← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2020:1456

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Afdeling strafrecht Parketnummer 1e aanleg : [parketnummer] Parketnummer : 20-000741-20 Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft gezien de vordering van de advocaat-generaal van 28 april 2020 strekkende tot verlenging van de geldigheidsduur van het bevel tot gevangenhouding van [naam verdachte] geboren te [geboortedatum] wonende te [adres] thans gedetineerd te [detentieplaats] Dit bevel is op grond van artikel 66, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, van kracht tot 14 mei 2020. Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. M.J. Crombach. Het gerechtshof is na onderzoek gebleken dat de verdenking, bezwaren en gronden die tot het laatstelijk verleende bevel tot gevangenhouding van verdachte hebben geleid, ook thans nog bestaan. De vordering van de advocaat-generaal zal dus worden toegewezen, met dien verstande dat de voorlopige hechtenis ook komt te berusten op de grond dat in het bestreden vonnis van de [rechtbank] van 10 maart 2020 een vrijheidsbenemende maatregel is opgelegd namelijk plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaren waarvan de tenuitvoerlegging langer duurt dan de periode van het op grond van artikel 66, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering verlengde bevel tot gevangenhouding. Namens verdachte is in raadkamer een mondeling verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis gedaan. Het hof overweegt als volgt. Verdachte is door de rechtbank veroordeeld tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders. Bij het opleggen van deze maatregel is door de rechtbank geen aftrek toegepast van de tijd welke verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Verdachte bevindt zich sinds 8 mei 2019 in voorarrest. Onder meer vanwege de coronacrisis is er nog geen zicht op een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep. Gelet op de aard en de ernst van de aan verdachte verweten feiten is er naar het oordeel van het hof sprake van een te grote disproportionaliteit wanneer de voorlopige hechtenis nog langer zou voortduren. Het hof zal daarom de voorlopige hechtenis schorsen onder na te melden voorwaarden tot aan de dag van de uitspraak in deze zaak in hoger beroep. Het hof wijst toe het verzoek en schorst de voorlopige hechtenis met ingang van [datum] om 10.00 uur tot aan de dag van de uitspraak in deze zaak in hoger beroep, onder na te melden voorwaarden: BESCHIKKENDE: Verlengt de geldigheidsduur van het bevel tot gevangenhouding van verdachte voor een termijn van honderdtwintig dagen. Wijst toe het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis. Beveelt dat de voorlopige hechtenis van verdachte zal worden geschorst met ingang van [datum] om 10:00 uur tot aan de dag van de einduitspraak in deze zaak in hoger beroep. Stelt aan de verdachte als voorwaarden der schorsing: dat verdachte – indien de opheffing der schorsing mocht worden bevolen – zich aan de tenuitvoerlegging van het bevel tot voorlopige hechtenis, niet zal onttrekken; dat verdachte – ingeval hij wegens het feit waarvoor voorlopige hechtenis is bevolen – tot andere dan vervangende vrijheidsstraf mocht worden veroordeeld, zich aan de tenuitvoerlegging daarvan niet zal onttrekken; dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; verdachte dient zich binnen drie werkdagen te melden bij Reclassering Nederland op het [adres]. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt om het reclasseringstoezicht uit te voeren; verdachte werkt mee aan het toezicht en de begeleiding door de reclassering, zo lang als de reclassering dat nodig vindt. Hieronder valt ook het meewerken aan huisbezoeken. Verdachte houdt zich aan de door de reclassering te geven aanwijzingen; De reclassering wordt opgedragen toezicht te houden op de naleving van deze voorwaarden en verdachte daarbij te begeleiden; dat verdachte zich gedurende de schorsing van de voorlopige hechtenis zal onthouden van het plegen van strafbare feiten; dat verdachte gehoor zal geven aan alle oproepingen van politie en justitie. dat verdachte zich op de dag van de einduitspraak in deze zaak in hoger beroep om uiterlijk 08.30 uur weer zal melden bij de dienstdoende ambtenaar in het paleis van justitie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch aan de Leeghwaterlaan 8, 5223 BA in ’s-Hertogenbosch. Aldus gedaan op 30 april 2020 door mr. R.A.T.M. Dekkers, voorzitter, mr. M.E.F.H. van Erve en mr. G.P.M.F. Mols, raadsheren, in tegenwoordigheid van mw. S.J.H. van Beekveld, griffier. De advocaat-generaal gelast de tenuitvoerlegging van vorenstaande beschikking en brengt deze ter kennis van verdachte. ’s-Hertogenbosch, 30 april 2020 De advocaat-generaal, Gezien d.d. De Directeur van [detentieplaats]

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.