GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team Handelsrecht zaaknummer 200.250.871/01 arrest van 5 maart 2019 gewezen in het incident ex artikel 351 Rv in de zaak van [appellant] , wonende te [woonplaats] , appellant in de hoofdzaak, eiser in het incident, hierna aan te duiden als: [appellant] , advocaat: mr. J.M. McKernan te Sittard, tegen Stichting Woonpunt, gevestigd te [vestigingsplaats] , geïntimeerde in de hoofdzaak, verweerster in het incident, hierna aan te duiden als: Woonpunt, advocaat: mr. M.P.H. van Wezel te Utrecht, op het bij exploot van dagvaarding van 3 december 2018 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 9 november 2018, gewezen tussen [appellant] als gedaagde en Woonpunt als eiseres. 1Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 7251623 CV EXPL 18-6167) Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis. 2Het geding in hoger beroep Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding in hoger beroep met grieven, tevens houdende incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis in eerste aanleg met producties; de memorie van antwoord in het incident, tevens antwoord in de hoofdzaak met producties. Het hof heeft een datum bepaald voor arrest in het incident. 3De beoordeling In het incident 3.
- In het vonnis van de voorzieningenrechter van 9 november 2018 is [appellant] veroordeeld om binnen 14 dagen na betekening van het vonnis de woning aan de [adres] te [woonplaats] , die hij sinds 23 augustus 2010 van Woonpunt huurt, te ontruimen en te verlaten met al hetgeen zich vanwege [appellant] daarin of daarop bevindt en al diegenen die zich daarin of daarop vanwege [appellant] bevinden, onder afgifte van de sleutels aan Woonpunt. Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. 3.
- De vordering in het incident strekt tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van 9 november
- 3.
- In haar memorie van antwoord in het incident heeft Woonpunt medegedeeld dat de woning op 6 december 2018 is ontruimd. Volgens Woonpunt betekent dit dat [appellant] geen belang meer heeft bij de gevorderde schorsing van de tenuitvoerlegging. 3.
- Alvorens een beslissing te nemen in het incident, zal het hof [appellant] in de gelegenheid stellen te reageren op de stelling van Woonpunt dat hij geen belang meer heeft bij een beslissing in het incident. 3.
- Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. In de hoofdzaak 3.
- [appellant] heeft op de rol van 19 februari 2019 pleidooi gevraagd. Op de dag van de uitspraak van dit arrest, 5 maart 2019, staat de zaak voor overleggen verhinderdata partijen (periode april t/m juli 2019) aan de zijde van appellant. 4De beslissing Het hof: in het incident: verwijst de zaak naar de rol van 19 maart 2019 voor akte aan de zijde van [appellant] met het hiervoor in rechtsoverweging 3.4 vermelde doel, ambtshalve peremptoir; houdt iedere verdere beslissing aan; in de hoofdzaak: verstaat dat de zaak is verwezen naar de rol van vandaag voor overleggen verhinderdata partijen (periode april t/m juli 2019) aan de zijde van appellant; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, J.I.M.W. Bartelds en J.M.H. Schoenmakers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 5 maart
- griffier rolraadsheer