Parketnummer : 20-000497-18 Uitspraak : 18 maart 2020 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 30 januari 2018 in de strafzaak met parketnummer 01-865055-17 tegen: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , wonende te [adres] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep is: de verdachte vrijgesproken van het hem primair ten laste gelegde (poging tot doodslag); het subsidiair ten laste gelegde (poging tot zware mishandeling) bewezen verklaard; het bewezen verklaarde feit niet strafbaar verklaard en de verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging; de benadeelde partij [aangever ] niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding; met betrekking tot de kosten van partijen beslist dat elke partij de eigen kosten draagt; de teruggave gelast van het inbeslaggenomen mes en de inbeslaggenomen mobiele telefoon. De officier van justitie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het primair ten laste gelegde bewezen zal verklaren en verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren, waarvan 1 jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het inbeslaggenomen mes zal worden verbeurd verklaard. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij heeft de advocaat-generaal zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden toegewezen. Van de zijde van de verdachte is bepleit dat: verdachte dient te worden vrijgesproken van het hem primair ten laste gelegde (poging tot doodslag); verdachte een beroep toekomt op noodweer, subsidiair noodweerexces, waardoor verdachte in het geval van een bewezenverklaring dient te worden vrijgesproken/ ontslagen van alle rechtsvervolging; de benadeelde partij [aangever ] , gelet op het verweer dat strekt tot vrijspraak/ ontslag van alle rechtsvervolging, niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering tot schadevergoeding, dan wel dat deze vordering moet worden afgewezen vanwege culpa in causa aan de zijde van de benadeelde partij. Voorts is bepleit dat, voor het geval de verweren door het hof worden gepasseerd, de post ‘beschadigde trui’ dient te worden gematigd en dat de post ‘immateriële schade’ dient te worden afgewezen, aangezien deze posten onvoldoende zijn onderbouwd; het inbeslaggenomen mes niet verbeurd dient te worden verklaard, omdat er geen sprake is van enige relatie met het ten laste gelegde. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop het berust: A. met verbetering van de bewijsmiddelen; B. met aanvulling van de bewijsoverweging; C. met aanvulling van de overweging met betrekking tot de strafbaarheid van het bewezen verklaarde. A. Verbetering van de bewijsmiddelen Het hof verenigt zich met de in het vonnis gebezigde bewijsmiddelen, met uitzondering van de in het eerste bewijsmiddel, proces-verbaal van aangifte door [aangever ] d.d. 10 mei 2017, (op pagina 2 van het vonnis) opgenomen zin: “Ik zag dat hij op mij afgelopen kwam.” Deze zin komt te vervallen. B. Aanvullende overweging met betrekking tot de vrijspraak van het primair ten laste gelegde, de poging tot doodslag De advocaat-generaal heeft naar voren gebracht dat het primair ten laste gelegde, poging tot doodslag, wettig en overtuigend bewezen kan worden. Daartoe heeft hij aangevoerd dat verdachte aangever met een scherp en/of puntig voorwerp in zijn rug en in zijn zij heeft gestoken, waardoor aangever onder andere een klaplong heeft opgelopen. Door ongericht te steken op deze delen van het lichaam bestond de kans dat het hart, de lever en/of de milt van aangever geraakt zouden worden, hetgeen tot de dood van aangever had kunnen leiden. Daarnaast is de rechtbank er volgens de advocaat-generaal te makkelijk vanuit gegaan dat verdachte het letsel heeft toegebracht met een kurkentrekker, aangezien het dossier meerdere aanwijzingen bevat dat het een mes is geweest. Immers, toen de politie verdachte kort na het incident vroeg of hij een mes bij zich had, antwoordde verdachte dat hij dat meteen had weggelegd (dossierpagina 55). Verder heeft getuige [naam getuige] verklaard dat verdachte een mes in zijn hand had, aldus de advocaat-generaal. Afrondend heeft de advocaat-generaal gesteld dat in het midden kan blijven of er met een mes of met een kurkentrekker is gestoken en dat bewezen kan worden verklaard dat met een scherp en/of puntig voorwerp is gestoken. Het hof overweegt als volgt. Blijkens de medische verklaring in het dossier heeft aangever twee steekwonden in zijn rug, één steekwond op zijn bovenbeen en een klaplong opgelopen (dossierpagina 190). Het hof overweegt dat bij dergelijke verwondingen de kans op overlijden niet zonder meer aanmerkelijk is. Voorts is het hof van oordeel dat het dossier onvoldoende aanwijzingen bevat om met een voldoende mate van zekerheid aan te kunnen nemen dat verdachte tijdens het gevecht met aangever een mes heeft gebruikt. Getuige [naam getuige] heeft verklaard dat hij zag dat “[naam verdachte] met een mes of scherp voorwerp in zijn linkerhand stond” (dossierpagina 211). Hij weet niet of het op een mes leek. Het hof leest deze verklaring van de getuige zo, dat hij verdachte met een scherp voorwerp in zijn hand heeft zien staan, maar niet met zekerheid kan zeggen dat het een mes was. Ook het feit dat verdachte op de vraag van politieagent [naam politieagent] of hij een mes bij zich had, antwoordde dat hij dat meteen had weggelegd (dossierpagina 55), acht het hof onvoldoende doorslaggevend. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte hierover verklaard dat hij met de frase “dat hij dat meteen had weggelegd” uiteraard bedoelde te zeggen dat hij de kurkentrekker meteen had weggelegd. Bij gebrek aan doorslaggevende getuigenverklaringen die de verklaring van aangever dat verdachte een mes zou hebben gebruikt ondersteunen, gaat het hof uit van de verklaring van verdachte dat hij een kurkentrekker, zijnde een scherp en/of puntig voorwerp, heeft gebruikt en daarmee aangever in de rug heeft gestoken. Gelet op bovenstaande is het hof, anders dan de advocaat-generaal, met de rechtbank van oordeel dat uit de bewijsmiddelen niet zonder meer kan worden afgeleid dat de kans op overlijden van aangever aanmerkelijk was. Verdachte heeft aangever wel geslagen terwijl hij een scherp voorwerp in zijn hand had. Echter, hoe en met welke kracht verdachte het scherpe voorwerp heeft gehanteerd en in hoeverre het scherpe voorwerp geschikt was om dodelijk letsel toe te brengen – mede gelet op de plaats op het lichaam waar verdachte aangever heeft geraakt – is onvoldoende duidelijk geworden. Wel acht het hof, net als de rechtbank, de subsidiair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling wettig en overtuigend bewezen. C. Aanvullende overweging met betrekking tot de strafbaarheid van het feit De advocaat-generaal heeft naar voren gebracht dat verdachte geen beroep op noodweer toekomt, omdat niet voldaan is aan het proportionaliteitsvereiste en daarnaast culpa in causa van verdachte een geslaagd beroep op noodweer in de weg staat. Verdachte is in een escalerende situatie met een steekvoorwerp naar de woning van aangever gegaan. Daarbij komt dat de verdachte te weinig medicatie had ingenomen. Hij had daar, in de visie van de advocaat-generaal nooit aan de deur moeten staan en ondanks het feit dat aangever terug zijn woning inging en schreeuwde “ga weg!”, is verdachte blijven staan. Voorts is, volgens de advocaat-generaal, een geslaagd beroep op noodweerexces, niet aan de orde. Het hof overweegt als volgt. Het hof verenigt zich met het oordeel van de rechtbank omtrent het beroep op noodweer. De overweging van de rechtbank zal hieronder omwille van de leesbaarheid worden weergegeven. “De rechtbank heeft in haar overwegingen met betrekking tot de strafbaarheid van het feit de volgende omstandigheden betrokken:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.