← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2021:1335

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team Handelsrecht zaaknummer 200.285.749/01 arrest van 4 mei 2021 gewezen in het incident ex artikel 225 Rv in de zaak van [[X]] Groenvoorzieningen B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , appellante in de hoofdzaak, eiseres in het incident, advocaat: mr. I. Stolting te Hoogerheide, gemeente Woensdrecht, tegen Stichting TBV (handelsnaam TBV Wonen), gevestigd te [vestigingsplaats] , geïntimeerde in de hoofdzaak, verweerster in het incident, advocaat: mr. M.M. de Cock te Tilburg, als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 16 februari 2021 in het hoger beroep van het door de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, onder zaaknummer C/02/371632 / KG ZA 20-213, gewezen vonnis in kort geding van 6 juli

  1. 5Het verloop van de procedure Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: - de antwoordakte van de zijde van [[X]] met productie
  2. Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. 6De beoordeling In het incident 6.
  3. Het hof heeft in zijn tussenarrest van 16 februari 2021 [[X]] in de gelegenheid gesteld te reageren op het uittreksel uit het handelsregister waaruit blijkt dat [persoon A] niet bevoegd is de vof te vertegenwoordigen. Op grond hiervan zou sprake zijn van een niet rechtsgeldige cessie en zou schorsing van de procedure niet aan de orde zijn. 6.
  4. [[X]] heeft bij antwoordakte aangevoerd dat [persoon A] uitdrukkelijk is gemachtigd om de vof te vertegenwoordigen in verband met de voorgenomen overeenkomst tot cessie. Daartoe wordt als productie 2 een algehele machtiging gedateerd op 20 december 2020 overgelegd waaruit volgt dat [persoon B] , die bevoegd is de vof te vertegenwoordigen, [persoon A] machtigt de vof te vertegenwoordigen in voorkomende gevallen. Voorts is vermeld dat de machtiging betrekking heeft op “een voorgenomen overeenkomst met [[X]] Groenvoorzieningen B.V. te [vestigingsplaats] , of diens dochtermaatschappijen”. 6.
  5. Het hof stelt vast dat er met het verzoek van [[X]] een grond voor een schorsing van de onderhavige procedure ex artikel 225 Rv aanwezig is. De betrekking waarin [[X]] het geding voerde, is met de cessie immers opgehouden. Uit productie 2 bij de antwoordakte en de toelichting daarop volgt dat [persoon A] bevoegd was de vof bij de cessie overeenkomst te vertegenwoordigen. Het hof zal gelet op het voorgaande de vordering in het incident toewijzen. Dit betekent dat de procedure is geschorst vanaf de datum van de akte ex artikel 225 Rv, zijnde 29 december
  6. 6.
  7. De beslissing over de proceskosten in het incident zal worden aangehouden tot de einduitspraak in de hoofdzaak. In de hoofdzaak 6.
  8. Omdat de procedure is geschorst, zal het hof de zaak na het uitspreken van dit arrest ambtshalve doorhalen. Het geding kan desgewenst op de voorgeschreven wijze bij exploot of, indien de andere partij daarmee instemt, bij akte ter rolle worden hervat in de stand waarin deze zich nu bevindt. Partijen stellen bij de hervatting opnieuw advocaat (artikel 227 lid 3 Rv). 7De beslissing Het hof: in het incident: wijst de vordering toe; houdt de beslissing over de proceskosten aan tot de einduitspraak in de hoofdzaak; in de hoofdzaak: stelt vast dat het geding is geschorst vanaf 29 december 2020; bepaalt dat de zaak nu ambtshalve wordt doorgehaald. Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, E.H. Schulten en J. Schoenmakers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 4 mei
  9. griffier rolraadsheer

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.