← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2019:4581

Parketnummer : 20-003041-17 Uitspraak : 5 december 2019 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 18 september 2017 in de strafzaak met parketnummer 02-800208-13 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag] 1984 , wonende te [woonadres] . Hoger beroep De verdachte en de officier van justitie hebben tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Bij akte van 5 januari 2018 is het hoger beroep door de verdachte beperkt tot de feiten 3, 5, 10 en 12, alsmede de opgelegde straf. Het Openbaar Ministerie heeft echter onbeperkt appel ingesteld. Dat betekent dat het gehele vonnis aan het oordeel van het hof onderworpen is. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen, het Openbaar Ministerie ontvankelijk zal verklaren in de strafvervolging van het onder 4 subsidiair eerste alternatief/cumulatief ten laste gelegde en, naast een bewezenverklaring conform die van de rechtbank, ook het onder 4 primair ten laste gelegde bewezen zal verklaren en aan verdachte een gevangenisstraf zal opleggen voor de duur van 6 jaren, met aftrek van voorarrest. Namens verdachte is bepleit dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk wordt verklaard in de strafvervolging ten aanzien van het onder 4 primair en subsidiair eerste cumulatief/alternatief tenlastegelegde, verdachte wordt vrijgesproken van het onder 3 en 5 tenlastegelegde en dat verdachte partieel wordt vrijgesproken van het onder 10 tenlastegelegde, namelijk voor de periode van half juni 2013 tot en met 31 augustus 2013. Voorts is bepleit dat verdachte wordt vrijgesproken van het onder 12 ten laste gelegde telen, bereiden, bewerken of verwerken van 759 hennepplanten. De verdediging heeft zich gerefereerd ten aanzien van het tenlastegelegde aanwezig hebben van 734 hennepplanten. De ontvankelijkheid van de officier van justitie in de vervolging Het Openbaar Ministerie is in hoger beroep gekomen tegen de niet-ontvankelijk verklaring door de rechtbank van de officier van justitie in de vervolging van verdachte voor het onder 4 primair en subsidiair eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde feit. De advocaat-generaal heeft in hoger beroep, evenals de officier van justitie in eerste aanleg, aangevoerd dat zich met de brief van 24 januari 2013 die aan [verdachte] is gestuurd geen situatie als bedoeld in artikel 255 van het Wetboek van Strafvordering voordoet. Het Kapel-onderzoek is na deze brief blijven doorlopen, waardoor er op enig moment OVC-gesprekken aan het dossier zijn toegevoegd waaruit het nodige naar voren is gekomen, ook ten aanzien van [verdachte] . Die gang van zaken maakt dat [verdachte] er niet op mocht vertrouwen dat de zaak was afgedaan. Er is ook niet lichtvaardig tot vervolging overgegaan, aldus de advocaat-generaal. De verdediging heeft zich in hoger beroep wederom op het standpunt gesteld dat het openbaar ministerie partieel niet-ontvankelijkheid dient te worden verklaard, namelijk voor de wederrechtelijke vrijheidsberoving en de mishandeling. Dit vanwege de aan [verdachte] verzonden sepotbrief van 24 januari 2013, die ziet op de aangifte van [benadeelde partij 1] . Er zijn hierna geen nieuwe bezwaren bekend geworden waardoor [verdachte] gerechtvaardigd op de brief mocht vertrouwen. [verdachte] kan hierdoor dan ook niet opnieuw voor die feiten worden vervolgd, aldus de verdediging. Het hof, met de rechtbank, overweegt dat er aan [verdachte] door de politie een brief is gezonden van 24 januari 2013 met daarin de mededeling dat [verdachte] niet zal worden vervolgd in verband met de aangifte van gijzeling/ontvoering van 3 januari 2013. Voorts wordt hierin medegedeeld dat de zaak hiermee is afgedaan, tenzij: a.

  1. a)op grond van nieuwe feiten en omstandigheden deze beslissing wordt herzien;
  2. b)het gerechtshof alsnog een vervolging beveelt. Dat kan als de benadeelde van het feit zich bij het gerechtshof met succes beklaagt over de beslissing niet te vervolgen. Het hof, in navolging van de rechtbank, merkt dit aan als een onvoorwaardelijke sepotbeslissing als bedoeld in artikel 255, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering. Uit deze brief is voor [verdachte] af te leiden dat hij er in principe op mocht vertrouwen dat hij in het kader van de aangifte van de gijzeling/ontvoering van [benadeelde partij 1] niet zou worden vervolgd. De sepotbeslissing beslaat naar het oordeel van het hof de gehele aangifte van [benadeelde partij 1] en dus ook hetgeen door hem is verklaard over de mishandeling. [verdachte] zou enkel opnieuw vervolgd kunnen worden in het kader van deze aangifte wanneer hetgeen onder a dan wel b aan de orde zou komen. Met het gestelde onder a gaat het hof, evenals de rechtbank, ervan uit, dat daarmee wordt bedoeld het bekend worden van nieuwe bezwaren zoals bedoeld in artikel 255, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering. Het hof heeft de OVC-gesprekken, waaruit de nieuwe bezwaren volgens de officier van justitie zouden bestaan, bestudeerd en is van oordeel dat in deze gesprekken ten aanzien van [verdachte] geen nieuw belastend materiaal naar voren is gekomen met betrekking tot hetgeen waarvan aangifte is gedaan. Deze gesprekken kunnen aldus niet als nieuwe bezwaren worden aangemerkt. De officier van justitie kon op grond van deze nieuwe informatie niet tot een dagvaarding van [verdachte] komen hetgeen een schending van het vertrouwensbeginsel oplevert. Daar komt nog bij dat als de OVC-gesprekken al als nieuwe bezwaren hadden kunnen worden aangemerkt, de formaliteiten van artikel 255 derde en vierde lid van het Wetboek van Strafvordering daarbij niet in acht zijn genomen. Op grond van het voorgaande verklaart het hof het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van de onder 4 primair ten laste gelegde gijzeling/ontvoering en de onder 4 subsidiair eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde mishandeling. Dit betekent voor het hierna volgende dat de standpunten van het Openbaar Ministerie en de verdediging omtrent een eventuele bewezenverklaring daarvan onbesproken kunnen blijven, nu het hof aan een inhoudelijke beoordeling van die ten laste gelegde feiten niet meer toekomt. Vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de Meervoudige kamer. Tenlastelegging Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg – ten laste gelegd dat: 1.hij op of omstreeks 28 februari 2013 te [geboorteplaats 1] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van ongeveer 3827 gram van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; (zaak 9) 2.hij op of omstreeks 28 februari 2013 te [geboorteplaats 1] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 3547 gram hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, en/of een hoeveelheid van ongeveer 3034 gram hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj en/of hennep (een) middel(
  3. en)als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; (zaak 9) 3.hij in of omstreeks de periode van 1 september 2012 tot en met 1 oktober 2013 te [geboorteplaats 1] en/of elders in Nederland en/of in Belgie en/of in Duitsland en/of in Turkije tezamen en in vereniging met [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of en/of [medeverdachte 7] heeft deelgenomen aan een organisatie (te weten een samenwerkingsverband van een aantal/genoemde natuurlijke personen), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van (een) misdrijf/misdrijven als bedoeld in artikel 10, derde, vierde en vijfde lid en/of 10a eerste lid en/of artikel 11, derde, vierde en/of vijfde lid van de Opiumwet, namelijk - het (telkens) opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen en/of het bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken of vervoeren en/of aanwezig hebben en/of vervaardigen van (telkens) (een) middel(
  4. en)als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet en/of - het (telkens) plegen van strafbare voorbereidingshandelingen (zoals genoemd in artikel 10A, eerste lid Opiumwet) betreffende/ten aanzien van (een) middel(
  5. en)als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet en/of - het (telkens) in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van hennep en/of hash en/of - het (telkens) opzettelijk binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (grote hoeveelheden) hennep en/of hash en/of - het (telkens) opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of vervaardigen en/of aanwezig hebben van grote hoeveelheden hennep en/of hash EN/OF hij in of omstreeks de periode van 1 september 2012 tot en met 1 oktober 2013 te [geboorteplaats 1] en/of elders in Nederland en/of in Belgie en/of in Duitsland en/of in Turkije tezamen en in vereniging met [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] heeft deelgenomen aan een organisatie (te weten een samenwerkingsverband van een aantal/genoemde natuurlijke personen), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk - het (telkens) plegen van afpersing(
  6. en)en/of diefstal(len) met geweld en/of voorbereidingshandelingen daartoe en/of - het (telkens) plegen van bedreigingen en/of - het bezit/voorhanden hebben en/of dragen en/of vervoeren en/of de invoer en/of uitvoer van wapens (zoals genoemd in de Wet Wapens en Munitie) (zonder vergunning/consent) ALTHANS hij * in of omstreeks de periode van 1 september 2012 tot en met 15 mei 2013 te [geboorteplaats 1] en/of elders in Nederland en/of in Belgie en/of in Duitsland en/of in Turkije tezamen en in vereniging met [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] en/of * in of omstreeks de periode van 16 mei 2013 tot en met 1 oktober 2013 te [geboorteplaats 1] en/of elders in Nederland en/of in Belgie en/of in Duitsland en/of in Turkije tezamen en in vereniging met [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] heeft deelgenomen aan een organisatie (te weten een samenwerkingsverband van een aantal/genoemde perso(o)nen)), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van (een) misdrijf/misdrijven als bedoeld in artikel 10, derde, vierde en vijfde lid en/of 10a eerste lid en/of artikel 11, derde, vierde en/of vijfde lid van de Opiumwet, namelijk - het (telkens) opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen en/of het bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken of vervoeren en/of aanwezig hebben en/of vervaardigen van (telkens) (een) middel(
  7. en)als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet en/of - het (telkens) plegen van strafbare voorbereidingshandelingen (zoals genoemd in artikel 10A, eerste lid Opiumwet) betreffende/ten aanzien van (een) middel(
  8. en)als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet en/of - het (telkens) in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van hennep en/of hash en/of - het (telkens) opzettelijk binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (grote hoeveelheden) hennep en/of hash en/of - het (telkens) opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of vervaardigen en/of aanwezig hebben van grote hoeveelheden hennep en/of hash EN/OF hij * in of omstreeks de periode van 1 september 2012 tot en met 15 mei 2013 te [geboorteplaats 1] en/of elders in Nederland en/of in Belgie en/of in Duitsland en/of in Turkije tezamen en in vereniging met [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] en/of * in of omstreeks de periode van 16 mei 2013 tot en met 1 oktober 2013 te [geboorteplaats 1] en/of elders in Nederland en/of in Belgie en/of in Duitsland en/of in Turkije tezamen en in vereniging met [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] heeft deelgenomen aan een organisatie (te weten een samenwerkingsverband van een aantal/genoemde natuurlijke perso(o)n(en)), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk - het (telkens) plegen van afpersing(
  9. en)en/of diefstal(len) met geweld en/of voorbereidingshandelingen daartoe en/of - het (telkens) plegen van bedreigingen en/of - het bezit/voorhanden hebben en/of dragen en/of vervoeren en/of de invoer en/of uitvoer van wapens (zoals genoemd in de Wet Wapens en Munitie) (zonder vergunning/consent); (zaak 5) 4.hij op of omstreeks 03 januari 2013 te Moergestel en/of [geboorteplaats 1] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [benadeelde partij 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben verdachte en/of een of meer van zijn mededader(
  10. s)met dat opzet * die [benadeelde partij 1] (tegen zijn wil) in een auto vervoerd naar de woning aan de [adres 3] 2 te [geboorteplaats 1] en/of * (vervolgens) die [benadeelde partij 1] (tegen zijn wil) de woning aan de [adres 3] 2 te [geboorteplaats 1] mee in genomen en/of * (vervolgens) die [benadeelde partij 1] enige tijd vastgehouden in de woning/garage aan de [adres 3] 2 te [geboorteplaats 1] en/of * die [benadeelde partij 1] opzettelijk dreigend de woorden toegevoegd - zakelijk weergegeven - dat ze hem zouden afmaken / doodschieten en/of in het kanaal zouden dumpen, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; (zaak 6) subsidiair, althans , indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 03 januari 2013 te [geboorteplaats 1] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [benadeelde partij 1] ), meermalen, althans eenmaal heeft geslagen/gestompt (op de rug en/of het been en/of in zijn maag), waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden; EN/OF hij op of omstreeks 03 januari 2013 te Moergestel en/of [geboorteplaats 1] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 6 kg, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; (zaak 6) 5.hij in of omstreeks de periode van 03 januari 2013 tot en met 30 januari 2013, althans in of omstreeks de periode van 3 januari 2013 tot en met 7 april 2013 te [geboorteplaats 1] en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
  11. en)wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde 3] en/of de echtgenote van [benadeelde 3] heeft gedwongen tot de afgifte van een partij hennep en/of hasj en/of amfetamine (speed), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(
  12. en)dat hij, verdachte en/of zijn mededader(
  13. s)* een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp (uit zijn broeksband) heeft getrokken/gehaald en/of (vervolgens) heeft getoond aan en/of gericht op die [benadeelde partij 2] en/of die [benadeelde partij 2] opzettelijk dreigend de woorden heeft toegevoegd - zakelijk weergegeven - dat ze zijn adres hebben achterhaald en geen mededogen met zijn familie hebben en/of zijn familie zullen neuken en/of dat hij tot donderdag de tijd heeft om (terug) te betalen en/of dat hij maar eens moet kijken wat er met hem gaat gebeuren, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(
  14. s)opzettelijk dreigend bij de woning van die [benadeelde partij 2] rondgehangen en/of * die [benadeelde 3] opzettelijk dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd - zakelijk weergegeven - dat als dit zo doorgaat het alleen maar erger en erger wordt en ze hem maar 1 kans geven en/of het zijn er 5 samen met je dinges en je hebt tot 1500 uur de tijd en/of dat er niet meer gerekt kan worden omdat het anders echt gaat escaleren, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; (zaak 6) 6.hij op of omstreeks 4 januari 2013 te [geboorteplaats 1] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een wapen van categorie II en/of III, te weten een revolver, en/of bijbehorende munitie van categorie II en/of III, te weten meerdere patronen, voorhanden heeft gehad; (zaak 6 en 7) 7.hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 18 maart 2013 tot en met 27 juni 2013, in elk geval op of omstreeks 27 juni 2013 te [geboorteplaats 1] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 210, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; (zaak 10) 8.hij op of omstreeks 25 september 2013 te [geboorteplaats 1] en/of elders in Nederland en/of te Neuss en/of elders in Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 2087 gram amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende een of meer middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I; (zaak 14) 9.hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2013 tot en met 12 september 2013, althans op of omstreeks 12 september 2013 te [adres] , althans in België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 10] 54 ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 323, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; (zaak 15) 10.hij in of omstreeks de periode van 26 februari 2013 tot en met 1 oktober 2013, althans op of omstreeks 1 oktober 2013 te [geboorteplaats 1] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 281, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; (zaak 18) 11.hij in of omstreeks de periode van 17 februari 2013 tot en met 11 september 2013, althans op of omstreeks 11 september 2013 te Silvolde, gemeente Oude IJsselstreek, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans telen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 319, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; (zaak 20) 12.hij op of omstreeks 20 juni 2012 te Silvolde, gemeente Oude IJsselstreek, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand en/of op het perceel aan de [adres] 2) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 759, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; (zaak 19) De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Vrijspraak Het hof is van oordeel dat bij gebrek aan voldoende wettige bewijsmiddelen niet kan worden bewezen dat verdachte het onder 6 en 7 ten laste gelegde heeft begaan, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken, immers. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4 subsidiair, 5, 8, 9, 10, 11 en 12 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat hij: 1. op 28 februari 2013 te [geboorteplaats 1] tezamen en in vereniging met een ander of anderen opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van ongeveer 3827 gram van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I; 2. op 28 februari 2013 te [geboorteplaats 1] tezamen en in vereniging met een ander of anderen opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van 3547 gram hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, en een hoeveelheid van 3034 gram hasjiesj, zijnde hasjiesj en hennep middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II; 3. in de periode van 1 september 2012 tot en met 15 mei 2013 te [geboorteplaats 1] en elders in Nederland en in België en in Duitsland en in Turkije met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] en in de periode van 16 mei 2013 tot en met 1 oktober 2013 te [geboorteplaats 1] en elders in Nederland en in België en in Duitsland en in Turkije met [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] heeft deelgenomen aan een organisatie (te weten een samenwerkingsverband van genoemde personen), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10, derde, vierde en vijfde lid en/of artikel 11, vierde en/of vijfde lid van de Opiumwet en andere misdrijven, namelijk - het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen en/of het verkopen, afleveren, vervoeren en/of aanwezig hebben van (telkens) (een) middel(
  15. en)als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet en - het opzettelijk binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (grote hoeveelheden) hennep en/of hash en - het opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of vervaardigen en/of aanwezig hebben van grote hoeveelheden hennep en/of hash - het plegen van afpersing(
  16. en)en/of diefstal(len) met geweld en/of voorbereidingshandelingen daartoe en - het plegen van bedreigingen en - het bezit/voorhanden hebben en/of dragen en/of vervoeren van wapens (zoals genoemd in de Wet Wapens en Munitie) (zonder vergunning/consent); 4. subsidiair op 3 januari 2013 te [geboorteplaats 1] tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 6 kg hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II; 5. in de periode van 3 januari 2013 tot en met 30 januari 2013 te [geboorteplaats 1] tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde 3] heeft gedwongen tot de afgifte van een partij hennep en/of hasj en/of amfetamine (speed),toebehorende aan die [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde 3] , welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte en/of zijn mededaders * een vuurwapen heeft getoond aan die [benadeelde partij 2] en/of die [benadeelde partij 2] opzettelijk dreigend de woorden heeft toegevoegd – zakelijk weergegeven – dat ze zijn adres hebben achterhaald en geen mededogen met zijn familie hebben en/of zijn familie zullen neuken en/of dat hij tot donderdag de tijd heeft om (terug) te betalen en/of dat hij maar eens moet kijken wat er met hem gaat gebeuren en/of heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(
  17. s)opzettelijk dreigend bij de woning van die [benadeelde partij 2] rondgehangen en * die [benadeelde 3] opzettelijk dreigend de woorden hebben toegevoegd – zakelijk weergegeven – dat als dit zo doorgaat het alleen maar erger en erger wordt en ze hem maar 1 kans geven en/of het zijn er 5 samen met je dinges en je hebt tot 1500 uur de tijd en/of dat er niet meer gerekt kan worden omdat het anders echt gaat escaleren; 8. op 25 september 2013 te [geboorteplaats 1] en te Neuss, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 2000 gram amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I; 9. in de periode van 1 augustus 2013 tot en met 12 september 2013 te Heusden-Zolder tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk heeft geteeld in een pand aan de [adres 10] 54 een hoeveelheid van in totaal 323 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II; 10. in de periode van 26 februari 2013 tot en met 1 oktober 2013 te [geboorteplaats 1] tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft geteeld in een pand aan de [adres] een hoeveelheid van in totaal ongeveer 281 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II; 11. in de periode van 1 augustus 2013 tot en met 11 september 2013 te Silvolde, gemeente Oude IJsselstreek, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft geteeld in een pand aan de [adres] een hoeveelheid van in totaal ongeveer 319 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II; 12. op 20 juni 2012 te Silvolde, gemeente Oude IJsselstreek, opzettelijk heeft geteeld in een pand aan de [adres] een hoeveelheid van in totaal 734 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II; Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewijs De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd. Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft. Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummer(s), wordt/worden -tenzij anders vermeld- bedoeld paginanummer(
  18. s)van een proces-verbaal of geschrift uit het eindproces-verbaal TGO Kapel, met dossiernummer PL203M/2012195378 van de politie eenheid Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, bestaande uit 69 ordners, met (per zaaksdossier alfabetisch) doorgenummerde pagina's. Ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde (zaak 9): Map 26, pagina's I 75 tot en met I 78: Het proces-verbaal van doorzoeking [adres 3] 2 te [geboorteplaats 1] . Dit proces-verbaal houdt onder meer in: Op 28 februari 2013 werd de woning, aan de [adres 3] 2 [geboorteplaats 1] ter inbeslagname betreden. Begane grond In een kelderruimte in de hal werd een doos aangetroffen met daarin: • 1 sealbag met daarin (na eerste weging) 2,070 kilogram (vermoedelijk) gedroogde henneptoppen • 1 sealbag met daarin (na eerste weging) 1,022 kilogram (vermoedelijk) gedroogde henneptoppen • 1 sealbag met daarin (na eerste weging) 0,253 kilogram (vermoedelijk) gedroogde henneptoppen Berging In de vrijstaande berging werd in een openstaande juten [betrokkene 2] aangetroffen: • 1 blok met daarin (na eerste weging) 0,994 kilogram (vermoedelijk) hashish • 1 blok met daarin (na eerste weging) 1,028 kilogram (vermoedelijk) hashish • 1 blok met daarin (na eerste weging) 1,018 kilogram (vermoedelijk) hashish Op een weegschaal die op een werkbank in de berging stond werd aangetroffen: • 1 sealbag met daarin (na eerste weging) 0,199 kilogram (vermoedelijk) gedroogde henneptoppen. Binnenplaats/tuin In een papiercontainer welke zich bevond in de tuin van de woning werd aangetroffen: • 1 sealbag met daarin (na eerste weging) 1,791 kilogram (vermoedelijk) amfetamine • 1 sealbag met daarin (na eerste weging) 1,993 kilogram (vermoedelijk) amfetamine Map 26, pagina I 53: Het proces-verbaal 'relaas ten behoeve van slotdossier’, onder meer inhoudende: 3827 gram wit poeder. Van de genoemde hoeveelheid is ongeveer 5 gram naar het NFI gestuurd voor nader onderzoek onder SIN nummer AACL2855NL. 20 wit/crème capsules zijn niet indicatief getest. De genoemde hoeveelheid is gestuurd naar het NFI voor nader onderzoek onder SIN nummer AACL2871NL. Verschil in gewicht inbeslaggenomen drugs en testen drugs In het proces-verbaal van doorzoeking wordt gesproken over: - 3.544,00 gram gedroogde henneptoppen - 3.040,00 gram hashish - 3.784,00 gram amfetamine De totale gewichten waarvan wordt gesproken in de proces-verbalen van drugstesten betreft: - 3.547,00 gram gedroogde henneptoppen - 3.034,00 gram hashish - 3.827,00 gram amfetamine Het gewicht van de inbeslaggenomen drugs zoals vermeld in de verschillende kennisgevingen van inbeslagname zijn correct en gewogen met behulp van een daartoe bestemd weegmiddel. Het genoemde gewicht in het proces-verbaal van doorzoeking is niet juist. Map 1, de kennisgevingen van inbeslagneming met hierna vermelde registratienummers (niet genummerde pagina's); Registratienummer PL204F 2013035549-9; plaats: [adres 3] 2 [geboorteplaats 1] . Beslagene: [verdachte] . Object: verdovende middelen (amfetamine). Aantal/eenheid: 3827 gram. Bijzonderheden: Bruto gewogen. Registratienummer PL204F 2013035549-10; plaats: [adres 3] 2 [geboorteplaats 1] . Beslagene: [verdachte] . Object: verdovende middelen (hashish). Aantal/eenheid: 3034 gram. Registratienummer PL204F 2013035549-11; plaats: [adres 3] 2 [geboorteplaats 1] . Beslagene: [verdachte] . Object: verdovende middelen (hennep). Aantal/eenheid: 2044 gram. Registratienummer PL204F 2013035549-12; plaats: [adres 3] 2 [geboorteplaats 1] . Beslagene: [verdachte] . Object: verdovende middelen (hennep). Aantal/eenheid: 253 gram. Registratienummer PL204F 2013035549-13; plaats: [adres 3] 2 [geboorteplaats 1] . Beslagene: [verdachte] . Object: verdovende middelen (hennep). Aantal/eenheid: 1020 gram. Registratienummer PL204F 2013035549-16; plaats: [adres 3] 2 [geboorteplaats 1] . Beslagene: [verdachte] . Object: verdovende middelen (hennep). Aantal/eenheid: 198 gram. Registratienummer PL204F 2013035549-18; plaats: [adres 3] 2 [geboorteplaats 1] . Beslagene: [verdachte] . Object: verdovende middelen (hennep). Aantal/eenheid: 10 gram. Registratienummer PL204F 2013035549-19; plaats: [adres 3] 2 [geboorteplaats 1] . Beslagene: [verdachte] . Object: verdovende middelen (hennep). Aantal/eenheid: 22 gram. Map 26, pagina I 91: Het proces-verbaal van bevindingen, onder meer inhoudende: Op 28 februari 2013 was ik, verbalisant, doende met een doorzoeking van een woning aan de [adres 3] 2 te [geboorteplaats 1] . Ik kreeg van een mij onbekend gebleven man een mobiele, telefoon overhandigd. Ik hoorde dat een mannenstem tegen mij zei: "Met [verdachte] . Ik begreep dat jullie in mijn woning zijn. Wat in de woning wordt gevonden, is van mij". Map 26, pagina I 94: Het proces-verbaal van bevindingen, onder meer inhoudende: Het onderzoek vond plaats aan een hoeveelheid verdovende middelen. Deze partij was inbeslaggenomen bij verdachte [verdachte] . De aangeboden partij verdovende middelen bestond uit: 0,8 gram gedroogde bloemtoppen, afkomstig uit een sealbag met een totaalgewicht van 198 gram aangetroffen in de garage achter de woning aan het adres [adres 3] 2 te [geboorteplaats 1] . De genoemde plantdelen werden door ons herkend als hennep. Door ons werd een representatief monster genomen dat werd getest met behulp van MMC Narcotest Cannabis. De test gaf een positieve reactie, indicatief voor THC zijnde de werkzame stof in hennep en hashish. Map 26, pagina I 100: Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, onder meer inhoudende: Het onderzoek vond plaats aan een hoeveelheid verdovende middelen. Deze partij was inbeslaggenomen bij verdachte [verdachte] . De aangeboden partij verdovende middelen bestond uit: 0.3 gram vermoedelijk hasjiesj, afkomstig uit een sealbag met een totaalgewicht van 3034 gram aangetroffen in de garage van de woning aan het adres [adres 3] 2 te [geboorteplaats 1] . De brok(ken) bruine samengeperste substantie werd door mij herkend als hasjiesj. Door mij werd een representatief monster genomen dat werd getest met behulp van MMC Narcotest Cannabis. De test gaf een positieve reactie, indicatief voor THC zijnde de werkzame stof in hennep en hashish. Map 26, pagina I 104: Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, onder meer inhoudende: Op 28 februari 2013 werd door mij een onderzoek ingesteld. Deze partij n,kas inbeslaggenomen bij verdachte [verdachte] . De aangeboden partij verdovende middelen bestond uit: 5 gram wit poeder, afkomstig uit een sealbag met een totaalgewicht van 3827 gram aangetroffen in de papierbak in de achtertuin van de woning gelegen aan de [adres 3] 2 te [geboorteplaats 1] . Door mij werd een representatief monster genomen dat werd getest met behulp van MMC Narcotest Opiaten/Amphetaminen. De test gaf een positieve reactie op de aanwezigheid van Opiaten. Map 26, pagina’s I 110 en I 111: Het rapport Gehaltebepaling van veel voorkomende drugs, van het Nederlands Forensisch Instituut. Dit rapport houdt onder meer in: Verdachte: [verdachte] Het resultaat van het identificatieonderzoek van AACL2871NL, AACL2855NL is gerapporteerd in de aanvraag. Hierbij werd vastgesteld dat beide onderzoeksmaterialen amfetamine bevatten. Resultaten en conclusie AACL2871NL 22,3 ± 0,4 AACL2855NL 4,5 ± 0,1 Map 26, pagina’s I 114 tot en met I 117: Het proces-verbaal van verhoor van [verdachte] . Dit proces-verbaal houdt onder meer in: Ik woon en verblijf meestal bij mijn vader aan de [adres 3] 2 te [geboorteplaats 1] . Die spullen, de hennep, zijn niet van mij, maar ik heb ze daar wel weggelegd. Het was hasj en hennep. Ik heb het pas de avond voor de inval daar gelegd. Hasj heb ik in de garage gelegd en de hennep gewoon binnen in de kelder. V: er is ook amfetamine aangetroffen. Weet jij daar iets vanaf? A: Ja, daar ga ik liever niets over vertellen. Ik heb het weggelegd. Map 4, pagina 1519: Het proces-verbaal van verhoor van [verdachte] . Dit proces-verbaal houdt onder meer in: De tenlastelegging ten aanzien van 28 februari 2013 klopt. Ik kreeg van die persoon 50 euro om het bij mij weg te leggen. Mijn ouders waren op dat moment op vakantie. Map 26, pagina I 128: Op 26 februari 2013 te 11.42 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 8] . In dit gesprek wordt onder meer het volgende gezegd: [medeverdachte 6] zegt dat hij zelf niet thuis is. [medeverdachte 6] zegt dat zijn broertje thuis is en als [medeverdachte 8] voor de deur staat hij [medeverdachte 6] even moet bellen. [medeverdachte 8] zegt dat hij die hasj gewoon geeft, maar wel wil dat [medeverdachte 6] zich aan zijn woord houdt. [medeverdachte 8] gaat nu naar het huis van [medeverdachte 6] om het te geven en hij belt [medeverdachte 6] dan. Map 26, pagina I 130: Op 26 februari 2013 te 11.50 uur vindt er een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] . In dit gesprek wordt onder meer het volgende gezegd: [medeverdachte 6] : De jongen staat voor de deur, heeft de hash teruggebracht, neem je dat even in ontvangst. [medeverdachte 7] : Okee Map 26, pagina I 131: Op 26 februari 2013 te 11.58 uur vindt er een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] . In dit gesprek wordt onder meer het volgende gezegd: [medeverdachte 6] : Heb je het in ontvangst genomen [medeverdachte 7] : Ja [medeverdachte 6] : Heb je geteld [medeverdachte 7] : Nee [medeverdachte 6] : Goed, straks, maar dat is... of leg maar weg op de zolder dan haal ik het straks wel op oke [medeverdachte 7] : Ja dat is goed. Map 26, pagina I 138: Op 27 februari 2013 te 11.43 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 8] . In dit gesprek wordt onder meer het volgende gezegd: [medeverdachte 6] vraagt hoeveel [medeverdachte 8] gisteren heeft teruggebracht naar hem. [medeverdachte 8] zegt vijf. [medeverdachte 6] vraagt of hij niet die tien heeft gebracht. [medeverdachte 8] zegt dat hij alle kleinen heeft gegeven. [medeverdachte 6] vraagt of [medeverdachte 8] de rest ook kan brengen, dan kan [medeverdachte 6] het meteen verkopen. Map 26, pagina I 139: Op 27 februari 2013 te 12.23 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 8] . In dit gesprek wordt onder meer het volgende gezegd: [medeverdachte 6] zegt dat hij niet thuis is, maar er is wel iemand, zijn broertje of moeder. [medeverdachte 8] zegt dat hij 4 stuks over heeft. [medeverdachte 8] staat bij [medeverdachte 6] voor de deur. [medeverdachte 6] zal zijn broertje sturen. Map 26, pagina I 140: Op 27 februari 2013 te 12.24 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] . In dit gesprek wordt onder meer het volgende gezegd: [medeverdachte 6] zegt, [medeverdachte 7] ...die jongen van gisteren staat voor de deur. Hij heeft wat gebracht…neem dat eens van hem. [medeverdachte 7] zegt, God toch. [medeverdachte 6] zegt, toe maar mijn jongen. Map 26, pagina I 141: Op 27 februari 2013 te 12.30 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 8] . In dit gesprek wordt onder meer het volgende gezegd: [medeverdachte 6] vraagt of [medeverdachte 8] de spullen aan zijn broertje heeft gegeven. [medeverdachte 8] zegt ja en zegt dat hij het spul eerst moet wegen voordat [medeverdachte 6] het weg doet. [medeverdachte 8] zegt dat het bijna zes kilo is. Map 26, pagina I 142: Op 27 februari 2013 te 12.49 uur wordt door [verdachte] een SMS-bericht gestuurd naar [medeverdachte 6] met de inhoud: Breng 5 stuks naar die jongen die je huis heeft laten zien. Map 26, pagina 1151: Op 28 februari 2013 te 13.50 uur Vindt er een telefoongesprek plaats tussen [betrokkene 55] en [medeverdachte 6] . In dit gesprek wordt onder meer het volgende gezegd: F: Ze zijn het huis van [verdachte] binnengevallen. 0: Wanneer? F: Nou 0: Ooooo weet je waarom ze zijn binnengevallen... of er thuis wiet was of niet? F: Het was er wel... binnen was er een bedrag van 15 a 20 duizend... van gisteren nog. Map 26, pagina I 159: Op 28 februari 2013 te 17.05 uur vindt er een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 10] en [medeverdachte 6] . In dit gesprek wordt onder meer het volgende gezegd: S: ....heette de straat van [verdachte] [adres] ? F: Ja S: Het staat al in de krant. F: Wat staat erin? S: Ze hebben 4 Amcik (Amnesia) gevonden en die drie van jou F: Staat het erin? S: Ja het staat erin... Je had toch gezegd dat het tweeënhalf stuk was, het waren er vier. F: Echt? Klopt man... Hij had er gisteren 8... Hij heeft vierenhalf naar die van hem gestuurd en drieënhalf had hij ervan over en hij had nog een halve 1 op 1 liggen, dat zijn er dus vier. S: En dan nog die drie van jou, dus hij is er wel mooi mee genaaid. Map 26, pagina I 160: Op 28 februari 2013 te 17.32 uur vindt er een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en [verdachte] / [andere naam verdachte] . In dit gesprek wordt onder meer het volgende gezegd: [medeverdachte 6] : ... In Brabants Dagblad staat het er al in... [adres] . 4 kg gedroogde henneptoppen en 3 kg hasj. [verdachte] : en verder? [medeverdachte 6] : en meer staat er niet. [verdachte] : Oooh yes. Map 26, pagina I 161: Op 28 februari 2013 te 17.43 uur vindt er een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 6] . In dit gesprek wordt onder meer het volgende gezegd: [medeverdachte 6] : Ze zouden ook gevonden hebben wat jij aan [medeverdachte 7] zou geven. [verdachte] : Echt waar? [medeverdachte 6] : Echt waar! [verdachte] : Maar het staat niet in de krant?! [medeverdachte 6] : Had jij dat niet in de vuilnisbak geplaatst? [verdachte] : Ja Map 26, pagina I 168: Op 1 maart 2013 te 12.03 uur is er een sms-bericht verzonden door [medeverdachte 6] aan NNman. Dit sms-bericht houdt in: Brabants Dagblad kijk maar wat er mij is overkomen gisteren. [adres] dat is die huis van mij neef waar er voor mij geknipt was bij textiel buurt. Ten aanzien van het onder 3 bewezen verklaarde (zaak 5) De verdediging bepleit vrijspraak van alle onderdelen van dit feit, zowel primair als subsidiair. Er is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie. Alle genoemde deelnemers aan de criminele organisatie hebben een verschillende c.q. afwijkende tenlastelegging waardoor niet gesproken kan worden van een structureel en duurzaam verband. Met de door verdachte gepleegde handelingen, die niet zijn gepleegd met andere genoemde deelnemers, heeft hij dan ook geen bijdrage geleverd of ondersteuning geboden aan gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het misdadig oogmerk van die organisatie. Het hof overweegt dienaangaande als volgt. De verdachte wordt ten laste gelegd dat hij zich in de betreffende periode schuldig heeft gemaakt aan deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van één of meer misdrijven, zoals specifiek omschreven in artikel 11a Opiumwet (oud), ook wel omschreven als deelneming aan een criminele organisatie. Meer bepaald wordt naast de specifieke delicten uit de Opiumwet tevens verwezen naar ‘en andere misdrijven’, waardoor de tenlastelegging tevens zich richt op artikel 140 Sr als delictsomschrijving. Voor een nadere toelichting wordt in het navolgende, onder verwijzing naar de uitleg van artikel 140 Sr, enkel ingegaan op de uitleg van artikel 11a Opiumwet (oud). Artikel 11a Opiumwet (oud) is na de in casu tenlastegelegde periode door de wetgever in 2015 (Stb. 2014, 444) aangepast en vernummerd als artikel 11b Opiumwet. Deze strafbaarstelling behelst een bijzondere regeling voor de strafbaarstelling van deelneming aan een criminele organisatie, voortvloeiende uit het Kaderbesluit 2004/757/JBZ van de Raad van de Europese Unie van 25 oktober 2004 (PbEU/L 335), betreffende de vaststelling van minimumvoorschriften met betrekking tot de bestanddelen van strafbare feiten en met betrekking tot straffen op het gebied van de illegale drugshandel (zie Kamerstukken II 2005/06, 30 339, nr. 3, p. 6). De ratio van deze bepaling is de bescherming van de samenleving tegen het gevaar dat uitgaat van criminele organisaties die zich specifiek bezighouden met drugshandel, waarop in vergelijking met de reguliere strafbaarstelling in art. 140 van het Wetboek van Strafrecht (Sr), een zwaardere straf staat. Voor wat betreft de inhoud en reikwijdte van de in deze strafbepaling opgenomen begrippen dient aansluiting te worden gezocht bij die zoals opgenomen en toegepast bij artikel 140 Sr. Het hof ziet zich in de onderhavige zaak gesteld voor de beantwoording van drie, onderling samenhangende vragen: a.
  19. a)Was er sprake van een organisatie als bedoeld in artikel 11a Opiumwet (oud)?
  20. b)Had deze organisatie als oogmerk het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 11a van de Opiumwet (oud)?
  21. c)Kan het handelen van verdachte worden aangemerkt als deelneming aan deze organisatie? Het hof zal eerst het juridisch kader van de samenhangende vragen weergeven en vervolgens ingaan op het in het dossier aanwezige bewijs van verdachtes betrokkenheid. Juridisch kader Voor wat betreft het juridisch kader ter zake van artikel 11a Opiumwet (oud) geldt dat deze bepaling moet worden gezien als een specialis van artikel 140 Sr. Voor de invulling van het juridisch kader geldt derhalve dat in belangrijke mate wordt verwezen naar de uitleg van de bestanddelen van artikel 140 Sr. Ad
  22. a)In de eerste plaats moet kunnen worden vastgesteld dat sprake is van een organisatie. Onder een organisatie als bedoeld in artikel 11a Opiumwet (oud) moet worden verstaan een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur tussen de verdachte en ten minste één ander persoon (vgl. ECLI:NL:HR:1993:AD1974 en HR 20 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:378). Het moet in ieder geval gaan om een duurzaam, min of meer gestructureerd samenwerkingsverband, dat als eenheid kan opereren (vgl. HR 26 juni 1984, NJ 1985, 92 en HR 26 november 1985, NJ 1986, 389). Er is reeds sprake van een dergelijke organisatie wanneer één persoon met minimaal één of meer anderen voor een door hen gesteld doel samenwerken. Het optreden als eenheid is geen absolute voorwaarde, terwijl de juridische status van het samenwerkingsverband niet relevant is. Ook hoeft er geen sprake te zijn van formeel afgebakende taken, maar het samenwerkingsverband moet wel meer dan een incidenteel karakter hebben (vgl. HR 16 oktober 1990, NJ 1991, 442 en HR 10 juli 2001, NJ 2001, 687). Van een duurzaam, min of meer gestructureerd samenwerkingsverband kan al blijken als er gedurende een vaste periode door bepaalde personen volgens een vast patroon wordt samengewerkt. Niet noodzakelijk is daarbij dat het enkel steeds dezelfde personen betreft, wel dient er sprake te zijn van een vaste kern (vgl. HR 29 januari 1991, NJB 1991, 50). Ook is in dezen niet vereist dat al de personen van de organisatie onderling met elkaar samengewerkt hebben of bekend waren met de andere deelnemers aan de organisatie en hun bezigheden voor die organisatie (vgl. HR 9 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AQ8470 en HR 22 januari 2008, NJ 2008, 72). Ten slotte hebben duurzaamheid en gestructureerdheid betrekking op het bestanddeel ‘organisatie’ en niet op ‘deelneming’, zodat ook een relatief korte bijdrage aan een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband strafbaar kan zijn. Ad
  23. b)Om tot een bewezenverklaring van artikel 11a Opiumwet (oud) te kunnen komen is voorts vereist dat de organisatie het oogmerk heeft van het plegen van een bepaald misdrijf of misdrijven in de zin van artikel 11a Opiumwet (oud). Het oogmerk betreft het naaste doel van de organisatie en niet dat van de verdachte/deelnemer aan de organisatie. Het oogmerk kan daarbij gericht zijn op een enkel, specifiek genoemd delict of meerdere delicten uit de Opiumwet, maar een pluraliteit daarvan is noodzakelijk. Het oogmerk impliceert dat de betreffende misdrijven (of pogingen of voorbereidingen daartoe) nog niet hoeven te hebben plaatsgevonden (vgl. HR 13 oktober 1987, NJ 1988, 425). Niet is vereist dat het plegen van de misdrijven uit de Opiumwet de voornaamste bestaansgrond van de organisatie is of dat de organisatie de uitsluitende bedoeling heeft misdrijven uit de Opiumwet te plegen. Voor het bewijs van het oogmerk kan onder meer betekenis toekomen aan misdrijven die in het kader van de organisatie reeds zijn gepleegd en aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de activiteiten die met dit doel worden verricht. Ad
  24. c)Tot slot moet voor een bewezenverklaring van artikel 11a Opiumwet (oud) worden vastgesteld of het handelen van de verdachte kan worden aangemerkt als deelneming aan de organisatie. Van deelneming is in objectieve zin sprake indien een persoon behoort tot de organisatie en een aandeel heeft in gedragingen, dan wel gedragingen ondersteunt die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie (vgl. HR 18 november 1997, ECLI:NL:HR:ZD0858/NJ 1998, 225; HR 3 juli 2012, ECLI:NL:HR:BW5161 en HR 14 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:413). Beide vereisten zijn te beschouwen als nevengeschikt, maar zijn tevens onderling nadrukkelijk samenhangend. Uit de bewijsmiddelen moet derhalve duidelijk worden dat de verdachte behoort tot de organisatie en dus niet enkel is te beschouwen als een sympathisant. Daarnaast moet sprake zijn van enige, naar buiten gerichte activiteit die in nauw verband staat met de misdrijven die de organisatie nastreeft. Deze activiteit kan bestaan uit het (mede)plegen van de misdrijven, maar kan ook bestaan uit het feitelijk verrichten van hand- en spandiensten en (dus) het verrichten van handelingen die op zichzelf niet zo zeer zijn te kwalificeren als een strafbare vorm van daderschap, maar wel zijn aan te merken als bovenbedoeld een aandeel hebben in of ondersteuning van gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Niet is vereist derhalve dat de verdachte aan enig concreet misdrijf van de organisatie heeft deelgenomen. Naast deze objectieve vereisten dient de verdachte in subjectieve zin in zijn algemeenheid te weten dat de organisatie als oogmerk heeft het plegen van een of meer specifieke misdrijven uit de Opiumwet. Wetenschap bij de verdachte in de vorm van voorwaardelijk opzet is op dit punt niet voldoende (vgl. HR 18 november 1997, LJN:ZD0858/NJ 1998, 225; HR 8 oktober 2002, 2002:AE5651/NJ 2003, 64 en HR 8 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO9814). Niet is vereist derhalve dat de verdachte enige vorm van opzet heeft gehad op een door de organisatie beoogd concreet misdrijf. De uitleg van de bovenstaande bestanddelen van het juridisch kader van art. 11a Opiumwet (oud) en daarmee van de strafbepaling als geheel kan als ruim en weinig scherp worden omschreven. Wanneer of met welke gedraging(
  25. en)maakt iemand zich schuldig aan deelneming aan een criminele organisatie? Met andere woorden; de precieze afbakening van de strafrechtelijke aansprakelijkheid ter zake van gedragingen die als deelneming aan een criminele organisatie kunnen worden aangemerkt, is niet helder. Dat noopt het hof, mede in het licht van de verweren zoals gevoerd door de verdediging van verdachte, maar ook van de medeverdachten, tot de volgende opmerking in de zaak van de verdachte aangaande de beoordeling van de tenlastelegging van deelneming aan een criminele organisatie. Het hof acht de tenlastelegging, mede tegen de achtergrond van de bestanddelen van de strafbepaling, aan de hand van bovengenoemde uitleg en in samenhang met de omstandigheden van het geval – waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging(
  26. en)van de verdachte en de omstandigheden waaronder deze is/zijn verricht – voldoende duidelijk om aan de hand van de in het dossier voorliggende bewijsmiddelen te komen tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde en acht daarmee de strafrechtelijke norm zoals in artikel 11a Opiumwet (oud) gesteld, voor een ieder voldoende kenbaar en de voorzienbaar. Bewijs Vooropgesteld moet worden dat de selectie en waardering van het bewijs aan de feitenrechter is voorbehouden. Dit betekent dat ingeval de rechter die over de feiten oordeelt het tenlastegelegde bewezen acht, het aan die rechter is voorbehouden om, binnen de door de wet getrokken grenzen, van het beschikbare materiaal datgene tot bewijs te bezigen wat deze uit het oogpunt van betrouwbaarheid daartoe dienstig voorkomt en terzijde te stellen wat hij voor het bewijs van geen waarde acht. Indien het gaat om feiten of omstandigheden die door de rechter redengevend worden geacht voor de bewezenverklaring, dient de rechter die zich aldus – al dan niet in reactie op een bewijsverweer – beroept op bepaalde niet in de bewijsmiddelen vermelde gegevens, met voldoende mate van nauwkeurigheid in zijn overweging (
  27. a)die feiten of omstandigheden aan te duiden, en (
  28. b)het wettige bewijsmiddel aan te geven waaraan die feiten of omstandigheden zijn ontleend (vgl. HR 23 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA5858, NJ 2008/70). Het bewijs van deelneming aan een criminele organisatie door verdachte is aan de hand van het voorliggende dossier gevormd op grond van bewijsmiddelen, zoals processen-verbaal van verhoren van verdachten en getuigen, van observaties, tapverslagen en OVC-gesprekken. De verdediging stelt zich op het standpunt dat het beeld dat meer bepaald uit de tapverslagen en OVC-gesprekken van de onderlinge gesprekken in de dienaangaande (vertaalde) processen-verbaal ontstaat, althans de invulling die daaraan door het Openbaar Ministerie wordt gegeven – zijnde gesprekken die betrekking hebben op onderlinge communicatie van verdachten die deelnemen aan een criminele organisatie die zich bezig houdt met drugshandel – onjuist is en niet overeen komt met de daadwerkelijke achtergrond van de betreffende gesprekken. Volgens de verdediging gaat het om niet meer dan onderlinge communicatie van reguliere en vriendschappelijke contacten tussen verdachte en de medeverdachten, vanuit een Turks nationale achtergrond, waarbij men veelal met elkaar op cultureel bepaalde wijze en met typisch Turkse uitdrukkingen met elkaar van gedachten wisselt. Tevens heeft de verdediging in het verlengde van het voorgaande, opmerkingen gemaakt die zien op de betrouwbaarheid van de inhoud van met name de OVC-gesprekken in het geheel van de voorliggende bewijsmiddelen. Op grond van de inhoud van deze tap- en OVC-gesprekken kan volgens de verdediging niet worden bewezenverklaard dat er sprake was van een organisatie die tot oogmerk had het plegen van één of meer misdrijven, zoals specifiek omschreven in artikel 11a Opiumwet (oud), noch dat verdachte heeft deelgenomen aan deze vermeende organisatie in die zin dat verdachte behoorde tot de organisatie en een aandeel had in gedragingen, dan wel gedragingen heeft ondersteund die strekken tot of rechtstreeks verband hielden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Het hof merkt ter zake van de genoemde verweren van de verdediging ter duiding en nuancering van de bewijswaarde(ring) van de genoemde bewijsmiddelen het volgende op. Het hof heeft, mede naar aanleiding van de gemaakte op- en aanmerkingen hierover, de gerelateerde gesprekken en hetgeen daarin is besproken en gezegd, beoordeeld in de context van en geplaatst tegen de achtergrond van de voorliggende omstandigheden en de overige bewezenverklaarde strafbare feiten. De gesprekken die hebben plaatsgevonden en welke via de verslagen van tap- en OVC-gesprekken in het dossier zijn opgenomen, zijn in dezen inhoudelijk niet anders te duiden en maken duidelijk dat die gesprekken plaatsvinden in het kader van de handel in drugs in ruime zin en van andere strafbare feiten die daar veelal mee samenhangen. Veel gesprekken gaan daarbij over het (voorbereiden van het) uitvoeren en vervoeren van harddrugs, het telen, uitvoeren en vervoeren van softdrugs, het onderling melden van al dan niet mislukte deals dienaangaande en afspraken maken om via dreiging met geweld druk op betrokkenen uit te oefenen. Daarbij heeft het hof ter zake van de vraag wie met wie precies onderling contact heeft ook nadrukkelijk meegewogen welke andere strafbare feiten bewezen zijn verklaard ten aanzien van de betreffende personen. Dat een en ander daarbij heeft plaatsgevonden vanuit een Turks nationale achtergrond, waarbij men met elkaar op cultureel bepaalde wijze en met typisch Turkse uitdrukkingen met elkaar van gedachten wisselt en waarbij veelal ook sprake is van onderling familieverband, doet echter hieraan niet af. In het dossier van deze zaak bevinden zich diverse OVC-gesprekken. Deze gesprekken zijn uitgewerkt in op ambtseed of -belofte opgemaakte processen-verbaal door bevoegde opsporingsambtenaren. Deze processen-verbaal van uitgewerkte gesprekken kunnen op grond van de bewijsregeling zoals opgenomen in het Wetboek van Strafvordering worden aangemerkt als overbrengende verklaringen van hetgeen in het proces-verbaal is gerelateerd. Verdachte heeft zijn deelname aan de gesprekken blijkens zijn verklaring ter terechtzitting in hoger beroep niet ontkend. Echter, voor wat betreft de inhoud en de strekking van de betreffende gesprekken heeft verdachte zowel in eerste aanleg als in hoger beroep bij herhaling na confrontatie met de weergave van de inhoud van diverse gesprekken gesteld dat de inhoud daarvan anders geduid moet worden, dan wel heeft hij niet meer te kunnen recapituleren wat de inhoud en de strekking daarvan was. Het hof stelt dat het onder deze omstandigheden, gelijk de door de verdediging aangehaalde jurisprudentie, niet zonder meer kan aannemen dat gesprekken over bepaalde strafbare gedragingen gaan als de verdachte dat ontkent of daarover geen helderheid kan verschaffen. Dat kan alleen dan, als die gesprekken in beginsel maar voor één uitleg vatbaar zijn. Dat is bijvoorbeeld het geval als de verdachte daarin zelf met zoveel woorden zegt dat hij die strafbare gedragingen heeft gepleegd. Als dat niet zo is, zijn die gesprekken dus voor meerdere uitleg vatbaar. Dat hoeft die gesprekken niet onbruikbaar te maken voor het bewijs, maar wel is dan behoedzaamheid vereist bij het geven van een interpretatie van die gesprekken. Die voorzichtigheid brengt mee dat het hof ter zake van de OVC-gesprekken naast de inhoud en het onderling verband van die gesprekken, tevens heeft gekeken naar het eventuele verband met andere bewijsmiddelen. Daarbij is van belang geacht wat er over de deelnemers aan de gesprekken, of over anderen die in die gesprekken ter sprake komen, nog meer is gebleken. Ernst van de feiten en de aard van de criminele organisatie Met betrekking tot de ernst van de feiten en de aard van de criminele organisatie in het onderzoek Kapel merkt het hof het volgende op. Het deelnemen aan een criminele organisatie is een delict dat in de afgelopen jaren in Nederland een flinke vlucht heeft genomen. Criminele groepen die zich bezig houden met ernstige strafbare feiten hebben Nederland inmiddels overspoeld en het geweld dat zich hierbij voordoet is een groot probleem voor onze maatschappij geworden, evenals het ondermijnende effect dat hiervan uitgaat. In verband hiermee is een wetsontwerp aanhangig waarin onder andere wordt voorgesteld de maximale straf voor deelneming aan een ernstig ondermijnende criminele organisatie te verhogen (wetsvoorstel 35 080 - herwaardering strafbaarstelling actuele delictsvormen). In de Memorie van Toelichting wordt deze voorgestelde strafverhoging als volgt toegelicht (Kamerstukken II 2018/19, 35 080, nr. 3, p. 5-6, aangehaald zonder verwijzing naar voetnoten): ‘De afgelopen tijd viel een toename van geweld binnen de georganiseerde misdaad waar te nemen, evenals van organisaties die zich in de aanwending van ernstig geweld hebben gespecialiseerd en hun diensten aan georganiseerde misdaadgroepen en individuen aanbieden. Liquidaties in de publieke ruimte met gebruik van zware wapens illustreren een toename van de ernst van het geweld tussen criminelen. Hierbij is in toenemende mate sprake van ernstige gevaarzetting en gevolgen vooromstanders. Ook zijn er bij de uitvoering van liquidaties enkele vergismoorden gepleegd. De aard van het gebruikte geweld wordt steeds ernstiger. Zo wordt er door misdaadgroepen steeds vaker gebruik gemaakt van automatische vuurwapens. Naast criminele organisaties die tot oogmerk hebben om ernstige geweldsmisdrijven te plegen, hebben organisaties met het oogmerk om drugs uit Lijst I (harddrugs) van de Opiumwet binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen in toenemende mate een ondermijnend effect. Nederland is een belangrijke spil voor de in- en doorvoer van harddrugs in Europa. De internationale drugshandel is de grootste ondermijnende misdaadmarkt in Nederland, waar naar schatting miljarden euro’s mee verdiend worden. Deze handel en de investering van de daarmee gegenereerde winsten, creëren onacceptabele (financiële) machtsposities. De spilfunctie van Nederland in de harddrugsmarkt heeft een aanzuigende werking voor buitenlandse misdaadgroepen (…). Het gevaar dat van criminele organisaties uitgaat hangt samen met de door de criminele organisatie beoogde misdrijven. In het licht van het huidige criminaliteitsbeeld ziet het kabinet aanleiding voor de introductie van een gedifferentieerd wettelijk strafmaximum voor deelneming aan een criminele organisatie. Met deze wetswijziging wordt een bijdrage geleverd aan de aanpak van ondermijnende criminaliteit. Deelneming aan ernstig ondermijnende organisaties kan op dit moment worden bestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren (140, eerste lid, Sr). Dat strafmaximum komt ontoereikend voor in die gevallen waarin een organisatie zich richt op het plegen van misdrijven als moord, ontvoering en andere zeer gewelddadige handelingen of ernstige ondermijnende activiteiten zoals de handel in harddrugs. Mede in het licht van de maatschappelijke onrust die dit soort criminele activiteiten veroorzaken ziet het kabinet aanleiding om het wettelijk strafmaximum te verhogen naar ten hoogste tienjaren gevangenisstraf indien de criminele organisatie tot oogmerk heeft zeer ernstige misdrijven te plegen. Hiermee wordt een signaal afgegeven van de sterke maatschappelijke afkeuring van criminele organisaties met een ernstig crimineel oogmerk.’ Het hof haalt deze overwegingen uit de betreffende Memorie van Toelichting aan als vergelijkend perspectief ter zake van de (ernst en omvang van
  29. de)strafbare feiten die blijkens de diverse individuele dossiers plaatsvonden binnen het kader van de vastgestelde criminele organisatie in het onderzoek Kapel. Uit de hiernavolgende bewijsmiddelen komt naar voren dat er tussen diverse verdachten sprake was van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband dat tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, in die zin dat de organisatie zich bezig hield met de handel in soft- en harddrugs waarbij geweld niet werd geschuwd. Wat daarbij opvalt is dat het geweld zowel intern als extern is gericht. Intern tegen personen die deel uitmaken van de groep of voor de criminele orgnisatie werkzaamheden verrichten en zich niet aan de afspraken houden, extern om door anderen verdwenen drugs weer te achterhalen of om betalingen daarvan af te dwingen. Daarbij beschikten diverse leden van de organisatie over vuurwapens om zo nodig te gebruiken, om zichzelf of andere leden van de organisatie te beschermen, dan wel anderen te bedreigen of daadwerkelijk te verwonden. Dat maakt dat de organisatie een dusdanig afschrikwekkend karakter krijgt dat getuigen daardoor soms ook niet durven te verklaren of aangifte te doen. Niettegenstaande de verklaringen van de diverse verdachten ter zitting waarin zij aangeven dat zij weinig aandeel hebben gehad in de onderscheiden feiten (drugsfeiten dan wel geweldsfeiten), is het hof van oordeel dat deze verdachten (zijnde: [medeverdachte 1] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 3] , [verdachte] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] en [medeverdachte 2] ) samen een organisatie vormden die als oogmerk had het plegen van ernstige drugs- en gewelddadige feiten en waarin elk van de betrokkenen zijn eigen aandeel had. De strafbare feiten van de criminele organisatie - De organisatie houdt zich bezig met de internationale harddrugshandel. [medeverdachte 6] had contact met mensen in Turkije over het naar Turkije vervoeren van XTC-pillen. [medeverdachte 6] heeft samen met [medeverdachte 11] een personenauto, een Ford C-max met kenteken [kenteken] , in Duitsland gekocht. De auto is vervolgens op verzoek van [medeverdachte 6] door [medeverdachte 12] bij diens garage All-In te [geboorteplaats 1] geprepareerd. [medeverdachte 12] heeft een ruimte in het dashboard gemaakt om daar pakketjes in te verstoppen. [medeverdachte 6] had contact met [medeverdachte 13] over het leveren van de XTC-pillen. Door tussenkomst van [medeverdachte 13] zijn XTC-pillen als monster aan [medeverdachte 6] verstrekt. [medeverdachte 6] heeft [medeverdachte 14] gevraagd er één te testen. [medeverdachte 7] heeft geholpen met het in orde maken van de autopapieren en het verstoppen van de pakketjes in het dashboard van de auto. [medeverdachte 6] [medeverdachte 13] de chauffeur, [medeverdachte 11] , om met de geprepareerde auto naar Turkije te rijden. [medeverdachte 6] zou met het vliegtuig naar Turkije gaan en [medeverdachte 11] aldaar opvangen. [medeverdachte 14] wist dat de auto was geprepareerd, immers [medeverdachte 6] heeft op 4 maart 2013 met [medeverdachte 14] besproken dat de pakketjes die ze samen hadden gedaan langer en smaller gemaakt moesten worden en ze bespraken welke garage de auto kon maken. Ook werd tijdens een observatie gezien dat [medeverdachte 14] op 2 maart 2013 met zijn knokkels meerdere keren op de bovenzijde van de gehele rechterhelft van het dashboard sloeg. [medeverdachte 6] en [medeverdachte 14] hebben de geprepareerde auto met daarin de drugs op 2 maart 2013 naar Kerpen, Duitsland gebracht, van waaruit [medeverdachte 11] de reis naar Turkije op zich heeft genomen. Op 7 maart 2013 is [medeverdachte 11] met de auto vanuit Kerpen, Duitsland, via Oostenrijk, Slovenië, Kroatië, Servië en [geboorteland medeverdachte 24] , naar Turkije gereden, alwaar hij op 8 maart 2013 aankwam. Gedurende deze periode onderhield [medeverdachte 6] met regelmaat contact met [medeverdachte 11] en met [medeverdachte 14] over het verloop van de reis naar Turkije. Vanaf de Turkse grens vond een gecontroleerde aflevering plaats. In Turkije heeft [medeverdachte 11] contact gehad met twee Turkse mannen. Op dat moment zijn [medeverdachte 11] en de twee Turkse mannen aangehouden door de Turkse politie. Deze trof een hoeveelheid van 4,3 kilogram pillen bevattende MDMA, oftewel ongeveer 21.000 XTC-pillen, in een verborgen ruimte in het dashboard van de auto aan. Het is het hof uit de voorhanden zijnde bewijsmiddelen niet duidelijk geworden of [medeverdachte 13] daadwerkelijk na het verstrekken van het monster ook deze pillen heeft aangeleverd. Na de aanhouding van [medeverdachte 11] kon [medeverdachte 6] geen contact meer met [medeverdachte 11] krijgen, waardoor hij begreep dat er iets mis was gegaan. Hij is samen met [medeverdachte 14] naar Turkije gegaan om uit te zoeken wat er aan de hand was en om geld op te halen. Uit tapgesprekken blijkt dat niet alleen [medeverdachte 6] , maar ook [medeverdachte 14] een financieel belang bij het transport van de pillen had. [medeverdachte 6] SMS’t op 10 maart 2012 naar [medeverdachte 3] dat zij hem een loer hebben gedraaid en er wordt door [medeverdachte 7] contact opgenomen met [medeverdachte 4] , die meedeelt dat zij in Istanbul veel invloed hebben. Later zoekt [medeverdachte 14] contact met [medeverdachte 4] om hem en [medeverdachte 1] te bedanken. Bewijsmiddelen zaak 8: Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummer(s), wordt/worden – tenzij anders vermeld – bedoeld paginanummer(
  30. s)van een proces-verbaal of geschrift uit het eindproces-verbaal TGO Kapel, met dossiernummer PL203M/2012195378 van de politie eenheid Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, bestaande uit 69 ordners, met (per zaaksdossier alfabetisch) doorgenummerde pagina's. Map 24, pagina H 130: Op 30 januari 2013 te 13.15 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en NN man 9991 die gebruik maakt van het Turkse telefoonnummer [telefoonnummer] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 6] : Ik overweeg om deze zaterdag te komen, maar ik bedacht me van laat ik rechtstreeks naar Istanbul gaan. NN-man 9991: Zaterdag. [medeverdachte 6] : Ja" kun jij ondertussen met de vrienden spreken.. NN-man 9991: Dat is goed. (..) [medeverdachte 6] : Laat het me vandaag nog weten, dan regel ik mijn ticket enzo. Map 24, pagina H 132: Op 30 januari 2013 te 17.35 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en NN man 4381 = NN-man 9991 ( [medeverdachte 15] , hierna S), die gebruik maakt van het Turkse telefoonnummer [telefoonnummer] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 6] : Dit weekend zal ik naar Istanbul toekomen. Jij moet ook maar komen. S: Istanbul? (..) [medeverdachte 6] : Eerst spreken. Ik kom het weekend en laten dan alles gedetailleerd spreken.. en als ik dan zaterdag kom en zondagavond terug en dinsdag of woensdag dan stuur ik het.. dan zal ik zelf daar niet zijn" snap je. (..) [medeverdachte 6] : Dan kom ik zaterdag. Dan regel ik mijn ticket broer. (..) Het is toch zoals we het zijn overeengekomen? S: Ja het is zoals we het zijn overeengekomen. [medeverdachte 6] : Nou Iaat diegene die het afhandelt er ook bij zijn, dat we het ook open en bloot alles bespreken.. want ik later geen heibel daarna, want we moeten elkaar daarna nog in de ogen kijken. Map 24, pagina H 145: Op 4 februari 2013 te 21.36 uur wordt door de gebruiker van het Turkse telefoonnummer [telefoonnummer] een sms-bericht verzonden met de inhoud: Is het effect goed broer? Map 24, pagina H 146: Op 4 februari 2013 te 21.37 uur wordt door de gebruiker van het Turkse telefoonnummer [telefoonnummer] een sms-bericht ontvangen met de inhoud: Het is gewoon te gek neef. Map 24, pagina H 147: Op 4 februari 2013 te 21.38 uur wordt door de gebruiker van het Turkse telefoonnummer [telefoonnummer] een sms-bericht verzonden met de inhoud: Neem niet teveel in/gooi niet teveel! Hoeveel heb je ingenomen/hoeveel heb je gegooid? Map 24, pagina H 148: Op 4 februari 2013 te 21.39 uur wordt door de gebruiker van het Turkse telefoonnummer [telefoonnummer] een sms-bericht ontvangen met de inhoud: Ik weet het niet, ik heb er twee stuks ingenomen een uur later. Map 24, pagina H 155: Op 5 februari 2013 te 16.56 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en NN man 4155, die gebruik maakt van het Turkse telefoonnummer [telefoonnummer] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: NN-man: broer, als het morgen gaat komen.. dan kan ik geen cent winst erop krijgen.. dan geef ik het tegen die prijs (..) [medeverdachte 6] : Nou broer.. het kan niet voor minder dan waar we het voor besproken hebben.. moet ik er verlies op draaien. (..) we hebben een afspraak gemaakt. (..) NN-man: ja, maar de auto.. dat stuk grond.. wat bijvoorbeeld 10.000 lira is.. en ik heb tegen die man gezegd.. je moet het aan ons voor 8 geven snap je.. kijk normaal gesproken gaat die appartement voor 11 à 12 (..) [medeverdachte 6] : over welke prijs heb je het? NN-man: Nou, de makelaar zegt 5 lira de vierkante meter. [medeverdachte 6] : nou broer.. dat kan niet broer. NN-man: ik snap het want de hoeveelheid vierkante meters welke aangekocht gaat worden is te weinig.. kijk als er bijvoorbeeld 30.000 vierkante meters of 40.000 vierkante meters zou zijn, dan zou het wel kunnen (..) de grondprijzen gaan soms omhoog en soms omlaag. [medeverdachte 6] : we hebben het toch voor 7 Turkse Lira’s afgesproken (..) Map 24, pagina H 161: Op 9 februari 2013 te 13.12 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en NN man- 8510, die gebruik maakt van het Turkse telefoonnummer [telefoonnummer] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: NN-man: Ik wacht op hun telefoontje.. kijk hij zegt dat de prijs van auto's laag is.. snap je.. hij zegt.. als ik je opbel.. dan moet jij mij maar met een paar dagen dat brengen.. want nu staan er in zijn showroom voldoende auto's. [medeverdachte 6] : met de vrachtwagencombinatie die ik naar jou toestuur.. moet jij maar daarvoor in de plaats een aantal auto's aan mij geven. NN-man: Kijk ik krijg van daaruit nog een auto.. ik zal jou eens een nummer doorgeven.. ik heb krijg van daaruit nog een auto.. 50 stuks.. snap je.. die auto komt ook .. 5 stuks.. [medeverdachte 6] : kijk broer, die auto's die klaarliggen voor het weekend van volgende week(..) de auto die ik jullie ga verkopen stuur ik woensdag.. en de vervoerder.. die zal de auto pas over twee dagen kunnen brengen.. Dus dat betekent dat als God het wil.. vrijdag daar zal zijn en op de terugweg sturen jullie met die vriend.. als tegenwaarde sturen jullie mij auto's. NN-man: ik snap het.. dus je wilt geen geld? Map 24, pagina H 163: Op 16 februari 2013 te 13.43 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en NN man, die gebruik maakt van het Turkse telefoonnummer [telefoonnummer] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: NN: ze kennen het hier niet, kennen het niet begrijp je? Ze kennen het hier nog niet zo goed. Je moet er eentje sturen om te testen. En dan.. [medeverdachte 6] : eentje sturen beste broer, alsof je in Bre.. je bent hier niet om de hoek potverdikkeme, je verblijft in Turkije! NN: stuur anders 1 of 2 broer voor nu even.. begrijp je? Dan kijken we wel.. Map 24, pagina H 164: Op 18 februari 2013 te 19.34 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en NN man- 1004, die gebruik maakt van het Turkse telefoonnummer [telefoonnummer] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 6] : waarom zou ik zaken willen doen als het voor mij niet winstgevend is. Ik red het niet met de prijs die je noemt. (..) [medeverdachte 6] : [medeverdachte 15] heeft eerst gezegd dat de prijs 5 zou zijn en toen zakte hij naar 4 en daarna naar 3 en toen naar 2.. zo kan het niet, man. (..) Je zei tegen mij, een week wachten, ik/jij liet twee weken wachten.. ik heb hier de auto gehaald, dinges laten doen (..) Jij hebt mij hier 40, 50 duizend kosten laten maken.. dat kan toch niet zo.. (..) NN: oke wat moeten we dan doen.. oke, stuur jij maar dan 50.000 stuks Map 24, pagina's H 166 tot en met H 289: In de periode van 5 februari 2013 tot en met 1 maart 2013 worden door [medeverdachte 6] en de gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer] ( [medeverdachte 13] ) sms-berichten naar elkaar verstuurd. Het gaat onder meer om de navolgende sms-berichten: [medeverdachte 6] : Gaat het door morgen? [medeverdachte 13] : Het zou begin volgende week worden heeft hij gezegd maar dan denk ik maandag of dinsdag [medeverdachte 6] : Zijn ze dan klaar? [medeverdachte 13] : Ja maat. [medeverdachte 6] : Misschien moeten er nog tien bij kan dat? [medeverdachte 13] : Ga proberen maat hoor je morgen rond de middag. [medeverdachte 6] : 2x tien doe maar. Ma wel twee aparte zakken van tien doen aub. [medeverdachte 6] : Kun je vandaag voorbeeld pakken van die kleintjes uit Den Haag? Stuk of twintig [medeverdachte 13] : Ga proberen maat je hoort me zo. [medeverdachte 6] : Maat ik moet vandaag een beetje monster hebben van die kleintjes. Laat ik ze hier snel testen. [medeverdachte 6] : Probeer zo snel mogelijk 20 snoepjes voor test te regelen voor vandaag aub. [medeverdachte 6] : Maat vrijdagochtend moet mij chauffeur weg.. Krijg ik nog monsters dit zijn toch geen afspraken [medeverdachte 13] : Sorry maar zijn telefoon staat nog uit [medeverdachte 13] : Krijg net de bevestiging vanuit Den Haag maat. Maandag kan hij leveren. [medeverdachte 13] : Morgen heb ik die auto waar je om vroeg maat als ik je sms kun je dan met geld mijn kant op komen [medeverdachte 13] : maar moet je die auto wel hebben of niet want ik heb nog iemand die intresse heeft in die auto [medeverdachte 6] : zeker moet ik ze hebben wacht al twee weken op jouw maat. [medeverdachte 13] : Ok dan hou ik ze vast voor je maat. Map 24, pagina H 271: Op 26 februari 2013 te 15.51 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en NN man 2425 [medeverdachte 14] ). In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 6] : ik heb zo'n uh dinge, weetje wel een eh pilletje. Maar hij zei dat hij 100 milligram was, ik moet die laten testen, wil jij die niet effe eentje nemen? [medeverdachte 14] : ben je ziek ofzo? Welke kleur heeft ie? [medeverdachte 6] : rolex [medeverdachte 14] : die zijn volgens mij 120 volgens mij die man, doe er maar een in de koffie roeren. Map 24, pagina's H 272 tot en met H 275: Op 26 februari 2013 worden door [medeverdachte 6] en [medeverdachte 9] de navolgende SMS-berichten naar elkaar verstuurd: [medeverdachte 9] : wat doe je [medeverdachte 6] : in St Willebrord die snoepjes wachten en daarna in de auto en dicht maken. Weet je toch. [medeverdachte 9] : Hoelang ben je nog bezig. [medeverdachte 6] : Nog lang schat ben nu pas hier moet nog genoeg gebeuren. Denk pas rond 8 à 9 uur Map 24, pagina H 290: Op 6 maart 2013 wordt door [medeverdachte 6] een sms-bericht verzonden aan [medeverdachte 16] met de inhoud: De naam is Rolex 120 mg en per stuk is het 2,5 euro. Ga morgen of op weg of betaal de kikkererwt. Map 24, pagina H 291: Op 29 januari 2013 wordt door [medeverdachte 6] een sms-bericht verzonden aan [verdachte] met de inhoud: Stuur nummer van [medeverdachte 16] Duitsland is Map 24, pagina H 293: Op 30 januari 2013 te 12.43 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en [verdachte] . In dit gesprek wordt gezegd: [medeverdachte 6] : [verdachte] waarom stuur je het nummer niet door man. [verdachte] : Ik heb het toch al doorgestuurd. [medeverdachte 6] : ik heb het niet ontvangen.. zeg het nummer maar. [verdachte] : [telefoonnummer] . [medeverdachte 6] : ik bel je zo. Map 24, pagina H 296: Op 30 januari 2013 te 17.24 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en NN man 1762 die gebruik maakt van het Duitse telefoonnummer [telefoonnummer] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 6] : Moet ik helemaal naar Duitsland komen? NN-man: Ja. En anders moet ik echt veel moeite doen.. Kom gewoon naar mijn café.. dan gaan we zitten thee drinken of koffie.. en dinges je.. [medeverdachte 6] : Hmm.. stuur me je adres maar oom. Zit jij in Düsseldorf NN-man: neen neen.. Keulen.. in de buurt van Keulen.. Kerpen. NN-man: ik zal het adres sturen. Map 24, pagina H 297: Op 30 januari 2013 wordt door de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] een bericht verzonden met de inhoud: [adres] Map 24, pagina H 298: Op 30 januari 2013 te 17.50 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en NN man­ 1762. In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 6] : Broer.. jouw kwestie blijft liggen tot morgen joh. (..) [medeverdachte 6] : Laten we elkaar morgen om drie uur in Venlo treffen. NN-man: Dat is goed. Map 24, pagina H 307: Op 7 februari 2013 te 14.47 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en NN man­ 1762. In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 6] : broer.. vind vandaag of morgen met spoed de Ford Focus C-Max.. dan kom ik het halen (..) NN-man: okee.. C-max. [medeverdachte 6] : Ja Ford Focus C-max.. bouwjaar 2006.. het moet een diesel zijn.. en 6 versnellingen. Map 24, pagina H 309: Op 8 februari 2013 te 15.27 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en NN man 1762 ( [medeverdachte 16] ). In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 16] : de vrienden kijken om naar auto's ik ga zo dadelijk naar hem toe... we kunnen morgen de auto kopen toch? [medeverdachte 6] : ja broer dat kunnen we zet er wat tempo achter want ik wil er volgende week geen problemen mee hebben (..) [medeverdachte 6] : ik moet die auto eerst nog laten repareren snap je. Map 24, pagina H 310: Op 8 februari 2013 wordt door [medeverdachte 16] een sms-bericht verzonden aan [medeverdachte 6] met de inhoud: Ik heb de auto gevonden, morgen 5500; Morgen om 10 uur kunnen we hem nemen; ik heb het voor elkaar gekregen. Map 24, pagina H 315: Op 11 februari 2013 te 10.34 uur vindt er een telefoongesprek plaats tussen NNman-1732 en [medeverdachte 6] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: M: Wat wilde ik zeggen? Kan je de kentekenplaten brengen? F: Ik heb net de kentekenplaten losgemaakt. Die stuur ikje straks wel. M: Hoe ga je sturen? F: Ik bedoel... als ik niet kan komen, ik stuur wel een vriend ... die zal dan naar Venlo brengen. M: Kan je niet nu sturen? Ik ga nu hier vandaan vertrekken. Ik moet daar wat gaan doen. F: Ehmm okee goed dan. Ik zal je over half uurtje terugbellen. Map 24, pagina H 316: Op 11 februari 2013 te 10.38 uur vindt er een telefoon gesprek plaats tussen NNMan-1762 en [medeverdachte 6] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: NNman-1762: Je moet ook de autopapieren meesturen... niet vergeten... allebei... niet vergeten. [medeverdachte 6] zegt: is goed, is goed. Map 24, pagina H 317: Op 11 februari 2013 te 11.14 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en NN man 1762 ( [medeverdachte 16] ). In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 6] : ik heb mijn broer gestuurd, heeft hij je al gebeld? [medeverdachte 16] : nee (..) [medeverdachte 6] : we hebben de voorbereidingen al gedaan.. zo en zo ga jij morgenavond of woensdag vertrekken" dus ga maar uitrusten Map 24, pagina H 318: Op 11 februari 2013 te 12.13 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] ( [medeverdachte 6] ) en NN-man/ [medeverdachte 7] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 7] : er moeten meer papieren zijn zegt de broer. Hier heb je hem. NN-man: [medeverdachte 6] er zitten in die auto tussen de papieren ook TUV-papieren. NN-man zegt dat er tussen die papieren ook een TUV brief moet zijn en zonder dat briefje kan het niet, zegt hij. Map 24, pagina H 324: Op 11 februari 2013 te 10.09 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 17] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 6] : kameraad, ga jij maar anders naar [betrokkene 75] toe. [medeverdachte 17] : kom jij dan zo daarheen? [medeverdachte 6] : ga jij erheen" praat met hem.. leg de situatie uit.. "broer, dit en dat moet gebeuren.. als we de auto hier achterlaten, kan je het voor ons doen? Het heeft spoed" moet binnen paar dagen klaar zijn" moet je zeggen. Als hij oke zegt, dan kom ik daarheen en ik geef daar ergens bij een hoek de auto aan jou en jij kan brengen. Map 24, pagina H 325: Op 11 februari 2013 te 10.19 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 17] (M). In dit gesprek wordt onder meer gezegd: M: Nee broer, hij zegt dat hij het niet kan. F: Waarom niet? M: Dat weet ik niet.. ik heb geprobeerd bij hem door te dringen" maar hij zegt, ik kan echt niet. Ik bemoei me niet met andermans.. en ik zeg luister" dit en dit en dat.. "nee ouwe, ik kan het echt niet" zegt hij.. ik heb dit ook nooit van tevoren zoiets gedaan zegt hij. (..) M: ik heb tegen hem gezegd" laat mij nou niet op zoek gaan naar anderen" dan geef ik jou 3 of 5 extra" maar daar heeft hij op geantwoord" het maakt niet uit wat ik erop verdien" ik kan het echt niet. F: Kom jij dan maar naar All-Inn M: Welke garage was dat ook alweer? F: Dat daar bij het Ibis-hotel.. van [medeverdachte 12] . M: Dat kan hij niet man., hij is een domkop" daar heeft hij toch geen verstand van F: Hij kan het wel.. kom daar maar heen. Map 24, pagina H 327: Op 11 februari 2013 te 18.08 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 12] ; A). In dit gesprek wordt onder meer gezegd: F: als iedereen daar weg is dan kun jij met gemak je werk afmaken" er is niet zo'n haast bij" ik heb nog wel 1 of 2 uur de tijd. [medeverdachte 12] : dat gaat daar niet zoals je het zegt. Dat ijzer zit er compleet. Ik zie geen losse plaat man.. dat is geen losse plaat maar compleet. F: ja, dat moet je er dan uitslijpen. (..) F: ga het daar maar compleet helemaal overlangs wegslijpen A: Is goed dan. Map 24, pagina H 329: Op 15 februari 2013 te 13.39 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 12] (A). In dit gesprek wordt onder meer gezegd: A: Breng nou mijn geld eens man. Ik ben nu in de garage" maar 's avonds ga ik naar het casino toe" dus breng die 1500 lira eens. F: ik kom even langs.. tot ziens. Map 24, pagina H 330: Op 20 februari 2013 te 17.04 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 12] (A). In dit gesprek wordt onder meer gezegd: F: zeg niet dichtmaken A: vandaag? F: nee nog niet dicht doen he" als ik morgen kom" dan samen (..) Ik bedoel, als jij die verwarming erop gaat zetten.. dan niet dichtmaken. A: nee, ik maak het niet dicht. Map 24, pagina H 333: Op 1 maart 2013 te 19.17 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 16] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 6] : Broer, ik zweer je, ik heb de auto dichtgemaakt en ben op jou aan het wachten. [medeverdachte 16] : de kentekenplaten heb je er ook op gedaan? [medeverdachte 6] : ja, ik heb alles erop gedaan, de auto dichtgemaakt en wacht op jou. Map 24, pagina H 346: Op 2 maart 2013 te 11.14 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 9] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [betrokkene 15] zegt, waar ben jij dan? [medeverdachte 6] zegt, op de terugweg vanuit Duitsland met die Polo.. we hebben die Duitse auto afgezet met [medeverdachte 14] samen.. en nu komen we terug. Map 24, pagina H 364: Op 2 maart 2013 te 17.19 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 16] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 6] : jij gaat toch vanavond met die vriend van jou spreken? Je had toch gezegd dat die mogelijk geld zou geven.. als je van hem 15 gaat halen.. 20 is niet eens nodig. (..) want voor 15 kan ik nog 20 duizend van die dingen halen.. snap je.. en dan kunnen we wat daar vandaan komt gezamenlijk verdelen snap je (..) [medeverdachte 16] : ga je dan ook [medeverdachte 6] : naar die andere zijde? Ik ga wel met het vliegtuig en wacht jou daar op. Map 24, pagina H 366: Op 2 maart 2013 wordt door [medeverdachte 6] een sms-bericht verzonden aan [medeverdachte 16] met de inhoud: Broer dan ga ik nu slapen. Bel me 's ochtends op zodat ik het geld kom ophalen. Dan kan ik er materiaal voor kopen. Map 24, pagina H 367: Op 3 maart 2013 wordt door [medeverdachte 6] een sms-bericht verzonden aan [medeverdachte 16] met de inhoud: De mannen wachten, gaan we de kikkererwten nog halen? Map 24, pagina H 370: Op 3 maart 2013 te 21.12 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 16] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 16] : [medeverdachte 6] .. is 10 voldoende.. want 15 heb ik niet kunnen regelen maar 10 is er.. [medeverdachte 6] : met 10 kunnen we ook verder (..) Maar dan moet jij die auto ook weer terugbrengen. [medeverdachte 16] : ja natuurlijk.. zo is het toch [medeverdachte 6] : Dan breng maar tot Venlo die auto weer terug (..) [medeverdachte 16] : Luister eens.. dit geld moet weer de 18de worden terugbetaald.. Map 24, pagina H 347: Op 4 maart 2013 te 11.38 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 16] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 16] : en nog even dit.. je hebt het niet goed laten maken.. links en rechts zijn er beschadigingen.. dat heb je niet goed laten maken. [medeverdachte 6] : ze gaan het toch open en weer dicht doen [medeverdachte 16] : ja.. laat het ze dan fatsoeneren. Map 24, pagina H 348: Op 4 maart 2013 te 12.02 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 12] (A). In dit gesprek wordt onder meer gezegd: F: zeg luister eens.. er was toch aan de linker- en rechterkant van die openingen.. kunnen we die niet dichten.. want die man zou gaan.. heeft de auto teruggebracht.. zo wil ik niet gaan.. want de linker- en rechterzijde van dit is open.. als ik jou 500 euro vooraf geef.. wil je die dingen niet even goed doen? A: nou ik weet niet of die dingen wel kunnen.. volgens mij gaat het daar niet dicht. (..) wanneer moeten we dat dan doen? F: wanneer gaat jouw garage dicht? A: nou ik denk omstreeks half zes a zes uur F: dan breng ik de auto omstreeks zes uur. Map 24, pagina H 354: Op 4 maart 2013 te 20.44 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 14] (R). In dit gesprek wordt onder meer gezegd: R: Die jongen waar we de vorige keer in Noord waren voor die auto kan die dingen maken, hij kan die (onverstaanbaar) maken snapte kan hij die vast maken alles. F: ja, maar kan hij, die dingen moeten ook ff meer in de lengte gemaakt worden man. R: Wat moet in de lengte gemaakt worden? F: Wat wij samen hadden gedaan weetje wel. R: ja, ja, ja. F: die is veel te, je weet die is veels te bol en te klein, hij moet meer langer en platter zijn dan kun je hem... (..) R: maar hij moet toch die onderdelen hebben jongen, hij heeft toch die, die, die plastic dingen toch niet. F: ja maar die dingen moeten er toch uit. Hij moet toch anders gemaakt worden, wat we zelf hebben gemaakt. Map 24, pagina H 356: Op 4 maart 2013 te 21.42 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] (F) en [medeverdachte 14] (R). In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 14] zegt dat hij nog wel een jongen in Breda kent met een garage en wel weet waar hij woont. [medeverdachte 14] zegt, kan die jongen die auto niet maken, die het begin gedaan heeft. Map 24, pagina H 359: Op 5 maart 2013 te 17.54 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] (F) en [medeverdachte 12] ). In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 6] : om hoe laat begin je aan mijn werkje? Abdul : ik ga er vandaag aan beginnen.. om zes [medeverdachte 6] : is goed dan" wees snel. Map 24, pagina's H 360 tot en met H 363: Op 5 maart 2013 worden door [medeverdachte 6] en [medeverdachte 12] de navolgende sms-berichten naar elkaar verzonden: [medeverdachte 6] : schiet op kerel, heb je de auto al uit elkaar gehaald? [medeverdachte 12] (18.41 u): Ik heb hem uit elkaar gehaald [medeverdachte 12] (22.07 u): is klaar [medeverdachte 6] : kom eraan Map 24, pagina H 386: Op 7 maart 2013 te 18.23 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 16] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 16] : Ik ben vertrokken" wat zou ik anders kunnen doen (..) Ik ga geld ophalen.. maar je moet dat zaterdag wel aan hem terugbetalen [medeverdachte 6] : Ga je van daaruit gelijk verder? [medeverdachte 16] : ja"ja ik heb 1500 Lira van hem gehaald. (..) [medeverdachte 6] : een goede reis nog. Map 24, pagina H 389: Op 8 maart 2013 te 10.39 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 16] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 16] : ik ben onderweg.. ze hebben me aan de kant gezet en doen nu zoeking (..) Joegoslavië nog niet gepasseerd joh. [medeverdachte 6] : er kan toch niks gebeuren joh, laat ze maar zoeking doen.. ze vinden toch niks. Map 24, pagina H 390: Op 8 maart 2013 te 10.50 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 16] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 6] : en ben je de controle voorbij [medeverdachte 16] : dat wel maar de eerlozen hebben echt uitvoerig gezocht.. ik dacht even van ik ben erbij verdomme. (..) [medeverdachte 6] : bel mij zodra je [geboorteland medeverdachte 24] bent ingereden.. dan stap ik in het vliegtuig en kom eraan. Map 24, pagina H 394: Op 8 maart 2013 te 14.47 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 14] [medeverdachte 20] ­ [medeverdachte 20] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 6] : hij is euh al bijna bij het einde van de rit. (..) Hij is al de drie ergste douanes voorbij. Ze hebben heel de auto op zijn kop gezet man. (..) hij is in ieder geval over drie uurtjes in Turkije. [medeverdachte 14] : Ins jallah, is goed jongen. Map 24, pagina H 400: Op 8 maart 2013 te 18.09 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 16] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 16] : Ik ben nu bij de laatste 50 km en dan rijd ik erin. [medeverdachte 6] : Waarin? [medeverdachte 16] : In Turkije.. wat anders Map 24, pagina H 401: Op 8 maart 2013 te 18.34 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 14] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 14] : wat kosten die tickets? [medeverdachte 6] : die kosten 280 euro [medeverdachte 6] zegt als we morgenochtend vliegen zijn we maandag terug. Map 24, pagina H 404: Op 8 maart 2013 te 19.1 7 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 16] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 16] : ik ben zo dadelijk bij de grens. (..) waar wachten ze? [medeverdachte 6] : op het adres wat ikje gegeven heb [medeverdachte 16] : in Findikzade dus? [medeverdachte 6] : ja.. ga erheen.. overhandig de auto daar.. ga maar slapen en 's ochtends kom ik je ophalen. Map 24, pagina H 409: Op 8 maart 2013 te 20.09 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 16] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 16] : ik ben er door, ik ben er door. (..) Ik wil de dinges even zien.. wat voor dinges het is. Euh wat voor dinges de plek is die je hebt laten maken [medeverdachte 6] : gaan jullie het samen.. samen opendoen? [medeverdachte 16] : Zou dat dan niet beter zijn als het zo is (..). Uiteindelijk heeft het geen haast. [medeverdachte 6] : de mannen schijnen wel haast bij te hebben joh, ze schijnen het vandaag nodig te hebben joh. Het is weekend weetje. [medeverdachte 16] : Oki, ik ga het wel brengen. Ik kan het adres wel vinden, ik ben in Istanbul opgegroeid. (..) Ze moeten dan een plek reserveren.. geef mijn voornaam en achternaam.. Ze moeten een plek reserveren voor [medeverdachte 16] [medeverdachte 11] . Map 24, pagina H 415: Op 8 maart 2013 te 20.30 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 16] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 6] : Wat is dan je nummer van Turkcell? (..) [medeverdachte 16] : euh 0049 ja, Duitsland [medeverdachte 6] : [telefoonnummer] [medeverdachte 16] : [telefoonnummer] [medeverdachte 6] : oké, ik stuur het naar de jongen, bye! [medeverdachte 16] : hij moet mij bellen. Map 24, pagina H 416: Op 8 maart 2013 te 20.31 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en NN-man 9580 die gebruik maakt van het Turkse telefoonnummer [telefoonnummer] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 6] : Heb je pen en papier bij je? NN-man: Pen en papier. Wacht even. [medeverdachte 6] : [telefoonnummer] Bel hij wacht op je. Map 24, pagina H 417: Op 8 maart 2013 te 22.32 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en NN-man 9580. In dit gesprek wordt onder meer gezegd: NN-man: hij/zij is onderweg, hij/zij komt. Ik heb met vriend gesproken/contact gehad. Map 24, pagina H 418: Op 8 maart 2013 wordt door [medeverdachte 6] een sms-bericht verzonden aan NN-man 9580 met de inhoud: Broer heb je de vriend al geplaatst? Hij neemt zijn telefoon niet op! Hoe staat het met de verborgen ruimte; is die al open; nemen jullie niet op omdat jullie het al weten Map 24, pagina H 419: Op 9 maart 2013 te 10.14 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en Reisbureau NN-vrouw. In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 6] : Ik wilde een ticket vragen voor een persoon met Turks Airlines vandaag naar Istanbul vanuit Brussel. (..) NN-vrouw: wanneer is de terugreis? [medeverdachte 6] : is maandag. Map 24, pagina H 423: Op 9 maart wordt door [medeverdachte 6] een sms-bericht verzonden aan [medeverdachte 9] met de inhoud: Kan van alles gebeuren. Misschien werken ze met politie misschien zijn ze rippers, ik weet het ook niet. Dus beter een soldaat bij me eerste x. Map 24, pagina H 424: Op 9 maart 2013 te 13.01 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en NN-man 2425 [medeverdachte 14] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 14] : hoe laat moeten we vertrekken? [medeverdachte 6] : om zes uur vliegen. [medeverdachte 14] : als je wil, boek voor mij ook ik ga met jou mee. [medeverdachte 6] : hoe heet je met je achternaam? [medeverdachte 14] : [medeverdachte 14] . Map 24, pagina H 427: Op 9 maart 2013 te 17.10 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 9] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 9] : waarom ga je nog daarheen? [medeverdachte 6] : gewoon.. omdat ik het ga uitvissen.. ik ga het niet hierbij laten. [medeverdachte 9] : ja maar.. je bent dan niet in Nederland.. je bent in Turkije.. daar heb je niemand achter je.. je hebt niets bij je.. wat wil je daar in je eentje doen? (..) Hoe kun jij nou zo koudbloedig zijn, ik snap je helemaal niet. [medeverdachte 6] : wat moet ik anders.. ik stik van de schulden moet ik dit hier ook nog door mijn neus laten boren.. [medeverdachte 9] : Ja en die mannen schieten jou daar gelijk neer hoor. Map 24, pagina H 429: Op 10 maart 2013 te 00.47 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 6] : luister, bel [medeverdachte 3] op en zeg datje hem met spoed moet zien en zeg tegen hem dat ik in Istanbul zit en dat ik geript ben. En die mensen willen met mij afspreken enzo. Hun willen mij naar hun plek snap je. (..) [medeverdachte 7] : Jij hebt goed stront gegeten. Wat heb ik je gisteren per sms gezegd. Map 24, pagina H 430: Op 10 maart 2013 wordt door [medeverdachte 7] een sms-bericht verzonden aan [medeverdachte 3] met de inhoud: Broer, ze hebben hem aan de overzijde een loer gedraaid en nu nodigen ze hem uit om naar hun locatie te komen; kun jij hem helpen met een bekende van 'de Broer'. Map 24, pagin'a H 432: Op 10 maart 2013 te 02.00 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 14] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 14] : [medeverdachte 4] abi, bel [medeverdachte 7] op snap je, die legt jou de situatie uit. M: welke situatie? [medeverdachte 14] : Vraag maar gewoon aan [medeverdachte 7] , snap je wat ik bedoel. Die kan jou exact vertellen van wat de situatie is begrijp je. (..) Ik zit in Istanbul nou, begrijp je wat ik bedoel? (..) Ik ben met die zoon van jou meegegaan begrijp je. Ik ben met hem meegegaan hier snap je en ze wilden vandaag in ieder geval begrijp je hem iets aan gaan doen. Snap je wat ik bedoel? (..) Mensen van hier. Ze hebben iets van hem afgepakt hier, snap je wat ik bedoel? Met allemaal kwatspraatjes. Wij staan er nu helemaal alleen voor hier. Begrijp je? We hebben alleen maar iemand nodig hier, van in de stad die met ons meegaat naar de mensen daar, begrijp je? M: waarom moet ik [medeverdachte 7] opbellen? [medeverdachte 14] : [medeverdachte 7] kan je precies uitleggen hoe, daarom, want wat ik nou tegen jou vertel, begrijp je weet [medeverdachte 7] ook, snap je? (..) Ik zag geen uitweg meer snap je dus ik denk ik ga jou gewoon bellen. (..) M: Ik hoef op te bellen naar Istanbul, daar komt niemand aan jullie. Geen ene die zegt van ik ben de man in Istanbul. Ik hoef alleen nou Istanbul op te bellen en het is zo geregeld. (..) Waarom zou ik da doen? Geef mij een goede reden. (..) Vertel mij waar het om gaat. [medeverdachte 14] : Er is hier iets naartoe gestuurd. Alles was goed, alles was soepel gelopen, begrijp je wat ik bedoel. Het einde van de rit, snap je, hebben ze toen die toen die mensen die die dingen af moesten gaan halen begrijp je. (..) M: Hoe komen jullie daar bij om zo'n zaak aan te nemen, om zoiets te ondernemen? (..) Jullie zouden geld verdienen. En wat als het goed was gelopen dan had ik er niks van gehoord. Map 24, pagina H 435: Op 10 maart 2013 te 02.53 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 7] en [medeverdachte 4] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: M: vertel me het voorval van die andere eerloze eens.. [medeverdachte 7] : die heeft dus dinges gestuurd daarheen.. en zij hebben het genomen .. niet betaald.. en morgen uitgenodigd naar hun etablissement te komen. M: oh.. hebben ze dingen.. pilletjes.. [medeverdachte 7] : ja Map 24, pagina H 436: Op 10 maart 2013 te 02.58 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 7] en [medeverdachte 4] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: M: Zeg [medeverdachte 7] . .. hebben zij eerder nog met hun wat gedaan? F: Nee dit is de eerste keer. M: De eerste keer... Je weet dat hun goed zitten? F: Ja... alles zit goed... de eerste rit. M: Je weet dat hun goed zitten? F: Ja vader. .. ik heb samen met hem alles geregeld. M: Waarom heb je dat dan niet eerder aan mij verteld eerloze? F: Nou het is de laatste dag ingepakt. .. Dit was de eerste keer... Hij kon de papieren niet vinden... en daarna zijn de papieren gevonden ... en toen ging hij die dingen halen. M: zeg tegen die eerloze uit Istanbul als hij belt.. dat die neef van "de Broer" uit Istanbul naar hun toe zal gaan en zij gaan het daar allemaal regelen. Map 24, pagina H 438: Op 10 maart 2013 te 16.52 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 7] en [medeverdachte 4] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: M: Waarom hoor ik het als laatste [medeverdachte 7] .. waarom zeg jij niets tegen mij... maar je weet toch heel goed. Dat wij in Istanbul heel grote zeggenschap hebben. (..) die vrienden aldaar zijn bezig.. ze proberen uit Istanbul.. als het blijkt dat die anderen vastzitten.. dan gaan ze via Griekenland.. want in Griekenland zijn er ook vrienden.. die doen dan het nodige? (..) Map 24, pagina H 440: Op 10 maart 2013 te 17.42 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 3] : broer hoe zal ik het je zeggen.. die van jou .. die heeft wat problemen in Turkije M: ja.. zit flink in de shit. [medeverdachte 3] : gisteren heeft de jongere mij een bericht gestuurd.. en heeft gezegd dit en dit is er aan de hand.. en ik heb gezegd ik zal het aan die van ons doorgeven (..) ik kreeg een zaak genaamd "Pamukkale" aan de lijn. M: Ja dat klopt dat is de zaak waar (Usta) "de Meester" verblijft.. dat is zaak daar beneden. (..) De Meester heeft al het nodige gedaan.. en nu worden ze door de vrienden daar geholpen. Map 24, pagina H 442: Op 11 maart 2013 te 19.43 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 20] ( [medeverdachte 14] ) . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 14] : God zij geprezen.. ik ben heelhuids teruggekomen he ( ..) Ik weet niet wanneer ik jou en [medeverdachte 1] even kan spreken.. onder zes ogen samen (..) Wat in ieder geval euh.. wat [medeverdachte 1] broeder en jij voor ons, voor mij hebben daar gedaan, zal ik het zo maar zeggen daar aan de overkant begrijp je eh.. Map 24, pagina H 459: Op 17 maart 2013 te 16.26 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] (F) en [medeverdachte 14] . In dit gesprek wordt onder meer gezegd: [medeverdachte 6] : en waarschijnlijk hebben ze gewoon samen die diefstal zo opgezet. Hebben ze gewoon samen afgesproken. Snap je, dus hij zit niet vast. [medeverdachte 14] : ... (ntv) dus ons geld komt gewoon. Map 25, pagina's H 466 tot en met H 528: Het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen: uitwerking OVC, met de daarbij behorende bijlagen. Dit proces-verbaal houdt onder meer in (pagina's H 486 en H 487 van de bijlage "vertaling van OVC 07-04-2013"): [medeverdachte 3] : Ja, ik zal jou het eigenlijke ((lees: de ware toedracht) vertellen. [medeverdachte 6] hier met eigen middelen.. begrijp je.. stuurt pillen? [medeverdachte 8] : onze [medeverdachte 6] ? [medeverdachte 3] : ja, ja! Hij stuurt pillen naar Istanbul. (Van)uit Duitsland.. [onverstaanbaar].. de tussenpersoon waar [medeverdachte 6] mee samenwerkt is iemand die bij jullie uit Kirsehir (provincie in Turkije) komt. Hij heeft een patisserie in Istanbul. Map 25, pagina's H 529 tot en met H 576: Het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen. Bakengegevens Ford C-Max transport Turkije, met de daarbij behorende bijlagen. Dit proces-verbaal houdt onder meer in: Uit afgeluisterde telefoongesprekken en observatie bleek dat [medeverdachte 6] verdovende middelen in de vorm van pillen met een personenauto naar Turkije wilde laten vervoeren. Hij had eerst contact met mensen in Turkije en ging zelf naar Turkije om de details te bespreken. Hierna [medeverdachte 13] hij een personenauto, een zwarte Ford C-max met Duits kenteken [kenteken] . Aan mij, verbalisant, werden de bakengegevens ter beschikking gesteld van de zwarte Ford C­ max met Duits kenteken [kenteken] . De bakengegevens zijn uitgekeken. 14 februari 2013, 20.52 uur tot en met 2 maart 2013 11.34 uur. Voertuig staat stil in de nabije omgeving van het [bedrijf] aan de [adres 4] te [geboorteplaats 1] . 2 maart 2013, 11.35 uur tot en met 00.00 uur. Zwarte Ford C-max [kenteken] komt in beweging en rijdt van het terrein van het garagebedrijf af. Herkenning bestuurder Ford C-max [kenteken] als zijnde [medeverdachte 6] . [medeverdachte 6] geeft door aan [medeverdachte 14] dat hij buiten staat. [medeverdachte 14] komt eraan. [adres 34] 36-38. Stapt een NN-man in als passagier. Ford C-max BM G 3754 vertrekt vanaf de [adres 34] te [geboorteplaats 1] . De NN-man slaat met zijn knokkels meerdere keren op de bovenzijde van de gehele rechterhelft van het dashboard. Voertuig vervolgt de weg richting Venlo. Voertuig vervolgt de weg richting Duitsland, Kerpen. 16.15 uur - 00.00 uur Voertuig staat stil in de omgeving van de Händelstrasse te Kerpen (D). 4 maart 2013 Voertuig staat stil in de omgeving van de Händelstrasse te Kerpen (D). 11.45 uur Voertuig verplaatst zich richting Venlo. 22.13 uur Voertuig verplaatst zich naar de omgeving van de Wittemstraat [geboorteplaats 1] en komt daar tot stilstand. 5 maart 2013 22.35 uur Voertuig verplaatst zich vanaf de omgeving [adres 4] te [geboorteplaats 1] richting Venlo. 23.21 uur Voertuig verplaatst zich richting Kerpen (D). 7 maart 2013 19.42 uur Voertuig vertrekt en rijdt over de A4 Köln en A3 8 maart 2013 01.06 uur Voertuig vervolgt zijn weg over de A3 naar de A8 Oostenrijk 06.37 uur - 06.42 uur Voertuig staat stil in de omgeving van de overgang van Oostenrijk naar Slovenië 07.35 uur - 07.44 uur Voertuig staat stil in de omgeving van de overgang van Slovenië naar Kroatië 10.19 uur - 10.56 uur Voertuig staat stil in de omgeving van de overgang van Kroatië naar Servië. 15.30 uur - 15.37 uur Voertuig staat stil in de omgeving van de overgang van Servië naar [geboorteland medeverdachte 24] . 19.51 uur- 20.11 uur Voertuig staat stil in de omgeving van de overgang van [geboorteland medeverdachte 24] naar Turkije. 22.30 uur Voertuig verlaat de E80 richting langs een spoorlijn naar Deliklikaya (straatnaam in voorstad Istanbul) en rijdt vervolgens dezelfde weg weer terug naar de E80. Map 25, pagina H 577: Het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, Stempels in paspoort verdachte [medeverdachte 6] , met de daarbij behorende bijlagen. Dit proces-verbaal houdt onder meer in: Mij werden kopieën van bladzijden van het paspoort van verdachte [medeverdachte 6] toegezonden bevattende douanestempels. Aan de hand van de douanestempels voorkomende op de kopieën van het paspoort was het volgende te zien: 2 februari 2013 entree/binnenkomst Luchthaven Esenboga Ankara 4 februari 2013 uitgang/vertrek Luchthaven Esenboga Ankara 9 maart 2013 entree/binnenkomst Luchthaven Istanbul Atatürk 11 maart 2013 uitgang/vertrek Luchthaven Istanbul Atatürk Map 25, pagina's H 679 tot en met H 724: Het ambtsedig proces-verbaal nummer 60-547025-2, met daarbij de Nederlandse vertaling vanuit het Turks van uitvoeringsstukken van het rechtshulpverzoek aan Turkije (pagina H 583 tot en met H 677). Dit proces-verbaal houdt onder meer in: Pagina H 583: Referentie: het besluit tot gecontroleerde aflevering van het Parket van de Hoofdofficier van Justitie te Ankara. Verdachten: [medeverdachte 16] [medeverdachte 11] , [medeverdachte 19] , [medeverdachte 8] . In beslag genomen strafbare goederen: ecstasy met een totaal brutogewicht van 4 kg 300 gram, voertuig van het merk Ford voorzien van het kenteken [kenteken] . Algemene samenvatting: bij bestudering van het (onderzoeks)document is beoordeeld dat het gepast is dat het besluit genomen dient te worden tot een gecontroleerde aflevering. Vanaf het moment dat de persoon op datum 08-03-2013 om 20.51 uur ons land binnen is gereisd via de grensovergang Edirne Kapiküle is aangevangen met fysieke observatie. In dit kader is aangevangen met de fysieke observatie van het voertuig van het merk Ford Focus C­ max, zwart van kleur, voorzien van het kenteken [kenteken] . Waargenomen is dat zich een persoon bevindt in de auto. Na aanhouding is bij controle van de identiteit vastgesteld dat deze persoon is genaamd [medeverdachte 16] [medeverdachte 11] . Omstreeks 00.05 heeft de auto geparkeerd ter hoogte van de kruising van [adres 2] , en is gaan wachten. Omstreeks 00.15 uur is naast het betreffende voertuig met kenteken [kenteken] het voertuig gekomen van het merk Renault Kango, waarin zich twee personen bevonden. Na aanhouding is bij controle van de identiteit vastgesteld dat de persoon die het voertuig bestuurde is genaamd [medeverdachte 19] en dat de andere persoon in de auto is genaamd [medeverdachte 8] . Bij doorzoeking van het voertuig met kenteken [kenteken] is een middel wit van kleur onderschept in het onderste gedeelte van de voorconsole, op verstopte wijze in de vorm van 8 pakjes, met een totaal brutogewicht van 4 kg 300 gram, met daarop de aanduiding " Rolex", waarvan vermoed wordt dat het van de verdovende middelen het middel Ecstasy betreft. Pagina H 695: Proces-verbaal van testen en wegen. In het kader van de op 09-03-2013 door de Dienst Directie Bestrijding Narcoticadelicten gehouden drugsoperatie en onderschepte middelen zijn bij weging op onze Dienst van Directie, 8 onderschepte pakketten met een totaal brutogewicht van 4 kg 300 gram verdovende middelen waarvan vermoed wordt dat het Ecstasy betreft; het betreffende middel is middels een testkit van het merk Drug-Screen gecontroleerd en is beoordeeld dat het van de verdovende middelen het amfetamine effectieve verdovende middel Ecstasy bevat. Pagina H 719: Expertise rapport. Analyse verdovende middelen. Goederen die aan de deskundige zijn overhandigd: verband houdend met een opsporingsonderzoek die door de medewerkers wordt verricht, is toegezonden; l witkleurig tablet voorzien van een "Kroon" logo/embleem met een nettogewicht van 4013,0 gram (bruto 4024,0 gram). Als gevolg van testen en onderzoeken is vastgesteld dat de onder punt l vermelde witkleurige tabletten (pilletjes) bevatten van de verdovende middelen de stof met de stimulerende eigenschap MDMA. Map 24, pagina H 112: Het ambtsedig proces-verbaal van relaas zaak 8: handel in verdovende middelen (uitvoer). Dit proces­ verbaal houdt onder meer in: Op 15 maart 2013 werden van de Nederlandse liaison officer in Turkije twee e-mails ontvangen waarin werd vermeld dat op 9 maart 2013 in Turkije ongeveer 21000 stuks XTC tabletten waren aangetroffen in een verborgen ruimte in het dashboard van de personenauto met kenteken [kenteken] . Hierbij werd als bestuurder aangehouden: [medeverdachte 16] [medeverdachte 11] . Map 25, pagina H 704: Het ambtsedig proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 16] [medeverdachte 11] . Dit proces-verbaal houdt onder meer in: Ik had schulden en had geld nodig. Een persoon genaamd [medeverdachte 6] uit Nederland, waarvan ik weet dat hij uit de stad Kirsehir komt, heeft mij een voorstel gedaan om een motorvoertuig te kopen, en dat hij in dit motorvoertuig een geheim compartiment wilde maken met daarin computeronderdelen verstopt, zodat niemand het kon vinden. Ik moest dat motorvoertuig naar Turkije brengen en zei hij dat hij het in Turkije zou overnemen. Omdat er veel belasting geheven wordt voor computeronderdelen bij de douane, zei hij dat hij het op deze manier over de grens wilde brengen. Hij zei tegen mij dat ik 5000 euro zou krijgen voor deze klus. Ongeveer binnen twee weken hebben we samen met [medeverdachte 6] dit motorvoertuig voor een bedrag van 5300 euro gekocht en heeft [medeverdachte 6] het geld voor het motorvoertuig betaald. Hij heeft het motorvoertuig van mij genomen, over twee à drie dagen heeft hij het motorvoertuig weer aan mij teruggegeven. Hij heeft toen gezegd dat hij de computeronderdelen in het motorvoertuig had verstopt en dat ik mij geen zorgen hoefde te maken omdat niemand het zou kunnen vinden en dat hij met het vliegtuig naar Turkije zou komen en het motorvoertuig daar van mij zou overnemen. Voordat ik aangehouden ben, ben ik 24 uren eerder vanuit Duitsland vertrokken. Tijdens de autoreis hebben wij de hele tijd telefonisch contact gehad met elkaar. Ik ben zonder problemen de douane gepasseerd. [medeverdachte 6] heeft gebeld en zei dat ik moest settelen in een hotel in Beylikdüzü. Ik was de weg kwijtgeraakt, ik ben toen gestopt langs de weg. Op dat moment heb ik telefonisch met [medeverdachte 6] gesproken, waarop hij vroeg waar ik was. Ik heb toen beschreven waar ik was, toen heeft hij gezegd: "oké, ik stuur iemand naar jou toe, ze zullen je opvangen". De politie heeft ons aangehouden. [medeverdachte 6] heeft tegen mij gezegd dat hij met het vliegtuig zou komen en dat hij mij in het hotel zou treffen. Map 3, pagina 1083: Het ambtsedig proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 6] . Dit proces-verbaal houdt onder meer in: Ik heb een auto laten aanschaffen, ik heb pillen gehaald, pillen in de auto gedaan en naar Turkije gestuurd. Map 4, pagina 1453: Het ambtsedig proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 7] . Dit proces-verbaal houdt onder meer in: Ik heb alleen papieren gehaald voor de apk van mijn broer. Ik heb wel eens in een Ford gezeten, maar weet niet of het een C-Max is. Map 4, pagina's 1759 tot en met 1762: Het ambtsedig proces-verbaal van verhoor van [adres 4] , opgemaakt op 2 december 2013. Dit proces-verbaal houdt onder meer in: Ik ben samen met [persoon] eigenaar van [bedrijf] te [geboorteplaats 1] . Twee jaar geleden kwamen Marokkanen bij mijn bedrijf en die vroegen of ik bij het dashboardkastje ruimte wilde maken. Ze hebben niet gezegd waarom dat was. Ik heb hier op geantwoord dat ik dit niet ging doen, want ik voelde dat het niet klopte. [medeverdachte 6] en zijn hele familie zijn klanten bij mijn bedrijf. [medeverdachte 6] kwam bij mij voor normale reparaties. (..). Het zijn geen goeie jongens, ze zijn allemaal bezig met criminele activiteiten. [medeverdachte 6] kwam op een gegeven moment met de C-Max met een Duits kenteken volgens mij. Ik weet niet meer wanneer dat was, maar het was koud buiten. [medeverdachte 6] die zei tegen mij dat ik bij de Ford C-max ruimte moest maken bij het dashboard. Ik moest een paar dingen los maken, [medeverdachte 6] gaf aan wat ik los moest maken. [medeverdachte 6] vertelde toen dat hij mij daarvoor zou gaan betalen, hij liet ook cashgeld zien. [medeverdachte 6] wees aan wat ik los moest halen. Ik moest heel het dashboardkastje los maken. [medeverdachte 6] gaf mij nu meteen 500 euro en de rest zou hij later betalen. Ik heb de stijlen los gemaakt en vervolgens het dashboard losgemaakt. [medeverdachte 6] was in het begin alleen en later was broertje, [medeverdachte 7] ook mee. Ik had meteen vanaf het begin het gevoel dat het niet klopte. Map 4, pagina's 1767 en 1768: Het ambtsedig proces-verbaal van verhoor van [adres 4] . Dit proces-verbaal houdt onder meer in: Ik wil vanaf nu echt de waarheid vertellen. Toen [medeverdachte 6] mij vroeg om ruimte te maken in een auto zei hij dat hij geld wilde wegbrengen naar Turkije. Ik dacht toen nou dat zal dan wel geld zijn van de weedhandel. Iedereen weet dat de [andere naam verdachte] in de weedhandel zitten. Ik denk dat [medeverdachte 6] later is teruggekomen met de Ford C-max. Ik denk dat hij me toen 500 Euro heeft gegeven. Mede door het feit dat ik 500 Euro kreeg voor die klus heb ik het gedaan. Ik zei toen nog tegen hem als je dan toch geld gaat wegbrengen geef mij dan wat ik nog van je tegoed heb. Hij zei toen wacht maar even jongen ik ga het eerst wegbrengen en daarna betaal ik je. [medeverdachte 6] kwam de auto bij mij brengen en hij vertelde me dat ik er tegen niemand iets over moest zeggen. Hij heeft toen ook de kentekenplaten van de aut-o verwijderd. [medeverdachte 6] vertelde me dat er iets met de APK van de auto of met de papieren van de APK was. Hij was in de auto ook nog aan het zoeken naar papieren. Er zaten Duitse kentekenplaten op. Hij heeft me toen verschillende dingen aangewezen die ik moest losmaken in de auto. Ik heb die dingen losgemaakt. Het resultaat was dat het dashboard loskwam. Ook heb ik een opbergruimte bovenop het dashboard verwijderd. Toen ik hiermee klaar was hebben we contact met elkaar gehad en is [medeverdachte 6] gekomen om te kijken naar het resultaat. Hij heeft toen gekeken naar het resultaat en hij vond dat er niet genoeg ruimte was. Hij vertelde

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.