GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH Team familie- en jeugdrecht Uitspraak: 18 november 2021 Zaaknummer: 200.297.757/01 Zaaknummer eerste aanleg: C/03/277912 / FA RK 20-1743 in de zaak in hoger beroep van: [de man] , wonende te [woonplaats] , verzoeker in hoger beroep, hierna te noemen: de man, advocaat: mr. C.C.J. van Pol, tegen [de vrouw] , wonende te [woonplaats] , verweerster in hoger beroep, hierna te noemen: de vrouw, advocaat: mr. R.M.J. Schoonbrood. 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht van 29 april 2021. 2Het geding in hoger beroep 2.1. De man is op 26 juli 2021 in hoger beroep gekomen van de beschikking van 29 april 2021 voor zover het de kinderalimentatie betreft. 2.2. Het hof heeft partijen bij brief van 3 augustus 2021 bericht dat, aangezien de beslissing van de rechtbank ten aanzien van de kinderalimentatie niet in het dictum is vermeld en de rechtbank iedere verdere beslissing heeft aangehouden, het hof eerst een mondelinge behandeling zal houden waar uitsluitend de ontvankelijkheid van het door de man ingestelde beroep aan de orde zal zijn. 2.3. Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen: - een V-formulier van de advocaat van de vrouw d.d. 22 september 2021. 2.4. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 11 oktober 2021. Bij die gelegenheid is gehoord: - mr. C.C.J. van Pol, namens de man. De vrouw en haar advocaat zijn, met kennisgeving vooraf, niet verschenen. 3De feiten 3.1. Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest. Uit het huwelijk van partijen zijn geboren: - [minderjarige 1] , op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats] ; - [minderjarige 2] , op [geboortedatum] 2003 te [geboorteplaats] ; - [minderjarige 3] , op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats] . Met ingang van mei 2020 woont [minderjarige 3] afwisselend een week bij de vrouw en een week bij de man. [minderjarige 2] en [minderjarige 1] wonen bij de vrouw. 3.2. Bij echtscheidingsbeschikking tussen partijen van 28 december 2017 heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, bepaald dat de man aan de vrouw als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen (hierna ook: de kinderalimentatie), met ingang van de dag van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand, € 700,- per maand dient te betalen. Daarnaast heeft de rechtbank bepaald dat de man aan de vrouw als bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud (hierna ook: de partneralimentatie) € 700,- (bruto) per maand dient te betalen. 3.3. In de bestreden beschikking van 29 april 2021 heeft de rechtbank in rov. 7.9. (pag. 11), overwogen, voor zover hier van belang: “(…) Derhalve is de uitkomst van dit onderdeel van het verzoek van de vrouw als volgt: De door de man aan de vrouw te betalen kinderbijdrage voor [minderjarige 3] , [minderjarige 2] en [minderjarige 1] is vast te stellen op: - een bedrag van € 399,- per kind per maand over de periode 8 januari 2018 tot 1 januari 2019; - een bedrag van € 407,- per kind per maand over de periode 1 januari 2019 tot 1 januari 2020; - een bedrag van € 333,- per kind per maand over de periode 1 januari 2020 tot [geboortedatum] 2020; en voor [minderjarige 2] en [minderjarige 1] : - een bedrag van € 389,- per kind per maand over de periode [geboortedatum] 2020 tot 1 januari 2021; - een bedrag van € 449,- per kind per maand vanaf 1 januari 2021; voor wat betreft de toekomstige termijnen telkens bij vooruitbetaling te voldoen. In afwachting van de beslissing over de partnerbijdrage wordt iedere verdere beslissing aangehouden.” 3.4. In de bestreden beschikking heeft de rechtbank vervolgens in rov. 8. beslist als volgt: “De rechtbank: 8.1. stelt de man in de gelegenheid te bewijzen dat partijen ten aanzien van de schriftelijke afspraken omtrent de partnerbijdrage bewust zijn afgeweken van de wettelijke maatstaven; 8.2. bepaalt dat partijen hun verhinderdata in de periode juni t/m augustus 2021 bij akte binnen 10 dagen na heden dienen in te dienen, waarna de rechtbank de dag van het verhoor van de getuige(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.