GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team Handelsrecht zaaknummer 200.239.987/01 Arrest van 2 juni 2020 in de zaak van [appellante] , wonende te [woonplaats] , appellante, hierna te noemen: [appellante] , advocaat: mr. E. Schouten te Breda, tegen Stichting [[de Stichting]], gevestigd te [vestigingsplaats] , geïntimeerde, hierna te noemen: [geïntimeerde] , advocaat: mr. W.J. Jurgers te Bergen op Zoom. 1Het verdere geding in hoger beroep Dit blijkt uit: het tussenarrest van dit hof van 24 juli 2018 waarbij een comparitie van partijen is gelast; het proces-verbaal van deze comparitie op 25 september 2018; de memorie van grieven met producties; de memorie van antwoord met producties; de akte van [appellante] met een producties; de antwoordakte van [geïntimeerde] . Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg. 3De beoordeling 3.1 Het gaat in dit hoger beroep in het kort om het volgende. [geïntimeerde] stelt dat zij in opdracht van [appellante] stukadoorswerk heeft uitgevoerd in het pand van [appellante] , maar dat [appellante] daarvoor verzonden facturen, ondanks aanmaning, onbetaald laat. [appellante] voert als verweer dat [geïntimeerde] bij haar zowel gewerkte uren als materiaal in rekening brengt, hoewel is afgesproken dat zij alleen het gebruikte materiaal zou betalen. Wat zij al heeft betaald dekt de kosten van het materiaal, zodat [geïntimeerde] niets meer te vorderen heeft. [geïntimeerde] heeft [appellante] gedagvaard voor de kantonrechter die, nadat en omdat [appellante] tegen de vordering geen verweer had gevoerd, de vordering heeft toegewezen, met uitzondering van de tevens gevorderde vergoeding van incassokosten. [appellante] is in de proceskosten veroordeeld. 3.2 De enige grief legt het geschil, dat pas in hoger beroep volledig is omdat [appellante] eerst door de grief en de toelichting daarop tegen de vordering verweer heeft gevoerd, in volle omvang aan het hof voor. [geïntimeerde] heeft haar vordering in hoofdsom verminderd en de grondslag daarvan subsidiair vermeerderd met een beroep op ongerechtvaardigde verrijking. 3.3 Kern van het primaire geschil ligt in het antwoord op de vraag wat partijen zijn overeengekomen. [geïntimeerde] stelt dat is afgesproken dat [appellante] zowel het materiaal als de gewerkte uren zou betalen, [appellante] stelt dat is afgesproken dat zij alleen het materiaal zou betalen. Nu de vordering van [geïntimeerde] ziet op betaling van beide en [appellante] weigert het deel gewerkte uren te betalen, dient te worden beoordeeld of de stelling van [geïntimeerde] juist is. Volgens de hoofdregel van artikel 150 Rv rusten op [geïntimeerde] de stelplicht en bewijslast. 3.4 Bij de beoordeling van de vraag of [geïntimeerde] hieraan heeft voldaan kan van de volgende feiten worden uitgegaan. a. Op 8 mei 2017 heeft [manager] (manager) van [geïntimeerde] aan [appellante] de volgende mail gezonden: “Naar aanleiding van uw opdracht voor uitvoeren voor stukadoorswerkzaamheden door onze leerlingen stuur ik u deze mail; Conform afspraak stuur ik u hierbij de afspraken t.a.v. bovenstaand project. De werkzaamheden bestaan uit: - Het aanbrengen van ca. 207 m2 pleisterwerk op wanden. - Het aanbrengen van ca. 76 m2 pleisterwerk op plafonds, - 1 post reparatie plafond - Het leveren van de benodigde materialen. Start werkzaamheden: Week 25 (dag en tijd in overleg) Prijsafspraak: De werkzaamheden worden op nacalculatie door 1“ en 2e jaars studenten niveau 2 uitgevoerd ad. € 17,00 per uur per student. Deze bedragen zijn exclusief 6% BTW en materialen, Materialen worden separaat gefactureerd. De werkzaamheden zijn begroot tot een maximum van € 5.000,00 ex btw. Factuuradres: [appellante] [adres] [postcode] [plaats 1] E: [e-mailadres] (…)” b. Op 29 juni 2017 heeft [manager] aan [appellante] de volgende mail gezonden: “Naar aanleiding van uw opdracht voor uitvoeren voor stukadoorswerkzaamheden door onze leerlingen stuur ik u deze mail; Conform afspraak stuur ik u hierbij de afspraken t.a.v. bovenstaand project. De werkzaamheden bestaan uit: - Het aanbrengen van pleisterwerk op wanden. - Het aanbrengen van pleisterwerk op plafonds. - 1 post reparatie plafond - Het leveren van de benodigde materialen. Start werkzaamheden: Week 25 (dag en tijd in overleg) Prijsafspraak: De werkzaamheden worden op nacalculatie door le en 2e jaars studenten niveau 2 uitgevoerd ad. € 17,00 per uur per student. Deze bedragen zijn exclusief 6% BTW en materialen. Materialen worden separaat gefactureerd. Factuuradres: [appellante] [adres] [postcode] [plaats 1] E: [e-mailadres] (…)” c. [geïntimeerde] heeft aan [appellante] per post de volgende factuur van 20 juli 2017 (met nummer [factuur 1] ) gestuurd: “(…) Tarief Bedrag Voorschot werkzaamheden stucadoors 5.000,00 5.000,00 Gestarte werkzaamheden in week 25 Pleisterwerk op wanden Pleisterwerk en reparatie op plafonds ________________________ Subtotaal: 5.000,00 BTW bedrag: 530,00 Totaal EUR: 5.300,00 (…)” Met verzoek binnen 30 dagen na factuurdatum te betalen. d. [appellante] heeft aan [manager] op 4 juli 2017 het volgende whatsapp bericht gestuurd: “Beste [manager] , ik ben door omstandigheden niet toegekomen aan het lezen van jou mail. Daarbij ligt bij mij internet eruit. Ik begrijp dat jij dringend zit te springen om een 'akkoord'. Omdat ik ervan uit ga dat er geen rare dingen staan in de mail; geef ik hierbij mijn 'akkoord' voor het uitvoeren van de werkzaamheden op de twee locaties in mijn pand. En de materiaal kosten die verbonden zijn aan de uitvoer van de werkzaamheden in mijn pand, komen voor mijn rekening. Is dit ok? Anders later op de dag krijg je ook nog per mail een akkoord. Vriendelijke groeten, [appellante] ” e. Op 19 september 2017 heeft [appellante] aan [manager] het volgende whatsapp bericht gezonden: “Goedemorgen [manager] , ik heb een factuur ontvangen, dank je wel daarvoor Ik zie op de factuur staan werkzaamheden. We hebben afgesproken dat ik de materiaal kosten zou betalen. Wellicht de factuur wijzigen? Fijne dag!” f. [manager] heeft hierop dezelfde dag via whatsapp als volgt gereageerd: “Goedemorgen [appellante] , hopelijk gaat het al beter met je? Helaas is dit niet de afspraak. (Zie mail) Wij betalen onze leerlingen ook voor projecten, dus belasten we ook deze kosten door. De specificatie op de eindafrekening volgt. Groeten en fijne dag!” g. [geïntimeerde] heeft [appellante] een tweede (eind)factuur van 5 oktober 2017 (met nummer [factuur 2] ) gezonden: “ Aantal Tarief Bedrag Werkzaamheden [geïntimeerde] -ploeg Pleisterwerk en reparatie op plafonds Pleisterwerk op wanden Gewerkte uren 363,50 17,50 6.361,25 Materialen 918,70 918,70 Reeds gefactureerd factuur [factuur 1] 5.000,00 5.000,00 ___________________ Subtotaal: 2.279,95 BTW bedrag: 136,80 Totaal EUR: 2.416,75 (…)” Met verzoek binnen 30 dagen na factuurdatum te betalen. 3.5 [appellante] licht haar standpunt dat zij met [geïntimeerde] heeft afgesproken dat zij alleen het materiaal zou betalen, als volgt toe. In februari 2017 had zij telefonisch contact met [manager] van [geïntimeerde] , dat een opleidingsbedrijf is en samenwerkt met scholen om leerlingen in het kader van hun opleiding praktijkervaring te kunnen laten opdoen. [appellante] wilde enkele stucwerkzaamheden aan haar woning laten verrichten (benedenverdieping en eerste verdieping) en een vriendin had haar verteld dat leerlingen van een stucschool uit [plaats 1] deze werkzaamheden in het kader van hun opleiding zouden kunnen uitvoeren om zo praktijkervaring op te doen. Er behoefden geen arbeidsuren te worden betaald, alleen de materiaalkosten. Dit financiële voordeel was voor [appellante] reden om contact op te nemen met de school in plaats van een professioneel stucbedrijf in te schakelen. [manager] bevestigde tijdens het telefoongesprek dat geen arbeidsuren in rekening zouden worden gebracht en gaf te kennen dat het op deze manier een win-win situatie voor alle partijen is. Dit was voor [appellante] aanleiding om hieraan een verder vervolg te geven. Op 21 februari 2017 volgde een afspraak voor het inventariseren van de werkzaamheden. [manager] bevestigde nogmaals de win-win situatie, vertelde wat over de school, schooltijden voor de leerlingen, en over zichzelf, waaronder twee faillissementen met zijn eigen stukadoorsbedrijf. [manager] sprak op een gegeven moment van het afrekenen met ‘gesloten beurs’: zij zouden gaan stuken en [appellante] zou in ruil daarvoor enkele lezingen geven. Afgesproken werd dat [manager] naar de planning van de leerlingen en docent gaat kijken. Begin maart werd [appellante] ziek. Op 20 april 2017 kwam [manager] nogmaals bij [appellante] langs om de situatie op te nemen. In de week van 19 juni 2017 zouden de leerlingen starten met de werkzaamheden en er zou tevens een docent aanwezig zijn. Op 15 juni 2017 volgde nogmaals een bezoek van [manager] . Deze keer was tevens de docent aanwezig. Er werd [appellante] verteld dat alles er goed uit zag en dat zij niets meer behoefde te regelen. [appellante] heeft benadrukt dat zij het belangrijk vond dat de vloeren schoon bleven en dat er moest worden gewerkt met stucloper. Dat was geen probleem, aldus [geïntimeerde] . Op 20 juni 2017 kwam de docent en een uur later één leerling. De leerling(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.