrijspraak bepleit ten aanzien van het onderdeel dat er gevaar voor personen te duchten was. Voorts heeft de verdediging een strafmaatverweer gevoerd. Ten aanzien van de vordering van de [benadeelde partij 5] heeft de verdediging primair verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in verband met de verzochte vrijspraak, subsidiair heeft de verdediging verzocht dat het hof de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal verklaren ten aanzien van het meer gevorderde bedrag in hoger beroep en meer subsidiair dat het hof het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk zal verklaren in verband met een onevenredige belasting van het strafgeding. Met betrekking tot de vordering van de [benadeelde partij 4] heeft de verdediging primair verzocht dat het hof de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal verklaren en subsidiair dat het hof deze vordering zal afwijzen ten aanzien van de meubels, de bedden, het bankstel en de stoelen. Voor het overige gedeelte van de vordering heeft de verdediging bepleit dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering dan wel dat de vordering wordt afgewezen en zich wat dat betreft gerefereerd aan het oordeel van het hof. Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij 2] , [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 3] heeft de verdediging primair verzocht dat het hof deze benadeelde partijen niet-ontvankelijk zal verklaren; subsidiair heeft de verdediging deze vorderingen betwist, waarbij de verdediging het hof heeft verzocht in ieder geval geen hogere bedragen toe te wijzen dan de rechtbank heeft toegewezen. Heropening van het onderzoek Tijdens de beraadslaging in raadkamer is het hof gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest, zodat het hof aanleiding ziet het onderzoek te heropenen. Het hof wenst, aan de hand van het beschikbare beeld- en fotomateriaal, één of meerdere deskundigen van het Nederlands Forensisch Instituut onderzoek op het vakgebied beeld, biometrie en visualisaties te laten verrichten naar: Is de persoon die op 24 juni 2016 bij café [naam café] in beeld is dezelfde persoon als verdachte? Is de auto in en uit het beeld rijdend op 24 juni 2016, dezelfde als de van (de vrouw van) verdachte zijnde [merk auto] met kenteken [kenteken] ? Hierbij dienen minimaal de volgende vragen/informatie te worden betrokken: Kan het kenteken van de auto in beeld (deels) zichtbaar worden gemaakt, en zo ja, wat is (deels) het kenteken? Is er een voorwerp zichtbaar op de ruit aan de linkerzijde van de auto op de camerabeelden? Zo ja: in hoeverre komt het in beslag genomen zonnescherm (foto pag. 062 van het dossier) overeen met dit voorwerp? De verdachte heeft een tatoeage in zijn nek (foto’s pagina 138-139 van het dossier). Is er een (deel van een) tatoeage zichtbaar in de nek van de persoon op de camerabeelden en, indien zichtbaar, in hoeverre komt deze overeen met de tatoeage van verdachte? In hoeverre komt de onder verdachte in beslag genomen kleding (als volgt omschreven in de kennisgevingen van inbeslagneming:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.