Parketnummer : 20-001560-20 Uitspraak : 17 juni 2021 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 13 juli 2020, in de strafzaak met parketnummer 01-075769-20 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991, wonende te [adres] Hoger beroep Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen. Door de verdediging is geen verweer gevoerd tegen de bewezenverklaring in het vonnis waarvan beroep, maar is uitsluitend een strafmaatverweer gevoerd Vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter. Tenlastelegging Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant van 13 juli 2020 heeft de officier van justitie gevorderd dat de tenlastelegging wordt gewijzigd in die zin dat in het onder 2 tenlastegelegde feit wordt weggehaald de zinsnede “zijnde een voorwerp als bedoeld in artikel 3, aanhef en sub a van de Regeling Wapens en Munitie” en dat daarvoor in de plaats wordt gesteld “(een Beretta, model 92)”. Genoemd proces-verbaal houdt niet in dat door de verdediging verweer is gevoerd tegen deze vordering. De politierechter heeft de vordering toegewezen en het onderzoek met toestemming van de verdediging aanstonds voortgezet. Het hof stelt echter vast dat de politierechter de wijziging niet heeft weergegeven in het vonnis onder het kopje ‘De tenlastelegging’ en voorts is de wijziging evenmin zichtbaar betrokken in de bewezenverklaring. Het hof zal daarom thans recht doen op grond van de gewijzigde tenlastelegging, hetgeen de politierechter - kennelijk abusievelijk - heeft nagelaten. Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - tenlastegelegd dat: 1.hij op of omstreeks 27 februari 2019 te Rosmalen, gemeente 's-Hertogenbosch, althans in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 1.528 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj), waaraan geen andere substanties waren toegevoegd en/of ongeveer 39,384 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hasjiesj en/of hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 2.hij op of omstreeks 27 februari 2019 te Rosmalen, gemeente 's-Hertogenbosch, althans in Nederland, een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een veerdrukwapen, dat voor wat betreft de vorm en afmeting een sprekende gelijkenis vertoont met een vuurwapen (een Beretta, model 92), voorhanden heeft gehad. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat: 1.hij op 27 februari 2019 te Rosmalen, gemeente 's-Hertogenbosch, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 1.528 kilogram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj), waaraan geen andere substanties waren toegevoegd en ongeveer 39,384 kilogram hasjiesj en/of hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II; 2.hij op 27 februari 2019 te Rosmalen, gemeente 's-Hertogenbosch, een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een veerdrukwapen, dat voor wat betreft de vorm en afmeting een sprekende gelijkenis vertoont met een vuurwapen (een Beretta, model 92), voorhanden heeft gehad. Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewijsmiddelen De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierna volgende bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd. Ten aanzien van de bewezenverklaarde feiten volstaat het hof, gelet op de bekennende verklaringen van de verdachte daaromtrent, met een opgave van de bewijsmiddelen conform het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering. Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft. Feit 1 de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep, inhoudende dat hij het eens is met de bewezenverklaring van feit 1 zoals opgenomen in het vonnis van de politierechter; het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] d.d. 16 april 2019; - het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van [verbalisant 2] d.d. 28 februari 2019; - het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 3] d.d. 21 november
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.