GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH Team familie- en jeugdrecht Uitspraak : 26 augustus 2021 Zaaknummer : 200.296.419/01 Zaaknummer 1e aanleg : C/01/369727 / JE RK 21-555 in de zaak in hoger beroep van: [de moeder] , wonende te [woonplaats] , verzoekster in hoger beroep, hierna te noemen: de moeder, advocaat: mr. M. de Maaré, tegen William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te [vestigingsplaats] , verweerster in hoger beroep, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI). Deze zaak gaat over de minderjarigen: - [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2017, te [geboorteplaats] ; - [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2019, te [geboorteplaats] . In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: de Raad voor de Kinderbescherming, regio: Oost-Brabant, locatie [locatie] , hierna te noemen: de raad. 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant, van 14 mei
- 2Het geding in hoger beroep 2.
- De moeder is in hoger beroep gekomen tegen voormelde beschikking. Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 29 juni 2021, en ter mondelinge behandeling van 12 augustus 2021, heeft de moeder het hof verzocht voormelde beschikking te vernietigen en opnieuw rechtdoende: - primair: een onderzoek ex 810a Rv te gelasten door een onafhankelijke instelling met bepaling dat de kosten hiervan voor ’s Rijks komen, dan wel een ander onderzoek te gelasten dat door de GI wordt uitgevoerd om te kijken wat de moeder de kinderen op dit moment kan bieden; en - subsidiair: het verzoek van de GI met betrekking tot de uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] af te wijzen. 2.
- De GI heeft bij verweerschrift het hof verzocht het door de moeder ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel af te wijzen en de beschikking waarvan beroep te bekrachtigen. 2.
- De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 12 augustus
- Bij die gelegenheid zijn gehoord: - de moeder, bijgestaan door mr. De Maaré; - de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI 1] en [vertegenwoordiger van de GI 2]. 2.3.
- Namens de raad is, met bericht van verhindering d.d. 19 juli 2021, geen vertegenwoordiger tijdens de mondelinge behandeling verschenen. 2.
- Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van: het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 4 mei 2021; het V6-formulier met bijlage van de advocaat van de moeder d.d. 29 juli
- 3De beoordeling 3.
- Ter mondelinge behandeling heeft de moeder benadrukt dat zij haar standpunten in hoger beroep handhaaft en niet berust in de uithuisplaatsing van de minderjarigen. Gelet echter op de (beperkte) periode waarop dit hoger beroep betrekking heeft, heeft zij haar hoger beroep ingetrokken. Dit ook mede gelet op het feit dat het verzoek van de GI inzake de verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing bij de rechtbank is ingediend en de mondelinge behandeling bij de rechtbank reeds is gepland op 10 september
- 3.
- Het hof maakt uit voormeld bericht op dat de grieven niet worden gehandhaafd. Dit brengt mee dat de moeder niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het verzoek in hoger beroep. 4De beslissing Het hof: verklaart de moeder niet-ontvankelijk in het verzoek in hoger beroep. Deze beschikking is gegeven door mrs. A.M. Bossink, C.N.M. Antens, E.L. Schaafsma-Beversluis en is op 26 augustus 2021 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.