GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team Handelsrecht zaaknummer 200.290.770/01 arrest van 12 oktober 2021 in de zaak van 1 [appellant 1] ,wonende te [woonplaats] ,
- [appellant 2],wonende te [woonplaats] ,
- [appellante 1],wonende te [woonplaats] ,
- [appellant 3], wonende te [woonplaats] ,
- [appellante 2], wonende te [woonplaats] ,
- [appellante 3], handelend voor zichzelf en in hoedanigheid van erfgename van [erflater 1], wonende te [woonplaats] ,
- [appellant 4] in hoedanigheid van erfgenaam van [erflater 1] , wonende te [woonplaats] ,
- [appellant 5] in hoedanigheid van erfgenaam van [erflater 1], wonende te [woonplaats] ,
- [appellant 6], wonende te [woonplaats] ,
- [appellante 4], wonende te [woonplaats] ,
- [appellante 5] , handelend voor zichzelf en in hoedanigheid van erfgename van [erflater 2], wonende te [woonplaats] , appellanten, advocaat: mr. W.G.M. Vos te Breda, tegen 1Arcen Spa Invest B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
- Rebel Beheer Zeeland B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
- Roompot Service B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] , geïntimeerden, advocaat: mr. M.H.J. Langerak te Amsterdam, als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 22 juni 2021 in het hoger beroep van het door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, onder zaaknummer C/02/348746 / HA ZA 18-571 gewezen vonnis van 9 september
- 5Het verloop van de procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenarrest van 22 juni 2021; de akte na tussenarrest van appellante sub 11 met een productie; de akte na tussenarrest van appellanten sub 6, 7 en 8 met een productie; de antwoordakte van geïntimeerden. Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. 6De verdere beoordeling 6.
- Bij genoemd tussenarrest heeft het hof appellanten sub 6, 7, 8 (naar aanleiding van het overlijden van [erflater 1] ) en 11 (naar aanleiding van het overlijden van [erflater 2] ) in de gelegenheid gesteld om een verklaring van erfrecht in het geding te brengen waaruit de rechtsopvolging blijkt. 6.
- Appellanten sub 6, 7 en 8 hebben een verklaring van erfrecht overgelegd waaruit volgt dat [erflater 1] de appellanten sub 6, 7 en 8 tot zijn enige erfgenamen heeft achtergelaten, ieder voor een/derde deel van zijn nalatenschap. 6.
- Uit de door appellante sub 11 overgelegde verklaring van erfrecht volgt dat zij enig erfgename van [erflater 2] is. 6.
- Geïntimeerden hebben zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. 6.
- Op grond van het vorenstaande is het hof van oordeel dat de oorspronkelijke, inmiddels overleden, procespartijen in eerste aanleg, [erflater 1] en [erflater 2] , rechtsgeldig zijn opgevolgd door appellanten sub 6, 7 en 8 respectievelijk appellante sub
- 7De uitspraak Het hof: verstaat dat appellanten sub 6, 7 en 8 de rechtsopvolgers van [erflater 1] zijn en appellante sub 11 de rechtsopvolgster van [erflater 2] ; verwijst de zaak naar de rol van 23 november 2021 voor memorie van grieven aan de zijde van appellanten. Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, E.H. Schulten en J.M.H. Schoenmakers en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 12 oktober
- griffier rolraadsheer