GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH Team familie- en jeugdrecht Uitspraak : 21 oktober 2021 Zaaknummer : 200.297.588/01 Zaaknummer 1e aanleg : C/03/292342 / JE RK 21-1041, C/03/292357 / JE RK 21-1047 en C/03/292354 / JE RK 21-1045 in de zaak in hoger beroep van: [de moeder] , wonende te [woonplaats], verzoekster in hoger beroep, hierna te noemen: de moeder, advocaat: mr. B.H.S. Brinkman, tegen Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg, Regio Zuid-Limburg, locatie [locatie], verweerster in hoger beroep, hierna te noemen: de Gecertificeerde Instelling (de GI). Deze zaak gaat over: [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats]. In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: de Raad voor de Kinderbescherming, regio Limburg, locatie [locatie], hierna te noemen: de raad. 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 24 juni 2021, uitgesproken onder voormelde zaaknummers. 2Het geding in hoger beroep 2.
- Bij beroepschrift van 16 juli 2021, met productie, ingekomen bij het hof op 21 juli 2021, heeft de moeder verzocht voormelde beschikking te vernietigen en opnieuw rechtdoende het verzoek van de GI voor zover het de machtiging uithuisplaatsing betreft van [minderjarige] af te wijzen, althans een voorziening te treffen die het hof in goede justitie vermeent te behoren. 2.
- De GI heeft op 26 augustus 2021 een verweerschrift ingediend en het hof verzocht de bestreden beschikking te bekrachtigen. 2.
- Het hof heeft voorts kennis genomen van: - het V6-formulier van de advocaat van de moeder van 1 oktober 2021, met bijlagen, ingekomen bij het hof op diezelfde datum; 2.
- De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 6 oktober
- Bij die gelegenheid zijn gehoord: - de moeder, bijgestaan door haar advocaat; - de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI]. 2.4.
- De raad is, met kennisgeving vooraf, niet tijdens de mondelinge behandeling bij het hof verschenen. 2.
- Het hof heeft de minderjarigen [minderjarige] in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken. [minderjarige] heeft hiervan gebruik gemaakt en op de mondelinge behandeling is door de moeder van [minderjarige] een door [minderjarige] geschreven brief overhandigd. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de voorzitter de inhoud van die brief voorgelezen. 3De beoordeling 3.
- Tijdens de mondelinge behandeling bij het hof heeft de advocaat van de moeder het door haar ingediende hoger beroep ingetrokken. De directe aanleiding hiervoor was dat de GI heeft aangegeven de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] niet meer ten uitvoer te zullen leggen binnen het verstrijken van de termijn van drie maanden, zoals bedoeld in artikel 1:265c BW lid
- De GI heeft geen bezwaar geuit tegen de intrekking. Het hof maakt hieruit op dat de grieven niet meer worden gehandhaafd. Dat betekent dat de moeder niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar verzoek in hoger beroep. 4De beslissing Het hof: verklaart de moeder niet-ontvankelijk in haar verzoek in hoger beroep. Deze beschikking is gegeven door mrs. A.M. Bossink, C.D.M. Lamers en A.M. van Riemsdijk en is op 21 oktober 2021 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.