← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2020:3931

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH Team familie- en jeugdrecht Uitspraak: 17 december 2020 Zaaknummer: 200.281.018/01 Zaaknummer eerste aanleg: C/03/260927 / FA RK 19-648 in de zaak in hoger beroep van: [de moeder] , wonende te [woonplaats] , verzoekster in hoger beroep, hierna te noemen: de moeder, advocaat: mr. J.E.A. Hendrix, tegen [de vader] , wonende te [woonplaats] , verweerder in hoger beroep, hierna te noemen: de vader, advocaat: mr. I.F.H. Nelissen. Deze zaak gaat over: - [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats] , en - [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats] , hierna samen te noemen: de kinderen. In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidoost Nederland, vestiging [vestiging] , hierna te noemen: de raad. 5De beschikking d.d. 24 september 2020 Bij die beschikking heeft het hof partijen, zo nodig vergezeld van hun advocaten, alsmede de GI en de raad opgeroepen om te verschijnen op de mondelinge behandeling van het hof op 30 november 2020 te 14.00 uur. Daarbij heeft het hof iedere verdere beslissing aangehouden tot voornoemde datum. 6Het verdere verloop van het geding in hoger beroep 6.

  1. De voortzetting van de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 30 november
  2. Bij die gelegenheid zijn gehoord: - de moeder, bijgestaan door mr. Hendrix; - de vader, bijgestaan door mr. Nelissen; - de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] ; - Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] . 6.
  3. Het hof heeft kennisgenomen van de inhoud van: - het V8-formulier met bijlage (het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg) van de advocaat van de moeder d.d. 30 september
  4. 7De verdere beoordeling 7.
  5. De moeder heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat zij het hoger beroep wenst in te trekken. Het hof maakt hieruit op dat de grieven niet worden gehandhaafd. Dit brengt mee dat de moeder niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het verzoek in hoger beroep. 7.
  6. Gezien de familierechtelijke aard van de zaak zal het hof de proceskosten compenseren. 8De beslissing Het hof: verklaart de moeder niet-ontvankelijk in het verzoek in hoger beroep; compenseert de proceskosten in hoger beroep aldus, dat iedere partij de eigen kosten van deze procedure draagt. Deze beschikking is gegeven door mrs. J.C.E. Ackermans-Wijn, E.L. Schaafsma-Beversluis en M.J.C. van Leeuwen, en is op 17 december 2020 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.