Parketnummer : 20-003165-19 Uitspraak : 20 januari 2021 TEGENSPRAAK (art. 279 Sv) Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 15 oktober 2019 in de strafzaak met parketnummer 02-053132-19 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993, zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande. Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake diefstal veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken. Teens is beslist op de vordering van de benadeelde partij. Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de politierechter zal bevestigen, met uitzondering van de strafoplegging en de beslissing omtrent de vordering van de benadeelde partij [juwelier] en opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 weken en de vordering van de benadeelde partij [juwelier] integraal zal toewijzen tot een bedrag van € 1.864,95 met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f Wetboek van Strafrecht. Namens verdachte is een strafmaatverweer gevoerd en is bepleit dat het hof de vordering van de benadeelde partij [juwelier] niet-ontvankelijk zal verklaren conform de politierechter. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust, behalve voor wat betreft de beslissing op de vordering van de benadeelde partij [juwelier] en met aanvulling van de strafoverwegingen. Strafbaarheid van de verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde. Op te leggen sanctie In hoger beroep is namens de verdachte aangevoerd dat een geheel voorwaardelijke straf passend is gezien de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals deze ter terechtzitting in hoger beroep aan de orde zijn gekomen. Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een brutale diefstal van sieraden met een verkoopwaarde van € 4.000,-. Ten aanzien van de ernst van het bewezenverklaarde heeft het hof in het bijzonder gelet op: de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd; de omstandigheid dat diefstallen als deze gevoelens van onveiligheid bij het publiek en ondernemers teweeg brengen; de mate waarin het bewezenverklaarde feit heeft geleid tot financiële schade; de omstandigheid dat verdachte kennelijk slechts heeft gehandeld met het oog op persoonlijk financieel gewin. Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft het hof in het bijzonder gelet op de inhoud van het hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 3 november 2020, waaruit blijkt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake vermogensdelicten, waaronder winkeldiefstallen, en dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is. Naar het oordeel van het hof kan gelet op de ernst van het bewezenverklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de duur van vier weken zoals door de politierechter is opgelegd. De persoonlijke omstandigheden die de raadsman heeft aangevoerd, doen daar niet aan af. Vordering van de benadeelde partij [juwelier] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.864,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.