Parketnummer : 20-000554-18 Uitspraak : 22 november 2019 TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv) Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 13 februari 2018 in de strafzaak met parketnummer 02-235222-17 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] (Joegoslavië) op [geboortedag] 1993, wonende te [adres verdachte] Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van “opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Namens de verdachte is een strafmaatverweer gevoerd. Vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 21 november 2017 te Kapellebrug, gemeente Hulst , opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een valselijk opgemaakt en/of vervalst geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een rijbewijs (uit het land Macedonië) als ware het echt en onvervalst, door deze voorhanden te hebben en/of te tonen als ware het een echt rijbewijs, terwijl hij dit wist of redelijkerwijs behoorde te weten. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 21 november 2017 te Kapellebrug opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een valselijk opgemaakt geschrift, te weten een rijbewijs (uit het land Macedonië) als ware het echt en onvervalst, door deze te tonen als ware het een echt rijbewijs. Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewijsmiddelen Het hof volstaat op de voet van het bepaalde in artikel 359 lid 3 Wetboek van Strafvordering met de opgave van de bewijsmiddelen aangezien de verdachte, het bewezen verklaarde heeft bekend en er geen vrijspraak is bepleit: het proces-verbaal van aanhouding d.d. 22 november 2017, opgemaakt door [verbalisant 1] (pag. 11 – 12); de kennisgeving van inbeslagneming d.d. 22 november 2017, opgemaakt door [verbalisant 1] (ongenummerd); het proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 november 2017, opgemaakt door [verbalisant 2] en [verbalisant 3] (pag. 19 – 21); het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 22 november 2017, opgemaakt door [verbalisant 4] en [verbalisant 5] , inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte (pag. 15 – 17). Bewijsoverwegingen De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde levert op: opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar. Strafbaarheid van de verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde. Op te leggen sanctie Namens de verdachte is verzocht te volstaan met oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand dan wel 2 maanden, eventueel gecombineerd met een geldboete of een taakstraf. De raadsvrouw heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte een first offender is. Voorts heeft verdachte op 22 november 2017 verklaard dat zijn vrouw zwanger was. Het is de bedoeling dat verdachte binnen afzienbare tijd aan het werk gaat om inkomen te genereren. De oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal dit proces enkel vertragen. Daarnaast heeft de raadsvrouw verzocht aansluiting te zoeken bij de jurisprudentie, in het bijzonder de uitspraak van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 23 mei 2006, ECLI:NL:GHSHE:2006:AX5657 en de uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 20 juli 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.