GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Wrakingskamer registratienummer wraking 200.281.837/01 Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken, inzake de mondelinge en schriftelijke verzoeken tot wraking als bedoeld in artikel 8:16 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van 10 en 11 augustus 2020 in de zaak met kenmerk [kenmerk] van Stichting [stichting], gevestigd te [vestigingsplaats] , hierna te noemen: verzoekster dan wel de stichting, gemachtigde: [gemachtigde] , tegen de inspecteur van de Belastingdienst, in het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 4 juli 2019, nummer BRE [nummer] , betreffende de aan verzoekster met dagtekening 5 juli 2017 en 6 juli 2017 opgelegde naheffingsaanslagen motorrijtuigenbelasting, aanslagnummers [aanslagnummer 1] en [aanslagnummer 2] . strekkende tot wraking van mrs. J.W. van Rijkom, J. Platschorre en C.A.R.M. van Leuven, raadsheren in het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch - voorzitter en leden van de wrakingskamer - en mr. A.J. Anker, griffier. 1Het procesverloop 1.
- Op 10 augustus 2020 is ter zitting van de wrakingskamer behandeld het verzoek van de stichting tot wraking van mrs. V.M. van Daalen-Mannaerts, P.C. van der Vegt en M.M. de Werd, leden van de belastingkamer, belast met de behandeling van het hoger beroep van de stichting tegen de in aanhef genoemde uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Van deze mondelinge behandeling is proces-verbaal opgemaakt. 1.
- Blijkens dat proces-verbaal heeft de voorzitter, na schorsing en heropening van de zitting, het onderzoek ter zitting gesloten en medegedeeld dat direct uitspraak wordt gedaan. 1.
- Vervolgens heeft de wrakingskamer bij monde van zijn voorzitter het wrakingsverzoek afgewezen. Tijdens het mededelen van de gronden van de beslissing heeft de gemachtigde van de stichting de voorzitter onderbroken en medegedeeld de wrakingskamer te wraken. De voorzitter heeft daarop gerespondeerd dat dat niet mogelijk is omdat reeds uitspraak is gedaan en dat het wrakingsverzoek niet in behandeling wordt genomen. 1.
- Bij faxbrief van 11 augustus 2020 heeft de stichting “wederom” de wrakingskamer gewraakt “wegens zéér partijdig zijn aan de bv de Staat der Nederlanden.” 2De beoordeling van de ontvankelijkheid 2.
- Op grond van artikel 8:15 Awb kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. (curs. wrakingskamer) 2.
- Totdat een einduitspraak is gedaan, kan een verzoek tot wraking van de zittingsrechters - waaronder de wrakingskamer - worden gedaan. Volgens vaste rechtspraak, onder meer HR 2 november 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN2366 en Hof ’s-Hertogenbosch, 16 juli 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:2639 wordt een wrakingsverzoek dat is gedaan ná het uitspreken van de beslissing buiten behandeling gelaten: er is dan geen rechter meer die de zaak behandelt. Wraking van een griffier is überhaupt niet aan de orde nu de wet (het recht) slechts voorziet in de wraking van rechters. 2.3 Met de onder 1 weergegeven gang van zaken staat vast dat zowel het mondelinge wrakingsverzoek ter zitting als het schriftelijke wrakingsverzoek bij faxbrief van 11 augustus 2020 zijn gedaan nadat uitspraak is gedaan. De verzoeken worden daarom buiten behandeling gesteld en de stichting wordt niet-ontvankelijk verklaard in beide verzoeken. 3De beslissing Het hof (de wrakingskamer): verklaart de stichting zowel in haar mondelinge wrakingsverzoek ter zitting als het schriftelijke wrakingsverzoek niet-ontvankelijk; bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek tegen de belastingkamer; beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan de stichting en de raadsheren mrs. V.M. van Daalen-Mannaerts, (voorzitter), P.C. van der Vegt en M.M. de Werd. Deze beslissing is gegeven op 17 augustus 2020 door mrs. J.W. van Rijkom, J. Platschorre en C.A.R.M. van Leuven, in tegenwoordigheid van mr. drs. S.J. Willems-Ruesink als griffier en in het openbaar uitgesproken op 17 augustus 2020.