Parketnummer : 20-000804-18 Uitspraak : 5 maart 2020 TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv) Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 20 februari 2018 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 02-984811-11 en 02-665862-11, tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1971, wonende te [adres 1] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte in de zaak met parketnummer 02-984811-11 ter zake van ‘medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder A van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel, meermalen gepleegd en medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel, meermalen gepleegd’ (feit 1), ‘medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd’ (feit 2), ‘als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven’ (feit 3) en in de zaak met parketnummer 02-665862-11 ter zake van ‘medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod’ (het primair ten laste gelegde), veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 33 maanden met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de rechtbank de voorwerpen als genoemd op de aan het vonnis gehechte beslaglijst onder de nummers 30, 31, 34 en 36-38 verbeurd verklaard en de teruggave aan de verdachte gelast van de voorwerpen als genoemd onder de nummers 32, 33 en 35. Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen met uitzondering van de opgelegde straf en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de inleidende dagvaarding partieel nietig moet worden verklaard ter zake van het in de zaak met parketnummer 02-984811-11 onder 1 ten laste gelegde. Door de verdediging is primair bepleit dat de verdachte van de ten laste gelegde feiten zal worden vrijgesproken en ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 02-984811-11 onder 2 ten laste gelegde subsidiair ontslag van alle rechtsvervolging bepleit. (Meer) subsidiair heeft de verdediging een strafmaatverweer gevoerd. Voorts heeft de verdediging bepleit dat het hof conform de rechtbank zal beslissen op de inbeslaggenomen goederen en, indien het hof zal beslissen tot teruggave aan de verdachte van de inbeslaggenomen goederen, zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. Vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank. Tenlastelegging Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg – ten laste gelegd dat: In de zaak met parketnummer 02-984811-11: 1. A. hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2011 tot en met 21 november 2011 te Tilburg meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet (een) hoeveelhe(i)d(
- en)(telkens groter dan een gebruikershoeveelheid) van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, danwel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(
- s)(telkens) opzettelijk (een) hoeveelhe(i)d(
- en)(telkens groter dan een gebruikershoeveelheid) van een materiaal bevattende hennep verkocht en/of afgeleverd en/of overgedragen aan personen uit het buitenland (Duitsland); en/of B. hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2011 tot en met 21 november 2011 te Tilburg meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en), in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(
- en)van meer dan 30 gram, van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, danwel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; (zaaksdossiers [zaakdossier 1] , [zaakdossier 2] en [zaakdossier 3] ) 2.hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 21 november 2011 te Tilburg, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) van een voorwerp, te weten een of meer geldbedragen (in totaal ongeveer 590.000 euro), (telkens) de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of (telkens) verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op een voorwerp was of wie bovenomschreven voorwerp, te weten een of meer geldbedragen (in totaal ongeveer 590.000 euro), voorhanden had, terwijl hij wist dat dat voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(
- s)(telkens) één of meer geldbedragen als geldlening(
- en)in de administratie opgenomen en/of zogenaamde (valse) leningsovereenkomst(
- en)opgesteld en aldus (telkens) een legale herkomst aan genoemde geldbedragen gegeven; (zaaksdossier [zaakdossier 4] ) 3.hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2011 tot en met 21 november 2011 te Tilburg, in elk geval in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van een aantal natuurlijke personen (waartoe onder meer behoorden [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] ) en/of (een) rechtsperso(o)n(
- en)( [medeverdachte 7] ), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk - het in- en/of uitvoeren van hennep en/of - het telen en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of vervaardigen en/of aanwezig hebben van hennep en/of - het witwassen (vanuit criminele activiteiten verkregen) geld, aan welke organisatie verdachte leiding heeft gegeven; (zaaksdossier [zaakdossier 5] + overzicht zaaksdossiers op pagina 7/8 van zaaksdossier [zaakdossier 5] ) In de zaak met parketnummer 02-665862-11 (gevoegd): hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 december 2009 tot en met 13 januari 2010, in elk geval op of omstreeks 13 januari 2010, te Tilburg tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een (bedrijfs)pand gelegen aan [adres 2] en/of een in voornoemd (bedrijfs)pand geplaatst (motor)voertuig) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 77,98 kilogram (gedroogde) hennep(toppen) en/of ongeveer 170 hennepplanten (stekken), althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 8] en/of een of meer onbekend gebleven perso(o)n(
- en)op meerdere althans hij op een tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 december 2009 tot en met 13 januari 2010, in elk geval op of omstreeks 13 januari 2010, te Tilburg met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of versterkt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in een (bedrijfs)pand gelegen aan [adres 2] en/of een in voornoemd (bedrijfs)pand geplaatst (motor)voertuig) (een) hoeveelheid/hoeveelheden van (in totaal) ongeveer 77,98 kilogram (gedroogde) hennep(toppen) en/of ongeveer 170 hennepplanten (stekken), althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot en/of bij het plegen van welk(
- e)misdrijf/misdrijven verdachte in de periode van 1 december 2009 tot en met 13 januari 2010, in elk geval op of omstreeks 13 januari 2010, te Tilburg, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan voornoemde perso(o)n(
- en)en/of die onbekend gebleven persoon/personen (een deel van) voornoemd (bedrijfs)pand en/of voornoemd (motor)voertuig voor de teelt/de opslag/het kweken/het vervoeren van hennepplanten te verhuren, althans ter beschikking te stellen. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Geldigheid van de inleidende dagvaarding De verdediging heeft zich – onder verwijzing naar hetgeen zij in eerste aanleg heeft aangevoerd – op het standpunt gesteld dat de inleidende dagvaarding partieel nietig moet worden verklaard ter zake van het in de zaak met parketnummer 02-984811-11 onder 1 ten laste gelegde. Daartoe is – kort gezegd – aangevoerd dat in de ten laste gelegde periode meerdere feiten zijn gepleegd, welke niet nader zijn uitgeschreven, noch zijn voorzien van naar mening van het Openbaar Ministerie door de verdachte verrichte handelingen, waaruit het medeplegen zou blijken. Een nadere omschrijving was en is wel mogelijk, aldus de verdediging. Het hof overweegt als volgt. Uitgangspunt voor de beoordeling is of een verdachte uit de tenlastelegging kan opmaken welk strafrechtelijk verwijt hem wordt gemaakt, zodat hij weet waartegen hij zich dient te verdedigen. De tenlastelegging moet bovendien worden bezien in samenhang met de inhoud van het dossier. Met de rechtbank begrijpt het hof dat de verdediging de tenlastelegging onvoldoende feitelijk acht ten aanzien van de ten laste gelegde hennephandel en uitvoer van hennep, zoals opgenomen in het zaaksdossier [zaakdossier 1] . Voor zover de verdediging heeft bedoeld dit verweer ook te voeren ten aanzien van het ten laste gelegde uit de zaaksdossiers [zaakdossier 3] en [zaakdossier 2] geldt dat, gelet op het gegeven dat de verdediging ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 2 november 2017 naar voren heeft gebracht dat de zaaksdossiers [zaakdossier 3] en [zaakdossier 2] duidelijk zijn en zien op feit 1B en hetgeen ter terechtzittingen in eerste aanleg en hoger beroep ten verwere daarvan is gevoerd, voldoende duidelijk is geweest wat de inhoud van de beschuldigingen is. Met de rechtbank is het hof van oordeel dat het verweer ook voor het overige niet kan slagen. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat de officier van justitie ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 2 november 2017 op verzoek van de verdediging nader heeft toegelicht dat het bij het ten laste gelegde medeplegen van handel in hennep gaat om hetgeen is waargenomen op de dagen van de cameraobservatie bij [medeverdachte 7] . Aan de in de tenlastelegging voorkomende termen komt mede feitelijke betekenis toe. Tegen de achtergrond van zaaksdossier [zaakdossier 1] , het dossier Camera-observatie en hetgeen door de officier van justitie is toegelicht, is het hof van oordeel dat het de verdachte voldoende duidelijk moet zijn geweest wat hem in de zaak met parketnummer 02-984811-11 onder het 1 ten laste gelegde wordt verweten en waartegen hij zich moest verdedigen. De tenlastelegging voldoet derhalve aan de wettelijke eisen. Ook overigens zijn geen feiten en omstandigheden gebleken die aan de geldigheid van de inleidende dagvaarding in de weg staan. Het verweer wordt verworpen. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 02-984811-11 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 02-665862-11 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat: In de zaak met parketnummer 02-984811-11: 1. A. hij op tijdstippen in de periode van 24 juni 2011 tot en met 21 november 2011 te Tilburg tezamen en in vereniging met anderen telkens opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet een hoeveelheid (telkens groter dan een gebruikershoeveelheid) van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, immers hebben verdachte en zijn mededaders telkens opzettelijk een hoeveelheid (telkens groter dan een gebruikershoeveelheid) van een materiaal bevattende hennep verkocht en/of afgeleverd en/of overgedragen aan personen uit het buitenland (Duitsland); en B. hij op tijdstippen in de periode van 24 juni 2011 tot en met 21 november 2011 te Tilburg tezamen en in vereniging met anderen telkens opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, een grote hoeveelheid van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II; 2.hij op tijdstippen in de periode van 28 november 2008 tot en met 21 november 2011 te Tilburg tezamen en in vereniging met een ander of anderen telkens van een voorwerp, te weten geldbedragen (in totaal ongeveer 160.000 euro), (telkens) de herkomst heeft verhuld, terwijl hij wist dat dat voorwerp – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was uit enig misdrijf, immers hebben verdachte en zijn mededader(
- s)geldbedragen als geldleningen in de administratie opgenomen en zogenaamde valse leningsovereenkomsten opgesteld en aldus (telkens) een legale herkomst aan genoemde geldbedragen gegeven; 3.hij in de periode van 21 maart 2011 tot en met 21 november 2011 te Tilburg heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van een aantal natuurlijke personen (waartoe onder meer behoorden [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] ) en een rechtspersoon ( [medeverdachte 7] ), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk - het uitvoeren van hennep en - het telen en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig hebben van hennep en - het witwassen van geld, aan welke organisatie verdachte leiding heeft gegeven; In de zaak met parketnummer 02-665862-11 (gevoegd): primairhij op 13 januari 2010 te Tilburg tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk aanwezig heeft gehad in een bedrijfspand gelegen aan [adres 2] en in voornoemd bedrijfspand geplaatst motorvoertuig 77,98 kilogram (gedroogde) hennep(toppen) en 170 hennepplanten (stekken), zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II. Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Start van het onderzoek Door de verdediging is in de zaken van [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] – in lijn met hetgeen in eerste aanleg is aangevoerd – betoogd dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim door onregelmatigheden bij de start van het onderzoek, hetgeen moet leiden tot bewijsuitsluiting. Kort samengevat is gesteld dat sprake is van: een niet (voldoende) transparante start van onderzoek [zaakdossier 13] ; een onrechtmatige wijze van actieve informatievergaring; onjuist en/of onvolledige voorlichting van de rechter-commissaris; de inzet van bijzondere opsporingsmiddelen (telefoontaps en stelselmatige observatie) zonder redelijk vermoeden van schuld. Subsidiair is verzocht om toevoeging van alle stukken met betrekking tot de projectvoorbereiding en het daaropvolgende voorstel inzake het onderzoek [zaakdossier 6] . Met de verdediging en de rechtbank constateert het hof dat de start van het onderzoek aanvankelijk niet geheel transparant was, met name vanwege het verband met het onderzoek [zaakdossier 6] . Tijdens het onderzoek door de rechter-commissaris is daarover echter alsnog meer duidelijkheid gekomen, onder meer door het toevoegen van het procesdossier [zaakdossier 6] . De door de officieren van justitie in eerste aanleg geschetste gang van zaken rondom de start van het onderzoek vindt bevestiging in de verhoren van de betrokken politiefunctionarissen en de door hen opgemaakte nadere processen-verbaal. Naar het oordeel van het hof is daarmee (achteraf) hierover voldoende duidelijkheid verschaft. Samengevat was de gang van zaken als volgt: er was eerder informatie bij de politie bekend waaruit een verdenking ontstond jegens [medeverdachte 10] . Dit heeft geleid tot het starten van het onderzoek [zaakdossier 6] op 3 februari 2011. In dat kader was er een proces-verbaal met CIE-informatie d.d. 1 februari 2011, waarin [medeverdachte 7] werd genoemd in relatie tot [medeverdachte 10] . [verdachte] en [medeverdachte 1] zijn in dat onderzoek ook naar voren gekomen, maar niet aangemerkt als verdachten. In een overleg op 9 maart 2011, met onder andere de officieren van justitie, is besloten om een apart onderzoek te starten naar [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] Vervolgens is op 10 maart 2011 aan de CIE gevraagd om beschikbare informatie te verstrekken die betrekking had op [verdachte] en [medeverdachte 1] . Daarop zijn diezelfde dag drie processen-verbaal met CIE-informatie verstrekt. Met de rechtbank is het hof van oordeel dat op 9 en 10 maart 2011 reeds sprake was van een voldoende redelijke verdenking van strafbare feiten voor het bevragen van de CIE inzake beschikbare informatie over [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] De enkele omstandigheid dat zij in het onderzoek [zaakdossier 6] (formeel) niet waren aangemerkt als verdachten doet daaraan niet af. De op 10 maart 2011 door de CIE verstrekte drie processen-verbaal bevatten de volgende informatie, die als betrouwbaar is aangemerkt: - “ “Bij het autobedrijf [medeverdachte 7] van [verdachte] in [medeverdachte 7] wordt hennep ingekocht en verkocht. De te verkopen hennep ligt opgeslagen in auto’s die buiten bij het autobedrijf staan.” - “ “Vanuit het pand van [medeverdachte 7] worden dagelijks partijen hennep verhandeld. [verdachte] , bijgenaamd [verdachte] , maakt daar de dienst uit.” - “ “ [medeverdachte 1] die een garagebedrijf heeft aan de [adres 2] , genaamd [medeverdachte 7] , koopt grote hoeveelheden wiet op. Dat doet hij al enige tijd en gaat daar ook gewoon mee door. Achter het garagebedrijf aan de [adres 2] staat een hok waar alles wordt opgeslagen. Als mensen wiet komen afleveren, dan moet je naast het bedrijf een hek door rijden naar het hok achter het bedrijf waar alles op wordt geslagen. Aan de achterzijde van het bedrijf hangen geen camera’s, aan de voorzijde wel. [medeverdachte 1] werkt samen met [medeverdachte 11] en diens compagnon [medeverdachte 12] uit Tilburg.” Vervolgens kwam uit de politiesystemen aanvullende informatie naar boven over mogelijke betrokkenheid van de genoemde personen bij eerdere drugsdelicten: Op 13 januari 2010 was in het autobedrijf van [medeverdachte 7] ongeveer 78 kilo hennep aangetroffen, waarvoor [verdachte] en [medeverdachte 1] waren aangehouden en als verdachten aangemerkt (zie de zaak met parketnummer 02-665862-11); [medeverdachte 1] is eigenaar van een pand aan de [adres 3] , waar op 24 juni 2010 een hennepkwekerij was aangetroffen; [medeverdachte 11] is eigenaar van het pand aan de [adres 4] . In januari 2011 was in dit pand eveneens een hennepkwekerij aangetroffen, waarvoor [medeverdachte 11] als verdachte was aangemerkt. Voorts bleek uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel dat [verdachte] en [medeverdachte 1] bestuurders waren van [medeverdachte 7] en dat [medeverdachte 11] een voormalig bestuurder was van het bedrijf. Naar het oordeel van het hof kan aan de CIE-informatie, in onderling verband en samenhang bezien met de overige informatie, een redelijk vermoeden worden ontleend dat [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 11] en [medeverdachte 7] zich schuldig maakten aan handel in hennep. Deze verdenking vormt ook voldoende grondslag voor de inzet van bijzondere opsporingsmiddelen als telefoontaps en cameraobservatie bij het pand van [medeverdachte 7] Anders dan de verdediging suggereert, is geen sprake geweest van misleiding van de rechter-commissaris door het achterhouden van essentiële informatie. Dat [verdachte] en [medeverdachte 1] wel waren genoemd in het onderzoek [zaakdossier 6] maar daarin niet als verdachten waren aangemerkt, is geen essentiële informatie die een ander licht op de zaak werpt. De suggestie dat in [zaakdossier 6] al een jaar onderzoek was verricht dat niets belastends had opgeleverd, is feitelijk onjuist. Er was weliswaar in 2010 een projectvoorstel gemaakt inzake [medeverdachte 10] , maar het onderzoek in [zaakdossier 6] is pas op 3 februari 2011 gestart. Binnen dat onderzoek zijn op 1 en 2 maart 2011 observaties verricht aan de voorzijde van [medeverdachte 7] . Dat dit geen concrete belastende gegevens opleverde is nog niet ontlastend, mede gelet op de CIE-informatie over de activiteiten aan de achterzijde van het pand van [medeverdachte 7] , zodat niet kan worden gezegd dat deze informatie ten onrechte aan de rechter-commissaris is onthouden. Concluderend is het hof – met de rechtbank en de advocaat-generaal – van oordeel dat geen sprake is van een vormverzuim bij de start van het onderzoek, zodat dit verweer wordt verworpen. Tot slot ziet het hof eveneens geen aanleiding om het dossier te laten aanvullen met de projectvoorbereiding en het voorstel inzake [zaakdossier 6] , nu het hof zich voldoende geïnformeerd acht omtrent dit onderwerp. Het subsidiair gedane verzoek daartoe wordt dan ook afgewezen. Datzelfde geldt ten aanzien van het verzoek om toevoeging van de notulen en/of verslagen van de startbriefing(en). Bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen 1Ter zake van feit 1A en 1B: hennepexport en -handel De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de periode ten aanzien van feit 1 dient te worden beperkt tot vanaf 24 juni 2011. Voorts heeft de verdediging – onder verwijzing naar de pleitnota in eerste aanleg – bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van de uitvoer van hennep (feit 1A), nu opzet op die uitvoer ontbreekt. Ten aanzien van de hennephandel (feit 1B) heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat het wat betreft zaaksdossier [zaakdossier 2] enkel gaat om het afleveren van een klein monster hennep. Uit niets volgt dat een grotere partij werd geleverd en nu de tenlastelegging niet ziet op een kleine hoeveelheid (één henneptop), noch op voorbereidingshandelingen, dient vrijspraak te volgen. Voorts heeft de verdediging zich ten aanzien van de bewezenverklaring van het feit dat volgt uit zaaksdossier [zaakdossier 3] gerefereerd aan het oordeel van het hof. 1.1. Cameraobservaties en telefoongesprekken In het kader van het opsporingsonderzoek [zaakdossier 13] heeft vanaf 24 juni 2011 tot en met 21 november 2011 een cameraobservatie plaatsgevonden bij het pand van [medeverdachte 7] (hierna: [medeverdachte 7] ) aan de [adres 2] . Daarnaast werden de telefoons van [medeverdachte 1] en [verdachte] getapt. [medeverdachte 1] en [verdachte] zijn sinds 12 april 2007 respectievelijk 27 november 2008 de algemeen directeuren c.q. bestuurders van dit bedrijf. In voornoemde periode van 24 juni 2011 tot en met 21 november 2011 werden van 31 dagen uitgebreide processen-verbaal opgemaakt waarin, nauwgezet en onder bijvoeging van foto’s, staat omschreven wat er te zien is op de opnamen. Op de beelden van genoemde cameraobservatie werd door verbalisanten onder meer het navolgende waargenomen. 1.1.1. Cameraobservatie en telefoongesprek d.d. 27 juni 2011 Op 27 juni 2011 om 07.17 uur arriveert [medeverdachte 3] (hierna telkens: [medeverdachte 3]) in een Audi stationwagen, voorzien van het kenteken [kenteken 1] dat op zijn naam is gesteld, bij [medeverdachte 7] . De roldeur gaat open en [medeverdachte 1] (hierna telkens: [medeverdachte 1]) en een andere man komen naar buiten lopen. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] pakken samen een gevulde tas uit de kofferbak en dragen de tas samen [medeverdachte 7] binnen. Hierna komt [medeverdachte 3] naar buiten en pakt uit de achterbak van de Audi een vuilniszak en gaat [medeverdachte 7] binnen. Enkele minuten later arriveert er een bestelauto. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] komen naar buiten. [medeverdachte 3] opent de achterklep van deze auto en staat samen met [medeverdachte 1] en een andere man bij de achterbak van de Audi. [medeverdachte 3] en de andere man lopen heen en weer tussen de bestelauto en de Audi. [medeverdachte 3] komt met vermoedelijk een zwarte sporttas uit de bus en legt die in de achterbak van de Audi. [medeverdachte 1] staat te kijken wat de andere twee mannen doen. Vervolgens lopen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] richting de bestelauto uit beeld. Zij dragen samen een voorwerp, komen uit de richting van de bestelauto en [medeverdachte 1] legt het voorwerp in de kofferbak. [medeverdachte 3] sluit de kofferbak, loopt naar de bestuurdersplaats van de Audi en is uit beeld. [medeverdachte 1] en de andere man gaan naar binnen bij [medeverdachte 7] . Vervolgens komt de onbekende man vanuit [medeverdachte 7] en loopt met een vuilniszak richting de bestelbus uit beeld. Hij komt dan terug lopen zonder zak en gaat weer naar binnen. Om 08.02 uur stopt een Mazda 626, voorzien van het Duitse kenteken [kenteken 2] , aan de achterzijde. [medeverdachte 13] , bestuurder van de Mazda, stapt uit en loopt [medeverdachte 7] binnen. De andere man komt naar buiten en vertrekt in de bestelbus. Enkele minuten later stapt [medeverdachte 13] in de Mazda, rijdt weg en stopt vijf minuten later weer aan de achterzijde voor de roldeur. [medeverdachte 13] loopt wederom naar binnen. Om 09.02 uur komen [verdachte] (hierna telkens: [verdachte]), [medeverdachte 1] , [medeverdachte 13] en [medeverdachte 14] naar buiten. [medeverdachte 13] draagt een zwarte sporttas die kennelijk gevuld is. [verdachte] opent de kofferbak van de Mazda, waarna de tas in de kofferbak wordt gelegd. De mannen nemen afscheid van elkaar. [verdachte] en [medeverdachte 1] gaan naar binnen en [medeverdachte 13] en [medeverdachte 14] stappen in de Mazda en rijden weg. Om 09.09 uur arriveert [medeverdachte 2] (hierna telkens: [medeverdachte 2]) als bestuurder van een Seat Leon, voorzien van het kenteken [kenteken 3] dat op zijn naam is gesteld, en gaat [medeverdachte 7] binnen. Om 09.34 uur rijdt [medeverdachte 2] in de Seat weg bij [medeverdachte 7] . Een klein half uur later keert hij terug in de Seat. Uit de achterbak van de Seat komt een tweetal kennelijk gevulde grote zwarte sporttassen die [medeverdachte 7] in worden gebracht door [verdachte] en [medeverdachte 2] . Om 10.29 uur rijdt [medeverdachte 2] weer weg in de Seat. Om 09.20 uur heeft een telefoongesprek plaatsgevonden tussen [verdachte] en een onbekend gebleven man, waarin onder meer het volgende werd gezegd: onbekende man : kan nu niet komen [verdachte] : zal ik die dan sturen onbekende man : hij weet waar mijn huis is : dan stuur ik nu de dinges... Moet de auto groot zijn? onbekende man : twee sporttassen [verdachte] : oké dan stuur ik die met de taxi/personenauto Het hof leidt uit de inhoud van het hierboven weergegeven telefoongesprek af dat [verdachte] een auto zal sturen naar de onbekende man om twee sporttassen op te halen. Een klein kwartier na dit gesprek wordt gezien dat [medeverdachte 2] wegrijdt bij [medeverdachte 7] en nog geen half uur later komt hij terug met twee sporttassen. Gelet op deze gang van zaken gaat het hof ervan uit dat dit de sporttassen zijn waarover [verdachte] en de onbekende man spraken en dat [verdachte] heeft geregeld dat [medeverdachte 2] deze tassen is gaan ophalen. Om 10.36 uur arriveert [medeverdachte 3] in de eerdergenoemde Audi en gaat even bij [medeverdachte 7] naar binnen. Hij komt vervolgens terug bij de auto en haalt een dichte verhuisdoos en een kennelijk gevulde plastic draagtas uit de kofferbak en brengt deze naar binnen bij [medeverdachte 7] . Om 11.24 uur staan [medeverdachte 2] , [verdachte] en [medeverdachte 1] in de deuropening. [medeverdachte 2] legt dan drie zilvergrijze zakken neer in de deuropening. De drie mannen gaan vervolgens weer binnen bij [medeverdachte 7] , waarna [medeverdachte 2] en [verdachte] opnieuw in beeld komen. [medeverdachte 2] heeft een lege verhuisdoos bij zich. Twee zilverkleurige zakken die lijken te zijn gevuld, gaan in de doos en de derde, kennelijk half gevuld, wordt opgevouwen en gaat in een plastic tas. [verdachte] kijkt wat [medeverdachte 2] aan het doen is. [medeverdachte 2] draagt een doos en plastic draagtas en loopt naar de zijkant van [medeverdachte 7] uit beeld. Kort daarna komt [medeverdachte 5] (hierna telkens: [medeverdachte 5]) aanlopen uit [medeverdachte 7] . Hij heeft latex handschoenen aan. [medeverdachte 2] komt dan weer teruglopen. Hij heeft dan niets meer bij zich. Om 16.28 uur komt [medeverdachte 1] in beeld met twee plastic zakken met een groene substantie en gaat het pand binnen. Om 17.04 uur wordt de eerdergenoemde Seat aan de achterzijde van [medeverdachte 7] geparkeerd. [medeverdachte 3] stapt als bijrijder uit de Seat, haalt een gevulde verhuisdoos uit de kofferbak en gaat het pand binnen. De Seat wordt vervolgens gekeerd en rijdt weg. Om 18.02 uur staan [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 5] bij twee verhuisdozen. Door [medeverdachte 5] en een andere man worden de twee dozen in een Opel Astra gezet. [verdachte] en [medeverdachte 1] kijken hoe dit gaat. De Opel Astra rijdt vervolgens weg, waarna [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] bij [medeverdachte 7] naar binnen gaan. Om 18.45 uur plaatst [medeverdachte 1] een grote zwarte sporttas in de deuropening. [medeverdachte 1] kijkt in de tas. Twee minuten later heeft hij handschoenen aan en haalt hij gevulde plastic zakken met een groene substantie uit de tas en laat deze zien aan [medeverdachte 3] . Vervolgens wordt de zak weer teruggedaan in de tas en wordt de tas dichtgedaan. [medeverdachte 3] draagt de tas verder het pand in en wordt gevolgd door [medeverdachte 1] . Een paar minuten later staan [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] binnen met elkaar te praten. [medeverdachte 1] heeft een plastic zak met de groene substantie vast. [medeverdachte 3] gaat vervolgens met de Audi weg en de andere twee mannen gaan verder het pand binnen. 1.1.2. Cameraobservatie d.d. 28 juni 2011 Op 28 juni 2011 om 08.34 uur gaat de roldeur open. Achter de roldeur is een grote zwarte sporttas te zien die open staat. De tas zit vol met doorzichtige zakken met daarin een groene substantie. [medeverdachte 14] en [medeverdachte 13] komen in beeld samen met [medeverdachte 1] . [medeverdachte 13] ruikt meermalen aan de inhoud van een van de zakken. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 14] halen diverse zakken uit de tas en leggen deze op de grond neer. [medeverdachte 1] trekt latex handschoenen aan en haalt de groene substantie uit een van de zakken en laat die substantie zien. Het aantal zakken dat weer in de tas wordt teruggelegd, wordt ruim boven de 20 geschat, terwijl er in de tas ook nog gevulde zakken zaten. De tas wordt geheel gevuld met de plastic zakken die een groene substantie bevatten. Vervolgens staan de mannen met zijn drieën te praten en worden door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 13] de zakken weer uit de tas gehaald, naast de tas gelegd en vervolgens door [medeverdachte 1] weer in de tas gedaan. De tas wordt vervolgens dichtgedaan en [medeverdachte 1] , [medeverdachte 14] en [medeverdachte 13] lopen het pand in. De tas blijft staan in de deuropening. Een Mazda 626, voorzien van het Duitse kenteken [kenteken 2] , komt aan de achterzijde aanrijden en stopt voor de roldeur. [medeverdachte 13] opent de kofferbak van de Mazda en loopt het pand binnen. [medeverdachte 13] en [medeverdachte 1] komen bij de tas. [medeverdachte 13] pakt de tas op en zet deze in de kofferbak van de Mazda. [medeverdachte 1] gaat het pand weer binnen. De kofferbak gaat dicht en [medeverdachte 13] rijdt de auto achteruit buiten beeld. Om 10.59 uur stopt een witte bestelauto voor de roldeur. [medeverdachte 4] (hierna telkens: [medeverdachte 4]) en [medeverdachte 2] komen uit [medeverdachte 7] gelopen. Kort daarna komt ook [medeverdachte 1] naar buiten. Verder komen acht onbekend gebleven personen in beeld. Zeven van hen gaan vervolgens het pand van [medeverdachte 7] binnen. [medeverdachte 4] haalt in totaal vier verhuisdozen uit de bestelbus. Deze dozen worden naar binnen gedragen door hem en de onbekende persoon die buiten is gebleven. [medeverdachte 2] haalt een vuilniszak uit de bus en brengt deze het pand binnen. [medeverdachte 4] sluit de achterdeur van de bus en rijdt deze vervolgens achteruit uit beeld van de camera. De vier verhuisdozen worden in de opening van de roldeur geschoven. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] komen opnieuw in beeld. Vervolgens komt een Mercedes Vito, voorzien van het kenteken [kenteken 4] , achteruit gereden en stopt voor de roldeur. [medeverdachte 4] komt uit deze auto en loopt naar de achterkant. [medeverdachte 2] komt ook naar buiten. Samen met [medeverdachte 4] pakt hij de vier verhuisdozen en zij zetten deze kennelijk in de Mercedes Vito. [medeverdachte 2] gaat vervolgens het pand binnen en [medeverdachte 4] gaat weg met de Mercedes Vito. Om 12.01 uur stopt een witte bestelbus, voorzien van het kenteken [kenteken 5] , voor de roldeur. [medeverdachte 3] blijkt de bestuurder te zijn. [medeverdachte 4] komt uit [medeverdachte 7] gelopen. Zij lopen allebei naar de zijkant van de bus en halen een zwarte gevulde sporttas en een gesloten verhuisdoos uit de bus. Deze worden door hen het pand binnengedragen. Aan het lopen te zien kan worden gesteld dat deze kennelijk zwaar zijn. Enkele minuten later stopt een donkere Volkswagen, voorzien van het kenteken [kenteken 6] , achter de witte bestelbus. [medeverdachte 4] loopt met een gesloten verhuisdoos uit [medeverdachte 7] naar de achterkant van de auto, is vervolgens uit beeld en keert kort daarna zonder doos terug. Kort daarna draagt een onbekend gebleven persoon vanuit [medeverdachte 7] een grote zwarte gevulde sporttas naar de achterkant van de Volkswagen. [medeverdachte 13] komt in beeld en doet de achterklep van de auto open. Vervolgens worden kennelijk de doos en de tas in de achterbak van deze auto geladen. Kort daarna rijdt de Volkswagen weg. Om 14.13 uur komen [medeverdachte 2] , [verdachte] en een onbekend gebleven persoon naar buiten. Er komt dan een Mercedes, voorzien van het kenteken [kenteken 7] , aanrijden. De onbekend gebleven persoon doet de achterklep open en [medeverdachte 2] pakt een grijze gevulde zak uit de kofferbak. Een andere onbekende man begroet [verdachte] . Met zijn vieren lopen zij [medeverdachte 7] binnen. Twee minuten later komen [medeverdachte 2] en de onbekend gebleven persoon weer in beeld. De onbekend gebleven persoon draagt twee gevulde vuilniszakken en legt deze in de kofferbak van de Mercedes. De kofferbak gaat dicht en [medeverdachte 2] en de onbekend gebleven persoon gaan het pand weer binnen. Kort daarna stappen de twee onbekend gebleven personen in de Mercedes en rijden weg. Om 15.34 uur stopt een Opel Signum stationwagen bij de achterdeur en rijdt vervolgens het pand binnen. Achter de Opel Signum rijdt een grijze Opel Astra. [medeverdachte 2] is de bestuurder van de Opel Astra. Hij doet de achterklep van de Opel Astra open, haalt daaruit een blauwe gevulde zak en gaat daarmee het pand binnen. Enkele minuten later loopt [medeverdachte 13] uit beeld richting de zijkant van [medeverdachte 7] . Een onbekend gebleven persoon draagt een verhuisdoos en gaat [medeverdachte 7] weer binnen. Vervolgens komt de onbekend gebleven persoon weer naar buiten en rijdt vervolgens met de Opel Astra uit beeld. De Opel Signum met daarin twee personen wordt naar buiten gereden en rijdt weg. 1.1.3. Cameraobservatie d.d. 30 juni 2011 Op 30 juni 2011 om 11.01 uur stopt een auto, voorzien van het Duitse kenteken [kenteken 2] (het hof begrijpt: de eerdergenoemde Mazda 626), bij de roldeur. [medeverdachte 13] en [medeverdachte 14] stappen uit als bestuurder respectievelijk bijrijder van de auto. [medeverdachte 13] pakt een zwarte sporttas uit de kofferbak en loopt samen met [medeverdachte 14] richting de geopende roldeur. Vanuit [medeverdachte 7] komen [medeverdachte 3] , [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] aangelopen. [medeverdachte 3] neemt in de deuropening de tas van [medeverdachte 13] over en zet deze op de grond. [medeverdachte 3] opent de tas. Hij buigt zich samen met [verdachte] en [medeverdachte 1] over de geopende tas om te kijken naar de inhoud. [medeverdachte 14] en [medeverdachte 13] staan erbij te kijken. [medeverdachte 2] loopt er omheen. [medeverdachte 3] haalt een zak met inhoud uit de tas omhoog en laat deze weer zakken. Hij geeft vervolgens [medeverdachte 14] een hand en slaat hem op de schouder. [medeverdachte 13] buigt zich ook over de tas, haalt iets uit een van de zakken en laat dit zien aan [verdachte] . [verdachte] en [medeverdachte 13] zijn dan bezig iets uit de tas te halen/bekijken. Soortgelijke handelingen worden diverse malen herhaald. [medeverdachte 1] staat te kijken wat [medeverdachte 13] en [verdachte] aan het doen zijn. [medeverdachte 1] gaat geknield naast [verdachte] bij de tas zitten. Er wordt een zak uit de tas gepakt en omhoog gehouden. [medeverdachte 1] , [verdachte] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 14] en [medeverdachte 13] staan vervolgens rond de tas met inhoud te praten. In de tas zijn zakken te zien waarvan de inhoud groen van kleur is. [medeverdachte 3] gaat geknield bij de tas zitten en haalt circa zeven zakken met een groene substantie uit de tas. [medeverdachte 13] houdt een zak die hij uit de tas haalt omhoog. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 13] doen vervolgens de uit de tas gehaalde zakken weer in de tas. Op enig moment komt [medeverdachte 2] met lege doorzichtige plastic zakken achter uit de zaak lopen, die hij neerlegt naast de tas en waarvan hij er één openmaakt. [medeverdachte 3] maakt een zak uit de tas open en doet de inhoud daarvan vervolgens in de zak die [medeverdachte 2] openhoudt. Als de zak gevuld is, geeft [medeverdachte 2] de zak aan [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] gaat verder de zaak in met de zak die hij net heeft gekregen. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] houden zich bezig met het overpakken van de zakken uit de tas. [medeverdachte 13] helpt hen daarbij en [medeverdachte 14] en [verdachte] staan daarbij te kijken. De zakken worden naast elkaar neergezet. Zichtbaar zijn circa acht gevulde zakken. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] brengen vervolgens de gevulde zakken naar binnen. [medeverdachte 3] loopt met de geleegde zakken naar buiten, waar hij deze in een grijze vuilniszak doet, welke nabij de geopende roldeur staat. Vervolgens komt [medeverdachte 2] met een verhuisdoos gevuld met zakken met een groene substantie naar buiten en loopt achter de Mazda langs uit beeld. Kort hierna keert hij terug zonder doos en gaat [medeverdachte 7] weer binnen. Om 11.27 uur komen [verdachte] , [medeverdachte 13] , [medeverdachte 14] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] weer in beeld. [verdachte] draagt dan een dichte zilverkleurige zak. Een minuut later loopt [medeverdachte 2] achter de Mazda langs weer naar buiten en keert terug met een doorzichtige zak met een groene substantie. Een paar minuten later komen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] weer naar buiten. [medeverdachte 5] draagt een verfrommelde lege zilverkleurige zak en gooit deze weg. [medeverdachte 2] draagt een gevulde zak met een groene substantie en loopt achter de Mazda langs uit beeld. Vervolgens lopen zij weer terug het pand binnen. [medeverdachte 2] heeft dan niets meer bij zich. Om 12.02 uur komen [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] naar buiten. [verdachte] is aan het telefoneren en wijst de anderen iets aan, waarna zij naar de gewezen plaats lopen. Op het beeld is een hoekje van de kofferbak van een Mercedes Benz, voorzien van het kenteken [kenteken 8] , te zien. De kofferbak wordt geopend en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] halen daaruit twee gesloten verhuisdozen. Vervolgens pakt [medeverdachte 2] een derde verhuisdoos van de achterbank en draagt deze het pand binnen. Het portier wordt gesloten en de Mercedes wordt uit beeld gereden. Een minuut later is wederom een punt van een kofferbak van een auto te zien. Ook de kofferbak van deze auto wordt geopend. Uit de kofferbak wordt een grote zwarte gevulde sporttas en een boodschappentas gepakt en door [medeverdachte 2] het pand binnengedragen. Twee onbekend gebleven personen, waaronder de bestuurder van de auto, worden door [verdachte] verwezen naar de voorzijde, waarna zij in de auto stappen en uit beeld zijn. [verdachte] loopt vervolgens het pand weer in. Om 12.23 uur komt [medeverdachte 3] met drie op elkaar gestapelde dozen naar buiten. Hij heeft latex handschoenen aan en zet deze dozen bij het afval net buiten beeld voor de Mazda en gaat vervolgens het pand weer binnen. Enkele minuten later komt hij naar buiten met een grote zwarte sporttas, soortgelijk aan de tas die eerder uit de Duitse Mazda was gehaald. Aan het lopen van [medeverdachte 3] is te zien dat deze tas gevuld en zwaar is. Direct achter [medeverdachte 3] loopt [medeverdachte 14] . Zij lopen naar de achterzijde van de Duitse Mazda. Achter [medeverdachte 3] en [medeverdachte 14] lopen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 13] . [medeverdachte 14] draagt een boodschappentas bij zich die hij openhoudt en opent de kofferbak, waarna de sporttas en de boodschappentas in de kofferbak worden gezet. Nadat de kofferbak weer is gesloten, gaan zij allen weer naar binnen. Om 12.33 uur staan [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] in de deuropening van de roldeur te praten. Kort daarna komen [medeverdachte 1] , [medeverdachte 14] en [medeverdachte 13] ook bij hen staan. Deze zes personen nemen afscheid van elkaar, waarna [medeverdachte 14] instapt als bijrijder en [medeverdachte 13] naar de bestuurderszijde van de Mazda loopt en de Duitse Mazda achteruit wegrijdt. Enkele minuten later wordt een Mercedes Vito, voorzien van het kenteken [kenteken 9] , naar binnengereden door [medeverdachte 4] . [medeverdachte 5] legt vervolgens drie gevulde zilvergrijze zakken in de Mercedes. [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] gaan vervolgens het pand weer in, waarna de Mercedes naar buiten wegrijdt. Om 17.13 uur stopt een Seat Leon bij de roldeur. [medeverdachte 3] stapt uit de auto, opent de kofferbak, haalt uit de kofferbak een grote dichte kartonnen doos, gooit deze in de deuropening en loopt het pand binnen. Twee minuten later opent [medeverdachte 4] de doos die in de deuropening staat, haalt daar zilverkleurige zakken uit en laat deze zien aan [medeverdachte 1] . [medeverdachte 4] loopt vervolgens met een zak uit beeld. [medeverdachte 1] pakt ook een zak uit de doos en gaat het pand binnen. Vervolgens komen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] terug. Zij hebben de zakken bij zich. De zakken zien er gevuld uit. Uit een van de zakken worden twee doorzichtige zakken met groene inhoud gepakt. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] bekijken de inhoud en ruiken daaraan. [medeverdachte 2] komt eveneens kijken naar de inhoud van de zakken. Ook de andere zilvergrijze zak wordt geopend. Vervolgens wordt er meerdere malen iets uit de zak gehaald. [medeverdachte 3] komt er ook bij staan. Er liggen dan verschillende zakken op de grond. De meerdere doorzichtige zakken met inhoud zijn zichtbaar en deze worden verder het pand in gebracht. Aan [medeverdachte 5] wordt de inhoud van de zakken getoond. [medeverdachte 1] zit geknield bij de nog op de grond liggende zakken. De zakken worden door [medeverdachte 4] in samenwerking met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] weer in de doos gedaan. [medeverdachte 5] loopt vervolgens samen met [medeverdachte 2] naar zijn auto. [medeverdachte 4] draagt de inmiddels geheel gevulde doos naar de auto van [medeverdachte 5] . [medeverdachte 5] doet de kofferbak open, waarna de doos in de kofferbak wordt gezet. [medeverdachte 1] komt daarbij kijken. Vervolgens nemen zij afscheid, waarna [medeverdachte 1] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] naar binnen gaan en [medeverdachte 5] met de auto wegrijdt. 1.1.4. Cameraobservatie d.d. 4 juli 2011 Op 4 juli 2011 om 08.43 uur stopt een Audi, voorzien van het kenteken [kenteken 1] , voor de roldeur. [medeverdachte 3] , de bestuurder van de Audi, haalt uit de kofferbak een gevulde zwarte sporttas, die kennelijk erg zwaar is. Tegelijkertijd komen [verdachte] en [medeverdachte 13] uit [medeverdachte 7] gelopen. [verdachte] kijkt even naar de tas en met zijn drieën lopen zij het pand in. Om 08.50 uur lopen [verdachte] en [medeverdachte 13] naar twee dozen. [verdachte] opent een doos en [medeverdachte 13] haalt er een doorzichtige zak met groene substantie uit en ruikt aan de inhoud van deze zak. [medeverdachte 3] komt met latex handschoenen aan, [verdachte] draagt eveneens latex handschoenen en ook [medeverdachte 13] doet latex handschoenen aan. Er wordt wederom geroken aan de inhoud van de zakken. [verdachte] toont de inhoud van de zakken aan [medeverdachte 13] . [medeverdachte 13] ruikt meermalen aan de inhoud van de zakken. Door [verdachte] en [medeverdachte 3] worden circa 12 zakken uit de doos gehaald. Deze zakken worden vervolgens door [medeverdachte 13] in een zwarte tas gedaan, waarna de tas wordt dichtgedaan. Vervolgens opent [verdachte] de tweede doos met daarin doorzichtige zakken met een groene inhoud. [medeverdachte 3] komt met een lege tas. [verdachte] en [medeverdachte 3] halen de zakken met groene inhoud uit de doos en doen die in de tas die door [medeverdachte 13] wordt opengehouden. [medeverdachte 3] legt deze zakken in de kofferbak van de Audi. Hij sluit vervolgens de achterklep, loopt terug, pakt de door hem meegenomen tas en loopt vervolgens met deze tas en [verdachte] en [medeverdachte 13] verder het pand in. Tien minuten later komt [medeverdachte 2] weer in beeld en loopt met een doos het pand in. [medeverdachte 1] en een onbekend gebleven persoon komen eveneens met een doos aanlopen en zetten deze in de deuropening. [medeverdachte 2] pakt deze twee dozen en loopt met [medeverdachte 1] en twee onbekend gebleven personen het pand in. Om 09.11 uur komt een Mercedes Vito, voorzien van het kenteken [kenteken 9] , deels in beeld. [medeverdachte 5] doet de achterklep van de Mercedes open en gaat het pand binnen. [medeverdachte 5] legt de drie dozen die eerder naar binnen werden gebracht achterin in de Mercedes en zet vervolgens de tas die om 08.43 uur werd gedragen in de Mercedes. [medeverdachte 5] doet de achterklep dicht, loopt uit beeld en de Mercedes vertrekt. Om 10.40 uur stopt een Mazda, voorzien van het kenteken [kenteken 2] , aan de achterzijde. [medeverdachte 14] stapt uit als bijrijder. Een onbekende man loopt naar de achterkant van de auto en opent de klep. [verdachte] loopt naar [medeverdachte 14] en zij begroeten elkaar. [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] komen ook in beeld en dragen allebei een zwarte gevulde sporttas en leggen deze twee tassen in de kofferbak van de Mazda. Een onbekend gebleven persoon kijkt in een van de tassen die in de kofferbak zijn gezet en haalt daaruit een doorzichtige zak met een groene substantie. De kofferbak wordt dichtgedaan. Op enig moment stapt de onbekend gebleven persoon in als bestuurder en [medeverdachte 14] als bijrijder, waarna de auto wegrijdt. Om 13.37 uur stopt een Mercedes Benz 220, voorzien van kenteken [kenteken 10] , voor de roldeur. Een onbekende man stapt uit als bestuurder, doet de kofferbak open, haalt een grote zwarte gevulde sporttas met rood vlak uit de kofferbak, doet de kofferbak dicht en gaat daarmee [medeverdachte 7] binnen. Nadat hij even binnen uit beeld is geweest, komt de onbekende man zonder sporttas weer naar buiten, stapt in de auto en rijdt weg. Om 13.42 uur komt [medeverdachte 5] met een grote kennelijk volle verhuisdoos aanlopen, zet deze neer in de deuropening en gaat het pand weer in. Ongeveer twintig minuten later zet [medeverdachte 5] deze doos in de kofferbak van een donkerkleurige Audi en loopt terug naar binnen. [medeverdachte 5] komt terug met een lege verhuisdoos. Hij haalt vervolgens de doos die hij kort daarvoor in de Audi had gezet weer uit de kofferbak en zet deze op de grond. [medeverdachte 5] opent de doos en haalt daaruit twee grote grijze gevulde plastic zakken en legt die in de andere verhuisdoos. Die doos wordt in de kofferbak van de Audi gezet en [medeverdachte 5] zet de lege doos binnen. Vervolgens rijdt de Audi weg. Om 15.27 uur stopt een grijze Mercedes Vito voor de roldeur. [medeverdachte 3] stapt als bestuurder uit de auto, doet de zijdeur van de Mercedes open en gaat met een gevulde plastic zak naar binnen. Om 15.51 uur komt [medeverdachte 3] naar buiten en draagt een zilverkleurige plastic zak, loopt voor de Mercedes Vito langs uit beeld en keert hierna zonder zak terug en gaat weer naar binnen. Om 16.43 uur doet [medeverdachte 4] kennelijk een zilverkleurige plastic zak in een verhuisdoos en loopt vervolgens met deze doos en zak naar buiten voor de Mercedes Vito langs uit beeld. Korte tijd daarna gaat [medeverdachte 4] zonder iets met zich te dragen weer naar binnen. Tien minuten later komen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] naar buiten. [medeverdachte 5] heeft een tas over de schouder hangen, loopt naar de Mercedes Vito, stapt in als bestuurder en rijdt weg. Om 17.02 uur zet [medeverdachte 3] een gevulde zwarte sporttas in de deuropening en gaat weer naar binnen. Hij komt kort daarna weer terug lopen samen met [verdachte] en zij gaan bij de tas staan. [medeverdachte 3] doet dan een plastic zak in de tas en doet de tas dicht. Vervolgens lopen zij weer naar binnen. Enkele minuten later pakt [medeverdachte 3] de tas, loopt naar buiten uit beeld en komt hierop terug zonder tas. Een minuut later komt een stationwagen achteruit in beeld rijden. [verdachte] en [medeverdachte 3] komen naar buiten lopen. De bestuurder van de stationwagen doet de achterklep open op de plek waar [medeverdachte 3] kort daarvoor met de gevulde sporttas is heengelopen. [medeverdachte 3] komt in beeld en stapt in als bestuurder van de stationwagen. Ook [medeverdachte 4] komt in beeld. Hij draagt twee boodschappentassen en loopt naar de achterkant van de stationwagen. [medeverdachte 4] haalt een plastic doorzichtige zak uit een van de tassen. [verdachte] staat te kijken wat [medeverdachte 4] doet en kijkt in de tassen. [medeverdachte 4] , [verdachte] en een onbekend gebleven persoon gaan het pand binnen. [medeverdachte 4] draagt de twee boodschappentassen. Tegelijkertijd rijdt [medeverdachte 3] weg met de stationwagen. 1.1.5. Cameraobservatie d.d. 5 juli 2011 Op 5 juli 2011 om 10.13 uur komt een donkerblauwe bestelwagen in beeld. De bestuurder loopt het pand binnen en komt kort daarna weer terug. [medeverdachte 3] komt eveneens naar buiten. De bestuurder van de bestelwagen doet de zijdeur van de bestelwagen open. Uit de auto komt een grote zwarte sporttas die door [medeverdachte 3] wordt opgetild en over zijn schouder gehangen. Tevens pakt hij een kennelijk volle verhuisdoos die uit de auto komt aan van de bestuurder. Hij gaat met de tas en de verhuisdoos het pand weer binnen. De bestuurder volgt eveneens met een verhuisdoos die kennelijk gevuld is en loopt het pand binnen. Om 10.45 uur stopt een grijze Mercedes Vito achter de bestelauto. [medeverdachte 5] komt in beeld, opent de zijdeur en haalt een gevulde zwarte sporttas uit de Mercedes. Hij loopt vervolgens met die tas uit beeld richting de bestelauto. Tegelijkertijd rijdt de Mercedes Vito weer achteruit weg. Kort daarna verschijnt [medeverdachte 5] , draagt dan niets meer en gaat het pand binnen. Om 11.33 uur rijdt de bestelauto weg. Om 13.03 uur komt een kleine auto in beeld en stopt voor de roldeur. [medeverdachte 5] en [verdachte] komen gelijktijdig naar buiten lopen. [verdachte] spreekt de bestuurder aan, die vervolgens uit de auto stapt. [medeverdachte 5] loopt naar binnen. [verdachte] wijst naar binnen en de bestuurder gaat bellen. [verdachte] gaat eveneens bellen. Twee zilverkleurige gevulde zakken worden klaargezet in de deuropening van het pand. Deze zakken komen uit het pand. Vervolgens komt [medeverdachte 3] met een doos aanlopen die hij bij de twee zakken neerzet. [verdachte] staat samen met de bestuurder en de bijrijder van de auto bij de zakken. Door [medeverdachte 3] wordt wederom een verhuisdoos uit het pand bij de zakken en de doos neergezet. Met zijn vieren staan zij bij deze goederen, waarbij is te zien dat [verdachte] met zijn armen staat te zwaaien. Gelet op de bewegingen is er een discussie gaande. Vervolgens laat [verdachte] zien wat er in een van de zakken zit. Om 13.08 uur rijdt de kleine auto naar achteren en komt een Mercedes Vito aanrijden. [verdachte] duidt kennelijk met armbewegingen aan hoe de Mercedes geparkeerd moet worden. Vervolgens komt [medeverdachte 3] als bestuurder van deze auto in beeld. De zijdeur van de Mercedes wordt geopend en [medeverdachte 3] haalt daaruit een doos en brengt die naar binnen. [verdachte] komt gelijktijdig met een lege verhuisdoos aanlopen. Hij doet de zilverkleurige zakken in die doos. De door [verdachte] gevulde doos wordt vervolgens door [medeverdachte 3] opgepakt en in de Mercedes geplaatst. Ook de andere twee verhuisdozen worden door [medeverdachte 3] in de Mercedes gezet. Gelet op het oppakken zitten deze dozen kennelijk vol. De zijdeur gaat dicht, waarna [medeverdachte 3] uit beeld wegloopt en de Mercedes kennelijk wegrijdt. Om 13.26 uur stopt een grijze bestelbus nabij de roldeur. [medeverdachte 4] en [verdachte] komen naar buiten lopen uit het pand. Uit de auto komt een man die een grote zwarte sporttas draagt en daarmee [medeverdachte 7] binnengaat. De man geeft de tas aan [medeverdachte 4] die verder het pand in loopt. De man loopt vervolgens terug naar de auto, doet de achterdeur van de grijze bestelauto open en zet drie verhuisdozen in de bestelauto. Door [medeverdachte 4] wordt een klein zakje gedaan in de doos waarmee [verdachte] bezig is. De man pakt deze doos op en zet deze ook achter in de bestelwagen. [medeverdachte 4] komt vervolgens met nog een soortgelijke doos aanlopen die in de bestelauto wordt geladen, waarna de deuren worden gesloten. Hierna gaan [verdachte] , [medeverdachte 4] en de man naar binnen. Kort daarna komen de mannen uit de kleine auto en de bestelauto naar buiten lopen en rijden de bestelauto en kleine auto gelijktijdig weg. Om 14.08 uur stopt een Audi, voorzien van het kenteken [kenteken 11] , voor de roldeur. Vanaf de bijrijdersstoel pakt een man een verhuisdoos en geeft die aan [medeverdachte 4] die naar buiten is gekomen. Vervolgens lopen zij het pand binnen. Binnen kijkt [medeverdachte 4] even in de doos, waarna zij verder lopen. Om 16.51 uur stopt een Mercedes Vito, voorzien van het kenteken [kenteken 9] , bij de roldeur. [medeverdachte 3] , bestuurder van de Mercedes, opent de achterklep en na het sluiten van de achterklep gaat hij met een zilverkleurige zak naar binnen. 1.1.6. Cameraobservatie d.d. 6 juli 2011 Op 6 juli 2011 om 08.42 uur komt [medeverdachte 5] naar buiten lopen met een verfrommelde zilverkleurige zak. Hij draagt op dat moment latex handschoenen. Hij gooit deze zak weg en gaat het pand weer binnen. Twee minuten later loopt [medeverdachte 3] eveneens met een verfrommelde zak in zijn handen en latex handschoenen aan in de garage. Hij komt dan naar buiten lopen en haalt een gesloten en kennelijk gevulde verhuisdoos op en gaat met de doos het pand binnen. Enkele minuten later komt hij wederom naar buiten, haalt een zilverkleurige gevulde zak op en gaat weer naar binnen. Weer een paar minuten later komt hij naar buiten met een kennelijk gevulde zwarte sporttas over zijn schouder. Hij loopt het beeld uit en gaat kort daarna weer zonder tas naar binnen. Om 08.55 uur komt [medeverdachte 13] van binnen aanlopen met een dichte verhuisdoos. [medeverdachte 13] draagt latex handschoenen. Hij zet de doos in de deuropening en gaat vervolgens het pand weer binnen. [medeverdachte 5] komt naar buiten lopen. Hij heeft een gesloten kennelijk gevulde verhuisdoos in zijn handen en loopt het beeld uit. [verdachte] komt van binnenuit de garage lopen en heeft een weegschaal en een zak met een groene substantie bij zich. De weegschaal wordt neergezet. [medeverdachte 13] en anderen staan toe te kijken. [verdachte] geeft [medeverdachte 13] de zak in handen en deze staat de inhoud te bekijken. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] komen bij [medeverdachte 13] en [verdachte] kijken. [medeverdachte 13] ruikt aan de inhoud van de zak. Ze staan met zijn vieren te praten. [verdachte] pakt de weegschaal. [medeverdachte 3] neemt de zak met inhoud over van [medeverdachte 13] en zij gaan allen het pand weer verder binnen. Kort daarna komen zij weer teruglopen. [medeverdachte 3] heeft dan een doorzichtige plastic zak in zijn handen en doet deze in de doos die in de deuropening staat. [medeverdachte 13] pakt de doorzichtige zak met inhoud uit de doos die in de deuropening staat en staat deze op inhoud te bekijken. [verdachte] komt bij hem staan. Tegelijkertijd komt een Mazda 626, voorzien van het kenteken [kenteken 2] , aanrijden. Deze auto stopt aan de achterzijde en [medeverdachte 14] stapt als bestuurder uit de auto. [medeverdachte 14] doet de achterklep open. [verdachte] kijkt in de kofferbak. [medeverdachte 3] tilt de doos op, loopt naar de achterzijde van de Mazda en plaatst de doos in de kofferbak. [medeverdachte 5] komt eveneens met een verhuisdoos van binnen uit het pand lopen. De inhoud van de doos die bestaat uit doorzichtige zakken met een groene substantie wordt overgeladen in een zwarte tas. De zwarte tas wordt door [medeverdachte 3] en [verdachte] in de kofferbak van de Mazda geplaatst. Vervolgens gaan [verdachte] , [medeverdachte 13] , [medeverdachte 14] en [medeverdachte 5] naar binnen. [medeverdachte 3] loopt met een doorzichtige zak met groene inhoud uit beeld. Een minuut later komt [medeverdachte 14] weer naar buiten, stapt in als bestuurder van de Mazda en rijdt weg. Om 09.35 uur is [verdachte] bezig in de garage. [medeverdachte 2] zet een dichte verhuisdoos klaar in de deuropening. [medeverdachte 4] komt eveneens met een doos aanlopen. Deze doos is leeg en wordt opengevouwen. Vervolgens wijst [verdachte] naar buiten en [medeverdachte 4] stopt iets in de net gevouwen doos en loopt samen met [verdachte] met de doos naar buiten. [medeverdachte 3] volgt hen en komt kort hierna weer met de doos teruglopen en gaat naar binnen. [medeverdachte 2] gaat eveneens naar buiten. Een grijze Mercedes Vito stopt voor de roldeur. [medeverdachte 4] en [verdachte] lopen naar binnen. [verdachte] geeft aanwijzingen. [medeverdachte 5] is kennelijk de bestuurder van de Mercedes Vito en loopt naar binnen. Enkele minuten later komen [verdachte] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 3] naar buiten. [medeverdachte 3] heeft een doos bij zich, [medeverdachte 5] pakt de in de deuropening staande doos en de dozen worden in de Mercedes Vito geplaatst, waarna deze auto wegrijdt. 1.1.7. Cameraobservatie d.d. 7 juli 2011 Op 7 juli 2011 om 14.15 uur komt [medeverdachte 4] naar buiten met een lege doorzichtige zak. Hij doet deze zak open en maalt met zijn handen door de doos en pakt uit de doos diverse malen iets dat lijkt op een groene substantie en doet dit in de plastic zak die hij vervolgens omhoog houdt. Hierna zet hij de zak op de grond, schudt de doos leeg in de zak en gaat met de gevulde zak het pand weer in. Vervolgens doet hij de zojuist gevulde plastic zak in een vuilniszak en gaat het pand weer in. Om 14.57 uur draagt [medeverdachte 5] een mondkapje en heeft latex handschoenen aan. Hij draagt met zich enkele zakken. Om 15.02 uur stopt een Opel Astra nabij de roldeur. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] komen naar buiten lopen. [medeverdachte 3] pakt een zak uit de deuropening. De achterklep van de auto gaat open en aan de bewegingen te zien legt [medeverdachte 3] de zak in de auto. De klep wordt gesloten. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] zwaaien naar de inzittende van de auto en de auto rijdt weg. Een minuut later zet [medeverdachte 4] een verhuisdoos in een Volkswagen Caddy, voorzien van het kenteken [kenteken 12] . [medeverdachte 3] legt ook tassen in de Volkswagen, waarna de achterdeur wordt gesloten en de auto wegrijdt. Om 15.37 uur staan [medeverdachte 2] , [verdachte] en een onbekende man in de deuropening. De Volkswagen Caddy stopt voor de roldeur. [medeverdachte 3] opent de achterdeur. De boodschappentas wordt uit de auto gepakt door [medeverdachte 2] , waarna de tas aan [verdachte] wordt gegeven. In de tas zitten plastic zakken. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] halen twee zilverkleurige zakken uit de Volkswagen, waarna het pand wordt binnengegaan. Tien minuten later komt [medeverdachte 2] met een verfrommelde zilverkleurige zak naar buiten en loopt uit beeld. [medeverdachte 3] komt naar buiten met een blauwe boodschappentas en drie doorzichtige zakken met een groene substantie. Hij pakt een lege doos en doet daar de zakken met groene substantie in. Vervolgens legt hij de doos in de achterbak van de Volkswagen en loopt weer naar binnen. Enkele minuten later komen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] naar buiten. [medeverdachte 3] opent de achterbak van een auto en pakt daaruit een gele boodschappentas en twee blauwe zakken en gaat daarmee het pand binnen. In de deuropening kijken onder meer [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] wat er in de blauwe zakken zit. [medeverdachte 3] pakt een doorzichtige zak die uit de andere blauwe zak kwam. Zowel de blauwe zak, de gele tas als de doorzichtige zak met groene substantie worden in de Volkswagen gelegd. [medeverdachte 2] pakt een andere doos uit de Volkswagen en haalt hieruit een doorzichtige zak met groene substantie. Ook deze zak wordt voor in de Volkswagen gelegd. Vervolgens gaat [medeverdachte 3] weg met de Volkswagen Caddy en gaat [medeverdachte 2] het pand in. Om 16.11 uur komt [medeverdachte 3] terug met de Volkswagen Caddy en gaat weer het pand binnen. Enkele minuten later komen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] naar buiten, openen de achterdeur van de auto, halen twee kennelijk gevulde verhuisdozen uit de achterbak en brengen deze naar binnen. Vervolgens halen zij de tassen en een doos uit de auto en brengen deze naar binnen. Om 17.24 uur stopt een bestelauto Fiat, voorzien van het Belgische kenteken [kenteken 13] , voor de roldeur. De inzittende van die auto gaat het pand binnen en komt kort hierna met [verdachte] teruglopen naar de auto. De zijdeur van de auto wordt geopend en uit de auto worden dozen gehaald en in het pand gezet. [verdachte] staat naar de inhoud van de dozen te kijken. Gelet op de manier van dragen is de inhoud van de dozen zwaar. Alle dozen worden kennelijk op aanwijzen van [verdachte] bij elkaar gezet. De inhoud van de dozen wordt laten zien. De deur van de auto wordt gesloten en de auto rijdt weg. Om 17.49 uur stopt een Nissan Micra, voorzien van het kenteken [kenteken 14] , voor de roldeur. [verdachte] en [medeverdachte 2] lopen naar de kofferbak. De inzittende van de auto opent de achterklep. [medeverdachte 2] pakt een kennelijk geheel gevulde tas uit de achterbak en brengt deze naar binnen. Voorts wordt uit de kofferbak een verhuisdoos gepakt. [medeverdachte 2] zet de tas bij [verdachte] . Zij bekijken de verhuisdoos en de tas en buigen zich daarover. [verdachte] tilt een doos op en te zien is dat de inhoud groen is. [verdachte] staat druk te gebaren naar twee onbekend gebleven personen en is kennelijk boos. [verdachte] en [medeverdachte 2] pakken een lege zilverkleurige zak, waarna de inhoud van een doos wordt overgegooid in deze zak. [medeverdachte 4] komt hierbij ook helpen en houdt een lege zilverkleurige zak open. Ook deze wordt gevuld met de inhoud van dozen. De zakken worden kennelijk gewogen door [medeverdachte 4] . De anderen staan daarbij te kijken en [verdachte] neemt het wegen over. Vervolgens rijdt de auto weg. De zilverkleurige zakken blijven in de garage staan. 1.1.8. Cameraobservatie d.d. 21 juli 2011 Op 21 juli 2011 om 08.06 uur staan [medeverdachte 2] en [medeverdachte 14] bij de roldeur. Een minuut later arriveert [medeverdachte 13] met de Mazda 626, voorzien van het Duitse kenteken [kenteken 2] . [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] zetten ieder een zwarte sporttas in de deuropening. [medeverdachte 2] opent een van de tassen en haalt daaruit een doorzichtige plastic zak met een groene substantie. Vervolgens worden er meerdere zakken uit de tas gehaald. [medeverdachte 13] bekijkt de inhoud van deze zakken en ruikt daaraan. Inmiddels is [medeverdachte 1] ook in beeld gekomen. De inhoud van enkele doorzichtige zakken wordt overgepakt in zilverkleurige zakken. [medeverdachte 1] haalt doorzichtige gevulde zakken uit een zilverkleurige zak die hij vervolgens opzij gooit. Te zien is dat er op een tas meerdere doorzichtige zakken met daarin een groene substantie liggen. [medeverdachte 13] bekijkt van een van de doorzichtige zakken de inhoud. [medeverdachte 1] is met een andere zak bezig. Later loopt hij weg met een zilverkleurige zak en vervolgens loopt hij naar binnen en weer naar buiten met gevulde doorzichtige zakken met een groene substantie. [medeverdachte 3] is bezig om de doorzichtige zakken met groene substantie in tassen te doen en wordt daarbij geholpen [medeverdachte 2] . [medeverdachte 1] komt zonder zakken terug en staat toe te kijken wat men aan het doen is. In de deuropening liggen twee zwarte sporttassen. [medeverdachte 2] pakt een van deze tassen. Hij draagt latex handschoenen en gaat met deze tas verder het pand in. [medeverdachte 3] pakt enkele zakken met groene substantie van de vloer. [medeverdachte 13] staat toe te kijken, pakt ook een doorzichtige zak en bekijkt de groene substantie nogmaals. [medeverdachte 14] en [medeverdachte 1] komen daarbij staan. [medeverdachte 3] heeft een tas opgetild waarin hij twee zakken doet en loopt met de tas uit beeld. [medeverdachte 1] laat aan [medeverdachte 13] de inhoud van een doorzichtige zak zien. [medeverdachte 3] keert terug zonder tas. Door [medeverdachte 2] wordt een tas volgeladen die door [medeverdachte 13] wordt opengehouden. [medeverdachte 1] doet ook enkele zakken met groene substantie in de tas en samen met [medeverdachte 13] bekijken zij de inhoud. Er wordt door [medeverdachte 13] nogmaals aan de inhoud van een van de zakken geroken. Om 08.38 uur komen [medeverdachte 13] en [medeverdachte 2] ieder met een gevulde sporttas naar buiten. [medeverdachte 2] heeft nog steeds latex handschoenen aan. Deze tassen worden in de kofferbak van de Mazda gezet, waarna de kofferbak wordt gesloten en het pand wordt binnengegaan. Om 08.57 uur stappen [medeverdachte 13] en [medeverdachte 14] als bestuurder respectievelijk bijrijder in de Mazda en rijden weg. Om 09.14 uur stopt de Audi, voorzien van het kenteken [kenteken 1] , voor de garagedeur. [medeverdachte 3] , de bestuurder van de Audi, opent de kofferbak van de auto en haalt daaruit een zwarte sporttas en twee plastic doorzichtige zakken met groene substantie. Hij gaat vervolgens met deze spullen het pand binnen. Drie minuten later komt [medeverdachte 4] naar buiten lopen met een soortgelijke tas als die waarmee [medeverdachte 3] naar binnen was gelopen en legt deze in de kofferbak van de auto. Vervolgens rijdt hij weg met de Audi. Om 10.15 uur stopt een grijze Mercedes Vito voor de roldeur. [medeverdachte 2] komt naar buiten lopen. [medeverdachte 2] haalt een gevulde zwarte sporttas uit de Mercedes en loopt naar binnen. De tas wordt neergezet in de deuropening en [medeverdachte 3] haalt zilverkleurige gevulde zakken uit de sporttas. [medeverdachte 5] komt naar buiten lopen en haalt een gevulde verhuisdoos uit de Mercedes Vito en gaat naar binnen. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] kijken nog even in de doos. [medeverdachte 2] scheurt een van de zilverkleurige zakken open en haalt hieruit doorzichtige zakken die gevuld zijn met kennelijk een groene substantie. De andere zilveren zak wordt eveneens geopend en er komen doorzichtige zakken met inhoud uit. [medeverdachte 4] komt naar buiten. [medeverdachte 3] staat alles te bekijken. [medeverdachte 5] staat binnen. Alles wordt door hen opgepakt en lege zakken worden buiten beeld gebracht. De rest gaat naar binnen het pand in. Enkele minuten later wordt door [medeverdachte 5] een vuilniszak met daarin een boodschappentas in de Mercedes gelegd. Kort daarna rijdt de Mercedes weg. Om 10.34 uur stopt een Audi, voorzien van het kenteken [kenteken 11] , voor de roldeur. De kofferbak van de auto wordt geopend en een volle gesloten verhuisdoos en een kennelijk gevulde sporttas worden in de kofferbak van de Audi gezet, waarna deze wegrijdt. Om 14.24 uur stopt de grijze Mercedes Vito, voorzien van het kenteken [kenteken 9] , voor de roldeur. [medeverdachte 3] , de bestuurder van de Mercedes, opent de zijdeur van de Mercedes en loopt het pand binnen met een zwarte gevulde sporttas. Gezien de manier van lopen is de tas erg zwaar. Om 14.28 uur komt [medeverdachte 3] teruglopen met een gevulde zwarte sporttas. De tas wordt in de Mercedes gelegd en de deur gaat dicht. [medeverdachte 3] gaat het pand weer binnen. 1.1.9. Cameraobservatie en telefoongesprek d.d. 30 augustus 2011 Op 30 augustus 2011 om 07.37 uur opent [medeverdachte 6] (hierna telkens: [medeverdachte 6]) de toegangsdeur van het pand van [medeverdachte 7] en gaat het pand binnen. Om 08.15 uur arriveert [medeverdachte 3] met een Renault Kangoo, voorzien van het kenteken [kenteken 15] , bij [medeverdachte 7] . Om 09.22 uur arriveert ook [medeverdachte 13] in de Mazda 626, voorzien van het Duitse kenteken [kenteken 2] . Enkele minuten later pakt [medeverdachte 3] in totaal vier dozen uit de Renault. De inhoud van de dozen wordt bekeken door [medeverdachte 3] , [verdachte] en [medeverdachte 13] . Zichtbaar is dat in elke doos zilverkleurige zakken zitten, waaruit doorzichtige zakken gevuld met een groene substantie worden gehaald. [medeverdachte 13] en [verdachte] ruiken aan de inhoud van de doorzichtige zakken. De mannen lopen [medeverdachte 7] binnen en de vier dozen blijven staan in de deuropening. Om 09.53 uur komt [medeverdachte 6] in beeld met een zilverkleurige zak die gevuld is met een groene substantie die hij in een van de dozen legt. Hij zet de vier dozen in de Renault en loopt [medeverdachte 7] binnen. Om 10.04 uur rijdt [medeverdachte 3] weg met de Renault. Diezelfde dag omstreeks 08.03 uur heeft een telefoongesprek plaatsgevonden tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 6] , waarin onder meer het volgende werd gezegd: [medeverdachte 3] : je oom zei breng maar een partij, zal ik dat zo doen? [medeverdachte 6] : ja, breng een voor een [medeverdachte 6] : ik ben op de zaak [medeverdachte 3] : is goed, ik kom er aan. In navolging van de rechtbank stelt het hof vast dat [medeverdachte 6] om 07.37 uur [medeverdachte 7] is binnengegaan en dat hij om 08.03 uur in het telefoongesprek zegt dat hij op ‘de zaak’ is. [medeverdachte 6] en [medeverdachte 3] spreken af dat laatstgenoemde een ‘partij’ zal brengen. Twaalf minuten later arriveert [medeverdachte 3] bij [medeverdachte 7] waar hij vier dozen uit zijn auto pakt. Het hof leidt hieruit af dat met ‘de zaak’ [medeverdachte 7] wordt bedoeld en dat de vier dozen de ‘partij’ betreffen waarover [medeverdachte 6] en [medeverdachte 3] eerder spraken. Gelet op de verdere inhoud van het telefoongesprek gaat het hof ervan uit dat [verdachte] , de oom van [medeverdachte 6], heeft gevraagd om de partij te brengen. De inhoud van de vier dozen wordt bij [medeverdachte 7] ook gecontroleerd door onder meer [verdachte] . 1.1.10. Cameraobservatie d.d. 5 september 2011 en telefoongesprek d.d. 4 september 2011 Op 5 september 2011 om 07.55 uur arriveert [medeverdachte 6] in een Opel Signum, voorzien van het kenteken [kenteken 16] dat op zijn naam is gesteld, bij [medeverdachte 7] . Om 09.26 uur arriveert [medeverdachte 13] . Vier minuten later is te zien dat [medeverdachte 1] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 13] uit het pand komen en lopen naar de geopende kofferbak van de Opel. [medeverdachte 13] haalt een doorzichtige zak met daarin een groene substantie uit de kofferbak en bekijkt deze. Hierna lopen [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 13] het pand weer in. Vervolgens wordt waargenomen dat [medeverdachte 6] en [medeverdachte 4] meermalen doorzichtige zakken met daarin een groene substantie uit de kofferbak van de Opel halen en het pand binnenlopen. Om 10.11 uur komen [medeverdachte 6] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] het pand uitlopen met een aantal grote zwarte sporttassen en lopen richting de auto waarmee [medeverdachte 13] was aangekomen. Als ze weer terug in beeld komen, zijn de zwarte sporttassen verdwenen. Zij lopen dan het pand weer binnen. Om 11.54 uur komt [medeverdachte 13] naar buiten lopen waarna hij uit beeld verdwijnt. De auto van [medeverdachte 13] rijdt vervolgens weg. Een dag eerder om 21.44 uur heeft een telefoongesprek plaatsgevonden tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 6] . In dit gesprek zegt [medeverdachte 1] dat [medeverdachte 6] om 7 uur op de zaak moet zijn samen met alles. [medeverdachte 6] hoeft ze niet half half te gaan doen. [medeverdachte 6] zegt dat hij morgen alles klaar maakt dat hij heeft en daarmee komt. Het hof begrijpt uit dit telefoongesprek dat [medeverdachte 1] op 4 september 2011 aan [medeverdachte 6] de opdracht geeft om de volgende morgen ‘samen met alles’ op de zaak te zijn. De volgende ochtend arriveert [medeverdachte 6] bij [medeverdachte 7] met een aantal zakken met een groene substantie. Het hof leidt hieruit af dat met ‘de zaak’ [medeverdachte 7] wordt bedoeld en dat de zakken met de groene substantie datgene is waarover [medeverdachte 1] en [medeverdachte 6] een dag eerder spraken. 1.2. Samenvatting camerabeelden [medeverdachte 7] Het hof stelt vast dat op de hierboven weergegeven observatiedagen [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 6] in wisselende samenstellingen in beeld komen. Vrijwel iedere dag rijden diverse auto’s af en aan bij [medeverdachte 7] , waarna er dozen en sporttassen worden uitgeladen en/of ingeladen. Meermalen is te zien dat er in deze tassen en dozen zilverkleurige of doorzichtige zakken gevuld met een groene substantie zitten. Er wordt geroken aan de zakken, de inhoud daarvan wordt bekeken en soms wordt de inhoud in andere verpakkingen gedaan. Hierbij is te zien dat sommige verdachten latex handschoenen of een mondkapje dragen. Het onderzoeksteam van de politie heeft 31 dagen van de totale observatieperiode bekeken en vastgelegd in processen-verbaal met uitgebreide activiteitenjournaals. De tien dagen die hiervoor zijn beschreven, maken onderdeel uit van die 31 dagen. Het hof stelt vast dat op de overige 21 dagen dezelfde activiteiten zijn te zien als hiervoor beschreven en dat dit adequaat is weergegeven in een kruistabel, waarin per verdachte is opgenomen op welke dagen zij zijn gezien en welke handelingen zij hebben verricht. De resterende observatiedagen zijn versneld uitgekeken door het onderzoeksteam en verwoord in minder uitgebreide processen-verbaal. Het hof stelt vast dat de verdachten ook op het merendeel van die dagen in wisselende samenstellingen aanwezig zijn bij [medeverdachte 7] en dat zij soortgelijke handelingen verrichten als de handelingen die zijn waargenomen op de 31 uitgeschreven dagen. Het hof is dan ook van oordeel dat de processen-verbaal van deze dagen, waarin de verbalisanten op ambtseed dan wel ambtsbelofte hebben beschreven wat op de camerabeelden is te zien, in samenhang bezien met de uitgebreide processen-verbaal van de 31 uitgeschreven dagen, als bewijs kunnen dienen. 1.3. De inhoud van de sporttassen [verdachte] is geconfronteerd met foto’s van de beelden van de cameraobservatie bij [medeverdachte 7] . Hij heeft daarover niet inhoudelijk willen verklaren en zich beroepen op zijn zwijgrecht. De omstandigheid dat de verdachte weigert een verklaring af te leggen of een bepaalde vraag te beantwoorden kan op zichzelf, mede gelet op art. 29, eerste lid, Sv, niet tot het bewijs bijdragen. De rechter mag echter bij zijn bewijsoordeel in aanmerking nemen dat de verdachte voor een omstandigheid die op zichzelf of in samenhang met de verdere inhoud van de bewijsmiddelen beschouwd redengevend kan worden geacht voor het bewijs van het aan hem tenlastegelegde feit, geen aannemelijke, die redengevendheid ontzenuwende, verklaring heeft gegeven. Artikel 6, tweede lid, EVRM (de onschuldpresumptie) staat daaraan niet in de weg (vgl. HR 3 juni 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZD0733, NJ 1997/584 en HR 5 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW7372, met verwijzing naar EHRM 18 maart 2010, nr. 13201/05 (Krumpholz tegen Oostenrijk) en het daarin opgenomen overzicht van de rechtspraak van het EHRM). Datzelfde geldt, mede gelet op overweging van de preambule bij Richtlijn 2016/343/EU, voor artikel 6 van deze Richtlijn (vgl. HR 29 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:97, rov. 2.3.3.). Medeverdachte [medeverdachte 3] heeft daarover wel een verklaring afgelegd. In zijn verhoor bij de politie d.d. 1 december 2011 heeft [medeverdachte 3] verklaard dat hij staat afgebeeld op de foto’s die zijn gemaakt van de opnamen bij [medeverdachte 7] en daarop ook zakken met wiet zijn te zien. Hij wist dat het om hennep ging. Hij moest de hennep in dozen of tassen doen en in de auto’s leggen. Hij deed dit in het algemeen in opdracht van anderen. Hij kwam elke dag bij [medeverdachte 7] en was daar constant bezig. Het hof ziet geen aanleiding om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de verklaring van [medeverdachte 3] te twijfelen. Die verklaring vindt bovendien steun in hetgeen is aangetroffen bij de doorzoeking van het bedrijfspand van [medeverdachte 7] op 21 november 2011. Bij de doorzoeking werd onder meer het volgende aangetroffen: vier grote zwarte stoffen draagtassen met een roze rand met fragmenten van hennepresten; een aangesloten afzuigbuis met een diameter van 35 centimeter; een groot model elektronische weegschaal; een dressoir met fragmenten van hennepresten en twee schaartjes; een zilveren seal bag alsmede soortgelijk verpakkingsmateriaal, rollen tape en een mondkapje; een hoeveelheid ingepakte hennep (circa 30 gram); een doos met verse, niet gedroogde, hennepresten. Door de forensische opsporing zijn in het pand diverse sporen veiliggesteld, die voor nadere analyse zijn verzonden naar het NFI. Uit deze analyse bleek dat het onderzochte materiaal hennep betrof. Voorts is voor het hof komen vast te staan dat de twee sporttassen met hennep die op 30 september 2011 onder [medeverdachte 15] werden aangetroffen, waren afgenomen bij [medeverdachte 7] . Daartoe overweegt het hof als volgt. In september 2011 heeft [medeverdachte 1] regelmatig telefonisch contact met [medeverdachte 15] , gebruiker van de telefoonnummers [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 1] , die in het onderzoek is geïdentificeerd als [medeverdachte 15] . Op 22 september 2011 vraagt [medeverdachte 15] of [medeverdachte 1] tien stuks van die mooie kan regelen, waarop [medeverdachte 1] zegt: “die dure auto (..) ik bel jou”. Op 27 september 2011 belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 15] , in welk gesprek hij zegt: “kleine auto (..) 4100, 4200, zoiets”. [medeverdachte 1] zegt voorts dat [medeverdachte 15] op vrijdagochtend kan langskomen. Op 29 september 2011 hebben zij opnieuw telefonisch contact met elkaar. In dit gesprek zegt [medeverdachte 1] dat hij nog een beetje Mercedes AMG heeft. [medeverdachte 15] vraagt of het die speciale uitvoering is, waarop [medeverdachte 1] antwoordt: “speciale ML 550 AMG”. [medeverdachte 1] geeft voorts aan dat die andere klaar is en vraagt of [medeverdachte 15] ook nu kan langskomen. Later die dag belt [medeverdachte 15] naar [medeverdachte 1] , in welk gesprek wordt afgesproken dat [medeverdachte 15] de volgende dag om elf uur bij [medeverdachte 1] zal zijn. Op 30 september 2011 om 11.32 uur belt [medeverdachte 15] naar [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] vraagt hoelang het nog duurt, waarop [medeverdachte 15] zegt: “nog 60”. [medeverdachte 1] zegt hierop: “nog een uur dus”. Op beelden van de cameraobservatie van [medeverdachte 7] is door verbalisanten waargenomen dat op 30 september 2011 omstreeks 12.39 uur een Volkswagen Golf, voorzien van het kenteken [kenteken 17] , arriveert op het terrein van [medeverdachte 7] . Om 13.56 uur rijdt deze Volkswagen vanaf de parkeerplaats van [medeverdachte 7] naar de achterzijde van [medeverdachte 7] , waar [medeverdachte 2] een grote zwarte sporttas in de kofferbak van het voertuig legt. Direct daarna rijdt de bestuurder van de Volkswagen, gekleed in een roze T-shirt, de auto weer terug naar de voorzijde van [medeverdachte 7] en parkeert de auto. Om 14.22 uur lopen twee mannen, waaronder de man met het roze T-shirt, naar de Volkswagen. Vervolgens stappen zij in het voertuig en rijden weg. Nadat de Volkswagen is weggereden, wordt deze onder observatie genomen. Omstreeks 14.35 uur wordt de Volkswagen staande gehouden en gecontroleerd op grond van de Opiumwet. Bij deze controle worden in de achterbak twee grote zwarte sporttassen aangetroffen. De verbalisanten ruiken een henneplucht, waarop de bovenste sporttas wordt geopend waarin een zilveren sealverpakking wordt aangetroffen. Verbalisant [verbalisant 1] knijpt in deze sealverpakking en herkent de structuur en de vorm van de inhoud als droge henneptoppen. Hierop worden de twee inzittenden van de Volkswagen aangehouden. De bestuurder met het roze T-shirt bleek te zijn [medeverdachte 15] . In de auto wordt een telefoon met twee simkaarten aangetroffen en inbeslaggenomen. Het nummer behorende bij een van de simkaarten is [telefoonnummer 1] , een van de nummers waarmee [medeverdachte 15] alias [medeverdachte 15] heeft gebeld met [medeverdachte 1] . De twee sporttassen zijn inbeslaggenomen en daaraan is forensisch onderzoek ingesteld. In de zwarte sporttas met roze bies werd een viertal zilverkleurige zakken aangetroffen. De zakken waren geseald. In deze zilverkleurige zakken zaten transparante gripzakken met gedroogde plantentoppen. In de zwarte sporttas met logo “Sport Mexx” werd één zilverkleurige zak aangetroffen. In deze gesealde zak bevonden zich transparante gripzakken met gedroogde plantentoppen. De inhoud daarvan is gewogen en getest en het bleek in totaal 14,1 kilogram hennep te zijn. De verpakkingen in de tassen zijn op dactyloscopische sporen onderzocht. Sporen die werden aangetroffen op de zwarte tas met roze bies werden door de dient IPOL geïdentificeerd als voorkomende op het vingerafdrukkenblad van [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 6] . [medeverdachte 15] is op 30 september 2011 als verdachte gehoord en heeft verklaard dat hij naar een adres in Tilburg is gereden en dat hij daar spullen op een parkeerplaats heeft gekregen. De spullen zijn door die mensen in de kofferbak gelegd. Hij heeft in de kofferbak gekeken en zag zilverkleurige zakken in de zwarte tassen zitten. Hij rook dat het om hennep of wiet moest gaan. Ten slotte hebben de verdachten telefoongesprekken gevoerd, waarin wordt gesproken in termen die zijn te relateren aan (het kweken van) hennep. In diverse gesprekken wordt gesproken over ‘aarde’, ‘stekjes’, ‘knippen’, ‘weegschaal’ en ‘mooie toppen’. Ook wordt gezegd ‘dat het niet uitmaakt als het wat vochtig is’. Verder wordt regelmatig gesproken over ‘de zaak’ - waarvan op basis van de telefoongesprekken, observaties en andere onderzoeksbevindingen is vastgesteld dat daarmee [medeverdachte 7] wordt bedoeld – en worden er getallen en bedragen genoemd, al dan niet in combinatie met stuks, gram of lira. Gelet op het vorenstaande, in onderlinge samenhang bezien met de overige feiten en omstandigheden zoals hierboven weergegeven, stelt het hof vast dat de verdachten telefonisch contact hadden over hennep. In dat licht bezien kan naar het oordeel van het hof ook betekenis worden toegekend aan het versluierd taalgebruik dat door de verdachte en/of zijn medeverdachten is gebezigd. In de telefoongesprekken wordt gesproken over ‘kleine kinderen’, ‘baby’s’ of ‘kleintjes’ waarmee blijkens de context evident niet wordt gedoeld op echte kinderen, maar op hennepstekjes. In dat verband wijst het hof meer in het bijzonder op het gesprek tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] op 30 september 2011, waarin wordt gezegd: “ik heb de kinderen gevonden”, “kleine kinderen”, “maar ze zijn erg duur.. het is 3,5” en “hoeveel stuks heb je nodig”. [medeverdachte 3] heeft in zijn verhoor bij de politie d.d. 1 december 2011 bevestigd dat dit gesprek niet over kinderen gaat. Daarnaast worden de afkortingen AM, (Mercedes) AMG, PP en Bubble gebruikt, die gezien de context kennelijk worden gebruikt om verschillende soorten hennep aan te duiden. Er wordt gezegd dat iemand ‘baby’s heeft van AM’. Verder gebruiken de verdachten en/of zijn medeverdachten autotermen, waarbij het hof er gezien de context waarin deze termen worden gebruikt, vanuit gaat dat het in veel gevallen niet om auto’s gaat, maar in werkelijkheid wordt gesproken over hennep. In dat verband wijst het hof meer in het bijzonder op een gesprek dat [medeverdachte 1] op 14 augustus 2011 voert en waarin hij zegt: “Van die dure auto he, niet van die normale”, waarop wordt geantwoord: “Oké wil je een stukje van mij” en [medeverdachte 1] weer reageert met: “Ja, een klein stukje”. Voorts wijst het hof op een gesprek van 9 september 2011 waarin aan [medeverdachte 1] wordt gevraagd: “Hoeveel is er nodig euh… 3800 zeg je?”, waarop hij antwoordt: “het maakt niet uit, maar de auto moet wel schoon zijn he”. Op grond van het vorenstaande concludeert het hof dat de volle sporttassen, dozen en zakken die zijn waargenomen op de camerabeelden bij [medeverdachte 7] waren gevuld met hennep. 1.4. [adres 5] Ook de woning van medeverdachte [medeverdachte 3] aan de [adres 5] (hierna: de woning) werd vanaf 31 augustus 2011 tot 2 september 2011 door middel van een camera geobserveerd. De beelden van deze observatie zijn vergeleken met de beelden van de cameraobservatie bij [medeverdachte 7] . Uit deze vergelijking bleek het volgende: Op 31 augustus 2011 omstreeks 15.17 uur wordt waargenomen dat [medeverdachte 3] en een klein meisje de woning verlaten. [medeverdachte 3] neemt twee kennelijk gevulde verhuisdozen en twee gele tassen mee. Na ongeveer 30 minuten keren [medeverdachte 3] en het kleine meisje terug. Hij heeft dan niets meer bij zich en gaat de woning binnen. Omstreeks 15.27 uur is te zien dat [medeverdachte 3] in een Audi, voorzien van het kenteken [kenteken 1] , stopt voor de geopende roldeur aan de achterzijde van [medeverdachte 7] . [medeverdachte 3] doet de achterklep van de Audi open. Uit het pand van [medeverdachte 7] komen [medeverdachte 6] , [verdachte] en [medeverdachte 4] . Zij lopen naar de achterzijde van de Audi. In de kofferbak van de Audi staan twee verhuisdozen. Een van deze twee verhuisdozen wordt door [medeverdachte 6] uit de kofferbak gepakt. [medeverdachte 3] pakt twee gele tassen vanaf de achterbank van de Audi en gaat daarmee het pand van [medeverdachte 7] binnen. [medeverdachte 6] zet de doos die uit de auto is gepakt in de deuropening van [medeverdachte 7] . [verdachte] staat toe te kijken wat [medeverdachte 6] aan het doen is. [medeverdachte 6] opent de doos die hij heeft neergezet en zichtbaar is dat er in de doos doorzichtige zakken zitten met een groene substantie. [medeverdachte 3] pakt de tweede doos eveneens uit de Audi en zet deze binnen neer bij de andere doos. [medeverdachte 3] opent de tweede doos. [verdachte] en [medeverdachte 2] staan te kijken wat [medeverdachte 3] aan het doen is. [medeverdachte 3] haalt een kennelijk gevulde zilveren zak uit de doos die hij net heeft neergezet en geeft een zilverkleurige zak uit de doos of iets uit de zak. [medeverdachte 3] pakt uit de andere doos ook een zilverkleurige zak die hij aan [medeverdachte 4] geeft. Uit een van de zilverkleurige zakken haalt [medeverdachte 3] een doorzichtige zak met groene substantie. De hennep wordt overgeladen in een tas en deze wordt door [medeverdachte 2] in een bij hem in gebruik zijnde personenauto geplaatst, waarna hij wegrijdt met die auto. Tijdens de handelingen die worden uitgevoerd (het overladen van de inhoud uit de dozen in de tas) komt ook [medeverdachte 1] kijken wat er gebeurt. Na circa 15 minuten gaat [medeverdachte 3] met het kleine meisje en de auto weer weg. Op 1 september 2011 omstreeks 14.26 uur wordt waargenomen dat [medeverdachte 3] omstreeks 14.26 uur in een blauwe Peugeot naar de achterzijde van [medeverdachte 7] rijdt. Hij doet de achterklep van de auto open en gaat het pand binnen. Kort daarna komt hij met [medeverdachte 4] het pand weer uitlopen. Zij hebben dan allebei een gesloten verhuisdoos in hun handen. Deze dozen zijn kennelijk gevuld. [medeverdachte 4] zet de doos in de kofferbak en de andere doos wordt door [medeverdachte 3] op de achterbank gezet. [medeverdachte 3] komt vervolgens met een doorzichtige zak uit de auto en laat de inhoud van de zak aan [medeverdachte 4] zien. Vervolgens rijdt [medeverdachte 3] met de auto weg en gaat [medeverdachte 4] het pand weer binnen. Uit de cameraopnamen blijkt dat [medeverdachte 3] de auto met de twee dozen parkeert aan de voorzijde van [medeverdachte 7] . Vervolgens gaat hij het pand binnen. Omstreeks 17.45 uur gaan [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] samen weg met de Peugeot. [medeverdachte 3] is de bestuurder van de auto. Omstreeks 17.50 uur wordt waargenomen dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] bij de woning aankomen met een Peugeot en dat uit deze Peugeot twee verhuisdozen komen die kennelijk gevuld zijn. Deze dozen worden de woning binnengedragen. Kort daarna verlaten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] de woning weer zonder het meenemen van deze dozen. Uit het bovenstaande, in onderlinge samenhang met de hiervoor weergegeven verklaring van [medeverdachte 3] met betrekking tot hennepzaken en hetgeen overigens uit de hierboven weergegeven bewijsmiddelen volgt, leidt het hof af dat er op 31 augustus 2011 partijen hennep zijn gebracht vanuit de woning van [medeverdachte 3] naar [medeverdachte 7] en dat op 1 september 2011 het tegenovergestelde is gebeurd. Voorts kan op basis van tapgesprekken worden vastgesteld dat er vaker hennep is gebracht vanuit de woning van [medeverdachte 3] naar [medeverdachte 7] : Op 4 september 2011 om 21.47 uur belt [medeverdachte 3] naar [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] vraagt of [medeverdachte 3] thuis is en [medeverdachte 3] bevestigt dit. Zij zien elkaar morgenochtend om 7 uur. [medeverdachte 1] geeft aan dat [medeverdachte 3] dat ding mee moet nemen, de dure auto. Op 22 oktober 2011 om 12.15 uur belt [medeverdachte 3] naar [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] vraagt of [medeverdachte 3] die auto naar hem kan komen brengen. [medeverdachte 3] vraagt: “de auto?”, waarop [medeverdachte 1] zegt: “je hebt het begrepen he?”. [medeverdachte 3] zegt dat zijn vrouw vermoedelijk thuis is en dat hij haar het laat afgeven. Op 22 oktober 2011 om 12.33 uur belt [medeverdachte 3] naar zijn vrouw [vrouw medeverdachte] en vraagt haar waar zij is. [vrouw medeverdachte] zegt dat zij thuis is, waarop [medeverdachte 3] zegt dat zij die grote zak boven in een vuilniszak moet doen en onder de trap moet zetten. [medeverdachte 2] komt het ophalen. Op 22 oktober 2011 om 16.18 uur wordt [medeverdachte 3] gebeld door [medeverdachte 4] . [medeverdachte 6] vraagt wie er bij [medeverdachte 3] thuis is. [medeverdachte 3] zegt niemand en vraagt hoezo. [medeverdachte 6] zegt dat er wat nodig is. [medeverdachte 2] heeft het al opgehaald, zegt [medeverdachte 3] . Er zou ook een gemixte zijn, zegt [medeverdachte 6] . Dat heeft [medeverdachte 2] ook meegenomen naar de zaak, zegt [medeverdachte 3] . Op 21 november 2011 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de woning met aanhorigheden. Op de eerste etage van de woning werd een hennepplantage aangetroffen. In de schuur behorende bij de woning werd een grote zwarte tas aangetroffen met daarin drie gevulde zakken: 1 doorzichtige, 1 zwartkleurige en 1 zilverkleurige. In de plastic zakken zat hennep met een totaalgewicht van 5.690 gram (inclusief verpakking). Verder werden in de schuur twee lege, grote zwarte tassen aangetroffen. Op basis van het vorenstaande, in samenhang bezien met het gegeven dat er bij [medeverdachte 7] vrijwel dagelijks tassen en dozen hennep werden in- en uitgeladen in verschillende voertuigen, concludeert het hof dat de woning van [medeverdachte 3] heeft gefungeerd als een soort opslagplaats (stash) voor hennep ten behoeve van de hennephandel bij [medeverdachte 7] . 1.5. [adres 6] (deelonderzoek [zaakdossier 7] ) Door het observatieteam wordt op 11 mei 2011 om 15.08 uur gezien dat een man die een grote zwarte tas draagt uit de richting van [medeverdachte 7] komt lopen en in de richting van een Volkswagen Golf, voorzien van kenteken [kenteken 18] , loopt. Aan de manier waarop de man de tas draagt en aan het uiterlijk van de tas is te zien dat deze kennelijk volledig gevuld was. De man legt de tas in de kofferbak en rijdt weg. Om 15.27 uur staat de Volkswagen Golf geparkeerd voor de [adres 6] , alwaar een andere man een grote zwarte gevulde tas in de kofferbak van de Volkswagen legt. Hierna zijn ook de panden aan de [adres 6] in de periode van 28 tot en met 30 september 2011 en 24 tot en met 28 oktober 2011 onder cameraobservatie gesteld. Daarbij werd door verbalisanten het volgende waargenomen: Op 24 oktober 2011 zet [medeverdachte 3] kartonnen dozen in de loods van de [adres 6] . Op 25 oktober 2011 om 13.43 uur komt [medeverdachte 6] aanrijden in een op zijn naam gestelde rode Opel Corsa, voorzien van het kenteken [kenteken 19] . Hij stapt uit en gaat de loods aan de [adres 6] binnen. Om 14.02 uur komt hij uit de loods lopen met onder zijn arm een kartonnen doos. Hij legt deze kartonnen doos in de achterbak van de rode Opel Corsa en vertrekt. Op 27 oktober 2011 om 10.17 uur komen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 6] aanrijden in voornoemde Opel Corsa. [medeverdachte 6] en [medeverdachte 3] stappen uit en gaan de loods aan de [adres 6] binnen. Zij komen om 10.21 uur weer uit de loods lopen. [medeverdachte 6] legt dan een kartonnen doos in de achterbak van de Opel Corsa. [medeverdachte 6] en [medeverdachte 3] stappen in de Opel Corsa en rijden weg. Op 27 oktober 2011 om 13.05 uur komt [medeverdachte 3] aanrijden in een op zijn naam gestelde zwarte Renault Kangoo, voorzien van kenteken [kenteken 15] . [medeverdachte 3] stapt uit en begroet twee onbekende mannen die uit de loods van 35-04 komen lopen. Daarop pakt [medeverdachte 3] een rol isolatiemateriaal uit de loods en legt deze in de Renault Kangoo, waarna hij om 13.07 uur weer wegrijdt. Op 27 oktober 2011 om 15.47 uur komt [medeverdachte 4] aanlopen en opent de toegangsdeur van de loods aan de [adres 6] . Daarop wordt de roldeur geopend en rijdt [medeverdachte 4] een donkergrijze/zwarte bedrijfsauto achteruit de loods binnen en sluit de roldeur. Om 15.53 uur rijdt [medeverdachte 4] de bedrijfsauto weer uit de loods en sluit de roldeur, waarna hij wegrijdt. Op 21 november 2011 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de twee loodsen, gevestigd aan de [adres 6] . In 35-04 werd een hoeveelheid isolatiemateriaal en een geldtelmachine aangetroffen. In 35-05 werden vuilniszakken met potgrond, verhuisdozen, 8 dozen met inpakfolie en dozen met gripzakken, 57 assimilatielampen met kappen, 8 inbouwventilatoren, 27 koolstoffilters, 87 transformatoren, 6 schakelborden en slangen voor de afvoer van lucht aangetroffen. Verder werd een grote zwarte tas met daarin zilverkleurige sealzakken aangetroffen. Op die zakken zijn dactyloscopische sporen veiliggesteld, welke zijn geïdentificeerd op het vingerafdrukkenblad van [medeverdachte 4] . Daarnaast zijn er in 35-05 meerdere sigarettenpeuken veiliggesteld, die door het NFI zijn onderworpen aan een DNA-onderzoek. Het DNA-materiaal op een van de sigarettenpeuken matchte met het DNA-profiel van [medeverdachte 2] , met een matchkans van kleiner dan 1 op 1 miljard. Verder zijn bij de doorzoeking van het bedrijfspand van [medeverdachte 7] op 21 november 2011 diverse bescheiden aangetroffen die betrekking hebben op de [adres 6] , waaronder een factuur voor de huur, een brief van Brabant Water met een bijbehorende acceptgirokaart en een stortingsbewijs. Deze bescheiden stonden op naam van [medeverdachte 4] . Daarnaast werd bij [medeverdachte 7] een zwartkleurige ringmap aangetroffen met op de rugzijde een sticker met daarop handgeschreven: DÜK 2. Dit is de afkorting van het Turkse woord Dükkan, dat winkel en/of zaak betekent. In deze ringmap zitten bescheiden die betrekking hebben op de [adres 6] , waaronder brieven gericht aan [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] en twee bonnen van contante betalingen gedaan door [medeverdachte 4] . Voorts is gebleken dat [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] in september 2011 met de vaste telefoonaansluiting van [medeverdachte 7] hebben gebeld naar verschillende nutsbedrijven om te informeren naar de stand van zaken aangaande de aansluiting en betaling van elektriciteit voor de [adres 6] . Zij maakten hierbij gebruik van een valse naam: [medeverdachte 4] noemde zichzelf [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] noemde zichzelf [medeverdachte 5] . Beiden zijn via stemherkenning herkend. Op basis van het vorenstaande stelt het hof vast dat [medeverdachte 3] , [medeverdachte 6] en [medeverdachte 4] in de periode van 11 mei 2011 tot en met 27 oktober 2011 zijn gezien bij de [adres 6] en dat er telkens spullen naar de loods werden gebracht dan wel uit de loods werden meegenomen. Het aantreffen van het DNA-materiaal van [medeverdachte 2] op een sigarettenpeuk die aldaar werd aangetroffen, duidt er op dat hij eveneens aldaar is geweest. Verder is bij de doorzoeking van 35-05 een aanzienlijke voorraad van materialen aangetroffen, welke materialen doorgaans worden gebruikt bij het kweken dan wel verpakken van hennep. Uit de bij [medeverdachte 7] aangetroffen bescheiden en de door [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] gevoerde telefoongesprekken leidt het hof af dat [medeverdachte 7] bemoeienis heeft gehad met de betaling van de huur en de elektriciteits- en watervoorzieningen voor de [adres 6] . In dat verband wijst het hof op de omstandigheid dat in de genoemde bescheiden de namen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] worden genoemd, welke namen door [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] zijn gebruikt toen zij via de vaste telefoonlijn van [medeverdachte 7] contact opnamen met diverse nutsbedrijven over 35-05. Op grond van vorenstaande feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, concludeert het hof dat de loodsen aan de [adres 6] hebben gefungeerd als magazijn ten behoeve van de activiteiten (hennephandel en hennepkweek) door [medeverdachte 7] en de aldaar werkzame personen. 1.6. Conclusie 1.6.1. Grootschalige hennephandel vanuit [medeverdachte 7] Het hof stelt op basis van het voorgaande vast dat in de periode van 24 juni 2011 tot en met 21 november 2011 vrijwel dagelijks vanuit [medeverdachte 7] partijen hennep zijn verkocht, verstrekt, afgeleverd en/of vervoerd. Gelet hierop en op het gegeven dat ten behoeve van deze hennephandel een stashplaats werd onderhouden en men de beschikking had over een magazijn met een voorraad aan materialen, staat voor het hof vast dat het een grootschalige hennephandel betrof. Gezien de grootte van de plastic zakken gaat het hof – in navolging van de rechtbank – ervan uit dat er ongeveer 1 kilo hennep in een zak zat. Dit uitgangspunt vindt bevestiging in het gewicht van de zakken uit de twee sporttassen met hennep die op 30 september 2011 onder [medeverdachte 15] werden aangetroffen en waarvan het hof heeft vastgesteld dat deze waren afgenomen bij [medeverdachte 7] . In de grote tassen passen tussen de 20 en 30 zakken. Zo is op 28 juni 2011 gezien dat er ruim boven de 20 zakken in de tas werden gedaan, terwijl er op dat moment in de tas ook nog gevulde zakken zaten en is op 4 juli 2011 waargenomen dat er minstens 30 zakken in twee tassen werden gestopt. Voorts hebben de verbalisanten die de camerabeelden hebben bekeken, gerelateerd dat aan de manier van lopen was te zien dat de tassen zwaar waren. 1.6.2. Export naar Duitsland Het hof acht voorts bewezen dat in diezelfde periode meerdere grote partijen hennep zijn geëxporteerd naar Duitsland. Daartoe overweegt het hof dat, blijkens de cameraobservaties, [medeverdachte 7] in ieder geval acht keer is bezocht door de Duitsers [medeverdachte 14] en/of [medeverdachte 13] , beiden woonachtig in Hannover. Vrijwel alle keren maakten zij gebruik van een Mazda 626, voorzien van het Duitse kenteken [kenteken 2] , die destijds op naam stond van [medeverdachte 14] . De auto werd bij [medeverdachte 7] geladen met zwarte sporttassen, dozen en zakken, waarvan hiervoor is vastgesteld dat dit partijen hennep betroffen. Een dergelijke actie heeft onder meer plaatsgevonden op 30 juni 2011. De Mazda wordt die dag bij [medeverdachte 7] geladen met tassen en vertrekt aldaar om 12.33 uur. De Mazda is die dag vanaf 12.00 uur geobserveerd door verbalisanten. Zij zagen dat de Mazda om 14.08 uur bij Venlo de grens overging van Nederland naar Duitsland. Nu niet is gebleken dat de Mazda na het laden van de tassen bij [medeverdachte 7] op enig moment is uitgeladen voordat hij de grens overging, stelt het hof vast dat de lading hennep op 30 juni 2011 is geëxporteerd naar Duitsland. Het hof acht voorts voldoende aanwijzingen aanwezig dat ook de andere hennepleveringen aan [medeverdachte 14] en/of [medeverdachte 13] naar Duitsland zijn vervoerd. [medeverdachte 14] en [medeverdachte 13] waren immers vaste klant bij [medeverdachte 7] , er was steeds sprake van eenzelfde handelwijze en de partijen hennep werden geladen in een Duitse auto voor personen afkomstig uit Duitsland. Ook hierbij ging het om grote partijen hennep. Uitgaande van een voorzichtige schatting van 20 kilo per transport is er bij 8 transporten in ieder geval 160 kilo hennep geëxporteerd. 1.6.3. Rolverdeling tussen de verdachten Het hof stelt vast dat gebleken is van een duidelijke rolverdeling tussen [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 6] . Behalve [verdachte] en [medeverdachte 1] hielden alle verdachten zich bezig met sjouwwerkzaamheden; door hen werden dozen en tassen met hennep in- en uitgeladen en naar binnen gebracht bij [medeverdachte 7] en soms werd de hennep over verpakt. Zij waren ook degenen die partijen hennep hebben vervoerd en spullen ophaalden bij het magazijn aan de [adres 6] . [medeverdachte 3] heeft voorts zijn woning als stashplaats ter beschikking gesteld en [medeverdachte 4] heeft zich tevens met administratieve zaken beziggehouden, zoals het betalen van rekeningen voor de [adres 6] en het contact opnemen met nutsbedrijven. Met dit laatste heeft ook [medeverdachte 5] bemoeienis gehad. Het hof leidt verder uit de hele gang van zaken af dat [verdachte] en [medeverdachte 1] een leidinggevende rol hadden. Zoals gezegd, deden zij niet of nauwelijks sjouwwerkzaamheden, maar zij waren hierbij wel aanwezig en controleerden de hennep. Daarbij komt dat uit de tapgesprekken naar voren komt dat [medeverdachte 1] het salaris overmaakte, dat [verdachte] de mogelijkheid had om anderen te ontslaan en dat zij beiden opdrachten uitdeelden aan de anderen. Met betrekking tot dit laatste memoreert het hof dat [verdachte] naar aanleiding van een gesprek met een onbekend gebleven persoon regelde dat [medeverdachte 2] daar twee sporttassen ging ophalen, dat op zijn verzoek ‘een partij’ naar [medeverdachte 7] is gebracht door [medeverdachte 3] en dat [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 6] heeft opgedragen dat hij ‘samen met alles’ op een bepaald moment bij [medeverdachte 7] moest zijn. Dat [medeverdachte 1] en [verdachte] een leidinggevende rol hadden, volgt naar het oordeel van het hof eveneens uit het gegeven dat zij beiden eigenaar en algemeen directeur c.q. bestuurder waren van [medeverdachte 7] . Ten slotte wordt opgemerkt dat alle verdachten onderling veelvuldig telefonisch contact met elkaar hebben gehad over aan hennep gerelateerde zaken. Daarnaast hebben zij allen contact met afnemers gehad. Door de verdediging is betoogd dat het opzet op de uitvoer van hennep ontbreekt, zodat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken. Dat verweer slaagt niet. Alle verdachten, en meer bepaald verdachte, hebben contact gehad met de Duitse afnemers [medeverdachte 13] en [medeverdachte 14] die met hennep in hun Duitse auto bij [medeverdachte 7] vertrokken. Gezien de aard van de gedragingen en de omstandigheden waaronder deze zijn verricht heeft/hebben de verdachte(
- n)minst genomen voorwaardelijk opzet gehad, in die zin dat verdachte(
- n)zich willens en wetens heeft/hebben blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat de hennep naar Duitsland zou worden uitgevoerd. Gezien het vorenstaande is het hof van oordeel dat van iedere verdachte kan worden gezegd dat hij op meerdere momenten bezig is geweest met activiteiten die betrekking hadden op de hennephandel en de export van hennep naar Duitsland en dat hierbij sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen voornoemde verdachten. Ook de rechtspersoon [medeverdachte 7] wordt schuldig geacht aan dit feit; [medeverdachte 7] was immers het centrum van de hennephandel. In navolging van de rechtbank ziet het hof geen aanleiding om de bewezenverklaring voor de verdachten te beperken tot die dagen waarop zij zelf volgens de camerabeelden aanwezig waren bij [medeverdachte 7] . Uit de bewijsmiddelen komt immers naar voren dat de hennephandel niet beperkt was tot enkele dagen, maar dat sprake was van een continu proces met een komen en gaan van partijen hennep, leveranciers en afnemers, waarbij iedere verdachte gedurende de gehele periode op vele dagen achtereen betrokken was. Mede gezien de nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachten gaat het hof (met uitzondering van [medeverdachte 6] , die pas op 6 augustus 2011 in beeld komt) dan ook uit van een bewezenverklaring voor alle dagen waarop activiteiten zijn waargenomen in de periode van 24 juni 2011 tot en met 21 november 2011. 1.6.4. Eindconclusie Op basis van al hetgeen hierboven is aangehaald en overwogen, komt het hof – evenals de rechtbank – tot een bewezenverklaring van de feiten 1A en 1B. 2Hennepdrogerij en -kwekerijen Aan [medeverdachte 1] is in de zaak met parketnummer 02-984810-11 onder 3 – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van het opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken, in elk geval opzettelijk aanwezig hebben, van hennep. Het hof stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen bewezen kan worden verklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen. Ook indien het ten laste gelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, maar uit gedragingen die doorgaans met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht, kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn. Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. Voorts weegt het hof mee dat [medeverdachte 1] ten aanzien van de zaaksdossiers [zaakdossier 8] , [zaakdossier 9] en [zaakdossier 10] en de deelonderzoeken [zaakdossier 11] en [zaakdossier 12] niet inhoudelijk heeft verklaard en zich heeft beroepen op zijn zwijgrecht en derhalve geen aannemelijke, ontzenuwende verklaring heeft gegeven voor de hieronder weergegeven redengevende feiten en omstandigheden. Nu in de zaak tegen [verdachte] onder het kopje ‘4.6. Hennepteelt’ wordt verwezen naar de inhoud van de hieronder weergegeven zaaksdossiers en deelonderzoeken zal het hof de inhoud daarvan in het onderhavige arrest eveneens opnemen. 2.1. Zaaksdossier [zaakdossier 8] : hennepdrogerij [adres 7] Op 7 juni 2011 te 09.07 uur is de politie de woning aan de [adres 7] binnengetreden. Bij de doorzoeking van deze woning werd op de zolder een hennepdrogerij aangetroffen, waar in totaal ruim 29 kilo henneptoppen lagen te drogen. De eigenaar van deze woning was [medeverdachte 16] . In zijn verhoor op 20 april 2012 heeft [medeverdachte 16] verklaard dat hij de woning verhuurde aan [medeverdachte 17] , dat hij pas later erachter kwam dat in werkelijkheid de zoon van [medeverdachte 9] in deze woning woonde en dat [medeverdachte 1] hem heeft verteld in de woning een kwekerij/drogerij te hebben gemaakt. Verder verklaarde hij gebruik te maken van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] . De verklaring van [medeverdachte 16] vindt steun in een aantal tapgesprekken, gevoerd op 7 juni 2011 tussen [medeverdachte 1] en ene [medeverdachte 9] en tussen [medeverdachte 1] en een man die gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] . Het hof stelt op basis van de verklaring van [medeverdachte 16] vast dat hij laatstgenoemde persoon is geweest. Uit de tapgesprekken blijkt het volgende: Om 09.08 uur wordt [medeverdachte 1] gebeld door [medeverdachte 9] . [medeverdachte 9] zegt dat bij hen ‘de ooms’ van [medeverdachte 18] schijnen te zijn gekomen. Zij spreken af dat ‘hij’ moet zeggen: “ik weet niets van boven, ik verblijf hier”. Om 09.14 uur wordt [medeverdachte 1] opnieuw gebeld door [medeverdachte 9] . [medeverdachte 9] zegt dat ‘hij’ zegt dat zij vragen van wie het is. [medeverdachte 1] noemt de naam [medeverdachte 17] . Om 09.23 uur belt [medeverdachte 9] opnieuw met [medeverdachte 1] en stelt voor het aan de huisbaas te zeggen, zodat die zegt: “ik heb het aan [medeverdachte 17] gegeven”. Om 09.27 uur belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 16] . [medeverdachte 1] zegt: “waarschijnlijk is er een probleem daar bij jou aan de andere kant”, waarna hij de naam [medeverdachte 17] noemt. [medeverdachte 1] zegt verder: “als er iets gebeurt, dan zeg je dat je daar aan die man hebt verhuurd”. Het hof stelt vast dat de hierboven weergegeven gesprekken zijn gevoerd direct na het tijdstip waarop de woning aan de [adres 7] is binnengetreden. Uit de inhoud van deze gesprekken, in samenhang bezien met de verklaring van [medeverdachte 16] , leidt het hof af dat [medeverdachte 1] door [medeverdachte 9] op de hoogte werd gesteld van het binnentreden van de politie in voornoemde woning en dat zij vervolgens hebben afgesproken dat [medeverdachte 16] tegen de politie moest zeggen dat hij de woning heeft verhuurd aan [medeverdachte 17] . Dit heeft [medeverdachte 1] vervolgens doorgegeven aan [medeverdachte 16] , die in zijn verhoor de naam [medeverdachte 17] ook daadwerkelijk heeft genoemd. De verklaring van [medeverdachte 16] wordt ondersteund door het gegeven dat [medeverdachte 1] in zijn woning een huurovereenkomst tussen [medeverdachte 16] en [medeverdachte 17] bewaarde, voor de woning aan de [adres 7] . Deze huurovereenkomst is aangetroffen in een groene ordner waarin tevens bescheiden zijn aangetroffen die betrekking hebben op andere inmiddels ontmantelde hennepkwekerijen. In verband met dit laatste wordt verwezen naar hetgeen wordt aangehaald en overwogen onder de zaaksdossiers [zaakdossier 11] , [zaakdossier 10] en [zaakdossier 12] . Verder zijn er aantekeningen in de groene ordner onder de naam [medeverdachte 18] , over betalingen van salaris aan [medeverdachte 18] en: “Noot: op 08-06-2011 opgepakt” en “10-10-2011 kwam vrij”. Dit matcht met de inval, waarbij de Bulgaar [medeverdachte 18] werd aangehouden en op 10 oktober 2011 in vrijheid werd gesteld. Het hof gaat er dan ook vanuit dat met “ [medeverdachte 18] ” [medeverdachte 18] is bedoeld, waarbij [medeverdachte 18] de Turkse variant van de Bulgaarse naam [medeverdachte 18] is. Gezien het vorenstaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof – evenals de rechtbank – de verklaring van [medeverdachte 16] betrouwbaar en concludeert dat [medeverdachte 1] de drogerij in de woning aan de [adres 7] heeft opgezet en dat hij daarbij een regisserende dan wel sturende rol heeft gehad. Immers, op het moment van binnentreden in die woning werd [medeverdachte 1] gewaarschuwd, waarna hij anderen heeft opgedragen wat er verteld moest worden tegen de politie. Bij deze conclusie neemt het hof tevens in ogenschouw dat uit de gevonden bescheiden in de groene ordner blijkt dat [medeverdachte 1] een administratie voerde van meerdere hennepkwekerijen, in welke ordner ook de huurovereenkomst tussen [medeverdachte 16] en [medeverdachte 17] Salkov werd aangetroffen. Het hof merkt op dat andere personen eveneens zijn te linken aan de hennepdrogerij in de woning aan de [adres 7] – zoals [medeverdachte 9] en de personen die aanwezig waren in de woning op het moment van binnentreden – maar dat niet kan worden vastgesteld wat hun rol is geweest. Derhalve is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden om te kunnen concluderen dat sprake was van medeplegen. Op basis van het bovenstaande acht het hof bewezen dat [medeverdachte 1] zich schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van hennep in de woning aan de [adres 7] . 2.2. Zaaksdossier [zaakdossier 9] : hennepkwekerij [adres 10] Gedurende het onderzoek [zaakdossier 13] kwam naar voren dat [medeverdachte 1] op 22 en 23 juni 2011 meermalen telefonisch contact had met ene [medeverdachte 9] en met twee mannen die gebruik maakten van de telefoonnummers [telefoonnummer 4] respectievelijk [telefoonnummer 5] . In die gesprekken werd – kort samengevat – het volgende gezegd: Op 22 juni 2011: Om 19.06 uur belt [medeverdachte 1] naar een man die gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 4] . De man zegt dat het slecht gaat tussen hem en zijn zoon. Sinds een maand hebben ze ruzie met elkaar en zojuist vielen ze elkaar aan. Om 23.35 uur belt [medeverdachte 9] naar [medeverdachte 1] en zegt: “mijn schoonbroer en zijn vrouw. Die persoon zou hebben gezegd dat zij gelijk uit het huis moeten”. [medeverdachte 1] zal even bellen. Om 23.37 uur belt [medeverdachte 1] naar een man die gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 5] . De man zegt dat er slechte dingen zijn gebeurd en dat hij aan ‘die mensen’ gezegd heeft dat zij gelijk uit het huis moeten. Hij denkt dat zij wel een auto hebben. [medeverdachte 1] zegt hierop dat als er een probleem is, hij wel iemand zal sturen en ‘die’ laat ophalen. Om 23.39 uur belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 9] . [medeverdachte 1] zegt dat zij in hun auto kunnen stappen en deze kant op kunnen komen als zij een auto hebben. Verder vraagt hij hoeveel/hoe lang het daar is geworden, waarop [medeverdachte 9] zegt: “het was op de 5e of de 10e van de maand. Maar ze zijn aardig goed geworden!”. [medeverdachte 1] zegt: “Op de 10 van de maand waren ze …. Ze zijn dus over 6 denk ik”. [medeverdachte 9] zegt: “ze zijn over de 6 en zijn met 7 ‘begonnen’”. Hierna zegt [medeverdachte 1] : “laat ze naar deze kant komen. Hij neemt zijn vrouw en kinderen en hij komt”. Op 23 juni 2011: Om 00.33 uur wordt [medeverdachte 1] gebeld door de man die gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 4] . [medeverdachte 1] zegt dat hij met de zoon van de man heeft gebeld. [medeverdachte 1] zegt dat de zoon van de man naar die mensen gebeld zou hebben en tegen hen heeft gezegd dat zij daaruit moeten. [medeverdachte 1] zegt verder dat hij heeft gezegd tegen hen: “stappen jullie maar in de auto en kom maar naar deze kant” en dat zij hen 1 tot 2 dagen zullen ontvangen. Om 14.48 uur belt [medeverdachte 1] naar ene [betrokkene 2] en vraagt of ze momenteel een busje hebben. [betrokkene 2] zegt dat zij momenteel een Opel Movano hebben, waarop [medeverdachte 1] zegt: “je moet dat aan niemand geven, ik stuur iemand naar jou toe om het busje op te halen en zal het morgen terug brengen”. [betrokkene 2] zegt daarop: “is goed”. Om 15.03 uur wordt [medeverdachte 1] gebeld door [medeverdachte 4] . [medeverdachte 4] zegt: “wij zijn hier naar toe gekomen, er is een bus, ik zei tegen die jongen is goed, laat het dat busje zijn. Ik zei tegen hem dat er hier een ID is en dat wij altijd op zijn naam huren maar deze jongen zegt dat het perse niet kan”, waarop [medeverdachte 1] vraagt of hij die jongen mag spreken. [medeverdachte 4] geeft de telefoon aan [betrokkene 2] . [betrokkene 2] zegt dat hij zo net met [betrokkene 3] heeft gesproken en dat zij een kopie van het rijbewijs en handtekening van [medeverdachte 6] moeten hebben. Om 15.59 uur belt [medeverdachte 1] naar het telefoonnummer [telefoonnummer 3] , dat toebehoort aan [bedrijf] [medeverdachte 1] spreekt met [betrokkene 3] . [medeverdachte 1] zegt: “ik heb iemand daar naar jou gestuurd, daar is ene [betrokkene 2] en die vraagt om de gegevens van de bestuurder. Wij huurden vroeger op naam van iemand, kan het niet weer op dezelfde wijze?”. [betrokkene 3] zegt dat alles mogelijk is, maar dat als er problemen zijn [medeverdachte 1] wel voor de gevolgen moet inzien (het hof begrijpt: instaan). Dat is geen probleem, zegt [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] zegt dat het busje niet op naam moet worden gezet van de persoon die het busje komt ophalen, maar op naam van iemand anders. Later in het onderzoek is genoemde [medeverdachte 9] geïdentificeerd als [medeverdachte 9] , die ook [medeverdachte 9] wordt genoemd. Het telefoonnumm