GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH Team familie- en jeugdrecht Uitspraak: 2 december 2021 Zaaknummer: 200.291.437/01 Zaaknummers eerste aanleg: 8372748 / OV VERZ 20-1610 & 8517654 / OV VERZ 20-3287 in de zaak in hoger beroep van: [verzoekster] , wonende te [woonplaats], verzoekster in hoger beroep, hierna te noemen: [verzoekster], advocaat: mr. B.P.A. van Beers, Als belanghebbende in deze zaak wordt aangemerkt: [de bewindvoerder] B.V., adres houdend te [postcode] [kantoorplaats], Postbus [postbus], (hierna te noemen: de bewindvoerder). 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Bergen op Zoom, van 9 december 2020, uitgesproken onder voormelde zaaknummers. 2Het geding in hoger beroep 2.
- Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 8 maart 2021, heeft [verzoekster] het hof verzocht voormelde beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het bewind op te heffen dan wel een andere bewindvoerder te benoemen. 2.
- De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 22 oktober
- Bij die gelegenheid zijn gehoord: mr. Van Beers; [betrokkene] namens de bewindvoerder. 2.2.
- [verzoekster] is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet op de mondelinge behandeling verschenen. 2.
- Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van: de brief met bijlagen van de advocaat van [verzoekster] d.d. 21 mei 2021; de brief met bijlage van de bewindvoerder d.d. 15 juli 2021; nadere stukken van de advocaat van [verzoekster], ingekomen op 23 juli 2021; het V8-formulier van de advocaat van [verzoekster] d.d. 30 juli
- 2.
- Na de mondelinge behandeling zijn er een aantal brieven ontvangen van de kant van [verzoekster] Het hof heeft [verzoekster] bij brief van 15 november 2021 laten weten dat deze brieven niet meer bij de beslissing worden betrokken.
- De beoordeling 3.
- Bij beschikking van 20 oktober 2015 heeft de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Bergen op Zoom, over de goederen die [verzoekster] als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren bewind ingesteld, met benoeming van [de bewindvoerder] B.V. tot bewindvoerder. 3.
- Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Bergen op Zoom, voor zover thans van belang, het verzoek van [verzoekster] tot benoeming van een andere bewindvoerder afgewezen. 3.
- [verzoekster] kan zich met deze beslissing niet verenigen en zij is hiervan in hoger beroep gekomen. 3.
- [verzoekster] voert in het beroepschrift - kort samengevat – het volgende aan. De kantonrechter heeft haar verzoek tot opheffing van het bewind dan wel tot wijziging van de bewindvoerder onterecht afgewezen. [verzoekster] is inmiddels in staat om zelfstandig haar financiën te beheren. De noodzaak voor een onderbewindstelling is niet langer aanwezig. [verzoekster] heeft bovendien geen vertrouwen in de bewindvoerder en evenmin in diens wijze van uitvoering van het bewind. 3.
- Het hof komt tot de volgende beoordeling. 3.5.
- Uit het beroepschrift en hetgeen door de advocaat namens [verzoekster] ter mondelinge behandeling naar voren is gebracht maakt het hof op dat [verzoekster] in hoger beroep haar verzoek (ten opzicht van de procedure in eerste aanleg) heeft vermeerderd, zij verzoekt nu namelijk primair om een opheffing van het bewind. 3.5.
- Bij brief van 15 juli 2021 heeft de bewindvoerder ambtshalve de beschikking van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 29 maart 2021 overgelegd. Uit deze beschikking blijkt dat het bewind over de goederen van [verzoekster] met ingang van 29 maart 2021 is opgeheven. Ter mondelinge behandeling heeft de advocaat verklaard dat [verzoekster], desondanks, haar hoger beroep wenst te handhaven. [verzoekster] is niet ter mondelinge behandeling verschenen en heeft haar standpunt niet nader toegelicht. 3.5.
- De vraag die voorligt is, nu het bewind reeds is geëindigd, of [verzoekster] nog een voldoende concreet belang heeft bij beoordeling van haar hoger beroep. Noch de advocaat, noch [verzoekster] zelf heeft zulk een concreet belang gesteld. Het hof zal de verzoeken in hoger beroep dan ook afwijzen. 4De beslissing Het hof: wijst de verzoeken van [verzoekster] in hoger beroep - om het bewind op te heffen dan wel een andere bewindvoerder te benoemen - af. Deze beschikking is gegeven door mrs. H. van Winkel, E.A.M. Scheij en A.M. Bossink en is in het openbaar uitgesproken op 2 december 2021 door mr. E.A.M. Scheij in tegenwoordigheid van de griffier.