GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team Handelsrecht zaaknummer 200.292.354/01 arrest van 28 september 2021 gewezen in het incident ex artikel 351 Rv in de zaak van 1 [appellant] ,wonende te [woonplaats] , 2. [appellante] ,wonende te [woonplaats] , opposanten in de hoofdzaak, eisers in het incident, hierna te noemen: [appellanten] , advocaat: mr. M.W. Dieleman te Middelburg, tegen 1 [geïntimeerde sub 1] ,wonende te [woonplaats] , 2. [geïntimeerde sub 2] ,wonende te [woonplaats] , geopposeerden in de hoofdzaak, verweerders in het incident, hierna te noemen: [geïntimeerden] , advocaat: mr. J. Ossewaarde te Middelburg, op het bij exploot van 15 maart 2021 ingeleide verzet tegen het onder nummer 200.278.298/01 bij verstek gewezen arrest van 9 februari 2021 tussen [appellanten] als geïntimeerden en [geïntimeerden] als appellanten. 1Het geding in verzet Het verloop van de verzetprocedure blijkt uit: de verzetdagvaarding in hoger beroep; de conclusie van eis tevens akte van depot van [appellanten] ; de akte van [geïntimeerden] ; de antwoordakte van [appellanten] ; de incidentele memorie houdende vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van [appellanten] ; de antwoordmemorie in het incident van [geïntimeerden] . Het hof heeft daarna een datum voor arrest in het incident bepaald. 2De beoordeling In het incident 2.1. Bij genoemd verstekarrest heeft het hof het tussen partijen gewezen vonnis van 31 december 2019 vernietigd en, opnieuw rechtdoende, [appellanten] hoofdelijk veroordeeld om binnen vier maanden na betekening van het verstekarrest het werk aan de toegangsweg Pompstation te [plaats] aan te (doen) vangen ter uitvoering van een van de maatregelen die zijn genoemd in paragraaf 6.4 van het in dat arrest onder 3.7 genoemde rapport van WegenAdviesBureau B.V. en om dit werk binnen zeven maanden na betekening van dat arrest te (doen) voltooien op straffe van verbeurte van een dwangsom. Dit verstekarrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. 2.2. [appellanten] vorderen in het incident schorsing van de tenuitvoerlegging van het verstekarrest. Zij voeren hiertoe onder meer aan dat aan de uitvoering van de werkzaamheden aan de weg aanzienlijke kosten zijn verbonden, die vooralsnog begroot zijn op € 30.000,-. Bovendien leidt uitvoering van de werkzaamheden tot een onomkeerbare situatie. Indien het verzet alsnog gegrond wordt verklaard en de vordering van [geïntimeerden] wordt afgewezen kunnen problemen ontstaan bij het verdelen van de kosten over partijen. [appellanten] hebben er dan ook belang bij dat voorkomen wordt dat zij mogelijk onnodige kosten maken die dan weer later verhaald moeten worden op [geïntimeerden] . Tot slot leiden [appellanten] uit de primaire vordering van [geïntimeerden] af dat zij de uitvoering van de werkzaamheden niet zeer spoedeisend achten. [geïntimeerden] hebben de incidentele vordering gemotiveerd bestreden. 2.3. Artikel 351 Rv bepaalt dat een hogere rechter op vordering van een partij alsnog de tenuitvoerlegging van een vonnis waartegen hoger beroep wordt ingesteld kan schorsen. In beginsel ziet dit artikel niet op schorsing van een in hoger beroep gewezen verstekarrest, waartegen verzet is ingesteld. Desalniettemin is het hof van oordeel dat art. 351 Rv op deze verstekzaak analoog van toepassing is. Door het instellen van het verzet, zal immers het vonnis van de eerste aanleg opnieuw beoordeeld moeten worden. 2.4. Bij de beoordeling van een incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging (artikel 351 Rv) heeft op grond van HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026 het volgende te gelden. a. Uitgangspunt is dat een uitgesproken veroordeling, hangende een hogere voorziening, uitvoerbaar dient te zijn en zonder de voorwaarde van zekerheidstelling ten uitvoer kan worden gelegd. Afwijking van dit uitgangspunt kan worden gerechtvaardigd door omstandigheden die meebrengen dat het belang van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand zolang niet op het door hem ingestelde rechtsmiddel is beslist, of diens belang bij zekerheidstelling, ook gegeven dit uitgangspunt, zwaarder weegt dan het belang van degene die de veroordeling in de ten uitvoer te leggen uitspraak heeft verkregen, bij de uitvoerbaarheid bij voorraad daarvan of bij deze uitvoerbaarheid zonder dat daaraan de voorwaarde van zekerheidstelling wordt verbonden. b. Bij de toepassing van de onder a genoemde maatstaf moet worden uitgegaan van de beslissingen in de ten uitvoer te leggen uitspraak en van de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen, en blijft de kans van slagen van het tegen die beslissing aangewende of nog aan te wenden rechtsmiddel buiten beschouwing, met dien verstande dat de rechter in zijn oordeelsvorming kan betrekken of de ten uitvoer te leggen beslissing(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.