Parketnummer : 20-002152-18 Uitspraak : 22 januari 2020 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 28 juni 2018 met parketnummer 01-052613-18 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf met parketnummer 01-205318-16, in de strafzaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , wonende te [adres] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van ‘openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen’ veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand. Voorts is de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] hoofdelijk toegewezen tot een bedrag van € 300,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 december 2017 tot aan de dag der algehele voldoening en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Tot slot is de tenuitvoerlegging gelast van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant d.d. 13 februari 2017, gewezen onder parketnummer 01-205318-16, te weten: een taakstraf voor de duur van 40 uren subsidiair 20 dagen hechtenis. Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis integraal zal bevestigen. De verdediging heeft primair bepleit dat het hof de verdachte van het ten laste gelegde zal vrijspreken en subsidiair een strafmaatverweer gevoerd. Voorts heeft de verdediging bepleit dat de vordering van de benadeelde partij zal worden afgewezen dan wel dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering. Tot slot heeft de verdediging primair bepleit dat de vordering tot tenuitvoerlegging zal worden afgewezen en zich subsidiair ten aanzien van de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging gerefereerd aan het oordeel van het hof. Vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter. Tenlastelegging Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 29 december 2017 te Grave, althans in Nederland, openlijk, te weten op een voor het publiek toegankelijke plaats, te weten de bezoekersruimte van de P.I. te Grave, in elk geval op of aan een openbare weg en/of een voor het publiek toegankelijke plaats en/of ten aanschouwe van althans zichtbaar voor het publiek, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer perso(o)n(en), te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , welk geweld bestond uit: - het over de bezoekerstafel heen springen/klimmen; - het met snelheid aflopen op [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] ; - het over de bezoekerstafel heen hangen; - het maken van slaande bewegingen in de richting van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] . De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 29 december 2017 te Grave openlijk, te weten op een voor het publiek toegankelijke plaats, te weten de bezoekersruimte van de P.I. te Grave, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , welk geweld bestond uit: - het over de bezoekerstafel heen springen/klimmen; - het met snelheid aflopen op [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ; - het over de bezoekerstafel heen hangen; - het maken van slaande bewegingen in de richting van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] . Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewijsmiddelen De paginanummers die in onderstaande bewijsmiddelen zijn genoemd, verwijzen naar pagina’s van het dossier van de politie eenheid Oost-Brabant, district ’s-Hertogenbosch, basisteam Maas en Leijgraaf, [registratienummer] , afgesloten d.d. 19 februari 2018, doorgenummerde pagina’s 1 tot en met 50. Alle te noemen processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten. Alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven. Het hof ontleent aan de inhoud van de navolgende bewijsmiddelen het bewijs dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan. 1. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 29 december 2017, met bijlagen (pg. 5-11), voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer 1] : (pagina 5) Op 29 december 2017 was ik aan het werk bij de P.I. te Grave, gelegen aan de Muntlaan 1 te Grave. Ik ben hier bewaarder complexbeveiliger. Omstreeks 10.15 uur was ik aanwezig in de bezoekerszaal. In deze ruimte krijgen de gedetineerden de gelegenheid om onder toezicht contact te hebben met familieleden of vrienden. In de bezoekerszaal hebben de gedetineerden en de bezoekers een aparte ingang en een aparte ruimte waarin zij tijdens het bezoek verblijven. Deze twee ruimtes zijn gescheiden door bezoektafels (dit noemen wij de slang) waar aan de ene kant de gedetineerde kan zitten en aan de andere kant de bezoeker. Aan volgens mij was het tafel 10 zat een gedetineerde genaamd [naam gedetineerde] . Ik zag dat [de gedetineerde] drie bezoekers had. Ik kan deze bezoekers als volgt omschrijven. (pagina 6) Bezoeker 1: Noord Afrikaanse afkomst Smal postuur Zwart/bruin krullend haar in een knotje Bezoeker 2: Noord Afrikaanse afkomst Volgens mij een oranje/roodachtig Barcelona trainingspak Zijn gezicht leek een beetje op die van kickbokser Badr Hari Bredere bouw Bezoeker 3: Noord Afrikaanse afkomst Blauw of groen, maar volgens mij blauw trainingspak Mollig postuur Ik en mijn collega [slachtoffer 3] hadden [de gedetineerde] vast staan tegen de muur aan. Ik had op dat moment zicht op de bezoekerstafels. Ik zag dat bezoeker 1 en bezoeker 2 op de stoelen stonden. Ik zag dat bezoeker 1 en bezoeker 2 in onze richting keken. Ik hoorde ze roepen: “He dat mag niet een nekklem!” of woorden van gelijke strekking. Ik zag dat bezoeker 1 via de stoel waar hij op stond over de bezoekerstafel heen sprong en snel en dreigend op mij af kwam. Ik heb bezoeker 2 (het hof begrijpt: bezoeker 1) vervolgens met mijn arm om zijn nek vastgepakt. Ik had bezoeker 1 wel vast, maar ik had hem niet goed onder controle. Ik voelde dat bezoeker 1 veel weerstand bood. Door de worsteling kwamen we steeds meer in de richting van de bezoekerstafel waar bezoeker 1 eerder over heen kwam. Ik zag dat mijn collega [slachtoffer 2] er ook aan kwam en mij mee hielp om bezoeker 1 onder controle te krijgen. (pagina 7) Ik keek op dat moment in de richting van bezoeker 2. Ik zag dat bezoeker 2 over de bezoekerstafel heen meerdere slaande bewegingen maakte met een vlakke hand. Ik zag dat bezoeker 2 ook een slaande beweging maakte in mijn richting met zijn vuist. Ik hoorde dat bezoeker 2 tegen mij riep: “ik pak je nog wel Chinees”. Ik weet dat bezoeker 2 mij daarmee bedoelde omdat ik de enige in de ruimte was met een Chinese afkomst. Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit. 2. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 29 december 2017 (pg. 12-14), voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer 2] : (pagina 12) Ik ben complexbeveiliger van de P.I. te Grave, gelegen aan de Muntlaan 1 te Grave. Op 29 december 2017 omstreeks 10.15 uur was het bezoekuur in de P.I. te Grave bijna ten einde. Er zaten ongeveer 30 personen in de bezoekershal. Ik was toen toezichthouder samen met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] . Er waren voor een gedetineerde drie personen op bezoek. Die drie personen kan ik als volgt beschrijven: Persoon 1: Man Lichtgetint Zwart haar in een staart tot aan de schouder Ongeveer 1.80 meter Normaal postuur Zwart shirt met lange mouwen, volgens mij met een capuchon Persoon 2: Man Lichtgetint Zwart gemillimeterd kort haar Ongeveer 1.90 meter Gespierd postuur Trainingspak, merk onbekend. Het jasje was bordeaux rood. (pagina 13) Persoon 3: Man Lichtgetint Zwart haar, lengte onbekend Gezet postuur, hier bedoel ik dik mee Zwart shirt, onbekend lange of korte mouwen Ineens zag ik dat persoon 1 de balie overklom. De balie is ongeveer 1.30 meter hoog. Omdat ik zag dat hij snel op ons af kwam, moesten wij de gedetineerde loslaten om persoon 1 vervolgens onder controle te krijgen. Ik zag dat persoon 1 een slaande beweging richting [slachtoffer 1] maakte, waardoor [slachtoffer 1] afweerde. In mijn ooghoeken zag ik persoon 2 over de balie klimmen. Het kwam op mij erg dreigend over. Tijdens zijn klim heb ik hem met gepast geweld terug de bezoekershal in gewerkt. Daarna ben ik weer doorgegaan met persoon 1 samen met [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] en ik kregen persoon 1 bijna niet onder bedwang. Uiteindelijk heb ik hem kunnen klemmen waardoor hij niks meer kon. 3. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 29 december 2017 (pg. 15-17), voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer 3] : (pagina 15) Ik ben werkzaam als medior complexbeveiliger in de P.I. te Grave, gelegen aan de Muntlaan 1 te Grave. Op 29 december 2017 was ik werkzaam bij de P.I. te Grave als toezichthouder bij de bezoekerszaal. Deze bezoekerszaal heeft een bezoekersslang. Op het moment dat ik daar toezicht hield, waren er ongeveer twaalf gedetineerden met hun bezoek aanwezig. Ik hield met nog twee andere collega’s toezicht. Deze collega’s heten [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] . Omstreeks 09.30 uur kwamen er drie mannelijke bezoekers met een Noord Afrikaans uiterlijk binnen voor een gedetineerde. (pagina 16) Ik zag dat deze drie bezoekers tegenover de gedetineerde gingen zitten. De man (persoon 1) met het staartje zat met de rug naar mijn collega [slachtoffer 1] . Daarnaast zat de man (persoon 2) met een bordeaux rood trainingspak en een blauwe trainingsbroek. Naast persoon 2 zat een dikke man (persoon 3) met een strak voetbalshirt met lange mouwen, donkerblauw van kleur. Omstreeks 10.14 uur ben ik gaan staan en heb ik geroepen dat het einde bezoekuur is. Toen ik stond, had ik goed zicht op bovengenoemde gedetineerde en zijn bezoekers. Ik zag en hoorde heel veel geschreeuw van de personen 1 en 2. Ik zag dat de personen 1 en 2 op de stoelen stonden en half over de slang hingen. Ik ben naar voren gelopen naar de slang naar de personen 1 en 2. Ik zag dat mijn collega [slachtoffer 1] met persoon 1 aan het stoeien was die over de slang heen was gesprongen. Ik ben naar mijn collega [slachtoffer 1] en persoon 1 gelopen en ik heb persoon 1 met mijn beide armen en handen zijn beide armen vast gehouden. Op het moment dat collega [slachtoffer 1] en ik persoon 1 vasthielden, zag ik dat er heel veel personeel in de bezoekerszaal binnen kwam gelopen. Ik kan persoon 1 als volgt omschrijven: Noord Afrikaans uiterlijk Zwart haar in een staart Ongeveer 1.78 m Deze persoon droeg een zwarte trui met steekzakken en capuchon, zwarte broek en zwarte schoenen. Ik kan persoon 2 als volgt omschrijven: Noord Afrikaans uiterlijk Opgeschoren haren aan de zijkant en bovenop de haren achterover gekamd Ongeveer 1.85 m Deze persoon droeg een trainingsjack, kleur: bordeaux rood, trainingsbroek, kleur: blauw en sportschoenen. (pagina 17) Ik kan persoon 3 als volgt omschrijven: Noord-Afrikaans uiterlijk Zwarte haren achterover gekamd 4. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 29 december 2017 (pg. 45-48), voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte 1] : (pagina 46) Vandaag, omstreeks 09.30 uur, waren ik, [verdachte] en [medeverdachte 2] op bezoek geweest bij [de gedetineerde] in de P.I. te Grave. [de gedetineerde] is de broer van [verdachte] . Wij zaten met z’n drieën aan tafel en [de gedetineerde] zat aan de andere kant. Tussen ons zat een plastic wand, maar deze was niet zo hoog. Vervolgens wordt [de gedetineerde] door een van de bewaarders bij zijn rechterarm gepakt en mee naar achter genomen. Ik zag dat [verdachte] zijn broertje wilde helpen en over de bezoekerstafel heen klom. Ik zag dat [verdachte] erg boos en geschrokken was. Ik heb zelf wel wat geroepen en gescholden. (pagina 47) Ik heb een fors postuur en ben van Marokkaans-Nederlandse afkomst. Tevens heb ik donker kort haar. Ik droeg een blauw trainingspak van Bayern München met zwarte Nike schoenen. Tevens droeg ik een lichtblauw vestje van Manchester City. [verdachte] had een staartje/knotje en een sportief figuur en is van Marokkaanse afkomst. [medeverdachte 2] heeft een lengte van ongeveer 1.90 meter, kort donker haar, een stevig postuur en is van Marokkaanse afkomst. Volgens mij droeg hij een trainingspak van Barcelona. Het waren twee verschillende kleuren. Ik hoorde dat [medeverdachte 2] aan het schreeuwen was. Ik was boos op de bewaarders en heb hen uitgescholden voor sukkels en misschien voor mongolen. Ik heb [verdachte] over de tafel heen zien springen. Ik zag dat [verdachte] op zijn broertje afliep. Ik zag dat [medeverdachte 2] zijn arm strekte naar de bewaarders. (pagina 48) Ik zag dat [medeverdachte 2] over de tafel heen hing en zijn arm strekte. 5. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 29 december 2017 (pg. 29-30), voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte 2] : (pagina 30) Vandaag, 29 december 2017, omstreeks 09.15 uur was ik bij de gevangenis in Grave. We waren met zijn drieën. Eén van de jongens met wie ik was had een broer die vastzit in de gevangenis in Grave. Tijdens het bezoek aan de broer van [verdachte] , [de gedetineerde] , begroeten we elkaar. We hebben een uur bij elkaar gezeten. Tijdens het afscheid nemen groet [verdachte] zijn broer. Hierop komen de bewaarders in de ruimte naar ons toe. Eén van de bewaarders pakt [de gedetineerde] bij zijn arm. Ik schreeuwde naar de bewaarder. Ik hield de bewaarders (het hof begrijpt: [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3]) tegen door over de rand van het bureautje te hangen en met mijn armen af te weren. Dit deden we alle drie. [verdachte] reageert feller dan ik doe. 6. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 29 december 2017 (pg. 37-39), voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte: (pagina 38) Ik was vanmorgen tussen 09.30 en 10.30 uur op bezoek bij mijn broer die momenteel gevangen zit in Grave. Ik was daar samen met twee vrienden. We hebben aan een tafel zitten praten. Dat is zo’n spreektafel met een scherm ertussen. Toen het bezoek afgelopen was, heb ik mijn broer over het scherm een hand en een knuffel gegeven en ook mijn vrienden deden dat. Ik zag dat mijn broer terugliep naar de uitgang van de bezoekzaal. Ik zag dat hij onderweg daar naartoe door een bewaarder bij zijn arm werd vastgepakt en dat een andere bewaarder op hen toeliep. Ik werd boos en ben over zo’n zelfde spreektafel, nabij de uitgang van de bezoekzaal naar de cellen, gesprongen omdat ik mijn broer wilde helpen. Ik heb de bewaker van mijn broer weggeduwd en toen werd ik door een of meerdere bewakers vastgepakt. Ik ben 1.75 meter, heb een normaal postuur en ben van Marokkaans-Nederlandse afkomst. Tevens heb ik donker haar, een grote bos krullen. Tijdens het bezoek droeg ik een staartje in mijn haar. 7. De verklaring van de verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 11 december 2019: Ik ben de persoon die wordt omschreven als de persoon met een smal postuur en een staart/knotje. Ik ben over de bezoekerstafel heen gesprongen en heb [slachtoffer 1] een duw gegeven. Ik heb geschreeuwd en de anderen ook. Bewijsoverwegingen De verdediging heeft primair bepleit dat het hof de verdachte van het ten laste gelegde zal vrijspreken. Daartoe is primair aangevoerd dat het vierde ten laste gelegde gedachtestreepje, inhoudende het maken van slaande bewegingen in de richting van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , niet kan worden bewezen. De eerste drie ten laste gelegde gedachtestreepjes kunnen wel worden bewezen, doch leveren geen openlijke geweldpleging op, aldus de verdediging. Subsidiair heeft de verdediging naar voren gebracht dat het bestanddeel ‘in vereniging’ niet kan worden bewezen, omdat geen sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking. Meer subsidiair heeft de verdediging bepleit dat niet kan worden gesproken van ‘openlijke’ geweldpleging, omdat het voorval zich heeft voorgedaan in een bezoekerszaal van een penitentiaire inrichting. Het hof overweegt als volgt. Het verweer van de verdediging, voor zover inhoudende dat het vierde gedachtestreepje – het maken van slaande bewegingen in de richting van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] – niet kan worden bewezen, wordt weerlegd door de inhoud van de bewijsmiddelen. Het hof ziet geen reden om aan de juistheid en de betrouwbaarheid van die bewijsmiddelen te twijfelen. Met name hecht het hof redengevende betekenis aan de verklaring van [medeverdachte 2] (dossierpagina 30) waarin hij - zakelijk weergegeven - verklaart dat zij alle drie de bewaarders tegen wilden houden door over het bureau te hangen en met armen af te weren, waarbij [verdachte] feller was dan hij ( [medeverdachte 2] ). In de context van de kennelijke bedoeling van de verdachten om [de gedetineerde] te ontzetten, kunnen deze armbewegingen naar het oordeel van het hof niet anders dan aanvallend en derhalve als “slaand” worden opgevat. Dit wordt bevestigd door de verklaring van [slachtoffer 1] (dossierpagina 7) waarin hij verklaart dat bezoeker 2 (de verdachte) over de bezoekerstafel heen meerdere slaande bewegingen maakte in zijn ( [slachtoffer 1] ’
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.