← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2019:4578

Parketnummer : 20-003048-17 Uitspraak : 5 december 2019 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 18 september 2017 in de strafzaak met parketnummer 02-810510-13 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum] zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande. Hoger beroep De verdachte en de officier van justitie hebben tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Ontvankelijkheid van het hoger beroep Het hoger beroep van de verdachte is onbeperkt ingesteld en richt zich aldus mede tegen de vrijspraak door de rechtbank van het onder 4 ten laste gelegde. Gelet op het bepaalde in artikel 404, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor een verdachte geen hoger beroep open tegen een vrijspraak. Het hof zal verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep voor zover dit is gericht tegen deze vrijspraak. Ook het hoger beroep van de officier van justitie is onbeperkt ingesteld en richt zich aldus mede tegen de vrijspraak door de rechtbank van het onder 4 ten laste gelegde. Bij appelschriftuur heeft de officier van justitie evenwel aangegeven dat het hoger beroep alleen is gericht tegen de beslissing van de rechtbank om het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren met betrekking tot het onder 2, primair en subsidiair, eerste cumulatief/alternatief, ten laste gelegde feit. Ook uit het verhandelde terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat het Openbaar ministerie geen bezwaren heeft tegen de vrijspraak door de rechtbank van het onder 4 ten laste gelegde. Noch het Openbaar Ministerie, noch de verdachte heeft er daarom kennelijk belang bij dat dit feit in hoger beroep wordt behandeld. Ook ambtshalve ziet het hof daartoe geen aanleiding. Het hof zal daarom het Openbaar Ministerie op de voet van het bepaalde in art. 416 lid 3 van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep voor zover het tegen dit feit is gericht. Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf van 6 jaren, met aftrek van voorarrest. De verdediging heeft primair integrale vrijspraak bepleit van het onder 1, 2 subsidiair, 3 en 10 ten laste gelegde. Subsidiair heeft zij een strafmaatverweer gevoerd. Met betrekking tot het onder 5, 6, 7, 8 en 9 ten laste gelegde heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. De ontvankelijkheid van de officier van justitie in de vervolging Het Openbaar Ministerie is in hoger beroep gekomen tegen de niet-ontvankelijk verklaring door de rechtbank van de officier van justitie in de vervolging van verdachte voor het onder 2, primair en subsidiair, eerste cumulatief/alternatief, ten laste gelegde feit. De advocaat-generaal heeft in hoger beroep, evenals de officier van justitie in eerste aanleg, aangevoerd dat zich met de brief van 24 januari 2013 die aan verdachte is gestuurd geen situatie als bedoeld in artikel 255 van het Wetboek van Strafvordering voordoet. Het Kapel-onderzoek is na deze brief blijven doorlopen, waardoor er op enig moment OVC-gesprekken aan het dossier zijn toegevoegd waaruit het nodige naar voren is gekomen, ook ten aanzien van verdachte. Die gang van zaken maakt dat verdachte er niet op mocht vertrouwen dat de zaak was afgedaan. Er is ook niet lichtvaardig tot vervolging overgegaan, aldus de advocaat-generaal. De verdediging heeft zich in hoger beroep wederom op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie partieel niet-ontvankelijkheid dient te worden verklaard, namelijk voor de wederrechtelijke vrijheidsberoving en de mishandeling. Dit vanwege de aan verdachte verzonden sepotbrief van 24 januari 2013, die ziet op de aangifte van [betrokkene 1] . Er zijn hierna geen nieuwe bezwaren bekend geworden waardoor verdachte gerechtvaardigd op de brief mocht vertrouwen. Verdachte kan hierdoor dan ook niet opnieuw voor die feiten worden vervolgd. Het hof, met de rechtbank, overweegt dat er aan verdachte door de politie een brief is gezonden van 24 januari 2013 met daarin de mededeling dat verdachte niet zal worden vervolgd in verband met de aangifte van gijzeling/ontvoering van 3 januari 2013. Voorts wordt hierin medegedeeld dat de zaak hiermee is afgedaan, tenzij: a.

  1. a)op grond van nieuwe feiten en omstandigheden deze beslissing wordt herzien;
  2. b)het gerechtshof alsnog een vervolging beveelt. Dat kan als de benadeelde van het feit zich bij het gerechtshof met succes beklaagt over de beslissing niet te vervolgen. Het hof, in navolging van de rechtbank, merkt dit aan als een onvoorwaardelijke sepotbeslissing als bedoeld in artikel 255, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering. Uit deze brief is voor verdachte af te leiden dat hij er in principe op mocht vertrouwen dat hij in het kader van de aangifte van de gijzeling/ontvoering van [betrokkene 1] niet zou worden vervolgd. De sepotbeslissing beslaat naar het oordeel van het hof de gehele aangifte van [betrokkene 1] en dus ook hetgeen door hem is verklaard over de mishandeling. Verdachte zou enkel opnieuw vervolgd kunnen worden in het kader van deze aangifte wanneer hetgeen onder a dan wel b aan de orde zou komen. Met het gestelde onder a gaat het hof, evenals de rechtbank, ervan uit, dat daarmee wordt bedoeld het bekend worden van nieuwe bezwaren zoals bedoeld in artikel 255, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering. Het hof heeft de OVC-gesprekken, waaruit de nieuwe bezwaren volgens de officier van justitie zouden bestaan, bestudeerd en is van oordeel dat in deze gesprekken ten aanzien van verdachte geen nieuw belastend materiaal naar voren is gekomen met betrekking tot hetgeen waarvan aangifte is gedaan. Deze gesprekken kunnen aldus niet als nieuwe bezwaren worden aangemerkt. De officier van justitie kon op grond van deze nieuwe informatie niet tot een dagvaarding van verdachte komen hetgeen een schending van het vertrouwensbeginsel oplevert. Daar komt nog bij dat als de OVC-gesprekken al als nieuwe bezwaren hadden kunnen worden aangemerkt, de formaliteiten van artikel 255, derde en vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering daarbij niet in acht zijn genomen. Op grond van het voorgaande verklaart het hof het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van de onder 2, primair ten laste gelegde gijzeling/ontvoering en de onder 2, subsidiair, eerste cumulatief/alternatief, ten laste gelegde mishandeling. Dit betekent voor het hierna volgende dat de standpunten van het Openbaar Ministerie en de verdediging omtrent een eventuele bewezenverklaring daarvan onbesproken kunnen blijven, nu het hof aan een inhoudelijke beoordeling van die ten laste gelegde feiten niet meer toekomt. Vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank. Tenlastelegging Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg, voor zover in hoger beroep nog aan de orde – ten laste gelegd dat: 1. hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2012 tot en met 1 oktober 2013 te Tilburg en/of elders in Nederland en/of in België en/of in Duitsland en/of in Turkije tezamen en in vereniging met [medeverdachte 11] en/of [medeverdachte 14] en/of [medeverdachte 13] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 12] en/of [medeverdachte 9] en/of [medeverdachte 16] heeft deelgenomen aan een organisatie (te weten een samenwerkingsverband van een aantal/genoemde natuurlijke personen), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van (een) misdrijf/misdrijven als bedoeld in artikel 10, derde, vierde en vijfde lid en/of 10a eerste lid en/of artikel 11, derde, vierde en/of vijfde lid van de Opiumwet, namelijk - het (telkens) opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen en/of het bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken of vervoeren en/of aanwezig hebben en/of vervaardigen van (telkens) (een) middel(
  3. en)als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet en/of - het (telkens) plegen van strafbare voorbereidingshandelingen (zoals genoemd in artikel 10A, eerste lid Opiumwet) betreffende/ten aanzien van (een) middel(
  4. en)als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet en/of - het (telkens) in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van hennep en/of hash en/of - het (telkens) opzettelijk binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (grote hoeveelheden) hennep en/of hash en/of - het (telkens) opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of vervaardigen en/of aanwezig hebben van grote hoeveelheden hennep en/of hash EN/OF hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2012 tot en met 1 oktober 2013 te Tilburg en/of elders in Nederland en/of in België en/of in Duitsland en/of in Turkije tezamen en in vereniging met [medeverdachte 11] en/of [medeverdachte 14] en/of [medeverdachte 13] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 12] en/of [medeverdachte 9] en/of [medeverdachte 16] heeft deelgenomen aan een organisatie (te weten een samenwerkingsverband van een aantal/genoemde natuurlijke personen), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk - het plegen van liquidaties, althans pogingen daartoe en/of - het (telkens) plegen van afpersing(
  5. en)en/of diefstal(len) met geweld en/of voorbereidingshandelingen daartoe en/of - het (telkens) plegen van bedreigingen en/of - het bezit/voorhanden hebben en/of dragen en/of vervoeren en/of de invoer en/of uitvoer van wapens (zoals genoemd in de Wet Wapens en Munitie) (zonder vergunning/consent) ALTHANS hij * in of omstreeks de periode van 1 juni 2012 tot en met 15 mei 2013 te Tilburg en/of elders in Nederland en/of in België en/of in Duitsland en/of in Turkije tezamen en in vereniging met [medeverdachte 11] en/of [medeverdachte 14] en/of [medeverdachte 13] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 12] en/of [medeverdachte 9] en/of [medeverdachte 16] en/of * in of omstreeks de periode van 16 mei 2013 tot en met 1 oktober 2013 te Tilburg en/of elders in Nederland en/of in België en/of in Duitsland en/of in Turkije tezamen en in vereniging met [medeverdachte 11] heeft deelgenomen aan een organisatie (te weten een samenwerkingsverband van een aantal/genoemde perso(o)n(en)), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van (een) misdrijf/misdrijven als bedoeld in artikel 10, derde, vierde en vijfde lid en/of 10a eerste lid en/of artikel 11, derde, vierde en/of vijfde lid van de Opiumwet, namelijk - het (telkens) opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen en/of het bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken of vervoeren en/of aanwezig hebben en/of vervaardigen van (telkens) (een) middel(
  6. en)als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet en/of - het (telkens) plegen van strafbare voorbereidingshandelingen (zoals genoemd in artikel 10A, eerste lid Opiumwet) betreffende/ten aanzien van (een) middel(
  7. en)als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet en/of - het (telkens) in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van hennep en/of hash en/of - het (telkens) opzettelijk binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (grote hoeveelheden) hennep en/of hash en/of - het (telkens) opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of vervaardigen en/of aanwezig hebben van grote hoeveelheden hennep en/of hash EN/OF hij * in of omstreeks de periode van 1 juni 2012 tot en met 15 mei 2013 te Tilburg en/of elders in Nederland en/of in België en/of in Duitsland en/of in Turkije tezamen en in vereniging met [medeverdachte 11] en/of [medeverdachte 14] en/of [medeverdachte 13] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 12] en/of [medeverdachte 9] en/of [medeverdachte 16] en/of * in of omstreeks de periode van 16 mei 2013 tot en met 1 oktober 2013 te Tilburg en/of elders in Nederland en/of in België en/of in Duitsland en/of in Turkije tezamen en in vereniging met [medeverdachte 11] heeft deelgenomen aan een organisatie (te weten een samenwerkingsverband van een aantal/genoemde natuurlijke perso(o)n(en)), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk - het plegen van liquidaties, althans pogingen daartoe en/of - het (telkens) plegen van afpersing(
  8. en)en/of diefstal(len) met geweld en/of voorbereidingshandelingen daartoe en/of - het (telkens) plegen van bedreigingen en/of - het bezit/voorhanden hebben en/of dragen en/of vervoeren en/of de invoer en/of uitvoer van wapens (zoals genoemd in de Wet Wapens en Munitie) (zonder vergunning/consent); (zaak 5). 2.hij op of omstreeks 3 januari 2013 te Moergestel en/of Tilburg, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [betrokkene 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben verdachte en/of een of meer van zijn mededader(
  9. s)met dat opzet * die [betrokkene 1] (tegen zijn wil) in een auto vervoerd naar de woning aan de [adres] en/of * (vervolgens) die [betrokkene 1] (tegen zijn wil) de woning aan de [adres] mee in genomen en/of * (vervolgens) die [betrokkene 1] enige tijd vastgehouden in de woning/garage aan de [adres] en/of * die [betrokkene 1] opzettelijk dreigend de woorden toegevoegd – zakelijk weergegeven – dat ze hem zouden afmaken / doodschieten en/of in het kanaal zouden dumpen, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; (zaak 6) subsidiair, althans , indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 3 januari 2013 te Tilburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [betrokkene 1] ), meermalen, althans eenmaal heeft geslagen/gestompt (op de rug en/of het been en/of in zijn maag), waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden; EN/OF hij op of omstreeks 3 januari 2013 te Moergestel en/of Tilburg, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 6 kg, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; (zaak 6) 3.hij in of omstreeks de periode van 03 januari 2013 tot en met 30 januari 2013, althans in of omstreeks de periode van 3 januari 2013 tot en met 7 april 2013 te Tilburg en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
  10. en)wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] en/of de echtgenote van [betrokkene 3] heeft gedwongen tot de afgifte van een partij hennep en/of hasj en/of amfetamine (speed), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(
  11. en)dat hij, verdachte en/of zijn mededader(
  12. s)* een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp (uit zijn broeksband) heeft getrokken/gehaald en/of (vervolgens) heeft getoond aan en/of gericht op die [betrokkene 2] en/of die [betrokkene 2] opzettelijk dreigend de woorden heeft toegevoegd – zakelijk weergegeven – dat ze zijn adres hebben achterhaald en geen mededogen met zijn familie hebben en/of zijn familie zullen neuken en/of dat hij tot donderdag de tijd heeft om (terug) te betalen en/of dat hij maar eens moet kijken wat er met hem gaat gebeuren, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(
  13. s)opzettelijk dreigend bij de woning van die [betrokkene 2] rondgehangen en/of * die [betrokkene 3] opzettelijk dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd – zakelijk weergegeven – dat als dit zo doorgaat het alleen maar erger en erger wordt en ze hem maar 1 kans geven en/of het zijn er 5 samen met je dinges en je hebt tot 1500 uur de tijd en/of dat er niet meer gerekt kan worden omdat het anders echt gaat escaleren, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; (zaak 6) 5.hij in of omstreeks de periode van 7 maart 2013 tot en met 9 maart 2013 te Tilburg en/of elders in Nederland en/of in Duitsland en/of in Turkije tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 21.000 (XTC-)pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of tenamfetamine (MDA) en/of N-ethyl-MDA (MDEA), zijnde MDMA en/of tenamfetamine (MDA) en/of N-ethyl-MDA (MDEA) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I; (zaak 8) 6.hij in of omstreeks de periode van 26 februari 2013 tot en met 28 februari 2013 te Tilburg tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van 3827 gram van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet EN/OF hij in of omstreeks de periode van 26 februari 2013 tot en met 28 februari 2013 te Tilburg tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 3547 gram hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, en/of een hoeveelheid van ongeveer 11.000 gram, althans 3034 gram hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj en/of hennep (een) middel(
  14. en)als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; (zaak 9) 7.hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 18 maart 2013 tot en met 27 juni 2013, in elk geval op of omstreeks 27 juni 2013 te Tilburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 210, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; (zaak 10) 8.hij op of omstreeks 22 april 2013 te Tilburg en/of Tegelen en/of elders in Nederland en/of in Frankfurt en/of elders in Duitsland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 6 kg hennep, in elk geval een (grote) hoeveelheid hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet EN/OF hij op of omstreeks 22 april 2013 te Tilburg en/of Tegelen en/of elders in Nederland en/of in Frankfurt en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 2 kg amfetamine, althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I (zaak 11) 9.hij in of omstreeks de periode van 23 april 2013 tot en met 27 april 2013 te Tilburg, althans in Nederland en/of in Duitsland, ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
  15. en)wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [betrokkene 4] te dwingen tot de afgifte van ongeveer 40.000 euro, althans een groot geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [betrokkene 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), daartoe die [betrokkene 4] opzettelijk dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd: 'Ik hak je kop af' en/of 'Mijn geld moet je regelen en je krijgt daarvoor tot maandag tijd... O wee als je het niet regelt! Dan kom ik je daar te grazen nemen, [betrokkene 4] ! Heb je het gehoord? Degene die mij in deze toestand brengt, degene die hier verantwoordelijk voor is...' en/of 'Jij beseft niet met wie je aan het dansen bent! Niemand zal je redden uit mijn klauwen! Jij krijgt tot maandag tijd. Laten ze het met mijn moeder doen als ik dat jou of jouw kinderen niet betaald zet als maandag het geld niet klaar is!!!! Durf nog eens hier en daar een bericht achter te laten van dat je er niets mee te maken hebt... Als je dat doet kom ik je hoofd eraf hakken! Maak mijn geld gereed anders maak ik je kapot' en/of 'Ik heb veel begrip getoond... Ik hou er niet van om bij het huis van iemand langs te gaan... Dat is wat mij betreft heilig... Ik weet overigens wel je huis… Deze maandag moet je ervoor zorgen dat het geld komt' en/of 'Mijn geld moet maandag hier zijn en je neef gaat anders maandagnacht om 12 uur op weg... Dat je dat weet', althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (zaak 11) 10.[medeverdachte 4] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 8] op of omstreeks 16 mei 2013 te Roosendaal ter uitvoering van het door hem/hun voorgenomen misdrijf A) om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een of meer goederen van zijn/hun gading (geld en/of drugs en/of andere voorwerpen) geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 4] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 8] en/of hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen een of meer personen (wonende in een woning aan/nabij de [adres] ), te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren EN/OF B) om met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
  16. en)wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld een of meer perso(o)n(
  17. en)(wonende in een woning aan/nabij de [adres] ) te dwingen tot de afgifte van een of meer goed(eren) van zijn/hun gading (geld en/of drugs en/of andere voorwerpen), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 4] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 8] en/of hem, verdachte, en/of zijn mededader(
  18. s)daartoe in een auto met een (geladen) revolver (merk: Rossi) en/of tie rips en/of een (Scream) masker en/of een (val)helm en/of en/of een rol duct tape en/of reservekleding naar/nabij die woning (aan/nabij de [adres] is/zijn gereden en/of meermalen, althans eenmaal voorbij die woning (aan/nabij de [adres] ) is/zijn gereden en/of meermalen, althans eenmaal door die straat (aan/nabij de [adres] ) is/zijn gereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welk feit hij, verdachte, en/of zijn mededader(
  19. s)in of omstreeks de periode van 7 mei 2013 tot en met 16 mei 2013 te Tilburg en/of Roosendaal, althans in Nederland, opzettelijk heeft uitgelokt door die [medeverdachte 4] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 8] op te bellen en/of te verzoeken/vragen (al dan niet tegen een vergoeding) om een overval en/of 'ripdeal' op een woning (aan/nabij de [adres] ) te plegen; subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 16 mei 2013 te Roosendaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, ter voorbereiding van het misdrijf diefstal met geweld en/of afpersing, opzettelijk voorwerpen (te weten een (geladen) revolver en/of tie rips en/of een valhelm en/of een Scream masker en/of een rol duct tape) en/of vervoermiddelen (een auto merk Peugeot) bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad; meer subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: [medeverdachte 4] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 8] op of omstreeks 16 mei 2013 te Roosendaal ter voorbereiding van het misdrijf diefstal met geweld en/of afpersing, opzettelijk voorwerpen (te weten een (geladen) revolver en/of tie rips en/of een valhelm en/of een Scream masker en/of een rol duct tape) en/of vervoermiddelen (een auto merk Peugeot) bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad, welk feit hij, verdachte, en/of zijn mededader(
  20. s)in of omstreeks de periode van 7 mei 2013 tot en met 16 mei 2013 te Tilburg en/of Roosendaal, althans in Nederland, opzettelijk heeft/hebben uitgelokt door die [medeverdachte 4] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 8] op te bellen en/of te verzoeken/vragen (al dan niet tegen een vergoeding) om een overval en/of 'ripdeal' op een woning (aan/nabij de [adres] ) te plegen; (zaak 12) De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Vrijspraak Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 10 primair ten laste gelegde heeft begaan, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Het hof overweegt daartoe – gedeeltelijk overeenkomstig de rechtbank – als volgt. Op grond van de stukken in het dossier stelt het hof met betrekking tot dit feit (zaak 12) de volgende feiten en omstandigheden vast. Uit afgeluisterde telefoongesprekken vanaf 7 mei 2013 bleek dat [medeverdachte 13] en [verdachte] een gewapende overval of een ripdeal wilden laten uitvoeren door twee of drie Bulgaren. [medeverdachte 13] heeft Bulgaren benaderd en gevraagd deze ripdeal te plegen. De politie zag dat [medeverdachte 13] en [verdachte] op 14 mei 2013 in een theehuis te Tilburg drie mannen ontmoetten die kort daarna in een grijze Peugeot met Bulgaars kenteken [kenteken ] stapten en wegreden. Op 16 mei 2013 reed [verdachte] naar een parkeerterrein aan de Rucphensebaan te Roosendaal. Aldaar stapte hij in de eerder geobserveerde grijze Peugeot met Bulgaars kenteken [kenteken ] , waarin zich drie inzittenden bevonden. De auto reed door diverse straten in Roosendaal, waaronder tweemaal met geringe snelheid door de [adres] . Hierna stapte [verdachte] op het parkeerterrein aan de Rucphensebaan te Roosendaal weer uit de auto en vertrok. Hij liet [medeverdachte 13] telefonisch weten dat hij het adres had laten zien, dat ze er twee keer waren langsgereden en dat hij het toevertrouwde had gegeven. Ook zei hij: 'Zij aan het werk, ze gaan nu naar binnen'. Enkele minuten nadat [verdachte] uit de grijze Peugeot was gestapt, hield de politie de inzittenden van deze auto, zijnde [medeverdachte 4] , [betrokkene 5] en [betrokkene 8] , aan. [betrokkene 5] droeg een geladen revolver, merk Rossi, in een elastische band om zijn middel. Het wapen was geladen met vier patronen van het merk Sellier & Bellot en één patroon van het merk Remington-Peters. In de auto trof de politie voorts onder meer tie rips, een Scream masker, een valhelm, een rol duct tape en reservekleding aan. In het navigatiesysteem dat zich in de auto bevond, was als meest recente bestemming het adres [adres] ingevoerd. Aan verdachte is onder 10 primair ten laste gelegd dat hij samen met één of meer ander(
  21. en)[medeverdachte 4] , [betrokkene 5] en [betrokkene 8] heeft uitgelokt om een woningoverval of 'ripdeal' in de vorm van diefstal met geweld of afpersing te begaan, welke heeft geleid tot een strafbare poging. Het hof acht dit niet bewezen nu op grond van de vastgestelde feiten niet is komen vast te staan dat uiteindelijk sprake is geweest (van uitlokking) van gedragingen die naar hun uiterlijke verschijningsvorm moeten worden beschouwd als te zijn gericht op voltooiing van het misdrijf diefstal met geweld en/of afpersing. De hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden (het met de auto rijden door de straat met drie inzittenden, met een wapen, tie rips, etc. met in het navigatiesysteem als meest recent ingevoerd een nabij gelegen bestemming) leidt er volgens het hof derhalve toe dat niet is komen vast te staan dat in casu sprake was van een begin van uitvoering zoals bedoeld in artikel 45 Wetboek van Strafrecht en dus in casu geen sprake was van een strafbare (uitlokking van) poging van het misdrijf diefstal met geweld en/of afpersing. Tevens stelt het hof ter zake van het primair (en – terzijde opgemerkt – tevens meer subsidiair ten laste gelegd ter voorbereiding) ten laste gelegde uitlokken het volgende. Van uitlokking is sprake als iemand een ander heeft aangezet tot het begaan van een strafbaar feit waarvoor de uitgelokte zelf kan worden gestraft (vgl. HR 13 mei 1975, ECLI:NL:HR:1975:AB4660, NJ 1975/386). Voor een bewezenverklaring van uitlokking is vereist dat bewezen wordt (
  22. i)dat de uitlokker zowel opzet heeft gehad op de uitlokking, als op het delict waartoe de ander is aangezet en (
  23. ii)dat de uitlokker de ander heeft doen besluiten – dus bij die ander het wilsbesluit heeft opgewekt – het delict te plegen, (iii) dat de uitlokker daartoe gebruik heeft gemaakt van een van de in de wet genoemde uitlokkings-middelen en (
  24. iv)dat het uitgelokte delict is gevolgd (dan wel in de vorm van een strafbare poging of voorbereiding). Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen, is onder meer vereist dat één of meer uitlokkingsmiddelen worden gebruikt. De limitatieve opsomming van de uitlokkingsmiddelen is opgenomen in artikel 47, eerste lid, aanhef en onder 2o, van het Wetboek van Strafrecht, te weten door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging, of misleiding of door het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen het feit opzettelijk uitlokken. In het onderhavige geval zou het uitlokkingsmiddel, gelet op de feitelijke omschrijving daarvan in de tenlastelegging, bestaan uit het bellen naar en verzoeken of vragen aan [medeverdachte 4] , [betrokkene 5] en/of [betrokkene 8] (al dan niet tegen een vergoeding) om een overval of 'ripdeal' te plegen. Het enkele vragen of verzoeken een misdrijf te plegen, levert naar het oordeel van het hof echter geen uitlokking in de zin van voormeld artikel op en van een eventuele vergoeding bestaat op grond van het dossier geen bewijs. Derhalve kan niet worden bewezen dat verdachte en/of zijn mededader(
  25. s)die [medeverdachte 4] , [betrokkene 5] en/of [betrokkene 8] opzettelijk heeft/hebben uitgelokt zoals ten laste is gelegd. Verdachte moet gezien het voorgaande worden vrijgesproken van het onder 10 primair ten laste gelegde. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 subsidiair, 3, 5, 6, 7, 8, 9 en 10, subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat: 1. hij in de periode van 1 juni 2012 tot en met 15 mei 2013 te Tilburg en elders in Nederland en in België en in Duitsland en in Turkije met [medeverdachte 11] en [medeverdachte 14] en [medeverdachte 13] en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 12] en [medeverdachte 9] en [medeverdachte 16] heeft deelgenomen aan een organisatie (te weten een samenwerkingsverband van genoemde personen), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10, derde, vierde en vijfde lid en/of artikel 11, vierde en/of vijfde lid van de Opiumwet en andere misdrijven, namelijk - het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen en/of het verkopen, afleveren, vervoeren en/of aanwezig hebben van (telkens) (een) middel(
  26. en)als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I en - het opzettelijk binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (grote hoeveelheden) hennep en/of hash en - het opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of vervaardigen en/of aanwezig hebben van grote hoeveelheden hennep en/of hash en - het plegen van afpersing(
  27. en)en/of diefstal(len) met geweld en/of voorbereidingshandelingen daartoe en - het plegen van bedreigingen en - het bezit/voorhanden hebben en dragen en vervoeren van wapens (zoals genoemd in de Wet Wapens en Munitie) (zonder vergunning/consent), zulks terwijl hij, verdachte, leider en/of bestuurder van voormelde organisatie was. 2.hij op 3 jan 2013 te Moergestel en/of Tilburg, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 6 kg, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II; 3.hij in de periode van 3 januari 2013 tot en met 30 januari 2013 te Tilburg tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] heeft gedwongen tot de afgifte van een partij hennep, in elk geval van enig goed, toebehorende aan die [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] , welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte en/of zijn mededader * een vuurwapen heeft getoond aan die [betrokkene 2] en/of die [betrokkene 2] opzettelijk dreigend de woorden heeft toegevoegd – zakelijk weergegeven – dat ze zijn adres hebben achterhaald en geen mededogen met zijn familie hebben en/of zijn familie zullen neuken en/of dat hij tot donderdag de tijd heeft om (terug) te betalen en/of dat hij maar eens moet kijken wat er met hem gaat gebeuren, en/of heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(
  28. s)opzettelijk dreigend bij de woning van die [betrokkene 2] rondgehangen en * die [betrokkene 3] opzettelijk dreigend de woorden hebben toegevoegd – zakelijk weergegeven – dat als dit zo doorgaat het alleen maar erger en erger wordt en ze hem maar 1 kans geven en/of het zijn er 5 samen met je dinges en je hebt tot 1500 uur de tijd en/of dat er niet meer gerekt kan worden omdat het anders echt gaat escaleren; 5.hij in de periode van 7 maart 2013 tot en met 9 maart 2013 te Tilburg en/of elders in Nederland en in Duitsland en in Turkije tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 21.000 (XTC-)pillen, te weten een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA en/of tenamfetamine (MDA) en/of N-ethyl-MDA (MDEA) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I; 6.hij in de periode van 26 februari 2013 tot en met 28 februari 2013 te Tilburg tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 3000 gram hennep en een hoeveelheid van ongeveer 11.000 gram hasjiesj, zijnde hasjiesj en hennep middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 7.hij in de periode van 18 maart 2013 tot en met 27 juni 2013 te Tilburg, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft geteeld in een pand aan de [adres] een hoeveelheid van in totaal 210 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II; 8.hij op 22 april 2013 te Tilburg en in Frankfurt en/of elders in Duitsland tezamen en in vereniging anderen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 6 kg hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II EN hij op 22 april 2013 te Tilburg en in Frankfurt, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 2 kg amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I; 9.hij op 27 april 2013 te Tilburg of in Duitsland ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [betrokkene 4] te dwingen tot de afgifte van ongeveer 40.000 euro, toebehorende aan die [betrokkene 4] , daartoe die [betrokkene 4] opzettelijk dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd: 'Ik hak je kop af' en 'Mijn geld moet je regelen en je krijgt daarvoor tot maandag tijd... O wee als je het niet regelt! Dan kom ik je daar te grazen nemen, [betrokkene 4] ! Heb je het gehoord? Degene die mij in deze toestand brengt, degene die hier verantwoordelijk voor is...' en 'Jij beseft niet met wie je aan het dansen bent! Niemand zal je redden uit mijn klauwen! Jij krijgt tot maandag tijd. Laten ze het met mijn moeder doen als ik dat jou of jouw kinderen niet betaald zet als maandag het geld niet klaar is!!!! Durf nog eens hier en daar een bericht achter te laten van dat je er niets mee te maken hebt... Als je dat doet kom ik je hoofd eraf hakken! Maak mijn geld gereed anders maak ik je kapot' en 'Ik heb veel begrip getoond... Ik hou er niet van om bij het huis van iemand langs te gaan... Dat is wat mij betreft heilig... Ik weet overigens wel je huis… Deze maandag moet je ervoor zorgen dat het geld komt' en 'Mijn geld moet maandag hier zijn en je neef gaat anders maandagnacht om 12 uur op weg... Dat je dat weet', terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 10.hij op of omstreeks 16 mei 2013 te Roosendaal, tezamen en in vereniging met anderen, ter voorbereiding van het misdrijf diefstal met geweld en/of afpersing, opzettelijk voorwerpen (te weten een geladen revolver en tie rips en een valhelm en een Scream masker en een rol duct tape) en een vervoermiddel (een auto merk Peugeot) bestemd tot het begaan van dat misdrijf, voorhanden heeft gehad; Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte onder 1, 2 subsidiair, 3, 5, 6, 7, 8, 9 en 10, subsidiair meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewijs De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd. Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft. Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummer(s), wordt/worden – tenzij anders vermeld – bedoeld paginanummer(
  29. s)van een proces-verbaal of geschrift uit het eindproces-verbaal TGO Kapel, met dossiernummer PL203M/2012195378 van de politie eenheid Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, bestaande uit 69 ordners, met (per zaaksdossier alfabetisch) doorgenummerde pagina's. Met betrekking tot feit 1 (zaak 5) De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit van het onder 1 ten laste gelegde. Zij heeft daartoe – op de gronden als verwoord in de pleitnota – aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat sprake is geweest van een criminele organisatie. Indien het hof van oordeel is dat daarvan wel sprake was, dan kan volgens de verdediging niet worden bewezen dat verdachte aan die criminele organisatie heeft deelgenomen. Het hof overweegt dienaangaande als volgt. De verdachte wordt ten laste gelegd dat hij zich in de betreffende periode schuldig heeft gemaakt aan deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van één of meer misdrijven, zoals specifiek omschreven in artikel 11a Opiumwet (oud), ook wel omschreven als deelneming aan een criminele organisatie. Meer bepaald wordt naast de specifieke delicten uit de Opiumwet tevens verwezen naar ‘en andere misdrijven’, waardoor de tenlastelegging tevens zich richt op artikel 140 Sr als delictsomschrijving. Voor een nadere toelichting wordt in het navolgende, onder verwijzing naar de uitleg van artikel 140 Sr, enkel ingegaan op de uitleg van artikel 11a Opiumwet (oud). Artikel 11a Opiumwet (oud) is na de in casu tenlastegelegde periode door de wetgever in 2015 (Stb. 2014, 444) aangepast en vernummerd als artikel 11b Opiumwet. Deze strafbaarstelling behelst een bijzondere regeling voor de strafbaarstelling van deelneming aan een criminele organisatie, voortvloeiende uit het Kaderbesluit 2004/757/JBZ van de Raad van de Europese Unie van 25 oktober 2004 (PbEU/L 335), betreffende de vaststelling van minimumvoorschriften met betrekking tot de bestanddelen van strafbare feiten en met betrekking tot straffen op het gebied van de illegale drugshandel (zie Kamerstukken II 2005/06, 30 339, nr. 3, p. 6). De ratio van deze bepaling is de bescherming van de samenleving tegen het gevaar dat uitgaat van criminele organisaties die zich specifiek bezighouden met drugshandel, waarop in vergelijking met de reguliere strafbaarstelling in art. 140 van het Wetboek van Strafrecht (Sr), een zwaardere straf staat. Voor wat betreft de inhoud en reikwijdte van de in deze strafbepaling opgenomen begrippen dient aansluiting te worden gezocht bij die zoals opgenomen en toegepast bij artikel 140 Sr. Het hof ziet zich in de onderhavige zaak gesteld voor de beantwoording van drie, onderling samenhangende vragen: a.
  30. a)Was er sprake van een organisatie als bedoeld in artikel 11a Opiumwet (oud)?
  31. b)Had deze organisatie als oogmerk het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 11a van de Opiumwet (oud)?
  32. c)Kan het handelen van verdachte worden aangemerkt als deelneming aan deze organisatie? Het hof zal eerst het juridisch kader van de samenhangende vragen weergeven en vervolgens ingaan op het in het dossier aanwezige bewijs van verdachtes betrokkenheid. Juridisch kader Voor wat betreft het juridisch kader ter zake van artikel 11a Opiumwet (oud) geldt dat deze bepaling moet worden gezien als een specialis van artikel 140 Sr. Voor de invulling van het juridisch kader geldt derhalve dat in belangrijke mate wordt verwezen naar de uitleg van de bestanddelen van artikel 140 Sr. Ad
  33. a)In de eerste plaats moet kunnen worden vastgesteld dat sprake is van een organisatie. Onder een organisatie als bedoeld in artikel 11a Opiumwet (oud) moet worden verstaan een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur tussen de verdachte en ten minste één ander persoon (vgl. ECLI:NL:HR:1993:AD1974 en HR 20 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:378). Het moet in ieder geval gaan om een duurzaam, min of meer gestructureerd samenwerkingsverband, dat als eenheid kan opereren (vgl. HR 26 juni 1984, NJ 1985, 92 en HR 26 november 1985, NJ 1986, 389). Er is reeds sprake van een dergelijke organisatie wanneer één persoon met minimaal één of meer anderen voor een door hen gesteld doel samenwerken. Het optreden als eenheid is geen absolute voorwaarde, terwijl de juridische status van het samenwerkingsverband niet relevant is. Ook hoeft er geen sprake te zijn van formeel afgebakende taken, maar het samenwerkingsverband moet wel meer dan een incidenteel karakter hebben (vgl. HR 16 oktober 1990, NJ 1991, 442 en HR 10 juli 2001, NJ 2001, 687). Van een duurzaam, min of meer gestructureerd samenwerkingsverband kan al blijken als er gedurende een vaste periode door bepaalde personen volgens een vast patroon wordt samengewerkt. Niet noodzakelijk is daarbij dat het enkel steeds dezelfde personen betreft, wel dient er sprake te zijn van een vaste kern (vgl. HR 29 januari 1991, NJB 1991, 50). Ook is in dezen niet vereist dat al de personen van de organisatie onderling met elkaar samengewerkt hebben of bekend waren met de andere deelnemers aan de organisatie en hun bezigheden voor die organisatie (vgl. HR 9 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AQ8470 en HR 22 januari 2008, NJ 2008, 72). Ten slotte hebben duurzaamheid en gestructureerdheid betrekking op het bestanddeel ‘organisatie’ en niet op ‘deelneming’, zodat ook een relatief korte bijdrage aan een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband strafbaar kan zijn. Ad
  34. b)Om tot een bewezenverklaring van artikel 11a Opiumwet (oud) te kunnen komen is voorts vereist dat de organisatie het oogmerk heeft van het plegen van een bepaald misdrijf of misdrijven in de zin van artikel 11a Opiumwet (oud). Het oogmerk betreft het naaste doel van de organisatie en niet dat van de verdachte/deelnemer aan de organisatie. Het oogmerk kan daarbij gericht zijn op een enkel, specifiek genoemd delict of meerdere delicten uit de Opiumwet, maar een pluraliteit daarvan is noodzakelijk. Het oogmerk impliceert dat de betreffende misdrijven (of pogingen of voorbereidingen daartoe) nog niet hoeven te hebben plaatsgevonden (vgl. HR 13 oktober 1987, NJ 1988, 425). Niet is vereist dat het plegen van de misdrijven uit de Opiumwet de voornaamste bestaansgrond van de organisatie is of dat de organisatie de uitsluitende bedoeling heeft misdrijven uit de Opiumwet te plegen. Voor het bewijs van het oogmerk kan onder meer betekenis toekomen aan misdrijven die in het kader van de organisatie reeds zijn gepleegd en aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de activiteiten die met dit doel worden verricht. Ad
  35. c)Tot slot moet voor een bewezenverklaring van artikel 11a Opiumwet (oud) worden vastgesteld of het handelen van de verdachte kan worden aangemerkt als deelneming aan de organisatie. Van deelneming is in objectieve zin sprake indien een persoon behoort tot de organisatie en een aandeel heeft in gedragingen, dan wel gedragingen ondersteunt die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie (vgl. HR 18 november 1997, ECLI:NL:HR:ZD0858/NJ 1998, 225; HR 3 juli 2012, ECLI:NL:HR:BW5161 en HR 14 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:413). Beide vereisten zijn te beschouwen als nevengeschikt, maar zijn tevens onderling nadrukkelijk samenhangend. Uit de bewijsmiddelen moet derhalve duidelijk worden dat de verdachte behoort tot de organisatie en dus niet enkel is te beschouwen als een sympathisant. Daarnaast moet sprake zijn van enige, naar buiten gerichte activiteit die in nauw verband staat met de misdrijven die de organisatie nastreeft. Deze activiteit kan bestaan uit het (mede)plegen van de misdrijven, maar kan ook bestaan uit het feitelijk verrichten van hand- en spandiensten en (dus) het verrichten van handelingen die op zichzelf niet zo zeer zijn te kwalificeren als een strafbare vorm van daderschap, maar wel zijn aan te merken als bovenbedoeld een aandeel hebben in of ondersteuning van gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Niet is vereist derhalve dat de verdachte aan enig concreet misdrijf van de organisatie heeft deelgenomen. Naast deze objectieve vereisten dient de verdachte in subjectieve zin in zijn algemeenheid te weten dat de organisatie als oogmerk heeft het plegen van een of meer specifieke misdrijven uit de Opiumwet. Wetenschap bij de verdachte in de vorm van voorwaardelijk opzet is op dit punt niet voldoende (vgl. HR 18 november 1997, LJN:ZD0858/NJ 1998, 225; HR 8 oktober 2002, 2002:AE5651/NJ 2003, 64 en HR 8 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO9814). Niet is vereist derhalve dat de verdachte enige vorm van opzet heeft gehad op een door de organisatie beoogd concreet misdrijf. De uitleg van de bovenstaande bestanddelen van het juridisch kader van art. 11a Opiumwet (oud) en daarmee van de strafbepaling als geheel kan als ruim en weinig scherp worden omschreven. Wanneer of met welke gedraging(
  36. en)maakt iemand zich schuldig aan deelneming aan een criminele organisatie? Met andere woorden; de precieze afbakening van de strafrechtelijke aansprakelijkheid ter zake van gedragingen die als deelneming aan een criminele organisatie kunnen worden aangemerkt, is niet helder. Dat noopt het hof, mede in het licht van de verweren zoals gevoerd door de verdediging van verdachte, maar ook van de medeverdachten, tot de volgende opmerking in de zaak van de verdachte aangaande de beoordeling van de tenlastelegging van deelneming aan een criminele organisatie. Het hof acht de tenlastelegging, mede tegen de achtergrond van de bestanddelen van de strafbepaling, aan de hand van bovengenoemde uitleg en in samenhang met de omstandigheden van het geval – waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging(
  37. en)van de verdachte en de omstandigheden waaronder deze is/zijn verricht – voldoende duidelijk om aan de hand van de in het dossier voorliggende bewijsmiddelen te komen tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde en acht daarmee de strafrechtelijke norm zoals in artikel 11a Opiumwet (oud) gesteld, voor een ieder voldoende kenbaar en de voorzienbaar. Bewijs Vooropgesteld moet worden dat de selectie en waardering van het bewijs aan de feitenrechter is voorbehouden. Dit betekent dat ingeval de rechter die over de feiten oordeelt het tenlastegelegde bewezen acht, het aan die rechter is voorbehouden om, binnen de door de wet getrokken grenzen, van het beschikbare materiaal datgene tot bewijs te bezigen wat deze uit het oogpunt van betrouwbaarheid daartoe dienstig voorkomt en terzijde te stellen wat hij voor het bewijs van geen waarde acht. Indien het gaat om feiten of omstandigheden die door de rechter redengevend worden geacht voor de bewezenverklaring, dient de rechter die zich aldus – al dan niet in reactie op een bewijsverweer – beroept op bepaalde niet in de bewijsmiddelen vermelde gegevens, met voldoende mate van nauwkeurigheid in zijn overweging (
  38. a)die feiten of omstandigheden aan te duiden, en (
  39. b)het wettige bewijsmiddel aan te geven waaraan die feiten of omstandigheden zijn ontleend (vgl. HR 23 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA5858, NJ 2008/70). Het bewijs van deelneming aan een criminele organisatie door verdachte is aan de hand van het voorliggende dossier gevormd op grond van bewijsmiddelen, zoals processen-verbaal van verhoren van verdachten en getuigen, van observaties, tapverslagen en OVC-gesprekken. De verdediging stelt zich op het standpunt dat het beeld dat meer bepaald uit de tapverslagen en OVC-gesprekken van de onderlinge gesprekken in de dienaangaande (vertaalde) processen-verbaal ontstaat, althans de invulling die daaraan door het Openbaar Ministerie wordt gegeven – zijnde gesprekken die betrekking hebben op onderlinge communicatie van verdachten die deelnemen aan een criminele organisatie die zich bezig houdt met drugshandel – onjuist is en niet overeen komt met de daadwerkelijke achtergrond van de betreffende gesprekken. Volgens de verdediging gaat het om niet meer dan onderlinge communicatie van reguliere en vriendschappelijke contacten tussen verdachte en de medeverdachten, vanuit een Turks nationale achtergrond, waarbij men veelal met elkaar op cultureel bepaalde wijze en met typisch Turkse uitdrukkingen met elkaar van gedachten wisselt. Tevens heeft de verdediging in het verlengde van het voorgaande, opmerkingen gemaakt die zien op de betrouwbaarheid van de inhoud van met name de OVC-gesprekken in het geheel van de voorliggende bewijsmiddelen. Op grond van de inhoud van deze tap- en OVC-gesprekken kan volgens de verdediging niet worden bewezenverklaard dat er sprake was van een organisatie die tot oogmerk had het plegen van één of meer misdrijven, zoals specifiek omschreven in artikel 11a Opiumwet (oud), noch dat verdachte heeft deelgenomen aan deze vermeende organisatie in die zin dat verdachte behoorde tot de organisatie en een aandeel had in gedragingen, dan wel gedragingen heeft ondersteund die strekken tot of rechtstreeks verband hielden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Het hof merkt ter zake van de genoemde verweren van de verdediging ter duiding en nuancering van de bewijswaarde(ring) van de genoemde bewijsmiddelen het volgende op. Het hof heeft, mede naar aanleiding van de gemaakte op- en aanmerkingen hierover, de gerelateerde gesprekken en hetgeen daarin is besproken en gezegd, beoordeeld in de context van en geplaatst tegen de achtergrond van de voorliggende omstandigheden en de overige bewezenverklaarde strafbare feiten. De gesprekken die hebben plaatsgevonden en welke via de verslagen van tap- en OVC-gesprekken in het dossier zijn opgenomen, zijn in dezen inhoudelijk niet anders te duiden en maken duidelijk dat die gesprekken plaatsvinden in het kader van de handel in drugs in ruime zin en van andere strafbare feiten die daar veelal mee samenhangen. Veel gesprekken gaan daarbij over het (voorbereiden van het) uitvoeren en vervoeren van harddrugs, het telen, uitvoeren en vervoeren van softdrugs, het onderling melden van al dan niet mislukte deals dienaangaande en afspraken maken om via dreiging met geweld druk op betrokkenen uit te oefenen. Daarbij heeft het hof ter zake van de vraag wie met wie precies onderling contact heeft ook nadrukkelijk meegewogen welke andere strafbare feiten bewezen zijn verklaard ten aanzien van de betreffende personen. Dat een en ander daarbij heeft plaatsgevonden vanuit een Turks nationale achtergrond, waarbij men met elkaar op cultureel bepaalde wijze en met typisch Turkse uitdrukkingen met elkaar van gedachten wisselt en waarbij veelal ook sprake is van onderling familieverband, doet echter hieraan niet af. In het dossier van deze zaak bevinden zich diverse OVC-gesprekken. Deze gesprekken zijn uitgewerkt in op ambtseed of -belofte opgemaakte processen-verbaal door bevoegde opsporingsambtenaren. Deze processen-verbaal van uitgewerkte gesprekken kunnen op grond van de bewijsregeling zoals opgenomen in het Wetboek van Strafvordering worden aangemerkt als overbrengende verklaringen van hetgeen in het proces-verbaal is gerelateerd. Verdachte heeft zijn deelname aan de gesprekken blijkens zijn verklaring ter terechtzitting in hoger beroep niet ontkend. Echter, voor wat betreft de inhoud en de strekking van de betreffende gesprekken heeft verdachte zowel in eerste aanleg als in hoger beroep bij herhaling na confrontatie met de weergave van de inhoud van diverse gesprekken gesteld dat de inhoud daarvan anders geduid moet worden, dan wel heeft hij niet meer te kunnen recapituleren wat de inhoud en de strekking daarvan was. Het hof stelt dat het onder deze omstandigheden, gelijk de door de verdediging aangehaalde jurisprudentie, niet zonder meer kan aannemen dat gesprekken over bepaalde strafbare gedragingen gaan als de verdachte dat ontkent of daarover geen helderheid kan verschaffen. Dat kan alleen dan, als die gesprekken in beginsel maar voor één uitleg vatbaar zijn. Dat is bijvoorbeeld het geval als de verdachte daarin zelf met zoveel woorden zegt dat hij die strafbare gedragingen heeft gepleegd. Als dat niet zo is, zijn die gesprekken dus voor meerdere uitleg vatbaar. Dat hoeft die gesprekken niet onbruikbaar te maken voor het bewijs, maar wel is dan behoedzaamheid vereist bij het geven van een interpretatie van die gesprekken. Die voorzichtigheid brengt mee dat het hof ter zake van de OVC-gesprekken naast de inhoud en het onderling verband van die gesprekken, tevens heeft gekeken naar het eventuele verband met andere bewijsmiddelen. Daarbij is van belang geacht wat er over de deelnemers aan de gesprekken, of over anderen die in die gesprekken ter sprake komen, nog meer is gebleken. Ernst van de feiten en de aard van de criminele organisatie Met betrekking tot de ernst van de feiten en de aard van de criminele organisatie in het onderzoek Kapel merkt het hof het volgende op. Het deelnemen aan een criminele organisatie is een delict dat in de afgelopen jaren in Nederland een flinke vlucht heeft genomen. Criminele groepen die zich bezig houden met ernstige strafbare feiten hebben Nederland inmiddels overspoeld en het geweld dat zich hierbij voordoet is een groot probleem voor onze maatschappij geworden, evenals het ondermijnende effect dat hiervan uitgaat. In verband hiermee is een wetsontwerp aanhangig waarin onder andere wordt voorgesteld de maximale straf voor deelneming aan een ernstig ondermijnende criminele organisatie te verhogen (wetsvoorstel 35 080 - herwaardering strafbaarstelling actuele delictsvormen). In de Memorie van Toelichting wordt deze voorgestelde strafverhoging als volgt toegelicht (Kamerstukken II 2018/19, 35 080, nr. 3, p. 5-6, aangehaald zonder verwijzing naar voetnoten): ‘De afgelopen tijd viel een toename van geweld binnen de georganiseerde misdaad waar te nemen, evenals van organisaties die zich in de aanwending van ernstig geweld hebben gespecialiseerd en hun diensten aan georganiseerde misdaadgroepen en individuen aanbieden. Liquidaties in de publieke ruimte met gebruik van zware wapens illustreren een toename van de ernst van het geweld tussen criminelen. Hierbij is in toenemende mate sprake van ernstige gevaarzetting en gevolgen vooromstanders. Ook zijn er bij de uitvoering van liquidaties enkele vergismoorden gepleegd. De aard van het gebruikte geweld wordt steeds ernstiger. Zo wordt er door misdaadgroepen steeds vaker gebruik gemaakt van automatische vuurwapens. Naast criminele organisaties die tot oogmerk hebben om ernstige geweldsmisdrijven te plegen, hebben organisaties met het oogmerk om drugs uit Lijst I (harddrugs) van de Opiumwet binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen in toenemende mate een ondermijnend effect. Nederland is een belangrijke spil voor de in- en doorvoer van harddrugs in Europa. De internationale drugshandel is de grootste ondermijnende misdaadmarkt in Nederland, waar naar schatting miljarden euro’s mee verdiend worden. Deze handel en de investering van de daarmee gegenereerde winsten, creëren onacceptabele (financiële) machtsposities. De spilfunctie van Nederland in de harddrugsmarkt heeft een aanzuigende werking voor buitenlandse misdaadgroepen (…). Het gevaar dat van criminele organisaties uitgaat hangt samen met de door de criminele organisatie beoogde misdrijven. In het licht van het huidige criminaliteitsbeeld ziet het kabinet aanleiding voor de introductie van een gedifferentieerd wettelijk strafmaximum voor deelneming aan een criminele organisatie. Met deze wetswijziging wordt een bijdrage geleverd aan de aanpak van ondermijnende criminaliteit. Deelneming aan ernstig ondermijnende organisaties kan op dit moment worden bestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren (140, eerste lid, Sr). Dat strafmaximum komt ontoereikend voor in die gevallen waarin een organisatie zich richt op het plegen van misdrijven als moord, ontvoering en andere zeer gewelddadige handelingen of ernstige ondermijnende activiteiten zoals de handel in harddrugs. Mede in het licht van de maatschappelijke onrust die dit soort criminele activiteiten veroorzaken ziet het kabinet aanleiding om het wettelijk strafmaximum te verhogen naar ten hoogste tienjaren gevangenisstraf indien de criminele organisatie tot oogmerk heeft zeer ernstige misdrijven te plegen. Hiermee wordt een signaal afgegeven van de sterke maatschappelijke afkeuring van criminele organisaties met een ernstig crimineel oogmerk.’ Het hof haalt deze overwegingen uit de betreffende Memorie van Toelichting aan als vergelijkend perspectief ter zake van de (ernst en omvang van
  40. de)strafbare feiten die blijkens de diverse individuele dossiers plaatsvonden binnen het kader van de vastgestelde criminele organisatie in het onderzoek Kapel. Uit de hiernavolgende bewijsmiddelen komt naar voren dat er tussen diverse verdachten sprake was van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband dat tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, in die zin dat de organisatie zich bezig hield met de handel in soft- en harddrugs waarbij geweld niet werd geschuwd. Wat daarbij opvalt is dat het geweld zowel intern als extern is gericht. Intern tegen personen die deel uitmaken van de groep en zich niet aan de afspraken houden, extern om door anderen verdwenen drugs weer te achterhalen of om betalingen daarvan af te dwingen. Daarbij beschikten diverse leden van de organisatie over vuurwapens om zo nodig te gebruiken, om zichzelf of andere leden van de organisatie te beschermen, dan wel anderen te bedreigen of daadwerkelijk te verwonden. Dat maakt dat de organisatie een dusdanig afschrikwekkend karakter krijgt dat getuigen daardoor soms ook niet durven te verklaren of aangifte te doen. Niettegenstaande de verklaringen van de diverse verdachten ter zitting waarin zij aangeven dat zij weinig aandeel hebben gehad in de onderscheiden feiten (drugsfeiten dan wel geweldsfeiten), is het hof van oordeel dat deze verdachten (zijnde: [medeverdachte 12] [medeverdachte 11] , [medeverdachte 12] , [medeverdachte 13] , [medeverdachte 9] , [medeverdachte 17] , [verdachte] , [medeverdachte 16] en [medeverdachte 14] ) samen een organisatie vormden die als oogmerk had het plegen van ernstige drugs- en gewelddadige feiten en waarin elk van de betrokkenen zijn eigen aandeel had. De strafbare feiten van de criminele organisatie - De organisatie houdt zich bezig met de internationale harddrugshandel. [verdachte] had contact met mensen in Turkije over het naar Turkije vervoeren van XTC-pillen. [verdachte] heeft samen met [betrokkene 6] een personenauto, een Ford C-max met kenteken [kenteken ] , in Duitsland gekocht. De auto is vervolgens op verzoek van [verdachte] door [medeverdachte 6] bij diens [bedrijf 2] geprepareerd. [medeverdachte 6] heeft een ruimte in het dashboard gemaakt om daar pakketjes in te verstoppen. [verdachte] had contact met [medeverdachte 5] over het leveren van de XTC-pillen. Door tussenkomst van [medeverdachte 5] zijn XTC-pillen als monster aan [verdachte] verstrekt. [verdachte] heeft [medeverdachte 10] gevraagd er één te testen. [medeverdachte 16] heeft geholpen met het in orde maken van de autopapieren en het verstoppen van de pakketjes in het dashboard van de auto. [verdachte] regelde de chauffeur, [betrokkene 6] , om met de geprepareerde auto naar Turkije te rijden. [verdachte] zou met het vliegtuig naar Turkije gaan en [betrokkene 6] aldaar opvangen. [medeverdachte 10] wist dat de auto was geprepareerd, immers [verdachte] heeft op 4 maart 2013 met [medeverdachte 10] besproken dat de pakketjes die ze samen hadden gedaan langer en smaller gemaakt moesten worden en ze bespraken welke garage de auto kon maken. Ook werd tijdens een observatie gezien dat [medeverdachte 10] op 2 maart 2013 met zijn knokkels meerdere keren op de bovenzijde van de gehele rechterhelft van het dashboard sloeg. [verdachte] en [medeverdachte 10] hebben de geprepareerde auto met daarin de drugs op 2 maart 2013 naar Kerpen, Duitsland gebracht, van waaruit [betrokkene 6] de reis naar Turkije op zich heeft genomen. Op 7 maart 2013 is [betrokkene 6] met de auto vanuit Kerpen, Duitsland, via Oostenrijk, Slovenië, Kroatië, Servië en Bulgarije, naar Turkije gereden, alwaar hij op 8 maart 2013 aankwam. Gedurende deze periode onderhield [verdachte] met regelmaat contact met [betrokkene 6] en met [medeverdachte 10] over het verloop van de reis naar Turkije. Vanaf de Turkse grens vond een gecontroleerde aflevering plaats. In Turkije heeft [betrokkene 6] contact gehad met twee Turkse mannen. Op dat moment zijn [betrokkene 6] en de twee Turkse mannen aangehouden door de Turkse politie. Deze trof een hoeveelheid van 4,3 kilogram pillen bevattende MDMA, oftewel ongeveer 21.000 XTC-pillen, in een verborgen ruimte in het dashboard van de auto aan. Het is het hof uit de voorhanden zijnde bewijsmiddelen niet duidelijk geworden of [medeverdachte 5] daadwerkelijk na het verstrekken van het monster ook deze pillen heeft aangeleverd. Na de aanhouding van [betrokkene 6] kon [verdachte] geen contact meer met hem krijgen, waardoor hij begreep dat er iets mis was gegaan. Hij is samen met [medeverdachte 10] naar Turkije gegaan om uit te zoeken wat er aan de hand was en om geld op te halen. Uit tapgesprekken blijkt dat niet alleen [verdachte] , maar ook [medeverdachte 10] een financieel belang bij het transport van de pillen had. [verdachte] sms’t op 10 maart 2012 naar [medeverdachte 13] dat zij hem een loer hebben gedraaid en er wordt door [medeverdachte 16] contact opgenomen met [medeverdachte 17] , die meedeelt dat zij in Istanbul veel invloed hebben. Later zoekt [medeverdachte 10] contact met [medeverdachte 17] om hem en [medeverdachte 11] te bedanken. Bewijsmiddelen zaak 8: Map 24, pagina H 130: Op 30 januari 2013 te 13.15 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en NN man 9991 die gebruik maakt van het Turkse telefoonnummer [telefoonnummer] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [verdachte] : Ik overweeg om deze zaterdag te komen, maar ik bedacht me van laat ik rechtstreeks naar Istanbul gaan. NN-man 9991: Zaterdag. [verdachte] : Ja… kun jij ondertussen met de vrienden spreken.. NN-man 9991: Dat is goed. (...) [verdachte] : Laat het me vandaag nog weten, dan regel ik mijn ticket enzo. Map 24, pagina H 132: Op 30 januari 2013 te 17.35 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en NN man 4381 = NN-man 9991 ( [betrokkene 41] , hierna S), die gebruik maakt van het Turkse telefoonnummer [telefoonnummer] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [verdachte] : Dit weekend zal ik naar Istanbul toekomen. Jij moet ook maar komen. S: Istanbul? (...) [verdachte] : Eerst spreken. Ik kom het weekend en laten dan alles gedetailleerd spreken... en als ik dan zaterdag kom en zondagavond terug en dinsdag of woensdag dan stuur ik het... dan zal ik zelf daar niet zijn… snap je. (...) [verdachte] : Dan kom ik zaterdag. Dan regel ik mijn ticket broer. (...) Het is toch zoals we het zijn overeengekomen? S: Ja het is zoals we het zijn overeengekomen. [verdachte] : Nou Iaat diegene die het afhandelt er ook bij zijn, dat we het ook open en bloot alles bespreken... want ik later geen heibel daarna, want we moeten elkaar daarna nog in de ogen kijken. Map 24, pagina H 145: Op 4 februari 2013 te 21.36 uur wordt door de gebruiker van het Turkse telefoonnummer [telefoonnummer] een sms-bericht verzonden met de inhoud: Is het effect goed broer? Map 24, pagina H 146: Op 4 februari 2013 te 21.37 uur wordt door de gebruiker van het Turkse telefoonnummer [telefoonnummer] een sms-bericht ontvangen met de inhoud: Het is gewoon te gek neef. Map 24, pagina H 147: Op 4 februari 2013 te 21.38 uur wordt door de gebruiker van het Turkse telefoonnummer [telefoonnummer] een sms-bericht verzonden met de inhoud: Neem niet teveel in/gooi niet teveel! Hoeveel heb je ingenomen/hoeveel heb je gegooid? Map 24, pagina H 148: Op 4 februari 2013 te 21.39 uur wordt door de gebruiker van het Turkse telefoonnummer [telefoonnummer] een sms-bericht ontvangen met de inhoud: Ik weet het niet, ik heb er twee stuks ingenomen een uur later. Map 24, pagina H 155: Op 5 februari 2013 te 16.56 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en NN man 4155, die gebruik maakt van het Turkse telefoonnummer [telefoonnummer] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: NN-man: broer, als het morgen gaat komen... dan kan ik geen cent winst erop krijgen... dan geef ik het tegen die prijs (...) [verdachte] : Nou broer... het kan niet voor minder dan waar we het voor besproken hebben... moet ik er verlies op draaien. (...) we hebben een afspraak gemaakt. (...) NN-man: ja, maar de auto... dat stuk grond... wat bijvoorbeeld 10.000 lira is... en ik heb tegen die man gezegd... je moet het aan ons voor 8 geven snap je... kijk normaal gesproken gaat die appartement voor 11 à 12 (...) [verdachte] : over welke prijs heb je het? NN-man: Nou, de makelaar zegt 5 lira de vierkante meter. [verdachte] : nou broer... dat kan niet broer. NN-man: ik snap het want de hoeveelheid vierkante meters welke aangekocht gaat worden is te weinig... kijk als er bijvoorbeeld 30.000 vierkante meters of 40.000 vierkante meters zou zijn, dan zou het wel kunnen (...) de grondprijzen gaan soms omhoog en soms omlaag. [verdachte] : we hebben het toch voor 7 Turkse Lira’s afgesproken (...) Map 24, pagina H 161: Op 9 februari 2013 te 13.12 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en NN man- 8510, die gebruik maakt van het Turkse telefoonnummer [telefoonnummer] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: NN-man: Ik wacht op hun telefoontje... kijk hij zegt dat de prijs van auto's laag is... snap je... hij zegt... als ik je opbel... dan moet jij mij maar met een paar dagen dat brengen... want nu staan er in zijn showroom voldoende auto's. [verdachte] : met de vrachtwagencombinatie die ik naar jou toestuur... moet jij maar daarvoor in de plaats een aantal auto's aan mij geven. NN-man: Kijk ik krijg van daaruit nog een auto... ik zal jou eens een nummer doorgeven... ik heb krijg van daaruit nog een auto... 50 stuks... snap je... die auto komt ook ... 5 stuks.. [verdachte] : kijk broer, die auto's die klaarliggen voor het weekend van volgende week(...) de auto die ik jullie ga verkopen stuur ik woensdag... en de vervoerder... die zal de auto pas over twee dagen kunnen brengen... Dus dat betekent dat als God het wil... vrijdag daar zal zijn en op de terugweg sturen jullie met die vriend... als tegenwaarde sturen jullie mij auto's. NN-man: ik snap het... dus je wilt geen geld? Map 24, pagina H 163: Op 16 februari 2013 te 13.43 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] ) en NN man, die gebruik maakt van het Turkse telefoonnummer [telefoonnummer] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: NN: ze kennen het hier niet, kennen het niet begrijp je? Ze kennen het hier nog niet zo goed. Je moet er eentje sturen om te testen. En dan.. [verdachte] : eentje sturen beste broer, alsof je in Bre... je bent hier niet om de hoek potverdikkeme, je verblijft in Turkije! NN: stuur anders 1 of 2 broer voor nu even... begrijp je? Dan kijken we wel.. Map 24, pagina H 164: Op 18 februari 2013 te 19.34 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en NN man- 1004, die gebruik maakt van het Turkse telefoonnummer [telefoonnummer] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [verdachte] : waarom zou ik zaken willen doen als het voor mij niet winstgevend is. Ik red het niet met de prijs die je noemt. (...) [verdachte] : [betrokkene 41] heeft eerst gezegd dat de prijs 5 zou zijn en toen zakte hij naar 4 en daarna naar 3 en toen naar 2... zo kan het niet, man. (...) Je zei tegen mij, een week wachten, ik/jij liet twee weken wachten... ik heb hier de auto gehaald, dinges laten doen (...) Jij hebt mij hier 40, 50 duizend kosten laten maken... dat kan toch niet zo... (...) NN: oke wat moeten we dan doen... oke, stuur jij maar dan 50.000 stuks Map 24, pagina's H 166 tot en met H 289: In de periode van 5 februari 2013 tot en met 1 maart 2013 worden door [verdachte] en de gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer] ( [medeverdachte 5] ) sms-berichten naar elkaar verstuurd. Het gaat onder meer om de navolgende sms-berichten: [verdachte] : Gaat het door morgen? [medeverdachte 5] : Het zou begin volgende week worden heeft hij gezegd maar dan denk ik maandag of dinsdag [verdachte] : Zijn ze dan klaar? [medeverdachte 5] : Ja maat. [verdachte] : Misschien moeten er nog tien bij kan dat? [medeverdachte 5] : Ga proberen maat hoor je morgen rond de middag. [verdachte] : 2x tien doe maar. Ma wel twee aparte zakken van tien doen aub. [verdachte] : Kun je vandaag voorbeeld pakken van die kleintjes uit Den Haag? Stuk of twintig [medeverdachte 5] : Ga proberen maat je hoort me zo. [verdachte] : Maat ik moet vandaag een beetje monster hebben van die kleintjes. Laat ik ze hier snel testen. [verdachte] : Probeer zo snel mogelijk 20 snoepjes voor test te regelen voor vandaag aub. [verdachte] : Maat vrijdagochtend moet mij chauffeur weg... Krijg ik nog monsters dit zijn toch geen afspraken [medeverdachte 5] : Sorry maar zijn telefoon staat nog uit [medeverdachte 5] : Krijg net de bevestiging vanuit Den Haag maat. Maandag kan hij leveren. [medeverdachte 5] : Morgen heb ik die auto waar je om vroeg maat als ik je sms kun je dan met geld mijn kant op komen [medeverdachte 5] : maar moet je die auto wel hebben of niet want ik heb nog iemand die intresse heeft in die auto [verdachte] : zeker moet ik ze hebben wacht al twee weken op jouw maat. [medeverdachte 5] : Ok dan hou ik ze vast voor je maat. Map 24, pagina H 271: Op 26 februari 2013 te 15.51 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en NN man 2425 [medeverdachte 10] ( [medeverdachte 10] ). In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [verdachte] : ik heb zo'n uh dinge, weetje wel een eh pilletje. Maar hij zei dat hij 100 milligram was, ik moet die laten testen, wil jij die niet effe eentje nemen? [medeverdachte 10] : ben je ziek ofzo? Welke kleur heeft ie? [verdachte] : rolex [medeverdachte 10] : die zijn volgens mij 120 volgens mij die man, doe er maar een in de koffie roeren. Map 24, pagina's H 272 tot en met H 275: Op 26 februari 2013 worden door [verdachte] en [betrokkene 7] de navolgende sms-berichten naar elkaar verstuurd: [betrokkene 7] : wat doe je [verdachte] : in St Willebrord die snoepjes wachten en daarna in de auto en dicht maken. Weet je toch. [betrokkene 7] : Hoelang ben je nog bezig. [verdachte] : Nog lang schat ben nu pas hier moet nog genoeg gebeuren. Denk pas rond 8 à 9 uur Map 24, pagina H 290: Op 6 maart 2013 wordt door [verdachte] een sms-bericht verzonden aan [betrokkene 6] met de inhoud: De naam is Rolex 120 mg en per stuk is het 2,5 euro. Ga morgen of op weg of betaal de kikkererwt. Map 24, pagina H 291: Op 29 januari 2013 wordt door [verdachte] een sms-bericht verzonden aan [betrokkene 42] met de inhoud: Stuur nummer van [betrokkene 6] Duitsland is Map 24, pagina H 293: Op 30 januari 2013 te 12.43 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 9] . In dit gesprek wordt gezegd: [verdachte] : [medeverdachte 9] waarom stuur je het nummer niet door man. [medeverdachte 9] : Ik heb het toch al doorgestuurd. [verdachte] : ik heb het niet ontvangen... zeg het nummer maar. [medeverdachte 9] : [telefoonnummer] . [verdachte] : ik bel je zo. Map 24, pagina H 296: Op 30 januari 2013 te 17.24 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en NN man 1762 die gebruik maakt van het Duitse telefoonnummer [telefoonnummer] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [verdachte] : Moet ik helemaal naar Duitsland komen? NN-man: Ja. En anders moet ik echt veel moeite doen... Kom gewoon naar mijn [bedrijf 1] ... dan gaan we zitten thee drinken of koffie... en dinges je.. [verdachte] : Hmm... stuur me je adres maar oom. Zit jij in Düsseldorf NN-man: neen neen... Keulen... in de buurt van Keulen... Kerpen. NN-man: ik zal het adres sturen. Map 24, pagina H 297: Op 30 januari 2013 wordt door de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] een bericht verzonden met de inhoud: [adres] Map 24, pagina H 298: Op 30 januari 2013 te 17.50 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en NN man­ 1762. In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [verdachte] : Broer... jouw kwestie blijft liggen tot morgen joh. (...) [verdachte] : Laten we elkaar morgen om drie uur in Venlo treffen. NN-man: Dat is goed. Map 24, pagina H 307: Op 7 februari 2013 te 14.47 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en NN man­ 1762. In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [verdachte] : broer... vind vandaag of morgen met spoed de Ford Focus C-Max... dan kom ik het halen (...) NN-man: okee... C-max. [verdachte] : Ja Ford Focus C-max... bouwjaar 2006... het moet een diesel zijn... en 6 versnellingen. Map 24, pagina H 309: Op 8 februari 2013 te 15.27 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en NN man 1762 ( [betrokkene 6] ). In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [betrokkene 6] : de vrienden kijken om naar auto's ik ga zo dadelijk naar hem toe... we kunnen morgen de auto kopen toch? [verdachte] : ja broer dat kunnen we zet er wat tempo achter want ik wil er volgende week geen problemen mee hebben (...) [verdachte] : ik moet die auto eerst nog laten repareren snap je. Map 24, pagina H 310: Op 8 februari 2013 wordt door [betrokkene 6] een sms-bericht verzonden aan [verdachte] met de inhoud: Ik heb de auto gevonden, morgen 5500; Morgen om 10 uur kunnen we hem nemen; ik heb het voor elkaar gekregen. Map 24, pagina H 315: Op 11 februari 2013 te 10.34 uur vindt er een telefoongesprek plaats tussen NNman-1732 en [verdachte] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: M: Wat wilde ik zeggen? Kan je de kentekenplaten brengen? F: Ik heb net de kentekenplaten losgemaakt. Die stuur ikje straks wel. M: Hoe ga je sturen? F: Ik bedoel... als ik niet kan komen, ik stuur wel een vriend... die zal dan naar Venlo brengen. M: Kan je niet nu sturen? Ik ga nu hier vandaan vertrekken. Ik moet daar wat gaan doen. F: Ehmm okee goed dan. Ik zal je over half uurtje terugbellen. Map 24, pagina H 316: Op 11 februari 2013 te 10.38 uur vindt er een telefoon gesprek plaats tussen NNMan-1762 en [verdachte] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: NNman-1762: Je moet ook de autopapieren meesturen... niet vergeten... allebei... niet vergeten. [verdachte] zegt: is goed, is goed. Map 24, pagina H 317: Op 11 februari 2013 te 11.14 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en NN man 1762 ( [betrokkene 6] ). In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [verdachte] : ik heb mijn broer gestuurd, heeft hij je al gebeld? [betrokkene 6] : nee (...) [verdachte] : we hebben de voorbereidingen al gedaan... zo en zo ga jij morgenavond of woensdag vertrekken… dus ga maar uitrusten Map 24, pagina H 318: Op 11 februari 2013 te 12.13 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en NN-man/ [medeverdachte 16] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 16] : er moeten meer papieren zijn zegt de broer. Hier heb je hem. NN-man: [verdachte] er zitten in die auto tussen de papieren ook TUV-papieren. NN-man zegt dat er tussen die papieren ook een TUV brief moet zijn en zonder dat briefje kan het niet, zegt hij. Map 24, pagina H 324: Op 11 februari 2013 te 10.09 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en [betrokkene 43] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [verdachte] : kameraad, ga jij maar anders naar Edo toe. [betrokkene 43] : kom jij dan zo daarheen? [verdachte] : ga jij erheen… praat met hem... leg de situatie uit… broer, dit en dat moet gebeuren... als we de auto hier achterlaten, kan je het voor ons doen? Het heeft spoed... moet binnen paar dagen klaar zijn... moet je zeggen. Als hij oke zegt, dan kom ik daarheen en ik geef daar ergens bij een hoek de auto aan jou en jij kan brengen. Map 24, pagina H 325: Op 11 februari 2013 te 10.19 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en [betrokkene 43] (M). In dit gesprek wordt onder meer gezegd: M: Nee broer, hij zegt dat hij het niet kan. F: Waarom niet? M: Dat weet ik niet... ik heb geprobeerd bij hem door te dringen... maar hij zegt, ik kan echt niet. Ik bemoei me niet met andermans... en ik zeg luister dit en dit en dat... "nee ouwe, ik kan het echt niet" zegt hij... ik heb dit ook nooit van tevoren zoiets gedaan zegt hij. (...) M: ik heb tegen hem gezegd "laat mij nou niet op zoek gaan naar anderen" dan geef ik jou 3 of 5 extra" maar daar heeft hij op geantwoord" het maakt niet uit wat ik erop verdien" ik kan het echt niet. F: Kom jij dan maar naar [bedrijf 2] M: Welke [bedrijf 2] was dat ook alweer? F: Dat daar bij het Ibis-hotel... van [medeverdachte 6] . M: Dat kan hij niet man., hij is een domkop" daar heeft hij toch geen verstand van F: Hij kan het wel... kom daar maar heen. Map 24, pagina H 327: Op 11 februari 2013 te 18.08 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 6] 4339 ( [medeverdachte 6] ). In dit gesprek wordt onder meer gezegd: F: als iedereen daar weg is dan kun jij met gemak je werk afmaken... er is niet zo'n haast bij... ik heb nog wel 1 of 2 uur de tijd. [medeverdachte 6] : dat gaat daar niet zoals je het zegt. Dat ijzer zit er compleet. Ik zie geen losse plaat man... dat is geen losse plaat maar compleet. F: ja, dat moet je er dan uitslijpen. (...) F: ga het daar maar compleet helemaal overlangs wegslijpen A: Is goed dan. Map 24, pagina H 329: Op 15 februari 2013 te 13.39 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 6] 4339 (A). In dit gesprek wordt onder meer gezegd: A: Breng nou mijn geld eens man. Ik ben nu in de garage... maar 's avonds ga ik naar het casino toe... dus breng die 1500 lira eens. F: ik kom even langs... tot ziens. Map 24, pagina H 330: Op 20 februari 2013 te 17.04 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 6] 4339 (A). In dit gesprek wordt onder meer gezegd: F: zeg niet dichtmaken A: vandaag? F: nee nog niet dicht doen he... als ik morgen kom... dan samen (...) Ik bedoel, als jij die verwarming erop gaat zetten... dan niet dichtmaken. A: nee, ik maak het niet dicht. Map 24, pagina H 333: Op 1 maart 2013 te 19.17 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en [betrokkene 6] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [verdachte] : Broer, ik zweer je, ik heb de auto dichtgemaakt en ben op jou aan het wachten. [betrokkene 6] : de kentekenplaten heb je er ook op gedaan? [verdachte] : ja, ik heb alles erop gedaan, de auto dichtgemaakt en wacht op jou. Map 24, pagina H 346: Op 2 maart 2013 te 11.14 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en [betrokkene 7] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [betrokkene 7] zegt, waar ben jij dan? [verdachte] zegt, op de terugweg vanuit Duitsland met die Polo... we hebben die Duitse auto afgezet met [medeverdachte 10] samen... en nu komen we terug. Map 24, pagina H 364: Op 2 maart 2013 te 17.19 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en [betrokkene 6] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [verdachte] : jij gaat toch vanavond met die vriend van jou spreken? Je had toch gezegd dat die mogelijk geld zou geven... als je van hem 15 gaat halen... 20 is niet eens nodig. (...) want voor 15 kan ik nog 20 duizend van die dingen halen... snap je... en dan kunnen we wat daar vandaan komt gezamenlijk verdelen snap je (...) [betrokkene 6] : ga je dan ook [verdachte] : naar die andere zijde? Ik ga wel met het vliegtuig en wacht jou daar op. Map 24, pagina H 366: Op 2 maart 2013 wordt door [verdachte] een sms-bericht verzonden aan [betrokkene 6] met de inhoud: Broer dan ga ik nu slapen. Bel me 's ochtends op zodat ik het geld kom ophalen. Dan kan ik er materiaal voor kopen. Map 24, pagina H 367: Op 3 maart 2013 wordt door [verdachte] een sms-bericht verzonden aan [betrokkene 6] met de inhoud: De mannen wachten, gaan we de kikkererwten nog halen? Map 24, pagina H 370: Op 3 maart 2013 te 21.12 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en [betrokkene 6] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [betrokkene 6] : [verdachte] ... is 10 voldoende... want 15 heb ik niet kunnen regelen maar 10 is er.. [verdachte] : met 10 kunnen we ook verder (...) Maar dan moet jij die auto ook weer terugbrengen. [betrokkene 6] : ja natuurlijk... zo is het toch [verdachte] : Dan breng maar tot Venlo die auto weer terug (...) [betrokkene 6] : Luister eens... dit geld moet weer de 18de worden terugbetaald… Map 24, pagina H 347: Op 4 maart 2013 te 11.38 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en [betrokkene 6] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [betrokkene 6] : en nog even dit... je hebt het niet goed laten maken... links en rechts zijn er beschadigingen... dat heb je niet goed laten maken. [verdachte] : ze gaan het toch open en weer dicht doen [betrokkene 6] : ja... laat het ze dan fatsoeneren. Map 24, pagina H 348: Op 4 maart 2013 te 12.02 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 6] 4339 (A). In dit gesprek wordt onder meer gezegd: F: zeg luister eens... er was toch aan de linker- en rechterkant van die openingen... kunnen we die niet dichten... want die man zou gaan... heeft de auto teruggebracht... zo wil ik niet gaan... want de linker- en rechterzijde van dit is open... als ik jou 500 euro vooraf geef... wil je die dingen niet even goed doen? A: nou ik weet niet of die dingen wel kunnen... volgens mij gaat het daar niet dicht. (...) wanneer moeten we dat dan doen? F: wanneer gaat jouw garage dicht? A: nou ik denk omstreeks half zes a zes uur F: dan breng ik de auto omstreeks zes uur. Map 24, pagina H 354: Op 4 maart 2013 te 20.44 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 10] (R). In dit gesprek wordt onder meer gezegd: R: Die jongen waar we de vorige keer in Noord waren voor die auto kan die dingen maken, hij kan die (onverstaanbaar) maken snapte kan hij die vast maken alles. F: ja, maar kan hij, die dingen moeten ook ff meer in de lengte gemaakt worden man. R: Wat moet in de lengte gemaakt worden? F: Wat wij samen hadden gedaan weetje wel. R: ja, ja, ja. F: die is veel te, je weet die is veels te bol en te klein, hij moet meer langer en platter zijn dan kun je hem... (...) R: maar hij moet toch die onderdelen hebben jongen, hij heeft toch die, die, die plastic dingen toch niet. F: ja maar die dingen moeten er toch uit. Hij moet toch anders gemaakt worden, wat we zelf hebben gemaakt. Map 24, pagina H 356: Op 4 maart 2013 te 21.42 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 10] (R). In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 10] zegt dat hij nog wel een jongen in Breda kent met een [bedrijf 2] en wel weet waar hij woont. [medeverdachte 10] zegt, kan die jongen die auto niet maken, die het begin gedaan heeft. Map 24, pagina H 359: Op 5 maart 2013 te 17.54 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 6] 4339 (A). In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [verdachte] : om hoe laat begin je aan mijn werkje? [medeverdachte 6] : ik ga er vandaag aan beginnen... om zes [verdachte] : is goed dan... wees snel. Map 24, pagina's H 360 tot en met H 363: Op 5 maart 2013 worden door [verdachte] en [medeverdachte 6] de navolgende sms-berichten naar elkaar verzonden: [verdachte] : schiet op kerel, heb je de auto al uit elkaar gehaald? [medeverdachte 6] (18.41 u): Ik heb hem uit elkaar gehaald [medeverdachte 6] (22.07 u): is klaar [verdachte] : kom eraan Map 24, pagina H 386: Op 7 maart 2013 te 18.23 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en [betrokkene 6] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [betrokkene 6] : Ik ben vertrokken... wat zou ik anders kunnen doen (...) Ik ga geld ophalen... maar je moet dat zaterdag wel aan hem terugbetalen [verdachte] : Ga je van daaruit gelijk verder? [betrokkene 6] : ja...ja ik heb 1500 Lira van hem gehaald. (...) [verdachte] : een goede reis nog. Map 24, pagina H 389: Op 8 maart 2013 te 10.39 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en [betrokkene 6] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [betrokkene 6] : ik ben onderweg... ze hebben me aan de kant gezet en doen nu zoeking (...) Joegoslavië nog niet gepasseerd joh. [verdachte] : er kan toch niks gebeuren joh, laat ze maar zoeking doen... ze vinden toch niks. Map 24, pagina H 390: Op 8 maart 2013 te 10.50 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en [betrokkene 6] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [verdachte] : en ben je de controle voorbij [betrokkene 6] : dat wel maar de eerlozen hebben echt uitvoerig gezocht... ik dacht even van ik ben erbij verdomme. (...) [verdachte] : bel mij zodra je Bulgarije bent ingereden... dan stap ik in het vliegtuig en kom eraan. Map 24, pagina H 394: Op 8 maart 2013 te 14.47 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 10] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [verdachte] : hij is euh al bijna bij het einde van de rit. (...) Hij is al de drie ergste douanes voorbij. Ze hebben heel de auto op zijn kop gezet man. (...) hij is in ieder geval over drie uurtjes in Turkije. [medeverdachte 10] : Ins jallah, is goed jongen. Map 24, pagina H 400: Op 8 maart 2013 te 18.09 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en [betrokkene 6] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [betrokkene 6] : Ik ben nu bij de laatste 50 km en dan rijd ik erin. [verdachte] : Waarin? [betrokkene 6] : In Turkije... wat anders Map 24, pagina H 401: Op 8 maart 2013 te 18.34 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 10] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 10] : wat kosten die tickets? [verdachte] : die kosten 280 euro [verdachte] zegt als we morgenochtend vliegen zijn we maandag terug. Map 24, pagina H 404: Op 8 maart 2013 te 19.1 7 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en [betrokkene 6] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [betrokkene 6] : ik ben zo dadelijk bij de grens. (...) waar wachten ze? [verdachte] : op het adres wat ikje gegeven heb [betrokkene 6] : in Findikzade dus? [verdachte] : ja... ga erheen... overhandig de auto daar... ga maar slapen en 's ochtends kom ikje ophalen. Map 24, pagina H 409: Op 8 maart 2013 te 20.09 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en [betrokkene 6] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [betrokkene 6] : ik ben er door, ik ben er door. (...) Ik wil de dinges even zien... wat voor dinges het is. Euh wat voor dinges de plek is die je hebt laten maken [verdachte] : gaan jullie het samen... samen opendoen? [betrokkene 6] : Zou dat dan niet beter zijn als het zo is (...). Uiteindelijk heeft het geen haast. [verdachte] : de mannen schijnen wel haast bij te hebben joh, ze schijnen het vandaag nodig te hebben joh. Het is weekend weetje. [betrokkene 6] : Oki, ik ga het wel brengen. Ik kan het adres wel vinden, ik ben in Istanbul opgegroeid. (...) Ze moeten dan een plek reserveren... geef mijn voornaam en achternaam... Ze moeten een plek reserveren voor [betrokkene 6] . Map 24, pagina H 415: Op 8 maart 2013 te 20.30 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en [betrokkene 6] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [verdachte] : Wat is dan je nummer van Turkcell? (...) [betrokkene 6] : euh 0049 ja, Duitsland [verdachte] : [telefoonnummer] [betrokkene 6] : [telefoonnummer] [verdachte] : oké, ik stuur het naar de jongen, bye! [betrokkene 6] : hij moet mij bellen. Map 24, pagina H 416: Op 8 maart 2013 te 20.31 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en NN-man 9580 die gebruik maakt van het Turkse telefoonnummer [telefoonnummer] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [verdachte] : Heb je pen en papier bij je? NN-man: Pen en papier. Wacht even. [verdachte] : [telefoonnummer] Bel hij wacht op je. Map 24, pagina H 417: Op 8 maart 2013 te 22.32 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en NN-man 9580. In dit gesprek wordt onder meer gezegd: NN-man: hij/zij is onderweg, hij/zij komt. Ik heb met vriend gesproken/contact gehad. Map 24, pagina H 418: Op 8 maart 2013 wordt door [verdachte] een sms-bericht verzonden aan NN-man 9580 met de inhoud: Broer heb je de vriend al geplaatst? Hij neemt zijn telefoon niet op! Hoe staat het met de verborgen ruimte; is die al open; nemen jullie niet op omdat jullie het al weten Map 24, pagina H 419: Op 9 maart 2013 te 10.14 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en Reisbureau NN-vrouw. In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [verdachte] : Ik wilde een ticket vragen voor een persoon met Turks Airlines vandaag naar Istanbul vanuit Brussel. (...) NN-vrouw: wanneer is de terugreis? [verdachte] : is maandag. Map 24, pagina H 423: Op 9 maart wordt door [verdachte] een sms-bericht verzonden aan [betrokkene 7] met de inhoud: Kan van alles gebeuren. Misschien werken ze met politie misschien zijn ze rippers, ik weet het ook niet. Dus beter een soldaat bij me eerste x. Map 24, pagina H 424: Op 9 maart 2013 te 13.01 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en NN-man 2425 [medeverdachte 10] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 10] : hoe laat moeten we vertrekken? [verdachte] : om zes uur vliegen. [medeverdachte 10] : als je wil, boek voor mij ook ik ga met jou mee. [verdachte] : hoe heet je met je achternaam? [medeverdachte 10] : [medeverdachte 10] . Map 24, pagina H 427: Op 9 maart 2013 te 17.10 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en [betrokkene 7] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [betrokkene 7] : waarom ga je nog daarheen? [verdachte] : gewoon... omdat ik het ga uitvissen... ik ga het niet hierbij laten. [betrokkene 7] : ja maar... je bent dan niet in Nederland... je bent in Turkije... daar heb je niemand achter je... je hebt niets bij je... wat wil je daar in je eentje doen? (...) Hoe kun jij nou zo koudbloedig zijn, ik snap je helemaal niet. [verdachte] : wat moet ik anders... ik stik van de schulden moet ik dit hier ook nog door mijn neus laten boren.. [betrokkene 7] : Ja en die mannen schieten jou daar gelijk neer hoor. Map 24, pagina H 429: Op 10 maart 2013 te 00.47 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 16] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [verdachte] : luister, bel [medeverdachte 13] op en zeg datje hem met spoed moet zien en zeg tegen hem dat ik in Istanbul zit en dat ik geript ben. En die mensen willen met mij afspreken enzo. Hun willen mij naar hun plek snap je. (...) [medeverdachte 16] : Jij hebt goed stront gegeten. Wat heb ik je gisteren per sms gezegd. Map 24, pagina H 430: Op 10 maart 2013 wordt door [medeverdachte 16] een sms-bericht verzonden aan [medeverdachte 13] met de inhoud: Broer, ze hebben hem aan de overzijde een loer gedraaid en nu nodigen ze hem uit om naar hun locatie te komen; kun jij hem helpen met een bekende van 'de Broer'. Map 24, pagin'a H 432: Op 10 maart 2013 te 02.00 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 10] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 10] : [medeverdachte 17] , bel [medeverdachte 16] op snap je, die legt jou de situatie uit. M: welke situatie? [medeverdachte 10] : Vraag maar gewoon aan [medeverdachte 16] , snap je wat ik bedoel. Die kan jou exact vertellen van wat de situatie is begrijp je. (...) Ik zit in Istanbul nou, begrijp je wat ik bedoel? (...) Ik ben met die zoon van jou meegegaan begrijp je. Ik ben met hem meegegaan hier snap je en ze wilden vandaag in ieder geval begrijp je hem iets aan gaan doen. Snap je wat ik bedoel? (...) Mensen van hier. Ze hebben iets van hem afgepakt hier, snap je wat ik bedoel? Met allemaal kwatspraatjes. Wij staan er nu helemaal alleen voor hier. Begrijp je? We hebben alleen maar iemand nodig hier , van in de stad die met ons meegaat naar de mensen daar, begrijp je? M: waarom moet ik [medeverdachte 16] opbellen? [medeverdachte 10] : [medeverdachte 16] kan je precies uitleggen hoe, daarom, want wat ik nou tegen jou vertel, begrijp je weet [medeverdachte 16] ook, snap je? (...) Ik zag geen uitweg meer snap je dus ik denk ik ga jou gewoon bellen. (...) M: Ik hoef op te bellen naar Istanbul, daar komt niemand aan jullie. Geen ene die zegt van ik ben de man in Istanbul. Ik hoef alleen nou Istanbul op te bellen en het is zo geregeld. (...) Waarom zou ik da doen? Geef mij een goede reden. (...) Vertel mij waar het om gaat. [medeverdachte 10] : Er is hier iets naartoe gestuurd. Alles was goed, alles was soepel gelopen, begrijp je wat ik bedoel. Het einde van de rit, snap je, hebben ze toen die toen die mensen die die dingen af moesten gaan halen begrijp je. (...) M: Hoe komen jullie daar bij om zo'n zaak aan te nemen, om zoiets te ondernemen? (...) Jullie zouden geld verdienen. En wat als het goed was gelopen dan had ik er niks van gehoord. Map 24, pagina H 435: Op 10 maart 2013 te 02.53 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 16] en [medeverdachte 17] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: M: vertel me het voorval van die andere eerloze eens.. [medeverdachte 16] : die heeft dus dinges gestuurd daarheen... en zij hebben het genomen ... niet betaald... en morgen uitgenodigd naar hun etablissement te komen. M: oh... hebben ze dingen... pilletjes.. [medeverdachte 16] : ja Map 24, pagina H 436: Op 10 maart 2013 te 02.58 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 16] en [medeverdachte 17] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: M: Zeg [medeverdachte 16] . ... hebben zij eerder nog met hun wat gedaan? F: Nee dit is de eerste keer. M: De eerste keer... Je weet dat hun goed zitten? F: Ja... alles zit goed... de eerste rit. M: Je weet dat hun goed zitten? F: Ja vader. ... ik heb samen met hem alles geregeld. M: Waarom heb je dat dan niet eerder aan mij verteld eerloze? F: Nou het is de laatste dag ingepakt. ... Dit was de eerste keer... Hij kon de papieren niet vinden... en daarna zijn de papieren gevonden... en toen ging hij die dingen halen. M: zeg tegen die eerloze uit Istanbul als hij belt... dat die neef van "de Broer" uit Istanbul naar hun toe zal gaan en zij gaan het daar allemaal regelen. Map 24, pagina H 438: Op 10 maart 2013 te 16.52 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 16] en [medeverdachte 17] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: M: Waarom hoor ik het als laatste [medeverdachte 16] ... waarom zeg jij niets tegen mij... maar je weet toch heel goed. Dat wij in Istanbul heel grote zeggenschap hebben. (...) die vrienden aldaar zijn bezig... ze proberen uit Istanbul... als het blijkt dat die anderen vastzitten... dan gaan ze via Griekenland... want in Griekenland zijn er ook vrienden... die doen dan het nodige? (...) Map 24, pagina H 440: Op 10 maart 2013 te 17.42 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 17] en [medeverdachte 13] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 13] : broer hoe zal ik het je zeggen... die van jou ... die heeft wat problemen in Turkije M: ja... zit flink in de shit. [medeverdachte 13] : gisteren heeft de jongere mij een bericht gestuurd... en heeft gezegd dit en dit is er aan de hand... en ik heb gezegd ik zal het aan die van ons doorgeven (...) ik kreeg een zaak genaamd "Pamukkale" aan de lijn. M: Ja dat klopt dat is de zaak waar (Usta) "de Meester" verblijft... dat is zaak daar beneden. (...) De Meester heeft al het nodige gedaan... en nu worden ze door de vrienden daar geholpen. Map 24, pagina H 442: Op 11 maart 2013 te 19.43 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 17] en [medeverdachte 10] In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 10] : God zij geprezen... ik ben heelhuids teruggekomen he ( ..) Ik weet niet wanneer ik jou en [medeverdachte 11] even kan spreken... onder zes ogen samen (...) Wat in ieder geval euh... wat [medeverdachte 11] broeder en jij voor ons, voor mij hebben daar gedaan, zal ik het zo maar zeggen daar aan de overkant begrijp je eh.. Map 24, pagina H 459: Op 17 maart 2013 te 16.26 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 10] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [verdachte] : en waarschijnlijk hebben ze gewoon samen die diefstal zo opgezet. Hebben ze gewoon samen afgesproken. Snap je, dus hij zit niet vast. [medeverdachte 10] : ... (ntv) dus ons geld komt gewoon. Map 25, pagina's H 466 tot en met H 528: Het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen: uitwerking OVC, met de daarbij behorende bijlagen. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (pagina's H 486 en H 487 van de bijlage "vertaling van OVC 07-04-2013"): [medeverdachte 13] : Ja, ik zal jou het eigenlijke ((lees: de ware toedracht) vertellen. [verdachte] hier met eigen middelen... begrijp je... stuurt pillen? [betrokkene 24] : onze [verdachte] ? [medeverdachte 13] : ja, ja! Hij stuurt pillen naar Istanbul. (Van)uit Duitsland... [onverstaanbaar]... de tussenpersoon waar [verdachte] mee samenwerkt is iemand die bij jullie uit Kirsehir (provincie in Turkije) komt. Hij heeft een patisserie in Istanbul. Map 25, pagina's H 529 tot en met H 576: Het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen. Bakengegevens Ford C-Max transport Turkije, met de daarbij behorende bijlagen. Dit proces-verbaal houdt onder meer in: Uit afgeluisterde telefoongesprekken en observatie bleek dat [verdachte] verdovende middelen in de vorm van pillen met een personenauto naar Turkije wilde laten vervoeren. Hij had eerst contact met mensen in Turkije en ging zelf naar Turkije om de details te bespreken. Hierna regelde hij een personenauto, een zwarte Ford C-max met Duits kenteken [kenteken ] . Aan mij, verbalisant, werden de bakengegevens ter beschikking gesteld van de zwarte Ford C­ max met Duits kenteken [kenteken ] . De bakengegevens zijn uitgekeken. 14 februari 2013, 20.52 uur tot en met 2 maart 2013 11.34 uur. Voertuig staat stil in de nabije omgeving van het [bedrijf 2] aan de [adres] . 2 maart 2013, 11.35 uur tot en met 00.00 uur. Zwarte Ford C-max [kenteken ] komt in beweging en rijdt van het terrein van het garagebedrijf af. Herkenning bestuurder Ford C-max [kenteken ] als zijnde [verdachte] . [verdachte] geeft door aan [medeverdachte 10] dat hij buiten staat. [medeverdachte 10] komt eraan. [adres] Stapt een NN-man in als passagier. Ford C-max [kenteken ] vertrekt vanaf de [adres] . De NN-man slaat met zijn knokkels meerdere keren op de bovenzijde van de gehele rechterhelft van het dashboard. Voertuig vervolgt de weg richting Venlo. Voertuig vervolgt de weg richting Duitsland, Kerpen. 16.15 uur - 00.00 uur Voertuig staat stil in de omgeving van de Händelstrasse te Kerpen (D). 4 maart 2013 Voertuig staat stil in de omgeving van de Händelstrasse te Kerpen (D). 11.45 uur Voertuig verplaatst zich richting Venlo. 22.13 uur Voertuig verplaatst zich naar de omgeving van de [adres] en komt daar tot stilstand. 5 maart 2013 22.35 uur Voertuig verplaatst zich vanaf de omgeving [adres] richting Venlo. 23.21 uur Voertuig verplaatst zich richting Kerpen (D). 7 maart 2013 19.42 uur Voertuig vertrekt en rijdt over de A4 Köln en A3 8 maart 2013 01.06 uur Voertuig vervolgt zijn weg over de A3 naar de A8 Oostenrijk 06.37 uur - 06.42 uur Voertuig staat stil in de omgeving van de overgang van Oostenrijk naar Slovenië 07.35 uur - 07.44 uur Voertuig staat stil in de omgeving van de overgang van Slovenië naar Kroatië 10.19 uur - 10.56 uur Voertuig staat stil in de omgeving van de overgang van Kroatië naar Servië. 15.30 uur - 15.37 uur Voertuig staat stil in de omgeving van de overgang van Servië naar Bulgarije. 19.51 uur- 20.11 uur Voertuig staat stil in de omgeving van de overgang van Bulgarije naar Turkije. 22.30 uur Voertuig verlaat de E80 richting langs een spoorlijn naar Deliklikaya (straatnaam in voorstad Istanbul) en rijdt vervolgens dezelfde weg weer terug naar de E80. Map 25, pagina H 577: Het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, Stempels in paspoort verdachte [verdachte] , met de daarbij behorende bijlagen. Dit proces-verbaal houdt onder meer in: Mij werden kopieën van bladzijden van het paspoort van verdachte [verdachte] toegezonden bevattende douanestempels. Aan de hand van de douanestempels voorkomende op de kopieën van het paspoort was het volgende te zien: 2 februari 2013 entree/binnenkomst Luchthaven Esenboga Ankara 4 februari 2013 uitgang/vertrek Luchthaven Esenboga Ankara 9 maart 2013 entree/binnenkomst Luchthaven Istanbul Atatürk 11 maart 2013 uitgang/vertrek Luchthaven Istanbul Atatürk Map 25, pagina's H 679 tot en met H 724: Het ambtsedig proces-verbaal nummer 60-547025-2, met daarbij de Nederlandse vertaling vanuit het Turks van uitvoeringsstukken van het rechtshulpverzoek aan Turkije (pagina H 583 tot en met H 677). Dit proces-verbaal houdt onder meer in: Pagina H 583: Referentie: het besluit tot gecontroleerde aflevering van het Parket van de Hoofdofficier van Justitie te Ankara. Verdachten: [betrokkene 6] , [betrokkene 27] , [betrokkene 24] . In beslag genomen strafbare goederen: ecstasy met een totaal brutogewicht van 4 kg 300 gram, voertuig van het merk Ford voorzien van het kenteken [kenteken ] . Algemene samenvatting: bij bestudering van het (onderzoeks)document is beoordeeld dat het gepast is dat het besluit genomen dient te worden tot een gecontroleerde aflevering. Vanaf het moment dat de persoon op datum 08-03-2013 om 20.51 uur ons land binnen is gereisd via de grensovergang Edirne Kapiküle is aangevangen met fysieke observatie. In dit kader is aangevangen met de fysieke observatie van het voertuig van het merk Ford Focus C­ max, zwart van kleur, voorzien van het kenteken [kenteken ] . Waargenomen is dat zich een persoon bevindt in de auto. Na aanhouding is bij controle van de identiteit vastgesteld dat deze persoon is genaamd [betrokkene 6] . Omstreeks 00.05 heeft de auto geparkeerd ter hoogte van de kruising van Isparta Kule Caddesi en Straat 2801, en is gaan wachten. Omstreeks 00.15 uur is naast het betreffende voertuig met kenteken [kenteken ] het voertuig gekomen van het merk Renault Kango, waarin zich twee personen bevonden. Na aanhouding is bij controle van de identiteit vastgesteld dat de persoon die het voertuig bestuurde is genaamd [betrokkene 27] en dat de andere persoon in de auto is genaamd [betrokkene 24] . Bij doorzoeking van het voertuig met kenteken [kenteken ] is een middel wit van kleur onderschept in het onderste gedeelte van de voorconsole, op verstopte wijze in de vorm van 8 pakjes, met een totaal brutogewicht van 4 kg 300 gram, met daarop de aanduiding "Rolex", waarvan vermoed wordt dat het van de verdovende middelen het middel Ecstasy betreft. Pagina H 695: Proces-verbaal van testen en wegen. In het kader van de op 09-03-2013 door de Dienst Directie Bestrijding Narcoticadelicten gehouden drugsoperatie en onderschepte middelen zijn bij weging op onze Dienst van Directie, 8 onderschepte pakketten met een totaal brutogewicht van 4 kg 300 gram verdovende middelen waarvan vermoed wordt dat het Ecstasy betreft; het betreffende middel is middels een testkit van het merk Drug-Screen gecontroleerd en is beoordeeld dat het van de verdovende middelen het amfetamine effectieve verdovende middel Ecstasy bevat. Pagina H 719: Expertise rapport. Analyse verdovende middelen. Goederen die aan de deskundige zijn overhandigd: verband houdend met een opsporingsonderzoek die door de medewerkers wordt verricht, is toegezonden; l witkleurig tablet voorzien van een "Kroon" logo/embleem met een nettogewicht van 4013,0 gram (bruto 4024,0 gram). Als gevolg van testen en onderzoeken is vastgesteld dat de onder punt l vermelde witkleurige tabletten (pilletjes) bevatten van de verdovende middelen de stof met de stimulerende eigenschap MDMA. Map 24, pagina H 112: Het ambtsedig proces-verbaal van relaas zaak 8: handel in verdovende middelen (uitvoer). Dit proces­ verbaal houdt onder meer in: Op 15 maart 2013 werden van de Nederlandse liaison officer in Turkije twee e-mails ontvangen waarin werd vermeld dat op 9 maart 2013 in Turkije ongeveer 21000 stuks XTC tabletten waren aangetroffen in een verborgen ruimte in het dashboard van de personenauto met kenteken [kenteken ] . Hierbij werd als bestuurder aangehouden: [betrokkene 6] . Map 25, pagina H 704: Het ambtsedig proces-verbaal van verhoor van [betrokkene 6] . Dit proces-verbaal houdt onder meer in: Ik had schulden en had geld nodig. Een persoon genaamd [verdachte] uit Nederland, waarvan ik weet dat hij uit de stad Kirsehir komt, heeft mij een voorstel gedaan om een motorvoertuig te kopen, en dat hij in dit motorvoertuig een geheim compartiment wilde maken met daarin computeronderdelen verstopt, zodat niemand het kon vinden. Ik moest dat motorvoertuig naar Turkije brengen en zei hij dat hij het in Turkije zou overnemen. Omdat er veel belasting geheven wordt voor computeronderdelen bij de douane, zei hij dat hij het op deze manier over de grens wilde brengen. Hij zei tegen mij dat ik 5000 euro zou krijgen voor deze klus. Ongeveer binnen twee weken hebben we samen met [verdachte] dit motorvoertuig voor een bedrag van 5300 euro gekocht en heeft [verdachte] het geld voor het motorvoertuig betaald. Hij heeft het motorvoertuig van mij genomen, over twee à drie dagen heeft hij het motorvoertuig weer aan mij teruggegeven. Hij heeft toen gezegd dat hij de computeronderdelen in het motorvoertuig had verstopt en dat ik mij geen zorgen hoefde te maken omdat niemand het zou kunnen vinden en dat hij met het vliegtuig naar Turkije zou komen en het motorvoertuig daar van mij zou overnemen. Voordat ik aangehouden ben, ben ik 24 uren eerder vanuit Duitsland vertrokken. Tijdens de autoreis hebben wij de hele tijd telefonisch contact gehad met elkaar. Ik ben zonder problemen de douane gepasseerd. [verdachte] heeft gebeld en zei dat ik moest settelen in een hotel in Beylikdüzü. Ik was de weg kwijtgeraakt, ik ben toen gestopt langs de weg. Op dat moment heb ik telefonisch met [verdachte] gesproken, waarop hij vroeg waar ik was. Ik heb toen beschreven waar ik was, toen heeft hij gezegd: "oké, ik stuur iemand naar jou toe, ze zullen je opvangen". De politie heeft ons aangehouden. [verdachte] heeft tegen mij gezegd dat hij met het vliegtuig zou komen en dat hij mij in het hotel zou treffen. Map 3, pagina 1083: Het ambtsedig proces-verbaal van verhoor van [verdachte] . Dit proces-verbaal houdt onder meer in: Ik heb een auto laten aanschaffen, ik heb pillen gehaald, pillen in de auto gedaan en naar Turkije gestuurd. Map 4, pagina 1453: Het ambtsedig proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 16] . Dit proces-verbaal houdt onder meer in: Ik heb alleen papieren gehaald voor de apk van mijn broer. Ik heb wel eens in een Ford gezeten, maar weet niet of het een C-Max is. Map 4, pagina's 1759 tot en met 1762: Het ambtsedig proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 6] , opgemaakt op 2 december 2013. Dit proces-verbaal houdt onder meer in: Ik ben samen met [betrokkene 28] eigenaar van [bedrijf 2] . Twee jaar geleden kwamen Marokkanen bij mijn bedrijf en die vroegen of ik bij het dashboardkastje ruimte wilde maken. Ze hebben niet gezegd waarom dat was. Ik heb hier op geantwoord dat ik dit niet ging doen, want ik voelde dat het niet klopte. [verdachte] en zijn hele familie zijn klanten bij mijn bedrijf. [verdachte] kwam bij mij voor normale reparaties. (...). Het zijn geen goeie jongens, ze zijn allemaal bezig met criminele activiteiten. [verdachte] kwam op een gegeven moment met de C-Max met een Duits kenteken volgens mij. Ik weet niet meer wanneer dat was, maar het was koud buiten. [verdachte] die zei tegen mij dat ik bij de Ford C-max ruimte moest maken bij het dashboard. Ik moest een paar dingen los maken, [verdachte] gaf aan wat ik los moest maken. [verdachte] vertelde toen dat hij mij daarvoor zou gaan betalen, hij liet ook cashgeld zien. [verdachte] wees aan wat ik los moest halen. Ik moest heel het dashboardkastje los maken. [verdachte] gaf mij nu meteen 500 euro en de rest zou hij later betalen. Ik heb de stijlen los gemaakt en vervolgens het dashboard losgemaakt. [verdachte] was in het begin alleen en later was broertje, [medeverdachte 16] ook mee. Ik had meteen vanaf het begin het gevoel dat het niet klopte. Map 4, pagina's 1767 en 1768: Het ambtsedig proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 6] . Dit proces-verbaal houdt onder meer in: Ik wil vanaf nu echt de waarheid vertellen. Toen [verdachte] mij vroeg om ruimte te maken in een auto zei hij dat hij geld wilde wegbrengen naar Turkije. Ik dacht toen nou dat zal dan wel geld zijn van de weedhandel. Iedereen weet dat de [medeverdachte 17] in de weedhandel zitten. Ik denk dat [verdachte] later is teruggekomen met de Ford C-max. Ik denk dat hij me toen 500 Euro heeft gegeven. Mede door het feit dat ik 500 Euro kreeg voor die klus heb ik het gedaan. Ik zei toen nog tegen hem als je dan toch geld gaat wegbrengen geef mij dan wat ik nog van je tegoed heb. Hij zei toen wacht maar even jongen ik ga het eerst wegbrengen en daarna betaal ik je. [verdachte] kwam de auto bij mij brengen en hij vertelde me dat ik er tegen niemand iets over moest zeggen. Hij heeft toen ook de kentekenplaten van de aut-o verwijderd. [verdachte] vertelde me dat er iets met de APK van de auto of met de papieren van de APK was. Hij was in de auto ook nog aan het zoeken naar papieren. Er zaten Duitse kentekenplaten op. Hij heeft me toen verschillende dingen aangewezen die ik moest losmaken in de auto. Ik heb die dingen losgemaakt. Het resultaat was dat het dashboard loskwam. Ook heb ik een opbergruimte bovenop het dashboard verwijderd. Toen ik hiermee klaar was hebben we contact met elkaar gehad en is [verdachte] gekomen om te kijken naar het resultaat. Hij heeft toen gekeken naar het resultaat en hij vond dat er niet genoeg ruimte was. Hij vertelde me toen dat ik tussen het dashboard en het motorcompartiment ijzer weg moest gaan slijpen. [verdachte] is toen vertrokken. Ik ben toen gaan slijpen. Vervolgens hadden we weer contact met elkaar en kwam hij het resultaat weer bekijken. Toen hij kwam kijken vond hij het resultaat niet goed genoeg en heb ik tegen hem gezegd dat ik niet meer kon doen dan dat wat ik had gedaan. Hij is toen zelf gaan slijpen en hij is ook nog met een hamer bezig geweest. Op een gegeven moment was hij tevreden, Vervolgens is [verdachte] samen met zijn broer [medeverdachte 16] gekomen en heb ik gezien dat ze zwarte pakketjes in de ontstane ruimte in het dashboard gingen stoppen. Ik hoorde dat [medeverdachte 16] op een gegeven moment zei dat hij het maar niets vond hoe het was gemaakt en hij vond het maar amateuristisch. [verdachte] heeft het meest de pakketjes vastgehad en [medeverdachte 16] hielp. [verdachte] is vertrokken in een auto waar hij op dat moment in reed. [medeverdachte 1] reed weg in de Ford C-max. Map 5, pagina's 1891 en 1892: Het ambtsedig proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] . Dit proces-verbaal houdt onder meer in: (Verdachte wordt geconfronteerd met sms berichten tussen de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] en [verdachte] ). A: Ik herken dat verhaal. Als ik de inhoud van de sms berichten zie en hoor dan kan ik wel bevestigen dat ik dat ben geweest. Ik weet niet meer precies hoe deze [verdachte] , zoals u hem noemt, met mij in contact is gekomen. Hij zal wel naar mijn sportschool gekomen zijn. Het kan best zo zijn dat die [verdachte] via mijn contact in Den Haag een monster heeft gekregen. Het zou best kunnen dat ik dat monster aan [verdachte] heb gegeven. Ik kan me dat echter niet herinneren. Ik heb nog eens nagedacht en ik wil nog vertellen dat als het gaat over het geven van het zogenaamde monster aan [verdachte] is dat als volgt gegaan: bij mij op de sportschool trainde toen een jongen uit Etten-Leur. Deze jongen had kennissen in Den Haag en die konden de XTC leveren. Ik denk dat ik het monster van die jongen uit Etten-Leur heb gekregen en dan zal ik het monster wel aan [verdachte] hebben gegeven of in ieder geval aan die Turk uit Tilburg. Ik weet niet meer hoeveel XTC-pillen dat waren, het waren er 1 of misschien een paar maar geen tientallen. V: Om hoeveel XTC pillen heeft [verdachte] gevraagd? A: Uit de sms-berichten tussen [verdachte] en mij blijkt dat het om in ieder geval 20.000 xtc-pillen gaat. Die jongen uit Etten-Leur was een keer of vier per week bij mij in de school om te trainen en daar heb ik dan het aantal weer aan doorgegeven. V: Wat voor een prijs is er met [verdachte] afgesproken? A: Dat zal tussen de 85 cent en 1 Euro geweest zijn. Ik zou voor de bemiddeling wel iets krijgen maar ik heb geen concreet bedrag afgesproken met die jongen uit Etten-Leur en met [verdachte] ook niet. Ik kan wel zeggen dat ik op 500 Euro had gerekend en dat is dan makkelijk verdiend vind ik, want ik heb alleen maar een beetje bemiddeld tussen die Turk uit Tilburg en die jongen uit Etten-Leur. - De organisatie houdt zich bezig met de internationale handel in hennep. Door de organisatie werd niet alleen nationaal maar ook internationaal gehandeld. Een voorbeeld hiervan is de levering van 5 kilo weed naar Duitsland. In april 2013 heeft [verdachte] contact met [betrokkene 4] in Duitsland over de levering van vijf kilo weed. De weed is aan [verdachte] en [medeverdachte 13] geleverd, waarbij [betrokkene 26] voor [verdachte] garant heeft gestaan. [betrokkene 4] heeft [verdachte] laten weten dat het geld klaarligt. [medeverdachte 16] heeft [medeverdachte 7] bereid gevonden om tegen betaling de weed in zijn auto, een Audi A6 met Duits kenteken [kenteken ] , naar Duitsland te brengen. Op 22 april 2013 hebben [verdachte] en [medeverdachte 16] een sporttas met weed in de kofferruimte van hun Mini Cooper met kenteken [kenteken ] gelegd. Ze zijn vanuit Tilburg naar Venlo gereden en [medeverdachte 7] is achter hen aangereden. Bij Venlo/Tegelen zijn ze naar MacDonalds gegaan, alwaar [medeverdachte 16] op de parkeerplaats de tas met weed uit de Mini heeft gehaald en in de kofferbak van de Audi van [medeverdachte 7] heeft gelegd. Vervolgens zijn beide auto's achter elkaar aan naar Frankfurt am Main/Duitsland gereden. Daar zijn ze gestopt op een parkeerplaats bij een sportschool. De tas werd uit de kofferbak van de Audi gehaald en aan een Turkse man overgedragen. In de tas zat een hoeveelheid van ongeveer 6 kilogram weed. De man heeft de weed meegenomen, maar de betaling is uitgebleven. [betrokkene 26] is boos geworden, omdat hij borg stond en hieraan een schuld zou overhouden. [verdachte] en [medeverdachte 13] zijn op 26 april 2013 naar Duitsland gegaan om te proberen het geld te krijgen. Ze hebben doodsbedreigingen geuit richting [betrokkene 4] om hem te dwingen tot de afg

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.