Parketnummer : 20-000805-18 Uitspraak : 5 maart 2020 TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv) Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 20 februari 2018 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 02-984810-11 en 02-665861-11, tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag] 1969 , wonende te [adres verdachte] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte in de zaak met parketnummer 02-984810-11 ter zake van ‘medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder A van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel, meermalen gepleegd en medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel, meermalen gepleegd’ (feit 1), ‘medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd’ (feit 2), ‘medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd en opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd’ (feit 3), ‘als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven’ (feit 4) en in de zaak met parketnummer 02-665861-11 ter zake van ‘medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod’ (het primair ten laste gelegde), veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de rechtbank de voorwerpen als genoemd op de aan het vonnis gehechte beslaglijst onder de nummers 19 en 23-26 verbeurd verklaard en de teruggave aan de verdachte gelast van de voorwerpen als genoemd onder de nummers 13-18, 20, 21, 27-38 en 40. Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen met uitzondering van de opgelegde straf en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 50 maanden. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de inleidende dagvaarding partieel nietig moet worden verklaard ter zake van het in de zaak met parketnummer 02-984810-11 onder 1 ten laste gelegde. Door de verdediging is primair bepleit dat de verdachte van de ten laste gelegde feiten zal worden vrijgesproken en ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 02-984810-11 onder 2 ten laste gelegde subsidiair ontslag van alle rechtsvervolging bepleit. (Meer) subsidiair heeft de verdediging een strafmaatverweer gevoerd. Voorts heeft de verdediging bepleit dat het hof conform de rechtbank zal beslissen op de inbeslaggenomen goederen en, indien het hof zal beslissen tot teruggave aan de verdachte van de inbeslaggenomen goederen, zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. Vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank. Tenlastelegging Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg – ten laste gelegd dat: In de zaak met parketnummer 02-984810-11: 1. A. hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2011 tot en met 21 november 2011 te Tilburg meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet (een) hoeveelhe(i)d(
- en)(telkens groter dan een gebruikershoeveelheid) van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, danwel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(
- s)(telkens) opzettelijk (een) hoeveelhe(i)d(
- en)(telkens groter dan een gebruikershoeveelheid) van een materiaal bevattende hennep verkocht en/of afgeleverd en/of overgedragen aan personen uit het buitenland (Duitsland); en/of B. hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2011 tot en met 21 november 2011 te Tilburg meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en), in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(
- en)van meer dan 30 gram, van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, danwel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; ( zaaksdossiers Muskusrat , Condor en Lynx ) 2.hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 21 november 2011 te Tilburg, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) van een voorwerp, te weten een of meer geldbedragen (in totaal ongeveer 590.000 euro), (telkens) de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of (telkens) verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op een voorwerp was of wie bovenomschreven voorwerp, te weten een of meer geldbedragen (in totaal ongeveer 590.000 euro), voorhanden had, terwijl hij wist dat dat voorwerp – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was uit enig misdrijf, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(
- s)(telkens) één of meer geldbedragen als geldlening(
- en)in de administratie opgenomen en/of zogenaamde (valse) leningsovereenkomst(
- en)opgesteld en aldus (telkens) een legale herkomst aan genoemde geldbedragen gegeven; ( zaaksdossier Withoen ) 3.hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2011 tot en met 23 november 2011 te Tilburg en/of Almere en/of Sint Oedenrode en/of Waalwijk en/of Rosmalen, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad (in één of meer panden/woningen) hoeveelheden hennep(planten) en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde (telkens) hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; ( zaaksdossiers Anemoon en/of IJsvogel en/of Patrijs en/of in zaaksdossier Octopus : Reiger / Kolibrie / Ocelot ) 4.hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2011 tot en met 21 november 2011 te Tilburg, in elk geval in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van een aantal natuurlijke personen (waartoe (onder meer) behoorden [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] ) en/of (een) rechtsperso(o)n(
- en)( [ medeverdachte 10] ), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk - het in- en/of uitvoeren van hennep en/of - het telen en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of vervaardigen en/of aanwezig hebben van hennep en/of - het witwassen (vanuit criminele activiteiten verkregen) geld, aan welke organisatie verdachte leiding heeft gegeven; ( zaaksdossier Octopus + overzicht zaaksdossiers op pagina 7/8 van zaaksdossier Octopus ) In de zaak met parketnummer 02-665861-11 (gevoegd): hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 december 2009 tot en met 13 januari 2010, in elk geval op of omstreeks 13 januari 2010, te Tilburg tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een (bedrijfs)pand gelegen aan [adres 1] en/of een in voornoemd (bedrijfs)pand geplaatst (motor)voertuig) een hoeveelheid van (in totaal) 77,98 kilogram (gedroogde) hennep(toppen) en/of ongeveer 170 hennepplanten (stekken), althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 7] en/of een of meer onbekend gebleven pers(o)on(
- en)op meerdere althans een tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 december 2009 tot en met 13 januari 2010, in elk geval op of omstreeks 13 januari 2010, te Tilburg met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad, (in een (bedrijfs)pand gelegen aan [adres 1] en/of een in voornoemd (bedrijfs)pand geplaatst (motor)voertuig) (een) hoeveelheid/hoeveelheden van (in totaal) 77,98 kilogram (gedroogde) hennep(toppen) en/of ongeveer 170 hennepplanten (stekken), althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot en/of bij het plegen van welk(
- e)misdrijf/misdrijven verdachte in de periode van 1 december 2009 tot en met 13 januari 2010, in elk geval op of omstreeks 13 januari 2010, te Tilburg, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan voomoemde perso(o)n(
- en)en/of die onbekend gebleven persoon/personen (een deel van) voornoemd (bedrijfs)pand en/of voornoemd (motor)voertuig voor de teelt/de opslag/het kweken/het vervoeren van hennepplanten te verhuren, althans ter beschikking te stellen. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Geldigheid van de inleidende dagvaarding De verdediging heeft zich – onder verwijzing naar hetgeen zij in eerste aanleg heeft aangevoerd – op het standpunt gesteld dat de inleidende dagvaarding partieel nietig moet worden verklaard ter zake van het in de zaak met parketnummer 02-984810-11 onder 1 ten laste gelegde. Daartoe is – kort gezegd – aangevoerd dat in de ten laste gelegde periode meerdere feiten zijn gepleegd, welke niet nader zijn uitgeschreven, noch zijn voorzien van naar mening van het Openbaar Ministerie door de verdachte verrichte handelingen, waaruit het medeplegen zou blijken. Een nadere omschrijving was en is wel mogelijk, aldus de verdediging. Het hof overweegt als volgt. Uitgangspunt voor de beoordeling is of een verdachte uit de tenlastelegging kan opmaken welk strafrechtelijk verwijt hem wordt gemaakt, zodat hij weet waartegen hij zich dient te verdedigen. De tenlastelegging moet bovendien worden bezien in samenhang met de inhoud van het dossier. Met de rechtbank begrijpt het hof dat de verdediging de tenlastelegging onvoldoende feitelijk acht ten aanzien van de ten laste gelegde hennephandel en uitvoer van hennep, zoals opgenomen in het zaaksdossier Muskusrat . Voor zover de verdediging heeft bedoeld dit verweer ook te voeren ten aanzien van het ten laste gelegde uit de zaaksdossiers Lynx en Condor geldt dat, gelet op het gegeven dat de verdediging ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 2 november 2017 naar voren heeft gebracht dat de zaaksdossiers Lynx en Condor duidelijk zijn en zien op feit 1B en hetgeen ter terechtzittingen in eerste aanleg en hoger beroep ten verwere daarvan is gevoerd, voldoende duidelijk is geweest wat de inhoud van de beschuldigingen is. Met de rechtbank is het hof van oordeel dat het verweer ook voor het overige niet kan slagen. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat de officier van justitie ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 2 november 2017 op verzoek van de verdediging nader heeft toegelicht dat het bij het ten laste gelegde medeplegen van handel in hennep gaat om hetgeen is waargenomen op de dagen van de cameraobservatie bij [ medeverdachte 10] . Aan de in de tenlastelegging voorkomende termen komt mede feitelijke betekenis toe. Tegen de achtergrond van zaaksdossier Muskusrat , het dossier Camera-observatie en hetgeen door de officier van justitie is toegelicht, is het hof van oordeel dat het de verdachte voldoende duidelijk moet zijn geweest wat hem in de zaak met parketnummer 02-984810-11 onder het 1 ten laste gelegde wordt verweten en waartegen hij zich moest verdedigen. De tenlastelegging voldoet derhalve aan de wettelijke eisen. Ook overigens zijn geen feiten en omstandigheden gebleken die aan de geldigheid van de inleidende dagvaarding in de weg staan. Het verweer wordt verworpen. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 02-984810-11 onder 1, 2, 3 en 4 en in de zaak met parketnummer 02-665861-11 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat: In de zaak met parketnummer 02-984810-11: 1.A. hij op tijdstippen in de periode van 24 juni 2011 tot en met 21 november 2011 te Tilburg tezamen en in vereniging met anderen telkens opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet een hoeveelheid (telkens groter dan een gebruikershoeveelheid) van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, immers hebben verdachte en zijn mededaders telkens opzettelijk een hoeveelheid (telkens groter dan een gebruikershoeveelheid) van een materiaal bevattende hennep verkocht en/of afgeleverd en/of overgedragen aan personen uit het buitenland (Duitsland); en B. hij op tijdstippen in de periode van 24 juni 2011 tot en met 21 november 2011 te Tilburg tezamen en in vereniging met anderen telkens opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, een grote hoeveelheid van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II; 2.hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2007 tot en met 21 november 2011 te Tilburg tezamen en in vereniging met een ander of anderen telkens van een voorwerp, te weten geldbedragen (in totaal ongeveer 590.000 euro), (telkens) de herkomst heeft verhuld, terwijl hij wist dat dat voorwerp – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was uit enig misdrijf, immers hebben verdachte en zijn mededader(
- s)geldbedragen als geldleningen in de administratie opgenomen en zogenaamde valse leningsovereenkomsten opgesteld en aldus (telkens) een legale herkomst aan genoemde geldbedragen gegeven; 3.hij in de periode van 1 maart 2011 tot en met 23 november 2011 te Tilburg en Waalwijk opzettelijk heeft geteeld, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in woningen) hennepplanten of delen daarvan, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II en hij in de periode van 1 maart 2011 tot en met 23 november 2011 te Almere en Sint-Oedenrode tezamen en in vereniging met anderen of een ander opzettelijk heeft geteeld (in woningen) hennepplanten of delen daarvan, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II. 4.hij in de periode van 21 maart 2011 tot en met 21 november 2011 te Tilburg heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van een aantal natuurlijke personen (waartoe onder meer behoorden [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] ) en een rechtspersoon ( [ medeverdachte 10] ), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk - het uitvoeren van hennep en - het telen en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig hebben van hennep en - het witwassen van geld, aan welke organisatie verdachte leiding heeft gegeven; In de zaak met parketnummer 02-665861-11 (gevoegd): primair hij op 13 januari 2010 te Tilburg tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk aanwezig heeft gehad in een bedrijfspand gelegen aan [adres 1] en in voornoemd bedrijfspand geplaatst motorvoertuig 77,98 kilogram (gedroogde) hennep(toppen) en 170 hennepplanten (stekken), zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II. Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Start van het onderzoek Door de verdediging is in de zaken van [medeverdachte 1] , [verdachte] en [ medeverdachte 10] – in lijn met hetgeen in eerste aanleg is aangevoerd – betoogd dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim door onregelmatigheden bij de start van het onderzoek, hetgeen moet leiden tot bewijsuitsluiting. Kort samengevat is gesteld dat sprake is van: een niet (voldoende) transparante start van onderzoek Colt; een onrechtmatige wijze van actieve informatievergaring; onjuist en/of onvolledige voorlichting van de rechter-commissaris; de inzet van bijzondere opsporingsmiddelen (telefoontaps en stelselmatige observatie) zonder redelijk vermoeden van schuld. Subsidiair is verzocht om toevoeging van alle stukken met betrekking tot de projectvoorbereiding en het daaropvolgende voorstel inzake het onderzoek Patrijshond . Met de verdediging en de rechtbank constateert het hof dat de start van het onderzoek aanvankelijk niet geheel transparant was, met name vanwege het verband met het onderzoek Patrijshond . Tijdens het onderzoek door de rechter-commissaris is daarover echter alsnog meer duidelijkheid gekomen, onder meer door het toevoegen van het procesdossier Patrijshond . De door de officieren van justitie in eerste aanleg geschetste gang van zaken rondom de start van het onderzoek vindt bevestiging in de verhoren van de betrokken politiefunctionarissen en de door hen opgemaakte nadere processen-verbaal. Naar het oordeel van het hof is daarmee (achteraf) hierover voldoende duidelijkheid verschaft. Samengevat was de gang van zaken als volgt: er was eerder informatie bij de politie bekend waaruit een verdenking ontstond jegens [medeverdachte 12] . Dit heeft geleid tot het starten van het onderzoek Patrijshond op 3 februari 2011. In dat kader was er een proces-verbaal met CIE-informatie d.d. 1 februari 2011, waarin [ medeverdachte 10] werd genoemd in relatie tot [medeverdachte 12] . [medeverdachte 1] en [verdachte] zijn in dat onderzoek ook naar voren gekomen, maar niet aangemerkt als verdachten. In een overleg op 9 maart 2011, met onder andere de officieren van justitie, is besloten om een apart onderzoek te starten naar [medeverdachte 1] , [verdachte] en [ medeverdachte 10] Vervolgens is op 10 maart 2011 aan de CIE gevraagd om beschikbare informatie te verstrekken die betrekking had op [medeverdachte 1] en [verdachte] . Daarop zijn diezelfde dag drie processen-verbaal met CIE-informatie verstrekt. Met de rechtbank is het hof van oordeel dat op 9 en 10 maart 2011 reeds sprake was van een voldoende redelijke verdenking van strafbare feiten voor het bevragen van de CIE inzake beschikbare informatie over [medeverdachte 1] , [verdachte] en [ medeverdachte 10] De enkele omstandigheid dat zij in het onderzoek Patrijshond (formeel) niet waren aangemerkt als verdachten doet daaraan niet af. De op 10 maart 2011 door de CIE verstrekte drie processen-verbaal bevatten de volgende informatie, die als betrouwbaar is aangemerkt: - “ “Bij het autobedrijf [ medeverdachte 10] van [medeverdachte 1] in Tilburg wordt hennep ingekocht en verkocht. De te verkopen hennep ligt opgeslagen in auto’s die buiten bij het autobedrijf staan.” - “ “Vanuit het pand van [ medeverdachte 10] te Tilburg worden dagelijks partijen hennep verhandeld. [medeverdachte 1] , bijgenaamd [medeverdachte 1] , maakt daar de dienst uit.” - “ “ [verdachte] die een garagebedrijf heeft aan de [adres 1] , genaamd [ medeverdachte 10] , koopt grote hoeveelheden wiet op. Dat doet hij al enige tijd en gaat daar ook gewoon mee door. Achter het garagebedrijf aan de [adres 1] staat een hok waar alles wordt opgeslagen. Als mensen wiet komen afleveren, dan moet je naast het bedrijf een hek door rijden naar het hok achter het bedrijf waar alles op wordt geslagen. Aan de achterzijde van het bedrijf hangen geen camera’s, aan de voorzijde wel. [verdachte] werkt samen met [medeverdachte 8] en diens compagnon [medeverdachte 9] uit Tilburg.” Vervolgens kwam uit de politiesystemen aanvullende informatie naar boven over mogelijke betrokkenheid van de genoemde personen bij eerdere drugsdelicten: Op 13 januari 2010 was in het autobedrijf van [ medeverdachte 10] te Tilburg ongeveer 78 kilo hennep aangetroffen, waarvoor [medeverdachte 1] en [verdachte] waren aangehouden en als verdachten aangemerkt (zie de zaak met parketnummer 02-665862-11); [verdachte] is eigenaar van een pand aan de [adres verdachte] , waar op 24 juni 2010 een hennepkwekerij was aangetroffen; [medeverdachte 8] is eigenaar van het pand aan de [adres 3] . In januari 2011 was in dit pand eveneens een hennepkwekerij aangetroffen, waarvoor [medeverdachte 8] als verdachte was aangemerkt. Voorts bleek uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel dat [medeverdachte 1] en [verdachte] bestuurders waren van [ medeverdachte 10] en dat [medeverdachte 8] een voormalig bestuurder was van het bedrijf. Naar het oordeel van het hof kan aan de CIE-informatie, in onderling verband en samenhang bezien met de overige informatie, een redelijk vermoeden worden ontleend dat [medeverdachte 1] , [verdachte] , [medeverdachte 8] en [ medeverdachte 10] zich schuldig maakten aan handel in hennep. Deze verdenking vormt ook voldoende grondslag voor de inzet van bijzondere opsporingsmiddelen als telefoontaps en cameraobservatie bij het pand van [ medeverdachte 10] Anders dan de verdediging suggereert, is geen sprake geweest van misleiding van de rechter-commissaris door het achterhouden van essentiële informatie. Dat [medeverdachte 1] en [verdachte] wel waren genoemd in het onderzoek Patrijshond maar daarin niet als verdachten waren aangemerkt, is geen essentiële informatie die een ander licht op de zaak werpt. De suggestie dat in Patrijshond al een jaar onderzoek was verricht dat niets belastends had opgeleverd, is feitelijk onjuist. Er was weliswaar in 2010 een projectvoorstel gemaakt inzake [medeverdachte 12] , maar het onderzoek in Patrijshond is pas op 3 februari 2011 gestart. Binnen dat onderzoek zijn op 1 en 2 maart 2011 observaties verricht aan de voorzijde van [ medeverdachte 10] . Dat dit geen concrete belastende gegevens opleverde, is nog niet ontlastend mede gelet op de CIE-informatie over de activiteiten aan de achterzijde van het pand van [ medeverdachte 10] , zodat niet kan worden gezegd dat deze informatie ten onrechte aan de rechter-commissaris is onthouden. Concluderend is het hof – met de rechtbank en de advocaat-generaal – van oordeel dat geen sprake is van een vormverzuim bij de start van het onderzoek, zodat dit verweer wordt verworpen. Tot slot ziet het hof eveneens geen aanleiding om het dossier te laten aanvullen met de projectvoorbereiding en het voorstel inzake Patrijshond , nu het hof zich voldoende geïnformeerd acht omtrent dit onderwerp. Het subsidiair gedane verzoek daartoe wordt dan ook afgewezen. Datzelfde geldt ten aanzien van het verzoek om toevoeging van de notulen en/of verslagen van de startbriefing(en). Bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen 1Ter zake van feit 1A en 1B: hennepexport en -handel De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de periode ten aanzien van feit 1 dient te worden beperkt tot vanaf 24 juni 2011. Voorts heeft de verdediging – onder verwijzing naar de pleitnota in eerste aanleg – bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van de uitvoer van hennep (feit 1A), nu opzet op die uitvoer ontbreekt. Ten aanzien van de hennephandel (feit 1B) heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat het wat betreft zaaksdossier Condor enkel gaat om het afleveren van een klein monster hennep. Uit niets volgt dat een grotere partij werd geleverd en nu de tenlastelegging niet ziet op een kleine hoeveelheid (één henneptop), noch op voorbereidingshandelingen, dient vrijspraak te volgen. Voorts heeft de verdediging zich ten aanzien van de bewezenverklaring van het feit dat volgt uit zaaksdossier Lynx gerefereerd aan het oordeel van het hof. 1.1. Cameraobservaties en telefoongesprekken In het kader van het opsporingsonderzoek Colt heeft vanaf 24 juni 2011 tot en met 21 november 2011 een cameraobservatie plaatsgevonden bij het pand van [ medeverdachte 10] (hierna: [ medeverdachte 10] ) aan de [adres 1] . Daarnaast werden de telefoons van [verdachte] en [medeverdachte 1] getapt. [verdachte] en [medeverdachte 1] zijn sinds 12 april 2007 respectievelijk 27 november 2008 de algemeen directeuren c.q. bestuurders van dit bedrijf. In voornoemde periode van 24 juni 2011 tot en met 21 november 2011 werden van 31 dagen uitgebreide processen-verbaal opgemaakt waarin, nauwgezet en onder bijvoeging van foto’s, staat omschreven wat er te zien is op de opnamen. Op de beelden van genoemde cameraobservatie werd door verbalisanten onder meer het navolgende waargenomen. 1.1.1. Cameraobservatie en telefoongesprek d.d. 27 juni 2011 Op 27 juni 2011 om 07.17 uur arriveert [medeverdachte 3] (hierna telkens: [medeverdachte 3]) in een Audi stationwagen, voorzien van het kenteken [kenteken 1] dat op zijn naam is gesteld, bij [ medeverdachte 10] . De roldeur gaat open en [verdachte] (hierna telkens: [verdachte]) en een andere man komen naar buiten lopen. [medeverdachte 3] en [verdachte] pakken samen een gevulde tas uit de kofferbak en dragen de tas samen [ medeverdachte 10] binnen. Hierna komt [medeverdachte 3] naar buiten en pakt uit de achterbak van de Audi een vuilniszak en gaat [ medeverdachte 10] binnen. Enkele minuten later arriveert er een bestelauto. [verdachte] en [medeverdachte 3] komen naar buiten. [medeverdachte 3] opent de achterklep van deze auto en staat samen met [verdachte] en een andere man bij de achterbak van de Audi. [medeverdachte 3] en de andere man lopen heen en weer tussen de bestelauto en de Audi. [medeverdachte 3] komt met vermoedelijk een zwarte sporttas uit de bus en legt die in de achterbak van de Audi. [verdachte] staat te kijken wat de andere twee mannen doen. Vervolgens lopen [medeverdachte 3] en [verdachte] richting de bestelauto uit beeld. Zij dragen samen een voorwerp, komen uit de richting van de bestelauto en [verdachte] legt het voorwerp in de kofferbak. [medeverdachte 3] sluit de kofferbak, loopt naar de bestuurdersplaats van de Audi en is uit beeld. [verdachte] en de andere man gaan naar binnen bij [ medeverdachte 10] . Vervolgens komt de onbekende man vanuit [ medeverdachte 10] en loopt met een vuilniszak richting de bestelbus uit beeld. Hij komt dan terug lopen zonder zak en gaat weer naar binnen. Om 08.02 uur stopt een Mazda 626, voorzien van het Duitse kenteken [kenteken 2] , aan de achterzijde. [medeverdachte 22] , bestuurder van de Mazda, stapt uit en loopt [ medeverdachte 10] binnen. De andere man komt naar buiten en vertrekt in de bestelbus. Enkele minuten later stapt [medeverdachte 22] in de Mazda, rijdt weg en stopt vijf minuten later weer aan de achterzijde voor de roldeur. [medeverdachte 22] loopt wederom naar binnen. Om 09.02 uur komen [medeverdachte 1] (hierna telkens: [medeverdachte 1]), [verdachte] , [medeverdachte 22] en [medeverdachte 23] naar buiten. [medeverdachte 22] draagt een zwarte sporttas die kennelijk gevuld is. [medeverdachte 1] opent de kofferbak van de Mazda, waarna de tas in de kofferbak wordt gelegd. De mannen nemen afscheid van elkaar. [medeverdachte 1] en [verdachte] gaan naar binnen en [medeverdachte 22] en [medeverdachte 23] stappen in de Mazda en rijden weg. Om 09.09 uur arriveert [medeverdachte 2] (hierna telkens: [medeverdachte 2]) als bestuurder van een Seat Leon, voorzien van het kenteken [kenteken 3] dat op zijn naam is gesteld, en gaat [ medeverdachte 10] binnen. Om 09.34 uur rijdt [medeverdachte 2] in de Seat weg bij [ medeverdachte 10] . Een klein half uur later keert hij terug in de Seat. Uit de achterbak van de Seat komt een tweetal kennelijk gevulde grote zwarte sporttassen die [ medeverdachte 10] in worden gebracht door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Om 10.29 uur rijdt [medeverdachte 2] weer weg in de Seat. Om 09.20 uur heeft een telefoongesprek plaatsgevonden tussen [medeverdachte 1] en een onbekend gebleven man, waarin onder meer het volgende werd gezegd: onbekende man : kan nu niet komen [medeverdachte 1] : zal ik die dan sturen onbekende man : hij weet waar mijn huis is : dan stuur ik nu de dinges... Moet de auto groot zijn? onbekende man : twee sporttassen [medeverdachte 1] : oké dan stuur ik die met de taxi/personenauto Het hof leidt uit de inhoud van het hierboven weergegeven telefoongesprek af dat [medeverdachte 1] een auto zal sturen naar de onbekende man om twee sporttassen op te halen. Een klein kwartier na dit gesprek wordt gezien dat [medeverdachte 2] wegrijdt bij [ medeverdachte 10] en nog geen half uur later komt hij terug met twee sporttassen. Gelet op deze gang van zaken gaat het hof ervan uit dat dit de sporttassen zijn waarover [medeverdachte 1] en de onbekende man spraken en dat [medeverdachte 1] heeft geregeld dat [medeverdachte 2] deze tassen is gaan ophalen. Om 10.36 uur arriveert [medeverdachte 3] in de eerdergenoemde Audi en gaat even bij [ medeverdachte 10] naar binnen. Hij komt vervolgens terug bij de auto en haalt een dichte verhuisdoos en een kennelijk gevulde plastic draagtas uit de kofferbak en brengt deze naar binnen bij [ medeverdachte 10] . Om 11.24 uur staan [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [verdachte] in de deuropening. [medeverdachte 2] legt dan drie zilvergrijze zakken neer in de deuropening. De drie mannen gaan vervolgens weer binnen bij [ medeverdachte 10] , waarna [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] opnieuw in beeld komen. [medeverdachte 2] heeft een lege verhuisdoos bij zich. Twee zilverkleurige zakken die lijken te zijn gevuld, gaan in de doos en de derde, kennelijk half gevuld, wordt opgevouwen en gaat in een plastic tas. [medeverdachte 1] kijkt wat [medeverdachte 2] aan het doen is. [medeverdachte 2] draagt een doos en plastic draagtas en loopt naar de zijkant van [ medeverdachte 10] uit beeld. Kort daarna komt [medeverdachte 5] (hierna telkens: [medeverdachte 5]) aanlopen uit [ medeverdachte 10] . Hij heeft latex handschoenen aan. [medeverdachte 2] komt dan weer teruglopen. Hij heeft dan niets meer bij zich. Om 16.28 uur komt [verdachte] in beeld met twee plastic zakken met een groene substantie en gaat het pand binnen. Om 17.04 uur wordt de eerdergenoemde Seat aan de achterzijde van [ medeverdachte 10] geparkeerd. [medeverdachte 3] stapt als bijrijder uit de Seat, haalt een gevulde verhuisdoos uit de kofferbak en gaat het pand binnen. De Seat wordt vervolgens gekeerd en rijdt weg. Om 18.02 uur staan [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] bij twee verhuisdozen. Door [medeverdachte 5] en een andere man worden de twee dozen in een Opel Astra gezet. [medeverdachte 1] en [verdachte] kijken hoe dit gaat. De Opel Astra rijdt vervolgens weg, waarna [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 5] bij [ medeverdachte 10] naar binnen gaan. Om 18.45 uur plaatst [verdachte] een grote zwarte sporttas in de deuropening. [verdachte] kijkt in de tas. Twee minuten later heeft hij handschoenen aan en haalt hij gevulde plastic zakken met een groene substantie uit de tas en laat deze zien aan [medeverdachte 3] . Vervolgens wordt de zak weer teruggedaan in de tas en wordt de tas dichtgedaan. [medeverdachte 3] draagt de tas verder het pand in en wordt gevolgd door [verdachte] . Een paar minuten later staan [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] binnen met elkaar te praten. [verdachte] heeft een plastic zak met de groene substantie vast. [medeverdachte 3] gaat vervolgens met de Audi weg en de andere twee mannen gaan verder het pand binnen. 1.1.2. Cameraobservatie d.d. 28 juni 2011 Op 28 juni 2011 om 08.34 uur gaat de roldeur open. Achter de roldeur is een grote zwarte sporttas te zien die open staat. De tas zit vol met doorzichtige zakken met daarin een groene substantie. [medeverdachte 23] en [medeverdachte 22] komen in beeld samen met [verdachte] . [medeverdachte 22] ruikt meermalen aan de inhoud van een van de zakken. [verdachte] en [medeverdachte 23] halen diverse zakken uit de tas en leggen deze op de grond neer. [verdachte] trekt latex handschoenen aan en haalt de groene substantie uit een van de zakken en laat die substantie zien. Het aantal zakken dat weer in de tas wordt teruggelegd, wordt ruim boven de 20 geschat, terwijl er in de tas ook nog gevulde zakken zaten. De tas wordt geheel gevuld met de plastic zakken die een groene substantie bevatten. Vervolgens staan de mannen met zijn drieën te praten en worden door [verdachte] en [medeverdachte 22] de zakken weer uit de tas gehaald, naast de tas gelegd en vervolgens door [verdachte] weer in de tas gedaan. De tas wordt vervolgens dichtgedaan en [verdachte] , [medeverdachte 23] en [medeverdachte 22] lopen het pand in. De tas blijft staan in de deuropening. Een Mazda 626, voorzien van het Duitse kenteken [kenteken 2] , komt aan de achterzijde aanrijden en stopt voor de roldeur. [medeverdachte 22] opent de kofferbak van de Mazda en loopt het pand binnen. [medeverdachte 22] en [verdachte] komen bij de tas. [medeverdachte 22] pakt de tas op en zet deze in de kofferbak van de Mazda. [verdachte] gaat het pand weer binnen. De kofferbak gaat dicht en [medeverdachte 22] rijdt de auto achteruit buiten beeld. Om 10.59 uur stopt een witte bestelauto voor de roldeur. [medeverdachte 4] (hierna telkens: [medeverdachte 4]) en [medeverdachte 2] komen uit [ medeverdachte 10] gelopen. Kort daarna komt ook [verdachte] naar buiten. Verder komen acht onbekend gebleven personen in beeld. Zeven van hen gaan vervolgens het pand van [ medeverdachte 10] binnen. [medeverdachte 4] haalt in totaal vier verhuisdozen uit de bestelbus. Deze dozen worden naar binnen gedragen door hem en de onbekende persoon die buiten is gebleven. [medeverdachte 2] haalt een vuilniszak uit de bus en brengt deze het pand binnen. [medeverdachte 4] sluit de achterdeur van de bus en rijdt deze vervolgens achteruit uit beeld van de camera. De vier verhuisdozen worden in de opening van de roldeur geschoven. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] komen opnieuw in beeld. Vervolgens komt een Mercedes Vito, voorzien van het kenteken [kenteken 4] , achteruit gereden en stopt voor de roldeur. [medeverdachte 4] komt uit deze auto en loopt naar de achterkant. [medeverdachte 2] komt ook naar buiten. Samen met [medeverdachte 4] pakt hij de vier verhuisdozen en zij zetten deze kennelijk in de Mercedes Vito. [medeverdachte 2] gaat vervolgens het pand binnen en [medeverdachte 4] gaat weg met de Mercedes Vito. Om 12.01 uur stopt een witte bestelbus, voorzien van het kenteken [kenteken 5] , voor de roldeur. [medeverdachte 3] blijkt de bestuurder te zijn. [medeverdachte 4] komt uit [ medeverdachte 10] gelopen. Zij lopen allebei naar de zijkant van de bus en halen een zwarte gevulde sporttas en een gesloten verhuisdoos uit de bus. Deze worden door hen het pand binnengedragen. Aan het lopen te zien kan worden gesteld dat deze kennelijk zwaar zijn. Enkele minuten later stopt een donkere Volkswagen, voorzien van het kenteken [kenteken 6] , achter de witte bestelbus. [medeverdachte 4] loopt met een gesloten verhuisdoos uit [ medeverdachte 10] naar de achterkant van de auto, is vervolgens uit beeld en keert kort daarna zonder doos terug. Kort daarna draagt een onbekend gebleven persoon vanuit [ medeverdachte 10] een grote zwarte gevulde sporttas naar de achterkant van de Volkswagen. [medeverdachte 22] komt in beeld en doet de achterklep van de auto open. Vervolgens worden kennelijk de doos en de tas in de achterbak van deze auto geladen. Kort daarna rijdt de Volkswagen weg. Om 14.13 uur komen [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en een onbekend gebleven persoon naar buiten. Er komt dan een Mercedes, voorzien van het kenteken [kenteken 7] , aanrijden. De onbekend gebleven persoon doet de achterklep open en [medeverdachte 2] pakt een grijze gevulde zak uit de kofferbak. Een andere onbekende man begroet [medeverdachte 1] . Met zijn vieren lopen zij [ medeverdachte 10] binnen. Twee minuten later komen [medeverdachte 2] en de onbekend gebleven persoon weer in beeld. De onbekend gebleven persoon draagt twee gevulde vuilniszakken en legt deze in de kofferbak van de Mercedes. De kofferbak gaat dicht en [medeverdachte 2] en de onbekend gebleven persoon gaan het pand weer binnen. Kort daarna stappen de twee onbekend gebleven personen in de Mercedes en rijden weg. Om 15.34 uur stopt een Opel Signum stationwagen bij de achterdeur en rijdt vervolgens het pand binnen. Achter de Opel Signum rijdt een grijze Opel Astra. [medeverdachte 2] is de bestuurder van de Opel Astra. Hij doet de achterklep van de Opel Astra open, haalt daaruit een blauwe gevulde zak en gaat daarmee het pand binnen. Enkele minuten later loopt [medeverdachte 22] uit beeld richting de zijkant van [ medeverdachte 10] . Een onbekend gebleven persoon draagt een verhuisdoos en gaat [ medeverdachte 10] weer binnen. Vervolgens komt de onbekend gebleven persoon weer naar buiten en rijdt vervolgens met de Opel Astra uit beeld. De Opel Signum met daarin twee personen wordt naar buiten gereden en rijdt weg. 1.1.3. Cameraobservatie d.d. 30 juni 2011 Op 30 juni 2011 om 11.01 uur stopt een auto, voorzien van het Duitse kenteken [kenteken 2] (het hof begrijpt: de eerdergenoemde Mazda 626), bij de roldeur. [medeverdachte 22] en [medeverdachte 23] stappen uit als bestuurder respectievelijk bijrijder van de auto. [medeverdachte 22] pakt een zwarte sporttas uit de kofferbak en loopt samen met [medeverdachte 23] richting de geopende roldeur. Vanuit [ medeverdachte 10] komen [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 2] aangelopen. [medeverdachte 3] neemt in de deuropening de tas van [medeverdachte 22] over en zet deze op de grond. [medeverdachte 3] opent de tas. Hij buigt zich samen met [medeverdachte 1] en [verdachte] over de geopende tas om te kijken naar de inhoud. [medeverdachte 23] en [medeverdachte 22] staan erbij te kijken. [medeverdachte 2] loopt er omheen. [medeverdachte 3] haalt een zak met inhoud uit de tas omhoog en laat deze weer zakken. Hij geeft vervolgens [medeverdachte 23] een hand en slaat hem op de schouder. [medeverdachte 22] buigt zich ook over de tas, haalt iets uit een van de zakken en laat dit zien aan [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] en [medeverdachte 22] zijn dan bezig iets uit de tas te halen/bekijken. Soortgelijke handelingen worden diverse malen herhaald. [verdachte] staat te kijken wat [medeverdachte 22] en [medeverdachte 1] aan het doen zijn. [verdachte] gaat geknield naast [medeverdachte 1] bij de tas zitten. Er wordt een zak uit de tas gepakt en omhoog gehouden. [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 23] en [medeverdachte 22] staan vervolgens rond de tas met inhoud te praten. In de tas zijn zakken te zien waarvan de inhoud groen van kleur is. [medeverdachte 3] gaat geknield bij de tas zitten en haalt circa zeven zakken met een groene substantie uit de tas. [medeverdachte 22] houdt een zak die hij uit de tas haalt omhoog. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 22] doen vervolgens de uit de tas gehaalde zakken weer in de tas. Op enig moment komt [medeverdachte 2] met lege doorzichtige plastic zakken achter uit de zaak lopen, die hij neerlegt naast de tas en waarvan hij er één openmaakt. [medeverdachte 3] maakt een zak uit de tas open en doet de inhoud daarvan vervolgens in de zak die [medeverdachte 2] openhoudt. Als de zak gevuld is, geeft [medeverdachte 2] de zak aan [verdachte] . [verdachte] gaat verder de zaak in met de zak die hij net heeft gekregen. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] houden zich bezig met het overpakken van de zakken uit de tas. [medeverdachte 22] helpt hen daarbij en [medeverdachte 23] en [medeverdachte 1] staan daarbij te kijken. De zakken worden naast elkaar neergezet. Zichtbaar zijn circa acht gevulde zakken. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] brengen vervolgens de gevulde zakken naar binnen. [medeverdachte 3] loopt met de geleegde zakken naar buiten, waar hij deze in een grijze vuilniszak doet, welke nabij de geopende roldeur staat. Vervolgens komt [medeverdachte 2] met een verhuisdoos gevuld met zakken met een groene substantie naar buiten en loopt achter de Mazda langs uit beeld. Kort hierna keert hij terug zonder doos en gaat [ medeverdachte 10] weer binnen. Om 11.27 uur komen [medeverdachte 1] , [medeverdachte 22] , [medeverdachte 23] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] weer in beeld. [medeverdachte 1] draagt dan een dichte zilverkleurige zak. Een minuut later loopt [medeverdachte 2] achter de Mazda langs weer naar buiten en keert terug met een doorzichtige zak met een groene substantie. Een paar minuten later komen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] weer naar buiten. [medeverdachte 5] draagt een verfrommelde lege zilverkleurige zak en gooit deze weg. [medeverdachte 2] draagt een gevulde zak met een groene substantie en loopt achter de Mazda langs uit beeld. Vervolgens lopen zij weer terug het pand binnen. [medeverdachte 2] heeft dan niets meer bij zich. Om 12.02 uur komen [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] naar buiten. [medeverdachte 1] is aan het telefoneren en wijst de anderen iets aan, waarna zij naar de gewezen plaats lopen. Op het beeld is een hoekje van de kofferbak van een Mercedes Benz, voorzien van het kenteken [kenteken 8] , te zien. De kofferbak wordt geopend en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] halen daaruit twee gesloten verhuisdozen. Vervolgens pakt [medeverdachte 2] een derde verhuisdoos van de achterbank en draagt deze het pand binnen. Het portier wordt gesloten en de Mercedes wordt uit beeld gereden. Een minuut later is wederom een punt van een kofferbak van een auto te zien. Ook de kofferbak van deze auto wordt geopend. Uit de kofferbak wordt een grote zwarte gevulde sporttas en een boodschappentas gepakt en door [medeverdachte 2] het pand binnengedragen. Twee onbekend gebleven personen, waaronder de bestuurder van de auto, worden door [medeverdachte 1] verwezen naar de voorzijde, waarna zij in de auto stappen en uit beeld zijn. [medeverdachte 1] loopt vervolgens het pand weer in. Om 12.23 uur komt [medeverdachte 3] met drie op elkaar gestapelde dozen naar buiten. Hij heeft latex handschoenen aan en zet deze dozen bij het afval net buiten beeld voor de Mazda en gaat vervolgens het pand weer binnen. Enkele minuten later komt hij naar buiten met een grote zwarte sporttas, soortgelijk aan de tas die eerder uit de Duitse Mazda was gehaald. Aan het lopen van [medeverdachte 3] is te zien dat deze tas gevuld en zwaar is. Direct achter [medeverdachte 3] loopt [medeverdachte 23] . Zij lopen naar de achterzijde van de Duitse Mazda. Achter [medeverdachte 3] en [medeverdachte 23] lopen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 22] . [medeverdachte 23] draagt een boodschappentas bij zich die hij openhoudt en opent de kofferbak, waarna de sporttas en de boodschappentas in de kofferbak worden gezet. Nadat de kofferbak weer is gesloten, gaan zij allen weer naar binnen. Om 12.33 uur staan [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] in de deuropening van de roldeur te praten. Kort daarna komen [verdachte] , [medeverdachte 23] en [medeverdachte 22] ook bij hen staan. Deze zes personen nemen afscheid van elkaar, waarna [medeverdachte 23] instapt als bijrijder en [medeverdachte 22] naar de bestuurderszijde van de Mazda loopt en de Duitse Mazda achteruit wegrijdt. Enkele minuten later wordt een Mercedes Vito, voorzien van het kenteken [kenteken 4] , naar binnengereden door [medeverdachte 4] . [medeverdachte 5] legt vervolgens drie gevulde zilvergrijze zakken in de Mercedes. [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] gaan vervolgens het pand weer in, waarna de Mercedes naar buiten wegrijdt. Om 17.13 uur stopt een Seat Leon bij de roldeur. [medeverdachte 3] stapt uit de auto, opent de kofferbak, haalt uit de kofferbak een grote dichte kartonnen doos, gooit deze in de deuropening en loopt het pand binnen. Twee minuten later opent [medeverdachte 4] de doos die in de deuropening staat, haalt daar zilverkleurige zakken uit en laat deze zien aan [verdachte] . [medeverdachte 4] loopt vervolgens met een zak uit beeld. [verdachte] pakt ook een zak uit de doos en gaat het pand binnen. Vervolgens komen [verdachte] en [medeverdachte 4] terug. Zij hebben de zakken bij zich. De zakken zien er gevuld uit. Uit een van de zakken worden twee doorzichtige zakken met groene inhoud gepakt. [verdachte] en [medeverdachte 4] bekijken de inhoud en ruiken daaraan. [medeverdachte 2] komt eveneens kijken naar de inhoud van de zakken. Ook de andere zilvergrijze zak wordt geopend. Vervolgens wordt er meerdere malen iets uit de zak gehaald. [medeverdachte 3] komt er ook bij staan. Er liggen dan verschillende zakken op de grond. De meerdere doorzichtige zakken met inhoud zijn zichtbaar en deze worden verder het pand in gebracht. Aan [medeverdachte 5] wordt de inhoud van de zakken getoond. [verdachte] zit geknield bij de nog op de grond liggende zakken. De zakken worden door [medeverdachte 4] in samenwerking met [medeverdachte 2] en [verdachte] weer in de doos gedaan. [medeverdachte 5] loopt vervolgens samen met [medeverdachte 2] naar zijn auto. [medeverdachte 4] draagt de inmiddels geheel gevulde doos naar de auto van [medeverdachte 5] . [medeverdachte 5] doet de kofferbak open, waarna de doos in de kofferbak wordt gezet. [verdachte] komt daarbij kijken. Vervolgens nemen zij afscheid, waarna [verdachte] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] naar binnen gaan en [medeverdachte 5] met de auto wegrijdt. 1.1.4. Cameraobservatie d.d. 4 juli 2011 Op 4 juli 2011 om 08.43 uur stopt een Audi, voorzien van het kenteken [kenteken 1] , voor de roldeur. [medeverdachte 3] , de bestuurder van de Audi, haalt uit de kofferbak een gevulde zwarte sporttas, die kennelijk erg zwaar is. Tegelijkertijd komen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 22] uit [ medeverdachte 10] gelopen. [medeverdachte 1] kijkt even naar de tas en met zijn drieën lopen zij het pand in. Om 08.50 uur lopen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 22] naar twee dozen. [medeverdachte 1] opent een doos en [medeverdachte 22] haalt er een doorzichtige zak met groene substantie uit en ruikt aan de inhoud van deze zak. [medeverdachte 3] komt met latex handschoenen aan, [medeverdachte 1] draagt eveneens latex handschoenen en ook [medeverdachte 22] doet latex handschoenen aan. Er wordt wederom geroken aan de inhoud van de zakken. [medeverdachte 1] toont de inhoud van de zakken aan [medeverdachte 22] . [medeverdachte 22] ruikt meermalen aan de inhoud van de zakken. Door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] worden circa 12 zakken uit de doos gehaald. Deze zakken worden vervolgens door [medeverdachte 22] in een zwarte tas gedaan, waarna de tas wordt dichtgedaan. Vervolgens opent [medeverdachte 1] de tweede doos met daarin doorzichtige zakken met een groene inhoud. [medeverdachte 3] komt met een lege tas. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] halen de zakken met groene inhoud uit de doos en doen die in de tas die door [medeverdachte 22] wordt opengehouden. [medeverdachte 3] legt deze zakken in de kofferbak van de Audi. Hij sluit vervolgens de achterklep, loopt terug, pakt de door hem meegenomen tas en loopt vervolgens met deze tas en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 22] verder het pand in. Tien minuten later komt [medeverdachte 2] weer in beeld en loopt met een doos het pand in. [verdachte] en een onbekend gebleven persoon komen eveneens met een doos aanlopen en zetten deze in de deuropening. [medeverdachte 2] pakt deze twee dozen en loopt met [verdachte] en twee onbekend gebleven personen het pand in. Om 09.11 uur komt een Mercedes Vito, voorzien van het kenteken [kenteken 4] , deels in beeld. [medeverdachte 5] doet de achterklep van de Mercedes open en gaat het pand binnen. [medeverdachte 5] legt de drie dozen die eerder naar binnen werden gebracht achterin in de Mercedes en zet vervolgens de tas die om 08.43 uur werd gedragen in de Mercedes. [medeverdachte 5] doet de achterklep dicht, loopt uit beeld en de Mercedes vertrekt. Om 10.40 uur stopt een Mazda, voorzien van het kenteken [kenteken 2] , aan de achterzijde. [medeverdachte 23] stapt uit als bijrijder. Een onbekende man loopt naar de achterkant van de auto en opent de klep. [medeverdachte 1] loopt naar [medeverdachte 23] en zij begroeten elkaar. [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] komen ook in beeld en dragen allebei een zwarte gevulde sporttas en leggen deze twee tassen in de kofferbak van de Mazda. Een onbekend gebleven persoon kijkt in een van de tassen die in de kofferbak zijn gezet en haalt daaruit een doorzichtige zak met een groene substantie. De kofferbak wordt dichtgedaan. Op enig moment stapt de onbekend gebleven persoon in als bestuurder en [medeverdachte 23] als bijrijder, waarna de auto wegrijdt. Om 13.37 uur stopt een Mercedes Benz 220, voorzien van kenteken [kenteken 9] , voor de roldeur. Een onbekende man stapt uit als bestuurder, doet de kofferbak open, haalt een grote zwarte gevulde sporttas met rood vlak uit de kofferbak, doet de kofferbak dicht en gaat daarmee [ medeverdachte 10] binnen. Nadat hij even binnen uit beeld is geweest, komt de onbekende man zonder sporttas weer naar buiten, stapt in de auto en rijdt weg. Om 13.42 uur komt [medeverdachte 5] met een grote kennelijk volle verhuisdoos aanlopen, zet deze neer in de deuropening en gaat het pand weer in. Ongeveer twintig minuten later zet [medeverdachte 5] deze doos in de kofferbak van een donkerkleurige Audi en loopt terug naar binnen. [medeverdachte 5] komt terug met een lege verhuisdoos. Hij haalt vervolgens de doos die hij kort daarvoor in de Audi had gezet weer uit de kofferbak en zet deze op de grond. [medeverdachte 5] opent de doos en haalt daaruit twee grote grijze gevulde plastic zakken en legt die in de andere verhuisdoos. Die doos wordt in de kofferbak van de Audi gezet en [medeverdachte 5] zet de lege doos binnen. Vervolgens rijdt de Audi weg. Om 15.27 uur stopt een grijze Mercedes Vito voor de roldeur. [medeverdachte 3] stapt als bestuurder uit de auto, doet de zijdeur van de Mercedes open en gaat met een gevulde plastic zak naar binnen. Om 15.51 uur komt [medeverdachte 3] naar buiten en draagt een zilverkleurige plastic zak, loopt voor de Mercedes Vito langs uit beeld en keert hierna zonder zak terug en gaat weer naar binnen. Om 16.43 uur doet [medeverdachte 4] kennelijk een zilverkleurige plastic zak in een verhuisdoos en loopt vervolgens met deze doos en zak naar buiten voor de Mercedes Vito langs uit beeld. Korte tijd daarna gaat [medeverdachte 4] zonder iets met zich te dragen weer naar binnen. Tien minuten later komen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] naar buiten. [medeverdachte 5] heeft een tas over de schouder hangen, loopt naar de Mercedes Vito, stapt in als bestuurder en rijdt weg. Om 17.02 uur zet [medeverdachte 3] een gevulde zwarte sporttas in de deuropening en gaat weer naar binnen. Hij komt kort daarna weer terug lopen samen met [medeverdachte 1] en zij gaan bij de tas staan. [medeverdachte 3] doet dan een plastic zak in de tas en doet de tas dicht. Vervolgens lopen zij weer naar binnen. Enkele minuten later pakt [medeverdachte 3] de tas, loopt naar buiten uit beeld en komt hierop terug zonder tas. Een minuut later komt een stationwagen achteruit in beeld rijden. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] komen naar buiten lopen. De bestuurder van de stationwagen doet de achterklep open op de plek waar [medeverdachte 3] kort daarvoor met de gevulde sporttas is heengelopen. [medeverdachte 3] komt in beeld en stapt in als bestuurder van de stationwagen. Ook [medeverdachte 4] komt in beeld. Hij draagt twee boodschappentassen en loopt naar de achterkant van de stationwagen. [medeverdachte 4] haalt een plastic doorzichtige zak uit een van de tassen. [medeverdachte 1] staat te kijken wat [medeverdachte 4] doet en kijkt in de tassen. [medeverdachte 4] , [medeverdachte 1] en een onbekend gebleven persoon gaan het pand binnen. [medeverdachte 4] draagt de twee boodschappentassen. Tegelijkertijd rijdt [medeverdachte 3] weg met de stationwagen. 1.1.5. Cameraobservatie d.d. 5 juli 2011 Op 5 juli 2011 om 10.13 uur komt een donkerblauwe bestelwagen in beeld. De bestuurder loopt het pand binnen en komt kort daarna weer terug. [medeverdachte 3] komt eveneens naar buiten. De bestuurder van de bestelwagen doet de zijdeur van de bestelwagen open. Uit de auto komt een grote zwarte sporttas die door [medeverdachte 3] wordt opgetild en over zijn schouder gehangen. Tevens pakt hij een kennelijk volle verhuisdoos die uit de auto komt aan van de bestuurder. Hij gaat met de tas en de verhuisdoos het pand weer binnen. De bestuurder volgt eveneens met een verhuisdoos die kennelijk gevuld is en loopt het pand binnen. Om 10.45 uur stopt een grijze Mercedes Vito achter de bestelauto. [medeverdachte 5] komt in beeld, opent de zijdeur en haalt een gevulde zwarte sporttas uit de Mercedes. Hij loopt vervolgens met die tas uit beeld richting de bestelauto. Tegelijkertijd rijdt de Mercedes Vito weer achteruit weg. Kort daarna verschijnt [medeverdachte 5] , draagt dan niets meer en gaat het pand binnen. Om 11.33 uur rijdt de bestelauto weg. Om 13.03 uur komt een kleine auto in beeld en stopt voor de roldeur. [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] komen gelijktijdig naar buiten lopen. [medeverdachte 1] spreekt de bestuurder aan, die vervolgens uit de auto stapt. [medeverdachte 5] loopt naar binnen. [medeverdachte 1] wijst naar binnen en de bestuurder gaat bellen. [medeverdachte 1] gaat eveneens bellen. Twee zilverkleurige gevulde zakken worden klaargezet in de deuropening van het pand. Deze zakken komen uit het pand. Vervolgens komt [medeverdachte 3] met een doos aanlopen die hij bij de twee zakken neerzet. [medeverdachte 1] staat samen met de bestuurder en de bijrijder van de auto bij de zakken. Door [medeverdachte 3] wordt wederom een verhuisdoos uit het pand bij de zakken en de doos neergezet. Met zijn vieren staan zij bij deze goederen, waarbij is te zien dat [medeverdachte 1] met zijn armen staat te zwaaien. Gelet op de bewegingen is er een discussie gaande. Vervolgens laat [medeverdachte 1] zien wat er in een van de zakken zit. Om 13.08 uur rijdt de kleine auto naar achteren en komt een Mercedes Vito aanrijden. [medeverdachte 1] duidt kennelijk met armbewegingen aan hoe de Mercedes geparkeerd moet worden. Vervolgens komt [medeverdachte 3] als bestuurder van deze auto in beeld. De zijdeur van de Mercedes wordt geopend en [medeverdachte 3] haalt daaruit een doos en brengt die naar binnen. [medeverdachte 1] komt gelijktijdig met een lege verhuisdoos aanlopen. Hij doet de zilverkleurige zakken in die doos. De door [medeverdachte 1] gevulde doos wordt vervolgens door [medeverdachte 3] opgepakt en in de Mercedes geplaatst. Ook de andere twee verhuisdozen worden door [medeverdachte 3] in de Mercedes gezet. Gelet op het oppakken zitten deze dozen kennelijk vol. De zijdeur gaat dicht, waarna [medeverdachte 3] uit beeld wegloopt en de Mercedes kennelijk wegrijdt. Om 13.26 uur stopt een grijze bestelbus nabij de roldeur. [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] komen naar buiten lopen uit het pand. Uit de auto komt een man die een grote zwarte sporttas draagt en daarmee [ medeverdachte 10] binnengaat. De man geeft de tas aan [medeverdachte 4] die verder het pand in loopt. De man loopt vervolgens terug naar de auto, doet de achterdeur van de grijze bestelauto open en zet drie verhuisdozen in de bestelauto. Door [medeverdachte 4] wordt een klein zakje gedaan in de doos waarmee [medeverdachte 1] bezig is. De man pakt deze doos op en zet deze ook achter in de bestelwagen. [medeverdachte 4] komt vervolgens met nog een soortgelijke doos aanlopen die in de bestelauto wordt geladen, waarna de deuren worden gesloten. Hierna gaan [medeverdachte 1] , [medeverdachte 4] en de man naar binnen. Kort daarna komen de mannen uit de kleine auto en de bestelauto naar buiten lopen en rijden de bestelauto en kleine auto gelijktijdig weg. Om 14.08 uur stopt een Audi, voorzien van het kenteken [kenteken 10] , voor de roldeur. Vanaf de bijrijdersstoel pakt een man een verhuisdoos en geeft die aan [medeverdachte 4] die naar buiten is gekomen. Vervolgens lopen zij het pand binnen. Binnen kijkt [medeverdachte 4] even in de doos, waarna zij verder lopen. Om 16.51 uur stopt een Mercedes Vito, voorzien van het kenteken [kenteken 4] , bij de roldeur. [medeverdachte 3] , bestuurder van de Mercedes, opent de achterklep en na het sluiten van de achterklep gaat hij met een zilverkleurige zak naar binnen. 1.1.6. Cameraobservatie d.d. 6 juli 2011 Op 6 juli 2011 om 08.42 uur komt [medeverdachte 5] naar buiten lopen met een verfrommelde zilverkleurige zak. Hij draagt op dat moment latex handschoenen. Hij gooit deze zak weg en gaat het pand weer binnen. Twee minuten later loopt [medeverdachte 3] eveneens met een verfrommelde zak in zijn handen en latex handschoenen aan in de garage. Hij komt dan naar buiten lopen en haalt een gesloten en kennelijk gevulde verhuisdoos op en gaat met de doos het pand binnen. Enkele minuten later komt hij wederom naar buiten, haalt een zilverkleurige gevulde zak op en gaat weer naar binnen. Weer een paar minuten later komt hij naar buiten met een kennelijk gevulde zwarte sporttas over zijn schouder. Hij loopt het beeld uit en gaat kort daarna weer zonder tas naar binnen. Om 08.55 uur komt [medeverdachte 22] van binnen aanlopen met een dichte verhuisdoos. [medeverdachte 22] draagt latex handschoenen. Hij zet de doos in de deuropening en gaat vervolgens het pand weer binnen. [medeverdachte 5] komt naar buiten lopen. Hij heeft een gesloten kennelijk gevulde verhuisdoos in zijn handen en loopt het beeld uit. [medeverdachte 1] komt van binnenuit de garage lopen en heeft een weegschaal en een zak met een groene substantie bij zich. De weegschaal wordt neergezet. [medeverdachte 22] en anderen staan toe te kijken. [medeverdachte 1] geeft [medeverdachte 22] de zak in handen en deze staat de inhoud te bekijken. [verdachte] en [medeverdachte 3] komen bij [medeverdachte 22] en [medeverdachte 1] kijken. [medeverdachte 22] ruikt aan de inhoud van de zak. Ze staan met zijn vieren te praten. [medeverdachte 1] pakt de weegschaal. [medeverdachte 3] neemt de zak met inhoud over van [medeverdachte 22] en zij gaan allen het pand weer verder binnen. Kort daarna komen zij weer teruglopen. [medeverdachte 3] heeft dan een doorzichtige plastic zak in zijn handen en doet deze in de doos die in de deuropening staat. [medeverdachte 22] pakt de doorzichtige zak met inhoud uit de doos die in de deuropening staat en staat deze op inhoud te bekijken. [medeverdachte 1] komt bij hem staan. Tegelijkertijd komt een Mazda 626, voorzien van het kenteken [kenteken 2] , aanrijden. Deze auto stopt aan de achterzijde en [medeverdachte 23] stapt als bestuurder uit de auto. [medeverdachte 23] doet de achterklep open. [medeverdachte 1] kijkt in de kofferbak. [medeverdachte 3] tilt de doos op, loopt naar de achterzijde van de Mazda en plaatst de doos in de kofferbak. [medeverdachte 5] komt eveneens met een verhuisdoos van binnen uit het pand lopen. De inhoud van de doos die bestaat uit doorzichtige zakken met een groene substantie wordt overgeladen in een zwarte tas. De zwarte tas wordt door [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] in de kofferbak van de Mazda geplaatst. Vervolgens gaan [medeverdachte 1] , [medeverdachte 22] , [medeverdachte 23] en [medeverdachte 5] naar binnen. [medeverdachte 3] loopt met een doorzichtige zak met groene inhoud uit beeld. Een minuut later komt [medeverdachte 23] weer naar buiten, stapt in als bestuurder van de Mazda en rijdt weg. Om 09.35 uur is [medeverdachte 1] bezig in de garage. [medeverdachte 2] zet een dichte verhuisdoos klaar in de deuropening. [medeverdachte 4] komt eveneens met een doos aanlopen. Deze doos is leeg en wordt opengevouwen. Vervolgens wijst [medeverdachte 1] naar buiten en [medeverdachte 4] stopt iets in de net gevouwen doos en loopt samen met [medeverdachte 1] met de doos naar buiten. [medeverdachte 3] volgt hen en komt kort hierna weer met de doos teruglopen en gaat naar binnen. [medeverdachte 2] gaat eveneens naar buiten. Een grijze Mercedes Vito stopt voor de roldeur. [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] lopen naar binnen. [medeverdachte 1] geeft aanwijzingen. [medeverdachte 5] is kennelijk de bestuurder van de Mercedes Vito en loopt naar binnen. Enkele minuten later komen [medeverdachte 1] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 3] naar buiten. [medeverdachte 3] heeft een doos bij zich, [medeverdachte 5] pakt de in de deuropening staande doos en de dozen worden in de Mercedes Vito geplaatst, waarna deze auto wegrijdt. 1.1.7. Cameraobservatie d.d. 7 juli 2011 Op 7 juli 2011 om 14.15 uur komt [medeverdachte 4] naar buiten met een lege doorzichtige zak. Hij doet deze zak open en maalt met zijn handen door de doos en pakt uit de doos diverse malen iets dat lijkt op een groene substantie en doet dit in de plastic zak die hij vervolgens omhoog houdt. Hierna zet hij de zak op de grond, schudt de doos leeg in de zak en gaat met de gevulde zak het pand weer in. Vervolgens doet hij de zojuist gevulde plastic zak in een vuilniszak en gaat het pand weer in. Om 14.57 uur draagt [medeverdachte 5] een mondkapje en heeft latex handschoenen aan. Hij draagt met zich enkele zakken. Om 15.02 uur stopt een Opel Astra nabij de roldeur. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] komen naar buiten lopen. [medeverdachte 3] pakt een zak uit de deuropening. De achterklep van de auto gaat open en aan de bewegingen te zien legt [medeverdachte 3] de zak in de auto. De klep wordt gesloten. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] zwaaien naar de inzittende van de auto en de auto rijdt weg. Een minuut later zet [medeverdachte 4] een verhuisdoos in een Volkswagen Caddy, voorzien van het kenteken [kenteken 11] . [medeverdachte 3] legt ook tassen in de Volkswagen, waarna de achterdeur wordt gesloten en de auto wegrijdt. Om 15.37 uur staan [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en een onbekende man in de deuropening. De Volkswagen Caddy stopt voor de roldeur. [medeverdachte 3] opent de achterdeur. De boodschappentas wordt uit de auto gepakt door [medeverdachte 2] , waarna de tas aan [medeverdachte 1] wordt gegeven. In de tas zitten plastic zakken. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] halen twee zilverkleurige zakken uit de Volkswagen, waarna het pand wordt binnengegaan. Tien minuten later komt [medeverdachte 2] met een verfrommelde zilverkleurige zak naar buiten en loopt uit beeld. [medeverdachte 3] komt naar buiten met een blauwe boodschappentas en drie doorzichtige zakken met een groene substantie. Hij pakt een lege doos en doet daar de zakken met groene substantie in. Vervolgens legt hij de doos in de achterbak van de Volkswagen en loopt weer naar binnen. Enkele minuten later komen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] naar buiten. [medeverdachte 3] opent de achterbak van een auto en pakt daaruit een gele boodschappentas en twee blauwe zakken en gaat daarmee het pand binnen. In de deuropening kijken onder meer [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] wat er in de blauwe zakken zit. [medeverdachte 3] pakt een doorzichtige zak die uit de andere blauwe zak kwam. Zowel de blauwe zak, de gele tas als de doorzichtige zak met groene substantie worden in de Volkswagen gelegd. [medeverdachte 2] pakt een andere doos uit de Volkswagen en haalt hieruit een doorzichtige zak met groene substantie. Ook deze zak wordt voor in de Volkswagen gelegd. Vervolgens gaat [medeverdachte 3] weg met de Volkswagen Caddy en gaat [medeverdachte 2] het pand in. Om 16.11 uur komt [medeverdachte 3] terug met de Volkswagen Caddy en gaat weer het pand binnen. Enkele minuten later komen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] naar buiten, openen de achterdeur van de auto, halen twee kennelijk gevulde verhuisdozen uit de achterbak en brengen deze naar binnen. Vervolgens halen zij de tassen en een doos uit de auto en brengen deze naar binnen. Om 17.24 uur stopt een bestelauto Fiat, voorzien van het Belgische kenteken [kenteken 12] , voor de roldeur. De inzittende van die auto gaat het pand binnen en komt kort hierna met [medeverdachte 1] teruglopen naar de auto. De zijdeur van de auto wordt geopend en uit de auto worden dozen gehaald en in het pand gezet. [medeverdachte 1] staat naar de inhoud van de dozen te kijken. Gelet op de manier van dragen is de inhoud van de dozen zwaar. Alle dozen worden kennelijk op aanwijzen van [medeverdachte 1] bij elkaar gezet. De inhoud van de dozen wordt laten zien. De deur van de auto wordt gesloten en de auto rijdt weg. Om 17.49 uur stopt een Nissan Micra, voorzien van het kenteken [kenteken 13] , voor de roldeur. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] lopen naar de kofferbak. De inzittende van de auto opent de achterklep. [medeverdachte 2] pakt een kennelijk geheel gevulde tas uit de achterbak en brengt deze naar binnen. Voorts wordt uit de kofferbak een verhuisdoos gepakt. [medeverdachte 2] zet de tas bij [medeverdachte 1] . Zij bekijken de verhuisdoos en de tas en buigen zich daarover. [medeverdachte 1] tilt een doos op en te zien is dat de inhoud groen is. [medeverdachte 1] staat druk te gebaren naar twee onbekend gebleven personen en is kennelijk boos. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] pakken een lege zilverkleurige zak, waarna de inhoud van een doos wordt overgegooid in deze zak. [medeverdachte 4] komt hierbij ook helpen en houdt een lege zilverkleurige zak open. Ook deze wordt gevuld met de inhoud van dozen. De zakken worden kennelijk gewogen door [medeverdachte 4] . De anderen staan daarbij te kijken en [medeverdachte 1] neemt het wegen over. Vervolgens rijdt de auto weg. De zilverkleurige zakken blijven in de garage staan. 1.1.8. Cameraobservatie d.d. 21 juli 2011 Op 21 juli 2011 om 08.06 uur staan [medeverdachte 2] en [medeverdachte 23] bij de roldeur. Een minuut later arriveert [medeverdachte 22] met de Mazda 626, voorzien van het Duitse kenteken [kenteken 2] . [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] zetten ieder een zwarte sporttas in de deuropening. [medeverdachte 2] opent een van de tassen en haalt daaruit een doorzichtige plastic zak met een groene substantie. Vervolgens worden er meerdere zakken uit de tas gehaald. [medeverdachte 22] bekijkt de inhoud van deze zakken en ruikt daaraan. Inmiddels is [verdachte] ook in beeld gekomen. De inhoud van enkele doorzichtige zakken wordt overgepakt in zilverkleurige zakken. [verdachte] haalt doorzichtige gevulde zakken uit een zilverkleurige zak die hij vervolgens opzij gooit. Te zien is dat er op een tas meerdere doorzichtige zakken met daarin een groene substantie liggen. [medeverdachte 22] bekijkt van een van de doorzichtige zakken de inhoud. [verdachte] is met een andere zak bezig. Later loopt hij weg met een zilverkleurige zak en vervolgens loopt hij naar binnen en weer naar buiten met gevulde doorzichtige zakken met een groene substantie. [medeverdachte 3] is bezig om de doorzichtige zakken met groene substantie in tassen te doen en wordt daarbij geholpen [medeverdachte 2] . [verdachte] komt zonder zakken terug en staat toe te kijken wat men aan het doen is. In de deuropening liggen twee zwarte sporttassen. [medeverdachte 2] pakt een van deze tassen. Hij draagt latex handschoenen en gaat met deze tas verder het pand in. [medeverdachte 3] pakt enkele zakken met groene substantie van de vloer. [medeverdachte 22] staat toe te kijken, pakt ook een doorzichtige zak en bekijkt de groene substantie nogmaals. [medeverdachte 23] en [verdachte] komen daarbij staan. [medeverdachte 3] heeft een tas opgetild waarin hij twee zakken doet en loopt met de tas uit beeld. [verdachte] laat aan [medeverdachte 22] de inhoud van een doorzichtige zak zien. [medeverdachte 3] keert terug zonder tas. Door [medeverdachte 2] wordt een tas volgeladen die door [medeverdachte 22] wordt opengehouden. [verdachte] doet ook enkele zakken met groene substantie in de tas en samen met [medeverdachte 22] bekijken zij de inhoud. Er wordt door [medeverdachte 22] nogmaals aan de inhoud van een van de zakken geroken. Om 08.38 uur komen [medeverdachte 22] en [medeverdachte 2] ieder met een gevulde sporttas naar buiten. [medeverdachte 2] heeft nog steeds latex handschoenen aan. Deze tassen worden in de kofferbak van de Mazda gezet, waarna de kofferbak wordt gesloten en het pand wordt binnengegaan. Om 08.57 uur stappen [medeverdachte 22] en [medeverdachte 23] als bestuurder respectievelijk bijrijder in de Mazda en rijden weg. Om 09.14 uur stopt de Audi, voorzien van het kenteken [kenteken 1] , voor de garagedeur. [medeverdachte 3] , de bestuurder van de Audi, opent de kofferbak van de auto en haalt daaruit een zwarte sporttas en twee plastic doorzichtige zakken met groene substantie. Hij gaat vervolgens met deze spullen het pand binnen. Drie minuten later komt [medeverdachte 4] naar buiten lopen met een soortgelijke tas als die waarmee [medeverdachte 3] naar binnen was gelopen en legt deze in de kofferbak van de auto. Vervolgens rijdt hij weg met de Audi. Om 10.15 uur stopt een grijze Mercedes Vito voor de roldeur. [medeverdachte 2] komt naar buiten lopen. [medeverdachte 2] haalt een gevulde zwarte sporttas uit de Mercedes en loopt naar binnen. De tas wordt neergezet in de deuropening en [medeverdachte 3] haalt zilverkleurige gevulde zakken uit de sporttas. [medeverdachte 5] komt naar buiten lopen en haalt een gevulde verhuisdoos uit de Mercedes Vito en gaat naar binnen. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] kijken nog even in de doos. [medeverdachte 2] scheurt een van de zilverkleurige zakken open en haalt hieruit doorzichtige zakken die gevuld zijn met kennelijk een groene substantie. De andere zilveren zak wordt eveneens geopend en er komen doorzichtige zakken met inhoud uit. [medeverdachte 4] komt naar buiten. [medeverdachte 3] staat alles te bekijken. [medeverdachte 5] staat binnen. Alles wordt door hen opgepakt en lege zakken worden buiten beeld gebracht. De rest gaat naar binnen het pand in. Enkele minuten later wordt door [medeverdachte 5] een vuilniszak met daarin een boodschappentas in de Mercedes gelegd. Kort daarna rijdt de Mercedes weg. Om 10.34 uur stopt een Audi, voorzien van het kenteken [kenteken 10] , voor de roldeur. De kofferbak van de auto wordt geopend en een volle gesloten verhuisdoos en een kennelijk gevulde sporttas worden in de kofferbak van de Audi gezet, waarna deze wegrijdt. Om 14.24 uur stopt de grijze Mercedes Vito, voorzien van het kenteken [kenteken 4] , voor de roldeur. [medeverdachte 3] , de bestuurder van de Mercedes, opent de zijdeur van de Mercedes en loopt het pand binnen met een zwarte gevulde sporttas. Gezien de manier van lopen is de tas erg zwaar. Om 14.28 uur komt [medeverdachte 3] teruglopen met een gevulde zwarte sporttas. De tas wordt in de Mercedes gelegd en de deur gaat dicht. [medeverdachte 3] gaat het pand weer binnen. 1.1.9. Cameraobservatie en telefoongesprek d.d. 30 augustus 2011 Op 30 augustus 2011 om 07.37 uur opent [medeverdachte 6] (hierna telkens: [medeverdachte 6]) de toegangsdeur van het pand van [ medeverdachte 10] en gaat het pand binnen. Om 08.15 uur arriveert [medeverdachte 3] met een Renault Kangoo, voorzien van het kenteken [kenteken 14] , bij [ medeverdachte 10] . Om 09.22 uur arriveert ook [medeverdachte 22] in de Mazda 626, voorzien van het Duitse kenteken [kenteken 2] . Enkele minuten later pakt [medeverdachte 3] in totaal vier dozen uit de Renault. De inhoud van de dozen wordt bekeken door [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 22] . Zichtbaar is dat in elke doos zilverkleurige zakken zitten, waaruit doorzichtige zakken gevuld met een groene substantie worden gehaald. [medeverdachte 22] en [medeverdachte 1] ruiken aan de inhoud van de doorzichtige zakken. De mannen lopen [ medeverdachte 10] binnen en de vier dozen blijven staan in de deuropening. Om 09.53 uur komt [medeverdachte 6] in beeld met een zilverkleurige zak die gevuld is met een groene substantie die hij in een van de dozen legt. Hij zet de vier dozen in de Renault en loopt [ medeverdachte 10] binnen. Om 10.04 uur rijdt [medeverdachte 3] weg met de Renault. Diezelfde dag omstreeks 08.03 uur heeft een telefoongesprek plaatsgevonden tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 6] , waarin onder meer het volgende werd gezegd: [medeverdachte 3] : je oom zei breng maar een partij, zal ik dat zo doen? [medeverdachte 6] : ja, breng een voor een [medeverdachte 6] : ik ben op de zaak [medeverdachte 3] : is goed, ik kom er aan. In navolging van de rechtbank stelt het hof vast dat [medeverdachte 6] om 07.37 uur [ medeverdachte 10] is binnengegaan en dat hij om 08.03 uur in het telefoongesprek zegt dat hij op ‘de zaak’ is. [medeverdachte 6] en [medeverdachte 3] spreken af dat laatstgenoemde een ‘partij’ zal brengen. Twaalf minuten later arriveert [medeverdachte 3] bij [ medeverdachte 10] waar hij vier dozen uit zijn auto pakt. Het hof leidt hieruit af dat met ‘de zaak’ [ medeverdachte 10] wordt bedoeld en dat de vier dozen de ‘partij’ betreffen waarover [medeverdachte 6] en [medeverdachte 3] eerder spraken. Gelet op de verdere inhoud van het telefoongesprek gaat het hof ervan uit dat [medeverdachte 1] , de oom van [medeverdachte 6], heeft gevraagd om de partij te brengen. De inhoud van de vier dozen wordt bij [ medeverdachte 10] ook gecontroleerd door onder meer [medeverdachte 1] . 1.1.10. Cameraobservatie d.d. 5 september 2011 en telefoongesprek d.d. 4 september 2011 Op 5 september 2011 om 07.55 uur arriveert [medeverdachte 6] in een Opel Signum, voorzien van het kenteken [kenteken 15] dat op zijn naam is gesteld, bij [ medeverdachte 10] . Om 09.26 uur arriveert [medeverdachte 22] . Vier minuten later is te zien dat [verdachte] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 22] uit het pand komen en lopen naar de geopende kofferbak van de Opel. [medeverdachte 22] haalt een doorzichtige zak met daarin een groene substantie uit de kofferbak en bekijkt deze. Hierna lopen [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 22] het pand weer in. Vervolgens wordt waargenomen dat [medeverdachte 6] en [medeverdachte 4] meermalen doorzichtige zakken met daarin een groene substantie uit de kofferbak van de Opel halen en het pand binnenlopen. Om 10.11 uur komen [medeverdachte 6] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] het pand uitlopen met een aantal grote zwarte sporttassen en lopen richting de auto waarmee [medeverdachte 22] was aangekomen. Als ze weer terug in beeld komen, zijn de zwarte sporttassen verdwenen. Zij lopen dan het pand weer binnen. Om 11.54 uur komt [medeverdachte 22] naar buiten lopen waarna hij uit beeld verdwijnt. De auto van [medeverdachte 22] rijdt vervolgens weg. Een dag eerder om 21.44 uur heeft een telefoongesprek plaatsgevonden tussen [verdachte] en [medeverdachte 6] . In dit gesprek zegt [verdachte] dat [medeverdachte 6] om 7 uur op de zaak moet zijn samen met alles. [medeverdachte 6] hoeft ze niet half half te gaan doen. [medeverdachte 6] zegt dat hij morgen alles klaar maakt dat hij heeft en daarmee komt. Het hof begrijpt uit dit telefoongesprek dat [verdachte] op 4 september 2011 aan [medeverdachte 6] de opdracht geeft om de volgende morgen ‘samen met alles’ op de zaak te zijn. De volgende ochtend arriveert [medeverdachte 6] bij [ medeverdachte 10] met een aantal zakken met een groene substantie. Het hof leidt hieruit af dat met ‘de zaak’ [ medeverdachte 10] wordt bedoeld en dat de zakken met de groene substantie datgene is waarover [verdachte] en [medeverdachte 6] een dag eerder spraken. 1.2. Samenvatting camerabeelden [ medeverdachte 10] Het hof stelt vast dat op de hierboven weergegeven observatiedagen [medeverdachte 1] , [verdachte] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 6] in wisselende samenstellingen in beeld komen. Vrijwel iedere dag rijden diverse auto’s af en aan bij [ medeverdachte 10] , waarna er dozen en sporttassen worden uitgeladen en/of ingeladen. Meermalen is te zien dat er in deze tassen en dozen zilverkleurige of doorzichtige zakken gevuld met een groene substantie zitten. Er wordt geroken aan de zakken, de inhoud daarvan wordt bekeken en soms wordt de inhoud in andere verpakkingen gedaan. Hierbij is te zien dat sommige verdachten latex handschoenen of een mondkapje dragen. Het onderzoeksteam van de politie heeft 31 dagen van de totale observatieperiode bekeken en vastgelegd in processen-verbaal met uitgebreide activiteitenjournaals. De tien dagen die hiervoor zijn beschreven, maken onderdeel uit van die 31 dagen. Het hof stelt vast dat op de overige 21 dagen dezelfde activiteiten zijn te zien als hiervoor beschreven en dat dit adequaat is weergegeven in een kruistabel, waarin per verdachte is opgenomen op welke dagen zij zijn gezien en welke handelingen zij hebben verricht. De resterende observatiedagen zijn versneld uitgekeken door het onderzoeksteam en verwoord in minder uitgebreide processen-verbaal. Het hof stelt vast dat de verdachten ook op het merendeel van die dagen in wisselende samenstellingen aanwezig zijn bij [ medeverdachte 10] en dat zij soortgelijke handelingen verrichten als de handelingen die zijn waargenomen op de 31 uitgeschreven dagen. Het hof is dan ook van oordeel dat de processen-verbaal van deze dagen, waarin de verbalisanten op ambtseed dan wel ambtsbelofte hebben beschreven wat op de camerabeelden is te zien, in samenhang bezien met de uitgebreide processen-verbaal van de 31 uitgeschreven dagen, als bewijs kunnen dienen. 1.3. De inhoud van de sporttassen [verdachte] is geconfronteerd met foto’s van de beelden van de cameraobservatie bij [ medeverdachte 10] . Hij heeft daarover niet inhoudelijk willen verklaren en zich beroepen op zijn zwijgrecht. De omstandigheid dat de verdachte weigert een verklaring af te leggen of een bepaalde vraag te beantwoorden kan op zichzelf, mede gelet op art. 29, eerste lid, Sv, niet tot het bewijs bijdragen. De rechter mag echter bij zijn bewijsoordeel in aanmerking nemen dat de verdachte voor een omstandigheid die op zichzelf of in samenhang met de verdere inhoud van de bewijsmiddelen beschouwd redengevend kan worden geacht voor het bewijs van het aan hem tenlastegelegde feit, geen aannemelijke, die redengevendheid ontzenuwende, verklaring heeft gegeven. Artikel 6, tweede lid, EVRM (de onschuldpresumptie) staat daaraan niet in de weg (vgl. HR 3 juni 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZD0733, NJ 1997/584 en HR 5 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW7372, met verwijzing naar EHRM 18 maart 2010, nr. 13201/05 (Krumpholz tegen Oostenrijk) en het daarin opgenomen overzicht van de rechtspraak van het EHRM). Datzelfde geldt, mede gelet op overweging van de preambule bij Richtlijn 2016/343/EU, voor artikel 6 van deze Richtlijn (vgl. HR 29 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:97, rov. 2.3.3.). Medeverdachte [medeverdachte 3] heeft daarover wel een verklaring afgelegd. In zijn verhoor bij de politie d.d. 1 december 2011 heeft [medeverdachte 3] verklaard dat hij staat afgebeeld op de foto’s die zijn gemaakt van de opnamen bij [ medeverdachte 10] en daarop ook zakken met wiet zijn te zien. Hij wist dat het om hennep ging. Hij moest de hennep in dozen of tassen doen en in de auto’s leggen. Hij deed dit in het algemeen in opdracht van anderen. Hij kwam elke dag bij [ medeverdachte 10] en was daar constant bezig. Het hof ziet geen aanleiding om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de verklaring van [medeverdachte 3] te twijfelen. Die verklaring vindt bovendien steun in hetgeen is aangetroffen bij de doorzoeking van het bedrijfspand van [ medeverdachte 10] op 21 november 2011. Bij de doorzoeking werd onder meer het volgende aangetroffen: vier grote zwarte stoffen draagtassen met een roze rand met fragmenten van hennepresten; een aangesloten afzuigbuis met een diameter van 35 centimeter; een groot model elektronische weegschaal; een dressoir met fragmenten van hennepresten en twee schaartjes; een zilveren seal bag alsmede soortgelijk verpakkingsmateriaal, rollen tape en een mondkapje; een hoeveelheid ingepakte hennep (circa 30 gram); een doos met verse, niet gedroogde, hennepresten. Door de forensische opsporing zijn in het pand diverse sporen veiliggesteld, die voor nadere analyse zijn verzonden naar het NFI. Uit deze analyse bleek dat het onderzochte materiaal hennep betrof. Voorts is voor het hof komen vast te staan dat de twee sporttassen met hennep die op 30 september 2011 onder [medeverdachte 24] werden aangetroffen, waren afgenomen bij [ medeverdachte 10] . Daartoe overweegt het hof als volgt. In september 2011 heeft [verdachte] regelmatig telefonisch contact met [medeverdachte 24] , gebruiker van de telefoonnummers [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 2] , die in het onderzoek is geïdentificeerd als [medeverdachte 24] , geboren op [geboortedatum 2] te [geboorteplaats 2] . Op 22 september 2011 vraagt [medeverdachte 24] of [verdachte] tien stuks van die mooie kan regelen, waarop [verdachte] zegt: “die dure auto (..) ik bel jou”. Op 27 september 2011 belt [verdachte] naar [medeverdachte 24] , in welk gesprek hij zegt: “kleine auto (..) 4100, 4200, zoiets”. [verdachte] zegt voorts dat [medeverdachte 24] op vrijdagochtend kan langskomen. Op 29 september 2011 hebben zij opnieuw telefonisch contact met elkaar. In dit gesprek zegt [verdachte] dat hij nog een beetje Mercedes AMG heeft. [medeverdachte 24] vraagt of het die speciale uitvoering is, waarop [verdachte] antwoordt: “speciale ML 550 AMG”. [verdachte] geeft voorts aan dat die andere klaar is en vraagt of [medeverdachte 24] ook nu kan langskomen. Later die dag belt [medeverdachte 24] naar [verdachte] , in welk gesprek wordt afgesproken dat [medeverdachte 24] de volgende dag om elf uur bij [verdachte] zal zijn. Op 30 september 2011 om 11.32 uur belt [medeverdachte 24] naar [verdachte] . [verdachte] vraagt hoelang het nog duurt, waarop [medeverdachte 24] zegt: “nog 60”. [verdachte] zegt hierop: “nog een uur dus”. Op beelden van de cameraobservatie van [ medeverdachte 10] is door verbalisanten waargenomen dat op 30 september 2011 omstreeks 12.39 uur een Volkswagen Golf, voorzien van het kenteken [kenteken 16] , arriveert op het terrein van [ medeverdachte 10] . Om 13.56 uur rijdt deze Volkswagen vanaf de parkeerplaats van [ medeverdachte 10] naar de achterzijde van [ medeverdachte 10] , waar [medeverdachte 2] een grote zwarte sporttas in de kofferbak van het voertuig legt. Direct daarna rijdt de bestuurder van de Volkswagen, gekleed in een roze T-shirt, de auto weer terug naar de voorzijde van [ medeverdachte 10] en parkeert de auto. Om 14.22 uur lopen twee mannen, waaronder de man met het roze T-shirt, naar de Volkswagen. Vervolgens stappen zij in het voertuig en rijden weg. Nadat de Volkswagen is weggereden, wordt deze onder observatie genomen. Omstreeks 14.35 uur wordt de Volkswagen staande gehouden en gecontroleerd op grond van de Opiumwet. Bij deze controle worden in de achterbak twee grote zwarte sporttassen aangetroffen. De verbalisanten ruiken een henneplucht, waarop de bovenste sporttas wordt geopend waarin een zilveren sealverpakking wordt aangetroffen. Verbalisant [verbalisant 1] knijpt in deze sealverpakking en herkent de structuur en de vorm van de inhoud als droge henneptoppen. Hierop worden de twee inzittenden van de Volkswagen aangehouden. De bestuurder met het roze T-shirt bleek te zijn [medeverdachte 24] , geboren op [geboortedatum 2] . In de auto wordt een telefoon met twee simkaarten aangetroffen en inbeslaggenomen. Het nummer behorende bij een van de simkaarten is [telefoonnummer 1] , een van de nummers waarmee [medeverdachte 24] alias [medeverdachte 24] heeft gebeld met [verdachte] . De twee sporttassen zijn inbeslaggenomen en daaraan is forensisch onderzoek ingesteld. In de zwarte sporttas met roze bies werd een viertal zilverkleurige zakken aangetroffen. De zakken waren geseald. In deze zilverkleurige zakken zaten transparante gripzakken met gedroogde plantentoppen. In de zwarte sporttas met logo “Sport Mexx” werd één zilverkleurige zak aangetroffen. In deze gesealde zak bevonden zich transparante gripzakken met gedroogde plantentoppen. De inhoud daarvan is gewogen en getest en het bleek in totaal 14,1 kilogram hennep te zijn. De verpakkingen in de tassen zijn op dactyloscopische sporen onderzocht. Sporen die werden aangetroffen op de zwarte tas met roze bies werden door de dient IPOL geïdentificeerd als voorkomende op het vingerafdrukkenblad van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 6] . [medeverdachte 24] is op 30 september 2011 als verdachte gehoord en heeft verklaard dat hij naar een adres in Tilburg is gereden en dat hij daar spullen op een parkeerplaats heeft gekregen. De spullen zijn door die mensen in de kofferbak gelegd. Hij heeft in de kofferbak gekeken en zag zilverkleurige zakken in de zwarte tassen zitten. Hij rook dat het om hennep of wiet moest gaan. Ten slotte hebben de verdachten telefoongesprekken gevoerd, waarin wordt gesproken in termen die zijn te relateren aan (het kweken van) hennep. In diverse gesprekken wordt gesproken over ‘aarde’, ‘stekjes’, ‘knippen’, ‘weegschaal’ en ‘mooie toppen’. Ook wordt gezegd ‘dat het niet uitmaakt als het wat vochtig is’. Verder wordt regelmatig gesproken over ‘de zaak’ – waarvan op basis van de telefoongesprekken, observaties en andere onderzoeksbevindingen is vastgesteld dat daarmee [ medeverdachte 10] wordt bedoeld – en worden er getallen en bedragen genoemd, al dan niet in combinatie met stuks, gram of lira. Gelet op het vorenstaande, in onderlinge samenhang bezien met de overige feiten en omstandigheden zoals hierboven weergegeven, stelt het hof vast dat de verdachten telefonisch contact hadden over hennep. In dat licht bezien kan naar het oordeel van het hof ook betekenis worden toegekend aan het versluierd taalgebruik dat door de verdachte en/of zijn medeverdachten is gebezigd. In de telefoongesprekken wordt gesproken over ‘kleine kinderen’, ‘baby’s’ of ‘kleintjes’ waarmee blijkens de context evident niet wordt gedoeld op echte kinderen, maar op hennepstekjes. In dat verband wijst het hof meer in het bijzonder op het gesprek tussen [verdachte] en [medeverdachte 3] op 30 september 2011, waarin wordt gezegd: “ik heb de kinderen gevonden”, “kleine kinderen”, “maar ze zijn erg duur.. het is 3,5” en “hoeveel stuks heb je nodig”. [medeverdachte 3] heeft in zijn verhoor bij de politie d.d. 1 december 2011 bevestigd dat dit gesprek niet over kinderen gaat. Daarnaast worden de afkortingen AM, (Mercedes) AMG, PP en Bubble gebruikt, die gezien de context kennelijk worden gebruikt om verschillende soorten hennep aan te duiden. Er wordt gezegd dat iemand ‘baby’s heeft van AM’. Verder gebruiken de verdachten en/of zijn medeverdachten autotermen, waarbij het hof er gezien de context waarin deze termen worden gebruikt, vanuit gaat dat het in veel gevallen niet om auto’s gaat, maar in werkelijkheid wordt gesproken over hennep. In dat verband wijst het hof meer in het bijzonder op een gesprek dat [verdachte] op 14 augustus 2011 voert en waarin hij zegt: “Van die dure auto he, niet van die normale”, waarop wordt geantwoord: “Oké wil je een stukje van mij” en [verdachte] weer reageert met: “Ja, een klein stukje”. Voorts wijst het hof op een gesprek van 9 september 2011 waarin aan [verdachte] wordt gevraagd: “Hoeveel is er nodig euh… 3800 zeg je?”, waarop hij antwoordt: “het maakt niet uit, maar de auto moet wel schoon zijn he”. Op grond van het vorenstaande concludeert het hof dat de volle sporttassen, dozen en zakken die zijn waargenomen op de camerabeelden bij [ medeverdachte 10] waren gevuld met hennep. 1.4. [adres 4] Ook de woning van medeverdachte [medeverdachte 3] aan de [adres 4] (hierna: de woning) werd vanaf 31 augustus 2011 tot 2 september 2011 door middel van een camera geobserveerd. De beelden van deze observatie zijn vergeleken met de beelden van de cameraobservatie bij [ medeverdachte 10] . Uit deze vergelijking bleek het volgende: Op 31 augustus 2011 omstreeks 15.17 uur wordt waargenomen dat [medeverdachte 3] en een klein meisje de woning verlaten. [medeverdachte 3] neemt twee kennelijk gevulde verhuisdozen en twee gele tassen mee. Na ongeveer 30 minuten keren [medeverdachte 3] en het kleine meisje terug. Hij heeft dan niets meer bij zich en gaat de woning binnen. Omstreeks 15.27 uur is te zien dat [medeverdachte 3] in een Audi, voorzien van het kenteken [kenteken 1] , stopt voor de geopende roldeur aan de achterzijde van [ medeverdachte 10] . [medeverdachte 3] doet de achterklep van de Audi open. Uit het pand van [ medeverdachte 10] komen [medeverdachte 6] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] . Zij lopen naar de achterzijde van de Audi. In de kofferbak van de Audi staan twee verhuisdozen. Een van deze twee verhuisdozen wordt door [medeverdachte 6] uit de kofferbak gepakt. [medeverdachte 3] pakt twee gele tassen vanaf de achterbank van de Audi en gaat daarmee het pand van [ medeverdachte 10] binnen. [medeverdachte 6] zet de doos die uit de auto is gepakt in de deuropening van [ medeverdachte 10] . [medeverdachte 1] staat toe te kijken wat [medeverdachte 6] aan het doen is. [medeverdachte 6] opent de doos die hij heeft neergezet en zichtbaar is dat er in de doos doorzichtige zakken zitten met een groene substantie. [medeverdachte 3] pakt de tweede doos eveneens uit de Audi en zet deze binnen neer bij de andere doos. [medeverdachte 3] opent de tweede doos. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] staan te kijken wat [medeverdachte 3] aan het doen is. [medeverdachte 3] haalt een kennelijk gevulde zilveren zak uit de doos die hij net heeft neergezet en geeft een zilverkleurige zak uit de doos of iets uit de zak. [medeverdachte 3] pakt uit de andere doos ook een zilverkleurige zak die hij aan [medeverdachte 4] geeft. Uit een van de zilverkleurige zakken haalt [medeverdachte 3] een doorzichtige zak met groene substantie. De hennep wordt overgeladen in een tas en deze wordt door [medeverdachte 2] in een bij hem in gebruik zijnde personenauto geplaatst, waarna hij wegrijdt met die auto. Tijdens de handelingen die worden uitgevoerd (het overladen van de inhoud uit de dozen in de tas) komt ook [verdachte] kijken wat er gebeurt. Na circa 15 minuten gaat [medeverdachte 3] met het kleine meisje en de auto weer weg. Op 1 september 2011 omstreeks 14.26 uur wordt waargenomen dat [medeverdachte 3] omstreeks 14.26 uur in een blauwe Peugeot naar de achterzijde van [ medeverdachte 10] rijdt. Hij doet de achterklep van de auto open en gaat het pand binnen. Kort daarna komt hij met [medeverdachte 4] het pand weer uitlopen. Zij hebben dan allebei een gesloten verhuisdoos in hun handen. Deze dozen zijn kennelijk gevuld. [medeverdachte 4] zet de doos in de kofferbak en de andere doos wordt door [medeverdachte 3] op de achterbank gezet. [medeverdachte 3] komt vervolgens met een doorzichtige zak uit de auto en laat de inhoud van de zak aan [medeverdachte 4] zien. Vervolgens rijdt [medeverdachte 3] met de auto weg en gaat [medeverdachte 4] het pand weer binnen. Uit de cameraopnamen blijkt dat [medeverdachte 3] de auto met de twee dozen parkeert aan de voorzijde van [ medeverdachte 10] . Vervolgens gaat hij het pand binnen. Omstreeks 17.45 uur gaan [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] samen weg met de Peugeot. [medeverdachte 3] is de bestuurder van de auto. Omstreeks 17.50 uur wordt waargenomen dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] bij de woning aankomen met een Peugeot en dat uit deze Peugeot twee verhuisdozen komen die kennelijk gevuld zijn. Deze dozen worden de woning binnengedragen. Kort daarna verlaten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] de woning weer zonder het meenemen van deze dozen. Uit het bovenstaande, in onderlinge samenhang met de hiervoor weergegeven verklaring van [medeverdachte 3] met betrekking tot hennepzaken en hetgeen overigens uit de hierboven weergegeven bewijsmiddelen volgt, leidt het hof af dat er op 31 augustus 2011 partijen hennep zijn gebracht vanuit de woning van [medeverdachte 3] naar [ medeverdachte 10] en dat op 1 september 2011 het tegenovergestelde is gebeurd. Voorts kan op basis van tapgesprekken worden vastgesteld dat er vaker hennep is gebracht vanuit de woning van [medeverdachte 3] naar [ medeverdachte 10] : Op 4 september 2011 om 21.47 uur belt [medeverdachte 3] naar [verdachte] . [verdachte] vraagt of [medeverdachte 3] thuis is en [medeverdachte 3] bevestigt dit. Zij zien elkaar morgenochtend om 7 uur. [verdachte] geeft aan dat [medeverdachte 3] dat ding mee moet nemen, de dure auto. Op 22 oktober 2011 om 12.15 uur belt [medeverdachte 3] naar [verdachte] . [verdachte] vraagt of [medeverdachte 3] die auto naar hem kan komen brengen. [medeverdachte 3] vraagt: “de auto?”, waarop [verdachte] zegt: “je hebt het begrepen he?”. [medeverdachte 3] zegt dat zijn vrouw vermoedelijk thuis is en dat hij haar het laat afgeven. Op 22 oktober 2011 om 12.33 uur belt [medeverdachte 3] naar zijn vrouw [vrouw medeverdachte] en vraagt haar waar zij is. [vrouw medeverdachte] zegt dat zij thuis is, waarop [medeverdachte 3] zegt dat zij die grote zak boven in een vuilniszak moet doen en onder de trap moet zetten. [medeverdachte 2] komt het ophalen. Op 22 oktober 2011 om 16.18 uur wordt [medeverdachte 3] gebeld door [medeverdachte 4] . [medeverdachte 4] vraagt wie er bij [medeverdachte 3] thuis is. [medeverdachte 3] zegt niemand en vraagt hoezo. [medeverdachte 4] zegt dat er wat nodig is. [medeverdachte 2] heeft het al opgehaald, zegt [medeverdachte 3] . Er zou ook een gemixte zijn, zegt [medeverdachte 4] . Dat heeft [medeverdachte 2] ook meegenomen naar de zaak, zegt [medeverdachte 3] . Op 21 november 2011 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de woning met aanhorigheden. Op de eerste etage van de woning werd een hennepplantage aangetroffen. In de schuur behorende bij de woning werd een grote zwarte tas aangetroffen met daarin drie gevulde zakken: 1 doorzichtige, 1 zwartkleurige en 1 zilverkleurige. In de plastic zakken zat hennep met een totaalgewicht van 5.690 gram (inclusief verpakking). Verder werden in de schuur twee lege, grote zwarte tassen aangetroffen. Op basis van het vorenstaande, in samenhang bezien met het gegeven dat er bij [ medeverdachte 10] vrijwel dagelijks tassen en dozen hennep werden in- en uitgeladen in verschillende voertuigen, concludeert het hof dat de woning van [medeverdachte 3] heeft gefungeerd als een soort opslagplaats (stash) voor hennep ten behoeve van de hennephandel bij [ medeverdachte 10] . 1.5. [adres 5] (deelonderzoek Lepelaar ) Door het observatieteam wordt op 11 mei 2011 om 15.08 uur gezien dat een man die een grote zwarte tas draagt uit de richting van [ medeverdachte 10] komt lopen en in de richting van een Volkswagen Golf, voorzien van kenteken [kenteken 17] , loopt. Aan de manier waarop de man de tas draagt en aan het uiterlijk van de tas is te zien dat deze kennelijk volledig gevuld was. De man legt de tas in de kofferbak en rijdt weg. Om 15.27 uur staat de Volkswagen Golf geparkeerd voor de [adres 5] , alwaar een andere man een grote zwarte gevulde tas in de kofferbak van de Volkswagen legt. Hierna zijn ook de panden aan de [adres 5] in de periode van 28 tot en met 30 september 2011 en 24 tot en met 28 oktober 2011 onder cameraobservatie gesteld. Daarbij werd door verbalisanten het volgende waargenomen: Op 24 oktober 2011 zet [medeverdachte 3] kartonnen dozen in de loods van de [adres 5] Op 25 oktober 2011 om 13.43 uur komt [medeverdachte 6] aanrijden in een op zijn naam gestelde rode Opel Corsa, voorzien van het kenteken [kenteken 18] . Hij stapt uit en gaat de loods aan de [adres 5] binnen. Om 14.02 uur komt hij uit de loods lopen met onder zijn arm een kartonnen doos. Hij legt deze kartonnen doos in de achterbak van de rode Opel Corsa en vertrekt. Op 27 oktober 2011 om 10.17 uur komen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 6] aanrijden in voornoemde Opel Corsa. [medeverdachte 6] en [medeverdachte 3] stappen uit en gaan de loods aan de [adres 5] binnen. Zij komen om 10.21 uur weer uit de loods lopen. [medeverdachte 6] legt dan een kartonnen doos in de achterbak van de Opel Corsa. [medeverdachte 6] en [medeverdachte 3] stappen in de Opel Corsa en rijden weg. Op 27 oktober 2011 om 13.05 uur komt [medeverdachte 3] aanrijden in een op zijn naam gestelde zwarte Renault Kangoo, voorzien van kenteken [kenteken 14] . [medeverdachte 3] stapt uit en begroet twee onbekende mannen die uit de loods van [adres 5] komen lopen. Daarop pakt [medeverdachte 3] een rol isolatiemateriaal uit de loods en legt deze in de Renault Kangoo, waarna hij om 13.07 uur weer wegrijdt. Op 27 oktober 2011 om 15.47 uur komt [medeverdachte 4] aanlopen en opent de toegangsdeur van de loods aan de [adres 5] . Daarop wordt de roldeur geopend en rijdt [medeverdachte 4] een donkergrijze/zwarte bedrijfsauto achteruit de loods binnen en sluit de roldeur. Om 15.53 uur rijdt [medeverdachte 4] de bedrijfsauto weer uit de loods en sluit de roldeur, waarna hij wegrijdt. Op 21 november 2011 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de twee loodsen, gevestigd aan de [adres 5] . In [adres 5] werd een hoeveelheid isolatiemateriaal en een geldtelmachine aangetroffen. In [adres 5] werden vuilniszakken met potgrond, verhuisdozen, 8 dozen met inpakfolie en dozen met gripzakken, 57 assimilatielampen met kappen, 8 inbouwventilatoren, 27 koolstoffilters, 87 transformatoren, 6 schakelborden en slangen voor de afvoer van lucht aangetroffen. Verder werd een grote zwarte tas met daarin zilverkleurige sealzakken aangetroffen. Op die zakken zijn dactyloscopische sporen veiliggesteld, welke zijn geïdentificeerd op het vingerafdrukkenblad van [medeverdachte 4] . Daarnaast zijn er in [adres 5] meerdere sigarettenpeuken veiliggesteld, die door het NFI zijn onderworpen aan een DNA-onderzoek. Het DNA-materiaal op een van de sigarettenpeuken matchte met het DNA-profiel van [medeverdachte 2] , met een matchkans van kleiner dan 1 op 1 miljard. Verder zijn bij de doorzoeking van het bedrijfspand van [ medeverdachte 10] op 21 november 2011 diverse bescheiden aangetroffen die betrekking hebben op de [adres 5] , waaronder een factuur voor de huur, een brief van Brabant Water met een bijbehorende acceptgirokaart en een stortingsbewijs. Deze bescheiden stonden op naam van [alias 1] . Daarnaast werd bij [ medeverdachte 10] een zwartkleurige ringmap aangetroffen met op de rugzijde een sticker met daarop handgeschreven: DÜK 2. Dit is de afkorting van het Turkse woord Dükkan, dat winkel en/of zaak betekent. In deze ringmap zitten bescheiden die betrekking hebben op de [adres 5] , waaronder brieven gericht aan [alias 1] en [alias 2] en twee bonnen van contante betalingen gedaan door [medeverdachte 4] . Voorts is gebleken dat [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] in september 2011 met de vaste telefoonaansluiting van [ medeverdachte 10] hebben gebeld naar verschillende nutsbedrijven om te informeren naar de stand van zaken aangaande de aansluiting en betaling van elektriciteit voor de [adres 5] . Zij maakten hierbij gebruik van een valse naam: [medeverdachte 4] noemde zichzelf [alias 1] en [medeverdachte 5] noemde zichzelf [alias 2] . Beiden zijn via stemherkenning herkend. Op basis van het vorenstaande stelt het hof vast dat [medeverdachte 3] , [medeverdachte 6] en [medeverdachte 4] in de periode van 11 mei 2011 tot en met 27 oktober 2011 zijn gezien bij de [adres 5] en dat er telkens spullen naar de loods werden gebracht dan wel uit de loods werden meegenomen. Het aantreffen van het DNA-materiaal van [medeverdachte 2] op een sigarettenpeuk die aldaar werd aangetroffen, duidt er op dat hij eveneens aldaar is geweest. Verder is bij de doorzoeking van [adres 5] een aanzienlijke voorraad van materialen aangetroffen, welke materialen doorgaans worden gebruikt bij het kweken dan wel verpakken van hennep. Uit de bij [ medeverdachte 10] aangetroffen bescheiden en de door [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] gevoerde telefoongesprekken leidt het hof af dat [ medeverdachte 10] bemoeienis heeft gehad met de betaling van de huur en de elektriciteits- en watervoorzieningen voor de [adres 5] . In dat verband wijst het hof op de omstandigheid dat in de genoemde bescheiden de namen [alias 1] en [alias 2] worden genoemd, welke namen door [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] zijn gebruikt toen zij via de vaste telefoonlijn van [ medeverdachte 10] contact opnamen met diverse nutsbedrijven over [adres 5] . Op grond van vorenstaande feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, concludeert het hof dat de loodsen aan de [adres 5] hebben gefungeerd als magazijn ten behoeve van de activiteiten (hennephandel en hennepkweek) door [ medeverdachte 10] en de aldaar werkzame personen. 1.6. Conclusie 1.6.1. Grootschalige hennephandel vanuit [ medeverdachte 10] Het hof stelt op basis van het voorgaande vast dat in de periode van 24 juni 2011 tot en met 21 november 2011 vrijwel dagelijks vanuit [ medeverdachte 10] partijen hennep zijn verkocht, verstrekt, afgeleverd en/of vervoerd. Gelet hierop en op het gegeven dat ten behoeve van deze hennephandel een stashplaats werd onderhouden en men de beschikking had over een magazijn met een voorraad aan materialen, staat voor het hof vast dat het een grootschalige hennephandel betrof. Gezien de grootte van de plastic zakken gaat het hof – in navolging van de rechtbank – ervan uit dat er ongeveer 1 kilo hennep in een zak zat. Dit uitgangspunt vindt bevestiging in het gewicht van de zakken uit de twee sporttassen met hennep die op 30 september 2011 onder [medeverdachte 24] werden aangetroffen en waarvan het hof heeft vastgesteld dat deze waren afgenomen bij [ medeverdachte 10] . In de grote tassen passen tussen de 20 en 30 zakken. Zo is op 28 juni 2011 gezien dat er ruim boven de 20 zakken in de tas werden gedaan, terwijl er op dat moment in de tas ook nog gevulde zakken zaten en is op 4 juli 2011 waargenomen dat er minstens 30 zakken in twee tassen werden gestopt. Voorts hebben de verbalisanten die de camerabeelden hebben bekeken, gerelateerd dat aan de manier van lopen was te zien dat de tassen zwaar waren. 1.6.2. Export naar Duitsland Het hof acht voorts bewezen dat in diezelfde periode meerdere grote partijen hennep zijn geëxporteerd naar Duitsland. Daartoe overweegt het hof dat, blijkens de cameraobservaties, [ medeverdachte 10] in ieder geval acht keer is bezocht door de Duitsers [medeverdachte 23] en/of [medeverdachte 22] , beiden woonachtig in Hannover. Vrijwel alle keren maakten zij gebruik van een Mazda 626, voorzien van het Duitse kenteken [kenteken 2] , die destijds op naam stond van [medeverdachte 23] . De auto werd bij [ medeverdachte 10] geladen met zwarte sporttassen, dozen en zakken, waarvan hiervoor is vastgesteld dat dit partijen hennep betroffen. Een dergelijke actie heeft onder meer plaatsgevonden op 30 juni 2011. De Mazda wordt die dag bij [ medeverdachte 10] geladen met tassen en vertrekt aldaar om 12.33 uur. De Mazda is die dag vanaf 12.00 uur geobserveerd door verbalisanten. Zij zagen dat de Mazda om 14.08 uur bij Venlo de grens overging van Nederland naar Duitsland. Nu niet is gebleken dat de Mazda na het laden van de tassen bij [ medeverdachte 10] op enig moment is uitgeladen voordat hij de grens overging, stelt het hof vast dat de lading hennep op 30 juni 2011 is geëxporteerd naar Duitsland. Het hof acht voorts voldoende aanwijzingen aanwezig dat ook de andere hennepleveringen aan [medeverdachte 23] en/of [medeverdachte 22] naar Duitsland zijn vervoerd. [medeverdachte 23] en [medeverdachte 22] waren immers vaste klant bij [ medeverdachte 10] , er was steeds sprake van eenzelfde handelwijze en de partijen hennep werden geladen in een Duitse auto voor personen afkomstig uit Duitsland. Ook hierbij ging het om grote partijen hennep. Uitgaande van een voorzichtige schatting van 20 kilo per transport is er bij 8 transporten in ieder geval 160 kilo hennep geëxporteerd. 1.6.3. Rolverdeling tussen de verdachten Het hof stelt vast dat gebleken is van een duidelijke rolverdeling tussen [medeverdachte 1] , [verdachte] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 6] . Behalve [medeverdachte 1] en [verdachte] hielden alle verdachten zich bezig met sjouwwerkzaamheden; door hen werden dozen en tassen met hennep in- en uitgeladen en naar binnen gebracht bij [ medeverdachte 10] en soms werd de hennep over verpakt. Zij waren ook degenen die partijen hennep hebben vervoerd en spullen ophaalden bij het magazijn aan de [adres 5] . [medeverdachte 3] heeft voorts zijn woning als stashplaats ter beschikking gesteld en [medeverdachte 4] heeft zich tevens met administratieve zaken beziggehouden, zoals het betalen van rekeningen voor de [adres 5] en het contact opnemen met nutsbedrijven. Met dit laatste heeft ook [medeverdachte 5] bemoeienis gehad. Het hof leidt verder uit de hele gang van zaken af dat [medeverdachte 1] en [verdachte] een leidinggevende rol hadden. Zoals gezegd, deden zij niet of nauwelijks sjouwwerkzaamheden, maar zij waren hierbij wel aanwezig en controleerden de hennep. Daarbij komt dat uit de tapgesprekken naar voren komt dat [verdachte] het salaris overmaakte, dat [medeverdachte 1] de mogelijkheid had om anderen te ontslaan en dat zij beiden opdrachten uitdeelden aan de anderen. Met betrekking tot dit laatste memoreert het hof dat [medeverdachte 1] naar aanleiding van een gesprek met een onbekend gebleven persoon regelde dat [medeverdachte 2] daar twee sporttassen ging ophalen, dat op zijn verzoek ‘een partij’ naar [ medeverdachte 10] is gebracht door [medeverdachte 3] en dat [verdachte] aan [medeverdachte 6] heeft opgedragen dat hij ‘samen met alles’ op een bepaald moment bij [ medeverdachte 10] moest zijn. Dat [verdachte] en [medeverdachte 1] een leidinggevende rol hadden, volgt naar het oordeel van het hof eveneens uit het gegeven dat zij beiden eigenaar en algemeen directeur c.q. bestuurder waren van [ medeverdachte 10] . Ten slotte wordt opgemerkt dat alle verdachten onderling veelvuldig telefonisch contact met elkaar hebben gehad over aan hennep gerelateerde zaken. Daarnaast hebben zij allen contact met afnemers gehad. Door de verdediging is betoogd dat het opzet op de uitvoer van hennep ontbreekt, zodat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken. Dat verweer slaagt niet. Alle verdachten, en meer bepaald verdachte, hebben contact gehad met de Duitse afnemers [medeverdachte 22] en [medeverdachte 23] die met hennep in hun Duitse auto bij [ medeverdachte 10] vertrokken. Gezien de aard van de gedragingen en de omstandigheden waaronder deze zijn verricht heeft/hebben de verdachte(
- n)minst genomen voorwaardelijk opzet gehad, in die zin dat verdachte(
- n)zich willens en wetens heeft/hebben blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat de hennep naar Duitsland zou worden uitgevoerd. Gezien het vorenstaande is het hof van oordeel dat van iedere verdachte kan worden gezegd dat hij op meerdere momenten bezig is geweest met activiteiten die betrekking hadden op de hennephandel en de export van hennep naar Duitsland en dat hierbij sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen voornoemde verdachten. Ook de rechtspersoon [ medeverdachte 10] wordt schuldig geacht aan dit feit; [ medeverdachte 10] was immers het centrum van de hennephandel. In navolging van de rechtbank ziet het hof geen aanleiding om de bewezenverklaring voor de verdachten te beperken tot die dagen waarop zij zelf volgens de camerabeelden aanwezig waren bij [ medeverdachte 10] . Uit de bewijsmiddelen komt immers naar voren dat de hennephandel niet beperkt was tot enkele dagen, maar dat sprake was van een continu proces met een komen en gaan van partijen hennep, leveranciers en afnemers, waarbij iedere verdachte gedurende de gehele periode op vele dagen achtereen betrokken was. Mede gezien de nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachten gaat het hof (met uitzondering van [medeverdachte 6] , die pas op 6 augustus 2011 in beeld komt) dan ook uit van een bewezenverklaring voor alle dagen waarop activiteiten zijn waargenomen in de periode van 24 juni 2011 tot en met 21 november 2011. 1.6.4. Eindconclusie Op basis van al hetgeen hierboven is aangehaald en overwogen, komt het hof – evenals de rechtbank – tot een bewezenverklaring van de feiten 1A en 1B. 2Ter zake van feit 2: witwassen Door de verdediging is – op gronden zoals verwoord in de pleitnota – bepleit dat de verdachte van het onder 2 ten laste gelegde witwassen zal worden vrijgesproken, nu niet in voldoende mate kan worden vastgesteld dat de gelden een criminele herkomst hebben. Daarbij acht de verdediging van belang dat het onderzoek in Turkije naar de herkomst van de gelden verre van volledig is geweest. Voor zover het oordeel van de rechtbank en het Openbaar Ministerie inhoudt dat de verdachte zich met anderen bezig hield met grootschalige hennephandel dat gepaard gaat met grote hoeveelheden geld en het derhalve feitelijk niet anders kan zijn dan dat het verdiensten betreft van de door verdachte medegepleegde strafbare feiten, moet ontslag van alle rechtsvervolging volgen. 2.1. Inleiding In de onderhavige zaak is de vraag of een brondelict ten grondslag ligt aan het bewezen verklaarde witwassen. Het hof stelt voorop dat voor een bewezenverklaring voor het in de delictsomschrijving van artikel 420bis van het Wetboek van Strafrecht opgenomen bestanddeel 'afkomstig uit enig misdrijf' niet is vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een concreet aangeduid misdrijf. Wel is voor een bewezenverklaring ter zake van dit wetsartikel vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf. Dat een voorwerp 'afkomstig is uit enig misdrijf', kan, indien op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf, niettemin bewezen worden geacht indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Het is daarbij aan het Openbaar Ministerie bewijs aan te dragen van dergelijke feiten en omstandigheden. Indien de door het Openbaar Ministerie aangedragen feiten en omstandigheden een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. De omstandigheid dat zo een verklaring van de verdachte mag worden verlangd, houdt niet in dat het aan de verdachte is om aannemelijk te maken dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. Indien de verdachte voormelde verklaring geeft, ligt het op de weg van het Openbaar Ministerie nader onderzoek te doen naar die verklaring. De rechter zal dan mede op basis van de resultaten van dat onderzoek moeten beoordelen of ondanks de verklaring van de verdachte het witwassen bewezen kan worden op de grond dat (het niet anders kan zijn dan dat) het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Indien een dergelijke verklaring uitblijft, mag de rechter die omstandigheid betrekken in zijn overwegingen omtrent het bewijs (vgl. HR 18 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2352, rov. 2.3.1.-2.3.3.). Het hof stelt vast dat het onderzoek in deze strafzaak geen direct bewijs heeft opgeleverd dat de voorwerpen, in de vorm van geldbedragen, waarop de witwasgedragingen van de verdachte betrekking zouden hebben van enig misdrijf afkomstig zijn. De verdachte noch zijn medeverdachten hebben verklaard dat de gelden afkomstig zijn van door hem c.q. hen gepleegde strafbare feiten en ook overigens is daarvan uit het dossier onvoldoende gebleken. Het hof dient daarom vast te stellen of de aangedragen feiten en omstandigheden van dien aard zijn dat sprake is van een vermoeden van witwassen. 2.2. Vermoeden van witwassen Uit het uittreksel van de Kamer van Koophandel van 9 september 2011 blijkt dat [ medeverdachte 10] sinds 12 april 2007 is ingeschreven in het handelsregister. [verdachte] is vanaf 12 april 2007 bestuurder/algemeen directeur. Van 12 april 2007 tot 27 november 2008 was [medeverdachte 8] zijn medebestuurder/algemeen directeur en vanaf 27 november 2008 was dat [medeverdachte 1] . Bij het strafrechtelijk onderzoek zijn in de administratie van [ medeverdachte 10] acht leenovereenkomsten aangetroffen: Lening nr. Datum lening Leningnemer Leningverstrekker Bedrag Pg. 1 23-07-2007 [medeverdachte 8] [leningverstrekker 1] € 75.000 49 2 23-07-2007 [verdachte] [leningverstrekker 2] € 75.000 50 3 03-01-2007 [verdachte] [leningverstrekker 3] € 70.000 51 4 12-12-2007 [ medeverdachte 10] [leningverstrekker 4] € 60.000 52 5 20-02-2008 [ medeverdachte 10] [leningverstrekker 5] € 60.000 55 6 03-04-2008 [ medeverdachte 10] [leningverstrekker 6] € 30.000 58 7 29-07-2008 [ medeverdachte 10] [leningverstrekker 5] € 60.000 60 8 01-05-2011 [ medeverdachte 10] [leningverstrekker 4] € 60.000 64 Totaal: € 490.000 Daarnaast is in de administratie van [ medeverdachte 10] in het dagboek kasboek op 9 november 2010 een bedrag van € 100.000 geboekt met de omschrijving ‘lening 2010-01’ (hierna: lening 9). Er is bij leningen 1 tot en met 8 sprake van een aantal witwastypologieën, te weten min of meer objectieve kenmerken die, naar de ervaring heeft geleerd, duiden op het witwassen van opbrengsten van misdrijven: Het gaat om (zeer) grote bedragen aan contant geld. Dit betreft (met uitzondering van lening 6) leningen uit het buitenland door niet-financiële instellingen en particulieren. Lening 6 is een lening door een particulier van een groot bedrag. Het betreft (met uitzondering van lening 6) leningen uit Turkije in euro’s in plaats van Turkse lira’s. - In enkele leenovereenkomsten (1, 2 en 3) is de naam van de leningverstrekker niet opgenomen in de tekst, maar uitsluitend in de ondertekening. De leningen 1 tot en met 3 zijn volgens de leenovereenkomsten afgesloten door privépersonen (dus als leningnemer), maar wel opgenomen in de administratie van [ medeverdachte 10] . De leenovereenkomsten zien op grote bedragen, maar zijn uiterst summier qua inhoud. Zo ontbreken elementen die gebruikelijk zijn bij dergelijke grote leningen, zoals een zekerheidstelling, voorwaarden voor opeisbaarheid, een aflossingsschema, een looptijd en een passage over andere kredieten en inzicht in de financiële positie van de leningnemer. - In de leenovereenkomsten is geen doel van de lening opgenomen of is als doel “startkapitaal” opgenomen, terwijl de onderneming al langere tijd actief was. - Bij een boekenonderzoek door de Belastingdienst in februari 2008 zijn alleen de leenovereenkomsten 1 en 2 aangetroffen. Bij een volgend boekenonderzoek in 2010 zijn echter ook de leenovereenkomsten 3 en 4 in de administratie aangetroffen, terwijl die leningen zijn gedateerd in 2007. - Er zijn verschillende versies van dezelfde leenovereenkomsten aangetroffen. Op de laptop van [ medeverdachte 10] stonden andere versies van de leningen 4, 5, 6, 7 en 8, die zijn aangemaakt op 14 juni 2011, 24 en 25 oktober 2011, terwijl deze wel dezelfde datering hebben. Het belangrijkste verschil is dat in de nieuwere versies telkens sprake is van een achtergestelde lening. Deze versies zijn ook gebruikt bij het aanvragen van een hypotheek voor het bedrijfspand van [ medeverdachte 10] . - Er is geen koppeling te maken tussen de bedragen in de aangetroffen leenovereenkomsten in de administratie van [ medeverdachte 10] en de bedragen die als ‘ontvangst lening’ in de administratie zijn geboekt. Zo worden de geleende bedragen in kleine porties in het kasboek ingeboekt en zijn de bedragen van de verstrekte leningen in 2008 niet voldoende om de geboekte bedragen aan leningen te dekken. - Voor leenovereenkomsten 1 en 2 geldt dat daarin een maandelijkse rente van 4% is overeengekomen. Dat er rentebetalingen van die omvang zijn gedaan, volgt niet uit de balans van [ medeverdachte 10] per 31 december 2007. - [medeverdachte 5] was als werknemer van [ medeverdachte 10] onder meer belast met de facturen en de boekhouding. In zijn woning is een usb-stick aangetroffen, met daarop diverse mappen en documenten, onder andere een ‘Exploitatieoverzicht 2008 [ medeverdachte 10] ’, waarbij onderaan is vermeld: ‘SVP een nieuwe leningsovereenkomst voor een aanvullende lening maken van 170.000 begin 2008’. - Op diezelfde usb-stick staat in het document ‘Balans per 31-12-2008’ vermeld als ‘ontvangen leningen 2008’ 169000. Ditzelfde bedrag komt terug op een notitie ‘Verstrekte leningen O/G per kas in 2007 van Masterlening’ als totaalbedrag van 8 bedragen in leningen. Dit bedrag sluit niet aan bij de leenovereenkomsten uit 2008 en de 8 losse bedragen evenmin. Voor lening 9 geldt het volgende: - Van deze lening is geen leenovereenkomst aangetroffen. Evenmin is een bijbehorend kasstuk met boekingsnummer 20100402 aanwezig. - Op een inbeslaggenomen laptop van [ medeverdachte 10] ( IBN code CE081.02.01.001 ) zijn twee Excel-overzichten aangetroffen waarin de kasmutaties over 2010 zijn verwerkt, maar die inhoudelijk verschillen. Beide overzichten hebben de documentnaam ‘kassaldo2010’. Versie 1 (aangemaakt op 15 maart 2011) bevat geen lening. Het kassaldo bedroeg op 10 november 2010 een bedrag van € 2.168,70 negatief en op 4 december 2010 € 83.489,75 negatief. De later (op 23 juni 2011) aangemaakte versie 2 vermeldt op 9 november 2010 een kasontvangst van € 100.000 met als omschrijving ‘lening’. Daarbij zijn de kassaldi wel positief: op 10 november 2010 € 82.278,85 en op 4 december 2010 € 957,80. - Volgens de bij [ medeverdachte 10] aangetroffen kasstukken over 2010 zijn in de periode van november 2010 tot 4 december 2010 tot 4 december 2010 auto’s contant aangekocht voor een totaalbedrag van € 96.450,00. Verder zijn er twee cont