← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2020:1627

Parketnummer : 20-000573-18 Uitspraak : 4 mei 2020 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 19 februari 2018 in de strafzaak met parketnummer 01-880195-15 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 1970, wonende te [adres 1] . Hoger beroep De verdachte en de officier van justitie hebben tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Omvang van het hoger beroep Het hoger beroep van de verdachte is in de appelakte uitdrukkelijk beperkt tot de veroordeling ter zake van hetgeen aan hem onder 1 primair en subsidiair, 3, 4, 5 primair en subsidiair, 6 en 7 ten laste is gelegd. Het door de officier van justitie ingestelde hoger beroep is blijkens de appelakte gericht tegen de vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde. Uit het vorenstaande volgt, dat het vonnis in zijn geheel aan het oordeel van het hof is onderworpen. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep, zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, zal bewezen verklaren hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd onder feit 1, 2, 3, 4, 5 subsidiair, 6 en 7 en de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf van 3 jaren, met aftrek van voorarrest. De advocaat-generaal heeft tevens de gevangenneming van verdachte gevorderd. Ten aanzien van het beslag heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof beslist conform de beslissingen van de rechtbank. De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit voor het onder 1 primair en 3 ten laste gelegde. Met betrekking tot feit 1 subsidiair heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. Voor wat betreft het onder feit 4 en 5 subsidiair ten laste gelegde heeft de verdediging ontslag van alle rechtsvervolging bepleit. Voorts heeft de verdediging zich betoogd dat de wijziging tenlastelegging voor wat betreft feit 6 en 7, in eerste aanleg ten onrechte is toegestaan. Subsidiair is een strafmaatverweer gevoerd. Vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de Meervoudige kamer. Tenlastelegging Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg – ten laste gelegd dat: 1. Primairhij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 29 september 2015 te Eindhoven en/of Utrecht en/of Veldhoven en/of Weert en/of (elders) in Nederland (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, een geheim, waarvan hij en/of zijn mededader(

  1. s)wist(
  2. en)dat hij en/of zijn mededader(
  3. s)uit hoofde van zijn/hun ambt (namelijk het ambt van politieagent) en/of wettelijk voorschrift (namelijk artikel 3 Wet Politiegegevens en/of artikel 7 Wet Politiegegevens) verplicht was/waren het te bewaren, opzettelijk heeft/hebben geschonden (telkens) door in een of meer politiesystemen (vertrouwelijke) informatie (omtrent een of meer personen en/of opsporingsonderzoeken) te bevragen en/of door (vervolgens) (vertrouwelijke) informatie (omtrent een of meer personen en/of opsporingsonderzoeken) uit een of meer politiesystemen op (een) gegevensdrager(
  4. s)en/of in (een) document(
  5. en)te plaatsen en/of (naar zichzelf) te mailen en/of te exporteren en/of door (vervolgens) (vertrouwelijke) informatie (omtrent een of meer personen en/of opsporingsonderzoeken) uit een of meer politiesystemen aan daartoe niet-gerechtigde personen te verstrekken en/of te openbaren; Subsidiair, althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: [medeverdachte 1] en/of een of meer andere personen op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 29 september 2015 te Eindhoven en/of Utrecht en/of Veldhoven en/of Weert en/of (elders) in Nederland (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, een geheim, waarvan hij en/of zijn mededader(
  6. s)wist(
  7. en)dat hij en/of zijn mededader(
  8. s)uit hoofde van zijn/hun ambt (namelijk het ambt van politieagent) en/of wettelijk voorschrift (namelijk artikel 3 Wet Politiegegevens en/of artikel 7 Wet Politiegegevens) verplicht was/waren het te bewaren, opzettelijk heeft/hebben geschonden (telkens) door in een of meer politiesystemen (vertrouwelijke) informatie (omtrent een of meer personen en/of opsporingsonderzoeken) te bevragen en/of door (vervolgens) (vertrouwelijke) informatie (omtrent een of meer personen en/of opsporingsonderzoeken) uit een of meer politiesystemen op (een) gegevensdrager(
  9. s)en/of in (een) document(
  10. en)te plaatsen en/of (naar zichzelf) te mailen en/of te exporteren en/of door (vervolgens) (vertrouwelijke) informatie (omtrent een of meer personen en/of opsporingsonderzoeken) uit een of meer politiesystemen aan daartoe niet-gerechtigde personen te verstrekken en/of te openbaren, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 29 september 2015 te Eindhoven en/of Utrecht en/of Veldhoven en/of Weert en/of (elders) in Nederland (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door aan die [medeverdachte 1] en/of diens mededader(
  11. s)persoonsgegevens en/of informatie te verschaffen over (te bevragen) personen en/of informatie over (te bevragen) opsporingsonderzoeken en/of door die [medeverdachte 1] en/of diens mededader(
  12. s)(ten behoeve van en/of met het oog op diens/hun bevragingen) te voorzien van eventuele zoektermen en/of door (vervolgens) (vertrouwelijke) informatie (omtrent een of meer personen en/of opsporingsonderzoeken) uit een of meer politiesystemen aan te horen en/of aan te nemen; 2.hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 29 september 2015 te Eindhoven en/of Utrecht en/of Veldhoven en/of Weert en/of Liempde en/of (elders) in Nederland (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, een politieambtenaar (namelijk [medeverdachte 1] ) een of meer giften (namelijk een of meer geldbedragen) heeft gedaan en/of aangeboden met het oogmerk hem te bewegen om (in strijd met zijn plicht) in zijn bediening iets te doen en/of ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem (in strijd met zijn plicht) in zijn huidige of vroegere bediening is gedaan (namelijk (telkens) het verstrekken en/of openbaren van (vertrouwelijke) informatie (omtrent een of meer personen en/of opsporingsonderzoeken) uit een of meer politiesystemen aan daartoe niet-gerechtigde personen); 3.hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 29 september 2015 te Eindhoven en/of Utrecht en/of Weert en/of Veldhoven en/of (elders) in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit hem en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven (namelijk begunstiging, schending van ambtsgeheimen, computervredebreuk en/of ambtelijke omkoping); 4.hij in of omstreeks de periode van 10 januari 2013 tot en met 1 september 2015 te Veldhoven en/of te Eindhoven en/of te Asten en/of te Son en/of te Veghel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging, althans alleen, voorwerpen, te weten geldbedragen, heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en/of van voorwerpen, te weten geldbedragen, gebruik heeft gemaakt, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s): - telkens contante geldbedragen (tot een totaalbedrag van 88.320,- euro) gestort op een bankrekening die op zijn, verdachtes, naam was gesteld en/of (vervolgens) met die bedragen betalingen verricht, en/of - telkens contante geldbedragen (tot een totaalbedrag van 13.808,53 euro) betaald voor de huur van auto's bij het bedrijf [bedrijf 1] en/of bij het bedrijf [bedrijf 2] en/of - een bedrag van 2.534,14 euro per moneytransfer overgemaakt naar [bedrijf 10] B.V., terwijl hij wist dat die geldbedragen geheel of gedeeltelijk – onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf, en hij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt; 5. Primairhij op of omstreeks 29 september 2015, te Veldhoven, althans in Nederland, van (een) voorwerp(en), te weten geldbedragen (met een totaalbedrag van 235.140,- euro), de werkelijke aard, de herkomst en/of de vindplaats heeft verborgen en/of verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op (een) voorwerp(en), te weten die geldbedragen, was, en/of die geldbedragen voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat dat/die voorwerp(
  13. en)geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf; subsidiair, althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 29 september 2015, te Veldhoven, althans in Nederland, (een) voorwerp(en), te weten geldbedragen (met een totaalbedrag van 235.140,- euro), heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat dat/die voorwerp(
  14. en)geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk- afkomstig was/waren uit enig misdrijf; 6.hij op of omstreeks 29 september 2015 te Veldhoven, al dan niet opzettelijk, een of meer radiozendapparaten, te weten drie multiband jammers, geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig heeft gehad, terwijl voor het gebruik ervan aan de houder van die radiozendapparaten op grond van hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet geen vergunning voor het gebruik van frequentieruimte was verleend; 7.hij op of omstreeks 29 september 2015 te Veldhoven een reisdocument, te weten een identiteitskaart op naam van [naam/getuige] , en/of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, te weten een rijbewijs op naam van [naam/getuige] , waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat voornoemd reisdocument en/of identiteitsbewijs vals of vervalst was/waren, voorhanden heeft gehad, bestaande die valsheid en/of vervalsing er uit dat - op die identiteitskaart en/of op dat rijbewijs de persoonsgegevens van die [naam/getuige] waren vermeld, terwijl deze was/waren voorzien van een pasfoto van hem, verdachte, en/of - voornoemde documenten qua detaillering, toegepaste basismateriaal en gebruikte productie- en beveiligingstechnieken niet overeen komen met originele door de autoriteiten van Nederland afgegeven documenten van dit/deze model(len) en/of - de aangebrachte ondergrondbedrukking is aangebracht middels een printtechniek, terwijl originele door de Nederlandse autoriteiten afgegeven documenten van dit/deze model(len) wordt/worden aangebracht middels een druktechniek. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Vrijspraak van feit 2, 3 en 5 primair Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen, dat de verdachte het onder 2, 3 en 5 primair ten laste gelegde heeft begaan, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Het hof overweegt hiertoe als volgt. Vrijspraak feit 2 Onder feit 2 is bij verdachte de omkoping van medeverdachte [medeverdachte 1] ten laste gelegd. Het hof leidt uit het beschikbare dossier de volgende feiten en omstandigheden af. Onder feit 1 heeft het hof bewezen verklaard dat medeverdachte [medeverdachte 1] geheime politie-informatie heeft opgevraagd in Blue View en deze gegevens heeft verstrekt aan daartoe niet gerechtigde derden. In sommige gevallen betrof dit (hoofd)verdachten in grootschalige opsporingsonderzoeken. Het ligt voor de hand te veronderstellen dat [medeverdachte 1] voor de bewezen diensten is betaald. Strafrechtelijk bewijs dient echter niet te zijn gebaseerd op vermoedens en veronderstellingen, maar op wettige bewijsmiddelen. Naar het oordeel van het hof is er onvoldoende wettig bewijs dat [medeverdachte 1] geld heeft ontvangen voor het verstrekken van de politie-informatie om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. [medeverdachte 1] heeft zich beroepen op zijn zwijgrecht, er zijn geen verklaringen van verdachte of medeverdachten die hem, [medeverdachte 1] , op dit punt belasten en ook de ingezette bijzondere opsporingsmiddelen hebben geen bewijs van betaling of het aanbieden van geldbedragen opgeleverd. Het hof zal verdachte daarom vrijspreken van de onder feit 2 ten laste gelegde omkoping van een ambtenaar. Vrijspraak feit 3 Onder 3 wordt verdachte verweten dat hij heeft deelgenomen aan een organisatie die – kort gezegd – tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten begunstiging, schending van ambtsgeheimen, computervredebreuk en/of ambtelijke omkoping. Het hof stelt het volgende voorop. In de eerste plaats moet kunnen worden vastgesteld dat sprake is van een organisatie. Onder een organisatie moet worden verstaan een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur tussen de verdachte en ten minste één ander persoon. Dit samenwerkingsverband kan daarbij bijvoorbeeld ook bestaan uit een natuurlijk persoon en een rechtspersoon (vgl. ECLI:NL:HR:1993:AD1974 en HR 20 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:378). Het moet in ieder geval gaan om een duurzaam, min of meer gestructureerd samenwerkingsverband, dat als eenheid kan opereren (vgl. HR 26 juni 1984, NJ 1985, 92 en HR 26 november 1985, NJ 1986, 389). Een dergelijk samenwerkingsverband kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie. Er is reeds sprake van een dergelijke organisatie wanneer één persoon met minimaal één of meer anderen voor een door hen gesteld doel samenwerken. Het optreden als eenheid is geen absolute voorwaarde, terwijl de juridische status van het samenwerkingsverband niet relevant is. Ook hoeft er geen sprake te zijn van formeel afgebakende taken, maar het samenwerkingsverband moet wel meer dan een incidenteel karakter hebben (vgl. HR 16 oktober 1990, NJ 1991, 442 en HR 10 juli 2001, NJ 2001, 687). Van een duurzaam, min of meer gestructureerd samenwerkingsverband kan al blijken als er gedurende een vaste periode door bepaalde personen volgens een vast patroon wordt samengewerkt. Niet noodzakelijk is daarbij dat het enkel steeds dezelfde personen betreft, wel dient er sprake te zijn van een vaste kern (vgl. HR 29 januari 1991, NJB 1991, 50). Ook is in dezen niet vereist dat al de personen van de organisatie onderling met elkaar samengewerkt hebben of bekend waren met de andere deelnemers aan de organisatie en hun bezigheden voor die organisatie (vgl. HR 9 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AQ8470 en HR 22 januari 2008, NJ 2008, 72). Ten slotte hebben duurzaamheid en gestructureerdheid betrekking op het bestanddeel 'organisatie' en niet op 'deelneming', zodat ook een relatief korte bijdrage aan een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband strafbaar kan zijn. Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen is voorts vereist dat de organisatie het oogmerk heeft van het plegen van een bepaald misdrijf of misdrijven. Het oogmerk betreft het naaste doel van de organisatie en niet dat van de verdachte/deelnemer aan de organisatie. Het oogmerk kan daarbij gericht zijn op een enkel, specifiek genoemd delict of meerdere delicten, maar een pluraliteit daarvan is noodzakelijk. Het oogmerk impliceert dat de betreffende misdrijven (of pogingen of voorbereidingen daartoe) nog niet hoeven te hebben plaatsgevonden (vgl. HR 13 oktober 1987, NJ 1988, 425). Voor het bewijs van het oogmerk kan onder meer betekenis toekomen aan misdrijven die in het kader van de organisatie reeds zijn gepleegd en aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de activiteiten die met dit doel worden verricht. Tot slot moet worden vastgesteld of het handelen van de verdachte kan worden aangemerkt als deelneming aan de organisatie. Van deelneming is in objectieve zin sprake indien een persoon behoort tot de organisatie en een aandeel heeft in gedragingen, dan wel gedragingen ondersteunt die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie (vgl. HR 18 november 1997, ECLI:NL:HR:ZD0858/NJ 1998, 225; HR 3 juli 2012, ECLI:NL:HR:BW5161 en HR 14 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:413). Beide vereisten zijn te beschouwen als nevengeschikt, maar zijn tevens onderling nadrukkelijk samenhangend. Uit de bewijsmiddelen moet derhalve duidelijk worden dat de verdachte behoort tot de organisatie en dus niet enkel is te beschouwen als een sympathisant. Daarnaast moet sprake zijn van enige, naar buiten gerichte activiteit die in nauw verband staat met de misdrijven die de organisatie nastreeft. Deze activiteit kan bestaan uit het (mede)plegen van de misdrijven, maar kan ook bestaan uit het feitelijk verrichten van hand- en spandiensten en (dus) het verrichten van handelingen die op zichzelf niet zo zeer zijn te kwalificeren als een strafbare vorm van daderschap, maar wel zijn aan te merken als bovenbedoeld een aandeel hebben in of ondersteuning van gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Niet is vereist derhalve dat de verdachte aan enig concreet misdrijf van de organisatie heeft deelgenomen. Naast deze objectieve vereisten dient de verdachte in subjectieve zin in zijn algemeenheid te weten dat de organisatie als oogmerk heeft het plegen van een of meer misdrijven. Wetenschap bij de verdachte in de vorm van voorwaardelijk opzet is op dit punt niet voldoende (vgl. HR 18 november 1997, LJN:ZD0858/NJ 1998, 225; HR 8 oktober 2002, 2002:AE5651/NJ 2003, 64 en HR 8 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO9814). Niet is vereist derhalve dat de verdachte enige vorm van opzet heeft gehad op een door de organisatie beoogd concreet misdrijf. Anders dan de rechtbank, acht het hof niet wettig en overtuigend bewezen dat sprake is geweest van een organisatie in vorenbedoelde zin. Zoals hierna uit de bewijsmiddelen en de bewijsoverwegingen zal blijken, heeft [medeverdachte 1] , naar het hof aanneemt uit financieel gewin, gedurende lange tijd zijn geheimhoudingsplicht geschonden, door geheime politie-informatie te verstrekken aan derden, die kennelijk geïnteresseerd waren in welke informatie de politie over hen had. [medeverdachte 1] kan derhalve worden gezien als verstrekker van informatie en die derden als afnemers van die informatie. Deze verhouding van verstrekker en afnemers levert naar het oordeel van het hof in het dossier zoals het thans aan het hof voorligt geen samenwerkingsverband op met een zekere duurzaamheid en structuur op tussen [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en verdachte, dan wel een of meer andere personen. Uit het dossier komt naar voren dat [medeverdachte 1] informatie verzamelde over een groot aantal personen, waarvan verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] slechts een klein onderdeel vormden. Van een onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie is naar de mening van het hof geen sprake. Ook is volgens het hof geen sprake van deelneming in de zin van artikel 140 Sr. Van enige betrokkenheid van verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] bij informatieverzameling ten behoeve van anderen – bijvoorbeeld de twee in het dossier genoemde agenten die werkten onder dekmantel – waarbij zij
  15. a)behoren tot de organisatie/samenwerkingsverband, en
  16. b)een aandeel hebben in gedragingen, dan wel gedragingen ondersteunen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie tot het plegen van misdrijven, is het hof niet gebleken. Het eventueel afnemen van informatie in de onderhavige zaak maakt naar het oordeel van het hof in die zin geen onderdeel uit van de tenlastegelegde deelneming als bedoeld in artikel 140 Sr. [medeverdachte 1] kan derhalve worden gezien als de leverancier van informatie en die derden, zoals verdachte, als afnemers van die informatie. Deze verhouding van leverancier en afnemers levert naar het oordeel van het hof geen samenwerkingsverband op met een zekere duurzaamheid en structuur tussen verdachte en een of meer van zijn medeverdachten, maar was gericht op de informatieverstrekking van [medeverdachte 1] over en aan verdachte en medeverdachten. Verdachte moet daarom worden vrijgesproken van het onder 3 tenlastegelegde. Vrijspraak feit 5 primair Het hof acht, zoals hierna overwogen bij de bijzondere bewijsoverwegingen voor wat betreft feit 5, niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder 5 primair is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 4, 5 subsidiair, 6 en 7 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat: 1. Primairhij in de periode van 29 juli 2015 tot en met 29 september 2015 in Nederland telkens tezamen en in vereniging met een ander, een geheim, waarvan hij en zijn mededader wisten dat zijn mededader uit hoofde van zijn ambt (namelijk het ambt van politieagent) en wettelijk voorschrift (namelijk artikel 3 Wet Politiegegevens en artikel 7 Wet Politiegegevens) verplicht was het te bewaren, opzettelijk heeft geschonden (telkens) door in politiesystemen (vertrouwelijke) informatie (omtrent een of meer personen en/of opsporingsonderzoeken) te bevragen en door (vervolgens) (vertrouwelijke) informatie (omtrent een of meer personen en opsporingsonderzoeken) uit een of meer politiesystemen op gegevensdragers en in documenten te plaatsen en te mailen en te exporteren en door (vervolgens) (vertrouwelijke) informatie (omtrent een of meer personen en opsporingsonderzoeken) uit een of meer politiesystemen aan daartoe niet-gerechtigde personen te verstrekken en te openbaren; 4.hij in de periode van 10 januari 2013 tot en met 1 september 2015 in Nederland, voorwerpen, te weten geldbedragen, heeft voorhanden gehad, immers heeft hij, verdachte: - telkens contante geldbedragen (tot een totaalbedrag van 88.320,- euro) gestort op een bankrekening die op zijn, verdachtes, naam was gesteld, en - telkens contante geldbedragen (tot een totaalbedrag van 13.808,53 euro) betaald voor de huur van auto's bij het bedrijf [bedrijf 1] en bij het bedrijf [bedrijf 2] ., en: - een bedrag van 2.534,14 euro per moneytransfer overgemaakt naar [bedrijf 10] B.V., terwijl hij wist dat die geldbedragen geheel of gedeeltelijk – onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf, en hij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt; 5. Subsidiairhij op 29 september 2015 te Veldhoven, voorwerpen, te weten geldbedragen (met een totaalbedrag van 235.140,- euro), voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk – onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf; 6.hij op 29 september 2015 te Veldhoven opzettelijk radiozendapparaten, te weten drie multiband jammers, geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig heeft gehad, terwijl voor het gebruik ervan aan de houder van die radiozendapparaten op grond van hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet geen vergunning voor het gebruik van frequentieruimte was verleend; 7.hij op 29 september 2015 te Veldhoven een reisdocument, te weten een identiteitskaart op naam van [naam/getuige] , en een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, te weten een rijbewijs op naam van [naam/getuige] , waarvan hij wist dat voornoemd reisdocument en identiteitsbewijs vals waren, voorhanden heeft gehad, bestaande die valsheid er uit dat - op die identiteitskaart en op dat rijbewijs de persoonsgegevens van die [naam/getuige] waren vermeld, terwijl deze waren voorzien van een pasfoto van hem, verdachte, en - voornoemde documenten qua detaillering, toegepaste basismateriaal en gebruikte productie- en beveiligingstechnieken niet overeen komen met originele door de autoriteiten van Nederland afgegeven documenten van deze modellen, en - de aangebrachte ondergrondbedrukking is aangebracht middels een printtechniek, terwijl originele door de Nederlandse autoriteiten afgegeven documenten van deze modellen worden aangebracht middels een druktechniek; Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewijs De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hieronder bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd. Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft. Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummer(s), wordt/worden – tenzij anders vermeld – bedoeld paginanummer(
  17. s)van een proces-verbaal of geschrift uit het eindproces-verbaal Zijdehaai, met onderzoeksnummer 20150054 van de Rijksrecherche, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, bestaande uit een algemeen dossier (AD.00 en AD.01), een persoonsdossier (PD.01, PD.02, PD.03, PD.04 en PD.05) en een zaaksdossier (ZD.01, ZD.02 en ZD.03), met (per dossier) doorgenummerde pagina's. Met betrekking tot feit 1 primair: medeplegen schending ambtsgeheim (ZD.01, pagina’s 758-759) Proces-verbaal van bevindingen van 21 mei 2015 op ambtseed opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] : Uit onderzoek (Bergaster) bleek dat de digitale administratie van verdachte [medeverdachte 5] en [bedrijf 3] , [bedrijf 4] en [bedrijf 5] vermoedelijk waren opgeslagen in de zogenaamde cloud omgeving. Deze omgeving wordt beheerd door de onderneming [bedrijf 11] , gevestigd te Tilburg. Op woensdag werden deze gegevens door bovengenoemde onderneming aan het onderzoeksteam verstrekt. In de digitale gegevens werd onder de mappen, Gezamenlijke [bedrijf 6] , [bedrijf 3] , medewerkers persoonlijke map, [medeverdachte 5] , een map met de naam 'diversen' aangetroffen. In deze map werden een 15-tal PDF files aangetroffen welke waren genaamd: [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] [medeverdachte 8] [medeverdachte 9] [medeverdachte 2] [medeverdachte 12] [medeverdachte 13] [medeverdachte 5] [medeverdachte 10] [medeverdachte 11] [medeverdachte 2] sluipwesp [verdachte] Deze PDF files (5000 pagina'
  18. s)betroffen zogenaamde Blueview Registratie Export documenten. Deze documenten zijn gegenereerd medio juni 2013 door de gebruiker [personeelsnummer]. Dit verbalisantennummer is gekoppeld aan politiemedewerker [medeverdachte 1] . Op welke wijze [medeverdachte 5] in bezit is gekomen van deze 'politie' informatie/documenten is onbekend, echter is het zeer onaannemelijk dat de verdachte [medeverdachte 5] deze informatie op legale wijze heeft ontvangen. (zie ook AMB088) (ZD.01 pagina’s 737-803) DOC 001; proces-verbaal overdracht Afdeling Veiligheid, Integriteit en Klachten van 7 juli 2015, verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3], inhoudende: (ZD.01 pagina’s 747-751) Verklaring [getuige]: BlueView is een indexsysteem. Dat houdt in; daar vinden dumps plaat van diverse politiesystemen, zoals BVO, Summ-IT, HKS, BVH, Luris, FIU. Van bijna alle opsporingsinstanties van Nederland, Kmar, FIOD, politie, FIU. (pagina 747) Opsporing Basis kan niveau 3 en 4 in zien en krijgt hit/no op niveau 5. (pagina 748) Accounts Blue View zijn strikt persoonlijk en mag niet gedeeld worden. [personeelsnummer] heeft een Blue view account vanaf 29-8-2011 om 10.18 uur. [personeelsnummer] had 20 abonnementen. De gebruiker kan zelf een abonnement aanmaken. De info komt in zijn mailbox binnen. [personeelsnummer] is de enige afnemer. Een abonnement verloopt standaard na 3 maanden, dan moet je het verlengen. Een Blue View Registratie Export is een PDF file. Relaas: [medeverdachte 1] is werkzaam als generalist tactische recherche. Is sinds 26 januari 2009 werkzaam als zij-instromer niveau 4 (ZD.01 pagina 740). Hij is nog niet afgestudeerd op niveau 4. De bestanden uit de cloud van verdachte [medeverdachte 5] zijn op 25 en 28 juni 2013 geëxporteerd. Op 25 en 28 juni 2013 registreerde [medeverdachte 1] bijzonder verlof. Hij registreerde op 25 juni 2013 zijn uren en hij stuurde op 25 juni 2013 te 15.10 en 15.13 uur twee mails vanaf zijn emailadres [emailadres 1]. Dit mailaccount is enkel te bereiken vanaf een politielocatie, thuiswerkadres of vanaf een door de politie verstrekte mobiel telefoon. (ZD.01 pagina 741) Op 28 juni 2013 is er vanaf het mailaccount van [medeverdachte 1] omstreeks 12.24 een mail verstuurd. (ZD.01 pagina 794) (ZD.01 pagina 742) In de cloud gegevens van [medeverdachte 5] aanwezig: map " [medeverdachte 6] ". [medeverdachte 6] is de hoofdverdachte in het onderzoek Gutenberg (augustus 2012 - oktober 2014). Door [medeverdachte 1] is tussen 15 januari 2014 en 15 september 2014 tenminste 94 maal gezocht op [medeverdachte 6] . De term Gutenberg werd 183 maal aangetroffen en de term [medeverdachte 6] werd 94 maal aangetroffen in het bestand met bevragingen in Blue View. [medeverdachte 1] deed op vier dagen bevragingen op de zoektermen en was ook in dienst. (ZD.01 pagina 744) Op 13 mei 2014 om 21.54 uur is er vanuit de mailbox van [medeverdachte 1] een mail gestuurd naar [emailadres 2] .nl, met als onderwerp óverlast'. Bij deze mail is een PDF bestand gevoegd, 571 pagina's Blue View Registratie Export. Op 7 november 2014 om 12.47 uur worden 6 PDF bestanden gestuurd, ongeveer 900 pagina's. Op 7 februari 2015 om 13.24 uur: 3 PDF bestanden, ongeveer 600 pagina's. (ZD.01 pagina 795-802). (ZD.01 pagina’s 138-140) AMB011 proces-verbaal van bevindingen van 23 september 2015, verbalisant [verbalisant 4] : Verbalisant heeft het persoonsdossier van [medeverdachte 1] ingezien en schetst een tijdlijn van het arbeidsverleden van [medeverdachte 1] . 21-11-2008 : geheimhouders verklaring DNR van de Landelijke Eenheid, getekend door [medeverdachte 1] . 15-12-2008 : verklaring van geen bezwaar voor functie aspirant DNR. 12-2-2009 : brief aanstelling tot aspirant dd. 26-1-2009 en akte van aanstelling. 22-4-2009 ambtseed ondertekend door [medeverdachte 1] . 13-7-2010 : aanstellingsbrief Generalist Tactische Recherche. 28-7-2011 : verlenging proeftijd tot en met 31-1-2012 14-10-2011 : weigering verklaring van geen bezwaar aan Hoofd Bureau Veiligheid & Integriteit KLPD. 19-10-2011 : brief weigering verklaring van geen bezwaar van BV &I naar personeelszaken DNR. 31-1-2012 : einde verlenging proeftijd. 1-2-2012 : vaste aanstelling NR 24-4-2013 : wijziging aanstelling tijdelijke dienst met proeftijd in een vast dienstverband met terugwerkende kracht tot 1-2-2012. Wat de exacte werkzaamheden van [medeverdachte 1] zijn bij de Landelijke Eenheid Dienst Infra is niet geheel duidelijk geworden. DOC 001: (zie hierboven) (ZD.01 pagina 740) [medeverdachte 1] was achtereenvolgens bij de Landelijke Eenheid, Dienst Verkeer in Maasbracht werkzaam

(2013)en sinds 2014 bij de Dienst Infrastructuur, locatie Croeselaan Utrecht. (ZD.01 pagina’s 138-140) AMB.011 proces-verbaal van bevindingen arbeidsverleden [medeverdachte 1] d.d. 23 september 2015 op ambtsbelofte door verbalisant [verbalisant 4] : (pagina 140) [medeverdachte 1] is als zij-instromer in 2009 gestart met een opleiding aan de politieacademie. Dit betreft een duale opleiding op niveau
  1. [medeverdachte 1] heeft deze opleiding ten tijde van de opmaak van dit proces-verbaal recentelijk moeten afronden. [medeverdachte 1] moest van de Politieacademie vóór 1 september 2015 afgestudeerd zijn en zijn studie vóór 1 januari 2016 volledig afgerond hebben. Er heeft al een uitstel plaats gevonden voor het behalen van zijn diploma, plus 2 maanden extra voor het behalen van voldoendes voor zijn examen (laatste verlenging 4e kwartaal 2014). De Politieacademie wil hem echter GEEN uitstel meer geven (blijkens een gesprek met zijn studiebegeleidster van de Politieacademie d.d. 18 augustus jl). Indien [medeverdachte 1] had aangegeven begin september zijn examen te willen afleggen, zou hem de mogelijkheid gegeven zijn alsnog examen te doen. Maar nu [medeverdachte 1] de beslissing genomen had om die periode met vakantie te gaan, heeft de Politieacademie hem die mogelijkheid niet meer geboden. Sinds 2009 heeft [medeverdachte 1] bij verschillende politieonderdelen gewerkt. [medeverdachte 1] is sinds 26 januari 2009 werkzaam bij de Landelijke Eenheid (verder LE) (de initiële opleiding) en sinds 2010 geplaatst bij de DNR, team 20 te Son en Breugel. Op 19 oktober 2011 werd een 'Verklaring van geen bezwaar' geweigerd (A-veiligheidsonderzoek) in verband met zijn relatie. Zijn vriendin is genaamd [vriendin medeverdachte 1] , geboren in [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 1990, wonende [adres 3] . Vanwege deze weigering 'Verklaring van geen bezwaar', kon [medeverdachte 1] niet bij de DNR blijven werken en is hij op verschillende locaties tewerkgesteld. Onder andere bij de Dienst Verkeer van het KLPD te Driebergen en Maasbracht. Ten behoeve van nog te behalen modules voor zijn opleiding, werd hij ook in de regio Venlo en Eindhoven tewerkgesteld. Nagenoeg overal kreeg hij matige tot onvoldoende beoordelingen. Sinds 2014 werkt [medeverdachte 1] bij de Landelijke Eenheid, Dienst Infra, locatie Croeselaan te Utrecht. Wat zijn exacte werkzaamheden daar zijn, is niet geheel duidelijk geworden. Naar aanleiding van ontevredenheid over zijn functioneren, zijn inzet en door hem geleverde kwaliteit zijn diverse gesprekken met [medeverdachte 1] gevoerd. Bij verkeer Driebergen functioneerde [medeverdachte 1] onder de maat, eveneens bij de regio Eindhoven en bij de regio Venlo was zijn functioneren onvoldoende. Bijna overal kreeg hij matige tot onvoldoende beoordelingen. [medeverdachte 1] haalde ook regelmatig zijn studiedoelen niet binnen de gestelde termijn en het gevolg was dat hij meerdere malen verlenging van zijn studietijd heeft gekregen. Voor het laatst is dat in het 4e kwartaal 2014 geweest. Als hij niet zou afstuderen in deze verlenging, zou hij ontslagen kunnen worden. (ZD.01 pagina’s 679-713) AMB257 proces-verbaal van bevindingen van 20 juni 2016 op ambtseed/belofte verbalisanten [verbalisant 10] en [verbalisant 6] Om Blue View te kunnen raadplegen moet door middel van een inlogscherm worden ingelogd met een gebruikersnaam en een wachtwoord. De gebruikersnaam is het dienstnummer van de betreffende politie ambtenaar. (pagina 699) Resultaten van bevragingen kunnen worden geëxporteerd als PDF of Excel bestand en kunnen vervolgens worden opgeslagen, bijvoorbeeld op een harde schijf van de computer of op een externe opslagplaats zoals een USB stick of andere gegevensdrager, indien de gebruiker in het systeem rechten heeft om gegevens op een USB stick op te slaan. [medeverdachte 1] had deze rechten. Voor exporteren is geen aparte bevoegdheid nodig. In de naam van het document tijdens registratie krijgt zit de tekst "Registratie Export". Daarnaast valt uit de bestandsnaam af te leiden in welk jaar, maand, dag en tijdstip de export is gemaakt en wordt het accountnummer (dienstnummer) van de gebruiker vermeld. Er is een waarschuwing opgenomen aan de gebruiker: .... "het oneigenlijk gebruik dan wel misbruik van deze gegevens is ten strengste verboden. Daarnaast is het verstrekken van deze gegevens aan derden welke niet de vereiste autorisatie bezitten eveneens ten strengste verboden...... (pagina 700) Op 15 juni 2015 had [medeverdachte 1] diverse abonnementen lopen. Er liepen abonnementen op 24 personen, die automatisch werden bevraagd op een zogenaamde lange KENO: dit zij de vier beginletters van de achternaam van de persoon, eerste voorletter van de eerste voornaam, gevolgd door geboortejaar, geboortemaand en geboortedag. (o.a.) [verdachte] [medeverdachte 2] (pagina 701) Op 14 september 2013 liepen er abonnementen op 23 personen, twee abonnementen ware beëindigd, er was één nieuw abonnement: [medeverdachte 14] . De resultaten werden elke dinsdag verstuurd naar het mailadres [emailadres 1] . [medeverdachte 1] heeft vanaf 30 augustus 2011 in totaal 52 abonnementen gehad, waaronder op 12 personen van wie informatie werd aangetroffen bij [medeverdachte 5] . Het vermoeden bestaat dat het merendeel van deze abonnementen, 44 van de 52, niet werk gerelateerd zijn. Na oktober 2011 zijn er geruime tijd geen abonnementen meer afgesloten. In juli 2012 sluit [medeverdachte 1] een abonnement af op de KENO van medeverdachte [medeverdachte 15] . Naast de lopende abonnementen heeft [medeverdachte 1] op enig moment een abonnement lopen op o.a. [medeverdachte 5] : dit correspondeert met de persoon [medeverdachte 5] in het onderzoek Bergaster. (pagina 702) [medeverdachte 1] deelde geen abonnementen. De bevragingen welke door [medeverdachte 1] in het automatiseringssysteem Blue View over de periode 30 augustus 2011 t/m 28 september 2015 zijn samengevoegd tot één document. (pagina 703) Uit het totale overzicht blijkt dat verdachte [medeverdachte 1] in de onderzoeksperiode 28.521 bevragingen heeft gedaan. (pagina 705) Op 25 juni 2015 13.45 t/m 13.50 bevragingen op: (pagina 706) - [medeverdachte 16] (dit is een korte KENO) (deze is daadwerkelijk ingezien) (pagina 708) - fuut - [medeverdachte 4] - [verdachte] (deze is daadwerkelijk ingezien) - [medeverdachte 3] Tussen genoemde tijdstippen is er op 41 registraties geklikt. Door een vinkje te zetten naast Registratie ID krijgen alle bevragingen gelijk een vinkje, door te klikken op exporteren worden alle registratie in één keer geëxporteerd (pagina 710) Een zeer groot aantal van de personen die door [medeverdachte 1] werden bevraagd zijn te relateren aan georganiseerde hennepteelt. Een groot deel van de bevragingen betroffen locaties, vaak waren dit locaties waar op een bepaald moment hennepplantages werden aangetroffen. Opvallend daarbij was dat [medeverdachte 1] locaties bevroeg waar op het moment van bevraging nog geen hennep of andere verdovende middelen gerelateerde registraties waren opgenomen, maar in een later stadium wel. Deze locaties werden na het aantreffen van de verdovende middelen wederom door de verdachte bevraagd. (pagina 711) Op een enkeling na zijn alle personen waar [medeverdachte 1] een abonnement op had te relateren aan hennephandel. Diverse personen zijn in verband te brengen met geweld. Diverse opsporingsonderzoeken werden op codenaam bevraagd: Belmonte, Fuut en Bergaster, nadat het onderzoeksteam op enige wijze naar buiten had moeten treden. (pagina 712) (ZD.01 pagina’s 169-175) AMB017 proces-verbaal van bevindingen van 23 september 2015 verbalisant [verbalisant 7]: Vanaf de politie organisatie (A) zijn twee mailberichten met een bijlage Blue View export bestanden naar de mail van de politie academie (B) verzonden. Deze mailberichten zijn niet meer aangetroffen, er is wel een verwijzing naar de bijlage 1.pdf van email 1 gevonden in een zogenaamde snelkoppeling. In B is een snelkoppelingsbestand aanwezig 5.lnk. Dit bestand verwijst naar een bestand met de naam l.pdf op een externe mediadrager, opgeslagen op 7 november 2014 12.47.51 uur en geopend op de externe mediadrager 0x56e46I0f (E) om 12.48.38 uur. Onderzoek levert op verwijzingen naar o.a. Registratie Export, [medeverdachte 17] en [medeverdachte 18] (tabel pagina 170). Op de computers waar [medeverdachte 1] onlangs heeft gewerkt worden tekstfragmenten aangetroffen welke verwijzen naar de unieke naamgeving van Blue View exportbestanden. (pagina 172) (ZD.01 pagina’s 205-283) AMB082 proces-verbaal van bevindingen van 6 november 2015 verbalisant [verbalisant 7]: De mediadrager [naam 1] sporen nagelaten in de computer [ip-adres 1] . (pagina 209) [ip-adres 1] is een Acer Notebook, aangetroffen bij de ouders van [medeverdachte 1] op de [adres 4] . De mediadrager zelf is niet aangetroffen. De USB stick [naam 2] bevat sporen van Blue View bestanden. (ZD.01 pagina 64) Op de computer van [medeverdachte 1] [ip-adres 1] werden ondanks aangebrachte software eraser en axcrypt vijf bestanden aangetroffen met informatie uit Blue View. Van twee bestanden is de informatie bewerkt (tekst toegevoegd). Een zogenaamd "asd" document bevat zeer veel vertrouwelijke informatie: het lijkt een opsomming van iemand die in Blue View heeft gezocht en de belangrijkste bevindingen noteert. Te zien zijn namen [medeverdachte 16] , [medeverdachte 19] , [medeverdachte 5] en andere. Verklaring medeverdachte [medeverdachte 1] bij de rechter-commissaris d.d. 27 maart 2015: Ik kon raadplegen tot en met niveau 4, dat is basis politie informatie. Onderzoek naar bevragingen I Bergaster/Kiggings (ZD.01 pagina’s 804-904) DOC003 proces-verbaal van bevindingen van 16 juli 2015 verbalisant [verbalisant 8] Relaas: Van 27 oktober 2014 tot 19 maart 2015 werd een opsporingsonderzoek uitgevoerd tegen [medeverdachte 5] en zijn bedrijven. Op 19 maart 2015 was de actiedag. De weken voor de actiedag merkte het onderzoeksteam dat [medeverdachte 5] bezig was met het laten verdwijnen van voertuigen en het verplaatsen van diverse goederen van diverse locaties. Kort voor de actiedag verliet [medeverdachte 5] Nederland. Via de tap werd zijn vrouw door [medeverdachte 5] erop gewezen dat het de volgende dag door zou gaan en dat er niets meer werd geannuleerd. Op de actiedag bleek dat er een groot aantal locaties waren leeggemaakt en een groot aantal voertuigen en administratie waren verdwenen. In de mobiele telefoon van [medeverdachte 5] werd het volgende SMS bericht aangetroffen aan [medeverdachte 20] dd. 7 oktober 2013: "Ga nu naar mijn maat van de politie heb het nr gekregen ok". (pagina 805) Tapgesprek dd. 11-3-2015 14.58 uur: [medeverdachte 5] belt naar [medeverdachte 21] : [medeverdachte 19] (vermoedelijk [medeverdachte 19] ) "maakt zich zorgen over hun en hij zou zijn contactpersoon bij de politie gaan bellen". (pagina 813) De bestanden die door [medeverdachte 5] in een cloud waren opgeslagen, bevatten een bestand waarin een groot aantal Blue view registratie export documenten medio juni 2013 gegenereerd door [personeelsnummer] . Dit is het personeelsnummer van [medeverdachte 1] . (ZD.01 pagina’s 26-27) AMB.182 & IBN [ip-adres 4] .001 Vlak voor de actiedag werden 13 auto's uit de bedrijfsvoorraad van [bedrijf 3] overgeschreven, waarvan twee op naam van verdachte [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] . De op 14 maart 2013 op naam van [medeverdachte 2] overgeschreven Fisker Karma [kentekens] werd op 19 maart 2013 aangetroffen bij de woning van [medeverdachte 3] , die zelf op 14 maart 2013 een Volvo S60 [kentekens] op zijn naam had gekregen. (ZD.01 pagina’s 1268-1269) DOC486 proces-verbaal onderzoek aangetroffen autosleutel Fisker van 7 april 2016 verbalisant [verbalisant 9] : Bij onderzoek in de woning van verdachte [verdachte] aan de [adres 5] werden in een schoenendoos in de heimelijke bergruimte onder de trap op de begane grond autosleutels van het merk Fisker Karma aangetroffen (J.04.01.013.003) Op 5 april 2016 kon bij de Dienst Domeinen te Bleiswijk met de fysieke sleutel de aldaar staande Fisker Karma [kentekens] , ten name van [medeverdachte 4] ontgrendeld worden. (ZD.01 pagina’s 296-299) AMB088 proces-verbaal van bevindingen van 26 oktober 2015, verbalisant [verbalisant 10]: In de map met de naam 'diversen' in de cloud omgeving van het bedrijf [bedrijf 11] werden 15 PDF files aangetroffen. Bij het openen van alle bestanden zag verbalisant dat dit PDF bestanden waren van een Blue View Registratie export. Aan de bovenzijde van iedere PDF stond een gebruikersnaam [personeelsnummer] en een datum vermeld. Alle namen in de genoemde files [zie DOC001] zijn door [medeverdachte 1] bevraagd en geëxporteerd op 25 en 28 juni 2013, onder ander: [medeverdachte 6] : Bij het openen van de PDF file met de naam [medeverdachte 6] zag ik verbalisant dat dit een bestand betrof van 476 pagina's welke was geëxporteerd op 28 juni 2013 te 12.27.36 uur. (pagina 296) [medeverdachte 2] / [medeverdachte 2] : Bij het openen van de PDF file met de naam [medeverdachte 2] zag ik verbalisant dat dit een bestand betrof van 118 pagina's welke was geëxporteerd op 25 juni 2013 te 13.51.37 uur. Bij het openen van de PDF file met de naam [medeverdachte 2] zag ik verbalisant dat dit een bestand betrof van 468 pagina 's welke was geëxporteerd op 25 juni 2013 te 13.38.24 uur. Bij de door mij ingevoerde zoekvraag " [medeverdachte 2] en [medeverdachte 2] " in de logginggegevens van de verdachte [medeverdachte 1] bleek mij dat hij op 25 juni 2013 van 13.35.11 uur tot en met 13.51.37 uur gegevens over deze persoon had opgevraagd. Daarnaast bleek mij dat hij op nog 57 verschillende data op de naam [medeverdachte 2] I [medeverdachte 2] of een samenstelling daarvan gegevens had opgevraagd. (pagina 297). [medeverdachte 5] : Bij het openen van de PDF file met de naam [medeverdachte 5] zag ik verbalisant dat dit een bestand betrof van 763 pagina's welke was geëxporteerd op 25 juni 2013 te 14.00.02 uur. Op 16 verschillend data zijn gegevens op de naam [medeverdachte 5] of een samenstelling daarvan door verdachte opgevraagd. (pagina 298) [verdachte] : Bij het openen van de PDF file met de naam [verdachte] zag ik verbalisant dat dit een bestand betrof van 265 pagina 's welke was geëxporteerd op 25 juni 2013 te 13.54.02 uur. Op 25 verschillende data zijn gegevens op de naam [verdachte] of een samenstelling daarvan door verdachte opgevraagd. (pagina 299) In totaal bedroeg de informatie in de cloud bij [medeverdachte 5] 4513 pagina's uit diverse politiesystemen. Uit het onderzoek Zijdehaai is niet gebleken dat andere personen met de logingegevens van [medeverdachte 1] bevragingen hebben gedaan. (ZD.01 pagina’s 690-691) AMB249 proces-verbaal van bevindingen van 17 mei 2016 verbalisant [verbalisant 10] : Op 29 september 2015 is in de woning aan de [adres 6] een witte tas "Compumatica" in beslag genomen ( [ip-adres 2] ). In de tas zat een map met zogenaamde gele mini processen-verbaal. Aan de linker bovenzijde van de formulieren staat met grote letters het logo van Politie afgedrukt. Op het bovenste vel van deze map was met een pen geschreven: (o.a.) [medeverdachte 5] [medeverdachte 4] [verdachte] [medeverdachte 6] Bij controle van de gegevens welke in de cloud van [medeverdachte 5] waren aangetroffen bleek dat de namen van de personen op het aangetroffen gele formulier, exact overeenkwamen met de namen die op dit formulier stonden vermeld. (ZD.01 pagina 739) Proces-verbaal van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] van 7 juli 2015: Hieronder volgt een overzicht van de aangetroffen mapnamen en de personen of onderzoeken waarop deze te herleiden zijn. Mapnaam Te herleiden op [medeverdachte 6] [medeverdachte 9] [medeverdachte 5] [medeverdachte 4] [medeverdachte 7] [medeverdachte 2] [medeverdachte 10] Sluipwesp Onderzoekpolitie Brabant Zuid-Oost [medeverdachte 8] onbekend [medeverdachte 12] [medeverdachte 11] [verdachte] [medeverdachte 9] [medeverdachte 13] [medeverdachte 11] (ZD.01 pagina 25) Relaas: In een oude telefoon die in gebruik was bij [medeverdachte 1] in 2013 ( [ip-adres 3] ) werden verschillende memo's aangetroffen. Eén memo dd. 25-6-2013 bevat de volgende tekst: (o.a.) [medeverdachte 5] [medeverdachte 2] [verdachte] Deze personen worden door [medeverdachte 1] op 25 juni 2013 daadwerkelijk bevraagd in Blue View en een grote hoeveelheid informatie wordt geëxporteerd. Een deel van deze informatie is aangetroffen in de cloud van [medeverdachte 5] . (ZD.01 pagina’s 377-379) AMB182 proces-verbaal inzake aantreffen lijst persoonsnamen van 15 januari 2016, verbalisant [verbalisant 11] : Tussen de inbeslaggenomen voorwerpen [ip-adres 4] (uit de woning van de ouders van [medeverdachte 1] , [adres 6] ) werd een agenda over het jaar 2013 aangetroffen. Voorin de agenda staat de naam [medeverdachte 1] , twee telefoonnummers van [medeverdachte 1] , data van reizen naar Kiev, de woorden Porsche en Peugeot. Op de laatste pagina was een handgeschreven lijst met namen opgenomen. [24 namen], o.a. (pagina 378) [medeverdachte 5] [verdachte] . S1 en S2, dit betreft mogelijk [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] Alle namen in de lijst zijn namen van personen die op enig moment tussen 31 augustus 2011 en 29 september 2015 door [medeverdachte 1] zijn bevraagd in het politiesysteem Blue View. Deze namen betreffen deels namen die zijn aangetroffen in de cloud van [medeverdachte 5] . II Fuut (ZD.01 pagina’s 928-930) DOC069 proces-verbaal inzake rol/status van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 23/getuige] van 25 september 2015, verbalisant [verbalisant 12] : In het onderzoek Fuut (FIOD) is sprake van aan verdachte [medeverdachte 16] geleende gelden en daarvan opgemaakte overeenkomsten. Het gaat hierbij om 25 personen en 68 aangetroffen overeenkomsten. Verdachte [medeverdachte 16] wordt verdacht van bedrieglijke bankbreuk. Het vermoeden spitste zich vooral toe op het gegeven dat [medeverdachte 16] zijn curator mogelijk niet had geïnformeerd over €100.000, - aan genoten inkomsten die hij op 4 augustus 2015 zou hebben gehad. [medeverdachte 23/getuige] heeft verklaard: "ik werk samen met [medeverdachte 3] . [medeverdachte 3] vertelde dat hij geld leende aan [medeverdachte 16] ". [medeverdachte 3] verklaarde over de leningen van [medeverdachte 2] aan [medeverdachte 16] : "De eerste keer heb ik € 10.000,- aan [medeverdachte 16] geleend om te kijken hoe dat zou gaan. Hierna heb ik samen met [medeverdachte 4] ongeveer € 475.000,- aan hem geleend". (ZD.01 pagina’s 922-923) DOC049 proces-verbaal informatie over het onderzoek van 22 september 2015, verbalisanten [verbalisant 12] en [verbalisant 13] : Op 29 april 2015 maakte [medeverdachte 16] de volgende opmerkingen. [medeverdachte 16] deed het voorkomen of hij kennis had van het onderzoek dat tegen hem liep. Zo zinspeelde hij erop de naam van het onderzoek te kennen door te spreken over een 'klein leuk beestje'. Tevens gaf hij aan dat hij heet onderzoek van de FIOD al wel had verwacht. Hij gaf hierbij onder meer aan te weten dat hij daarom al geobserveerd werd. [medeverdachte 16] sprak ook over een ordner met geldleenovereenkomsten die hij al speciaal had klaargelegd voor de FIOD om mee te nemen als zij langs zouden komen. Van 14 tot en met 16 juli 2015 suggereerde [medeverdachte 16] dat hij wist dat een onderzoek tegen hem liep. (ZD.01 pagina’s 932-933) DOC074 proces-verbaal contact met de heer [medeverdachte 3] van 30 juli 2015, verbalisanten [verbalisant 12] en [verbalisant 14] : Op 29 juli 2015 omstreeks 12.00 uur werd in de woning van [medeverdachte 3] te Geldrop bij DOC- 039 [FIOD], het vervalste bankafschrift van de SAXOBANK stil gestaan. Bij het zien van het kassaldo op dit afschrift ... reageerde [medeverdachte 3] met de opmerking ... "dat heb ik toch gezegd, dat geld is er nog". Op de mededeling dat het aangegeven kassaldo niet klopte reageerde [medeverdachte 3] : "als dat zo is ben ik opgelicht". (ZD.01 pagina’s 925-926) DOC068 proces-verbaal contact met de heer [medeverdachte 3] van 13 augustus 2015, verbalisanten [verbalisant 12] en [verbalisant 13] : Op 13 augustus 2015 zei [medeverdachte 3] dat "áls het klopt wat u zegt dat er helemaal geen geld meer op de SAXO bank rekening staat, wil ik dit haast niet geloven ... dan voel ik mij opgelicht". (ZD.01 pagina’s 964-965) DOC120 proces-verbaal van observatie opgemaakt en gesloten op 4 augustus 2015: Op woensdag 29 juli 2015 tussen 15.00 uur en 21.00 uur werden de volgende waarnemingen gedaan. 16.18 uur komt [medeverdachte 1] uit de politieacademie te Eindhoven en stapt in een Peugeot [kentekens] 16.42 uur werd de Peugeot geparkeerd op de parkeerplaats gelegen aan De Plaatse te Veldhoven, 16.43 uur stapt [medeverdachte 1] uit en gaat op het terras van grand café Saint Tropez zitten. 18.37 uur had [medeverdachte 1] contact met de bestuurder van een Ford Mondeo [kentekens] en hij stapte in als bijrijder. 18.53 uur stond de Ford Mondeo geparkeerd op de oprit van de woning aan de [adres 5] . 19.17 uur werd een AUDI A5 [kentekens] geparkeerd in de straat en twee mannen NN1 en NN3 stappen uit. Zij worden binnen gelaten op nummer
  2. 19.45 uur reed de Ford Mondeo [kentekens] door Veldhoven in de richting van Industrieterrein De Hurk te Eindhoven. (ZD.01 pagina 937-938) DOC097 proces-verbaal van aanvulling opgemaakt en gesloten op 30 september 2015 verbalisant K120: "In aanvulling op [DOC120] verklaar ik dat ik NN2, nadien aan de hand van een door het team beschikbaar gestelde foto, herken als [medeverdachte 3] , geboren op 4 augustus 1982 te Geldrop." (ZD.01 pagina 1030) DOC202 Audi A5 Sportback staat op naam van [bedrijf 7] . (ZD.01 pagina 1033) DOC203 [bedrijf 7] is evenals [bedrijf 8] bestuurder van [bedrijf 9] Verklaring getuige [medeverdachte 23/getuige] d.d. 13 november 2015: (ZD.01 pagina 1283) Mijn auto is een Audi A5, kenteken [kentekens] op naam van [bedrijf 7] . (ZD.01 pagina 1285) [medeverdachte 3] en ik zijn niet alleen zakenpartners, wij kennen elkaar al heel lang en gaan privé met elkaar om. De laatste twee weken van juli 2015 heeft [medeverdachte 3] mijn auto geleend, dus de Audi AS met kenteken [kentekens] . (ZD.02 pagina 181) DOC242 [verdachte] leaset een leaseauto Ford Mondeo [kentekens] vanaf november 2014, short lease. (ZD.01 pagina’s 133-136) AMB007 proces-verbaal van verdenking van 2 september
  3. verbalisant [verbalisant 10] : Bij navraag van de gemeentelijke basisadministratie bleken er geen personen ingeschreven op de [adres 5] . (pagina 134) (ZD.01 pagina 915) DOC023 informatie UPC van 4 augustus 2015 Op [adres 5] is een UPC aansluiting op naam van [verdachte] , geboren [geboortedag 1] -
  4. (ZD.01 pagina’s 317) AMB130 proces-verbaal van bevindingen van 17 november 2015 verbalisant [verbalisant 6] : Op 29 juli 2015 straalt de telefoon van [medeverdachte 2] om 18.51 uur de paal [adres 2] aan, om 21.21 uur de [adres 10] te Veldhoven en om 21.46 uur de [adres 2] . (ZD.01 pagina’s 30-34) Relaas: Het onderzoek Fuut werd door [medeverdachte 1] in Blue View veelvuldig bevraagd. De wetenschap dat er op 29 april een doorzoeking zou gaan plaatsvinden was te raadplegen in een mutatie van 20 april 2015 (DOC141 pagina 1002) en maakte deel uit van een bevraging door [medeverdachte 1] op 21 april
  5. (pagina 30) Het onderzoek Fuut werd op 28 juli 2015 en op 3 augustus uitgebreid bevraagd. Op 3 augustus 2015 zoekt [medeverdachte 1] naar registraties die betrekking hebben op Fuut door rechtstreeks op het onderzoek te [personeelsnummer] 3-aug-2015 13.46.31 Metagegevens vervalst fuut [personeelsnummer] 3-aug-2015 13.46.38 Metagegevens saxo fuut. (ZD.01 pagina’s 1413-1416) Verklaring verdachte [medeverdachte 3] d.d. 20 november 2015: (pagina 1414) Ik kan mij herinneren dat ik wel een keer met [medeverdachte 4] op een avond naar een huis ben geweest. In de woning trof ik zowel [medeverdachte 1] , die ik herkende van een ontmoeting via een kennis van mij [medeverdachte 24] in een café in Eindhoven en [verdachte] . Ik wist niet dat [verdachte] daar woonde. (pagina 1415) Ik zag dat beide [verdachte en 1e medeverdachte] met elkaar op de bank in gesprek waren, Naar mijn mening is de kans groot dat het gesprek met de FIOD ter sprake is gekomen. Het kan zijn dat één van beide [verdachte en 1e medeverdachte] de inhoud van het gesprek tussen [medeverdachte 4] en mij heeft opgevangen. (ZD.01 pagina’s 940-943) DOC105 proces-verbaal van observatie opgemaakt en gesloten op 15 september 2015: Op dinsdag 1 september 2015 tussen 15.30 uur en 21.10 uur werden de volgende waarnemingen gedaan. 17.57 uur [medeverdachte 1] verliet de woning [adres 7] en liep in de richting van de Walburgpassage te Weert. Hij droeg een klein voorwerp, ter grootte van een mobiel telefoon in zijn linkerhand. Om 17.58 uur stapt hij in de BMW [kentekens] en vertrok. Om 18.26 uur reed hij over de Run in Veldhoven.18.40 uur stond de BMW geparkeerd op het parkeerterrein De Plaatse te Veldhoven [kennelijk verschrijving in het proces-verbaal: Weert i.p.v. Veldhoven] 18.50 uur Ford Mondeo [kentekens] stond geparkeerd op de oprit van de [adres 5] . Om 19.07 reed een grijze Audi [kentekens] de straat in en parkeerde ter hoogte van [adres 5] . De bestuurder stapt uit. Om 19.58 uur verliet hij de woning. OM 20.04 uur liep [medeverdachte 1] over de oprit van [adres 5] komende vanaf de voordeur. De Ford Mondeo [kentekens] kwam achteruit de oprit af gereden waarna [medeverdachte 1] als bijrijder instapte. Om 20.12 uur stopte de Ford Mondeo bij de BMW [kentekens] en [medeverdachte 1] stapt in de BMW. Hij heeft een zwart voorwerp vast. Om 20.39 wordt de BMW geparkeerd op de oprit van de woning aan de [adres 4] , om 20.52 uur vertrekt de BMW, om 21.04 gaat [medeverdachte 1] de woning [adres 3] binnen met een zwart voorwerp in zijn hand, gelijkend op een externe harde schijf. Verbalisant K 115 herkent de bestuurder van de Ford aan de hand van een door het tactisch team ter hand gestelde foto als [verdachte] , geboren [geboortedag 1] 1970 te [geboorteplaats 1] . (ZD.01 pagina’s 340-342) AMB158 proces-verbaal van bevindingen van 15 december 2015 verbalisant [verbalisant 10] : De bestuurder van de Audi RS7 [kenteken] werd door het OT herkend als [medeverdachte 22] . Uit historische gegevens van diens telefoonnummer zou dit nummer op 29 juli 2015 18.16- 20.28 uur in Hank geweest zijn, zijnde de verblijfplaats van [medeverdachte 22] . (AMB153 pagina 338) Nader onderzoek van de Audi RS7 wees uit dat een zelfde soort auto op verschillende data is waargenomen bij de woning van verdachte [medeverdachte 2] aan de [adres 2] . Op 3 juni 2015 werd een grijze Audi RS7 met Duitse kentekenplaten op de oprit van de woning gezien. Op 11 juli 2015 wordt eenzelfde auto met Duitse handelaarsplaten waargenomen. De politie heeft aangebeld bij [medeverdachte 4] en bij hem navraag gedaan over deze auto. [medeverdachte 2] vertelde dat deze auto bij hem stond om namens een klant te verkopen. (AMB144 pagina’s 322-323) Op 21 september 2015 werden door de dienst luchtvaart overzichtsfoto's genomen van de woning aan de [adres 2] . Op deze foto's was op de oprit een Audi RS7 te zien. Op 22 september 2015 te 11.20 uur zag verbalisant [verbalisant 5] bij perceel [adres 2] op de linker oprit een grijze Audi personenauto met het kenteken [kentekens] staan. (AMB094 pagina 308) Op 1 september 2015 tussen 18.00 uur en 20.28 blijkt dat het telefoonnummer [telefoonnummer] in gebruik bij [medeverdachte 2] in Veldhoven was. Om 18.00 uur Had [medeverdachte 2] een 91 seconde durend gesprek met [medeverdachte 3] .( [telefoonnummer] ). (AMB130 pagina 320) Vergelijking van de foto's van [medeverdachte 22] en [medeverdachte 2] en de signalementen laten zien dat beiden een grote gelijkenis vertonen. (ZD.01 pagina’s 41-42) Relaas: Op 27 augustus 2015 werd door [medeverdachte 1] Blue View bevraagd. Daarbij werd door hem een groot aantal bevragingen gedaan en informatie geëxporteerd. Onder meer werd de volgende raadpleging in de logfiles aangetroffen met betrekking tot [medeverdachte 2] . 27-aug-2015 13.42.32 Natuurlijk Persoon schal19780731 27-aug-2015 Natuurlijk Persoon NATPERS# [medeverdachte 4] 13.42.35 07-31 [medeverdachte 4] 27-aug-2015 13.43.41 Registratie PL2100_2014151554_BVH schal1978073 l Vermoedelijk werd de BVH registratie PL2100_2014151554 geëxporteerd. In deze registratie wordt de inbeslagname van verschillende voertuigen gerelateerd, waaronder de Fisker Karma op naam van [medeverdachte 2] . Ook worden de aanhoudingen van [medeverdachte 21] en [medeverdachte 5] op 25 augustus 2015 gerelateerd. (ZD.01 pagina 213) AMB082: Op 1 september 2015 zijn er twee externe gegevensdragers aangesloten geweest op de computer J.01.01.001 [computer van [verdachte] ]: Ox636f6463 en Ox965a2f
  6. Uit de linkfiles op de computer kan worden afgeleid dat op 1 september 2015, tussen 18.50 uur en 18.52 uur op de externe gegevensdrager Ox636f6463, verbonden met de computer van [verdachte] , bestanden zijn geopend. (tabel 11 pagina 213) (ZD.01 pagina’s 639-646) AMB212 proces-verbaal van bevindingen van 7 april 2016 verbalisant [verbalisant 10] : Op 29 september 2015 werd op de [adres 5] een bundel documenten in beslag genomen uit de veerborgen ruimte onder de trap: J.04.01.
  7. Het betrof in totaal 167 pagina's. De documenten waren niet allen in hetzelfde lettertype afgedrukt. Het waren geen 'directe' downloadproducten van Blue View, maar de meeste waren kennelijk bewerkt. Er ontbraken pagina's, er waren verschillende downloads geweest en er zijn verschillende bewerkingen gedaan. (pagina’s 640-641) [medeverdachte 4] Bovenstaande inzake onderstaand onderzoek hennep (reeds verstrekt) 10x afgeschermd onderzoek DOOMER (zie eerdere uitleg) Let op inzet IMSI catcher bij verdachten Op één van de pagina's (J.04.01.014.131) staat het tijdstip 12-08-2015 13.25.
  8. (zie AMB064 hieronder) Op een 4-tje (J.04.01.014001) (paginanummer 6) stond op een gevouwen hoekje "Chinees", " [medeverdachte 4] ". Chinees zou de verdachte [medeverdachte 3] betreffen, [medeverdachte 4] zou de verdachte [medeverdachte 2] betreffen (pagina 642) "Chinees" bleek een deel van een mutatie d.d. 19-08-2015 met nummer 012920_ACTJRN233589 SUM. [medeverdachte 1] heeft op 25 augustus en 28 september 2015 gezocht op dit mutatienummer. Sinds 28-6-2015 heeft [medeverdachte 1] een abonnement op [medeverdachte 2] en het onderzoek Fuut. Op het document is een dactyloscopisch spoor van [medeverdachte 2] aangetroffen. (zie DOC398) (ZD.01 pagina’s 1183-1184) DOC352 proces-verbaal sporenonderzoek documenten van 24 december 2015, verbalisanten [verbalisant 15] en [verbalisant 16] : Paginanummer 6 kreeg SIN nummer AAHU70 l 9NL en SIN dactyloscopisch spoor AAHI1770NL. Paginanummer 32 kreeg SIN nummer AAHUI7022 en SIN dactyloscopisch spoor AAHI1776NL. Paginanummer 33 kreeg SIN nummer AAHU7021NL en SIN dactyloscopisch sporen AAHI1773-74-75NL. Paginanummer 90 kreeg SIN nummer AAHU7024NL en SIN dactyloscopisch sporen nummers AAHI1780-81-82NL. (ZD.01 pagina’s 1237-1240) DOC398 rapport dactyloscopisch onderzoek van 6 januari 2016, rapporteur J.A.J.M. Riemen: Met betrekking tot de sporendrager AAHI1770NL: In het onderzoek is zowel een zeer grote mate van overeenkomst geconstateerd als de afwezigheid van onverklaarbare dactyloscopische verschillen tussen spoor 00291215000000800 en de afbeelding van de linker middelvinger van incidentnummer 311000469721 geregistreerd in HAVANK onder biometrienummer 310001198320: [medeverdachte 4] . (ZD.01 pagina’s 1197-1200) DOC390 rapport dactyloscopisch onderzoek van 5 januari 2016, rapporteur J.A.J.M. Riemen: Met betrekking tot de sporendrager AAHI1782NL: In het onderzoek is zowel een zeer grote mate van overeenkomst geconstateerd als de afwezigheid van onverklaarbare dactyloscopische verschillen tussen spoor 002912150000002300 en de afbeelding van de linker duim van incidentnummer 31100459601 geregistreerd in HAVANK onder biometrienummer 310001819163: [verdachte] . (ZD.01 pagina’s 1202-1205) DOC391 rapport dactyloscopisch onderzoek van 5 januari 2016, rapporteur J.A.J.M. Riemen: Met betrekking tot de sporendrager AAHI1781NL: In het onderzoek is zowel een zeer grote mate van overeenkomst geconstateerd als de afwezigheid van onverklaarbare dactyloscopische verschillen tussen spoor 002912150000002200 en de afbeelding van de linker duim van incidentnummer 31100459601 geregistreerd in HAVANK onder biometrienummer 310001819163: [verdachte] . (ZD.01 pagina’s 1207-1210) DOC392 rapport dactyloscopisch onderzoek van 5 januari
  9. rapporteur J.A.J.M. Riemen: Met betrekking tot de sporendrager AAHI1780NL: In het onderzoek is zowel een zeer grote mate van overeenkomst geconstateerd als de afwezigheid van onverklaarbare dactyloscopische verschillen tussen spoor 002912150000002000 en de afbeelding van de rechter duim van incidentnummer 31100459601 geregistreerd in HAVANK onder biometrienummer 310001819163: [verdachte] . (ZD.01 pagina’s 1217-1220) DOC394 rapport dactyloscopisch onderzoek van 5 januari 2016, rapporteur J.A.J.M. Riemen: Met betrekking tot de sporendrager AAHI1775NL: In het onderzoek is zowel een zeer grote mate van overeenkomst geconstateerd als de afwezigheid van onverklaarbare dactyloscopische verschillen tussen spoor 002912150000001400 en de afbeelding van de rechter ringvinger van incidentnummer 31100459601 geregistreerd in HAVANK onder biometrienummer 310001819163: [verdachte] . (ZD.01 pagina’s 1222-1225) DOC395 rapport dactyloscopisch onderzoek van 5 januari
  10. rapporteur J.A.J.M. Riemen: Met betrekking tot de sporendrager AAHI1773NL: In het onderzoek is zowel een zeer grote mate van overeenkomst geconstateerd als de afwezigheid van onverklaarbare dactyloscopische verschillen tussen spoor 002912150000001000 en de afbeelding van de rechter ringvinger van incidentnummer 31100459601 geregistreerd in HAVANK onder biometrienummer 310001819163: [verdachte] . (ZD.01 pagina’s 1227-1230) DOC396 rapport dactyloscopisch onderzoek van 5 januari
  11. rapporteur J.A.J.M. Riemen: Met betrekking tot de sporendrager AAHI1776NL: In het onderzoek is zowel een zeer grote mate van overeenkomst geconstateerd als de afwezigheid van onverklaarbare dactyloscopische verschillen tussen spoor 002912150000001600 en de afbeelding van de linker wijsvinger van incidentnummer 31100459601 geregistreerd in HAVANK onder biometrienummer 310001819163: [verdachte] . (ZD.01 pagina 198) AMB064 rapport analyse opgemaakt van 9 oktober 2015 rapporteur H. Hoppl: Op pagina J.04.01.014.131 staat een datum 12-08-2015 13.25.06, die wordt gegenereerd bij een export uit Blue View en onderaan elke pagina staat. De tekst is opgezocht in Blue View en die komt overeen met de mutatie met registratienummer PL2600 ACTD0C54 78545 SUM Landelijk Eenheid, dit betreft een onderzoek waarvan bekend is dat deze door [medeverdachte 1] is bevraagd. Volgens de logfiles van [medeverdachte 1] heeft [medeverdachte 1] op 12 augustus om 13.24.32 uur een bevraging gedaan op de betreffende onderzoeksnaam. Tussen 13.25.01 uur en 13.25.06 uur zijn vervolgens 152 mutaties uit Blue View geëxporteerd. De mutatie PL2600_ACTDOC5478545_SUM is om 13.25.06 geëxporteerd. Deze mutatie is door niemand anders bevraagd en geëxporteerd dan door de gebruiker van het account van [medeverdachte 1] . (zie ook AMB195 hieronder). (ZD.01 pagina’s 558-559) AMB201 proces-verbaal van bevindingen van 9 februari 2016, verbalisant [verbalisant 17] : In de op de [adres 4] op een slaapkamer aangetroffen telefoon Samsung Galaxy SIII), [ip-adres 3] werden verschillende memo's aangetroffen. In een memo van 6 maart 2013 21.42 staat o.a. de volgende tekst: [medeverdachte 3] 4 8 82 [medeverdachte 4] [adres 2] De naam ‘ [medeverdachte 3] 4882’ betrekking heeft op de verdachte [medeverdachte 3] en zijn geboortedatum, 4 augustus
  12. De naam ‘ [medeverdachte 4] ’ betrekking heeft op de verdachte [medeverdachte 4] , waarbij ‘ [adres 2] ’ vermoedelijk verwijst naar zijn woonadres: [adres 2] . Uit de loggingfiles van BlueView blijkt dat op 7 maart 2013, een dag nadat deze notitie in de telefoon gemaakt werd, deze drie entiteiten, in de genoteerde volgorde, door [medeverdachte 1] in BlueView bevraagd werden: (…) 7-mrt-2013 11:11:13 Natuurlijk Persoon [medeverdachte 3] 7-mrt-2013 11:11:18 Natuurlijk Persoon [medeverdachte 3] 7-mrt-2013 11:11:20 Natuurlijk Persoon [medeverdachte 3] 7-mrt-2013 11:28:20 Natuurlijk Persoon [medeverdachte 4] 7-mrt-2013 11:28:49 Natuurlijk Persoon [medeverdachte 4] 7-mrt-2013 11:28:52 Natuurlijk Persoon NATPERS#N# [medeverdachte 4] #N# #N# [medeverdachte 4] #N# 1978-07-31 [medeverdachte 4] 7-mrt-2013 11:28:53 Natuurlijk Persoon NATPERS#N# [medeverdachte 4] #N# #N# [medeverdachte 4] # N# 1978-07-31 [medeverdachte 4] Het is de eerste keer dat [medeverdachte 1] [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] in BlueView bevraagt. Hierna worden zowel [medeverdachte 3] als [medeverdachte 2] over een lange periode – tot en met 28 september 2015, de dag voor zijn aanhouding – door [medeverdachte 1] met zeer grote regelmaat bevraagd. Op de lange KENO van [medeverdachte 2] wordt door [medeverdachte 1] bovendien op 28 juni 2013 een abonnement aangemaakt. Op 7 maart 2013 11.11.18 - 11.28.53 uur bevraagt [medeverdachte 1] [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] voor de eerste keer in Blue View, tot en met 28 september
  13. Op de lange KENO van [medeverdachte 2] wordt op 28 juni 2013 een abonnement gemaakt. III [medeverdachte 14] (ZD.01 pagina’s 354-359) AMB168 proces-verbaal van bevindingen van 8 december
  14. verbalisant [verbalisant 17] : Op 30 september 2015 werd op de [adres 5] een AH-tas met papieren aangetroffen. (J.05.01.003) In de tas zat een briefje (ZD.01 pagina 1545) met de handgeschreven tekst: "Ab: [medeverdachte 14] " Op 30 september werd op de [adres 3] in een kastje in de woonkamer een plastic bakje aangetroffen met inhoud (H.03.01.002). In het bakje werd een papier aangetroffen met daarop een handgeschreven tekst. (H. 03.01.002.001) (ZD.01 pagina 1537): " [medeverdachte 14] " (dit betreft vermoedelijk [medeverdachte 14] ) (pagina 355) Op 22 juni 2015 is door [medeverdachte 1] in Blue View gezocht op de KENO [zoektermen 2] . Deze bevraging genereerde een aantal regels. Verschillende registratie op de KENO [zoektermen 2] worden vermoedelijk geëxporteerd. Op 23 juni 2015 worden deze registratie opnieuw geëxporteerd. Op 7 juli 2015 wordt wederom een raadpleging gedaan op de KENO [zoektermen 2] en op de lange KENO [zoektermen 2] . Op de lange KENO wordt een abonnement opgemaakt. Op 21 juli, 28 juli 2015 wordt de KENO bevraagd. Op 25 augustus 2015 wordt opnieuw bevraagd en wordt de BVH registratie met nummer 2014016123 geëxporteerd. Deze registratie werd door [medeverdachte 1] al eerder bevraagd op 22, 23 juni 2015, 5 augustus 2015 en voor het laatst geraadpleegd en geëxporteerd op 28 september 2015 om 11.23.19 uur. Vlak daarvoor wordt door [medeverdachte 1] het resultaat van een abonnement opgevraagd. De BVH registratie met nummer 2014016123 is opgestart nadat naar aanleiding van een melding van een inbraak in een woning activiteiten werden ontdekt die verband houden met het kweken van hennep. [medeverdachte 14] was de huurder van de woning en werd als verdachte aangemerkt. In de BVH registratie werden verschillende activiteiten geregistreerd, iedere activiteit breidt de registratie uit. Dus de informatie die de registratie bevat op een latere datum is uitgebreider indien er sinds de laatste keer dat de registratie geraadpleegd werd, nieuwe activiteiten werden gemuteerd in deze registratie. (pagina 356) Op 29 september 2015 werden in de bergplaats in de woning van verdachte [verdachte] een set documenten gevonden waarvan de linkerbovenhoek is omgevouwen. Op de omgevouwen hoek staat handgeschreven: "AB". Bovenaan de pagina staat getypt: " [medeverdachte 14] "., paginanummers 7 tot en met
  15. (J.04.01.014.003 tot en met J. 04.01.014.009). De documenten in getypte tekst handelen over een persoon [medeverdachte 14] . De tekst bevat informatie afkomstig uit BVH nummer
  16. Op de pagina's met sub nummer J.04.01.014.004 en 005 staan twee mutaties uit deze BVH registratie, mutatienummers 2014016123-114 en -
  17. De mutatie betreffen processen-verbaal die gesloten zijn op 31 juli 2015 en 24 augustus
  18. Na deze mutaties staat in het document de vetgedrukte zin: "Bovenstaande inzake onderstaand onderzoek hennep; (reeds verstrekt)". In de computer van [verdachte] (J.01.01.001) die op 29 september 2015 aangetroffen op de [adres 5] zijn in de unallocated space sporen gevonden van teksten, o.a.: "Uit deze gegevens bleek dat de verdachte [medeverdachte 14] ove" "Ik zag dat door de ABNAMRO bank de transactiegegevens over de periode" Deze teksten komen voor in mutatienummer 201416123-
  19. Dit betreft een proces-verbaal dat is gesloten op 24 augustus
  20. Deze informatie zou op 25 augustus zijn geraadpleegd en geëxporteerd. (ZD.01 pagina’s 384-436) AMB195 proces-verbaal bevindingen van 27 januari 2016 verbalisant [verbalisant 18] : In totaal zijn er 27 fragmenten tekst gevonden in de computer van [verdachte] . (pagina 385), onder meer 4 fragmenten op de KENO [medeverdachte 2] en 9 op het onderzoek Fuut. (pagina 72) (PD.05 pagina’s 97-98 en 106-107) AMB 279 proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 september 2016: Volgens de logbestanden van Blue View bevragingen van [medeverdachte 1] bevroeg hij op acht data (17 februari 2012, 9 juli 2012, 31 oktober 2012, 27 november 2014, 11 maart 2015, 18 mei 2015, 21 juli 2015 en 12 augustus 2015) een persoon met als KENO zoeksleutels: [zoektermen 1] Volgens de logbestanden van Blue View bevragingen heeft [medeverdachte 1] op 19 februari 2013 en 30 maart 2015 bevraagd opzoeksleutel [bedrijf 8] . [medeverdachte 15] stond toen ingeschreven op [adres 8] . [medeverdachte 1] had op [medeverdachte 15] een Blue View abonnement van 23 juli 2012 tot en met 26 september
  21. Hierdoor kreeg hij een wekelijkse update van nieuwe gegevens die over [medeverdachte 15] bekend waren. [medeverdachte 1] had een Blue View abonnement op [medeverdachte 24] van 13 februari 2013 tot en met 27 mei
  22. In de logfiles van de Blue View bevragingen bevroeg [medeverdachte 1] in de periode van 17 februari 2012 tot en met 12 augustus 2015 (in totaal op 13 dagen) met zoeksleutel [medeverdachte 24] , [medeverdachte 24] , [medeverdachte 24] , [medeverdachte 24] en [medeverdachte 24] Volgens de gegevens van de gemeentelijke basisadministratie staat [medeverdachte 24] van 1-11-2007 tot 7-03-2013 ingeschreven op het adres [adres 9] . (ZD.01 pagina 115) Proces-verbaal (relaas) d.d. 31 oktober 2016: Op 23 november 2012 wordt aan de [adres 9] een hennepkwekerij aangetroffen. Volgens de gemeentelijke basisadministratie staat daar [medeverdachte 24] ingeschreven. Op de dag waarop de hennepkwekerij aangetroffen wordt, wordt dit adres door [medeverdachte 1] bevraagd in Blue View. Die dag bevraagt [medeverdachte 1] daarna ook [medeverdachte 24] in persoon. Die dag bevraagt hij ook zeven andere adressen. Bij raadpleging van Blue View bleek dat al deze zeven adressen hennep gerelateerd waren. Omstreeks het einde van 2012 waren er van al deze adressen meldingen of andere mutaties die te maken hadden met hennephandel of hennepteelt dan wel bewoners die voor hennep gerelateerde incidenten stonden geregistreerd. Met betrekking tot feit 4: gewoontewitwassen (ZD.02 pagina’s 7-15) Binnen het opsporingsonderzoek is onderzoek gedaan naar de financiële situatie van [verdachte] . Bij de Belastingdienst (iCOV) zijn gegevens gevorderd met betrekking tot het vermogen en inkomen van verdachte [verdachte] . Uit het onderzoek naar de financiële situatie, zijn vermogen en inkomen, van de verdachte [verdachte] zijn geen legale bronnen van komsten uit arbeid of onderneming naar voren gekomen. Uit de gevorderde gegevens van de Belastingdienst kan ook niet blijken van enige verrichting van economische activiteiten door verdachte [verdachte] . (zie BOB.187 op ZD.02 pagina 179 en DOC.045 op ZD.02 pagina’s 83-84). Uit de opgevraagde mutatiegegevens van de bankrekening NL461NGB0658906321 ten name van verdachte [verdachte] blijken de volgende bijzonderheden: • Tussen 10/01/2013 en 01/09/2015 zijn voor een totaalbedrag van € 88.320,00 contante stortingen verricht; (zie de draaitabel op ZD.02 pagina 8 waar staat vermeld dat er in 2013 voor een bedrag van € 27.470,- aan kasstortingen zijn gedaan, dat er in 2014 voor een bedrag van € 31.350,- aan kas stortingen zijn gedaan, en dat er in 2015 voor een bedrag aan € 29.500,- aan kasstortingen zijn gedaan). (€ 27.470,- + € 31.350,- + € 29.500,- = € 88.320) (zie AMB.021 op ZD.02 pagina 32 en DOC.065 op ZD.02 pagina 86) Uit de observaties is gebleken dat verdachte [verdachte] gebruik maakte van een Ford Mondeo met het kenteken [kentekens] , op naam van een leasemaatschappij [bedrijf 1] BV. Uit informatie van de leasemaatschappij is gebleken dat verdachte [verdachte] voor de Ford Mondeo vanaf november 2014 een short lease contract had en dat hij het leasebedrag, ad€. 1.199,99 niet giraal, maar maandelijks contant betaalde. (zie BOB.242 op ZD.02 pagina’s 181-182 en DOC.169 op ZD.02 pagina 124 en DOC.174 ZD.02 pagina’s 126-134) (ZD.02 pagina’s 181-182) BOB.242 proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 19] en [verbalisant 20] d.d. 7 december 2015, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende: Op 10 november 2015 omstreeks 13.10 uur zijn wij, verbalisanten, gegaan naar [bedrijf 2] te Eindhoven voor een gesprek met de daar aanwezige [medeverdachte 11] . Uit het gesprek met [medeverdachte 11] met de navolgende informatie naar voren: - [verdachte] had een short lease contract met [bedrijf 1] over de periode november en december 2014; - Door een faillissement van [bedrijf 1] is de verdere huur van de Ford Mondeo overgenomen door [bedrijf 2] ; - Van de maanden november en december 2014 kon [medeverdachte 11] geen facturen overleggen dan wel een huurovereenkomst; - [verdachte] had een short lease contract met [bedrijf 2] vanaf januari 2015; - Per maand een factuur wordt opgemaakt voor de huur van een personenauto, welke iedere maand weer kan worden opgezegd dan wel verlengd; - De Ford Mondeo met kenteken [kentekens] werd vanaf november 2014 door [verdachte] gehuurd; - [verdachte] betaalde iedere maand contant; - [verdachte] bracht nooit iemand mee als hij kwam betalen; - [verdachte] betaalde iedere keer rond de 1e van de maand contant; Tevens werd aan ons, verbalisanten, door [medeverdachte 11] de kopieën van de betreffende facturen van de huur van voornoemde Ford Mondeo aan ons overgedragen. (Zie de documenten DOC.174 op ZD.02 pagina’s 126-134) Ook kregen wij, verbalisanten, van [medeverdachte 11] 2 kopieën huurovereenkomsten en 2 bijbehorende kopieën facturen welke kort en zakelijk weergegeven, de navolgende informatie bevatte: - De Ford Transit kenteken [kentekens] , (DOC.170, huurovereenkomst 8394) werd door [verdachte] gehuurd vanaf 18 mrt 2015, 12:00 uur tot 19 mrt 2015, 07.59 uur. Contant betaalt 65 euro. - De Ford Focus kenteken [kentekens] (DOC.171, huurovereenkomst 8473) werd door [verdachte] gehuurd vanaf 23 mrt 2015, 17:30 uur tot 9 april 2015, 17.30 uur. Contant betaalt 543,64 euro. Het totale bedrag van de contante betalingen die [verdachte] heeft gedaan voor de huur van auto's: - Voor de Ford Mondeo met kenteken [kentekens] (van november 2014 tot en met september 2015): 11 maanden x € 1.199,99 = € 13.199,
  23. - Voor de Ford Transit met kenteken [kentekens] is door [verdachte] contant betaald 65 euro. - Voor de Ford Focus met kenteken [kentekens] is door [verdachte] contant betaald 543,64 euro. € 13.199,89 + € 65,- + € 543,64 = € 13.808,
  24. Naar aanleiding van een ingezonden LOVJ2-verzoek aan de Financial Intelligence Unit is onder andere de volgende informatie verstrekt: • Op 30-03-2013 verricht verdachte [verdachte] een binnenlandse money transfer van € 2.534, 14 op rekening [rekeningnummer] t.n.v. [bedrijf 10] BV te Rosmalen, fact.no
  25. (zie DOC.490 op ZD.02 pagina’s 160-161) Met betrekking tot feit 5 subsidiair: witwassen (ZD.02 pagina’s 7-15) Bij de doorzoeking d.d. 29 september 2015 in de woning aan de [adres 5] werd onder verdachte [verdachte] een contant geldbedrag van € 235.330,00 in beslag genomen. Een deel van het inbeslaggenomen geld werd tevens nader onderzocht op echtheid. Uit onderzoek door Forensische opsporing bleek dat de biljetten onder IBN nummer J.04.01.013.001 voor een totaalbedrag van € 190,00 vals bleken te zijn. (DOC.353, (ZD.02 pagina’s 143-144) Dit geld is ter vernietiging bij de Nederlandsche Bank afgegeven. Bij de Belastingdienst (iCOV) zijn gegevens gevorderd met betrekking tot het vermogen en inkomen van verdachte [verdachte] . Uit het onderzoek naar de financiële situatie, zijn vermogen en inkomen, van de verdachte [verdachte] zijn geen legale bronnen van komsten uit arbeid of onderneming naar voren gekomen. Uit de gevorderde gegevens van de Belastingdienst kan ook niet blijken van enige verrichting van economische activiteiten door verdachte [verdachte] . (zie BOB.187 op ZD.02 pagina 179 en DOC.045 op ZD.02 pagina’s 83-84) Met betrekking tot feit 6: voorhanden hebben van 3 jammers (ZD.02, pagina 10) Bij de doorzoeking d.d. 29 september 2015 in de woning aan de [adres 5] bij verdachte [verdachte] elektronische apparaten aangetroffen waarvan vermoed werd dat deze gebruikt zouden kunnen worden om draadloos communicatieverkeer te verstoren, zogenaamde 'jammers' Het gaat onder andere om de volgende goederen: IBN J.04.01.009 grijze Jammer in legergroene neopreen houder IBN J.04.02.001 Jammer (groot) met 6 antennes Bovenstaande apparaten werden aangetroffen aan de [adres 5] in de heimelijke bergplaats onder de trap. De apparaten waren niet ingeschakeld. (AMB.034) - IBN J.06.01.001 Jammer zwart 6 antennes Dit apparaat werd aangetroffen op hetzelfde adres in een stelling kast in de bijkeuken. De bovengenoemde goederen zijn aan het Agentschap Telecom aangeboden en technisch onderzocht op hun aard en werking. Van dit onderzoek werden rapporten opgesteld met – samengevat – de volgende conclusies per inbeslaggenomen goed: - IBN J.04.01.009 grijze Jammer in legergroene neopreen houder Het apparaat betreft een multiband jammer (verstoorder), bestemd voor het uitzenden van radiosignalen met grote bandbreedte. Het apparaat is, afgaande op de onderzochte karakteristieken, gebouwd en ontworpen om GSM900, GPS, GSM 1800, DECT, UMTS en L TE verkeer te verstoren. Het stoorbereik van deze jammer is vermoedelijk enkele tientallen meters. (Zie DOC.327 op ZD.03 pagina’s 136-138) - IBN J.04.02.001 Jammer (groot) met 6 antennes Het apparaat betreft een multiband jammer (verstoorder), bestemd voor het uitzenden van radiosignalen met grote bandbreedte. Het apparaat is, afgaande op de onderzochte karakteristieken, gebouwd en ontworpen om GSM900, GSM 1800, DECT en UMTS verkeer te verstoren. Het stoorbereik van deze jammer is vermoedelijk enkele tientallen meters. (Zie DOC.326 op ZD.03 pagina’s 130-132) - IBN J.06.01.001 Jammer zwart 6 antennes Het apparaat betreft een multiband jammer (verstoorder), bestemd voor het uitzenden van radiosignalen met grote bandbreedte. Het apparaat is, afgaande op de onderzochte karakteristieken, gebouwd en ontworpen om C2000, GSM900, GPS, GSM 1800, UMTS en L TE verkeer te verstoren. Het stoorbereik van deze jammer is vermoedelijk enkele tientallen meters. (zie DOC.325 op ZD.03 pagina’s 124-126) Met betrekking tot feit 7: voorhanden hebben van een valse of vervalste identiteitskaart en een vals of vervalst identiteitsbewijs (ZD.02 pagina 10) Bij de doorzoeking d.d. 29 september 2015 in de woning aan de [adres 5] werden in een ladekast in de woonkamer twee documenten, een rijbewijs en een identiteitskaart, aangetroffen, op naam van [naam/getuige] , geboren [geboortedag 3]
  26. De foto van de persoon op het rijbewijs en op de identiteitskaart komt overeen met een foto van de verdachte [verdachte] , zoals op een stads pas in zijn fouillering. Deze documenten zijn op het eerste oog niet van echt te onderscheiden. (ZD.03 pagina’s 15-16) Het gaat om de documenten met de nummers: IBN J.01.04.008 rijbewijs, nr. [nummer] IBN J.01.04.009 ID bewijs, nr. [nummer] (ZD.03 pagina’s 86-87) (ZD.02 pagina’s 112-113) DOC.118 proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 21] d.d. 9 oktober 2015, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende: Door mij is onderzocht een Nederlands rijbewijs met nummer 4965790702, afgegeven te Geldrop op 20-05-2010, geldig tot 20-05-2020, ten name van [naam/getuige] , geboren te Geldrop op 30 juli 1980, geslacht: mannelijk, nationaliteit: Nederlandse. Dit document komt qua detaillering, toegepaste basismateriaal en gebruikte productie- en beveiligingstechnieken niet overeen met originele door de autoriteiten van Nederland afgegeven documenten van dit model. De thans aangebrachte ondergrondbedrukking is aangebracht middels een printtechniek. Dit is in tegenstelling tot originele door de autoriteiten van Nederland afgegeven documenten van dit model waarbij de ondergrondbedrukking wordt aangebracht middels een druktechniek. Naar aanleiding van vorenstaande kon dezerzijds worden vastgesteld dat het voornoemde rijbewijs van Nederland, voorzien van het nummer 4965790702, een vals exemplaar betrof. Door mij is ook onderzocht een reisdocument, te weten een Nederlandse identiteitskaart met nummer [nummer] , afgegeven te Geldrop op 26 januari 2012, geldig tot 26 januari 2017, ten name van [naam/getuige] , [geboortedag 4] 1980, geslacht: mannelijk, nationaliteit: Nederlandse. Dit document komt qua detaillering, toegepaste basismateriaal en gebruikte productie- en beveiligingstechnieken niet overeen met originele door de autoriteiten van Nederland afgegeven documenten van dit model. De thans aangebrachte ondergrondbedrukking is aangebracht middels een printtechniek. Dit is in tegenstelling tot originele door de autoriteiten van Nederland afgegeven documenten van dit model waarbij de ondergrondbedrukking wordt aangebracht middels een druktechniek. Naar aanleiding van vorenstaande kon dezerzijds worden vastgesteld dat de voornoemde identiteitskaart van Nederland, voorzien van het nummer IHC528949, een vals exemplaar betrof. (ZD.03 pagina 88) Kopie rijbewijs op naam van [naam/getuige] . (ZD.03 pagina 89) Kopie identiteitskaart op naam van [naam/getuige] . (ZD.02 pagina’s 170-177) GET.009 proces-verbaal van verhoor getuige [naam/getuige] d.d. 8 februari 2016: De getuige [naam/getuige] is gehoord vanwege het aantreffen van het valse rijbewijs en identiteitsdocument op zijn naam met de foto van verdachte [verdachte] . [naam/getuige] verklaard onder meer dat hij zijn rijbewijs ooit is verloren en dat hij nooit een identiteitsdocument heeft gehad of aangevraagd. Hij zegt verdachte [verdachte] niet bij naam te kennen, maar herkent hem wel op de foto als " [verdachte] ", die hij kent uit de kroeg. Bewijsoverwegingen Uit de gebruikte bewijsmiddelen blijkt het volgende. Inleiding met betrekking tot feit 1 Introductie Tijdens het strafrechtelijk onderzoek ‘Bergaster’ in 2015 tegen de verdachte [medeverdachte 5] , werden er – in de cloud-omgeving van de digitale administratie van bedrijven [bedrijf 6] , Libin B.V. en [bedrijf 5] – zogenaamde Blue View Registratie Export documenten aangetroffen. In een map werd een 15-tal files (zo’n 5000 pagina’s) op naam gevonden. De namen werden herkend als bij de politie bekende subjecten. Deze Blue View registratie documenten bleken in juni 2013 te zijn gegenereerd door de gebruiker [personeelsnummer], welk verbalisantnummer is gekoppeld aan politiemedewerker [medeverdachte 1] . Door de afdeling Veiligheid, Integriteit en Klachten van de landelijk Eenheid van de Nationale Politie werd een oriënterend onderzoek gedaan en naar aanleiding van de bevindingen van die afdeling werd op 29 juni 2015 door de Rijksrecherche een onderzoek gestart op medeverdachte [medeverdachte 1] . De loopbaan van [medeverdachte 1] bij de politie [medeverdachte 1] is op 26 januari 2009 aangesteld als aspirant in tijdelijke dienst gedurende de initiële opleiding (zes jaar) bij de Dienst Nationale Recherche (hierna: DNR). Hij is een zij-instromer op niveau
  27. Op 21 november 2008 tekende [medeverdachte 1] daartoe een geheimhoudersverklaring van de Landelijke Eenheid en op 15 december 2008 werd een verklaring van geen bezwaar voor deze functie afgegeven. Op 22 april 2009 legde [medeverdachte 1] de ambtseed af en ondertekende hij het eedsformulier. Op 13 juli 2010 werd [medeverdachte 1] aangesteld als generalist tactische recherche tot en met 31 juli 2011 en op 28 juli 2011 werd de proeftijd verlengd tot en met 31 januari
  28. Op 1 februari 2012 volgde een vaste aanstelling bij de DNR. Op 14 oktober 2011 ontving het hoofd van het Bureau Veiligheid en Integriteit KLPD een brief ‘Weigering verklaring van geen bezwaar’ (hierna: VGB) met betrekking tot [medeverdachte 1] , waarin wordt vermeld dat [medeverdachte 1] van deze weigering op de hoogte is gesteld. Door deze weigering kon [medeverdachte 1] niet bij de DNR blijven werken en werd hij op verschillende locaties tewerkgesteld. Hij werkte onder andere in 2013 bij de Dienst Verkeer van het KLPD in Driebergen in Maasbracht en in 2014 bij de Landelijk Eenheid, Dienst Infra, locatie Croeselaan te Utrecht. Daarnaast werkte hij nog in de regio Venlo en Eindhoven ten behoeve van het behalen van modules in het kader van zijn opleiding. De opleiding van [medeverdachte 1] verliep niet vlekkeloos, zijn studietijd moest meerdere malen worden verlengd, voor het laatst in het vierde kwartaal van
  29. Bij niet afstuderen zou eventueel ontslag volgen. Tussenconclusie 1 [medeverdachte 1] is aldus aan te merken als een ambtenaar in de zin van artikel 84 van het Wetboek van Strafrecht. [medeverdachte 1] was in de tenlastegelegde periode werkzaam als politieagent en had uit hoofde van zijn functie, zo blijkt uit zijn beëdiging, een algemene geheimhoudingsplicht. Blue View Blue View is een indexsysteem, waarin dumps plaatsvinden van diverse politiesystemen, zoals BVO, Summ-it, HKS, BVH, Luris, FIU, afkomstig van bijna alle opsporingsinstanties van Nederland (Kmar, FIOD et cetera). Accounts in Blue View zijn strikt persoonlijk en mogen niet gedeeld worden. Om Blue View te raadplegen wordt ingelogd met een gebruikersnaam en een wachtwoord. De gebruikersnaam is het dienstnummer van de verbalisant, [personeelsnummer] , zijnde [medeverdachte 1] . Hij had een Blue View account vanaf 29 augustus 2011 om 10.18 uur, op niveau Opsporing basis 3 en
  30. Bevragingen geschieden op een zogenaamde lange KENO, een zoeksleutel gebaseerd op onder andere achternaam en geboortejaar van de te bevragen persoon. Resultaten van bevragingen kunnen worden geëxporteerd als PDF- of Excelbestand. Vervolgens kunnen deze worden opgeslagen op bijvoorbeeld een harde schijf van een computer of op een USB-stick, indien de gebruiker rechten heeft om gegevens op een USB-stick op te slaan. [medeverdachte 1] had die rechten. In de naam die het document krijgt tijdens het exporteren zit de tekst ‘Registratie Export’. Uit de bestandsnaam is af te leiden op welke datum de export is gemaakt en wat het accountnummer is van de gebruiker. Op het eerste blad van elke export is een waarschuwing opgenomen voor de gebruiker: ‘Het oneigenlijk gebruik dan wel misbruik van deze gegevens is ten strengste verboden. Daarnaast is het verstrekken van deze gegevens aan derden welke niet de vereiste autorisatie bezitten eveneens ten strengste verboden’. De gebruiker kan pas verder gaan met exporteren als hij aangeeft dat hij de bovenstaande waarschuwing heeft gelezen en op OK drukt. Tussenconclusie 2 Het hof stelt vast dat [medeverdachte 1] toegang had tot vertrouwelijke politiegegevens. Artikel 7 van de Wet Politiegegevens bepaalt dat de politieambtenaar aan wie politiegegevens ter beschikking zijn gesteld, in beginsel verplicht is tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover een of bij of krachtens de wet gegeven voorschrift tot verstrekking verplicht, de bepalingen van paragraaf 3 verstrekking toelaten of de politietaak in bijzondere gevallen tot verstrekking noodzaakt. Van enige uitzonderingsgrond is uit het dossier niets gebleken. [medeverdachte 1] was uit hoofde van zijn ambt derhalve bekend met deze geheimhoudingsplicht, hij wist dat de informatie in Blue View vertrouwelijk was en werd daar bij export van gegevens nogmaals op gewezen. Abonnementen en bevragingen in Blue View Vanaf 30 augustus 2011 heeft [medeverdachte 1] 52 abonnementen gehad. Na oktober 2011 werden geruime tijd geen abonnementen afgesloten. Dit betreft de periode nadat de VGB was geweigerd, te weten na 19 oktober
  31. In juli 2012 werd weer een abonnement afgesloten. [medeverdachte 1] deelde geen abonnementen met andere gebruikers. [medeverdachte 1] had in Blue View op 15 juni 2015 24 abonnementen lopen op personen. Deze abonnementen moeten actief worden aangemaakt, driemaandelijks worden verlengd en worden afgesloten. De personen werden automatisch bevraagd op een lange KENO en de gebruiker, in casu [medeverdachte 1] , kreeg elke week berichten op zijn werk e-mailadres met de nieuwe resultaten van zijn abonnementen. Op 14 september 2015 liepen er in de account van [medeverdachte 1] 23 abonnementen op personen. Voorts is uit het overzicht van het totaal aantal bevragingen van [medeverdachte 1] in de onderzoeksperiode, gebleken dat het totale logbestand van [medeverdachte 1] in de periode van 30 augustus 2011 tot en met 29 september 2015 uit 28.521 regels in Blue View bestaat. Die regels werden zowel door zoekvragen als zoekresultaten gegenereerd. Uit het onderzoek Zijdehaai is niet gebleken dat andere personen met de logingegevens van [medeverdachte 1] bevragingen hebben gedaan. Tussenconclusie 3 [medeverdachte 1] heeft abonnementen op personen aangemaakt en tevens verlengd, ook nadat hij in verband met de weigering van de VGB niet meer deelnam aan opsporingsonderzoeken binnen de DNR. Niet is gebleken dat hij de abonnementen met andere gebruikers deelden. Bovendien heeft [medeverdachte 1] ruim 28.000 bevragingen in Blue View gedaan in de tenlastegelegde periode. Met betrekking tot feit 1: medeplegen schending ambtsgeheim dan wel medeplichtig zijn aan medeplegen van schending van het ambtsgeheim Aan verdachte is onder 1 primair – kort gezegd – tenlastegelegd het (mede)plegen van het schenden van het ambtsgeheim (artikel 272 lid 1 Sr) en onder 1 subsidiair het medeplichtig zijn daaraan. De advocaat-generaal is van oordeel dat dit feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte van feit 1 primair dient te worden vrijgesproken, nu – kort gezegd – niet uit het dossier is gebleken dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte 1] . Zo zijn er slechts twee observaties op 29 juni 2015 en 1 september 2015 die hebben geleid naar de betrokkenheid van verdachte, derhalve is er geen sprake van medeplegen. Voorts heeft de verdediging bepleit dat de rechtbank ten onrechte heeft geconcludeerd dat [medeverdachte 1] gedurende lange tijd politie-informatie heeft gedeeld/verstrekt met/aan verdachte. Het feit dat er tijdens een doorzoeking op 29 september 2015 geen printer werd aangetroffen in de woning van verdachte [het hof begrijpt: de woning aan de [adres 5]] en dat er voorts ook geen dactyloscopische sporen van hem zijn aangetroffen op de politie-informatie, vormt hiertegen juist een contra-indicatie. Bovendien geldt dat [medeverdachte 1] heeft verklaard Blue View uit nieuwsgierigheid te raadplegen, hetgeen geen schending van het ambtsgeheim oplevert. Met betrekking tot feit 1 subsidiair heeft de verdediging gerefereerd aan het oordeel van het hof. Het hof overweegt het volgende. Artikel 272 lid 1 Sr luidt als volgt: Hij die enig geheim waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat hij uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift dan wel van vroeger ambt of beroep verplicht is het te bewaren, opzettelijk schendt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie. Het hof stelt allereerst met de advocaat-generaal en in navolging van de rechtbank vast, dat verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde niet alleen kan hebben gepleegd, omdat hij de daarvoor vereiste kwaliteit mist. Verdachte was namelijk niet degene die uit hoofde van (een vroeger) ambt, beroep of wettelijk voorschrift verplicht was tot het bewaren van enig geheim. Het hof zal eerst de verweten schending van het ambtsgeheim bespreken aan de hand van de door [medeverdachte 1] afgesloten abonnementen, diens werkwijze en de in het dossier genoemde namen van onderzoeken en personen. Vervolgens zal het hof ingaan op de vraag of verdachte dit feit heeft medegepleegd. De abonnementen Op 23 juli 2012 sloot [medeverdachte 1] een abonnement af op de KENO van medeverdachte [medeverdachte 15] . Op de lange KENO van medeverdachte [medeverdachte 2] wordt op 28 juni 2013 een abonnement gemaakt door [medeverdachte 1] . Op 15 juni 2015 had [medeverdachte 1] nog abonnementen lopen op onder andere de KENO van verdachte en [medeverdachte 2] . Op 14 september 2015 liepen deze abonnementen nog. Op die datum was toen één nieuw abonnement op de KENO van [medeverdachte 14] . Voornoemd abonnement werd afgesloten op 7 juli
  32. In een in beslag genomen agenda van het jaar 2013 van [medeverdachte 1] werd een lijst met namen van personen aangetroffen, welke lijst precies overeenkomt met de tussen 31 augustus 2011 en 29 september 2015 door [medeverdachte 1] bevraagde personen. Tussenconclusie 4 [medeverdachte 1] maakte abonnementen aan op onder andere verdachte en de andere medeverdachten in het onderhavige onderzoek. Nu deze abonnementen over een langere periode liepen en de abonnementen driemaandelijks moesten worden verlengd, heeft verdachte de betreffende abonnementen bewust in stand gehouden. [medeverdachte 1] bevroeg een vaste groep personen gedurende een langere tijd. Over de concrete bevragingen en abonnementen wilde geen van de verdachten verklaren. De werkwijze I. Vanuit het politiedomein worden (bijvoorbeeld) op 7 november 2014 e-mails verzonden naar het politieacademie domein. De verstuurde e-mails bevatten Blue View export registraties. De verstuurde e-mails worden niet meer aangetroffen in de mailbox van het politieacademie domein. Wel wordt een verwijzing gevonden naar een bijlage, die op een externe mediadrager is geplaatst. II. Op 7 september 2015 werd een bevel stelselmatige informatie-inwinning en pseudokoop op [medeverdachte 1] afgegeven. Op 26 september 2015 keerde [medeverdachte 1] terug uit Curaçao, waar hij met verbalisant [nummer] afspraken had gemaakt over het raadplegen van de politiesystemen op de persoon van de informant, die bij [medeverdachte 1] bekend was als [naam 3] en op een persoon, die bij [medeverdachte 1] bekend was gemaakt als [naam 4] . Op 28 september 2015 om 10.27 uur kocht [medeverdachte 1] bij de Mediamarkt in Son en Breugel een USB-stick PNY en een prepaid telefoon, die hij contant afrekende. Vervolgens reed hij naar het politiebureau aan de Croeselaan in Utrecht, waar hij tussen 11.43 uur en 12.49 uur een groot aantal bevragingen deed op [naam 3] en [naam 3] . De bewuste USB-stick is op 30 september 2015 in de woning van de ouders van [medeverdachte 1] in Weert terug gevonden. Op de USB-stick stonden Blue View Exportbestanden met betrekking tot [naam 3] en [naam 3] . Om ongeveer 14.00 uur verlaat [medeverdachte 1] het politiebureau in Utrecht en op verzoek van [nummer] vindt om 15.30 uur een ontmoeting plaats bij McDonalds in Best. Op aanwijzing van [medeverdachte 1] rijdt deze met [nummer] mee naar een openbare picknickplaats aan de A
  33. Daar brengt [medeverdachte 1] [nummer] mondeling op de hoogte van zijn bevindingen. Daarbij merkt [medeverdachte 1] op dat de informatie zo minimaal was dat hij had besloten om [nummer] een en ander mondeling mede te delen. III. Bij de doorzoeking van de [adres 5] , de woning waar verdachte verbleef, werd een grote hoeveelheid bewerkte Blue View informatie op papier aangetroffen (zie hierna) met leesaanduidingen en met namen van geadresseerden erop aangebracht. Tussenconclusie 5 [medeverdachte 1] e-mailde exportrapportages van zijn politie-emailadres naar zijn mailbox bij de politieacademie en zette de informatie over op (bijvoorbeeld) USB-sticks. [medeverdachte 1] heeft over het hoe en waarom van deze werkwijze zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, geen verklaring willen afleggen. [medeverdachte 1] verstrekte informatie zowel mondeling als schriftelijk aan afnemers. Daarbij werd de nodige behoedzaamheid in acht genomen. Met betrekking tot de aan [nummer] verstrekte informatie heeft [medeverdachte 1] ter zitting van het hof toegegeven dat de verstrekking op de wijze zoals verwoord aan [nummer] heeft plaatsgevonden. Met betrekking tot de aangetroffen informatie op papier hebben verdachte en zijn medeverdachten niet willen verklaren. Onderzoeken Bergaster en Fuut / [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [verdachte] I. Onderzoek Bergaster In de in de cloud opgeslagen digitale administratie van verdachte [medeverdachte 5] werden 15 PDF-bestanden gevonden met onder andere de namen [medeverdachte 6] , [medeverdachte 2] en [verdachte] , te herleiden tot bij de politie bekende subjecten. ‘ [medeverdachte 4] ’ zou medeverdachte [medeverdachte 4] , geboren [geboortedag 5] 1978, betreffen. ‘ [verdachte] ’ zou verdachte, [verdachte] , geboren [geboortedag 1] 1970, betreffen. Deze bestanden zijn op 25 en 28 juni 2013 geëxporteerd. Op die data registreert [medeverdachte 1] bijzonder verlof. Desondanks stuurde [medeverdachte 1] op 25 juni 2013 om 15.10 uur en 15.13 uur vanaf zijn politie-emailadres twee e-mails en op 28 juni 2013 te 12.23 uur nog één. Bij het openen van de PDF van [medeverdachte 2] bleek dat het ging om een bestand van 468 pagina's, geëxporteerd op 25 juni 2013 te 13.38 uur. Het bestand van verdachte betrof 265 pagina's, geëxporteerd op 25 juni 2013 te 13.54 uur. Op 7 maart 2013 bevraagt [medeverdachte 1] medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] voor de eerste keer in Blue View. In een memo in een in beslag genomen Samsung Galaxy SIII (aangetroffen in een woning aan de [adres 4] , de woning van de ouders van [medeverdachte 1] ) van 6 maart 2013 staan de namen van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] met enige specifieke details, die – naar het hof begrijpt – nodig voor het genereren van een KENO. In een map met mini processen-verbaal die op 29 september 2015 tevens in de woning van de ouders van [medeverdachte 1] ( [adres 4] ) in beslag zijn genomen, stonden op het bovenste vel de gegevens van [medeverdachte 5] , [medeverdachte 2] en verdachte die – naar het hof begrijpt – nodig zijn voor het genereren van een KENO op deze personen. Ook in een agenda over het jaar 2013 (tevens inbeslaggenomen in de woning aan de [adres 4] ) werd een lijst met namen aangetroffen, waaronder die van [medeverdachte 5] en verdachte en mogelijk [medeverdachte 2] . In een oude telefoon van [medeverdachte 1] werd een memo van 25 juni 2013 aangetroffen, met daarin de namen van [medeverdachte 5] en verdachte. Verder blijkt dat vlak voor de actiedag in het onderzoek ‘Bergaster’ 13 auto's uit de bedrijfsvoorraad van [bedrijf 3] zijn overgeschreven op naam van onder andere [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] . De sleutels van één van deze auto's zijn op 29 september 2015 aangetroffen in de woning in Veldhoven waar verdachte verbleef. Tussenconclusie 6 Reeds in 2013 bevroeg [medeverdachte 1] verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] in Blue View en exporteerde deze gegevens, die uiteindelijk in de cloud van [bedrijf 3] terechtkwamen. [medeverdachte 1] maakte geen deel uit van het onderzoeksteam in het onderzoek Bergaster, noch is gebleken van een andere politietaak die de betreffende bevragingen en het exporteren van de daaruit vloeiende gegevens zou kunnen verklaren. Derhalve had [medeverdachte 1] geen valide reden om Blue View op deze personen te bevragen. Bovendien hebben verdachte en medeverdachten over deze concrete bevragingen in 2013 geen verklaring willen afleggen. II. Onderzoek Fuut Het onderzoek Fuut betreft een verdenking van bedrieglijke bankbreuk. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] zouden aan de verdachte in het onderzoek Fuut een groot geldbedrag hebben geleend. In het kader van dit onderzoek werd op 29 juli 2015 rond 12.00 uur [medeverdachte 3] door de FIOD gehoord. Op diezelfde dag wordt waargenomen dat verdachte om 16.18 uur uit het gebouw van de politieacademie te Eindhoven komt en in een Peugeot ( [kenteken] ) stapt. De Peugeot wordt om 16.42 uur geparkeerd op een parkeerterrein De Plaatse in Veldhoven en [medeverdachte 1] begeeft zich naar het terras van een grand café. Om 18.37 uur heeft hij contact met de bestuurder van een Ford Mondeo ( [kenteken] ). De bestuurder van de Ford Mondeo is verdachte. Verdachte heeft deze Ford Mondeo geleased. [medeverdachte 1] stapt in. Om 18.53 uur staat de Ford Mondeo geparkeerd op de oprit van de [adres 5] . In deze woning verblijft verdacht; hij staat er echter niet ingeschreven. Om 19.17 uur wordt een Audi A5 ( [kenteken] ) geparkeerd in de straat en twee mannen, [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] , gaan de woning binnen. [medeverdachte 3] heeft bij de politie verklaard dat hij wel eens met [medeverdachte 2] in een woning in Veldhoven is geweest om daar te praten en te kaarten. Hij trof toen in die woning [medeverdachte 1] en verdachte. Die zaten samen op de bank. Bij die gelegenheid hebben [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] gesproken over het gesprek met de FIOD, het zou kunnen zijn dat de beide [verdachte en 1e medeverdachte] ( [medeverdachte 1] en verdachte) dat hebben opgevangen, aldus [medeverdachte 3] . Het onderzoek Fuut werd door [medeverdachte 1] op 28 juli 2015 en 3 augustus 2015 in Blue View uitgebreid bevraagd. Op 3 augustus 2015 raadpleegt [medeverdachte 1] rechtstreeks op het onderzoek en geeft ook twee zoekopdrachten: ‘vervalst fuut’ en ‘saxo fuut’. Bij het onderhoud van de FIOD met [medeverdachte 3] was op 29 juli 2015 gesproken over een vervalst bankafschrift van de Saxobank. Tussenconclusie 7 Nu [medeverdachte 1] vlak vóór en vlak na de ontmoeting met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] in de woning van verdachte het onderzoek Fuut uitgebreid bevroeg, kan het naar het oordeel van het hof niet anders dan dat hij dit deed op verzoek van een of meer van zijn medeverdachten. [medeverdachte 1] had met name op de KENO van [medeverdachte 2] al vele bevragingen gedaan en er liep ook een abonnement op [medeverdachte 2] . [medeverdachte 1] had geen enkele reden of motief om juist op dit onderzoek bevragingen te doen; hij was geen lid van het onderzoeksteam van de FIOD en er is geen enkele valide andere reden voor de raadpleging, anders dan dat hij daar door anderen om is verzocht. Ook op dit punt hebben verdachten geen verhelderende verklaring willen afleggen. III.A Op 29 september 2015 werd een achter een afgesloten schot onder de trap in de [adres 5] verborgen bundel documenten in beslag genomen van in totaal 167 pagina's met informatie over vele subjecten. Het bleek te gaan om bewerkte Blue View producten: het was het resultaat van verschillende downloads en bewerkingen. Er was informatie toegevoegd. Op het document [medeverdachte 14] staat getypt op de linkerbovenhoek: ‘ [medeverdachte 4] [het hof begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 2]] Bovenstaande inzake onderstaand onderzoek hennep (reeds verstrekt)’. Op het document Gortworst in de linkerbovenhoek getypt: ‘10x afgeschermd onderzoek DOOMER (zie eerdere uitleg)’. Op het document Zaak in de linkerbovenhoek is getypt: ‘Let op inzet IMSI catcher bij verdachten’. Op één van de andere pagina's staat het tijdstip van export: 12-08-2015 13.25.
  34. De tekst betreft een mutatie van een onderzoek, dat door [medeverdachte 1] blijkens zijn logfiles op 12 augustus 2015 om 13.42.32 is bevraagd. Vervolgens zijn er 152 mutaties uit Blue View geëxporteerd. Op gevouwen hoekjes op twee A4tjes stond: onder andere ‘ [medeverdachte 4] ’. ‘ [medeverdachte 4] ’ bleek een deel van een mutatie van 19 augustus
  35. Op dit mutatienummer heeft [medeverdachte 1] op 25 augustus 2015 en 28 september 2015 gezocht. Op één van de pagina's is een vingerafdruk van [medeverdachte 2] aangetroffen. Op zeven pagina's uit de bundel werden vingerafdrukken van [medeverdachte 1] aangetroffen. Op 1 september 2015 werd om 17.58 uur gezien dat [medeverdachte 1] in Weert in een BMW ( [kentekens] ) stapte en om 18.26 uur reed hij over de Run in Veldhoven. Vervolgens stond de BMW geparkeerd op het parkeerterrein De Plaatse te Veldhoven. Om 18.50 uur staat de Ford Mondeo ( [kentekens] ) geparkeerd op de oprit van de [adres 5] . Om 19.07 uur arriveert een Audi ( [kentekens] ) ter hoogte van [adres 5] . De bestuurder, die na onderzoek geïdentificeerd kan worden als [medeverdachte 2] , stapt uit. Om 19.58 uur verlaat hij de woning. Om 20.04 uur verlaat [medeverdachte 1] de woning en stapt hij bij verdachte als bijrijder in de Ford Mondeo. Om 20.12 uur stopt de Mondeo bij de BMW. Om 20.39 uur is de BMW in Weert en om 21.04 stapt [medeverdachte 1] zijn woning binnen met een voorwerp in zijn hand. Op 27 augustus 2015 werd Blue View door [medeverdachte 1] bevraagd. Er werd een groot aantal bevragingen gedaan en informatie werd geëxporteerd. [medeverdachte 2] werd uitgebreid bevraagd en vermoedelijk werd een BVH-registratie geëxporteerd, handelende over de overgeschreven auto's in het onderzoek Bergaster. Op 1 september 2015 zijn er twee externe gegevensdragers aangesloten geweest op de computer van verdachte. Uit de linkfiles op die computer kan worden afgeleid dat op één van die gegevensdragers op die computer bestanden zijn geopend. In totaal zijn er 27 fragmenten tekst gevonden in de computer van verdachte, onder meer 4 fragmenten op de KENO [medeverdachte 2] en 9 fragmenten op het onderzoek Fuut. III.B Op 30 september 2015 werd in de garage van de [adres 5] in een plastic tas een briefje gevonden met de tekst: 'Ab: [medeverdachte 14] '. Een papiertje met ongeveer gelijkluidende gegevens werd aangetroffen in een plastic bakje in een kastje in de woning van [medeverdachte 1] in Weert. Op 22 juni 2015 is door [medeverdachte 1] in Blue View gezocht op de KENO van deze persoon en de registraties worden vermoedelijk geëxporteerd. Op 23 juni 2015 worden de registraties (opnieuw) geëxporteerd. Op 7 juli 2015 wordt wederom een raadpleging gedaan. Er wordt een abonnement aangemaakt op de lange KENO van de persoon. Op 21 en 28 juli 2015 wordt de KENO bevraagd. Op 25 augustus 2015 wordt opnieuw bevraagd en wordt een BVH-registratie, die ook op 22 en 23 juni 2015 en op 5 augustus 2015 door [medeverdachte 1] is geraadpleegd, geëxporteerd. Deze registratie is gestart naar aanleiding van een melding van activiteiten die verband hielden met het kweken van hennep na een inbraak in een woning en de registratie werd in de loop van de tijd steeds uitgebreid. De registratie werd voor de laatste maal geraadpleegd en geëxporteerd op 28 september 2015 om 11.23.19 uur. De verdachte in die zaak was de huurder van de woning: [medeverdachte 14] . De tekst van de in de bergplaats gevonden documenten met daarop getypt ‘ [medeverdachte 14] ’ en handgeschreven ‘AB’, gaan over de persoon [medeverdachte 14] en is afkomstig uit mutaties in de bovengenoemde registratie die door [medeverdachte 1] op verschillende tijdstippen is geraadpleegd. In de computer van verdachte zijn in de 'unallocated space' sporen aangetroffen van teksten die te herleiden zijn naar één van deze mutaties. Deze mutatie betreft een proces-verbaal dat is gesloten op 24 augustus
  36. Op 25 augustus 2015 is de mutatie in Blue View geraadpleegd en geëxporteerd. Tussenconclusie 8 Uit deze bewijsmiddelen volgt dat [medeverdachte 1] in de periode van juni 2015 tot en met september 2015 informatie uit Blue View heeft geëxporteerd, onder meer ten aanzien van [medeverdachte 2] . Uit het feit dat de geëxporteerde informatie niet alleen was geprint, maar ook was bewerkt ten behoeve van de afnemer en was voorzien van extra aanwijzingen alsmede uit het aantreffen van dactyloscopische sporen van [medeverdachte 1] op de aangetroffen bundel papieren, blijkt naar het oordeel van het hof dat [medeverdachte 1] met een duidelijk doel buiten zijn politietaak informatie heeft gegenereerd. Uit de aangetroffen teksten op de documenten blijkt tevens dat de informatie werd verstrekt om anderen van buiten de politieorganisatie te waarschuwen, op de hoogte te stellen van lopende onderzoeken en van ingezette opsporingsmiddelen. Het hof stelt vast dat verdachte zijn verblijfplaats aan de [adres 5] beschikbaar stelde om de (papieren) informatie goed te verbergen, dat er informatie op de computer van verdachte werd bekeken / verwerkt en dat de woning van verdachte werd gebruikt om de afnemer(s) van de informatie te ontmoeten / te spreken. Daarnaast bracht verdachte [medeverdachte 1] van en naar het adres in Veldhoven. Verdachte moet volledig op de hoogte zijn geweest van het handelen van [medeverdachte 1] . Conclusie m.b.t. schending ambtsgeheim Vooropgesteld moet worden dat uit de wetsgeschiedenis volgt dat het ‘schenden’ van een geheim in de zin van artikel 272 Wetboek van Strafrecht moet worden uitgelegd als het verstrekken van geheime gegevens aan een ander die tot kennisneming daarvan onbevoegd is. Gelet daarop is het hof van oordeel dat [medeverdachte 1] zijn ambtsgeheim niet heeft geschonden door geheime gegevens voor zichzelf te ontsluiten. Echter, het hof stelt – op grond van hetgeen hiervoor overwogen en de daarbij genomen tussenconclusies – vast dat verdachte zijn geheimhoudingsplicht gedurende lange tijd bij herhaling heeft geschonden door politie-informatie te delen met verdachte en medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 15] . Uit de wijze waarop [medeverdachte 1] de informatie aan derden zoals verdachte en [medeverdachte 2] overbracht, concludeert het hof dat deze geen van allen bevoegd was om van de informatie kennis te nemen. Het verweer van de verdediging dat [medeverdachte 1] heeft verklaard Blue View uit nieuwgierigheid te raadplegen en dat bevragingen om die reden geen schending van het ambtsgeheim opleveren, wordt door het hof verworpen. [medeverdachte 1] heeft deze bewering niet nader toegelicht of onderbouwd met concrete voorbeelden. Daarover wilde [medeverdachte 1] , zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, niet verklaren. Het hof acht het volstrekt onaannemelijk dat [medeverdachte 1] alle bevragingen die hij niet in het kader van zijn taakvervulling als politieagent heeft verricht louter uit nieuwsgierigheid heeft gedaan. Uit het dossier blijkt dat verdachte regelmatig hem bekende personen heeft bevraagd, personen die veelal in verband konden worden gebracht met hennepteelt/-kwekerijen. Zo bevroeg verdachte regelmatig verdachte en medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] . Ook valt op, dat [medeverdachte 1] vaak personen bevroeg voorafgaand, tijdens en na een onderzoek of doorzoeking. Bovendien, zelfs al zou [medeverdachte 1] een aantal bevragingen louter uit nieuwsgierigheid hebben gedaan, hij wist en behoorde te weten dat hij uitsluitend gerechtigd was Blue View te raadplegen in het kader van zijn politietaak en daarvan is naar het oordeel van het hof bij het hobbymatig door het systeem zoeken ten behoeve van zichzelf geen sprake. Voorts is gebleken dat [medeverdachte 1] de politie-informatie ook daadwerkelijk heeft verstrekt aan onbevoegde derden. Immers, vast is komen te staan dat [medeverdachte 1] in Blue View veelvuldig bevragingen heeft gedaan anders dan ter vervulling zijn politietaak. Bovendien is gebleken dat [medeverdachte 1] met een aantal van de bevraagde personen, al dan niet levenden lijve, contact heeft gehad. In de gedragingen van [medeverdachte 1] over een lange periode is een patroon te zien. Zo is door [medeverdachte 1] uit Blue View geëxporteerde informatie ten aanzien van medeverdachte [medeverdachte 2] in geprinte vorm in het huis van verdachte aangetroffen en is op een vel daarvan een dactyloscopisch spoor van [medeverdachte 2] gevonden. Daaruit blijkt dat in elk geval een deel van die informatie op enig moment in handen van [medeverdachte 2] terecht is gekomen. Medeplegen Het hof ziet zich gesteld voor de vraag of verdachte de schending van het ambtsgeheim heeft medegepleegd in de zin van artikel 47 eerste lid, sub 1, Sr. Juridisch kader Het hof ziet zich gesteld voor de vraag of verdachte dit feit heeft medegepleegd in de zin van art. 47 eerste lid, sub 1, Sr. Het hof stelt als toetsingskader het volgende voorop. Op grond van bestendige jurisprudentie voor medeplegen moet daarbij sprake zijn van een nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen, waarbij de intellectuele en/of materiële bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht dient te zijn. Het accent ligt daarbij op de samenwerking en minder op de vraag wie welke feitelijke handelingen heeft verricht. In de praktijk is een belangrijke en moeilijke vraag wanneer de samenwerking zo nauw en bewust is geweest dat van medeplegen mag worden gesproken. Die vraag laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van de concrete omstandigheden van het geval. Indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering, maar uit gedragingen die met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht en derhalve eerder zien op het bevorderen en/of vergemakkelijken van een door een ander begaan misdrijf, rust op de rechter de taak om in het geval dat hij toch tot een bewezenverklaring van het medeplegen komt, in de bewijsvoering – dus in de bewijsmiddelen en zo nodig in een afzonderlijke bewijsoverweging – dat medeplegen nauwkeurig te motiveren. Voor de vraag of sprake is van de vereiste nauwe en bewuste samenwerking kan in dat geval onder meer rekening worden gehouden met de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. Daarbij verdient opmerking dat aan het zich niet distantiëren op zichzelf geen grote betekenis toekomt, nu het erom gaat dat de verdachte een wezenlijke bijdrage moet hebben geleverd aan het delict. Indien de verdachte hoofdzakelijk gedragingen na de uitvoering van het strafbare feit heeft verricht, is in uitzonderlijke gevallen medeplegen denkbaar. Maar een geringe rol of het ontbreken van enige rol in de uitvoering van het delict zal dan wel moeten worden gecompenseerd, bijvoorbeeld door een grote(re) rol in de voorbereiding, terwijl in de bewijsvoering in zulke uitzonderlijke gevallen ook bijzondere aandacht dient te worden besteed aan de vraag of wel zo bewust en nauw is samengewerkt bij het strafbare feit dat van medeplegen kan worden gesproken, in het bijzonder dat en waarom de bijdrage van de verdachte van voldoende gewicht is geweest om de kwalificatie

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.