GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team Handelsrecht zaaknummer 200.273.914/01 arrest van 15 december 2020 in de zaak van [appellant] , wonende te [woonplaats] , appellant, hierna aan te duiden als [appellant] , advocaat: mr. R.J. Laatsman te Oss, (onttrokken) tegen Stichting [de Stichting] , statutair gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] , geïntimeerde, hierna aan te duiden als [geïntimeerde] , advocaat: mr. M.P.H. van Wezel te Utrecht, op het bij exploot van dagvaarding van 20 december 2019 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 3 oktober 2019, door de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, gewezen tussen [appellant] als gedaagde en [geïntimeerde] als eiseres. 1Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 7707321 \ CV EXPL 19-2872) Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis. 2Het geding in hoger beroep Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding in hoger beroep; het H2-formulier voor de rol van 28 april 2020 waarin de advocaat van appellant zich onttrekt; de roldata van 2 juni, 30 juni, 28 juli, 25 augustus en 1 september 2020 op welke data de zaak is komen te staan voor de procedurestap “Procesvertegenwoordiger stellen appellant + memorie van grieven”; het H16-formulier voor de rol van 28 juli 2020 waarin de advocaat van geïntimeerde aangeeft dat er van de zijde van appellant geen enkele reactie meer is ontvangen. Geïntimeerde verzoekt het hof arrest te wijzen omdat er van de zijde van appellant kennelijk geen behoefte meer bestaat om het hoger beroep voort te zetten; het H10-formulier voor de rol van 15 september 2020 waarin de advocaat van geïntimeerde het hof verzoekt om arrest te wijzen. Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.