GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH Team familie- en jeugdrecht Uitspraak : 25 november 2021 Zaaknummer : 200.275.979/01 Zaaknummer 1e aanleg : C/01/352556 / FA RK 19-5422 in de zaak in hoger beroep van: [de moeder] , wonende te [woonplaats] , verzoekster in hoger beroep, hierna te noemen: de moeder, advocaat: mr. E.A.M. Ramakers, tegen Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidoost Nederland, locatie [locatie] , verweerder in hoger beroep, hierna te noemen: de raad. Deze zaak gaat over [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2005 te [geboorteplaats] . Als belanghebbende wordt aangemerkt: William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te [vestigingsplaats] , de gecertificeerde instelling, hierna te noemen: de GI. als vervolg op de beschikking van 5 augustus 2021. 5De beschikking van 5 augustus 2021 Het hof heeft het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) verzocht om te bemiddelen bij de benoeming van een onafhankelijke deskundige voor het verrichten van een onderzoek ter beantwoording van de in rechtsoverweging 3.8.6. vermelde onderzoeksvragen en het NIFP verzocht het hof uiterlijk 23 september 2021 te berichten. Voorts is bepaald dat partijen en belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld om te reageren op de voorlopig geformuleerde vragen van het hof en op de informatie van het NIFP, waarbij er bij het uitblijven van een reactie binnen deze termijn vanuit wordt gegaan dat partijen en belanghebbenden geen aanvullingen en/of bezwaren hebben. Iedere verdere beslissing is aangehouden. 6Het verdere verloop van het geding in hoger beroep 6.1. Het NIFP heeft op 23 september 2021 een voorstel gedaan voor een te benoemen deskundige. Het hof heeft de moeder, de GI en de raad in de gelegenheid gesteld om te reageren op voornoemd voorstel en de in de beschikking van 5 augustus 2021 geformuleerde onderzoeksvragen. 6.2. De GI heeft bij brief van 2 november 2021 bezwaar gemaakt tegen het onderzoek op de voet van artikel 810a Rv en daarbij uiteengezet welke hulpverlening en onderzoek er vanaf de uithuisplaatsing in maart 2018 reeds is ingezet. Verder heeft de GI aangegeven de kosten van het onderzoek niet te willen dragen. 6.3. De moeder heeft bij brief van 4 november 2021 aan het hof bericht dat zij akkoord gaat met de door het hof geformuleerde onderzoeksvragen. 6.4. De raad heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om een reactie in te dienen. 7De verdere beoordeling 7.1. Het hof gaat voorbij aan de inhoudelijke bezwaren zoals door de GI in de brief van 2 november 2021 uiteen zijn gezet. Het hof stelt voorop dat partijen en belanghebbenden enkel in de gelegenheid zijn gesteld om te reageren op de offerte van de voorgestelde deskundige en op de in de beschikking van 5 augustus 2021 door het hof geformuleerde onderzoeksvragen. Voor zover de GI bezwaar heeft tegen het onderzoek zelf, had het op de weg van de GI gelegen om deze bezwaren in een verweerschrift kenbaar te maken of uiterlijk tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep, tijdens welke gelegenheid de GI mondeling verweer heeft gevoerd. De GI was immers bekend met het door de moeder bij beroepschrift ingediende verzoek om een onderzoek op de voet van artikel 810a Rv te gelasten. Het hof heeft bij beschikking van 5 augustus 2021 reeds overwogen dat het op de weg van partijen en belanghebbenden ligt om eventuele verzoeken en/of standpunten tijdens de mondelinge behandeling nader aan de orde te stellen en hierop te reageren. Het hof handhaaft bovendien het oordeel ter zake het verzoek van de moeder in die beschikking. Immers, niet valt in te zien dat het belang van de kinderen zich verzet tegen een nader onderzoek van relatief korte duur. Voor zover de bezwaren van de GI zien op de kosten het onderzoek dan stelt de GI terecht vast dat deze kosten ten laste van de Staat zullen komen, bijzondere omstandigheden voorbehouden. 7.2. Het hof zal op voordracht van het NIFP drs. R.M. de Groot, gezondheidspsycholoog en kinder- en jeugdpsycholoog, domicilie kiezend te [plaats], kantoor NIFP, benoemen tot deskundige om onderzoek te doen naar de in rechtsoverweging 3.11.6 geformuleerde vragen. De deskundige heeft aangegeven dat zij daarbij zal worden geassisteerd door mevrouw [psycholoog], SKJ geregistreerd psycholoog. 7.3. De advocaat van de moeder dient de deskundige binnen 14 dagen nadat deze beschikking is gegeven te voorzien van afschriften van de processtukken. De deskundige dient eventuele nadere informatie die hij/zij nodig heeft en die geen deel uitmaakt van de processtukken, bij de advocaat van de moeder of bij de raad op te vragen. De partij die informatie verschaft dient een afschrift daarvan toe te zenden aan de (advocaat van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.