← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2020:274

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team Handelsrecht zaaknummer 200.199.927/01 arrest van 28 januari 2020 gewezen in het incident ex artikel 225 Rv in de zaak van [appellante] , wonende te [woonplaats] , appellante, advocaat: mr. W.G.M. [geïntimeerde] te Breda, tegen [geïntimeerde] , wonende te [woonplaats] , geïntimeerde, advocaat: mr. J.A. Vermeeren te Etten-Leur, als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 19 september 2017, 20 maart 2018, 14 mei 2019 en 6 augustus 2019 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, onder zaaknummer 4386533 CV EXPL 15-5040 gewezen vonnis van 29 juni

  1. 11Het verloop van de procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenarrest van 6 augustus 2019; het H16-formulier van [appellante] voor de rol van 3 december 2019 met het verzoek de procedure op grond van artikel 225 lid 1 sub a Rv te schorsen; de antwoordakte schorsingsincident van [geïntimeerde] . Het hof heeft een datum bepaald voor arrest in het schorsingsincident. 12De beoordeling In het incident 12.
  2. Bij H16-formulier van [appellante] van 29 november 2019 is op de rol van 3 december 2019 verzocht de procedure op grond van artikel 225 lid 1 sub a Rv te schorsen in verband met het overlijden van mevrouw [appellante] op 16 november
  3. 12.
  4. [geïntimeerde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen het schorsingsverzoek. 12.
  5. Na het overlijden van een partij kan de procedure op grond van het bepaalde in artikel 225 Rv worden geschorst. Voor een geldige schorsing in geval van overlijden van een procespartij is vereist dat de aanzegging tot schorsing de personalia vermeldt van de belanghebbenden die tot schorsing overgaan, de schorsingsgrond, het rechtsfeit dat hen tot belanghebbende maakt en de aanzegging dat men schorst. Het hof constateert dat deze gegevens niet in het H16-formulier zijn opgenomen, zodat de schorsing niet geldig is gedaan. Dat betekent dat het geding niet is geschorst wegens het overlijden van [appellante] . 12.
  6. De beslissing over de proceskosten zal worden aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak. In de hoofdzaak 12.
  7. In afwachting van de beslissing op het schorsingsincident is aan de deskundigen gevraagd hun onderzoek op te schorten. Het hof zal bepalen dat de griffier de deskundigen bericht het deskundigenonderzoek te hervatten. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. 13De uitspraak Het hof: in het incident: wijst de vordering af; houdt de beslissing over de proceskosten aan tot het eindarrest in de hoofdzaak; in de hoofdzaak: bepaalt dat de griffier de deskundigen bericht hun onderzoek te hervatten; verwijst de zaak naar de rol van 31 maart 2020 voor deskundigenbericht; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, E.H. Schulten en J.M.H. Schoenmakers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 28 januari
  8. griffier rolraadsheer

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.