Parketnummer : 20-001478-19 Uitspraak : 17 januari 2020 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 10 mei 2019 in de strafzaak met parketnummer 02-236948-18 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , [adres] . Hoger beroep De politierechter heeft de verdachte ter zake van (telkens) diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak (feit 1 en feit 2) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken. Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de politierechter zal vernietigen en opnieuw rechtdoende, bewezen zal verklaren hetgeen aan de verdachte onder 1 en 2 ten laste is gelegd en hem te dien aanzien zal veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf van 150 uren subsidiair 75 dagen hechtenis. De verdediging heeft primair integrale vrijspraak bepleit. Subsidiair heeft de verdediging een strafmaatverweer gevoerd. Vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: 1.hij in of omstreeks de periode van 10 oktober 2017 tot en met 12 oktober 2017 te Sluiskil, gemeente Terneuzen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bouwkeet en/of meerdere containers (op het bouwterrein ter hoogte van de [straat] ) heeft weggenomen kabels van gereedschappen en/of gereedschappen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer I] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte en/of zijn mededaders, waarbij hij, verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen (voornoemde) goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking; 2.hij in of omstreeks de periode van 13 oktober 2017 tot en met 16 oktober 2017 te Westdorpe, gemeente Terneuzen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bouwkeet en/of meerdere containers (op het bouwterrein ter hoogte van de [straat] ) heeft weggenomen - voedingskabels en/of - een voedingskast en/of - (verlichtings)armaturen en/of - aansluitingsblokken, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer II] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte en/of zijn mededaders, waarbij hij, verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen (voornoemde) goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat: 1.hij in de periode van 11 oktober 2017 tot en met 12 oktober 2017 te Sluiskil, gemeente Terneuzen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een container (op het bouwterrein ter hoogte van de [straat] ) heeft weggenomen kabels van gereedschappen, toebehorende aan [slachtoffer I] , waarbij hij, verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak; 2.hij omstreeks 16 oktober 2017 te Westdorpe, gemeente Terneuzen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een container (op het bouwterrein ter hoogte van de [straat] ) heeft weggenomen - voedingskabels en - (verlichtings)armaturen en - aansluitingsblokken, toebehorende aan [slachtoffer II] , waarbij hij, verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak. Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewijsmiddelen Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht. Bewijsoverwegingen Algemene overweging De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd. Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft. Verweer van de verdediging strekkende tot integrale vrijspraak Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdediging bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. Daartoe is – kort gezegd – het navolgende aangevoerd. De verdachte heeft een auto gehuurd en die auto was – blijkens de track en trace gegevens – steeds in de buurt van de plaatsen delict. Er zijn geen andere bewijsmiddelen (DNA-materiaal en/of andere sporen) voorhanden op grond waarvan kan worden vastgesteld dat de verdachte betrokken is geweest bij de ten laste gelegde feiten. Er is aldus niet voldaan aan het in de wet gestelde bewijsminimum. Bovendien worden containers vaak middels spanbanden opengebroken en is – zo begrijpt het hof het verweer van de verdediging – geen sprake van een specifieke modus operandi. Oordeel van het hof Ter zake van het onder 1 ten laste gelegde feit stelt het hof – op basis van de aangifte van [aangever] (namens [slachtoffer I] ) – vast dat in de nacht van 10 op 11 oktober 2017 is geprobeerd twee containers open te breken, maar dat dit toen niet is gelukt. Voorts blijkt uit die aangifte dat in de nacht van 11 op 12 oktober 2017 te Sluiskil een container alsnog is opengebroken en dat daaruit kabels van gereedschappen zijn weggenomen. De container stond op een bouwterrein ter hoogte van de [straat] . De betreffende container is geopend doordat uit de zijkant van de container een vierkant was uitgeslepen en de pal waarmee de deur van de container was afgesloten, was weggeslagen. Met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde feit stelt het hof – op grond van de aangifte van [aangever] (namens [slachtoffer I] ) – vast dat omstreeks 16 oktober 2017 te Westdorpe uit een container diverse goederen (voedingskabels, verlichtingsarmaturen en aansluitingsblokken) zijn weggenomen. De container stond op een bouwterrein ter hoogte van de [straat] . Deze container is geopend doordat een tweetal sloten was doorgeknipt. Ook blijkt dat gebruik is gemaakt van spanbanden. Het hof stelt vast dat bij zowel het onder 1 als het onder 2 ten laste gelegde containers zijn opengebroken en daaruit goederen zijn weggenomen. Het hof ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of wettig en overtuigend kan worden bewezen dat het de verdachte is geweest die zich aan de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten schuldig heeft gemaakt. Deze vraag wordt door het hof bevestigend beantwoord. Aan dit oordeel ligt ten grondslag dat uit de track en trace gegevens van de door de verdachte gehuurde auto met Belgisch kenteken [kenteken] blijkt dat deze auto in de periode of omstreeks het moment waarop de goederen uit de containers zijn weggenomen, in de directe nabijheid van die containers langere tijd heeft stilgestaan. Ter zake van het onder 1 ten laste gelegde feit blijkt dat de door de verdachte gehuurde auto op 11 oktober 2017 tussen 02.06 uur en 02.27 uur heeft stilgestaan aan de [straat] te Sluiskil. Voorts blijkt dat deze auto vanaf 11 oktober 2017 om 21.52 uur daar in de buurt was en op 12 oktober 2017 tussen 01.24 uur en 04.59 uur precies op die plaats onafgebroken heeft stilgestaan. Met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde feit blijkt dat de door de verdachte gehuurde auto op 15 oktober 2017 tussen 03.14 uur en 03.41 uur heeft stilgestaan aan de [straat] te Westdorpe en zich tussen 15 oktober 22:33 uur en 16 oktober 2017 te 03:50 uur 12 keer verplaatst telkens op de [straat] te Sluiskil. De verdachte heeft de betreffende auto gehuurd van 9 oktober 2017 tot en met 22 oktober
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.