GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH Team familie- en jeugdrecht Uitspraak: 9 januari 2020 Zaaknummer: 200.253.602/01 Zaaknummers eerste aanleg: 6717989 BM VERZ 18-1587 en 6718004 BM VERZ 18-1588 in de zaak in hoger beroep van: [de moeder] , wonende te [woonplaats] , appellante, hierna te noemen: de moeder, advocaat: mr. A.J.M. Mertens, Als belanghebbenden in deze zaak worden aangemerkt: - [betrokkene] (hierna te noemen: [betrokkene] ); - [de vader] (hierna te noemen: de vader), bijgestaan door mr. M.H.A. Wijen; - [medebewindvoerder en medementor] , (hierna te noemen: [medebewindvoerder en medementor] ). 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de (eind)beschikking van de rechtbank Oost-Brabant, Team Toezicht, van 25 oktober 2018. 2Het geding in hoger beroep 2.1. Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 25 januari 2019, heeft de moeder verzocht voormelde beschikking te vernietigen, in die zin dat de vader als bewindvoerder en mentor wordt ontslagen en met ongedaan making van de aanstelling van [medebewindvoerder en medementor] tot medebewindvoerder en medementor van [betrokkene] en, opnieuw rechtdoende: primair: de moeder tot bewindvoerder en mentor van [betrokkene] te benoemen en, [de tante] (hierna te noemen: de tante van [betrokkene] ) tot medebewindvoerder en medementor van [betrokkene] te benoemen; subsidiair: - een onafhankelijke bewindvoerder en mentor te benoemen, zoals het kantoor [kantoor] te [kantoorplaats] , op basis van de eerder in eerste aanleg geuite bereidheid daartoe, kosten rechtens. 2.2. Bij verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 20 maart 2019, heeft de vader verzocht om de moeder in haar hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren, althans dit hoger beroep/verzoek af te wijzen als ongegrond en/of niet bewezen, althans niet steunend op de wet en de bestreden beschikking – zo nodig onder verbetering en/of aanvulling van de gronden – te bekrachtigen, met veroordeling van de moeder in de kosten van dit geding. 2.3. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 12 november 2019. Bij die gelegenheid zijn gehoord: de moeder, bijgestaan door mr. Mertens; [betrokkene] ; de vader; [medebewindvoerder en medementor] . 2.3.1. Het hof heeft mevrouw [cliëntvertrouwenspersoon] , werkzaam als cliëntvertrouwenspersoon bij [woonvoorziening] (de woonvoorziening waar [betrokkene] woonachtig is), naar aanleiding van een op 14 oktober 2019 bij het hof ingediend schriftelijk verzoek daartoe, als toehoorder bijzondere toegang tot de mondelinge behandeling in hoger beroep verleend. 2.4. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van: het V6-formulier met bijlagen ingediend door de advocaat van de moeder op 6 februari 2019; het V6-formulier met als bijlage productie 10a, ingediend door de advocaat van de moeder op 11 november 2019; het V6-formulier met als bijlagen de producties 10 tot en met 12, ingediend door de advocaat van de moeder op 11 november 2019. 2.5. Na de mondelinge behandeling in hoger beroep is, bij V6-formulier, ingediend door de advocaat van de moeder op 21 november 2019, ingekomen het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 26 september 2018. 3De beoordeling 3.1. Bij beschikking van 28 juni 2017 heeft de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant over de goederen die [betrokkene] als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren een meerderjarigenbewind ingesteld en ten behoeve van [betrokkene] een mentorschap ingesteld, met benoeming van de vader van [betrokkene] tot bewindvoerder en mentor. 3.2. [betrokkene] heeft in eerste aanleg de kantonrechter verzocht om de vader als bewindvoerder en mentor te ontslaan en [kantoor] tot opvolgend bewindvoerder en opvolgend mentor te benoemen. 3.3. Bij beschikking van 22 mei 2018 heeft de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, met ingang van de dag na verzending van de beschikking [kantoor] tot medebewindvoerder en medementor benoemd. 3.4. Bij beschikking van 25 juni 2018 heeft de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, [kantoor] op eigen verzoek met ingang van de dag na verzending van de beschikking ontslagen als medebewindvoerder en medementor. 3.5. Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, met ingang van veertien dagen na verzending van de beschikking [medebewindvoerder en medementor] tot medebewindvoerder en medementor benoemd en heeft de overige verzoeken in eerste aanleg afgewezen. 3.6. De moeder kan zich met deze beslissing niet verenigen en zij is hiervan in hoger beroep gekomen. 3.7. De moeder voert in het beroepschrift, zoals aangevuld op de mondelinge behandeling in hoger beroep – samengevat – het volgende aan. De kantonrechter heeft ten onrechte overwogen dat er door de moeder – op basis van artikel 1:448 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en artikel 1:462 lid 2 BW – onvoldoende feiten of omstandigheden naar voren zijn gebracht die zouden kunnen leiden tot een ontslag van de bewindvoerder en mentor wegens gewichtige redenen of omdat hij niet meer voldoet aan de eisen om bewindvoerder te kunnen worden. Het bewind en het mentorschap worden immers door de vader niet goed uitgevoerd. Na een ongelukkige val van de moeder van de trap en de daarmee gepaard gaande langere periode van revalidatie heeft de vader de zorg voor [betrokkene] overgenomen en het contact tussen [betrokkene] en de moeder en haar familie geblokkeerd. Verder maakt de moeder zich zorgen over de gezondheid van [betrokkene] . De moeder wordt door de vader overal buiten gehouden terwijl zij als ervaringsdeskundige veel van de ziekte van Steinert weet. De moeder vreest dat, gelet op ervaringen uit het verleden, er met de vader discussie zal ontstaan over de invulling van de medische zorg voor [betrokkene] en dat medische afspraken door de vader zullen worden afgezegd. Zo heeft de moeder vernomen dat [betrokkene] hartritmestoornissen heeft waarop door de vader geen of onvoldoende actie is ondernomen. De kantonrechter heeft ten onrechte aangenomen dat hetgeen [betrokkene] op de mondelinge behandeling in eerste aanleg heeft verklaard over de personen die uitvoering dienen te geven aan het bewind en het mentorschap overeenkomt met zijn daadwerkelijke wil en voorkeur. [betrokkene] is erg beïnvloedbaar. [betrokkene] zit klem tussen de ouders. Dit blijkt uit het feit dat [betrokkene] op de mondelinge behandeling in eerste aanleg plotseling op zijn inleidend verzoek om een onafhankelijke bewindvoerder en mentor te benoemen is teruggekomen en hij opeens de verzoeken van de vader ondersteunt. [betrokkene] voelde zich door de vader onder druk gezet. [betrokkene] heeft herhaaldelijk verklaard dat hij wil dat de moeder samen met zijn tante tot bewindvoerder en mentor wordt benoemd. De kantonrechter heeft verder ten onrechte overwogen dat er geen feiten naar voren zijn gebracht waaruit hij de conclusie zou kunnen trekken dat de vader zijn taken als bewindvoerder en mentor niet goed zou uitvoeren. Er wordt door de kantonrechter onvoldoende gewicht toegekend aan het feit dat bij de vader sprake is van terugkerende psychoses die tot gevolg hebben dat hij met regelmaat maandenlang uit de roulatie is en daardoor zijn taken als bewindvoerder en mentor niet goed kan uitvoeren. De vader heeft eigen inzichten over het nemen van medicatie, waarbij het staken dan wel het verminderen van de dosering opnieuw tot een psychose leidt. De vader kan dan niet meer helder denken en stelt ook [medebewindvoerder en medementor] dan niet in staat om haar taken uit te voeren, omdat de vader haar de noodzakelijke gegeven niet ter hand stelt. De overname in geval van uitval van de vader is daarom niet goed geregeld. [betrokkene] kreeg tijdens de opname van de vader aanmaningen en nota’s die door [medebewindvoerder en medementor] uiteindelijk zelf zijn voorgeschoten. Ook de afstand [plaats 1] - [plaats 2] - [plaats 3] draagt niet bij aan een soepele uitvoering van het bewind en mentorschap. Er is sprake van gewichtige redenen die zich verzetten tegen de invulling van het bewind en het mentorschap van [betrokkene] op deze wijze. De moeder wenst daarom primair de uitvoering het bewind en mentorschap op zich nemen, met ondersteuning door de tante van [betrokkene] indien zij niet in staat is om haar taken uit te voeren. Subsidiair dient een onafhankelijke derde tot bewindvoerder en mentor te worden benoemd. 3.8. De vader voert in het verweerschrift, zoals aangevuld op de mondelinge behandeling in hoger beroep – samengevat – het volgende aan. De vader betwist uitdrukkelijk dat hij het bewind en mentorschap niet goed uitvoert. [betrokkene] heeft tijdens het bewind en mentorschap een positieve ontwikkeling doorgemaakt. De vader heeft ingezet op de persoonlijke groei en ontwikkeling van [betrokkene] . Hij heeft gewerkt aan het sterker en zelfstandiger maken van [betrokkene] . De vader staat het contact tussen [betrokkene] en zijn moeder en haar familie niet in de weg. [betrokkene] woont ‘zelfstandig’ en kan gaan en staan waar hij wil. De vader is bereid om de moeder op haar verzoek per e-mail te informeren over [betrokkene] . Ook kan de moeder [betrokkene] zelf om informatie vragen. De vader weerspreekt de door de moeder geuite zorgen over de gezondheid van [betrokkene] . [betrokkene] is onder behandeling van het “Spierteam” in [plaats 4] , waar een cardioloog en een neuroloog deel van uitmaken. Verder is er contact met een longarts in [plaats 4] , het revalidatiecentrum in [plaats 5] en bezoekt [betrokkene] zelfstandig een fysiotherapeut in [plaats 3] . [betrokkene] is in staat om zijn wil te uiten, hetgeen hij op de mondelinge behandeling in eerste aanleg heeft gedaan. Het is niet in het belang van [betrokkene] dat zijn moeder tot bewindvoerder en mentor wordt benoemd. Verder heeft de vader, gelet op haar handelen in het verleden, in het functioneren van de tante van [betrokkene] als medebewindvoerder en mentor geen vertrouwen. De vader wenst dat de huidige situatie gehandhaafd blijft omdat dit het meest in het belang van [betrokkene] is. De vader voorziet ook problemen indien een onafhankelijke derde tot bewindvoerder en mentor wordt benoemd. De moeder krijgt dan een vast aanspreekpunt om zich tot te richten en [betrokkene] wenst toch dat de vader hem vergezelt naar medische afspraken. [medebewindvoerder en medementor] beschikt inmiddels over alle machtigingen en kan haar taken uitvoeren als de vader op enig moment opnieuw mocht uitvallen. Het feit dat [medebewindvoerder en medementor] tijdens de laatste opname van de vader nog niet meteen haar taken kon uitvoeren, was enkel het gevolg van het nog “vers” zijn van de bestreden beschikking. 3.9. [betrokkene] heeft op de mondelinge behandeling in hoger beroep – samengevat – het volgende verklaard. Hij woont sinds een jaar bij [woonvoorziening] in [plaats 3] op een woongroep. [betrokkene] probeert zoveel mogelijk dingen alleen te doen. Hij wenst dat zijn vader en [medebewindvoerder en medementor] de bewindvoerders en mentoren blijven. [betrokkene] kent [medebewindvoerder en medementor] goed; zij regelt de zaken voor [betrokkene] wanneer zijn vader uitvalt. [betrokkene] wil niet dat zijn moeder en tante of een onafhankelijke derde tot bewindvoerder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.