Parketnummer : 20-002881-17 Uitspraak : 5 december 2019 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 18 september 2017 in de strafzaak met parketnummer 02-810713-13 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag] 1966, wonende te [adres 1] Hoger beroep Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Ontvankelijkheid van het hoger beroep Het hoger beroep van de verdachte is onbeperkt ingesteld en richt zich aldus mede tegen de vrijspraak door de rechtbank van de onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten. Gelet op het bepaalde in artikel 404, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor een verdachte geen hoger beroep open tegen een vrijspraak. Het hof zal verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep voor zover dit is gericht tegen deze vrijspraak. Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, zal bevestigen. De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit van het onder 1 ten laste gelegde. Subsidiair heeft zij een strafmaatverweer gevoerd. Vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank. Tenlastelegging Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg, voor zover in hoger beroep nog aan de orde – ten laste gelegd dat: 1.hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2012 tot en met 1 oktober 2013 te Tilburg en/of elders in Nederland en/of in België en/of in Duitsland en/of in Turkije tezamen en in vereniging met [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] heeft deelgenomen aan een organisatie (te weten een samenwerkingsverband van een aantal/genoemde natuurlijke personen), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van (een) misdrijf/misdrijven als bedoeld in artikel 10, derde, vierde en vijfde lid en/of 10a eerste lid en/of artikel 11, derde, vierde en/of vijfde lid van de Opiumwet, namelijk - het (telkens) opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen en/of het bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken of vervoeren en/of aanwezig hebben en/of vervaardigen van (telkens) (een) middel(
- en)als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet en/of - het (telkens) plegen van strafbare voorbereidingshandelingen (zoals genoemd in artikel 10A, eerste lid Opiumwet) betreffende/ten aanzien van (een) middel(
- en)als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet en/of - het (telkens) in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van hennep en/of hash en/of - het (telkens) opzettelijk binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (grote hoeveelheden) hennep en/of hash en/of - het (telkens) opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of vervaardigen en/of aanwezig hebben van grote hoeveelheden hennep en/of hash EN/OF hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2012 tot en met 1 oktober 2013 te Tilburg en/of elders in Nederland en/of in België en/of in Duitsland en/of in Turkije tezamen en in vereniging met [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] heeft deelgenomen aan een organisatie (te weten een samenwerkingsverband van een aantal/genoemde natuurlijke personen), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk - het plegen van liquidaties, althans pogingen daartoe en/of - het (telkens) plegen van afpersing(
- en)en/of diefstal(len) met geweld en/of voorbereidingshandelingen daartoe en/of - het (telkens) plegen van bedreigingen en/of - het bezit/voorhanden hebben en/of dragen en/of vervoeren en/of de invoer en/of uitvoer van wapens (zoals genoemd in de Wet Wapens en Munitie) (zonder vergunning/consent) ALTHANS hij * in of omstreeks de periode van 1 juni 2012 tot en met 15 mei 2013 te Tilburg en/of elders in Nederland en/of in België en/of in Duitsland en/of in Turkije tezamen en in vereniging met [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] en/of * in of omstreeks de periode van 16 mei 2013 tot en met 1 oktober 2013 te Tilburg en/of elders in Nederland en/of in België en/of in Duitsland en/of in Turkije tezamen en in vereniging met [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] heeft deelgenomen aan een organisatie (te weten een samenwerkingsverband van een aantal/genoemde perso(o)n(en)), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van (een) misdrijf/misdrijven als bedoeld in artikel 10, derde, vierde en vijfde lid en/of 10a eerste lid en/of artikel 11, derde, vierde en/of vijfde lid van de Opiumwet, namelijk - het (telkens) opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen en/of het bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken of vervoeren en/of aanwezig hebben en/of vervaardigen van (telkens) (een) middel(
- en)als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet en/of - het (telkens) plegen van strafbare voorbereidingshandelingen (zoals genoemd in artikel 10A, eerste lid Opiumwet) betreffende/ten aanzien van (een) middel(
- en)als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet en/of - het (telkens) in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van hennep en/of hash en/of - het (telkens) opzettelijk binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (grote hoeveelheden) hennep en/of hash en/of - het (telkens) opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of vervaardigen en/of aanwezig hebben van grote hoeveelheden hennep en/of hash EN/OF hij * in of omstreeks de periode van 1 juni 2012 tot en met 15 mei 2013 te Tilburg en/of elders in Nederland en/of in België en/of in Duitsland en/of in Turkije tezamen en in vereniging met [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] en/of * in of omstreeks de periode van 16 mei 2013 tot en met 1 oktober 2013 te Tilburg en/of elders in Nederland en/of in België en/of in Duitsland en/of in Turkije tezamen en in vereniging met [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] heeft deelgenomen aan een organisatie (te weten een samenwerkingsverband van een aantal/genoemde natuurlijke perso(o)n(en)), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk - het plegen van liquidaties, althans pogingen daartoe en/of - het (telkens) plegen van afpersing(
- en)en/of diefstal(len) met geweld en/of voorbereidingshandelingen daartoe en/of - het (telkens) plegen van bedreigingen en/of - het bezit/voorhanden hebben en/of dragen en/of vervoeren en/of de invoer en/of uitvoer van wapens (zoals genoemd in de Wet Wapens en Munitie) (zonder vergunning/consent); (zaak 5) 5.hij in of omstreeks de periode van 17 juli 2013 tot en met 15 augustus 2013, althans op of omstreeks 15 augustus 2013 te Tilburg, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 2] ) ongeveer 189, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; (zaak 13). De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 5 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat: 1. hij in de periode van 1 juni 2012 tot en met 15 mei 2013 te Tilburg en elders in Nederland en in België en in Duitsland en in Turkije met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] heeft deelgenomen aan een organisatie (te weten een samenwerkingsverband van genoemde personen), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10, derde, vierde en vijfde lid en /of artikel 11, vierde en/of vijfde lid van de Opiumwet en andere misdrijven, namelijk - het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen en/of het verkopen, afleveren, vervoeren en/of aanwezig hebben van (telkens) (een) middel(
- en)als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I en - het opzettelijk binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (grote hoeveelheden) hennep en/of hash en - het opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of vervaardigen en/of aanwezig hebben van grote hoeveelheden hennep en/of hash en - het plegen van afpersing(
- en)en/of diefstal(len) met geweld en/of voorbereidingshandelingen daartoe en - het plegen van bedreigingen en - het bezit/voorhanden hebben en dragen en vervoeren van wapens (zoals genoemd in de Wet Wapens en Munitie) (zonder vergunning/consent), zulks terwijl hij, verdachte, leider en/of bestuurder van voormelde organisatie was. 5.hij in de periode van 17 juli 2013 tot en met 15 augustus 2013, te [adres 2] , tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft geteeld in een pand aan de [adres 2] 189, hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II. Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte onder 1 en 5 meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewijs De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd. Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft. Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummer(s), wordt/worden – tenzij anders vermeld – bedoeld paginanummer(
- s)van een proces-verbaal of geschrift uit het eindproces-verbaal TGO Kapel, met dossiernummer PL203M/2012195378 van de politie eenheid Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, bestaande uit 69 ordners, met (per zaaksdossier alfabetisch) doorgenummerde pagina's. Met betrekking tot feit 1 (zaak 5) De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit van het onder 1 ten laste gelegde. Zij heeft daartoe – op de gronden als verwoord in de pleitnota – aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat sprake is geweest van een criminele organisatie. Indien het hof van oordeel is dat daarvan wel sprake was, dan kan volgens de verdediging niet worden bewezen dat verdachte aan die criminele organisatie heeft deelgenomen. Het hof overweegt dienaangaande als volgt. De verdachte wordt ten laste gelegd dat hij zich in de betreffende periode schuldig heeft gemaakt aan deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van één of meer misdrijven, zoals specifiek omschreven in artikel 11a Opiumwet (oud), ook wel omschreven als deelneming aan een criminele organisatie. Meer bepaald wordt naast de specifieke delicten uit de Opiumwet tevens verwezen naar ‘en andere misdrijven’, waardoor de tenlastelegging tevens zich richt op artikel 140 Sr als delictsomschrijving. Voor een nadere toelichting wordt in het navolgende, onder verwijzing naar de uitleg van artikel 140 Sr, enkel ingegaan op de uitleg van artikel 11a Opiumwet (oud). Artikel 11a Opiumwet (oud) is na de in casu tenlastegelegde periode door de wetgever in 2015 (Stb. 2014, 444) aangepast en vernummerd als artikel 11b Opiumwet. Deze strafbaarstelling behelst een bijzondere regeling voor de strafbaarstelling van deelneming aan een criminele organisatie, voortvloeiende uit het Kaderbesluit 2004/757/JBZ van de Raad van de Europese Unie van 25 oktober 2004 (PbEU/L 335), betreffende de vaststelling van minimumvoorschriften met betrekking tot de bestanddelen van strafbare feiten en met betrekking tot straffen op het gebied van de illegale drugshandel (zie Kamerstukken II 2005/06, 30 339, nr. 3, p. 6). De ratio van deze bepaling is de bescherming van de samenleving tegen het gevaar dat uitgaat van criminele organisaties die zich specifiek bezighouden met drugshandel, waarop in vergelijking met de reguliere strafbaarstelling in art. 140 van het Wetboek van Strafrecht (Sr), een zwaardere straf staat. Voor wat betreft de inhoud en reikwijdte van de in deze strafbepaling opgenomen begrippen dient aansluiting te worden gezocht bij die zoals opgenomen en toegepast bij artikel 140 Sr. Het hof ziet zich in de onderhavige zaak gesteld voor de beantwoording van drie, onderling samenhangende vragen: a.
- a)Was er sprake van een organisatie als bedoeld in artikel 11a Opiumwet (oud)?
- b)Had deze organisatie als oogmerk het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 11a van de Opiumwet (oud)?
- c)Kan het handelen van verdachte worden aangemerkt als deelneming aan deze organisatie? Het hof zal eerst het juridisch kader van de samenhangende vragen weergeven en vervolgens ingaan op het in het dossier aanwezige bewijs van verdachtes betrokkenheid. Juridisch kader Voor wat betreft het juridisch kader ter zake van artikel 11a Opiumwet (oud) geldt dat deze bepaling moet worden gezien als een specialis van artikel 140 Sr. Voor de invulling van het juridisch kader geldt derhalve dat in belangrijke mate wordt verwezen naar de uitleg van de bestanddelen van artikel 140 Sr. Ad
- a)In de eerste plaats moet kunnen worden vastgesteld dat sprake is van een organisatie. Onder een organisatie als bedoeld in artikel 11a Opiumwet (oud) moet worden verstaan een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur tussen de verdachte en ten minste één ander persoon (vgl. ECLI:NL:HR:1993:AD1974 en HR 20 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:378). Het moet in ieder geval gaan om een duurzaam, min of meer gestructureerd samenwerkingsverband, dat als eenheid kan opereren (vgl. HR 26 juni 1984, NJ 1985, 92 en HR 26 november 1985, NJ 1986, 389). Er is reeds sprake van een dergelijke organisatie wanneer één persoon met minimaal één of meer anderen voor een door hen gesteld doel samenwerken. Het optreden als eenheid is geen absolute voorwaarde, terwijl de juridische status van het samenwerkingsverband niet relevant is. Ook hoeft er geen sprake te zijn van formeel afgebakende taken, maar het samenwerkingsverband moet wel meer dan een incidenteel karakter hebben (vgl. HR 16 oktober 1990, NJ 1991, 442 en HR 10 juli 2001, NJ 2001, 687). Van een duurzaam, min of meer gestructureerd samenwerkingsverband kan al blijken als er gedurende een vaste periode door bepaalde personen volgens een vast patroon wordt samengewerkt. Niet noodzakelijk is daarbij dat het enkel steeds dezelfde personen betreft, wel dient er sprake te zijn van een vaste kern (vgl. HR 29 januari 1991, NJB 1991, 50). Ook is in dezen niet vereist dat al de personen van de organisatie onderling met elkaar samengewerkt hebben of bekend waren met de andere deelnemers aan de organisatie en hun bezigheden voor die organisatie (vgl. HR 9 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AQ8470 en HR 22 januari 2008, NJ 2008, 72). Ten slotte hebben duurzaamheid en gestructureerdheid betrekking op het bestanddeel ‘organisatie’ en niet op ‘deelneming’, zodat ook een relatief korte bijdrage aan een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband strafbaar kan zijn. Ad
- b)Om tot een bewezenverklaring van artikel 11a Opiumwet (oud) te kunnen komen is voorts vereist dat de organisatie het oogmerk heeft van het plegen van een bepaald misdrijf of misdrijven in de zin van artikel 11a Opiumwet (oud). Het oogmerk betreft het naaste doel van de organisatie en niet dat van de verdachte/deelnemer aan de organisatie. Het oogmerk kan daarbij gericht zijn op een enkel, specifiek genoemd delict of meerdere delicten uit de Opiumwet, maar een pluraliteit daarvan is noodzakelijk. Het oogmerk impliceert dat de betreffende misdrijven (of pogingen of voorbereidingen daartoe) nog niet hoeven te hebben plaatsgevonden (vgl. HR 13 oktober 1987, NJ 1988, 425). Niet is vereist dat het plegen van de misdrijven uit de Opiumwet de voornaamste bestaansgrond van de organisatie is of dat de organisatie de uitsluitende bedoeling heeft misdrijven uit de Opiumwet te plegen. Voor het bewijs van het oogmerk kan onder meer betekenis toekomen aan misdrijven die in het kader van de organisatie reeds zijn gepleegd en aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de activiteiten die met dit doel worden verricht. Ad
- c)Tot slot moet voor een bewezenverklaring van artikel 11a Opiumwet (oud) worden vastgesteld of het handelen van de verdachte kan worden aangemerkt als deelneming aan de organisatie. Van deelneming is in objectieve zin sprake indien een persoon behoort tot de organisatie en een aandeel heeft in gedragingen, dan wel gedragingen ondersteunt die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie (vgl. HR 18 november 1997, ECLI:NL:HR:ZD0858/NJ 1998, 225; HR 3 juli 2012, ECLI:NL:HR:BW5161 en HR 14 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:413). Beide vereisten zijn te beschouwen als nevengeschikt, maar zijn tevens onderling nadrukkelijk samenhangend. Uit de bewijsmiddelen moet derhalve duidelijk worden dat de verdachte behoort tot de organisatie en dus niet enkel is te beschouwen als een sympathisant. Daarnaast moet sprake zijn van enige, naar buiten gerichte activiteit die in nauw verband staat met de misdrijven die de organisatie nastreeft. Deze activiteit kan bestaan uit het (mede)plegen van de misdrijven, maar kan ook bestaan uit het feitelijk verrichten van hand- en spandiensten en (dus) het verrichten van handelingen die op zichzelf niet zo zeer zijn te kwalificeren als een strafbare vorm van daderschap, maar wel zijn aan te merken als bovenbedoeld een aandeel hebben in of ondersteuning van gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Niet is vereist derhalve dat de verdachte aan enig concreet misdrijf van de organisatie heeft deelgenomen. Naast deze objectieve vereisten dient de verdachte in subjectieve zin in zijn algemeenheid te weten dat de organisatie als oogmerk heeft het plegen van een of meer specifieke misdrijven uit de Opiumwet. Wetenschap bij de verdachte in de vorm van voorwaardelijk opzet is op dit punt niet voldoende (vgl. HR 18 november 1997, LJN:ZD0858/NJ 1998, 225; HR 8 oktober 2002, 2002:AE5651/NJ 2003, 64 en HR 8 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO9814). Niet is vereist derhalve dat de verdachte enige vorm van opzet heeft gehad op een door de organisatie beoogd concreet misdrijf. De uitleg van de bovenstaande bestanddelen van het juridisch kader van art. 11a Opiumwet (oud) en daarmee van de strafbepaling als geheel kan als ruim en weinig scherp worden omschreven. Wanneer of met welke gedraging(
- en)maakt iemand zich schuldig aan deelneming aan een criminele organisatie? Met andere woorden; de precieze afbakening van de strafrechtelijke aansprakelijkheid ter zake van gedragingen die als deelneming aan een criminele organisatie kunnen worden aangemerkt, is niet helder. Dat noopt het hof, mede in het licht van de verweren zoals gevoerd door de verdediging van verdachte, maar ook van de medeverdachten, tot de volgende opmerking in de zaak van de verdachte aangaande de beoordeling van de tenlastelegging van deelneming aan een criminele organisatie. Het hof acht de tenlastelegging, mede tegen de achtergrond van de bestanddelen van de strafbepaling, aan de hand van bovengenoemde uitleg en in samenhang met de omstandigheden van het geval – waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging(
- en)van de verdachte en de omstandigheden waaronder deze is/zijn verricht – voldoende duidelijk om aan de hand van de in het dossier voorliggende bewijsmiddelen te komen tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde en acht daarmee de strafrechtelijke norm zoals in artikel 11a Opiumwet (oud) gesteld, voor een ieder voldoende kenbaar en de voorzienbaar. Bewijs Vooropgesteld moet worden dat de selectie en waardering van het bewijs aan de feitenrechter is voorbehouden. Dit betekent dat ingeval de rechter die over de feiten oordeelt het tenlastegelegde bewezen acht, het aan die rechter is voorbehouden om, binnen de door de wet getrokken grenzen, van het beschikbare materiaal datgene tot bewijs te bezigen wat deze uit het oogpunt van betrouwbaarheid daartoe dienstig voorkomt en terzijde te stellen wat hij voor het bewijs van geen waarde acht. Indien het gaat om feiten of omstandigheden die door de rechter redengevend worden geacht voor de bewezenverklaring, dient de rechter die zich aldus – al dan niet in reactie op een bewijsverweer – beroept op bepaalde niet in de bewijsmiddelen vermelde gegevens, met voldoende mate van nauwkeurigheid in zijn overweging (
- a)die feiten of omstandigheden aan te duiden, en (
- b)het wettige bewijsmiddel aan te geven waaraan die feiten of omstandigheden zijn ontleend (vgl. HR 23 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA5858, NJ 2008/70). Het bewijs van deelneming aan een criminele organisatie door verdachte is aan de hand van het voorliggende dossier gevormd op grond van bewijsmiddelen, zoals processen-verbaal van verhoren van verdachten en getuigen, van observaties, tapverslagen en OVC-gesprekken. De verdediging stelt zich op het standpunt dat het beeld dat meer bepaald uit de tapverslagen en OVC-gesprekken van de onderlinge gesprekken in de dienaangaande (vertaalde) processen-verbaal ontstaat, althans de invulling die daaraan door het Openbaar Ministerie wordt gegeven – zijnde gesprekken die betrekking hebben op onderlinge communicatie van verdachten die deelnemen aan een criminele organisatie die zich bezig houdt met drugshandel – onjuist is en niet overeen komt met de daadwerkelijke achtergrond van de betreffende gesprekken. Volgens de verdediging gaat het om niet meer dan onderlinge communicatie van reguliere en vriendschappelijke contacten tussen verdachte en de medeverdachten, vanuit een Turks nationale achtergrond, waarbij men veelal met elkaar op cultureel bepaalde wijze en met typisch Turkse uitdrukkingen met elkaar van gedachten wisselt. Tevens heeft de verdediging in het verlengde van het voorgaande, opmerkingen gemaakt die zien op de betrouwbaarheid van de inhoud van met name de OVC-gesprekken in het geheel van de voorliggende bewijsmiddelen. Op grond van de inhoud van deze tap- en OVC-gesprekken kan volgens de verdediging niet worden bewezenverklaard dat er sprake was van een organisatie die tot oogmerk had het plegen van één of meer misdrijven, zoals specifiek omschreven in artikel 11a Opiumwet (oud), noch dat verdachte heeft deelgenomen aan deze vermeende organisatie in die zin dat verdachte behoorde tot de organisatie en een aandeel had in gedragingen, dan wel gedragingen heeft ondersteund die strekken tot of rechtstreeks verband hielden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Het hof merkt ter zake van de genoemde verweren van de verdediging ter duiding en nuancering van de bewijswaarde(ring) van de genoemde bewijsmiddelen het volgende op. Het hof heeft, mede naar aanleiding van de gemaakte op- en aanmerkingen hierover, de gerelateerde gesprekken en hetgeen daarin is besproken en gezegd, beoordeeld in de context van en geplaatst tegen de achtergrond van de voorliggende omstandigheden en de overige bewezenverklaarde strafbare feiten. De gesprekken die hebben plaatsgevonden en welke via de verslagen van tap- en OVC-gesprekken in het dossier zijn opgenomen, zijn in dezen inhoudelijk niet anders te duiden en maken duidelijk dat die gesprekken plaatsvinden in het kader van de handel in drugs in ruime zin en van andere strafbare feiten die daar veelal mee samenhangen. Veel gesprekken gaan daarbij over het (voorbereiden van het) uitvoeren en vervoeren van harddrugs, het telen, uitvoeren en vervoeren van softdrugs, het onderling melden van al dan niet mislukte deals dienaangaande en afspraken maken om via dreiging met geweld druk op betrokkenen uit te oefenen. Daarbij heeft het hof ter zake van de vraag wie met wie precies onderling contact heeft ook nadrukkelijk meegewogen welke andere strafbare feiten bewezen zijn verklaard ten aanzien van de betreffende personen. Dat een en ander daarbij heeft plaatsgevonden vanuit een Turks nationale achtergrond, waarbij men met elkaar op cultureel bepaalde wijze en met typisch Turkse uitdrukkingen met elkaar van gedachten wisselt en waarbij veelal ook sprake is van onderling familieverband, doet echter hieraan niet af. In het dossier van deze zaak bevinden zich diverse OVC-gesprekken. Deze gesprekken zijn uitgewerkt in op ambtseed of -belofte opgemaakte processen-verbaal door bevoegde opsporingsambtenaren. Deze processen-verbaal van uitgewerkte gesprekken kunnen op grond van de bewijsregeling zoals opgenomen in het Wetboek van Strafvordering worden aangemerkt als overbrengende verklaringen van hetgeen in het proces-verbaal is gerelateerd. Verdachte heeft zijn deelname aan de gesprekken blijkens zijn verklaring ter terechtzitting in hoger beroep niet ontkend. Echter, voor wat betreft de inhoud en de strekking van de betreffende gesprekken heeft verdachte zowel in eerste aanleg als in hoger beroep bij herhaling na confrontatie met de weergave van de inhoud van diverse gesprekken gesteld dat de inhoud daarvan anders geduid moet worden, dan wel heeft hij niet meer te kunnen recapituleren wat de inhoud en de strekking daarvan was. Het hof stelt dat het onder deze omstandigheden, gelijk de door de verdediging aangehaalde jurisprudentie, niet zonder meer kan aannemen dat gesprekken over bepaalde strafbare gedragingen gaan als de verdachte dat ontkent of daarover geen helderheid kan verschaffen. Dat kan alleen dan, als die gesprekken in beginsel maar voor één uitleg vatbaar zijn. Dat is bijvoorbeeld het geval als de verdachte daarin zelf met zoveel woorden zegt dat hij die strafbare gedragingen heeft gepleegd. Als dat niet zo is, zijn die gesprekken dus voor meerdere uitleg vatbaar. Dat hoeft die gesprekken niet onbruikbaar te maken voor het bewijs, maar wel is dan behoedzaamheid vereist bij het geven van een interpretatie van die gesprekken. Die voorzichtigheid brengt mee dat het hof ter zake van de OVC-gesprekken naast de inhoud en het onderling verband van die gesprekken, tevens heeft gekeken naar het eventuele verband met andere bewijsmiddelen. Daarbij is van belang geacht wat er over de deelnemers aan de gesprekken, of over anderen die in die gesprekken ter sprake komen, nog meer is gebleken. Ernst van de feiten en de aard van de criminele organisatie Met betrekking tot de ernst van de feiten en de aard van de criminele organisatie in het onderzoek Kapel merkt het hof het volgende op. Het deelnemen aan een criminele organisatie is een delict dat in de afgelopen jaren in Nederland een flinke vlucht heeft genomen. Criminele groepen die zich bezig houden met ernstige strafbare feiten hebben Nederland inmiddels overspoeld en het geweld dat zich hierbij voordoet is een groot probleem voor onze maatschappij geworden, evenals het ondermijnende effect dat hiervan uitgaat. In verband hiermee is een wetsontwerp aanhangig waarin onder andere wordt voorgesteld de maximale straf voor deelneming aan een ernstig ondermijnende criminele organisatie te verhogen (wetsvoorstel 35 080 - herwaardering strafbaarstelling actuele delictsvormen). In de Memorie van Toelichting wordt deze voorgestelde strafverhoging als volgt toegelicht (Kamerstukken II 2018/19, 35 080, nr. 3, p. 5-6, aangehaald zonder verwijzing naar voetnoten): ‘De afgelopen tijd viel een toename van geweld binnen de georganiseerde misdaad waar te nemen, evenals van organisaties die zich in de aanwending van ernstig geweld hebben gespecialiseerd en hun diensten aan georganiseerde misdaadgroepen en individuen aanbieden. Liquidaties in de publieke ruimte met gebruik van zware wapens illustreren een toename van de ernst van het geweld tussen criminelen. Hierbij is in toenemende mate sprake van ernstige gevaarzetting en gevolgen vooromstanders. Ook zijn er bij de uitvoering van liquidaties enkele vergismoorden gepleegd. De aard van het gebruikte geweld wordt steeds ernstiger. Zo wordt er door misdaadgroepen steeds vaker gebruik gemaakt van automatische vuurwapens. Naast criminele organisaties die tot oogmerk hebben om ernstige geweldsmisdrijven te plegen, hebben organisaties met het oogmerk om drugs uit Lijst I (harddrugs) van de Opiumwet binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen in toenemende mate een ondermijnend effect. Nederland is een belangrijke spil voor de in- en doorvoer van harddrugs in Europa. De internationale drugshandel is de grootste ondermijnende misdaadmarkt in Nederland, waar naar schatting miljarden euro’s mee verdiend worden. Deze handel en de investering van de daarmee gegenereerde winsten, creëren onacceptabele (financiële) machtsposities. De spilfunctie van Nederland in de harddrugsmarkt heeft een aanzuigende werking voor buitenlandse misdaadgroepen (…). Het gevaar dat van criminele organisaties uitgaat hangt samen met de door de criminele organisatie beoogde misdrijven. In het licht van het huidige criminaliteitsbeeld ziet het kabinet aanleiding voor de introductie van een gedifferentieerd wettelijk strafmaximum voor deelneming aan een criminele organisatie. Met deze wetswijziging wordt een bijdrage geleverd aan de aanpak van ondermijnende criminaliteit. Deelneming aan ernstig ondermijnende organisaties kan op dit moment worden bestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren (140, eerste lid, Sr). Dat strafmaximum komt ontoereikend voor in die gevallen waarin een organisatie zich richt op het plegen van misdrijven als moord, ontvoering en andere zeer gewelddadige handelingen of ernstige ondermijnende activiteiten zoals de handel in harddrugs. Mede in het licht van de maatschappelijke onrust die dit soort criminele activiteiten veroorzaken ziet het kabinet aanleiding om het wettelijk strafmaximum te verhogen naar ten hoogste tienjaren gevangenisstraf indien de criminele organisatie tot oogmerk heeft zeer ernstige misdrijven te plegen. Hiermee wordt een signaal afgegeven van de sterke maatschappelijke afkeuring van criminele organisaties met een ernstig crimineel oogmerk.’ Het hof haalt deze overwegingen uit de betreffende Memorie van Toelichting aan als vergelijkend perspectief ter zake van de (ernst en omvang van
- de)strafbare feiten die blijkens de diverse individuele dossiers plaatsvonden binnen het kader van de vastgestelde criminele organisatie in het onderzoek Kapel. Uit de hiernavolgende bewijsmiddelen komt naar voren dat er tussen diverse verdachten sprake was van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband dat tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, in die zin dat de organisatie zich bezig hield met de handel in soft- en harddrugs waarbij geweld niet werd geschuwd. Wat daarbij opvalt is dat het geweld zowel intern als extern is gericht. Intern tegen personen die deel uitmaken van de groep en zich niet aan de afspraken houden, extern om door anderen verdwenen drugs weer te achterhalen of om betalingen daarvan af te dwingen. Daarbij beschikten diverse leden van de organisatie over vuurwapens om zo nodig te gebruiken, om zichzelf of andere leden van de organisatie te beschermen, dan wel anderen te bedreigen of daadwerkelijk te verwonden. Dat maakt dat de organisatie een dusdanig afschrikwekkend karakter krijgt dat getuigen daardoor soms ook niet durven te verklaren of aangifte te doen. Niettegenstaande de verklaringen van de diverse verdachten ter zitting waarin zij aangeven dat zij weinig aandeel hebben gehad in de onderscheiden feiten (drugsfeiten dan wel geweldsfeiten), is het hof van oordeel dat deze verdachten (zijnde: [medeverdachte 1] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 6] , [verdachte] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 7] en [medeverdachte 2] ) samen een organisatie vormden die als oogmerk had het plegen van ernstige drugs- en gewelddadige feiten en waarin elk van de betrokkenen zijn eigen aandeel had. De strafbare feiten van de criminele organisatie - De organisatie houdt zich bezig met de internationale harddrugshandel. [medeverdachte 5] had contact met mensen in Turkije over het naar Turkije vervoeren van XTC-pillen. [medeverdachte 5] heeft samen met [medeverdachte 8] een personenauto, een Ford C-max met kenteken [kenteken 1] , in Duitsland gekocht. De auto is vervolgens op verzoek van [medeverdachte 5] door [betrokkene 1] bij diens garage [bedrijf 1] geprepareerd. [betrokkene 1] heeft een ruimte in het dashboard gemaakt om daar pakketjes in te verstoppen. [medeverdachte 5] had contact met [medeverdachte 9] over het leveren van de XTC-pillen. Door tussenkomst van [medeverdachte 9] zijn XTC-pillen als monster aan [medeverdachte 5] verstrekt. [medeverdachte 5] heeft [medeverdachte 10] gevraagd er één te testen. [medeverdachte 7] heeft geholpen met het in orde maken van de autopapieren en het verstoppen van de pakketjes in het dashboard van de auto. [medeverdachte 5] regelde de chauffeur, [medeverdachte 8] , om met de geprepareerde auto naar Turkije te rijden. [medeverdachte 5] zou met het vliegtuig naar Turkije gaan en [medeverdachte 8] aldaar opvangen. [medeverdachte 10] wist dat de auto was geprepareerd, immers [medeverdachte 5] heeft op 4 maart 2013 met [medeverdachte 10] besproken dat de pakketjes die ze samen hadden gedaan langer en smaller gemaakt moesten worden en ze bespraken welke garage de auto kon maken. Ook werd tijdens een observatie gezien dat [medeverdachte 10] op 2 maart 2013 met zijn knokkels meerdere keren op de bovenzijde van de gehele rechterhelft van het dashboard sloeg. [medeverdachte 5] en [medeverdachte 10] hebben de geprepareerde auto met daarin de drugs op 2 maart 2013 naar Kerpen, Duitsland gebracht, van waaruit [medeverdachte 8] de reis naar Turkije op zich heeft genomen. Op 7 maart 2013 is [medeverdachte 8] met de auto vanuit Kerpen, Duitsland, via Oostenrijk, Slovenië, Kroatië, Servië en Bulgarije, naar Turkije gereden, alwaar hij op 8 maart 2013 aankwam. Gedurende deze periode onderhield [medeverdachte 5] met regelmaat contact met [medeverdachte 8] en met [medeverdachte 10] over het verloop van de reis naar Turkije. Vanaf de Turkse grens vond een gecontroleerde aflevering plaats. In Turkije heeft [medeverdachte 8] contact gehad met twee Turkse mannen. Op dat moment zijn [medeverdachte 8] en de twee Turkse mannen aangehouden door de Turkse politie. Deze trof een hoeveelheid van 4,3 kilogram pillen bevattende MDMA, oftewel ongeveer 21.000 XTC-pillen, in een verborgen ruimte in het dashboard van de auto aan. Het is het hof uit de voorhanden zijnde bewijsmiddelen niet duidelijk geworden of [medeverdachte 9] daadwerkelijk na het verstrekken van het monster ook deze pillen heeft aangeleverd. Na de aanhouding van [medeverdachte 8] kon [medeverdachte 5] geen contact meer met hem krijgen, waardoor hij begreep dat er iets mis was gegaan. Hij is samen met [medeverdachte 10] naar Turkije gegaan om uit te zoeken wat er aan de hand was en om geld op te halen. Uit tapgesprekken blijkt dat niet alleen [medeverdachte 5] , maar ook [medeverdachte 10] een financieel belang bij het transport van de pillen had. [medeverdachte 5] sms’t op 10 maart 2012 naar [medeverdachte 3] dat zij hem een loer hebben gedraaid en er wordt door [medeverdachte 7] contact opgenomen met [verdachte] , die meedeelt dat zij in Istanbul veel invloed hebben. Later zoekt [medeverdachte 10] contact met [verdachte] om hem en [medeverdachte 1] te bedanken. Bewijsmiddelen zaak 8: Map 24, pagina H 130: Op 30 januari 2013 te 13.15 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) en NN man 9991 die gebruik maakt van het Turkse telefoonnummer [telefoonnummer 103] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 5] : Ik overweeg om deze zaterdag te komen, maar ik bedacht me van laat ik rechtstreeks naar Istanbul gaan. NN-man 9991: Zaterdag. [medeverdachte 5] : Ja…kun jij ondertussen met de vrienden spreken.. NN-man 9991: Dat is goed. (...) [medeverdachte 5] : Laat het me vandaag nog weten, dan regel ik mijn ticket enzo. Map 24, pagina H 132: Op 30 januari 2013 te 17.35 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) en NN man 4381 = NN-man 9991 ( [medeverdachte 11] , hierna [medeverdachte 11] ), die gebruik maakt van het Turkse telefoonnummer [telefoonnummer 1] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 5] : Dit weekend zal ik naar Istanbul toekomen. Jij moet ook maar komen. [medeverdachte 11] : Istanbul? (...) [medeverdachte 5] : Eerst spreken. Ik kom het weekend en laten dan alles gedetailleerd spreken... en als ik dan zaterdag kom en zondagavond terug en dinsdag of woensdag dan stuur ik het... dan zal ik zelf daar niet zijn… snap je. (...) [medeverdachte 5] : Dan kom ik zaterdag. Dan regel ik mijn ticket broer. (...) Het is toch zoals we het zijn overeengekomen? [medeverdachte 11] : Ja het is zoals we het zijn overeengekomen. [medeverdachte 5] : Nou Iaat diegene die het afhandelt er ook bij zijn, dat we het ook open en bloot alles bespreken... want ik later geen heibel daarna, want we moeten elkaar daarna nog in de ogen kijken. Map 24, pagina H 145: Op 4 februari 2013 te 21.36 uur wordt door de gebruiker van het Turkse telefoonnummer [telefoonnummer 2] een sms-bericht verzonden met de inhoud: Is het effect goed broer? Map 24, pagina H 146: Op 4 februari 2013 te 21.37 uur wordt door de gebruiker van het Turkse telefoonnummer [telefoonnummer 2] een sms-bericht ontvangen met de inhoud: Het is gewoon te gek neef. Map 24, pagina H 147: Op 4 februari 2013 te 21.38 uur wordt door de gebruiker van het Turkse telefoonnummer [telefoonnummer 2] een sms-bericht verzonden met de inhoud: Neem niet teveel in/gooi niet teveel! Hoeveel heb je ingenomen/hoeveel heb je gegooid? Map 24, pagina H 148: Op 4 februari 2013 te 21.39 uur wordt door de gebruiker van het Turkse telefoonnummer [telefoonnummer 2] een sms-bericht ontvangen met de inhoud: Ik weet het niet, ik heb er twee stuks ingenomen een uur later. Map 24, pagina H 155: Op 5 februari 2013 te 16.56 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) en NN man 4155, die gebruik maakt van het Turkse telefoonnummer [telefoonnummer 3] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: NN-man: broer, als het morgen gaat komen... dan kan ik geen cent winst erop krijgen... dan geef ik het tegen die prijs (...) [medeverdachte 5] : Nou broer... het kan niet voor minder dan waar we het voor besproken hebben... moet ik er verlies op draaien. (...) we hebben een afspraak gemaakt. (...) NN-man: ja, maar de auto... dat stuk grond... wat bijvoorbeeld 10.000 lira is... en ik heb tegen die man gezegd... je moet het aan ons voor 8 geven snap je... kijk normaal gesproken gaat die appartement voor 11 à 12 (...) [medeverdachte 5] : over welke prijs heb je het? NN-man: Nou, de makelaar zegt 5 lira de vierkante meter. [medeverdachte 5] : nou broer... dat kan niet broer. NN-man: ik snap het want de hoeveelheid vierkante meters welke aangekocht gaat worden is te weinig... kijk als er bijvoorbeeld 30.000 vierkante meters of 40.000 vierkante meters zou zijn, dan zou het wel kunnen (...) de grondprijzen gaan soms omhoog en soms omlaag. [medeverdachte 5] : we hebben het toch voor 7 Turkse Lira’s afgesproken (...) Map 24, pagina H 161: Op 9 februari 2013 te 13.12 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) en NN man- 8510, die gebruik maakt van het Turkse telefoonnummer [telefoonnummer 4] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: NN-man: Ik wacht op hun telefoontje... kijk hij zegt dat de prijs van auto's laag is... snap je... hij zegt... als ik je opbel... dan moet jij mij maar met een paar dagen dat brengen... want nu staan er in zijn showroom voldoende auto's. [medeverdachte 5] : met de vrachtwagencombinatie die ik naar jou toestuur... moet jij maar daarvoor in de plaats een aantal auto's aan mij geven. NN-man: Kijk ik krijg van daaruit nog een auto... ik zal jou eens een nummer doorgeven... ik heb krijg van daaruit nog een auto... 50 stuks... snap je... die auto komt ook ... 5 stuks.. [medeverdachte 5] : kijk broer, die auto's die klaarliggen voor het weekend van volgende week(...) de auto die ik jullie ga verkopen stuur ik woensdag... en de vervoerder... die zal de auto pas over twee dagen kunnen brengen... Dus dat betekent dat als God het wil... vrijdag daar zal zijn en op de terugweg sturen jullie met die vriend... als tegenwaarde sturen jullie mij auto's. NN-man: ik snap het... dus je wilt geen geld? Map 24, pagina H 163: Op 16 februari 2013 te 13.43 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) en NN man, die gebruik maakt van het Turkse telefoonnummer [telefoonnummer 5] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: NN: ze kennen het hier niet, kennen het niet begrijp je? Ze kennen het hier nog niet zo goed. Je moet er eentje sturen om te testen. En dan.. [medeverdachte 5] : eentje sturen beste broer, alsof je in Bre... je bent hier niet om de hoek potverdikkeme, je verblijft in Turkije! NN: stuur anders 1 of 2 broer voor nu even... begrijp je? Dan kijken we wel.. Map 24, pagina H 164: Op 18 februari 2013 te 19.34 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) en NN man- 1004, die gebruik maakt van het Turkse telefoonnummer [telefoonnummer 6] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 5] : waarom zou ik zaken willen doen als het voor mij niet winstgevend is. Ik red het niet met de prijs die je noemt. (...) [medeverdachte 5] : [medeverdachte 11] heeft eerst gezegd dat de prijs 5 zou zijn en toen zakte hij naar 4 en daarna naar 3 en toen naar 2... zo kan het niet, man. (...) Je zei tegen mij, een week wachten, ik/jij liet twee weken wachten... ik heb hier de auto gehaald, dinges laten doen (...) Jij hebt mij hier 40, 50 duizend kosten laten maken... dat kan toch niet zo... (...) NN: oke wat moeten we dan doen... oke, stuur jij maar dan 50.000 stuks Map 24, pagina's H 166 tot en met H 289: In de periode van 5 februari 2013 tot en met 1 maart 2013 worden door [medeverdachte 5] en de gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer 7] ( [medeverdachte 9] ) sms-berichten naar elkaar verstuurd. Het gaat onder meer om de navolgende sms-berichten: [medeverdachte 5] : Gaat het door morgen? [medeverdachte 9] : Het zou begin volgende week worden heeft hij gezegd maar dan denk ik maandag of dinsdag [medeverdachte 5] : Zijn ze dan klaar? [medeverdachte 9] : Ja maat. [medeverdachte 5] : Misschien moeten er nog tien bij kan dat? [medeverdachte 9] : Ga proberen maat hoor je morgen rond de middag. [medeverdachte 5] : 2x tien doe maar. Ma wel twee aparte zakken van tien doen aub. [medeverdachte 5] : Kun je vandaag voorbeeld pakken van die kleintjes uit Den Haag? Stuk of twintig [medeverdachte 9] : Ga proberen maat je hoort me zo. [medeverdachte 5] : Maat ik moet vandaag een beetje monster hebben van die kleintjes. Laat ik ze hier snel testen. [medeverdachte 5] : Probeer zo snel mogelijk 20 snoepjes voor test te regelen voor vandaag aub. [medeverdachte 5] : Maat vrijdagochtend moet mij chauffeur weg... Krijg ik nog monsters dit zijn toch geen afspraken [medeverdachte 9] : Sorry maar zijn telefoon staat nog uit [medeverdachte 9] : Krijg net de bevestiging vanuit Den Haag maat. Maandag kan hij leveren. [medeverdachte 9] : Morgen heb ik die auto waar je om vroeg maat als ik je sms kun je dan met geld mijn kant op komen [medeverdachte 9] : maar moet je die auto wel hebben of niet want ik heb nog iemand die intresse heeft in die auto [medeverdachte 5] : zeker moet ik ze hebben wacht al twee weken op jouw maat. [medeverdachte 9] : Ok dan hou ik ze vast voor je maat. Map 24, pagina H 271: Op 26 februari 2013 te 15.51 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) en NN man 2425 [medeverdachte 10] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 5] : ik heb zo'n uh dinge, weetje wel een eh pilletje. Maar hij zei dat hij 100 milligram was, ik moet die laten testen, wil jij die niet effe eentje nemen? [medeverdachte 10] : ben je ziek ofzo? Welke kleur heeft ie? [medeverdachte 5] : rolex [medeverdachte 10] : die zijn volgens mij 120 volgens mij die man, doe er maar een in de koffie roeren. Map 24, pagina's H 272 tot en met H 275: Op 26 februari 2013 worden door [medeverdachte 5] en [medeverdachte 12] de navolgende sms-berichten naar elkaar verstuurd: [medeverdachte 12] : wat doe je [medeverdachte 5] : in [plaats] die snoepjes wachten en daarna in de auto en dicht maken. Weet je toch. [medeverdachte 12] : Hoelang ben je nog bezig. [medeverdachte 5] : Nog lang schat ben nu pas hier moet nog genoeg gebeuren. Denk pas rond 8 à 9 uur Map 24, pagina H 290: Op 6 maart 2013 wordt door [medeverdachte 5] een sms-bericht verzonden aan [medeverdachte 8] met de inhoud: De naam is Rolex 120 mg en per stuk is het 2,5 euro. Ga morgen of op weg of betaal de kikkererwt. Map 24, pagina H 291: Op 29 januari 2013 wordt door [medeverdachte 5] een sms-bericht verzonden aan [medeverdachte 6] met de inhoud: Stuur nummer van [medeverdachte 8] Duitsland is Map 24, pagina H 293: Op 30 januari 2013 te 12.43 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) en [medeverdachte 6] . In dit gesprek wordt gezegd: [medeverdachte 5] : [medeverdachte 6] waarom stuur je het nummer niet door man. [medeverdachte 6] : Ik heb het toch al doorgestuurd. [medeverdachte 5] : ik heb het niet ontvangen... zeg het nummer maar. [medeverdachte 6] : [telefoonnummer 8] . [medeverdachte 5] : ik bel je zo. Map 24, pagina H 296: Op 30 januari 2013 te 17.24 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) en NN man 1762 die gebruik maakt van het Duitse telefoonnummer [telefoonnummer 8] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 5] : Moet ik helemaal naar Duitsland komen? NN-man: Ja. En anders moet ik echt veel moeite doen... Kom gewoon naar mijn café... dan gaan we zitten thee drinken of koffie... en dinges je.. [medeverdachte 5] : Hmm... stuur me je adres maar oom. Zit jij in Düsseldorf NN-man: neen neen... Keulen... in de buurt van Keulen... Kerpen. NN-man: ik zal het adres sturen. Map 24, pagina H 297: Op 30 januari 2013 wordt door de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 8] een bericht verzonden met de inhoud: [adres 3] Map 24, pagina H 298: Op 30 januari 2013 te 17.50 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) en NN man 1762. In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 5] : Broer... jouw kwestie blijft liggen tot morgen joh. (...) [medeverdachte 5] : Laten we elkaar morgen om drie uur in Venlo treffen. NN-man: Dat is goed. Map 24, pagina H 307: Op 7 februari 2013 te 14.47 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) en NN man 1762. In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 5] : broer... vind vandaag of morgen met spoed de Ford Focus C-Max... dan kom ik het halen (...) NN-man: okee... C-max. [medeverdachte 5] : Ja Ford Focus C-max... bouwjaar 2006... het moet een diesel zijn... en 6 versnellingen. Map 24, pagina H 309: Op 8 februari 2013 te 15.27 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) en NN man 1762 ( [medeverdachte 8] ). In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 8] : de vrienden kijken om naar auto's ik ga zo dadelijk naar hem toe... we kunnen morgen de auto kopen toch? [medeverdachte 5] : ja broer dat kunnen we zet er wat tempo achter want ik wil er volgende week geen problemen mee hebben (...) [medeverdachte 5] : ik moet die auto eerst nog laten repareren snap je. Map 24, pagina H 310: Op 8 februari 2013 wordt door [medeverdachte 8] een sms-bericht verzonden aan [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) met de inhoud: Ik heb de auto gevonden, morgen 5500; Morgen om 10 uur kunnen we hem nemen; ik heb het voor elkaar gekregen. Map 24, pagina H 315: Op 11 februari 2013 te 10.34 uur vindt er een telefoongesprek plaats tussen NNman-1732 en [medeverdachte 5] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 13] Wat wilde ik zeggen? Kan je de kentekenplaten brengen? [medeverdachte 5] Ik heb net de kentekenplaten losgemaakt. Die stuur ikje straks wel. [medeverdachte 13] Hoe ga je sturen? [medeverdachte 5] Ik bedoel... als ik niet kan komen, ik stuur wel een vriend... die zal dan naar Venlo brengen. [medeverdachte 13] Kan je niet nu sturen? Ik ga nu hier vandaan vertrekken. Ik moet daar wat gaan doen. [medeverdachte 5] Ehmm okee goed dan. Ik zal je over half uurtje terugbellen. Map 24, pagina H 316: Op 11 februari 2013 te 10.38 uur vindt er een telefoon gesprek plaats tussen NNMan-1762 en [medeverdachte 5] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: NNman-1762: Je moet ook de autopapieren meesturen... niet vergeten... allebei... niet vergeten. [medeverdachte 5] zegt: is goed, is goed. Map 24, pagina H 317: Op 11 februari 2013 te 11.14 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) en NN man 1762 ( [medeverdachte 8] ). In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 5] : ik heb mijn broer gestuurd, heeft hij je al gebeld? [medeverdachte 8] : nee (...) [medeverdachte 5] : we hebben de voorbereidingen al gedaan... zo en zo ga jij morgenavond of woensdag vertrekken... dus ga maar uitrusten Map 24, pagina H 318: Op 11 februari 2013 te 12.13 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) en NN-man/ [medeverdachte 7] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 7] : er moeten meer papieren zijn zegt de broer. Hier heb je hem. NN-man: [medeverdachte 5] er zitten in die auto tussen de papieren ook TUV-papieren. NN-man zegt dat er tussen die papieren ook een TUV brief moet zijn en zonder dat briefje kan het niet, zegt hij. Map 24, pagina H 324: Op 11 februari 2013 te 10.09 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) en [medeverdachte 13] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 5] : kameraad, ga jij maar anders naar [betrokkene 40] toe. [medeverdachte 13] : kom jij dan zo daarheen? [medeverdachte 5] : ga jij erheen… praat met hem... leg de situatie uit… broer, dit en dat moet gebeuren... als we de auto hier achterlaten, kan je het voor ons doen? Het heeft spoed "moet binnen paar dagen klaar zijn" moet je zeggen. Als hij oke zegt, dan kom ik daarheen en ik geef daar ergens bij een hoek de auto aan jou en jij kan brengen. Map 24, pagina H 325: Op 11 februari 2013 te 10.19 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) en [medeverdachte 13] ( [medeverdachte 13] ). In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 13] Nee broer, hij zegt dat hij het niet kan. [medeverdachte 5] Waarom niet? [medeverdachte 13] Dat weet ik niet... ik heb geprobeerd bij hem door te dringen... maar hij zegt, ik kan echt niet. Ik bemoei me niet met andermans... en ik zeg luister dit en dit en dat... "nee ouwe, ik kan het echt niet" zegt hij... ik heb dit ook nooit van tevoren zoiets gedaan zegt hij. (...) [medeverdachte 13] ik heb tegen hem gezegd "laat mij nou niet op zoek gaan naar anderen" dan geef ik jou 3 of 5 extra" maar daar heeft hij op geantwoord" het maakt niet uit wat ik erop verdien" ik kan het echt niet. [medeverdachte 5] Kom jij dan maar naar [bedrijf 1] [medeverdachte 13] Welke garage was dat ook alweer? [medeverdachte 5] Dat daar bij het Ibis-hotel... van [betrokkene 1] . [medeverdachte 13] Dat kan hij niet man., hij is een domkop... daar heeft hij toch geen verstand van [medeverdachte 5] Hij kan het wel... kom daar maar heen. Map 24, pagina H 327: Op 11 februari 2013 te 18.08 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) en [betrokkene 1] 4339 ( [betrokkene 1] ; [betrokkene 1] ). In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 5] : als iedereen daar weg is dan kun jij met gemak je werk afmaken… er is niet zo'n haast bij... ik heb nog wel 1 of 2 uur de tijd. [betrokkene 1] : dat gaat daar niet zoals je het zegt. Dat ijzer zit er compleet. Ik zie geen losse plaat man... dat is geen losse plaat maar compleet. [medeverdachte 5] : ja, dat moet je er dan uitslijpen. (...) [medeverdachte 5] : ga het daar maar compleet helemaal overlangs wegslijpen [betrokkene 1] : Is goed dan. Map 24, pagina H 329: Op 15 februari 2013 te 13.39 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) en [betrokkene 1] 4339 ( [betrokkene 1] ). In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [betrokkene 1] : Breng nou mijn geld eens man. Ik ben nu in de garage... maar 's avonds ga ik naar het casino toe... dus breng die 1500 lira eens. [medeverdachte 5] : ik kom even langs... tot ziens. Map 24, pagina H 330: Op 20 februari 2013 te 17.04 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) en [betrokkene 1] 4339 ( [betrokkene 1] ). In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 5] : zeg niet dichtmaken [betrokkene 1] : vandaag? [medeverdachte 5] : nee nog niet dicht doen he... als ik morgen kom... dan samen (...) Ik bedoel, als jij die verwarming erop gaat zetten... dan niet dichtmaken. [betrokkene 1] : nee, ik maak het niet dicht. Map 24, pagina H 333: Op 1 maart 2013 te 19.17 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) en [medeverdachte 8] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 5] : Broer, ik zweer je, ik heb de auto dichtgemaakt en ben op jou aan het wachten. [medeverdachte 8] : de kentekenplaten heb je er ook op gedaan? [medeverdachte 5] : ja, ik heb alles erop gedaan, de auto dichtgemaakt en wacht op jou. Map 24, pagina H 346: Op 2 maart 2013 te 11.14 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) en [medeverdachte 12] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 32 ] zegt, waar ben jij dan? [medeverdachte 5] zegt, op de terugweg vanuit Duitsland met die Polo... we hebben die Duitse auto afgezet met [medeverdachte 10] samen... en nu komen we terug. Map 24, pagina H 364: Op 2 maart 2013 te 17.19 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) en [medeverdachte 8] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 5] : jij gaat toch vanavond met die vriend van jou spreken? Je had toch gezegd dat die mogelijk geld zou geven... als je van hem 15 gaat halen... 20 is niet eens nodig. (...) want voor 15 kan ik nog 20 duizend van die dingen halen... snap je... en dan kunnen we wat daar vandaan komt gezamenlijk verdelen snap je (...) [medeverdachte 8] : ga je dan ook [medeverdachte 5] : naar die andere zijde? Ik ga wel met het vliegtuig en wacht jou daar op. Map 24, pagina H 366: Op 2 maart 2013 wordt door [medeverdachte 5] een sms-bericht verzonden aan [medeverdachte 8] met de inhoud: Broer dan ga ik nu slapen. Bel me 's ochtends op zodat ik het geld kom ophalen. Dan kan ik er materiaal voor kopen. Map 24, pagina H 367: Op 3 maart 2013 wordt door [medeverdachte 5] een sms-bericht verzonden aan [medeverdachte 8] met de inhoud: De mannen wachten, gaan we de kikkererwten nog halen? Map 24, pagina H 370: Op 3 maart 2013 te 21.12 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) en [medeverdachte 8] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 8] : [medeverdachte 5] ... is 10 voldoende... want 15 heb ik niet kunnen regelen maar 10 is er.. [medeverdachte 5] : met 10 kunnen we ook verder (...) Maar dan moet jij die auto ook weer terugbrengen. [medeverdachte 8] : ja natuurlijk... zo is het toch [medeverdachte 5] : Dan breng maar tot Venlo die auto weer terug (...) [medeverdachte 8] : Luister eens... dit geld moet weer de 18de worden terugbetaald… Map 24, pagina H 347: Op 4 maart 2013 te 11.38 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) en [medeverdachte 8] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 8] : en nog even dit... je hebt het niet goed laten maken... links en rechts zijn er beschadigingen... dat heb je niet goed laten maken. [medeverdachte 5] : ze gaan het toch open en weer dicht doen [medeverdachte 8] : ja... laat het ze dan fatsoeneren. Map 24, pagina H 348: Op 4 maart 2013 te 12.02 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) en [betrokkene 1] 4339 ( [betrokkene 1] ). In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 5] : zeg luister eens... er was toch aan de linker- en rechterkant van die openingen... kunnen we die niet dichten... want die man zou gaan... heeft de auto teruggebracht... zo wil ik niet gaan... want de linker- en rechterzijde van dit is open... als ik jou 500 euro vooraf geef... wil je die dingen niet even goed doen? [betrokkene 1] : nou ik weet niet of die dingen wel kunnen... volgens mij gaat het daar niet dicht. (...) wanneer moeten we dat dan doen? [medeverdachte 5] : wanneer gaat jouw garage dicht? [betrokkene 1] : nou ik denk omstreeks half zes a zes uur [medeverdachte 5] : dan breng ik de auto omstreeks zes uur. Map 24, pagina H 354: Op 4 maart 2013 te 20.44 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) en [medeverdachte 10] ). In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 10] : Die jongen waar we de vorige keer in Noord waren voor die auto kan die dingen maken, hij kan die (onverstaanbaar) maken snapte kan hij die vast maken alles. [medeverdachte 5] : ja, maar kan hij, die dingen moeten ook ff meer in de lengte gemaakt worden man. [medeverdachte 10] : Wat moet in de lengte gemaakt worden? [medeverdachte 5] : Wat wij samen hadden gedaan weetje wel. R: ja, ja, ja. [medeverdachte 5] : die is veel te, je weet die is veels te bol en te klein, hij moet meer langer en platter zijn dan kun je hem... (...) [medeverdachte 10] : maar hij moet toch die onderdelen hebben jongen, hij heeft toch die, die, die plastic dingen toch niet. [medeverdachte 5] : ja maar die dingen moeten er toch uit. Hij moet toch anders gemaakt worden, wat we zelf hebben gemaakt. Map 24, pagina H 356: Op 4 maart 2013 te 21.42 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) en [medeverdachte 10] ( [medeverdachte 10] ). In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 10] zegt dat hij nog wel een jongen in Breda kent met een garage en wel weet waar hij woont. [medeverdachte 10] zegt, kan die jongen die auto niet maken, die het begin gedaan heeft. Map 24, pagina H 359: Op 5 maart 2013 te 17.54 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] (F) en [betrokkene 1] 4339 (A). In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 5] : om hoe laat begin je aan mijn werkje? [betrokkene 1] : ik ga er vandaag aan beginnen... om zes [medeverdachte 5] : is goed dan... wees snel. Map 24, pagina's H 360 tot en met H 363: Op 5 maart 2013 worden door [medeverdachte 5] en [betrokkene 1] de navolgende sms-berichten naar elkaar verzonden: [medeverdachte 5] : schiet op kerel, heb je de auto al uit elkaar gehaald? [betrokkene 1] (18.41 u): Ik heb hem uit elkaar gehaald [betrokkene 1] (22.07 u): is klaar [medeverdachte 5] : kom eraan Map 24, pagina H 386: Op 7 maart 2013 te 18.23 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) en [medeverdachte 8] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 8] : Ik ben vertrokken... wat zou ik anders kunnen doen (...) Ik ga geld ophalen... maar je moet dat zaterdag wel aan hem terugbetalen [medeverdachte 5] : Ga je van daaruit gelijk verder? [medeverdachte 8] : ja...ja ik heb 1500 Lira van hem gehaald. (...) [medeverdachte 5] : een goede reis nog. Map 24, pagina H 389: Op 8 maart 2013 te 10.39 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) en [medeverdachte 8] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 8] : ik ben onderweg... ze hebben me aan de kant gezet en doen nu zoeking (...) Joegoslavië nog niet gepasseerd joh. [medeverdachte 5] : er kan toch niks gebeuren joh, laat ze maar zoeking doen... ze vinden toch niks. Map 24, pagina H 390: Op 8 maart 2013 te 10.50 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) en [medeverdachte 8] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 5] : en ben je de controle voorbij [medeverdachte 8] : dat wel maar de eerlozen hebben echt uitvoerig gezocht... ik dacht even van ik ben erbij verdomme. (...) [medeverdachte 5] : bel mij zodra je Bulgarije bent ingereden... dan stap ik in het vliegtuig en kom eraan. Map 24, pagina H 394: Op 8 maart 2013 te 14.47 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) en [medeverdachte 10] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 5] : hij is euh al bijna bij het einde van de rit. (...) Hij is al de drie ergste douanes voorbij. Ze hebben heel de auto op zijn kop gezet man. (...) hij is in ieder geval over drie uurtjes in Turkije. [medeverdachte 10] : Ins jallah, is goed jongen. Map 24, pagina H 400: Op 8 maart 2013 te 18.09 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) en [medeverdachte 8] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 8] : Ik ben nu bij de laatste 50 km en dan rijd ik erin. [medeverdachte 5] : Waarin? [medeverdachte 8] : In Turkije... wat anders Map 24, pagina H 401: Op 8 maart 2013 te 18.34 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) en [medeverdachte 10] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 10] : wat kosten die tickets? [medeverdachte 5] : die kosten 280 euro [medeverdachte 5] zegt als we morgenochtend vliegen zijn we maandag terug. Map 24, pagina H 404: Op 8 maart 2013 te 19.1 7 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) en [medeverdachte 8] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 8] : ik ben zo dadelijk bij de grens. (...) waar wachten ze? [medeverdachte 5] : op het adres wat ikje gegeven heb [medeverdachte 8] : in Findikzade dus? [medeverdachte 5] : ja... ga erheen... overhandig de auto daar... ga maar slapen en 's ochtends kom ikje ophalen. Map 24, pagina H 409: Op 8 maart 2013 te 20.09 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) en [medeverdachte 8] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 8] : ik ben er door, ik ben er door. (...) Ik wil de dinges even zien... wat voor dinges het is. Euh wat voor dinges de plek is die je hebt laten maken [medeverdachte 5] : gaan jullie het samen... samen opendoen? [medeverdachte 8] : Zou dat dan niet beter zijn als het zo is (...). Uiteindelijk heeft het geen haast. [medeverdachte 5] : de mannen schijnen wel haast bij te hebben joh, ze schijnen het vandaag nodig te hebben joh. Het is weekend weetje. [medeverdachte 8] : Oki, ik ga het wel brengen. Ik kan het adres wel vinden, ik ben in Istanbul opgegroeid. (...) Ze moeten dan een plek reserveren... geef mijn voornaam en achternaam... Ze moeten een plek reserveren voor [medeverdachte 8] . Map 24, pagina H 415: Op 8 maart 2013 te 20.30 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) en [medeverdachte 8] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 5] : Wat is dan je nummer van Turkcell? (...) [medeverdachte 8] : euh 0049 ja, Duitsland [medeverdachte 5] : [telefoonnummer 9] [medeverdachte 8] : [telefoonnummer 9] [medeverdachte 5] : oké, ik stuur het naar de jongen, bye! [medeverdachte 8] : hij moet mij bellen. Map 24, pagina H 416: Op 8 maart 2013 te 20.31 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) en NN-man 9580 die gebruik maakt van het Turkse telefoonnummer [telefoonnummer 10] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 5] : Heb je pen en papier bij je? NN-man: Pen en papier. Wacht even. [medeverdachte 5] : [telefoonnummer 104] Bel hij wacht op je. Map 24, pagina H 417: Op 8 maart 2013 te 22.32 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) en NN-man 9580. In dit gesprek wordt onder meer gezegd: NN-man: hij/zij is onderweg, hij/zij komt. Ik heb met vriend gesproken/contact gehad. Map 24, pagina H 418: Op 8 maart 2013 wordt door [medeverdachte 5] een sms-bericht verzonden aan NN-man 9580 met de inhoud: Broer heb je de vriend al geplaatst? Hij neemt zijn telefoon niet op! Hoe staat het met de verborgen ruimte; is die al open; nemen jullie niet op omdat jullie het al weten Map 24, pagina H 419: Op 9 maart 2013 te 10.14 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) en Reisbureau NN-vrouw. In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 5] : Ik wilde een ticket vragen voor een persoon met Turks Airlines vandaag naar Istanbul vanuit Brussel. (...) NN-vrouw: wanneer is de terugreis? [medeverdachte 5] : is maandag. Map 24, pagina H 423: Op 9 maart wordt door [medeverdachte 5] een sms-bericht verzonden aan [medeverdachte 12] met de inhoud: Kan van alles gebeuren. Misschien werken ze met politie misschien zijn ze rippers, ik weet het ook niet. Dus beter een soldaat bij me eerste x. Map 24, pagina H 424: Op 9 maart 2013 te 13.01 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) en NN-man 2425 [medeverdachte 10] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 10] : hoe laat moeten we vertrekken? [medeverdachte 5] : om zes uur vliegen. [medeverdachte 10] : als je wil, boek voor mij ook ik ga met jou mee. [medeverdachte 5] : hoe heet je met je achternaam? [medeverdachte 10] : [medeverdachte 10] . Map 24, pagina H 427: Op 9 maart 2013 te 17.10 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) en [medeverdachte 12] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 12] : waarom ga je nog daarheen? [medeverdachte 5] : gewoon... omdat ik het ga uitvissen... ik ga het niet hierbij laten. [medeverdachte 12] : ja maar... je bent dan niet in Nederland... je bent in Turkije... daar heb je niemand achter je... je hebt niets bij je... wat wil je daar in je eentje doen? (...) Hoe kun jij nou zo koudbloedig zijn, ik snap je helemaal niet. [medeverdachte 5] : wat moet ik anders... ik stik van de schulden moet ik dit hier ook nog door mijn neus laten boren.. [medeverdachte 12] : Ja en die mannen schieten jou daar gelijk neer hoor. Map 24, pagina H 429: Op 10 maart 2013 te 00.47 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) en [medeverdachte 7] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 5] : luister, bel [medeverdachte 3] op en zeg datje hem met spoed moet zien en zeg tegen hem dat ik in Istanbul zit en dat ik geript ben. En die mensen willen met mij afspreken enzo. Hun willen mij naar hun plek snap je. (...) [medeverdachte 7] : Jij hebt goed stront gegeten. Wat heb ik je gisteren per sms gezegd. Map 24, pagina H 430: Op 10 maart 2013 wordt door [medeverdachte 7] een sms-bericht verzonden aan [medeverdachte 3] met de inhoud: Broer, ze hebben hem aan de overzijde een loer gedraaid en nu nodigen ze hem uit om naar hun locatie te komen; kun jij hem helpen met een bekende van 'de Broer'. Map 24, pagin'a H 432: Op 10 maart 2013 te 02.00 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 10] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 10] : [verdachte] [betrokkene 39] , bel [medeverdachte 7] op snap je, die legt jou de situatie uit. [verdachte] : welke situatie? [medeverdachte 10] : Vraag maar gewoon aan [medeverdachte 7] , snap je wat ik bedoel. Die kan jou exact vertellen van wat de situatie is begrijp je. (...) Ik zit in Istanbul nou, begrijp je wat ik bedoel? (...) Ik ben met die zoon van jou meegegaan begrijp je. Ik ben met hem meegegaan hier snap je en ze wilden vandaag in ieder geval begrijp je hem iets aan gaan doen. Snap je wat ik bedoel? (...) Mensen van hier. Ze hebben iets van hem afgepakt hier, snap je wat ik bedoel? Met allemaal kwatspraatjes. Wij staan er nu helemaal alleen voor hier. Begrijp je? We hebben alleen maar iemand nodig hier , van in de stad die met ons meegaat naar de mensen daar, begrijp je? [verdachte] : waarom moet ik [medeverdachte 7] opbellen? [medeverdachte 10] : [medeverdachte 7] kan je precies uitleggen hoe, daarom, want wat ik nou tegen jou vertel, begrijp je weet [medeverdachte 7] ook, snap je? (...) Ik zag geen uitweg meer snap je dus ik denk ik ga jou gewoon bellen. (...) [verdachte] : Ik hoef op te bellen naar Istanbul, daar komt niemand aan jullie. Geen ene die zegt van ik ben de man in Istanbul. Ik hoef alleen nou Istanbul op te bellen en het is zo geregeld. (...) Waarom zou ik da doen? Geef mij een goede reden. (...) Vertel mij waar het om gaat. [medeverdachte 10] : Er is hier iets naartoe gestuurd. Alles was goed, alles was soepel gelopen, begrijp je wat ik bedoel. Het einde van de rit, snap je, hebben ze toen die toen die mensen die die dingen af moesten gaan halen begrijp je. (...) [verdachte] : Hoe komen jullie daar bij om zo'n zaak aan te nemen, om zoiets te ondernemen? (...) Jullie zouden geld verdienen. En wat als het goed was gelopen dan had ik er niks van gehoord. Map 24, pagina H 435: Op 10 maart 2013 te 02.53 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 7] en [verdachte] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [verdachte] : vertel me het voorval van die andere eerloze eens.. [medeverdachte 7] : die heeft dus dinges gestuurd daarheen... en zij hebben het genomen ... niet betaald... en morgen uitgenodigd naar hun etablissement te komen. [verdachte] : oh... hebben ze dingen... pilletjes.. [medeverdachte 7] : ja Map 24, pagina H 436: Op 10 maart 2013 te 02.58 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 7] en [verdachte] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [verdachte] : Zeg [medeverdachte 7] . ... hebben zij eerder nog met hun wat gedaan? [medeverdachte 7] : Nee dit is de eerste keer. [verdachte] : De eerste keer... Je weet dat hun goed zitten? [medeverdachte 7] : Ja... alles zit goed... de eerste rit. [verdachte] : Je weet dat hun goed zitten? [medeverdachte 7] : Ja vader. ... ik heb samen met hem alles geregeld. [verdachte] : Waarom heb je dat dan niet eerder aan mij verteld eerloze? [medeverdachte 7] : Nou het is de laatste dag ingepakt. ... Dit was de eerste keer... Hij kon de papieren niet vinden... en daarna zijn de papieren gevonden... en toen ging hij die dingen halen. [verdachte] : zeg tegen die eerloze uit Istanbul als hij belt... dat die neef van "de Broer" uit Istanbul naar hun toe zal gaan en zij gaan het daar allemaal regelen. Map 24, pagina H 438: Op 10 maart 2013 te 16.52 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 7] en [verdachte] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [verdachte] : Waarom hoor ik het als laatste [medeverdachte 7] ... waarom zeg jij niets tegen mij... maar je weet toch heel goed. Dat wij in Istanbul heel grote zeggenschap hebben. (...) die vrienden aldaar zijn bezig... ze proberen uit Istanbul... als het blijkt dat die anderen vastzitten... dan gaan ze via Griekenland... want in Griekenland zijn er ook vrienden... die doen dan het nodige? (...) Map 24, pagina H 440: Op 10 maart 2013 te 17.42 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 3] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 3] : broer hoe zal ik het je zeggen... die van jou ... die heeft wat problemen in Turkije [verdachte] : ja... zit flink in de shit. [medeverdachte 3] : gisteren heeft de jongere mij een bericht gestuurd... en heeft gezegd dit en dit is er aan de hand... en ik heb gezegd ik zal het aan die van ons doorgeven (...) ik kreeg een zaak genaamd "Pamukkale" aan de lijn. [verdachte] : Ja dat klopt dat is de zaak waar (Usta) "de Meester" verblijft... dat is zaak daar beneden. (...) De Meester heeft al het nodige gedaan... en nu worden ze door de vrienden daar geholpen. Map 24, pagina H 442: Op 11 maart 2013 te 19.43 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 10] ( [medeverdachte 10] ). In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 10] : God zij geprezen... ik ben heelhuids teruggekomen he ( ..) Ik weet niet wanneer ik jou en [medeverdachte 1] even kan spreken... onder zes ogen samen (...) Wat in ieder geval euh... wat [medeverdachte 1] broeder en jij voor ons, voor mij hebben daar gedaan, zal ik het zo maar zeggen daar aan de overkant begrijp je eh.. Map 24, pagina H 459: Op 17 maart 2013 te 16.26 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 7] ) en [medeverdachte 10] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 5] : en waarschijnlijk hebben ze gewoon samen die diefstal zo opgezet. Hebben ze gewoon samen afgesproken. Snap je, dus hij zit niet vast. [medeverdachte 10] : ... (ntv) dus ons geld komt gewoon. Map 25, pagina's H 466 tot en met H 528: Het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen: uitwerking OVC, met de daarbij behorende bijlagen. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (pagina's H 486 en H 487 van de bijlage "vertaling van OVC 07-04-2013"): [medeverdachte 3] : Ja, ik zal jou het eigenlijke ((lees: de ware toedracht) vertellen. [medeverdachte 5] hier met eigen middelen... begrijp je... stuurt pillen? [medeverdachte 64] : onze [medeverdachte 5] ? [medeverdachte 3] : ja, ja! Hij stuurt pillen naar Istanbul. (Van)uit Duitsland... [onverstaanbaar]... de tussenpersoon waar [medeverdachte 5] mee samenwerkt is iemand die bij jullie uit Kirsehir (provincie in Turkije) komt. Hij heeft een patisserie in Istanbul. Map 25, pagina's H 529 tot en met H 576: Het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen. Bakengegevens Ford C-Max transport Turkije, met de daarbij behorende bijlagen. Dit proces-verbaal houdt onder meer in: Uit afgeluisterde telefoongesprekken en observatie bleek dat [medeverdachte 5] verdovende middelen in de vorm van pillen met een personenauto naar Turkije wilde laten vervoeren. Hij had eerst contact met mensen in Turkije en ging zelf naar Turkije om de details te bespreken. Hierna regelde hij een personenauto, een zwarte Ford C-max met Duits kenteken [kenteken 2] . Aan mij, verbalisant, werden de bakengegevens ter beschikking gesteld van de zwarte Ford C max met Duits kenteken [kenteken 2] . De bakengegevens zijn uitgekeken. 14 februari 2013, 20.52 uur tot en met 2 maart 2013 11.34 uur. Voertuig staat stil in de nabije omgeving van het garagebedrijf [bedrijf 1] . 2 maart 2013, 11.35 uur tot en met 00.00 uur. Zwarte Ford C-max [kenteken 2] komt in beweging en rijdt van het terrein van het garagebedrijf af. Herkenning bestuurder Ford C-max [kenteken 2] als zijnde [medeverdachte 5] . [medeverdachte 5] geeft door aan [medeverdachte 10] dat hij buiten staat. [medeverdachte 10] komt eraan. [adres 11] . Stapt een NN-man in als passagier. Ford C-max [kenteken 2] vertrekt vanaf de Broekhovenseweg te Tilburg. De NN-man slaat met zijn knokkels meerdere keren op de bovenzijde van de gehele rechterhelft van het dashboard. Voertuig vervolgt de weg richting Venlo. Voertuig vervolgt de weg richting Duitsland, Kerpen. 16.15 uur - 00.00 uur Voertuig staat stil in de omgeving van de Händelstrasse te Kerpen (D). 4 maart 2013 Voertuig staat stil in de omgeving van de Händelstrasse te Kerpen (D). 11.45 uur Voertuig verplaatst zich richting Venlo. 22.13 uur Voertuig verplaatst zich naar de omgeving van de Wittemstraat Tilburg en komt daar tot stilstand. 5 maart 2013 22.35 uur Voertuig verplaatst zich vanaf de omgeving J Asselbergsweg te Tilburg richting Venlo. 23.21 uur Voertuig verplaatst zich richting Kerpen (D). 7 maart 2013 19.42 uur Voertuig vertrekt en rijdt over de A4 Köln en A3 8 maart 2013 01.06 uur Voertuig vervolgt zijn weg over de A3 naar de A8 Oostenrijk 06.37 uur - 06.42 uur Voertuig staat stil in de omgeving van de overgang van Oostenrijk naar Slovenië 07.35 uur - 07.44 uur Voertuig staat stil in de omgeving van de overgang van Slovenië naar Kroatië 10.19 uur - 10.56 uur Voertuig staat stil in de omgeving van de overgang van Kroatië naar Servië. 15.30 uur - 15.37 uur Voertuig staat stil in de omgeving van de overgang van Servië naar Bulgarije. 19.51 uur- 20.11 uur Voertuig staat stil in de omgeving van de overgang van Bulgarije naar Turkije. 22.30 uur Voertuig verlaat de E80 richting langs een spoorlijn naar Deliklikaya (straatnaam in voorstad Istanbul) en rijdt vervolgens dezelfde weg weer terug naar de E80. Map 25, pagina H 577: Het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, Stempels in paspoort verdachte [medeverdachte 5] , met de daarbij behorende bijlagen. Dit proces-verbaal houdt onder meer in: Mij werden kopieën van bladzijden van het paspoort van verdachte [medeverdachte 5] toegezonden bevattende douanestempels. Aan de hand van de douanestempels voorkomende op de kopieën van het paspoort was het volgende te zien: 2 februari 2013 entree/binnenkomst Luchthaven Esenboga Ankara 4 februari 2013 uitgang/vertrek Luchthaven Esenboga Ankara 9 maart 2013 entree/binnenkomst Luchthaven Istanbul Atatürk 11 maart 2013 uitgang/vertrek Luchthaven Istanbul Atatürk Map 25, pagina's H 679 tot en met H 724: Het ambtsedig proces-verbaal nummer 60-547025-2, met daarbij de Nederlandse vertaling vanuit het Turks van uitvoeringsstukken van het rechtshulpverzoek aan Turkije (pagina H 583 tot en met H 677). Dit proces-verbaal houdt onder meer in: Pagina H 583: Referentie: het besluit tot gecontroleerde aflevering van het Parket van de Hoofdofficier van Justitie te Ankara. Verdachten: [medeverdachte 8] , [medeverdachte 14] , [medeverdachte 15] . In beslag genomen strafbare goederen: ecstasy met een totaal brutogewicht van 4 kg 300 gram, voertuig van het merk Ford voorzien van het kenteken [kenteken 1] . Algemene samenvatting: bij bestudering van het (onderzoeks)document is beoordeeld dat het gepast is dat het besluit genomen dient te worden tot een gecontroleerde aflevering. Vanaf het moment dat de persoon op datum 08-03-2013 om 20.51 uur ons land binnen is gereisd via de grensovergang Edirne Kapiküle is aangevangen met fysieke observatie. In dit kader is aangevangen met de fysieke observatie van het voertuig van het merk Ford Focus C max, zwart van kleur, voorzien van het kenteken [kenteken 1] . Waargenomen is dat zich een persoon bevindt in de auto. Na aanhouding is bij controle van de identiteit vastgesteld dat deze persoon is genaamd [medeverdachte 8] . Omstreeks 00.05 heeft de auto geparkeerd ter hoogte van de kruising van Isparta Kule Caddesi en Straat 2801, en is gaan wachten. Omstreeks 00.15 uur is naast het betreffende voertuig met kenteken [kenteken 1] het voertuig gekomen van het merk Renault Kango, waarin zich twee personen bevonden. Na aanhouding is bij controle van de identiteit vastgesteld dat de persoon die het voertuig bestuurde is genaamd [medeverdachte 14] en dat de andere persoon in de auto is genaamd [medeverdachte 15] . Bij doorzoeking van het voertuig met kenteken [kenteken 1] is een middel wit van kleur onderschept in het onderste gedeelte van de voorconsole, op verstopte wijze in de vorm van 8 pakjes, met een totaal brutogewicht van 4 kg 300 gram, met daarop de aanduiding "Rolex", waarvan vermoed wordt dat het van de verdovende middelen het middel Ecstasy betreft. Pagina H 695: Proces-verbaal van testen en wegen. In het kader van de op 09-03-2013 door de Dienst Directie Bestrijding Narcoticadelicten gehouden drugsoperatie en onderschepte middelen zijn bij weging op onze Dienst van Directie, 8 onderschepte pakketten met een totaal brutogewicht van 4 kg 300 gram verdovende middelen waarvan vermoed wordt dat het Ecstasy betreft; het betreffende middel is middels een testkit van het merk Drug-Screen gecontroleerd en is beoordeeld dat het van de verdovende middelen het amfetamine effectieve verdovende middel Ecstasy bevat. Pagina H 719: Expertise rapport. Analyse verdovende middelen. Goederen die aan de deskundige zijn overhandigd: verband houdend met een opsporingsonderzoek die door de medewerkers wordt verricht, is toegezonden; l witkleurig tablet voorzien van een "Kroon" logo/embleem met een nettogewicht van 4013,0 gram (bruto 4024,0 gram). Als gevolg van testen en onderzoeken is vastgesteld dat de onder punt l vermelde witkleurige tabletten (pilletjes) bevatten van de verdovende middelen de stof met de stimulerende eigenschap MDMA. Map 24, pagina H 112: Het ambtsedig proces-verbaal van relaas zaak 8: handel in verdovende middelen (uitvoer). Dit proces verbaal houdt onder meer in: Op 15 maart 2013 werden van de Nederlandse liaison officer in Turkije twee e-mails ontvangen waarin werd vermeld dat op 9 maart 2013 in Turkije ongeveer 21000 stuks XTC tabletten waren aangetroffen in een verborgen ruimte in het dashboard van de personenauto met kenteken [kenteken 1] . Hierbij werd als bestuurder aangehouden: [medeverdachte 8] . Map 25, pagina H 704: Het ambtsedig proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 8] . Dit proces-verbaal houdt onder meer in: Ik had schulden en had geld nodig. Een persoon genaamd [medeverdachte 5] uit Nederland, waarvan ik weet dat hij uit de stad Kirsehir komt, heeft mij een voorstel gedaan om een motorvoertuig te kopen, en dat hij in dit motorvoertuig een geheim compartiment wilde maken met daarin computeronderdelen verstopt, zodat niemand het kon vinden. Ik moest dat motorvoertuig naar Turkije brengen en zei hij dat hij het in Turkije zou overnemen. Omdat er veel belasting geheven wordt voor computeronderdelen bij de douane, zei hij dat hij het op deze manier over de grens wilde brengen. Hij zei tegen mij dat ik 5000 euro zou krijgen voor deze klus. Ongeveer binnen twee weken hebben we samen met [medeverdachte 5] dit motorvoertuig voor een bedrag van 5300 euro gekocht en heeft [medeverdachte 5] het geld voor het motorvoertuig betaald. Hij heeft het motorvoertuig van mij genomen, over twee à drie dagen heeft hij het motorvoertuig weer aan mij teruggegeven. Hij heeft toen gezegd dat hij de computeronderdelen in het motorvoertuig had verstopt en dat ik mij geen zorgen hoefde te maken omdat niemand het zou kunnen vinden en dat hij met het vliegtuig naar Turkije zou komen en het motorvoertuig daar van mij zou overnemen. Voordat ik aangehouden ben, ben ik 24 uren eerder vanuit Duitsland vertrokken. Tijdens de autoreis hebben wij de hele tijd telefonisch contact gehad met elkaar. Ik ben zonder problemen de douane gepasseerd. [medeverdachte 5] heeft gebeld en zei dat ik moest settelen in een hotel in Beylikdüzü. Ik was de weg kwijtgeraakt, ik ben toen gestopt langs de weg. Op dat moment heb ik telefonisch met [medeverdachte 5] gesproken, waarop hij vroeg waar ik was. Ik heb toen beschreven waar ik was, toen heeft hij gezegd: "oké, ik stuur iemand naar jou toe, ze zullen je opvangen". De politie heeft ons aangehouden. [medeverdachte 5] heeft tegen mij gezegd dat hij met het vliegtuig zou komen en dat hij mij in het hotel zou treffen. Map 3, pagina 1083: Het ambtsedig proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] . Dit proces-verbaal houdt onder meer in: Ik heb een auto laten aanschaffen, ik heb pillen gehaald, pillen in de auto gedaan en naar Turkije gestuurd. Map 4, pagina 1453: Het ambtsedig proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 7] . Dit proces-verbaal houdt onder meer in: Ik heb alleen papieren gehaald voor de apk van mijn broer. Ik heb wel eens in een Ford gezeten, maar weet niet of het een C-Max is. Map 4, pagina's 1759 tot en met 1762: Het ambtsedig proces-verbaal van verhoor van [betrokkene 1] , opgemaakt op 2 december 2013. Dit proces-verbaal houdt onder meer in: Ik ben samen met [betrokkene 2] eigenaar van garagebedrijf [bedrijf 1] . Twee jaar geleden kwamen Marokkanen bij mijn bedrijf en die vroegen of ik bij het dashboardkastje ruimte wilde maken. Ze hebben niet gezegd waarom dat was. Ik heb hier op geantwoord dat ik dit niet ging doen, want ik voelde dat het niet klopte. [medeverdachte 5] en zijn hele familie zijn klanten bij mijn bedrijf. [medeverdachte 5] kwam bij mij voor normale reparaties. (...). Het zijn geen goeie jongens, ze zijn allemaal bezig met criminele activiteiten. [medeverdachte 5] kwam op een gegeven moment met de C-Max met een Duits kenteken volgens mij. Ik weet niet meer wanneer dat was, maar het was koud buiten. [medeverdachte 5] die zei tegen mij dat ik bij de Ford C-max ruimte moest maken bij het dashboard. Ik moest een paar dingen los maken, [medeverdachte 5] gaf aan wat ik los moest maken. [medeverdachte 5] vertelde toen dat hij mij daarvoor zou gaan betalen, hij liet ook cashgeld zien. [medeverdachte 5] wees aan wat ik los moest halen. Ik moest heel het dashboardkastje los maken. [medeverdachte 5] gaf mij nu meteen 500 euro en de rest zou hij later betalen. Ik heb de stijlen los gemaakt en vervolgens het dashboard losgemaakt. [medeverdachte 5] was in het begin alleen en later was broertje, [medeverdachte 7] ook mee. Ik had meteen vanaf het begin het gevoel dat het niet klopte. Map 4, pagina's 1767 en 1768: Het ambtsedig proces-verbaal van verhoor van [betrokkene 1] . Dit proces-verbaal houdt onder meer in: Ik wil vanaf nu echt de waarheid vertellen. Toen [medeverdachte 5] mij vroeg om ruimte te maken in een auto zei hij dat hij geld wilde wegbrengen naar Turkije. Ik dacht toen nou dat zal dan wel geld zijn van de weedhandel. Iedereen weet dat de [achternaam 1] in de weedhandel zitten. Ik denk dat [medeverdachte 5] later is teruggekomen met de Ford C-max. Ik denk dat hij me toen 500 Euro heeft gegeven. Mede door het feit dat ik 500 Euro kreeg voor die klus heb ik het gedaan. Ik zei toen nog tegen hem als je dan toch geld gaat wegbrengen geef mij dan wat ik nog van je tegoed heb. Hij zei toen wacht maar even jongen ik ga het eerst wegbrengen en daarna betaal ik je. [medeverdachte 5] kwam de auto bij mij brengen en hij vertelde me dat ik er tegen niemand iets over moest zeggen. Hij heeft toen ook de kentekenplaten van de aut-o verwijderd. [medeverdachte 5] vertelde me dat er iets met de APK van de auto of met de papieren van de APK was. Hij was in de auto ook nog aan het zoeken naar papieren. Er zaten Duitse kentekenplaten op. Hij heeft me toen verschillende dingen aangewezen die ik moest losmaken in de auto. Ik heb die dingen losgemaakt. Het resultaat was dat het dashboard loskwam. Ook heb ik een opbergruimte bovenop het dashboard verwijderd. Toen ik hiermee klaar was hebben we contact met elkaar gehad en is [medeverdachte 5] gekomen om te kijken naar het resultaat. Hij heeft toen gekeken naar het resultaat en hij vond dat er niet genoeg ruimte was. Hij vertelde me toen dat ik tussen het dashboard en het motorcompartiment ijzer weg moest gaan slijpen. [medeverdachte 5] is toen vertrokken. Ik ben toen gaan slijpen. Vervolgens hadden we weer contact met elkaar en kwam hij het resultaat weer bekijken. Toen hij kwam kijken vond hij het resultaat niet goed genoeg en heb ik tegen hem gezegd dat ik niet meer kon doen dan dat wat ik had gedaan. Hij is toen zelf gaan slijpen en hij is ook nog met een hamer bezig geweest. Op een gegeven moment was hij tevreden, Vervolgens is [medeverdachte 5] samen met zijn broer [medeverdachte 7] gekomen en heb ik gezien dat ze zwarte pakketjes in de ontstane ruimte in het dashboard gingen stoppen. Ik hoorde dat [medeverdachte 7] op een gegeven moment zei dat hij het maar niets vond hoe het was gemaakt en hij vond het maar amateuristisch. [medeverdachte 5] heeft het meest de pakketjes vastgehad en [medeverdachte 7] hielp. [medeverdachte 5] is vertrokken in een auto waar hij op dat moment in reed. [medeverdachte 7] reed weg in de Ford C-max. Map 5, pagina's 1891 en 1892: Het ambtsedig proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 9] . Dit proces-verbaal houdt onder meer in: (Verdachte wordt geconfronteerd met sms berichten tussen de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 7] en [medeverdachte 5] ). [medeverdachte 9] : Ik herken dat verhaal. Als ik de inhoud van de sms berichten zie en hoor dan kan ik wel bevestigen dat ik dat ben geweest. Ik weet niet meer precies hoe deze [medeverdachte 5] , zoals u hem noemt, met mij in contact is gekomen. Hij zal wel naar mijn sportschool gekomen zijn. Het kan best zo zijn dat die [medeverdachte 5] via mijn contact in Den Haag een monster heeft gekregen. Het zou best kunnen dat ik dat monster aan [medeverdachte 5] heb gegeven. Ik kan me dat echter niet herinneren. Ik heb nog eens nagedacht en ik wil nog vertellen dat als het gaat over het geven van het zogenaamde monster aan [medeverdachte 5] is dat als volgt gegaan: bij mij op de sportschool trainde toen een jongen uit Etten-Leur. Deze jongen had kennissen in Den Haag en die konden de XTC leveren. Ik denk dat ik het monster van die jongen uit Etten-Leur heb gekregen en dan zal ik het monster wel aan [medeverdachte 5] hebben gegeven of in ieder geval aan die Turk uit Tilburg. Ik weet niet meer hoeveel XTC-pillen dat waren, het waren er 1 of misschien een paar maar geen tientallen. V: Om hoeveel XTC pillen heeft [medeverdachte 5] gevraagd? [medeverdachte 9] : Uit de sms-berichten tussen [medeverdachte 5] en mij blijkt dat het om in ieder geval 20.000 xtc-pillen gaat. Die jongen uit Etten-Leur was een keer of vier per week bij mij in de school om te trainen en daar heb ik dan het aantal weer aan doorgegeven. V: Wat voor een prijs is er met [medeverdachte 5] afgesproken? [medeverdachte 9] : Dat zal tussen de 85 cent en 1 Euro geweest zijn. Ik zou voor de bemiddeling wel iets krijgen maar ik heb geen concreet bedrag afgesproken met die jongen uit Etten-Leur en met [medeverdachte 5] ook niet. Ik kan wel zeggen dat ik op 500 Euro had gerekend en dat is dan makkelijk verdiend vind ik, want ik heb alleen maar een beetje bemiddeld tussen die Turk uit Tilburg en die jongen uit Etten-Leur. - De organisatie houdt zich bezig met de internationale handel in hennep. Door de organisatie werd niet alleen nationaal maar ook internationaal gehandeld. Een voorbeeld hiervan is de levering van 5 kilo weed naar Duitsland. In april 2013 heeft [medeverdachte 5] contact met [medeverdachte 16] in Duitsland over de levering van vijf kilo weed. De weed is aan [medeverdachte 5] en [medeverdachte 3] geleverd, waarbij [medeverdachte 17] voor [medeverdachte 5] garant heeft gestaan. [medeverdachte 16] heeft [medeverdachte 5] laten weten dat het geld klaarligt. [medeverdachte 7] heeft [medeverdachte 18] bereid gevonden om tegen betaling de weed in zijn auto, een Audi A6 met Duits kenteken [kenteken 3] , naar Duitsland te brengen. Op 22 april 2013 hebben [medeverdachte 5] en [medeverdachte 7] een sporttas met weed in de kofferruimte van hun Mini Cooper met kenteken [kenteken 4] gelegd. Ze zijn vanuit Tilburg naar Venlo gereden en [medeverdachte 18] is achter hen aangereden. Bij Venlo/Tegelen zijn ze naar MacDonalds gegaan, alwaar [medeverdachte 7] op de parkeerplaats de tas met weed uit de Mini heeft gehaald en in de kofferbak van de Audi van [medeverdachte 18] heeft gelegd. Vervolgens zijn beide auto's achter elkaar aan naar Frankfurt am Main/Duitsland gereden. Daar zijn ze gestopt op een parkeerplaats bij een sportschool. De tas werd uit de kofferbak van de Audi gehaald en aan een Turkse man overgedragen. In de tas zat een hoeveelheid van ongeveer 6 kilogram weed. De man heeft de weed meegenomen, maar de betaling is uitgebleven. [medeverdachte 17] is boos geworden, omdat hij borg stond en hieraan een schuld zou overhouden. [medeverdachte 5] en [medeverdachte 3] zijn op 26 april 2013 naar Duitsland gegaan om te proberen het geld te krijgen. Ze hebben doodsbedreigingen geuit richting [medeverdachte 16] om hem te dwingen tot de afgifte van geld. Op 27 april 2013 heeft [medeverdachte 5] contact opgenomen met [medeverdachte 16] om druk op hem uit te oefenen. Hierbij uitte hij bedreigingen, waaronder: ‘Maak mij niet woest, anders kom ik daarheen. Ik hak je kop af’ en ‘Niemand zal je redden uit mijn klauwen, je krijgt tot maandag de tijd’. Toen dat niet voldoende bleek te helpen, heeft [medeverdachte 3] met instemming van [medeverdachte 5] bedreigingen naar [medeverdachte 16] geuit om hem tot betalen te dwingen. - De organisatie houdt zich bezig met de nationale handel in hennep Een voorbeeld van de deze nationale handel is zaak 6 die het volgende inhoudt. Uit de verklaring van [medeverdachte 19] (verder: [medeverdachte 19] ) volgt dat hij een klus zou doen voor [medeverdachte 6] en [medeverdachte 5] . Daarbij ging het volgens hem om het vervoeren van hennep naar Eindhoven. [medeverdachte 19] heeft de hennep opgehaald bij de vader van [medeverdachte 6] alwaar [medeverdachte 6] zelf ook aanwezig was. Onderweg naar Eindhoven is de hennep geript, althans dit is door [medeverdachte 19] meegedeeld. [medeverdachte 19] heeft [medeverdachte 6] hierover opgebeld, waarna [medeverdachte 6] samen met [medeverdachte 5] en nog een persoon hem is gaan ophalen. De verklaring dat [medeverdachte 19] hennep vervoerde voor [medeverdachte 6] en [medeverdachte 5] , wordt niet alleen ondersteund door het feit dat [medeverdachte 19] na de rip door hen is opgehaald, maar ook uit de tapgesprekken waaronder het gesprek van 4 januari 2014 te 18.14 uur tussen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 6] en het gesprek van 5 januari 2013 van 14.48 uur tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 20] . Daaruit blijkt immers dat zij beiden aangeven te zijn geript. Daar komt bij dat uit de tapgesprekken blijkt dat [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] zich beiden intensief hebben bemoeid met het terughalen van de hennep, hetgeen zonder enig eigen belang daarbij naar het oordeel van het hof niet voor de hand ligt. Op grond van de verklaring van [medeverdachte 19] , [medeverdachte 5] , alsmede de tapgesprekken waaronder het gesprek van 4 januari 2013 te 14.52 uur tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 21] , stelt het hof vast dat de door [medeverdachte 19] te vervoeren hoeveelheid hennep minimaal zes kilo bedroeg. Op 3 januari 2013 heeft er een rip plaatsgevonden van een partij hennep die aan [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] toebehoorde. Daarbij zouden [medeverdachte 22] en [medeverdachte 23] betrokken zijn geweest. Uit de diverse tapgesprekken die in het dossier zijn gevoegd, volgt dat naar aanleiding hiervan diverse gesprekken met [medeverdachte 22] en/of [medeverdachte 23] en/of de vrouw van [medeverdachte 23] zijn gevoerd door [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] en [medeverdachte 3] . Hieruit blijkt dat [medeverdachte 3] op 4 januari 2013 is gaan informeren naar [medeverdachte 23] omdat hij gisteren iets zou hebben meegenomen en dat hij dit moet teruggeven omdat het anders een probleem wordt. Tegen ene [medeverdachte 21] heeft hij, [medeverdachte 3] , vervolgens gezegd dat hij [medeverdachte 23] op moet bellen en hem moet zeggen dat het niet het werk van [medeverdachte 6] , [medeverdachte 5] ofzo is, maar van [medeverdachte 3] en dat hij één uur heeft en zij anders langs komen en dat dit de enige waarschuwing is. Verder heeft [medeverdachte 3] in dit gesprek tegen die [medeverdachte 21] gezegd dat hij ze lekker op moet naaien op een panische toon ‘zodat de flikker bang wordt’. Hij moet verder zeggen dat als hij niet binnen het uur komt, ze naar hem komen, naar het adres dat ze hebben achterhaald en ‘dat ze geen mededogen hebben met zijn moeder, vader, zus of wat dan ook en dat ze ze zullen neuken.’ Verder blijkt uit een aantal gesprekken tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 3] dat [medeverdachte 3] [medeverdachte 6] heeft geïnstrueerd over wat hij moet doen en wat hij tegen [medeverdachte 22] moet zeggen. Zo moet [medeverdachte 6] van [medeverdachte 3] tegen [medeverdachte 22] zeggen dat de tijd nadert en dat hij ze niet meer tegen kan houden. [medeverdachte 6] moet er druk op zetten van [medeverdachte 3] . In de avond van 4 januari 2013 heeft [medeverdachte 3] zelf met [medeverdachte 22] gesproken en heeft tegen hem gezegd dat hij [medeverdachte 6] niet meer hoeft te bellen omdat hij vanaf nu zijn gesprekspartner is. In dit gesprek wordt tevens een afspraak gemaakt om elkaar te treffen in [bedrijf 2] . Over deze ontmoeting heeft [medeverdachte 22] verklaard dat hij [medeverdachte 3] samen met [medeverdachte 6] en [medeverdachte 5] zag binnenkomen. [medeverdachte 22] wilde tegen [medeverdachte 3] vertellen dat hij niets met de ripdeal te maken had, maar dat wilde hij niet horen. Toen de eigenaar aan de tafel kwam om te zeggen dat het rustiger moest, trok [medeverdachte 3] een vuurwapen uit zijn broeksband en liet dit zien aan degenen die achterin het restaurant waren. Dat [medeverdachte 3] een vuurwapen naar [medeverdachte 22] heeft getrokken volgt ook uit het OVC-gesprek 27 januari 2013. Nadat [medeverdachte 22] er op 5 januari 2013 vier heeft gegeven, heeft [medeverdachte 3] met [medeverdachte 23] gesproken en hem gezegd dat wat er is gebracht niets is en dat het als het zo doorgaat alleen maar erger en erger wordt en zij hem een kans geven. Verder blijkt uit deze gesprekken dat [medeverdachte 5] een gesprek met [medeverdachte 3] heeft gevoerd op 6 januari 2013 waarin hij zegt, dat hij heeft gezegd dat het er samen vijf zijn met je dinges en dat hij tot 15 uur de tijd heeft. Ook heeft [medeverdachte 5] zelf gesprekken met [medeverdachte 22] gevoerd waarin hij o.a. op 7 januari 2013 heeft gezegd: ‘Die vijf hoefje niet meer te brengen, kijk maar eens wat er met jou gaat gebeuren’, en dat er niet meer gerekt kan worden en het anders echt gaat escaleren. In een gesprek tussen hen op 8 januari 2013 zegt [medeverdachte 22] tegen [medeverdachte 5] dat [medeverdachte 6] tegen hem heeft gezegd dat hij tot donderdag de tijd heeft en dat hij dan betaald moet hebben. Bewijsmiddelen zaak 6: Wanneer hierna wordt ven vezen naar paginanummer(s), wordt/worden – tenzij anders vermeld – bedoeld paginanummer(
- s)van een proces-verbaal of geschrift uit bedoeld het eindproces-verbaal TGO Kapel, met dossiernummer PL203M/2012195378 van de politie eenheid Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, bestaande uit 69 ordners, met (per zaaksdossier alfabetisch) doorgenummerde pagina's. Map 22, pagina's p. F 49 tot en met F 52: Het proces-verbaal van aangifte van [medeverdachte 19] d.d. 3 januari 2013. Dit proces-verbaal houdt onder meer in: Op donderdag 3 januari 2013 ging ik rond 20.15 uur thuis weg om naar [medeverdachte 6] te gaan om een pakketje op te halen en naar Eindhoven te brengen. (…) Ik was met mijn auto een zwarte Renault Megane, kenteken weet ik zo niet uit mijn hoofd. Ik had een afspraak met [medeverdachte 6] (...). Ik ben binnen geweest en heb die spullen gepakt, ingeladen en ben vertrokken. Het ging om gordijnen en nog een tas. In die tas zaten ook stoffen. Ik zou die stoffen bij een café in Eindhoven afgeven. Ik ben daar wel vaker geweest. Een kennis van [medeverdachte 6] zou dat daar komen ophalen. Als ik in het café was moest ik [medeverdachte 6] bellen en die zou dan die kennis bellen die de spullen op kwam halen. Ik liep terug naar [medeverdachte 6] , dit is ongeveer 20 minuten lopen. Ik zag daar [medeverdachte 6] , [medeverdachte 5] , een neef van [medeverdachte 6] en nog een neef van hem. In totaal stonden er 6 personen. Ik hoorde [medeverdachte 5] tegen mij zeggen: Wat is dit nou, wat doe jij hier, je had in Eindhoven moeten zitten. Ik weet dat zij in drugs zitten en ik doe ook wel eens een klusje voor hun. Dit doe ik voor de vader van [medeverdachte 6] , [verdachte] en [medeverdachte 5] . Map 22, pagina's F 53 tot en met F 56: Het proces-verbaal van verhoor van aangever [medeverdachte 19] d.d. 4 januari 2013. Dit procesverbaal houdt onder meer in: Ik moet toegeven dat ik meer dan alleen gordijnen vervoerde. In het pakketje zaten niet alleen gordijnen maar ook wiet. Ik schat dat er ongeveer 6 kilo kant en klare wiet in zat. Deze wiet was van [medeverdachte 5] . Ik zou deze voor [medeverdachte 5] wegbrengen naar Eindhoven. De afspraak was dat ik de wiet om 20.30 uur zou ophalen bij [medeverdachte 6] en ik het met mijn auto naar Eindhoven zou brengen. Ik zou het naar het café in Eindhoven brengen. Daar zou ik naar [medeverdachte 6] bellen en die zou zorgen dat het daar opgehaald zou worden. [medeverdachte 6] en [medeverdachte 5] werken samen. Ik heb twee keer eerder voor [medeverdachte 6] wiet weggebracht. Bij de woning van de vader van [medeverdachte 6] kreeg ik de wiet van [medeverdachte 6] . [medeverdachte 5] was daar toen niet bij aanwezig. Daarna heb ik [medeverdachte 6] gebeld en gezegd wat er gebeurd was. Hij zei dat ik daar moest blijven wachten en dat hij er aan kwam om mij daar op te halen. Ongeveer 20 minuten later werd ik door [medeverdachte 6] , [medeverdachte 5] en nog iemand opgehaald. Map 22, pagina's F 24 tot en met F 26: Het proces-verbaal van bevindingen. Dit proces-verbaal houdt onder meer in: Ik zag op 3 januari 2013 omstreeks 22.05 uur op de Drapenierstraat te Tilburg 4 tot 6 personen staan op de hoek van de Drapenierstraat en de Oude Kapelstraat. Ik zag dat vier personen uit de Drapenierstraat kwamen gelopen en op het trottoir van de genoemde kruising stil gingen staan. Drie van de vier personen spraken de vierde persoon aan. Ik hoorde van [betrokkene 3] dat de persoon met het forse postuur de vader van [medeverdachte 6] was. De vierde persoon die werd aangesproken had een lichte huidskleur, kort donker/grijs haar en droeg een zwarte jas. Een persoon uit de groep pakte de aangesproken persoon bij de arm en liep met hem in de richting van de Kapelstraat. De aangesproken persoon liep mank. Ik zag dat de vierde persoon een mobiele telefoon pakte en ging bellen terwijl hij weg liep. Ik zag dat de vierde persoon continu naar de grond keek en diverse malen met zijn hoofd schudde. Er kwam met hoge snelheid een donkerkleurige personenauto van het merk BMW aangereden. Er stapten twee personen uit die met versnelde pas de Drapenierstraat in liepen. Ik zag dat de man met het lichte vest naar de inzittenden van de BMW liep. Ik zag dat zij even met elkaar spraken en de inzittenden vervolgens weer terug naar de BMW liepen en met hoge snelheid wegreden. Ik zag dat er 4 á 5 personen in de Drapenierstraat stonden en heen en weer liepen. Ik zag dat er een donkerkleurige Audi A1 met hoge snelheid de Drapenierstraat in kwam rijden. Ik zag dat de twee mannen die waren weggelopen over de Ringbaan Noord weer terug kwamen lopen naar de Drapenierstraat. Ik zag dat de vierde persoon wederom werd aangesproken door de man met het lichtkleurige vest, Ik zag dat men allemaal naar deze persoon keek en er diverse malen naar de man werd gewezen. Ik zag door houding en gebaar dat men opgefokt was. Dit duurde enkele minuten. Hierna zag ik dat enkele personen weer wegliepen bij de aangesproken man. Na enkele minuten kwam de donkerkleurige Audi weer terug. Er kwam nog een personenauto aanrijden. Ik zag dat diverse personen in de twee auto's stapten. De twee auto's reden vervolgens met hoge snelheid weg. Er bleven 3 personen achter waaronder de man met het lichte vest, de aangesproken man. De aangesproken man ging weer bellen en liep weg richting Textielplein. Map 22, pagina F 155: Op 4 januari 2013 te 14.00 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 3] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [verdachte] vraagt [medeverdachte 3] meteen naar de (oudere) zus van [verdachte] te komen. [medeverdachte 3] komt eraan. Map 22, pagina F' 156: Op 4 ianuari 2013 te 14.30 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 3] en [betrokkene 4] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 3] vraagt of [betrokkene 4] ene [medeverdachte 23] uit de Reeshof kent. [medeverdachte 3] zegt dat hij hem nooit gezien heeft maar dat hij gisteren wat meegenomen heeft en dat hij dat terug moet geven anders wordt het een probleem. Map 22, pagina F 157: Op 4 januari 2013 te 14.52 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 21] en [medeverdachte 3] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: A: Bel die Afghaanse, dan wel Marokkaanse vrienden van je op. D: ja A: Wie is [medeverdachte 23] , die hier in Reeshof woont, die een oudere broer heeft genaamd [betrokkene 5] . D: Dat is [medeverdachte 23] spleettand. A: Bel hem op en zeg hem van dat werk is niet van [medeverdachte 6] , [medeverdachte 5] ofzo... Maar van [medeverdachte 3] . En zeg hem van je kent hem niet maar je hebt 1 uur, 1 uur. En zeg hem je moet het binnen het uur brengen en zo niet dan komen zij langs, zeg hem dat dit de enige waarschuwing is, zeg hem van ze zijn op zoek naar je, en dit is de enige waarschuwing. D: Oké, maar wat is er gebeurd, wat hebben ze gedaan? A: Naai ze nou maar lekker op, zoals ik het heb gezegd en doe het op panische toon zodat de flikker er bang van wordt, zeg maar als ie niet binnen een uur komt, zeg maar dan komen ze naar jou toe, naar jouw adres, die hebben ze achterhaald. D: Maar wat heeftie gedaan dan, hoezo bang maken? A: Joh de flikker heeft iets van zes zeven hennep weggenomen, geript. De klootzak bel hem nou maar en zeg het exact zo. Zeg hem van ze hebben je adres achterhaald en ze gaan naar je huis. Zij hebben geen mededogen met je moeder, vader, zus of wat dan ook en neuken ze en gooien het weg. Map 22, pagina F 158: Op 4 januari 2013 te 15.52 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 3] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 3] : vooralsnog is er geen probleem, ziet er nou uit als dat het vanavond wel opgelost zal zijn. [medeverdachte 13] Als je daar nou even achteraan gaat [medeverdachte 3] . [medeverdachte 3] : dat doe ik al abi [medeverdachte 13] oké, da laat ik verder aan jou over, maar dat zal ons enige verlichting geven [medeverdachte 13] we hebben momenteel niets, we hadden onze hoop enkel nog daarop gevestigd, en jij weet hoe het daarmee is, dus als het van daar komt kunnen we het wel regelen, we hebben sowieso verder helemaal geen opties. Map 22, pagina F.154: Op 4 januari 2013 te 18.14 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 6] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: D: joh ze hebben geript voor 25 â 30 en daarop hebben we ze een lesje geleerd en nu komt het terug. [medeverdachte 4] oh zijn jullie geript? [medeverdachte 6] : ja joh, mijn mannetjes, ze hebben gezegd van laten we weer beginnen, gaf een laatste kans, loopt het uit op een rip gisteren. [medeverdachte 4] wie heeft hét gedaan D: mijn bestuurder joh, tezamen met [medeverdachte 22] . Map 22, pagina F 159: Op 4 januari 2013 te 18.48 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 3] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: D: stuurde mij een smsje zeggende van ok, ik breng het wel maar stuur de mannetjes bij mij daar weg. A: en? D: en nu belt ie mij zeggende dat ie het dinges zal brengen doch de mannetjes niet kan bereiken A: had dan gezegd dat dat niet jouw probleem is. D: ik heb gezegd dat is niet mijn probleem D: en bedenk maar wat er daarna kan gebeuren, toen zei hij: oké ik zal nog eens kijken A: niet nog eens kijken, bel hem op [medeverdachte 6] en zet hem onder druk. Map 22, pagina F 160: Op 4 januari 2013 te 18.56 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 3] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 5] neefje die flikker van een [medeverdachte 22] heeft nog niet gedingessed. A: zo is het exact, maar de bal ligt nu bij hem. [medeverdachte 5] waarom duiken we er niet op A: ja natuurlijk dat spreekt voor zich, hij schijnt ook te hebben gejankt en gesmeekt van toe haal die mannen voor de deur weg. Die zit in de val ouwe. Map 22, pagina's F 161 en F 162: Op 4 januari 2013 te 19.22 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 3] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: D: belt hij mij en zegt van: abi geef me voor de laatste keer respijt tot negen uur, dan zal ik het voor negenen ergens anders vandaan regelen en naar je brengen. D: dus ik zei van regel het. Voorts ben ik gebeld door [medeverdachte 24] . Hij zegt van: [medeverdachte 22] heeft dom gedaan. Zegt van: ik zal het regelen. A: ik ga zo naar [medeverdachte 5] , de kapitein is vrij, voortaan is hij zoals je weet De Kapitein. Map 22, pagina F 164: Op 4 januari 2013 te 20.09 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 3] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: A: bel die [medeverdachte 23] en zo op, bel en vraag van ben je er nog niet, waar ben je. A: en bel [medeverdachte 22] , zegt dat de tijd nadert, zeg ik kan ze niet meer tegen houden maat, waar ben je mee bezig verdomme. D: goed oké, A; zet er druk op. D; goed ik zal gaan bellen. Map 22, pagina's F 166 en F 167: Op 4 januari 2013 te 20.46 uur vindt een telefoongesprekplaats tussen [medeverdachte 22] en [medeverdachte 3] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 22] zegt dat hij heel de tijd bedreigd wordt [medeverdachte 3] : broertje waar ben jij ergens, waarom laat je je gezin/familie gevaar lopen [medeverdachte 3] : wil praten. [medeverdachte 22] : Abi er gaat niets ergs gebeuren he? Map 22, pagina F 170: Op 4 januari 2013 te 21.13 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 22] en [medeverdachte 3] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 22] : Kunnen we elkaar in het restaurant treffen, en met elkaar op een rustige manier spreken. [medeverdachte 3] : In welk restaurant? [medeverdachte 22] : In [bedrijf 2] [medeverdachte 3] : Is goed [medeverdachte 3] : Je hoeft [medeverdachte 6] niet meer te bellen want vanaf nu ben ik jouw gesprekspartner. Map 22, pagina's F 280 tot en niet F 282: Het proces-verbaal van aangifte van [medeverdachte 22] d.d. 4 januari 2013. Dit proces-verbaal houdt onder meer in: Op vrijdag 4 januari 2013 omstreeks 21.00 uur ben ik naar [bedrijf 2] gegaan. Ik ben samen met [medeverdachte 25] gegaan. Ik had een afspraak met [medeverdachte 3] . Deze [medeverdachte 3] beschuldigde mij ervan dat ik handel van hem geript had. Met handel bedoel ik wiet. Ik wilde met hem praten omdat ik hiermee niets te maken heb. Sinds gisteren word ik door hem hiermee lastig gevallen. Hij belt mij constant. Wij zaten aan een tafeltje. Even later zag ik [medeverdachte 3] binnen komen. Ik zag dat hij niet alleen was. Ik zag dat hij samen met [medeverdachte 6] en [medeverdachte 5] binnen kwam. Ik ben opgestaan en naar achter in het restaurant gelopen. [verdachte] is voorin gebleven. Het gesprek begon. Ik wilde vertellen dat ik niets met die ripdeal te maken had maar dat was kennelijk niet hetgeen [medeverdachte 3] wilde horen. Hij bleef steeds “Vertel, vertel” herhalen. Hij wilde hiermee aangeven dat dit niet het verhaal was wat hij wilde horen. Op enig moment kwam de eigenaar bij ons aan tafel om te zeggen dat het rustiger moest. Wij stonden toen op. Ik zag dat [medeverdachte 3] naar zijn broeksband greep. Ik zag dat hij hieruit een vuurwapen haalde en dit liet zien aan degene die achterin het restaurant waren. Dit waren wij en de eigenaar. Ik zag een zilverkleurige revolver van 20-25 cm lang. Hij heeft het wapen niet op mij gericht. Doordat [medeverdachte 3] dit deed ontstond er rumoer in het restaurant. De eigenaar riep dat wij allemaal naar buiten moesten. Map 22, pagina F 175: Op 4 januari 2013 te 22.05 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 2] : Broer kan je naar [bedrijf 2] komen? [verdachte] : Naar [bedrijf 2] , wat is er dan? [medeverdachte 2] : Ja het zou goed zijn als je zou komen broer, zo snel mogelijk. Map 22, pagina F 185: Op 4 januari 2013 te 22.16 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 6] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: D: Oompjes (politie) hebben inval gedaan. Het is maar goed dat ik het op tijd heb weggegooid. Map 22, pagina's F 190 en F 191: Op 5 januari 2013 te 14.48 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 20] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 5] zegt hierin dat [medeverdachte 22] hen in de val heeft gelokt met de Marokkanen en dat die fuckers hen geript hebben. J vraagt wie hebben ze geript. [medeverdachte 5] antwoordt: mij. Map 22, pagina's F 209 tot en met F211: Op 5 januari 2013 te 16.54 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 5] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 5] [medeverdachte 22] zegt ik onderga mijn straf wel. Hij zegt ik heb er niets mee te maken maar ik zal wel de helft ofzo van de straf ondergaan. D: wanneer zal je het ondergaan [medeverdachte 5] Vanavond om acht uur, schijnt ver weg te zijn, Hij zegt dat hij nu allerlei dingen aan het regelen is, dat hij er twee van iemand heeft geregeld dat hij voorts nog aan het zoeken is en 3 à 4 zal proberen te regelen. D: Hij liegt jongen, hij heeft iets gedaan met het geld. Maar ga er vooral niet op in oké, want dan gaat [medeverdachte 3] af en dan heb je problemen met hun. [medeverdachte 5] nee, nee, nee, ik heb gezegd regel maar wat je regelen kan. We laten hem gewoon komen joh. D; Waarom is ie gevlucht gisteren [medeverdachte 5] Jah, hij zegt van ik wil niet dood D: Ja ja maar waarom heeft hij de politie gebeld dan [medeverdachte 5] Hij zegt dat hij dat niet gedaan heeft D: wie heeft dan het spul, waarom zegt ie dat niet [medeverdachte 5] hij zegt dat hij het niet heeft, dat de negers het hebben D: Dan gaan we toch naar de negers verdomme. [medeverdachte 5] laat hem nou eerst maar komen, die dinges brengen, daarna pakken we de neger. Kijk, als hij het heeft gedaan en de rest is bij de neger, dan is dat wat we van hem krijgen een extraatje en halen we bij de negers het volledige D: Hmm [medeverdachte 5] Zegt dus van ik zal mijn straf ondergaan en jullie vertellen waar alles is. Ik zei toen tegen hem van kijk, breng het deel dat aan jou toekomt, 3 of 4 en laat daarna zien waar mijn zeven ligt. Map 22, pagina F 213: Op 5 januari 2013 te 20.11 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 3] In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 3] zegt ik heb tegen je oom gezegd dit en dit is wat er is gebeurd. de bal is nu weer bij jullie, ik heb alles gedaan wat mogelijk is. Map 22, pagina's F214 en F215: Op 5 januari 2013 te 22.58 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 3] In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 5] : Die jongen van die hoer is gekomen. [medeverdachte 3] : Wie? [medeverdachte 5] : Die bastaard van een Down. [medeverdachte 5] : Hij heeft er vier gegeven. Map 22, pagina F 224: Op 6 januari 2013 te 21.03 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 23] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 3] komt aan de telefoon en zegt dat dit wat is gebracht niets is en dat [medeverdachte 23] dit ding moet regelen en dat [medeverdachte 3] niets met [medeverdachte 23] te maken wil hebben maar als dit zo doorgaat het alleen maar erger en erger wordt, wij geven jou een kans, wat je stuurt is niets. [medeverdachte 3] zegt dat hij niet achter [medeverdachte 23] aan zal komen maar andere Marokkaanse jongens naar [medeverdachte 23] zal sturen en dat dit probleem niet opgelost wordt op deze manier en dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 23] elkaar nog wel een keer gaan ontmoeten. Map 21, pagina E 220: Op 6 januari 2013 te 22.22 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 3] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 3] zegt: zeg hem maar dat hij alleen met mij kan spreken ALS HIJ GEEN TANDEN MEER HEEFT, zeg dat maar tegen hem en zeg hem ook mar dat ik voor de deur van zijn broer sta, in zuid en dat ik ze allemaal ga oprapen, en zeg hem wat hij van plan is te gaan doen op dit moment. Map 22, pagina F 151: Op 6 januari 2013 te 22.28 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 5] en vrouw van [medeverdachte 23] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: Vrouw [medeverdachte 23] vraagt of hij degene is die [medeverdachte 23] heel de tijd belt met er moet vandaag iets terug want anders gebeurt er iets. [medeverdachte 5] zegt dat [medeverdachte 23] problemen heeft met andere mensen en niet met hem. [medeverdachte 5] zegt dat als [medeverdachte 23] mensen belazert en gaat rippen hij dit ook recht moet zetten. Vrouw [medeverdachte 23] vraagt of hij zelf heeft geript. [medeverdachte 5] zegt ja met [medeverdachte 22] en [medeverdachte 19] . [medeverdachte 19] heeft alles eerlijk verteld nadat hij klappen had gekregen. [medeverdachte 5] zegt dat [medeverdachte 19] vanaf dag 1 gezegd heeft dat hij samen met [medeverdachte 23] en [medeverdachte 22] heeft gedaan. [medeverdachte 5] zegt dat het gaat om een bedrag van 30.000 euro. Map 22, pagina's F 233 en F 234: Op