Parketnummer : 20-000757-18 Uitspraak : 5 maart 2020 TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv) Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 20 februari 2018 in de strafzaak met parketnummer 02-984824-11 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1961, wonende te [adres 1] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van ‘medeplegen van in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd, en in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B en C, van de Opiumwet gegeven verbod’ (feit 1), ‘diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd’ (feit 2), ‘medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd’ (feit 3), ‘als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet’ (feit 5), ‘witwassen, meermalen gepleegd’ (feit 5) en ‘handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie’ (feit 6), veroordeeld tot een gevangenisstraf van 27 maanden met aftrek van voorarrest. Voorts is een inbeslaggenomen pistool onttrokken aan het verkeer, een personenauto en geldmachine verbeurd verklaard en de teruggave aan de verdachte gelast van een sporttas. Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen met uitzondering van de opgelegde straf en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 40 maanden. De verdediging heeft primair bepleit dat de verdachte van de onder 1 tot en met 5 ten laste gelegde feiten zal worden vrijgesproken en zich ten aanzien van de bewezenverklaring van het onder 6 ten laste gelegde feit gerefereerd aan het oordeel van het hof. Subsidiair heeft de verdediging een strafmaatverweer gevoerd. Ten aanzien van de inbeslaggenomen goederen heeft de raadsman naar voren gebracht dat deze lijken te zijn vernietigd en de verdachte afstand doet van het pistool. Vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank. Tenlastelegging Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg – ten laste gelegd dat: 1.hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 24 januari 2012 te Tilburg en/of Rijen, gemeente Gilze-Rijen, en/of 's-Hertogenbosch en/of Beneden-Leeuwen, gemeente West Maas en Waal, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, in de uitoefening van een beroep of bedrijf (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad in een of meer pand(
- en)in Nederland, (een) hoeveelhe(i)d(
- en)hennepplanten en/of delen daarvan en/of (een) hoeveelhe(i)d(
- en)hennep, te weten (onder andere) - ( in een pand gelegen aan de [adres 2] (in totaal) 1588, althans een groot aantal, hennepplanten en/of delen daarvan (zaaksdossier Leeuw) en/of - ( in (een) pand(
- en)aan de [adres 3] ) (in totaal) 433, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan (zaaksdossier Edelhert) en/of - ( in een pand gelegen aan het [adres 4] , althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan (zaaksdossier Mus) en/of - ( in een pand gelegen aan de [adres 5] ) 321, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan (zaaksdossier Buizerd) en/of - ( in een pand gelegen aan de [adres 6] ) 46, althans een aantal, hennepplanten en/of delen daarvan en/of (in totaal) 1,93 kilogram hennep (zaaksdossier Hyena), in elk geval (telkens) (een) hoeveelhe(i)d(
- en)van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 2.hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 24 januari 2012 te Beneden-Leeuwen, gemeente West Maas en Waal, en/of Rijen, gemeente Gilze-Rijen, en/of Tilburg, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (een) hoeveelhe(i)d(
- en)elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, te weten (onder andere) - ( uit een pand gelegen aan de [adres 2] ) (een) hoeveelhe(i)d(
- en)elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Liander, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(
- s)(zaaksdossier Leeuw) en/of - ( uit een pand gelegen aan de [adres 3] ) (een) hoeveelhe(i)d(
- en)elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Enexis, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(
- s)(zaaksdossier Edelhert), - ( uit een pand gelegen aan het [adres 4] ) (een) hoeveelhe(i)d(
- en)elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Enexis, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(
- s)(zaaksdossier Mus) en/of - ( uit een pand gelegen aan de [adres 6] ) (een) hoeveelhe(i)d(
- en)elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Enexis, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(
- s)(zaaksdossier Hyena); 3.hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 1 januari 2011 tot en met 24 januari 2012 te Tilburg, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en), in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(
- en)van meer dan 30 gram, van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, danwel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; (zaaksdossiers Jaguar en Adder) 4.hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 24 januari 2012 te Waalwijk en/of Tilburg en/of Drunen en/of elders in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van een aantal natuurlijke personen, waartoe onder meer behoorden [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] en/of [medeverdachte 2 + geboortedatum] en/of [medeverdachte 3 + geboortedatum] en/of [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of een of meer andere personen, welke organisatie het oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 11, derde en/of vijfde lid van de Opiumwet, namelijk het (in de uitoefening van een beroep of bedrijf) opzettelijk - telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken van hennep en/of - verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van hennep en/of - aanwezig hebben van (een) grote hoeveelheid/hoeveelheden hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, aan welke organisatie verdachte leiding heeft gegeven; (zaaksdossier Sepia) 5.hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 1 januari 2007 tot en met 24 januari 2012 te Waalwijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) (een) voorwerp(en), te weten - een personenauto van het merk Mercedes Benz, type ML320 CDI (met kenteken [kenteken 1] ) en/of - een personenauto van het merk Porsche, type 911 Carrera 4S (met kenteken [kenteken 2] ) en/of - een of meer geldbedrag(
- en)(in totaal ongeveer 60.000 euro), heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans (telkens) van (een) voorwerp(en), te weten - een personenauto van het merk Mercedes Benz, type ML320 CDI (met kenteken [kenteken 3] ) en/of - een personenauto van het merk Porsche, type 911 Carrera 4S (met kenteken [kenteken 2] ) en/of - een of meer geldbedrag(
- en)(in totaal ongeveer 60.000 euro), gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp(
- en)– onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit enig misdrijf; (zaaksdossier Sneeuwuil) 6.hij op of omstreeks 24 januari 2012 te Waalwijk - een wapen op grond van art. 2 lid 1 Wet wapens en munitie, van categorie III, te weten een pistool van het merk FN, model HP (High Power), kaliber 9mm parabellum en/of - munitie op grond van art. 2 lid 2 Wet wapens en munitie van categorie III, te weten 81, althans een aantal, patronen van het merk LUGER, kaliber 9mm, voorhanden heeft gehad. (zaaksdossier Luger) De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat: 1.hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2011 tot en met 24 januari 2012 te Tilburg en Rijen, gemeente Gilze-Rijen, en 's-Hertogenbosch en Beneden-Leeuwen, gemeente West Maas en Waal, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, in de uitoefening van een beroep of bedrijf (telkens) opzettelijk heeft geteeld hoeveelheden hennepplanten, te weten - in een pand gelegen aan de [adres 2] , in totaal 1588 hennepplanten en - in een pand aan de [adres 3] in totaal 433 hennepplanten en - in een pand gelegen aan het [adres 4] een groot aantal hennepplanten en - in een pand gelegen aan de [adres 5] 321 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II; en hij in de periode van 1 januari 2011 tot en met 24 januari 2012 te Tilburg opzettelijk heeft geteeld en opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid hennepplanten en een hoeveelheid hennep, te weten - in een pand gelegen aan de [adres 6] een aantal hennepplanten en 1,93 kilogram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II; 2.hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2011 tot en met 24 januari 2012 te Beneden-Leeuwen, gemeente West Maas en Waal, en Rijen, gemeente Gilze-Rijen, en Tilburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen elektriciteit, toebehorende aan een ander, te weten - in een pand gelegen aan de [adres 2] elektriciteit, toebehorende aan Liander, en - in een pand gelegen aan de [adres 3] elektriciteit, toebehorende aan Enexis, - in een pand gelegen aan het [adres 4] elektriciteit, toebehorende aan Enexis, en - in een pand gelegen aan de [adres 6] elektriciteit, toebehorende aan Enexis; 3.hij op tijdstippen in de periode 1 april 2011 tot en met 24 januari 2012 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, althans een ander, telkens opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd een grote hoeveelheid van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II. 4.hij in de periode van 1 januari 2011 tot en met 24 januari 2012 in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van een aantal natuurlijke personen, waartoe onder meer behoorden [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] en [medeverdachte 2 + geboortedatum] en [medeverdachte 3 + geboortedatum] en [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] , welke organisatie het oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet, namelijk het (in de uitoefening van een beroep of bedrijf) opzettelijk - telen en/of bewerken van hennep en - verkopen en/of afleveren van hennep en - aanwezig hebben van grote hoeveelheden hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, aan welke organisatie verdachte leiding heeft gegeven; 5.hij op tijdstippen in de periode 1 januari 2007 tot en met 24 januari 2012 in Nederland telkens een voorwerpen, te weten - een personenauto van het merk Mercedes Benz, type ML320 CDI (met kenteken [kenteken 1] ) en - een personenauto van het merk Porsche, type 911 Carrera 4S (met kenteken [kenteken 2] ) en - een geldbedrag (60.000 euro), heeft verworven, voorhanden heeft gehad, of omgezet, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerpen – onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf; 6.hij op 24 januari 2012 te Waalwijk - een wapen op grond van art. 2 lid 1 Wet wapens en munitie, van categorie III, te weten een pistool van het merk FN, model HP (High Power), kaliber 9mm parabellum en - munitie op grond van art. 2 lid 2 Wet wapens en munitie, van categorie III, te weten 81 patronen van het merk LUGER, kaliber 9mm, voorhanden heeft gehad. Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen 1Telefoonnummers in gebruik bij verdachten Het hof zal allereerst vaststellen welke telefoonnummers in gebruik zijn geweest bij de verdachten. 1.1. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] Het hof stelt vast dat [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] de gebruiker is van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] (TT-04, TT-24 en TT-40). Dit nummer stond in maart 2011 op naam van [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] . In telefoongesprekken op 22 en 28 maart 2011 geeft de gebruiker van voormeld telefoonnummer op te zijn genaamd [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] . Verder is op 24 juni 2011 onder [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] een telefoon met dit telefoonnummer in beslag genomen. Het hof stelt vast dat [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] dit nummer dus in ieder geval heeft gebruikt tot 24 juni 2011. Voor het hof staat eveneens vast dat hij daarna gebruik is blijven maken van voormeld telefoonnummer. Op 17 juli 2011 komt op dit nummer een sms binnen die is gericht aan [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] , inhoudende: “ [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] , wanneer wordt er gestart bij [medeverdachte 7] ?”. [medeverdachte 7] heeft in zijn verhoor bij de politie d.d. 9 mei 2012 verklaard dat hij zijn huis tegen betaling heeft aangeboden aan [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] om hennep te kweken. Voorts wordt op 30 juli 2011 op dit nummer gebeld door een man die vraagt of hij van [medeverdachte 8] is. De gebruiker antwoordt: “nee, de oude eigenaar”. is van 12 april 2007 tot 27 november 2008 mede-eigenaar geweest van [medeverdachte 8] . Dit telefoonnummer is met ingang van 18 augustus 2011 bij een andere provider ondergebracht, maar stond nog wel op naam van [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] . Uit onderzoek van getapte telefoongesprekken die zijn gevoerd met de telefoonnummers [telefoonnummer 2] (TT-07) en [telefoonnummer 3] (TT-13) kon uit stemvergelijking door een verbalisant, in samenwerking met de tolken Turks, worden vastgesteld dat het woordgebruik, de intonatie en het dialect overeen komen met die van de gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Hieruit kan worden afgeleid dat de gebruiker van bovenstaande telefoonnummers dezelfde persoon is, namelijk [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] . In navolging van de rechtbank verwerpt het hof het verweer van de verdediging om geen acht te slaan op de gesprekken die door middel van stemherkenning aan [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zijn gelinkt en overweegt daartoe als volgt. Het hof heeft geen reden om te twijfelen aan de stemherkenningen die zijn gedaan door verbalisant [verbalisant 1] in samenwerking met de tolken. Weliswaar zijn dit geen gecertificeerde deskundigen op het gebied van stemherkenning, maar de herkenning is gedaan op basis van het beluisteren van een grote hoeveelheid tapgesprekken. Door gedurende een langere periode onder meer naar de woordkeuze, de intonatie en het dialect te luisteren, kon een verband worden gelegd tussen de stem en een persoon. Bovendien worden de stemherkenningen ondersteund door andere bevindingen. Zo wordt op 27 april 2011 met nummer [telefoonnummer 2] (TT-07) gebeld en door de gebruiker gezegd dat vanmorgen de ‘ooms’ hebben gedingest. Hij bevestigt dat ze allemaal zijn opgepakt en meegenomen en zegt: “die dinges van mij…bij mijn broer”. Dit is versluierd taalgebruik over de inval van de politie op 27 april 2011 in een pand van de broer van [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] aan het [adres 7] , waar mensen hennep aan het knippen waren (dossier Eekhoorn). Verder geeft [verdachte] in een telefoongesprek op 20 mei 2011 desgevraagd als telefoonnummer van [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] het nummer [telefoonnummer 3] . Ook ziet het hof geen aanleiding om te veronderstellen dat deze telefoonnummers na de datum van het proces-verbaal van stemherkenning, te weten 20 juni 2011, door andere personen zouden zijn gebruikt. Dit niet nader onderbouwde verweer wordt dan ook verworpen. Voor het hof staat verder vast dat [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] ook de volgende telefoonnummers in gebruik had: [telefoonnummer 4] (TT-16), [telefoonnummer 5] (TT-41) en [telefoonnummer 6] (TT-42). Ten aanzien van telefoonnummer [telefoonnummer 4] (TT-16) overweegt het hof als volgt. Na zijn aanhouding op Schiphol op 24 juni 2011 belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] op 26 juni 2011 om 12.40 uur met (het hof begrijpt: [medeverdachte 9] , die gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 7] , en zegt dat hij een Blackberry heeft gekocht en deze probeert te installeren. Diezelfde middag zijn er nog twee gesprekken tussen [verdachte] en [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] , waarbij [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 4] . Dit nummer wordt ook gebruikt in het zaaksdossier Buizerd. Op 12 juli 2011 omstreeks 21.34 uur belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] met dit nummer naar [medeverdachte 7] (het hof begrijpt hierna telkens: [medeverdachte 7]) en zegt dat hij langskomt en [medeverdachte 7] het adres even moet sms’en naar dit nummer. Twee minuten later sms’t [medeverdachte 7] : ‘ [adres 5] ’. Op 25 juli 2011 belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] met [medeverdachte 7] en zegt dat hij woensdag rond 10.00 uur komt. Op woensdag 27 juli 2011 wordt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] om 10.13 uur gezien bij het pand aan de [adres 5] . Met betrekking tot het telefoonnummer [telefoonnummer 5] (TT-41) overweegt het hof het navolgende. Op 17 november 2011 belt [verdachte] naar het telefoonnummer [telefoonnummer 5] . [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] wordt aan zijn stem herkend als gebruiker van dat nummer. [verdachte] vraagt of [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] een nieuw nummer heeft. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt van wel. [verdachte] vraagt of hij die in plaats van die met ‘51’ heeft genomen. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] bevestigt dat. Dit sluit aan op de vaststelling hiervoor dat [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] eerder gebruik heeft gemaakt van het nummer [telefoonnummer 4] . Ten aanzien van het telefoonnummer [telefoonnummer 6] (TT-42) merkt het hof het volgende op. Het zaaksdossier Valk bevat veel tapgesprekken met dit telefoonnummer. In die gesprekken wordt de gebruiker daarvan aan zijn stem herkend als [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] . Bovendien belt [medeverdachte 7] op 12 januari 2012 naar dit telefoonnummer en zegt dat [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] hem een bericht heeft gestuurd, waarna hij niks van zich heeft laten horen en dat hij daarom ongerust is geworden. [medeverdachte 7] heeft in zijn verhoor bij de politie d.d. 9 mei 2012 over dit gesprek verklaard dat [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] hem toen een aantal keren had gebeld, maar dat hij niet had opgenomen. 1.2. [verdachte] Uit het onderzoek dat is verricht naar de in de woning van [verdachte] aan de [adres 1] aangetroffen en in beslag genomen Nokia telefoons blijkt dat het telefoonnummer [telefoonnummer 8] (TT-06) is gebruikt door [verdachte] . heeft dat in zijn verhoor bij de politie d.d. 25 januari 2012 bevestigd. Verder had [verdachte] het telefoonnummer [telefoonnummer 9] (TT-14) in gebruik. Dit nummer stond ook in een telefoon van [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] die op 24 juni 2011 in beslag is genomen, onder de naam “ [verdachte] ”. Het hof stelt voorts vast dat het Turkse telefoonnummer [telefoonnummer 10] door [verdachte] werd gebruikt. Volgens de uitgewerkte tapgesprekken is hij aan zijn stem herkend. Een aantal gesprekken met dit nummer zijn aan [verdachte] voorgehouden, waarop hij niet ontkent dat hij degene is die deze gesprekken (met [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] ) voert. Hij heeft voorts verklaard dat hij toen in Turkije zat, terwijl het een nummer betreft dat begint met 90, de landcode van Turkije. 1.3. [medeverdachte 2 + geboortedatum] Het telefoonnummer [telefoonnummer 11] (TT-28) is in gebruik bij [medeverdachte 2 + geboortedatum] . Uit de bevraging bij het Centraal Informatiepunt voor het Onderzoek aan Telecommunicatie (CIOT) bleek dat er op voormeld telefoonnummer een abonnement is afgesloten op naam van [medeverdachte 2 + geboortedatum] , wonende aan de [adres 8] . 1.4. [medeverdachte 3 + geboortedatum] Bij de aanhouding van [medeverdachte 3 + geboortedatum] zijn twee telefoons onder hem in beslag genomen. Enkele gesprekken die met het telefoonnummer [telefoonnummer 12] zijn gevoerd zijn aan hem voorgehouden en hij heeft erkend dat hij die gesprekken heeft gevoerd. Uit het onderzoek aan de in beslag genomen telefoons in de woning van [medeverdachte 3 + geboortedatum] aan de [adres 9] blijkt dat hij tevens het telefoonnummer [telefoonnummer 13] (iPhone) heeft gebruikt. 1.5. [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] Het hof stelt vast dat [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] de gebruiker is van het telefoonnummer [telefoonnummer 14] . In gesprekken met dat nummer wordt [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] veelvuldig met zijn roepnaam [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] aangesproken. [verdachte] heeft ook verklaard dat hij [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] (het hof begrijpt: [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats]) [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] kent als [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] een Bulgaarse jongen, die hij een paar keer met [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] heeft gezien. Daarnaast maakt [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] gebruik van de telefoonnummers [telefoonnummer 15] en [telefoonnummer 16] , zo blijkt uit het zaaksdossier Valk. In gesprekken met deze telefoonnummers wordt de gebruiker eveneens [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] genoemd. Verder is bij de tapgesprekken steeds vermeld dat op basis van stemherkenning is vastgesteld dat [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] de gebruiker is van die telefoonnummers. Dat [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] alias [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] van een ander telefoonnummer gebruik is gaan maken, kan ook blijken uit een telefoongesprek van [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] op 11 januari 2012, waarin hij zegt dat degene die de ‘ooms’ heeft gezien een nieuw nummer heeft genomen. Omstreeks 19.05 uur die dag belde [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] , die gebruik maakte van het nummer [telefoonnummer 16] , naar [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] en vertelde dat hij de ooms had gezien. 2Ter zake van feiten 1 en 2 De verdediging heeft – op gronden als verwoord in de pleitnota – bepleit dat de verdachte van het medeplegen van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten zal worden vrijgesproken. Het hof stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen bewezen kan worden verklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen. Ook indien het ten laste gelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, maar uit gedragingen die doorgaans met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht, kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn. Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. 2.1. Zaaksdossier Leeuw: hennepkwekerij [adres 2] Op 12 mei om 17.28 uur werd binnengetreden in een bedrijfsruimte van een bedrijf, gevestigd aan de [adres 2] . Op de begane grond van de opslagloods bevonden zich veel kartonnen dozen die op elkaar gestapeld waren. In die dozen werden diverse soorten stopcontacten en ander elektrisch schakelmateriaal aangetroffen. Na binnenkomst links in deze loods werden vele kartonnen dozen aangetroffen die op elkaar gestapeld waren en op deze wijze als het ware een corridor van dozen vormden. Na onderzoek bleek, verborgen achter deze corridor/muur van veelal lege dozen, een afgesloten binnendeur aanwezig. Deze binnendeur werd geforceerd, waarna toegang werd verkregen tot drie daarachter gelegen verborgen ruimten op de begane grond. In de eerste ruimte bleken grote plastic vaten die met water waren gevuld aanwezig, alsmede een complete wand met veel elektrische schakelklokken en andere voorwerpen kennelijk bestemd en ten behoeve van een hennepkwekerij. In een tweede en derde ruimte werden twee, op dat moment in bedrijf zijnde, hennepkwekerijen (assimilatielampen brandend en ventilatoren werkend) aangetroffen. Na telling van de hierin aanwezige hennepplanten bleken in deze ruimte respectievelijk 328 en 414 stuks in bloei staande hennepplanten aanwezig. Achter in de eerste ruimte bleek een opening in het plafond aanwezig. Middels een bij die opening staande metalen ladder bleek nog een vierde verborgen ruimte op de eerste verdieping toegankelijk. Na telling van de hierin aanwezige hennepplanten bleken in deze ruimte 846 stuks in bloei staande hennepplanten aanwezig. Ook deze kwekerij was op dat moment in bedrijf. Alle aangetroffen planten (totaal 1588 stuks) hadden een geschatte hoogte van circa 75 centimeter. In iedere kweekruimte werd van een representatief aantal planten monsters genomen en getest, waarbij telkens een sterk positieve reactie werd geconstateerd. Uit deze reactie kan worden afgeleid dat de onderzochte substantie hennep is, dan wel bevatte, als vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II. Het bedrijfspand aan de [adres 2] werd gehuurd door [medeverdachte 10] . Opbouw van de hennepkwekerij Na analyse van de verkeersgegevens van de bij [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] en [verdachte] in gebruik zijnde telefoonnummers, te weten [telefoonnummer 1] (TT-04, [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] ) respectievelijk [telefoonnummer 8] (TT-06, [verdachte] ), kon hun positie worden bepaald. In de periode van 23 maart 2011 tot en met 31 maart 2011 bleek dat deze telefoonaansluitingen een aantal malen de paallocatie aan de [adres 10] aanstraalde. Aan de hand van observaties en tapgesprekken werd het volgende geconstateerd. Op 31 maart 2011 omstreeks 10.13 uur belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] naar [medeverdachte 2 + geboortedatum] . [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt: “we gaan de potten bij jou in de auto leggen”, waarop [medeverdachte 2 + geboortedatum] antwoordt: “oké, goed”. Om 10.22 uur belt [medeverdachte 2 + geboortedatum] naar [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] . [medeverdachte 2 + geboortedatum] zegt dat hij achter is, waarna [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt: “laat ik dan dinges bellen zodat ze naar de achterkant komen en zodat we de potten in jouw auto kunnen leggen”. [medeverdachte 2 + geboortedatum] antwoordt daarop: “oké, goed”. Direct daarna belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] naar [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] . [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] naar de achterkant moet gaan om de potten te doen. “Oké, goed”, zegt [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] . Om 10.42 uur wordt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] gebeld door [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] . [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] vraagt: “hebben jullie het geregeld?”, waarop [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] zegt: “er moet nog 1 pallet”. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat hij eraan komt. [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] zegt dat [medeverdachte 2 + geboortedatum] naar hem vraagt. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat hij er aan komt. De gebruiker van het telefoonnummer is [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] . Omstreeks 13.04 uur wordt gezien dat een witte Mercedes-Benz, type 212D, voorzien van het kenteken [kenteken 4] , bij een bedrijfspand gelegen aan de [adres 2] binnenrijdt, waarna het rolluik direct wordt gesloten. Uit onderzoek bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) bleek voormeld kenteken op naam te staan van [medeverdachte 2 + geboortedatum] Op 4 april 2011 omstreeks 09.22 uur belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] naar een nummerinformatiebedrijf, vraagt naar het nummer van [bedrijf 1] en wordt hiermee doorverbonden. [bedrijf 1] is een bedrijf dat in de volksmond een growshop wordt genoemd. Een growshop is een bedrijf gespecialiseerd in producten ten behoeve van de hennepteelt. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] bestelt een pallet light mix in doos en vraagt of [medewerker bedrijf] van [bedrijf 1] die kan geven aan jongens in een rode bus en dat hij zometeen komt afrekenen. [medewerker bedrijf] stemt hiermee in. “Er komt een rode Volkswagen LT”, zegt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] . Op 4 april 2011 vinden voorts diverse telefoongesprekken plaats tussen [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] en [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] alias [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] . Omstreeks 09.25 uur belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] naar [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] en vraagt of hij de sleutel al heeft gekregen, waarop [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] zegt van niet en dat hij nog daar wacht. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] na het krijgen van de sleutels naar de zaak moet gaan waar ze materialen kopen, het busje naar de achterkant moet rijden, daar aanbellen als er niemand is en tegen de betrokkene moet zeggen: “pallet light mix”. De persoon zal dan die pallet in het busje leggen en [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] moet daarna naar de kant van [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] ’s vader rijden. [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] zegt dat het goed is. Omstreeks 12.06 uur wordt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] gebeld door [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] . [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] vraagt: “hoe staat het er mee?”. [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] zegt: “goed, ze staan mooi verticaal, ze staan recht. [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] zegt dat de lampen beneden zijn ‘cak’ gebleven. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt: “oké dan moeten jullie hetgeen doen dat wij zeiden, die dozen moeten jullie doen en de dozen gaan we hergebruiken, dat jullie dat weten. En daarnaast moeten jullie de dozen als pallet aan de achterkant leggen. Jullie moeten dus niet alles binnen leggen”. Omstreeks 14.03 uur wordt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] wederom gebeld door [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] . [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat de ventilator boven aan moet staan en vraagt wat het verschil is tussen boven en beneden. [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] zegt: “steeds zelfde joh… boven is voorlopig 28 à 29 graden. Alles is dus goed”. “Oké, goed”, zegt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] . [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] vraagt of hij de lampen, kappen en trafo’s ook moet pakken. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt van wel: “alle mooie dingen die in de doos passen, moet je pakken”. Twintig minuten later wordt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] weer gebeld door [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] . [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] geeft aan dat zij klaar zijn. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat zij tot 3 uur dozen moeten maken en vraagt hoeveel pallets zij al gemaakt hebben. [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] zegt dat zij 8 pallets hebben gemaakt. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat zij tot half vier zoveel mogelijk pallets kunnen maken, want ‘wij’ hebben 40 à 50 pallets nodig. [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] zegt: “oké”. Op 5 april 2011 wordt gezien dat de witte Mercedes-Benz, type 212D, voorzien van het kenteken [kenteken 4] , in het bedrijfspand aan de [adres 2] staat geparkeerd en dat een rode Volkswagen LT35, voorzien van het kenteken [kenteken 5] , voor het pand staat. Er wordt gezien dat twee Turks uitziende mannen in en uit het bedrijfspand lopen. De mannen rijden weg in de rode Volkswagen. Het kenteken van de Volkswagen staat op naam van [medeverdachte 10] . Verder wordt gezien dat [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] uit het bedrijfspand komt lopen en als bijrijder instapt in de witte Mercedes-Benz die wegrijdt. Nadat [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] een observatiefoto van die dag werd getoond, verklaarde hij daarop zichzelf en [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] , zijn huisbaas, te herkennen. [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] huurde een woning van [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] . Het hof stelt vast dat de tijdstippen van de telefoongesprekken aansluiten op de observaties en dat de inhoud van de gesprekken, waarin concreet wordt gesproken over het stapelen van dozen, een ruimte boven en een ruimte beneden, volledig aansluit bij de aangetroffen hennepkwekerij. Gelet op voorgaande bewijsmiddelen acht het hof dan ook voldoende bewijs aanwezig dat [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] , [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] alias [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] en [medeverdachte 2 + geboortedatum] bij de opbouw van deze hennepkwekerij betrokken zijn. Onderhoud van de hennepkwekerij In april 2011 belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] regelmatig met een man die gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 17] . [medeverdachte 10] heeft in zijn verhoor bij de politie d.d. 24 april 2012 verklaard dat hij voormeld telefoonnummer herkent als zijn telefoonnummer en dat nummer al lange tijd, hij denkt twee jaar, in gebruik heeft. Het hof stelt – bij gebrek aan aanwijzingen die wijzen op het tegendeel – vast dat [medeverdachte 10] in onderstaande telefoongesprekken telkens de gebruiker is van dat telefoonnummer. Op 12 april 2011 omstreeks 10.04 uur belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] naar [medeverdachte 10] . [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat hij een verzoek heeft en dat hij vandaag tot vier uur daar moet wachten. “Om vier uur is een tijdsverandering en wij moeten kijken of de tijdsverandering plaatsvindt of niet”, zegt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] . “Oké, is geen probleem”, zegt [medeverdachte 10] . [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] vraagt of hij vandaag naar boven naar de kamers is geweest. “Nee, nog niet”, zegt [medeverdachte 10] . [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt: “kijk boven of ze groot zijn geworden”. “Is goed, ik zal straks naar kijken”, zegt [medeverdachte 10] . Omstreeks 15.03 uur belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] naar [medeverdachte 10] . [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] vraagt wat [medeverdachte 10] gedaan heeft. [medeverdachte 10] zegt dat hij vandaag daar veel werk heeft verricht en dat het heel goed uitziet. [medeverdachte 10] zegt dat er boven een van de lampen blijft branden, dat is de lamp helemaal achterin en dat plekje is nog langer geworden. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat [medeverdachte 10] naar het kantoorgedeelte moet gaan en een van de lampen daar uit moet trekken. Vier minuten later belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] wederom naar [medeverdachte 10] . [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt tegen [medeverdachte 10] wat hij moet doen om de lamp uit te krijgen. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] verkeerd heeft aangesloten en dat hij daarom morgen daarnaartoe komt om af te doppen. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat [medeverdachte 10] naar de motor moet kijken of de motor goed werkt. Een minuut later belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] naar [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] . [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] vraagt: “wij hebben toch laatst twee lampen opgehangen aan de andere kant?”, waarop [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] bevestigend antwoordt. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt: “jij hebt verkeerd aangesloten, het schijnt al die tijd aan te zijn geweest. Nu zullen ze heel lang worden. Wanneer zijn wij voor het laatst daar geweest?”. “Wij zijn zaterdag daar geweest”, zegt [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] . “Wij moeten de koppen er van afhalen, want ze schijnen erg lang te zijn geworden”, zegt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] . Omstreeks 15.32 uur belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] naar [medeverdachte 10] . [medeverdachte 10] zegt dat hij de juiste kabel heeft gevonden en zegt dat deze is doorgeschakeld naar 2x dubbele contactdoos is aangesloten. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat [medeverdachte 10] de temperatuur weer op 30 moet zetten en er op moet letten of het om vier uur beneden stopt en boven aangaat. “Is goed”, zegt [medeverdachte 10] . Omstreeks 16.09 uur belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] naar [medeverdachte 10] . [medeverdachte 10] zegt dat het om vier uur beneden is gestopt en boven aan is gegaan. “Is goed”, zegt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] . [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat [medeverdachte 10] goed af moet sluiten. Omstreeks 17.22 uur belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] naar [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] . [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] vraagt of zij vandaag aarde hebben gebracht, waarop [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] zegt van niet. Op 16 april 2011 omstreeks 12.56 uur belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] naar [medeverdachte 10] . [medeverdachte 10] vraagt of [medeverdachte 2 + geboortedatum] daar geweest is (waar [medeverdachte 10] nu is). “Nee, hij komt zo”, zegt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] . [medeverdachte 10] zegt dat er een van de lampen niet werkt. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat [medeverdachte 2 + geboortedatum] onderweg is daarnaartoe en hij denkt dat [medeverdachte 2 + geboortedatum] wel wat gaat geven. Omstreeks 13.54 uur belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] met [medeverdachte 2 + geboortedatum] . [medeverdachte 2 + geboortedatum] zegt dat volgens hem die regelaar van boven stuk is en niet reageert op programma’s die hij invoert. [medeverdachte 2 + geboortedatum] spreekt over temperatuurregelaar wat niet goed is. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat [medeverdachte 2 + geboortedatum] toch maar wat moet geven zodat zij de medicijnen kunnen proeven. Omstreeks 15.03 uur wordt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] gebeld door [medeverdachte 2 + geboortedatum] . [medeverdachte 2 + geboortedatum] vraagt of die klok van beneden constant op 1 moet blijven. “Nee, die klok doet niet mee”, zegt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] . [medeverdachte 2 + geboortedatum] zegt dat de regelaar van beneden goed er op reageert, maar die van boven niet. “De plaats van die van beneden is niet goed, er komt te veel geluid uit”, zegt [medeverdachte 2 + geboortedatum] . “Ik zal tegen de jongens zeggen dat zij volgende week van plaats moeten veranderen”, zegt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] . Omstreeks 16.11 uur belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] naar [medeverdachte 2 + geboortedatum] . [medeverdachte 2 + geboortedatum] zegt dat er 1250 stokjes gekocht moeten worden plus een nieuwe regelaar. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat die regelaar nieuw is en dat zij die er uit moeten halen om te gaan ruilen. [medeverdachte 2 + geboortedatum] zegt dat de stop ging afslaan toen hij beneden boven wat ging toe (het hof begrijpt: doen). [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat het gevaarlijk is. Op 21 april 2011 omstreeks 17.39 uur belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] naar [verdachte] . [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt: “er zou een meisje van de milieudienst bij [locatie 3] zijn gekomen. Bij ons dus! Zij heeft voor dinsdag afspraak gemaakt. Op dinsdag ben ik dus daar zelf. Ik laat het van binnen en buiten zien joh”. [verdachte] zegt: “dan moet je de lampen uitzetten!”, waarop [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt: “natuurlijk man, op die wijze. En die dingen zet ik op lage stand. Ik ga sowieso de entree teniet doen. Ik ga pallets er voor leggen. Dus alsof daar niet bestaat!”. Op 26 april 2011 omstreeks 12.22 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] . [verdachte] vraagt wat zij gedaan hebben. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat er nog niemand is geweest. [verdachte] zegt dat [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] beter naar de gemeente kan bellen om te vragen wie en wat. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] vindt het niet nodig dat zij de gemeente bellen, want straks gaan zij ook brandweer bij betrekken en als dat gebeurt, zou dat pas slecht uit kunnen pakken, zegt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] . Op 28 april 2011 omstreeks 11.35 uur belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] naar [medeverdachte 10] . [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] vraagt of [medeverdachte 10] daar is. Dat is het geval. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] vraagt of [medeverdachte 10] naar achteren gegaan is. “Ik ben een keer in- en uitgegaan”, zegt [medeverdachte 10] . [medeverdachte 10] vraagt of hij nog water moet geven. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat het moet gebeuren, maar dat hij misschien zelf daarnaartoe komt. “Mocht ik niet komen, kan jij dat doen”, vraagt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] . “Moet in elke ruimte drie gegeven worden?”, vraagt [medeverdachte 10] . [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt: “boven moet je drie aan de ene kant en drie aan de andere kant geven, dus overal moet je 300 er in doen”. [medeverdachte 10] zegt: “en beneden 1,5 plus 1,5 bij elkaar ook 300”, waarop wordt geantwoord: “Ja, anderhalf, anderhalf, dus driehonderd, driehonderd”. Verder zegt [medeverdachte 10] : “zij hebben mij gebeld en gaan over anderhalve week afspraak maken” en dat de man zei dat zij elke tien jaar controle doen. “Dus om de tien jaar en het moet precies bij ons gebeuren”, vraagt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] . “Ja, hij zei: ‘ik ga je over 1,5 week bellen, dan maken wij een afspraak’”. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt: “Als hij jou belt, moet je zeggen dat je in de auto bent en dat je later in je agenda zal kijken en hem terug zal bellen”. Op 6 mei 2011 wordt gezien dat een witte Opel Combo, voorzien van het kenteken [kenteken 6] , ter hoogte van het bedrijfspand aan de [adres 2] parkeert en een Turks uitziende man uitstapt en het pand binnengaat. Dit kenteken bleek te staan op naam van [medeverdachte 10] . Later die dag wordt gezien dat de Opel in het pand staat geparkeerd. Kort daarna wordt gezien dat [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] als bestuurder komt aanrijden in de rode Volkswagen LT35, voorzien van het kenteken [kenteken 5] op naam van [medeverdachte 10] , en deze in het bedrijfspand naast de Opel parkeert, waarop het rolluik wordt gesloten. Op 12 mei 2011 omstreeks 10.00 uur wordt waargenomen dat een man die door verbalisant is herkend als [medeverdachte 10] een witte Opel Combo, voorzien van het kenteken [kenteken 6] , het bedrijfspand binnenrijdt en een tijd later weer naar buiten rijdt. Na de ontmanteling Op 12 mei 2011 is de politie om 17.28 uur binnengetreden om de hennepkwekerij te ontmantelen. Diezelfde dag omstreeks 18.24 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] . [verdachte] zegt: “er is vanuit daar alarm gekomen, daar is alarm afgegaan verdomme”, waarop [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] vraagt: “vanuit welke kant is alarm over gegaan?”. [verdachte] vraagt op de achtergrond aan iemand vanuit welke kant het alarm is afgegaan. [medeverdachte 2 + geboortedatum] , de zoon van [verdachte] , zegt: “van beide kanten”, waarop [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt: “dan moet er meteen gedingest worden, dan moet men meteen er naartoe”. Er is vervolgens druk telefoonverkeer. Omstreeks 18.37 uur belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] naar [medeverdachte 10] . [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat het alarm is afgegaan daar en dat hij daarheen moet en zij ook die kant op zijn. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] vraagt hoe laat hij daar vandaan is vertrokken en of hij alles goed op slot heeft gedaan. [medeverdachte 10] zegt dat hij om drie uur is weggegaan en alles goed op slot heeft gedaan. Een minuut later belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] naar [verdachte] . [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat hij net met [medeverdachte 10] heeft gesproken en dat deze heeft gezegd dat hij om drie uur daar weg is gegaan. Om 19.07 uur wordt gezien dat een grijze Toyota Prius, voorzien van het kenteken [kenteken 7] , over de [adres 2] rijdt en dat de bestuurder grote gelijkenis vertoont met het signalement van [medeverdachte 2 + geboortedatum] . De Toyota bleek op naam te staan van [verdachte] . Omstreeks 19.09 uur belt [medeverdachte 2 + geboortedatum] naar [medeverdachte 10] . [medeverdachte 2 + geboortedatum] zegt: “he niet komen jongen, ze zijn aan het opruimen”. [medeverdachte 2 + geboortedatum] overlegt op de achtergrond en [verdachte] zegt dat [medeverdachte 10] morgenmiddag naar kantoor moet komen, want dan komt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] ( [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] ) ook terug. Omstreeks 19.11 uur belt [verdachte] met [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] . [verdachte] zegt: “het zijn ooms, ooms, ooms zijn aan het ruimen. Wij zijn daar langs gegaan, wij hebben helemaal niet dinges gedaan. Wij zijn niet naar binnen gegaan. Zij hebben de container tegen aangezet en wij zijn teruggekeerd en gaan nu weg”. Het telefoonnummer van [verdachte] straalt dan aan bij de paallocatie [locatie 4] . Om 19.15 uur wordt gezien dat de Toyota Prius, voorzien van het kenteken [kenteken 7] , staat geparkeerd bij het Esso benzinestation, gelegen aan de [adres 11] . Naast het voertuig loopt een Turks uitziende man, leeftijd ongeveer 50-60 jaar, gekleed in een lichtkleurig kostuum, die de verbalisant grote gelijkenis vindt vertonen met het signalement van [verdachte] , de vader van [medeverdachte 2 + geboortedatum] Omstreeks 19.14 uur wordt [medeverdachte 10] gebeld door [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] . [medeverdachte 10] vertelt dat de ooms (Amcalar = politie) naar binnen zijn gegaan, waarop [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat hij het weet. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat als zij over compagnons hebben, hij moet zeggen dat zij met compagnons uit elkaar zijn gegaan. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat als de makelaar gaat zeggen zus en zo, dan moet hij zeggen: ‘wij zijn niet eens geworden, ik ben zelf er mee doorgegaan’. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat als ze vragen wie was het dan, moet hij maar een naam verzinnen. Omstreeks 20.47 uur belt [verdachte] uit naar een vrouw die gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 31] . De vrouw vraagt of het weer goed gaat komen. “Nee, de ooms, het ziet er niet naar uit want de ooms zijn om zes uur naar binnen gegaan, om zes uur is het alarm afgegaan”, zegt [verdachte] . “Ja, het alarm is gegaan, wij zijn daarnaartoe gegaan en zagen dat ze aan het ruimen waren”, zegt [verdachte] . [verdachte] zegt: “ik heb zoveel geld ingestoken, je zult er versteld van raken, maar goed, laten we het beste hopen”. Op 13 mei 2011 omstreeks 09.06 uur wordt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] gebeld door [medeverdachte 9] (het hof begrijpt: [medeverdachte 9]), die gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 7] . [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt: “kan jij even op internet kijken, mijn grote locatie/plaats is gevlogen. Ze zijn gisteravond naar binnen gegaan. De ooms zijn gisteravond rond half zeven naar binnen gegaan. Ik ben benieuwd waardoor zij daar naar binnen zijn gegaan”. [medeverdachte 9] zegt dat hij daar nog niet naar de zaak is gegaan en vraagt of het in Tilburg was. “Nee, in Beneden-Leeuw”, zegt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] . Op 14 mei 2011 omstreeks 15.23 uur belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] naar [medeverdachte 10] . [medeverdachte 10] zegt dat hij thuis is geweest, maar er is helemaal niets thuis/aan de hand thuis. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt: “zij komen eerste twee dagen nog niet, maak je daar niet zo druk over, dat kan pas na maandag gedingest worden. Zij gaan nog een en ander onderzoeken wie dat is en waar die is”. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat maandag er beslist gegaan moet worden, “anders gaan zij naar de makelaar en zo en dat kan problemen voor ons geven”. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat [medeverdachte 10] eerst moet komen om het te bespreken. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat het beter is als hij daarheen gaat, want zij krijgen info van hen. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] daar moet zeggen: ‘het zit zus en zo in elkaar, er heeft een incident plaatsgevonden en ik kom de sleutels ophalen’. “Hoe het ook zij, kom maar morgen even langs opdat wij het even kunnen bespreken”, zegt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] . Op 8 juni 2011 omstreeks 22.04 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 2 + geboortedatum] en vraagt hoeveel [medeverdachte 2 + geboortedatum] heeft uitgegeven voor Beneden-Leeuw, dus toen [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] naar Oekraïne ging en daarna. [medeverdachte 2 + geboortedatum] belt zo terug. Tien minuten later belt [verdachte] wederom met [medeverdachte 2 + geboortedatum] . [verdachte] zegt nogmaals dat het om kosten gaat nadat [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] naar Oekraïne ging. [verdachte] zegt dat [medeverdachte 2 + geboortedatum] in ieder geval vier voedingen daarheen heeft gebracht. [medeverdachte 2 + geboortedatum] zegt een bedrag van 250 aan medicijnen en iets van 180 voor kleine dingen zoals stokjes, meters etc. [medeverdachte 2 + geboortedatum] komt op een bedrag van 530. [verdachte] zegt dat [medeverdachte 2 + geboortedatum] die nu kan vernietigen, maar ze moeten wel worden genoteerd, “want we zijn compagnons van elkaar”. Bij de ontmanteling van de hennepkwekerij bleek dat in het bedrijfspand een alarm- en beeldregistratiesysteem was aangelegd. Dit systeem was gekoppeld aan een module, die was voorzien van een simkaart. Uit onderzoek door de digitale expertise van de Dienst Nationale Recherche bleek dat in het geheugen van de simkaart het telefoonnummer [telefoonnummer 32] stond voorgeprogrammeerd. Tevens bleek uit het onderzoek dat, indien het alarmsysteem geactiveerd zou worden, de module automatisch het voorgeprogrammeerde telefoonnummer zou bellen. De bezitter van dit telefoonnummer wordt dan gealarmeerd. In de periode van 8 mei 2011 tot en met 13 mei 2011 bevond [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zich in Oekraïne. Dit telefoonnummer bleek gekoppeld te zijn geweest aan het IMEI-nummer van een van de mobiele telefoons in gebruik bij [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] en [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] . Voordat hij vertrok, liet hij zijn alarmtelefoon, welke later in verbinding bleek te staan met de alarminstallatie in het pand aan de [adres 2] , achter voor [medeverdachte 2 + geboortedatum] . Bij onderzoek van de desktopcomputer die op 24 januari 2012 in de woning van [medeverdachte 2 + geboortedatum] in beslag was genomen, bleek dat de volgende documenten in de computer digitaal waren opgeslagen: een mailwisseling met een makelaars- en assurantiekantoor “ [makelaar] ” met betrekking tot het bedrijfspand aan de [adres 2] ; een huurovereenkomst tussen de verhuurder [verhuurder 1] en [verhuurder 2] aangaande het bedrijfspand, gevestigd op de [adres 2] , ingaande 1 maart 2011; een inspectierapport/proces-verbaal van oplevering van de bedrijfsruimte aan de [adres 2] Bij onderzoek van de inbeslaggenomen losse papieren (IBN-code BE1.01.002) in het bedrijfspand van [verdachte] aan de [adres 12] bleek dat daartussen een factuur aanwezig was van een levering van een auto van het merk Volkswagen, type LTT, kenteken [kenteken 5] , de hiervoor vermelde auto op naam van [medeverdachte 10] . Op grond van het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat tussen [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] , [verdachte] , [medeverdachte 2 + geboortedatum] , [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] alias [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] en de huurder van het pand, [medeverdachte 10] , sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking, gericht op de exploitatie van de hennepkwekerij. Het hof gaat voorbij aan de verklaring van [medeverdachte 10] waarin hij de volledige schuld op zich neemt. Het hof concludeert dat hij daartoe is geïnstrueerd door [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] . De verdachten hebben allen een wezenlijke bijdrage geleverd, zodat zij als medepleger van het telen van hennep kunnen worden aangemerkt. In het bijzonder overweegt het hof daartoe dat [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] als eigenaar van de hennepkwekerij kan worden aangemerkt, gelet op het telefoongesprek van 13 mei 2011 omstreeks 09.06 uur met [medeverdachte 9] waarin hij spreekt over zijn grote locatie/plaats in Beneden-Leeuw die is gevlogen en waarbij de ooms zijn binnengegaan op een dag en tijdstip dat (vrijwel) overeen komt met de ontmanteling. Hij is betrokken geweest bij de opbouw van de hennepkwekerij en is meermalen in het bedrijfspand gezien. Voorts werd hij desgevraagd op de hoogte gehouden van de status van de planten en heeft hij bevelen gegeven met betrekking tot onder meer het regelen van de temperatuur in de ruimtes. [verdachte] kan – in zijn eigen woorden – worden aangemerkt als compagnon van [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] . Hij had een rol bij de financiering van de hennepkwekerij en had de beschikking over de alarmtelefoon van het pand waar de hennepkwekerij zich bevond. Voorts waren [medeverdachte 2 + geboortedatum] en [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] betrokken bij de opbouw van de hennepkwekerij en het onderhoud daarvan. Zo heeft [medeverdachte 2 + geboortedatum] spullen ten behoeve van de hennepteelt op de locatie gebracht en heeft [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] bij de growshop [bedrijf 1] producten ten behoeve van de hennepteelt gehaald. Verder hebben zij werkzaamheden in de kwekerij verricht. Ten aanzien van [medeverdachte 10] overweegt het hof dat hij de huurder was van het pand en eveneens betrokken is geweest bij het onderhoud van de kwekerij. Voorts acht het hof bewezen dat sprake was van een beroeps- dan wel bedrijfsmatige hennepteelt, gelet op het grote aantal planten en de professionele inrichting van de kwekerij. Diefstal van elektriciteit Liander heeft op 27 mei 2011 aangifte gedaan van diefstal van elektriciteit op het adres [adres 2] (het hof begrijpt, zoals hiervoor weergegeven: [adres 2]). Op 12 mei 2011 constateerde de fraudespecialist dat door middel van manipulatie de elektriciteit niet via de elektriciteitsmeter werd geregistreerd. De zegeldraad van de hoofdaansluitkast was verbroken en aan de onderzijde van de zekeringautomaten was een illegale 3 fase elektriciteitsaansluiting gemaakt. Deze liep buiten de elektriciteitsmeter om naar de hennepplantage en voorzag deze van elektriciteit. De verbruikte elektriciteit werd hierdoor niet correct via de meter geregistreerd. Ter zake van het bewijs van de betrokkenheid van verdachte wijst het hof tevens op het volgende schakelbewijs. Met de door het hof gebezigde term schakelbewijs pleegt te worden aangeduid een bewijsvoering waarbij voor de bewezenverklaring van een feit mede redengevend wordt geacht de – uit één of meer bewijsmiddelen blijkende – omstandigheid dat de verdachte bij één of meer andere strafbare feiten betrokken was. Daarbij is ten minste vereist dat de wijze waarop de onderscheidene feiten zijn begaan op essentiële punten overeenkomt (vgl. HR 12 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3118, r.o. 2.4.). Daarbij geldt dat indien voor de bewezenverklaring van een feit mede redengevend wordt geacht de – uit één of meer bewijsmiddelen blijkende – omstandigheid dat de verdachte bij één of meer andere strafbare feiten was betrokken, de vraag of de redengevendheid van dergelijk – in diverse varianten voorkomend – zogenoemd schakelbewijs begrijpelijk is, dient te worden beoordeeld in het licht van de gehele bewijsvoering (vgl. HR 1 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1455, r.o. 3.3.1.). Het hof is van oordeel dat de bewijsmiddelen die ten grondslag liggen aan de bewezenverklaring van diefstal van elektriciteit bij andere hennepkwekerijen mede redengevend zijn voor het bewijs van dit feit, nu daaruit blijkt van een modus operandi die bij vrijwel alle kwekerijen overeenkomt. Er is sprake van het stelselmatig in vereniging exploiteren van hennepkwekerijen, waarbij bij vrijwel alle kwekerijen ook de elektriciteit wordt gestolen, ook in de woningen die eigendom zijn van de verdachten. [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] en [medeverdachte 2 + geboortedatum] bekennen ook dat zij elektriciteit hebben gestolen, zie hiertoe zaaksdossiers Cheeta en Bosuil. [medeverdachte 2 + geboortedatum] en [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] zijn ook betrokken geweest bij de opbouw van deze hennepkwekerij, waarvan het aanleggen van de illegale elektriciteitsaansluiting een onderdeel is. Het hof is dan ook van oordeel dat [verdachte] , [medeverdachte 2 + geboortedatum] en [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] wetenschap hadden van en het opzet hadden op de diefstal van elektriciteit. 2.2. Zaaksdossier Edelhert: hennepkwekerij [adres 3] Op 19 mei 2011 werd in een pand aan de [adres 3] door personeel van de brandweer en gemeente Gilze-Rijen een controle uitgevoerd inzake de brandveiligheid. Tijdens de controle werd bij het hondenhok in de achtertuin een hennepgeur geroken. De politie ging om 13.26 uur ter plaatse. Verbalisant Van den Akker had telefonisch contact gehad met de eigenaar van het pand, [medeverdachte 2 + geboortedatum] . [medeverdachte 2 + geboortedatum] was onderweg naar de [adres 3] . Om 13.49 uur betraden de verbalisanten samen met [medeverdachte 2 + geboortedatum] de achtertuin en openden de schuur. Na het openen van de deur rechts in de hal zagen zij een in werking zijnde hennepkwekerij. In ruimtes 3 en 5 werden hennepkwekerijen aangetroffen met 245 respectievelijk 188 in bloei staande planten. Op de vloer in ruimte 3 stond een bak met daarin visvijverfolie. In die bak stonden potten met potgrond waarin de hennepplanten groeiden. Links in de hoek, naast de deur, zag de verbalisant een luchtafvoerbuis die de grond in liep. De luchtafvoerbuis in de linkerhoek was aangesloten op een inbouwventilator die was aangesloten op het plafond. In de overige drie hoeken van de ruimte zaten drie luchtafvoerbuizen met telkens een aan het plafond bevestigde koolstoffilter. De drie luchtafvoerbuizen waren aangesloten op de luchtafvoerbuis in de linkerhoek die de grond in liep. Aan het plafond boven de hennepplanten waren 21 assimilatielampen van 600 Watt met kappen bevestigd. Iedere assimilatielamp was voorzien van een eigen transformator, in totaal 21. Voorts zag de verbalisant aan het plafond twee verwarmingselementen van 2000 Watt. Gezien vanaf de deuropening hing rechts aan de muur een hygrometer in combinatie met een thermometer. In ruimte 5 hingen aan het plafond boven de hennepplanten 16 assimilatielampen van 600 Watt die met kappen waren bevestigd. Iedere assimilatielamp was voorzien van een eigen transformator, in totaal 16. Verder hing er aan het plafond een verwarmingselement van 2000 Watt. Op de vloer stond een bak met daarin visvijverfolie en potten met potgrond waarin de hennepplanten groeiden. Links naast de trap gezien vanaf de trap met het gezicht naar de ruimte toe zag de verbalisant drie luchtafvoerbuizen met daarnaast, op de grond staande, een inbouwventilator waaraan drie luchtafvoerbuizen waren aangesloten en waarop ook een luchtafvoerbuis was aangesloten die aan de andere zijde van de inbouwventilator aangesloten was. De verbalisant zag drie koolstoffilters, waarvan een koolstoffilter op de grond en twee aan het plafond waren bevestigd. Gezien vanaf de trap met het gezicht naar de ruimte toe hing er rechts aan de muur een hygrometer in combinatie met een thermometer. Vanuit ruimte 3 en 5 zijn representatief monsters genomen en getest. De test gaf een positieve reactie, indicatief voor THC, zijnde de werkzame stof in hennep en hasjiesj, vermeld op lijst II van de Opiumwet. De woning werd sinds 1 februari 2011 voor € 375,- per maand van [medeverdachte 2 + geboortedatum] gehuurd door [medeverdachte 11] . Op 19 mei 2011 omstreeks 14.00 uur werden [medeverdachte 2 + geboortedatum] en [medeverdachte 11] met een Bulgaarse nationaliteit op de locatie aan de [adres 3] aangehouden. Enexis B.V. heeft aangifte gedaan van diefstal van elektriciteit op het adres [adres 3] Op 19 mei 2011 constateerde de fraude-inspecteur dat de deksel van de aansluitkast open was (geweest)/niet meer aanwezig was, dat er met de zegels van de meter was gefraudeerd en dat de meter beschadigd was. Door de manipulatie werd de afgenomen elektriciteit ten behoeve van de hennepplantage en het huishoudelijk verbruik niet correct via de elektriciteitsmeter geregistreerd. Aan de hand van de tapgesprekken werd het volgende geconstateerd. Opbouw van de hennepkwekerij Op 7 april 2011 omstreeks 16.40 uur belt [verdachte] naar een vrouw die gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 18] . Zij spreekt Turks met een Bulgaars accent. [verdachte] vraagt de ramen van binnen en buiten te wassen. [verdachte] komt namelijk gordijnen brengen. Omstreeks 20.52 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 2 + geboortedatum] en vraagt of hij alle materialen heeft gebracht. Hij heeft alles gebracht, behalve de boormachine en de trap. “Hoe moet ik nou hier gordijnen hangen zonder trap en zo”, klaagt [verdachte] . Op 8 april 2011 omstreeks 21.33 uur belt [verdachte] naar dezelfde vrouw die gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 18] . [verdachte] vraagt aan de vrouw of het nu oké is. Zij zegt: “je moet het gordijn achter de camera doen. Je kan de camera een beetje naar beneden zetten”. [verdachte] vraagt of je de mensen nu wel kan zien. De vrouw antwoordt dat ze de mensen ziet, de voorbijgaande auto’s en het spoor. Op 27 april 2011 omstreeks 17.08 uur belt [verdachte] weer naar dezelfde vrouw die gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 18] en vraagt of [medeverdachte 2 + geboortedatum] al is geweest. Zij zegt van wel. “Hij heeft mijn vuil en zo weggegooid”, zegt de vrouw. [verdachte] vraagt of hij de gipsplaten ook gebracht heeft voor het plafond. De vrouw bevestigt dit en zegt dat [medeverdachte 2 + geboortedatum] haar uitschold vanwege de lampen. Na de ontmanteling van de hennepkwekerij Op 19 mei 2011 om 13.25 uur wordt [verdachte] gebeld door dezelfde vrouw, die nu gebruik maakt van het nieuwe telefoonnummer [telefoonnummer 19] . Zij zegt dat de politie is gekomen. [verdachte] zegt dat zij haar verklaring niet moet veranderen en moet zeggen dat zij met haar man daar woont en dat hij om de twee weken komt en gaat en dat haar man het deed. [verdachte] zegt: “Verder geen gepraat oké..”. De vrouw zegt dat ze met [medeverdachte 2 + geboortedatum] heeft gebeld en dat [medeverdachte 2 + geboortedatum] naar [verdachte] gaat bellen. Om 13.28 uur belt [medeverdachte 2 + geboortedatum] naar [verdachte] . [medeverdachte 2 + geboortedatum] zegt dat [verdachte] tegen [medeverdachte 11] moet zeggen dat zij niet haar man moet bellen. [medeverdachte 2 + geboortedatum] zegt dat hij nu door een onbekend nummer wordt gebeld en vraagt of hij de deur open zal doen of niet. “Je moet de deur open maken, als ze komen moet je zeggen: ‘Wij weten van niks, wij verhuurden hier aan haar’”. Om 13.31 uur belt [medeverdachte 2 + geboortedatum] naar [verdachte] . [medeverdachte 2 + geboortedatum] zegt: “zij bellen mij, ze vragen mij daarnaartoe te komen, ze willen kijken”. [verdachte] zegt dat hij er maar naartoe moet gaan en moet zeggen dat het van haar man is. “Moet zij de schuld op haar man schuiven?”, vraagt [medeverdachte 2 + geboortedatum] . [verdachte] bevestigt dit. [medeverdachte 2 + geboortedatum] zegt dat ze moet zeggen dat hij af en toe komt en “we” niet weten waar hij is. [verdachte] vraagt [medeverdachte 11] de deur open heeft gedaan. “Nee, ze wachten op mij”, zegt [medeverdachte 2 + geboortedatum] . [medeverdachte 2 + geboortedatum] zegt te balen. [verdachte] zegt: “hadden wij maar een andere keer gedaan verdomme, maar goed, het is nou eenmaal gebeurd”. Om 13.34 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 2 + geboortedatum] . [verdachte] zegt: “zij moet haar telefoon weggooien”, waarop [medeverdachte 2 + geboortedatum] vraagt: “ja weggooien, compleet alles?”. [verdachte] bevestigt dit. Om 17.25 uur belt [verdachte] naar Muammer. [verdachte] zegt: “de locatie waar we vanmorgen zijn gegaan, daar hebben ze aangespoord”. “Daar bij jou?”, vraagt Muammer, waarop [verdachte] dat bevestigt. “Was er wat?”, vraagt Muammer. “Ja natuurlijk, de achterkant zat vol”, zegt [verdachte] . [verdachte] zegt dat ze [medeverdachte 2 + geboortedatum] en dat meisje hebben aangehouden. [verdachte] zegt dat [medeverdachte 2 + geboortedatum] tegen de politie gaat zeggen dat zij daar hebben verhuurd en tegen het meisje heeft gezegd dat zij moet zeggen dat haar man dat heeft gedaan. Gelet op het feit dat de vrouw die gebruik maakt van de telefoonnummers [telefoonnummer 18] en [telefoonnummer 31] in een gesprek [medeverdachte 11] (het hof begrijpt: [medeverdachte 11]) wordt genoemd, zij Turks spreekt met een Bulgaars accent en dat uit de telefoongesprekken is gebleken dat er diverse locaties van de zendmasten voor de telecommunicatie in de plaats Rijen liggen, gaat het hof ervan uit dat dit [medeverdachte 11] is. De tapgesprekken voor de ontmanteling moeten worden bezien in het licht van de tapgesprekken die na de ontmanteling zijn gevoerd. Hieruit blijkt naar het oordeel van het hof dat het niet anders kan zijn dan dat al deze gesprekken betrekking hebben op de hennepkwekerij aan de [adres 3] . Uit die tapgesprekken blijkt ook dat er sprake was van gezamenlijke werkzaamheden van [medeverdachte 2 + geboortedatum] en [verdachte] ten behoeve van die kwekerij. De verklaring van [medeverdachte 2 + geboortedatum] dat hij niets wist van de hennepkwekerij en dat hij de woning alleen verhuurd had, acht het hof ongeloofwaardig, mede gelet op de inhoud van de tapgesprekken. De verklaring van [medeverdachte 11] dat zij niets wist van de hennepkwekerij en dat de kwekerij van haar man was die in Bulgarije woonde en één à twee keer per maand naar Nederland kwam, acht het hof eveneens geloofwaardig. Uit de tapgesprekken blijkt dat [medeverdachte 11] door [verdachte] is geïnstrueerd tot het afleggen van deze verklaring. Het hof is van oordeel dat de bewijsmiddelen die ten grondslag liggen aan de bewezenverklaring van de exploitatie van andere hennepkwekerijen en diefstal van elektriciteit daarbij mede redengevend zijn voor het bewijs van de hier te bespreken feiten (ketenbewijs). Uit die bewijsmiddelen blijkt van een modus operandi die bij vrijwel alle kwekerijen overeen komt. Er is sprake van het stelselmatig in vereniging exploiteren van hennepkwekerijen, waarbij bij vrijwel alle kwekerijen ook elektriciteit wordt gestolen. [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] en [medeverdachte 2 + geboortedatum] bekennen in zaaksdossiers Bosuil respectievelijk Cheeta dat zij elektriciteit hebben gestolen. Verder volgt hieruit dat [verdachte] en [medeverdachte 2 + geboortedatum] steeds samen betrokken zijn bij de (opbouw van
- de)hennepkwekerijen. Op grond van het voorgaand, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat tussen [verdachte] en [medeverdachte 2 + geboortedatum] sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking, gericht op de exploitatie van deze hennepkwekerij. De verdachten hebben beiden een wezenlijke bijdrage geleverd, zodat zij als medepleger van het telen van hennep kunnen worden aangemerkt. Zij hebben allebei werkzaamheden verricht ten behoeve van de hennepteelt. Verder was [medeverdachte 2 + geboortedatum] de verhuurder van het pand. [verdachte] kan worden aangemerkt als eigenaar van de kwekerij. Uit het tapgesprek van 19 mei 2011 te 17.25 uur blijkt immers dat bij “zijn” locatie is aangespoord (het hof begrijpt: opgespoord), waarover het hof heeft vastgesteld dat werd gesproken over de locatie [adres 3] . Voorts heeft [verdachte] de huurder van het pand, [medeverdachte 11] , geïnstrueerd wat zij tegen de politie moet zeggen. [medeverdachte 2 + geboortedatum] en [verdachte] zijn samen betrokken geweest bij de opbouw van deze hennepkwekerij, waarvan het aanleggen van de illegale elektriciteitsaansluiting een onderdeel is. De rechtbank is dan ook van oordeel dat [medeverdachte 2 + geboortedatum] en [verdachte] wetenschap hadden van en opzet hadden op de diefstal van elektriciteit. Naar het oordeel van het hof gaat het hier bovendien om een professioneel opgezette hennepkwekerij, gelet op onder meer de omvang, de inrichting en de wijze van exploitatie, zodat er sprake is van beroeps- of bedrijfsmatige hennepteelt. 2.3. Zaaksdossier Mus: hennepkwekerij [adres 4] Op 14 juni 2011 om 08.57 uur werd in de woning aan het [adres 4] binnengetreden. Op de eerste verdieping van de woning werd een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen. Deze hennepkwekerij bestond uit drie ruimtes, waarvan in twee ruimtes een in werking zijnde hennepkwekerij werd aangetroffen. In de kwekerij bevonden zich in totaal 242 hennepplanten die volgroeid waren. De kweekruimte was afgedicht met hout en plastic. In ruimte I werden de navolgende goederen aangetroffen: 148 oogstrijpe hennepplanten gekweekt in potten en potgrond, 10 assimilatielampen à 600 Watt, 10 verlichtingsarmaturen, 16 transformatoren à 600 Watt bevestigd op een houten plank, 1 fancontroller en 1 klimaatcontroller, 1 koolstoffilter en 1 thermo-/hygrometer. In ruimte II werden de navolgende goederen aangetroffen: 16 assimilatielampen à 600 Watt, 16 verlichtingsarmaturen, 16 transformatoren à 600 Watt bevestigd op een houten plank, 6 koolstoffilters en 1 klimaatregelaar. In ruimte II werden de navolgende goederen aangetroffen: 94 oogstrijpe hennepplanten gekweekt in potten en potgrond, 6 assimilatielampen à 600 Watt, 6 verlichtingsarmaturen, 1 tijdschakelaar, 1 schakelkast, 1 koolstoffilter, 1 thermo-/hygrometer, 1 tafelventilator die aan de bedrading was getapet. Op de overloop werden een container met dompelpomp, een thermo-/hygrometer, een lege kan, vermoedelijk voeding 10 liter en een aantal bamboestokken aangetroffen. Op de zolder werden 3 afzuiginstallaties en lege potten aangetroffen. Op grond van de volgende indicatoren bestaat het vermoeden dat er in het verleden eerder hennepoogsten in voornoemd pand zijn geweest: de aanwezige vervuiling op de houten toegangsdeur tot de kwekerij, op de houten dorpels van de toegangsdeur naar de kwekerij, een dikke en sterk aanwezige laag kalk aan de onderzijde van de kweekpotten en op de bodem van het zeil van de kweekbakken, sterk vervuilde koolstoffilters en stof op de meeste lampenkappen. Voorts was afvalmateriaal aanwezig, te weten restanten gebruikte bloempotten in ruimte II en op zolder en bamboestokken op de overloop. Ambtshalve is de verbalisant bekend dat deze bamboestokken worden gebruikt wanneer hennepplanten zodanig groot en zwaar zijn dat zij ondersteund moeten worden. De zes inbeslaggenomen planttoppen met een lengte van ongeveer 3 centimeter en voorzien van voldragen bloemknoppen uit ruimte I en III werden herkend als materiaal van het geslacht cannabis, beter bekend als hennep. Van voornoemde aangeboden materiaal werden representatief twee monsters genomen en getest. Deze test gaf een positieve reactie, indicatief voor THC, zijnde de werkzame stof in hennep en hasjiesj, vermeld op lijst II van de Opiumwet. In de woning werden [medeverdachte 12] en [medeverdachte 13] aangehouden. Zij verklaarden dat de woning eigendom was van [medeverdachte 14] en dat zij van de eigenaar niet boven mochten komen. Aan de hand van tapgesprekken, observaties en andere bevindingen werd met betrekking tot de rol van de verdachte bij deze hennepkwekerij het volgende geconstateerd. Op 4 april 2011 om 15.04 uur wordt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] gebeld door zijn broer [medeverdachte 15] . [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] vraagt of hij ene [medeverdachte 14] kent. Zijn broer zegt van wel. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] vraagt wat voor een jongen dat is, waarop zijn broer zegt dat het een goede jongen is. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt: “ik dinges zijn plaats” en dat ‘wij’ zaken doen met [medeverdachte 14] ’s vrouw. [medeverdachte 14] weet ook er vanaf. “Morgen begin ik aan daar en daarom is er een auto nodig”. Op 8 april 2011 om 11.25 uur belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] naar [medeverdachte 14] , die gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 20] [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt: “ [medeverdachte 14] , onze medewerkers komen nu naar de kant van jouw huis. Met 5 à 10 minuten zullen ze daar zijn. Je kunt ze daar op de parkeerplaats zien”, waarop [medeverdachte 14] zegt: “oké, abi”. De volgende dag, op 9 april 2011, om 21.20 uur belt [verdachte] naar een vrouw, die gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 21] . [verdachte] zegt dat [medeverdachte 14] hen wel moet helpen om de materialen daar naar binnen te brengen. “ [medeverdachte 14] zal dat wel doen als hij dat gezegd heeft”, zegt de vrouw. [verdachte] zegt dat [medeverdachte 14] laatst aan hem geld heeft gevraagd en dat hij duizend aan [medeverdachte 14] heeft gegeven. [verdachte] zegt: “wij hebben duizend al gegeven, wij moeten hem nog tweeduizend geven, binnen twee maanden zullen wij dat ook geven, en de huur begint op de dag dat ik de lampen ga aanzetten”. [verdachte] zegt dat zij van plan zijn om de 15e de lampen aan te zetten en dat vanaf die dag ook de huur begint. “Is goed, als jij deze week dat andere, die tweeduizend, wil regelen”, zegt de vrouw. [verdachte] zegt dat hij woensdag en volgende week zaterdag het geld zal geven. Op 14 april 2011 om 11.01 uur belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] naar [verdachte] . [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] vraagt of hij ( [verdachte] ) aan [medeverdachte 14] en [betrokkene] geld had gegeven. “Ja, twee in totaal”, zegt [verdachte] . Op 18 april 2011 om 14.55 uur belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] naar [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] , die gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 14] . De gebruiker van het telefoonnummer is Isuf [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] . [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] vraagt wat zij aan het doen zijn. “Wij zijn aan het werk”, zegt [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] . [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt: “en wij wachten nog op de kleintjes”, waarop [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] vraagt: “is die er nog niet?”. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt: “nog niet. Ik ga jou straks bellen. Laten we dan voor 5 uur dinges gaan halen, 20 stuks dinges”. “Oké, goed”, zegt [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] . Om 14.55 uur belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] naar [medeverdachte 2 + geboortedatum] . [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat hij nu [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] gaat opbellen omdat de aarde niet voldoende zou zijn. Er moet aarde worden gehaald. [medeverdachte 2 + geboortedatum] zegt: “hij is er, hij is er nu. Ik ga nu vertrekken”. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] vraagt of hij nu direct naar daar gaat. [medeverdachte 2 + geboortedatum] weet niet waar het is en zegt: “was toch Goes(Gus)pleine.. en het nummer?”, waarop [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt: “ik dacht 2, maar jij ziet mijn busje wel”. Om 14.58 uur belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] naar [medeverdachte 2 + geboortedatum] . [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat [medeverdachte 2 + geboortedatum] nu met de kleintjes daarheen komt en zegt dat het ook via de achtertuin kan als de situatie het toelaat. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat ‘jullie’ met zijn drieën zijn en dat het geen probleem moet zijn. [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] zegt dat [medeverdachte 12] en [medeverdachte 16] nog vuil gaan wegbrengen. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat ze dat morgenochtend kunnen doen. Verder zegt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] : “nadat die naar binnen zijn gebracht, kun jij met het busje komen en we kunnen zand kopen. Die kunnen dan in de auto blijven en morgenochtend kunnen jullie die er in doen en dan kunnen jullie 1 kamer morgen doen”. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] gaat morgen een klok kopen voor daar. Uit eerdere soortgelijke onderzoeken waarbij er middels versluierd taalgebruik werd gesproken in relatie tot het bouwen en inrichten van hennepplantages is gebleken dat met het woord ‘kleintjes’ veelal de stekjes van hennepplanten wordt bedoeld. Een andere schrijfwijze van het woord Gus/Goes zou het Turkse woord ‘Kus’ kunnen zijn, dat in het Nederlands ‘Vogel’ betekent. Op het adres [adres 4] stond [medeverdachte 14] ingeschreven en uit gegevens van het Kadaster blijkt het perceel als gerechtigd eigendom te staan geregistreerd van [medeverdachte 14] . Uit de gegevens van de Gemeentelijke Basis Administratie bleek dat de vrouw van [medeverdachte 14] is genaamd [vrouw medeverdachte 14] . Op 19 april 2011 om 18.16 uur belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] naar [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] . [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] vraagt wanneer [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] komt. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat hij straks die kant op zal komen, maar daar niet naar binnen zal komen. Omstreeks 20.58 uur wordt gezien dat [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zijn Mercedes-Benz, voorzien van het kenteken [kenteken 8] , parkeerde op de [locatie 1] en een steeg rechts naast perceel 8 in liep. De achterzijde van de woning aan het [adres 4] is bereikbaar via die steeg. Om 20.05 uur (het hof begrijpt, gelet op het tijdstip van zijn aankomst: 21.05 uur) stapt hij weer in zijn Mercedes-Benz en rijdt weg. Op 20 april 2011 belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] naar een man, die gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 22] , die zegt dat hij [medeverdachte 12] heet en dat dit zijn nummer is. Het hof leidt uit de inhoud van de hierna volgende tapgesprekken af dat dit [medeverdachte 12] is, de persoon die is aangehouden in de woning waar de hennepkwekerij was. Onderhoud van de hennepkwekerij Op 2 mei 2011 om 10.49 uur belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] naar [medeverdachte 12] . [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] vraagt hoe het gaat. [medeverdachte 12] zegt dat het nu goed met alles is. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] vraagt of zij nu aanzienlijk groter zijn geworden. [medeverdachte 12] zegt van wel. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] vraagt of [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] gisteren langs is geweest. [medeverdachte 12] zegt: “ja abi, hij keek naar hen”, waarop [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] vraagt: “zei hij dat het goed met hen was?”. [medeverdachte 12] zegt: “hij zei: alles is normaal, die moeten nu dinges, het middel [fonetisch] geven”. Op 3 mei 2011 om 13.00 uur belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] naar [medeverdachte 2 + geboortedatum] . [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat er vandaag naar Omer gegaan moet worden en vraagt of [medeverdachte 2 + geboortedatum] even wil gaan. “De werkers gaan ook”, zegt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] . “In de avonduren. Er moeten ook bepaalde dingen er in gaan. Ik heb de tassen gehaald/gekocht. Er moet vat, medicijnen/middel naar binnen gaan”, zegt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] . [medeverdachte 2 + geboortedatum] vraagt: “het was toch aan Kusplein toch?”, waarop [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] bevestigend antwoordt. Op 3 juni 2011 om 15.17 uur belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] met [medeverdachte 12] . [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] vraagt: “wat ben je aan het doen?”, waarop [medeverdachte 12] zegt: “ik ga de kinderen water geven”. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt: “oké doe de kinderen in bad, maar normaal he”. [medeverdachte 12] zegt: “ja normaal abi. Ik heb van de andere medicijn gegeven, maar de kinderen zijn niet recht geworden. De medicijn die je had gekocht voor de kinderen he… ik heb een beetje van die gegeven/toegediend, maar het is niet al te best, het is er nog”. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt en vraagt: oké dat wel, maar er is geen sprake van geel worden he… zij zelf?”, waarop [medeverdachte 12] zegt: “aan de uiteinden van sommigen is er heel weinig iets”. Daarop zegt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] : “je moet dus spuiten op de uiteinden en proberen die teniet te doen. Je moet met stromend water er op spuiten. Maar dat doe je nadat de lampen uit zijn he!”. [medeverdachte 12] zegt: “ja dat doe ik ook zo”, waarop [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] vraagt: “vandaag moet je weer spuiten, alles, zodat ze helemaal nat worden oké?”. [medeverdachte 12] zegt: “oké”. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt: “een voor een alles nat maken. Met 2 à 3 liter moet je dat af hebben”, waarop [medeverdachte 12] zegt: “oké abi”. Op 8 juni 2012 (het hof begrijpt: 2011) om 22.40 uur belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] naar [verdachte] . [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt: “die flikker [medeverdachte 14] , die maakt een fout bij het betalen van de salarissen/maandelijkse vergoedingen”. [verdachte] vraagt wat hij daarmee bedoelt. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat er een tekort is van 100 lira bij de hypotheek en hij geen problemen wil hebben. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt: “wat zij betalen is iets van 400 lira, weer enkele maanden achterstand, zij hebben op 2 mei 653 euro, 25 mei 650 euro en 30 mei nog eens”. [verdachte] zegt dat het wel in orde lijkt. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt: “hij zou nog een achterstand hebben van 1800 lira. Dat moeten wij bespreken. Op 1 juni had 375 lira betaald worden, maar is niet betaald”. [verdachte] vraagt waarvoor deze bedragen betaald worden. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat het voor de hypotheek is. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt: “zij hebben geprobeerd de achterstand weg te werken. Er zou een achterstand van 2546 lira zijn en er zou nu een achterstand zijn van 1888 lira”. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat zij dit moeten bespreken. “Dat is goed”, zegt [verdachte] . Bij een doorzoeking in de (het hof begrijpt: woning van) [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] aan de [adres 13] werd een schrijven van de ABN Amro aangetroffen, betreffende een betalingsachterstand hypothecaire lening van € 1888,21. De brief was gedateerd op 1 juni 2011 en gericht aan de heer en mevrouw [medeverdachte 14] , [adres 4] . Na de ontmanteling Op 14 juni 2011 om 08.57 uur werd in de woning aan het [adres 4] binnengetreden. Op diezelfde dag vinden de volgende telefoongesprekken plaats. Om 14.52 uur belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] naar [verdachte] . [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt: “is weg abi, die is ook weg”, waarop [verdachte] vraagt: “hebben ze die ook meegenomen?”. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] antwoordt bevestigend en zegt: “zij hebben het opgehangen”. Om 15.52 uur belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] naar [medeverdachte 15] en zegt: “het is weer weg, weer weg.. de nieuwe auto is ook weg. Er is dus geen een overeind gebleven. Wij moeten weer vanaf nul beginnen”, waarop [medeverdachte 15] zegt: “je moet niet meer deze werkzaamheden doen”. Om 15.53 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 2 + geboortedatum] en zegt: “Sora gebombardeerd”, waarop [medeverdachte 2 + geboortedatum] vraagt: “nee toch?”. [verdachte] zegt: “ik zei dat Sora gebaald is. Vanmorgen hebben ze er op geschoten met de bal”. [medeverdachte 2 + geboortedatum] zegt: “onbegrijpelijk, ik weet het niet”. [verdachte] zegt: “ik weet het niet zoon” en vraagt of hij nog wat gehoord heeft over dat andere huis. Om 16.41 uur belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] naar [medeverdachte 12] . [medeverdachte 12] zegt thuis te zijn. “Zijn jullie zelf naar huis gekomen?”, vraagt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] . “Ja, ik ben met mijn vrouw samen thuis gekomen”, zegt [medeverdachte 12] . [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] vraagt hoe het is gebeurd. [medeverdachte 12] zegt dat zij vanmorgen zijn gekomen. “Waren ze voorbereid gekomen?”, vraagt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] , waarop [medeverdachte 12] bevestigend antwoordt. “Hebben ze jouw telefoon gepakt?”, vraagt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] . [medeverdachte 12] antwoordt daarop: “Nee alles lag hier, mijn telefoon lag hier. Zowel aan de voordeur als bij de achterdeur waren politiemensen”. [medeverdachte 12] zegt dat hij de deur voor hen open heeft gedaan. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] vraagt of [medeverdachte 12] ‘ [medeverdachte 14] ’ heeft genoemd. “Ja, ik heb gezegd dat er hier post is en dat daar de naam ‘ [medeverdachte 14] ’ op staat en dat hij de huiseigenaar is en dat zij aan [medeverdachte 14] moeten vragen”. “Vroegen ze hoelang je hier was?”, vraagt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] . “Ja, ik zei dat ik al een maand hier was, maar dat ik nooit naar boven ben gegaan en dat ik 100 euro huur betaalde voor de woning. Ik dacht dat ik wel een dag of twee zou vastgehouden worden maar dat blijkt niet het geval te zijn”. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt daarop: “ [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] haalt jou vanavond op, anders moet je een dag later samen met [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] gaan”. Om 22.04 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] . [verdachte] vraagt hoe laat [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] vertrekt. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat hij omstreeks half 2 vannacht van huis gaat vertrekken, maar dat hij om 11 uur vanavond [medeverdachte 14] gaat spreken. [verdachte] zegt dat hij ook daarvoor belt en zegt dat zij naar kantoor mogen komen. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat hij die jongen gaat bellen. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt: “hij belt mij nadat hij om 11 uur vertrekt” en “dan zeg ik dat hij naar kantoor moet komen”. Daarop zegt [verdachte] : “ja, laat hem naar kantoor komen zodat wij daar kunnen praten”. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt: “ik heb de andere landgenoten gesproken” en “met [medeverdachte 12] ”, waarop [verdachte] vraagt: “hoe zou het gegaan zijn dan?”. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt daarop: “normaal, zoals elke keer, standaard dus”. [verdachte] vraagt: “er is een tip/klacht?”, waarop [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] bevestigend antwoordt en zegt: “ze zijn omstreeks 4 of 5 uur vrijgelaten hoor”. [verdachte] vraagt: “hoe laat zouden ‘zij’ ’s ochtends gekomen zijn?”, waarop [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt: “omstreeks kwart over 9 en dat het voorbereid was. Om 23.04 uur belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] naar [medeverdachte 14] , die gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 23] . [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] vraagt of [medeverdachte 14] naar kantoor wil komen. [medeverdachte 14] zegt dat hij over 10 minuten daar zal zijn. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat hij op hem gaat wachten. Enkele dagen later, op 18 en 19 juni 2011, vinden verder de volgende telefoongesprekken plaats. Op 18 juni 2011 om 10.29 uur wordt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] gebeld door [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] alias [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] . [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] zegt dat hij gisteren door [medeverdachte 14] is gebeld die naar de sleutels heeft gevraagd. [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] zegt dat hij de sleutels aan [verdachte] had gegeven. “ [medeverdachte 14] vroeg waarom wij de woning niet schoon hebben gemaakt”, zegt [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] . “Laat hem oprotten, waarom moet hij dat tegen jullie zeggen”, zegt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] . Op 19 juni 2011 om 22.43 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] . [verdachte] zegt dat [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zijn broer moet bellen, want [medeverdachte 5] heeft de sleutel van het huis gebracht. De sleutel van het huis van [medeverdachte 14] zou namelijk ook daar liggen. [verdachte] gaat de sleutel teruggeven. [medeverdachte 14] zou [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] hebben gebeld om te vragen waarom hij het huis niet heeft schoongemaakt. Men zou de sleutel aan [medeverdachte 12] hebben gegeven en [medeverdachte 12] zou die aan [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] hebben gegeven. Men wilde geld om het huis te laten schoonmaken. “We hebben geen winst gemaakt. Onze naam komt toch niet voor in het contract. We hebben zoveel verlies geleden en hij heeft 5.500 winst gemaakt. Hij heeft zijn huur van 1 jaar gekregen, wat wil hij nou nog meer”, zegt [verdachte] . [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] is het daar volledig mee eens. Op grond van het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat tussen [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] , [verdachte] , [medeverdachte 2 + geboortedatum] , [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] alias [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] , [medeverdachte 12] en de eigenaar van het pand, [medeverdachte 14] , sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking, gericht op de exploitatie van de hennepkwekerij. De verdachten hebben allen een wezenlijke bijdrage geleverd, zodat zij als medepleger van het telen van hennep kunnen worden aangemerkt. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] en [verdachte] hebben een leidende rol gehad in de organisatie en financiering van de kwekerij en de afhandeling hiervan na de ontmanteling. [medeverdachte 2 + geboortedatum] , [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] alias [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] en [medeverdachte 12] hebben een meer uitvoerende rol gehad en voerden de instructies van [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] en [verdachte] uit. Naar het oordeel van het hof gaat het hier om een professioneel opgezette hennepkwekerij, gelet op onder meer de omvang, de inrichting en de wijze van exploitatie, zodat er sprake was van beroeps- of bedrijfsmatige hennepteelt. Diefstal van elektriciteit Enexis heeft aangifte gedaan van diefstal van elektriciteit op het adres [adres 4] . Op 14 juni 2011 constateerde de fraude-inspecteur verboden handelingen aan de elektriciteitsinstallatie. Er was een illegale aftakking gemaakt voor de hoofdbeveiliging op de hoofdkabel binnen. De deksel van de aansluitkast was ongeoorloofd open. Er was gefraudeerd met de zegels en de meter was beschadigd. Door de manipulatie werd de afgenomen elektriciteit ten behoeve van de hennepplantage en het huishoudelijk verbruik niet correct via de elektriciteitsmeter geregistreerd. Ter zake van het bewijs van de betrokkenheid van verdachte wijst het hof tevens op het volgende schakelbewijs. Met de door het hof gebezigde term schakelbewijs pleegt te worden aangeduid een bewijsvoering waarbij voor de bewezenverklaring van een feit mede redengevend wordt geacht de – uit één of meer bewijsmiddelen blijkende – omstandigheid dat de verdachte bij één of meer andere strafbare feiten betrokken was. Daarbij is ten minste vereist dat de wijze waarop de onderscheidene feiten zijn begaan op essentiële punten overeenkomt (vgl. HR 12 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3118, r.o. 2.4.). Daarbij geldt dat indien voor de bewezenverklaring van een feit mede redengevend wordt geacht de – uit één of meer bewijsmiddelen blijkende – omstandigheid dat de verdachte bij één of meer andere strafbare feiten was betrokken, de vraag of de redengevendheid van dergelijk – in diverse varianten voorkomend – zogenoemd schakelbewijs begrijpelijk is, dient te worden beoordeeld in het licht van de gehele bewijsvoering (vgl. HR 1 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1455, r.o. 3.3.1.). Het hof is van oordeel dat de bewijsmiddelen die ten grondslag liggen aan de bewezenverklaring van diefstal van elektriciteit bij andere hennepkwekerijen mede redengevend zijn voor het bewijs van dit feit, nu daaruit blijkt van een modus operandi die bij vrijwel alle kwekerijen overeenkomt (ketenbewijs). Er is sprake van het stelselmatig in vereniging exploiteren van hennepkwekerijen, waarbij bij vrijwel alle kwekerijen ook de elektriciteit wordt gestolen, ook in de woningen die eigendom zijn van de verdachten. [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] en [medeverdachte 2 + geboortedatum] bekennen ook dat zij elektriciteit hebben gestolen, zie hiertoe zaaksdossiers Cheeta en Bosuil. [verdachte] , [medeverdachte 2 + geboortedatum] en [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] zijn ook betrokken geweest bij de opbouw van deze hennepkwekerij, waarvan het aanleggen van de illegale elektriciteitsaansluiting een onderdeel is. Het hof is dan ook van oordeel dat [verdachte] , [medeverdachte 2 + geboortedatum] en [medeverdachte 4 + geboortedatum en -plaats] wetenschap hadden van en het opzet hadden op de diefstal van elektriciteit. 2.4. Zaaksdossier Buizerd: [adres 5] Op 6 september 2011 is de politie binnengetreden in een woning gelegen aan de [adres 5] , alwaar een in werking zijnde hennepkwekerij werd aangetroffen. Op de eerste verdieping aan de achterzijde van de genoemde woning was een kweekruimte (hierna: kweekruimte 1) gelegen. Het raam van deze ruimte was dichtgemaakt en afgeplakt met een witte plastic folie. Op de vloer van de genoemde ruimte was een zwarte rubberen folie gelegen met opstaande randen. Op de rubberen folie waren in totaal 86 kweekpotten met potgrond en hennepplanten geplaatst. Tussen de hennepplanten stond een lege waterton. Aan het plafond boven de planten waren in totaal 10 assimilatielampen van 600 Watt met spiegelkappen gemonteerd. Deze lampen waren in werking en in hoogte verstelbaar. In de hoek van de genoemde kweekruimte was een koolstoffilter met daaraan gekoppeld een slang geplaatst. Deze slang werd door een zijmuur van kweekruimte 1 geleid naar de zolder van de genoemde woning. Op de zolder was een inbouwventilator geplaatst waarop deze slang was gekoppeld. Hiermee werd de vuile lucht vanuit kweekruimte 1 afgezogen. Aan een zijmuur van deze kweekruimte waren in totaal 10 transformatoren van 600 Watt gemonteerd. Aan alle elektrische apparatuur van deze kweekruimte waren elektriciteitskabels gemonteerd. Deze kabels werden geleid naar de zolder en aldaar op een schakelkast aangesloten. Middels deze schakelkast werd de elektrische apparatuur automatisch aan- en uitgeschakeld. De in de schakelaar aanwezige tijdschakelaar stond ingesteld op 12 uur aan en 12 uur uit. Op de voorzolder van de genoemde woning werd een groene container aangetroffen. In deze container was een dompelpomp met slangwerk geplaatst. Naast de groene container stonden flessen met voedingstoffen en een lege jerrycan van 10 liter voor voedingsstoffen. In een hoek van de voorzolder was een staande ventilator geplaatst. Op de cv-ketel van de genoemde woning lag een losse assimilatielamp van 600 Watt. Verder was op de vloer van de voorzolder een inbouwventilator geplaatst. Aan deze ventilatoren waren slangen gemonteerd welke afkomstig waren uit de kweekruimten 1 en 2. Middels deze inbouwventilator werd de vuile lucht uit de kweekruimten 1 en 2 via het dakbeschot afgevoerd. Op de zolder van de woning werd een ruimte (hierna: kweekruimte 2) aangetroffen. Op de vloer van deze ruimte was een rubberen folie met opstaande randen gelegen. Op deze folie waren in totaal 235 kweekpotten met potgrond en hennepplanten geplaatst. Aan het plafond van kweekruimte 2 waren boven de hennepplanten 19 assimilatielampen van 600 Watt met spiegelkappen en 1 koolstoffilter gemonteerd. De assimilatielampen waren in werking en in hoogte verstelbaar. In een hoek van de kweekruimte was een tweede koolstoffilter op de vloer geplaatst. Aan de koolstoffilter waren slangen gemonteerd en deze werden geleid naar en aangesloten op de inbouwventilator op de voorzolder. Aan een zijmuur van kweekruimte 2 waren 19 transformatoren van 600 Watt en 1 temperatuur-/ventilatie regelkast gemonteerd. Aan de buitenzijde van kweekruimte 2 was op de buitenmuur een schakelkast met tijdklok gemonteerd. De tijdklok stond ingesteld op 12 uur aan en 12 uur uit. Aan alle elektrische apparatuur van kweekruimte 2 waren elektriciteitskabels gemonteerd. Deze kabels werden geleid en aangesloten op de schakelkast. Hiermee werd alle elektrische apparatuur automatisch in- en uitgeschakeld. Uit de twee ruimten werden vijf planten geknipt en in beslag genomen. Verbalisant [verbalisant 2] herkende het materiaal van de vijf hennepplanten uit ruimte 1 en de vijf hennepplanten uit ruimte 2 aan de karakteristieke geur en vorm van de plantdelen. De planten uit ruimte 1 hadden een lengte tussen de 75 en 80 centimeter en de planten uit ruimte 1 hadden een lengte tussen de 100 en 110 centimeter. Twee van de vijf planten uit ruimte 1 en twee van de vijf planten uit ruimte 2 werden getest met verdovende middelentests. Het testen leverde twee keer tweemaal een positieve indicatie van hennep/marihuana/hash op. In de woning werd [medeverdachte 7] als verdachte aangehouden. Hij stond ingeschreven en was woonachtig op het adres aan de [adres 5] . Voorts was hij werkzaam als taxichauffeur. In zijn verhoor bij de politie heeft hij verklaard dat hij schulden had en zijn huis tegen betaling aan [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] had aangeboden om hennep te kweken. Hij zou van [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] € 5.000,- krijgen. Hij verklaarde dat de hem getoonde foto op [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] lijkt. Voorts verklaarde hij dat [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] aan hem vertelde dat hij in verschillende woningen hennepkwekerijen had. Op de vraag wie de hennepkwekerijen onderhield, antwoordde [medeverdachte 7] dat [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] af en toe langskwam, soms een Turkse jongen, een kennis van [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] , en soms deed hij dit ook. Hij had met [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] afgesproken dat als er problemen zouden ontstaan, [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] dit zou betalen. Dit had [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] gezegd. [medeverdachte 17] , de echtgenote van [medeverdachte 7] , heeft bij de politie verklaard dat er één keer een Poolse man langs kwam en gelijk naar de zolder ging. Nadat aan haar een foto van [medeverdachte 2 + geboortedatum] wordt getoond, verklaarde zij deze persoon te herkennen als de Poolse man. Voorts wordt aan haar het volgende telefoongesprek (TT16, sessienummer 1042) voorgehouden: “op 22 augustus 2011 omstreeks 14.19 uur werd [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] , die op dat moment gebruik maakte van het telefoonnummer [telefoonnummer 24] , gebeld door een onbekende vrouw die op dat moment gebruik maakte van het telefoonnummer [telefoonnummer 25] . In het gesprek zegt de onbekende vrouw dat het heel erg droog is bij de wortels. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat dat normaal is”. [medeverdachte 17] heeft verklaard dat zij de gebruiker is van het telefoonnummer [telefoonnummer 25] en heeft bevestigd dat zij het bovenstaande heeft gezegd. Zij heeft verklaard dat de persoon die zij aan de telefoon had gesproken over de wortels de man is op het rijbewijs dat de verbalisant aan haar toonde, waarvan de verbalisant heeft gerelateerd dat de persoon op de foto bij hen bekend is als [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] . Hij was een keer langs geweest, nam toen twee jerrycans mee en bracht deze op de zolder. Hij noemde zich Serce. Voorts heeft [medeverdachte 17] verklaard dat zij de Poolse man heeft gebeld om door te geven dat de politie was gekomen en dat zij geld nodig had. Toen zij het vertelde, hoorde zij deze Poolse man zeggen dat hij dit door zou geven. Tien minuten later werd zij gebeld door [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] . Hij zou het geld komen brengen. Later belde hij echter op dat hij het niet zou halen om het geld binnen de gestelde tijd te komen brengen. De eigenaar van de hennepkwekerij was [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] , de man op de rijbewijsfoto. De verklaringen van [medeverdachte 7] en [medeverdachte 17] worden ondersteund door de volgende tapgesprekken en observaties. Opbouw van de hennepkwekerij Op 8 juni 2011 omstreeks 17.58 uur belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] naar [verdachte] . [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] vraagt: “Wat gaan we over Den Bosch zeggen en gaan we door?”, waarop [verdachte] zegt dat ze in principe doorgaan, maar vraagt wat ze moeten doen als de stroom er niet tegen kan. Hierop zegt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] dat het dat wel kan dragen. Verder spreekt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] over ‘onze materialen’. Op 9 juni 2011 om 18.29 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] . In het gesprek spreken zij hun zorgen uit over de houding van [medeverdachte 7] (ten aanzien van zijn drankgebruik en gokverslaving) en bespreken wat ze moeten doen als het fout gaat. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt: “Anders slaan we hem in elkaar en nemen wij zijn taxi in en zeggen we dat de taxi hier blijft totdat hij het geld brengt”. Op 17 juni 2011 om 21.27 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] . In het gesprek vraagt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] of [verdachte] zijn zakenpartner heeft gemist en of [verdachte] nog met [medeverdachte 7] heeft gesproken. Op 25 juli 2011 omstreeks 20.13 uur wordt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] gebeld door [medeverdachte 7] , die op dat moment gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 26] . [medeverdachte 7] heeft in zijn verhoor d.d. 9 mei 2012 bevestigd dat hij al vier jaar de gebruiker is van het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 26] . In het gesprek zegt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] dat ze woensdag rond tien uur komen. Op woensdag 27 juli 2011 wordt de woning aan de [adres 5] vanaf 09.00 uur onder observatie genomen. Voor de ramen van de benedenverdieping van de woning is doorzichtig plastic geplakt zodat naar binnen kijken wordt bemoeilijkt. Het lijkt er op dat de benedenverdieping leeg staat. Om 10.13 uur wordt voor voornoemd pand een Opel Zafira, voorzien van het kenteken [kenteken 9] , geparkeerd. Als bestuurder stapt uit [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] , die wordt herkend van een aan de verbalisant verstrekte foto (hierna: [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] ). [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] loopt naar de woning en belt aan, waarna de deur door een man wordt geopend. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] loopt terug naar de auto en opent de achterklep. Een andere man stapt als bijrijder uit de auto. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] en de bijrijder lopen drie- tot viermaal heen en weer tussen de auto en de woning. Zij brengen diverse (sport)tassen, een zogenaamde attachékoffer en plastic zakken met inhoud de woning binnen. Op 28 juli 2011 vindt er een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] en [verdachte] waarin wordt gesproken over ‘230 boven’ en ’90 stuks beneden’ en een slang die langs de trap moet gaan lopen. Voorts bespreken zij dat zij meenemen wat er uit komt/geoogst wordt. Uit de inhoud van het telefoongesprek op 28 juli 2011, in onderling verband en samenhang bezien met de inhoud van de andere tapgesprekken en de overige bevindingen, leidt het hof af dat dit gesprek is te relateren aan de aangetroffen hennepkwekerij in de woning aan de [adres 5] , alwaar 86 hennepplanten op de eerste verdieping (‘beneden’) en 235 hennepplanten op zolder (‘boven’) werden aangetroffen. Voorts liep daarbij een slang van kweekruimte 1 op de eerste verdieping naar kweekruimte 2 op de zolder. Onderhoud van de hennepkwekerij Op 11 augustus 2011 omstreeks 20.00 uur belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] met [medeverdachte 7] . In het gesprek vraagt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] of ze op de been/overeind blijven. “Momentje”, zegt [medeverdachte 7] . [medeverdachte 7] gaat kijken en zegt: “oh het is nogal warm”. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] vraagt of [medeverdachte 7] beneden of boven is. “Ik ben beneden, ze staan goed overeind, ze zijn goed levendig”, zegt [medeverdachte 7] . “Ga ook even boven kijken”, zegt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] . [medeverdachte 7] loopt kennelijk naar boven. Na een tijdje zegt [medeverdachte 7] dat die boven wel een paar nog liggen en zegt vervolgens dat ook die goed overeind staan. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] vraagt of de tante/schoonzus (vrouw van [medeverdachte 7] ) daar is. “Ja”, zegt [medeverdachte 7] . Er is op dat moment een Turks sprekende vrouw op de achtergrond te horen. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt: “ik heb aan tante/schoonzus uitgelegd hoe ze het moet doen, ze moet rustig aan zonder blaadjes nat te maken, beetje water geven, nat maken. Niet te veel en blaadjes niet nat maken, want anders branden zij”, zegt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] . [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat hij morgen daar langs zal komen. “Is goed”, zegt [medeverdachte 7] . Op 13 augustus 2011 omstreeks 16.24 uur belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] naar [medeverdachte 2 + geboortedatum] . In het gesprek overlegt [medeverdachte 2 + geboortedatum] met [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] over bepaalde instellingen. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt: “maak/doe beneden op 4 hoor”. [medeverdachte 2 + geboortedatum] zegt daarop: “het is 11 en 11 he, je hebt dit ingesteld zeker”. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt daarop: “ja, je moet het alleen in het midden zetten, dat is het”. [medeverdachte 2 + geboortedatum] zegt: “dat is goed”. Op 14 augustus 2011 omstreeks 00.32 uur en 00.33 uur belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] naar [medeverdachte 2 + geboortedatum] . In het eerste gesprek vraagt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] of [medeverdachte 2 + geboortedatum] de 2 stekkers niet uitgetrokken heeft van de 220. In het tweede gesprek zegt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] : “had jij die dingen niet uitgetrokken uit 220, vandaar dat het bleef branden”. [medeverdachte 2 + geboortedatum] zegt dat hij dat is vergeten. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt: “zij nemen de telefoon niet op”. Omstreeks 00.36 uur belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] naar [medeverdachte 7] . In het gesprek zegt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] dat hij net [medeverdachte 2 + geboortedatum] heeft gebeld en vraagt of [medeverdachte 7] er van op de hoogte is. [medeverdachte 7] zegt van wel. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat [medeverdachte 2 + geboortedatum] dat vergeten is daar, boven staat er 220. Omstreeks 00.56 uur wordt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] gebeld door [medeverdachte 7] . In het gesprek geeft [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] aanwijzingen welke 2 van de 3 eruit getrokken moeten worden. Na de ontmanteling Op 6 september 2011 omstreeks 15.34 uur wordt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] gebeld door [medeverdachte 2 + geboortedatum] . In het gesprek zegt [medeverdachte 2 + geboortedatum] dat de plaats in Den (Den Bosch) is “gevlogen”. Verder zegt [medeverdachte 2 + geboortedatum] dat de vrouw duizend lira nodig heeft voor de elektriciteit. Omstreeks 16.06 uur belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] naar de vrouw van [medeverdachte 7] , die op dat moment gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 25] . In het gesprek zegt de vrouw dat ze nu dringend twee duizend lira nodig heeft. Verder zegt ze dat [medeverdachte 7] is aangehouden en dat thuis alles weggehaald wordt en de elektriciteit afgesloten gaat worden. [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] zegt dat zij hun nummers moet wissen en vraagt of de mannen met de pet nog daar zijn. “Ja, zij ruimen momenteel boven”, zegt de vrouw. Omstreeks 16.27 uur belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] opnieuw naar de vrouw van [medeverdachte 7] en zegt dat zij binnen tien minuten nooit redden om daarnaartoe te komen. “Kom maar hier naartoe, dan zal ik jou het geld geven”, zegt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] . Omstreeks 18.01 uur belt [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] naar [verdachte] en zegt dat het een tip geweest is en dat er metingen zijn gedaan, waarna men naar binnen is gegaan. Conclusie Op grond van het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat tussen [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] , [verdachte] , [medeverdachte 2 + geboortedatum] en [medeverdachte 7] en [medeverdachte 17] , sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking, gericht op de exploitatie van de hennepkwekerij. De verdachten hebben allen een wezenlijke bijdrage geleverd, zodat zij als medepleger van het telen van hennep kunnen worden aangemerkt. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat [medeverdachte 7] en [medeverdachte 17] hun woning ter beschikking hebben gesteld voor het kweken van hennep en in die kwekerij werkzaamheden hebben verricht. Ten aanzien van de rol van [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] kan uit de bewijsmiddelen worden afgeleid dat hij de eigenaar was van de kwekerij en een coördinerende en sturende rol had. Hij gaf opdrachten, was zelf bij de hennepkwekerij aanwezig en hield [verdachte] op de hoogte van de situatie. [medeverdachte 2 + geboortedatum] had een ondersteunende rol, is in de kwekerij aanwezig geweest en heeft daar de instellingen van de apparatuur aangepast. Voorts fungeerde hij als contactpersoon tussen [medeverdachte 17] en [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] . Dat [medeverdachte 17] verklaarde over een Poolse man, terwijl [medeverdachte 2 + geboortedatum] niet Pools is maar van Turkse komaf, doet niet af aan haar herkenning van [medeverdachte 2 + geboortedatum] op een foto als die bewuste man. Verder was [verdachte] betrokken bij de opbouw van de kwekerij, bepaalde dat werd doorgegaan met de hennepkwekerij en werd na de ontmanteling door [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] op de hoogte gehouden van de situatie. [verdachte] kan dan ook – in de woorden van [medeverdachte 1 /geboortedatum en -plaats] – worden aangemerkt als zijn zakenpartner. Zij spreken over ‘hun materialen’, wat zij met [medeverdachte 7] doen als het fout gaat en dat zij meenemen wat eruit komt/geoogst gaat worden. Naar het oordeel van het hof gaat het hier om een professioneel opgezette hennepkwekerij, mede gelet op de omvang, de inrichting en de wijze van exploitatie, zodat er sprake was van een beroeps- of bedrijfsmatige hennepteelt. 2.5. Zaaksdossier Hyena: hennepkwekerij [adres 6] Op 24 januari 2012 werd een doorzoeking verricht in de woning aan de [adres 6] . De woning bevond zich op de eerste woonlaag en bestond uit een aantal kamers die door verschillende personen werden bewoond. In de tweede ruimte gelegen aan de straatzijde was een woonkamer ingericht. In het plafond van deze ruimte zat een luik dat via een ladder toegang gaf tot de zolderverdieping. Op de zolder werd een vierkante tent van circa twee bij tweeënhalve meter aangetroffen waarin hennepplanten werden gekweekt. In de tent waren verwarming, 3 stuks assimilatielampen en afzuiging aangebracht. De pijp van de afzuiging ging rechtstreeks door het dak naar buiten. Uit deze kwekerij zijn willekeurig een aantal toppen van de planten veiliggesteld voor onderzoek. De kamer waarin zich de trap naar de zolder bevond, is doorzocht. In een kast in deze kamer is een plastic zak met hennep aangetroffen en in beslag genomen. Op de vloer van de zolder is een plastic AH-zak met hennep aangetroffen en in beslag genomen. Alle materiaal is gewogen en bemonsterd. Het ging om twee plastic zakken met plantendelen van respectievelijk 1,26 kilo netto en 0,672 kilo netto en 5 henneptoppen met een gewicht van 0,16 kilo netto. Op basis van de uiterlijke verschijningsvorm qua geur, kleur en vorm concludeerden de verbalisanten dat het aangeleverde materiaal hennep betrof. Een monster van het aangeleverde materiaal werd door de verbalisanten getest met de ODV Narcotest nummer 8, welke test op de aanwezigheid van marihuana, hasjiesj of derivaten hiervan, evenals THC zoals hasjiesj olie. Gezien vorenstaande identificatie op basis van de uiterlijke verschijningsvorm en de positieve bevestiging daarvan door de chemische kleur reactietest, kan geconcludeerd worden dat het geteste materiaal hennep betrof. Enexis B.V. heeft aangifte gedaan van diefstal van elektriciteit op het adres [adres 6] . De overeenkomst stond op naam van [verdachte] . Op 24 januari 2012 constateerde de fraude-inspecteur dat door middel van manipulatie de afgenomen elektriciteit ten behoeve van de hennepplantage niet via de elektriciteitsmeter liep. De deksel van de aansluitkast was ongeoorloofd open geweest, er was een illegale aansluiting op de bovenzijde van de zekeringhouders, er was manipulatie of verzwaring van de smeltveiligheid in de eindgroep en de hoofdbeveiliging was verzwaard. De verbruikte elektriciteit werd hierdoor niet correct via de meter geregistreerd. [getuige] verklaarde tijdens de doorzoeking van de woning dat hij sinds 1 december 2011 van [verdachte] een kamer huurde aan de [adres 6] en dat [verdachte] alleen doordeweeks, meestal in de middag van 13.00 tot 16.00, op diens kamer kwam. In zijn verhoor van 26 januari 2012 heeft [verdachte] verklaard dat in de woning aan de [adres 6] , dat zijn eigendom was, kamers zaten die werden verhuurd. Een van de kamers verhuurde hij aan zijn dochter. Er is een zolder. Hij wist dat dat daar wietplanten hebben gestaan. Hij denkt ongeveer 35 planten. Deze planten zijn van hemzelf en zijn dochter weet niets van deze kwekerij af. Hij had de kwekerij zelf opgebouwd en zorgde zelf voor de planten. Niemand heeft hem geholpen. Voorts heeft hij verklaard dat je alleen via de kamer van zijn dochter bij de hennepkwekerij kan komen en er vier lampen hingen. [medeverdachte 2 + geboortedatum] , zijn dochter en hijzelf hadden een sleutel van de kamer van zijn dochter. [medeverdachte 2 + geboortedatum] had een sleutel omdat hij ook eigenaar van het pand is. In een later afgelegde verklaring komt [verdachte] terug op zijn bekentenis en zegt niets met de hennepkwekerij te maken te hebben. Aangezien de kort na het aantreffen van de hennepkwekerij afgelegde bekennende verklaring over de aangetroffen situatie op de zolder grotendeels overeen komt met de beschrijving van de politie, hecht het hof aan die latere verklaring geen waarde. Het hof acht, gelet op de voorgaande bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] hennep heeft geteeld in deze woning. Volgens de getuige [getuige] kwam [verdachte] regelmatig op de kamer waar de hennep is aangetroffen. Nu de zakken met hennep zijn aangetroffen in een kast in die kamer en op de vloer van de zolder waar zich de hennepkwekerij bevond, acht het hof tevens wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] op 24 januari 2012 opzettelijk in totaal 1,93 kilogram hennep aanwezig heeft gehad. Daarnaast acht het hof bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal