GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Afdeling strafrecht Bijzondere zaak, nummer: [nummer] Parketnummer 1e aanleg: [nummer] Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft gezien de akte van de griffier van de [rechtbank] van [datum] , waarbij namens: [naam verdachte] geboren [geboortedatum] te [geboorteplaats] zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande thans verblijvende in [detentieplaats] hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking van de [rechtbank] van [datum] , bij welke beschikking de gevangenhouding van [naam verdachte] werd bevolen. Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep. Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door zijn raadsvrouw. Het hof heeft kennis genomen van de akte rechtsmiddel waaruit blijkt dat namens verdachte tijdig beroep is aangetekend tegen het bevel gevangenhouding voor de duur van 90 dagen. Het hof heeft kennis genomen van het dossier. Uit het dossier blijkt onder meer het volgende. Verdachte wordt verweten moord en gekwalificeerde diefstal, meermalen gepleegd. Verdachte is in het kader van de erkenning van strafvonnissen vanuit Frankrijk overgebracht naar Nederland en is in ons land aangekomen op [datum] . Verdachte is in Frankrijk veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaar wegens kort gezegd, invoer van en voorhanden hebben van ongeveer twee kilo cocaïne. Het restant van de in Frankrijk opgelegde straf wordt in ons land ten uitvoer gelegd. Op [datum] is verdachte voor de nieuwe feiten aangehouden en in verzekering gesteld. Vervolgens is door de rechter commissaris een bevel bewaring gegeven. De bewaring is vervolgens geschorst ter fine van de executie van de gevangenisstraf welke in Frankrijk is opgelegd en aan Nederland is overgedragen. De rechtbank heeft vervolgens, na hoger beroep door de officier van justitie, de voorwaarden van de schorsing gewijzigd in dier voege dat de schorsing eindigt zodra de detentiefasering een aanvang neemt. Het onderzoek ter terechtzitting is aangevangen op [datum] . De rechtbank heeft ter zitting op vordering van de officier van justitie de schorsing van de bewaring opgeheven en het bevel gevangenhouding verleend. De rechtbank heeft het verzoek tot schorsing van de gevangenhouding afgewezen. Tegen de beslissing tot verlening van het bevel gevangenhouding is thans het beroep gericht. De raadsvrouw heeft op voorhand per e-mail aan het hof bericht dat het bezwaar tegen het bevel tot gevangenhouding zit in het afgewezen verzoek tot schorsing. Tijdens de behandeling in raadkamer heeft de raadsvrouw naar voren gebracht geen bezwaar te hebben tegen het bevel tot gevangenhouding en zij heeft vervolgens mondeling een verzoek tot schorsing gedaan ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de straf welke geëxecuteerd werd op het moment dat verdachte voor de onderhavige zaak in voorlopige hechtenis werd genomen. Het hof zal verdachte niet-ontvankelijk verklaren in zijn beroep nu namens hem te kennen is gegeven dat hij geen bezwaar heeft tegen het bevel tot gevangenhouding waardoor verdachte geen belang meer heeft bij het tegen het bevel tot gevangenhouding ingediende beroep. De beroepsmogelijkheid ex artikel 406 van het Wetboek van Strafvordering is niet bedoeld om een rechtsingang te creëren teneinde bezwaar te maken tegen de afwijzing van een verzoek tot schorsing, tegen welke beslissing hoger beroep niet mogelijk is. BESCHIKKENDE IN HOGER BEROEP: Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Aldus gedaan op 24 januari 2019 door mr. E.A.A.M. Pfeil, voorzitter, mr. F.J.M. Walstock en mr. G.P.M.F. Mols, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. R.M. Gloudemans, griffier. De advocaat-generaal bij dit Gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van verdachte. 's-Hertogenbosch, 24 januari 2019 Gezien d.d. De directeur van [detentieplaats]
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.