Parketnummer : 20-002913-19 Uitspraak : 10 december 2021 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 6 september 2019, in de strafzaak met parketnummer 03-659334-13 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1969, wonende te [adres 1] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte door de rechtbank ter zake van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 98 dagen met aftrek van voorarrest. De rechtbank heeft voorts het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven. Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal bevestigen. De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Vonnis waarvan beroep Het hof kan zich op onderdelen niet met het beroepen vonnis verenigen. Om redenen van efficiëntie zal het hof evenwel het gehele vonnis vernietigen. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 3 september 2013 te Koningsbosch, in de gemeente Echt-Susteren, een of meer wapens van categorie III onder 1, te weten twee vuurwapens en/of een pepperspray-apparaat (allen) in de vorm van een pistool voor zover zij niet vallen onder de categorie II sub 2, 3, of 6 te weten: - een pistool merk Colt, serie 80 Mark IV, kaliber .45 ACP en/of - een pistool merk Tokarev, model TT 33 (kaliber 7,62 x 25) en/of - een pepperspray-apparaat, merk Piexon, model Guardian Angel II en/of munitie van categorie III, te weten 15 stuks kaliber .45 ACP volmantel patronen en/of 25 stuks kaliber 7,65 mm volmantel patronen, voorhanden heeft gehad. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 3 september 2013 te Koningsbosch wapens van categorie III onder 1, te weten twee vuurwapens en een pepperspray-apparaat in de vorm van een pistool voor zover zij niet vallen onder de categorie II sub 2, 3, of 6 te weten: - een pistool merk Colt, serie 80 Mark IV, kaliber .45 ACP en - een pistool merk Tokarev, model TT 33 (kaliber 7,62 x 25) en - een pepperspray-apparaat, merk Piexon, model Guardian Angel II en munitie van categorie III, te weten 15 stuks kaliber .45 ACP volmantel patronen en 25 stuks kaliber 7,65 mm volmantel patronen, voorhanden heeft gehad. Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewijsmiddelen 1. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 september 2013 (p. 49-50), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 1] , [verbalisant 2] en [verbalisant 3] : p. 49 Op 3 september 2013 waren wij, verbalisanten, belast met de doorzoeking van een woning gelegen aan de [adres 2] . Tijdens deze doorzoeking was ik, [verbalisant 3] , belast met de doorzoeking van een ruimte. Deze ruimte bevond zich op de eerste verdieping van de woning. Dit betrof de eerste ruimte aan de linkerzijde op de eerste verdieping, gezien vanuit het oogpunt dat je de trap op loopt. Ik zag dat in deze ruimte een 2-persoonsbed stond. In deze ruimte lag verder alleen een blauwe spijkerbroek. Verder stonden of lagen er in deze ruimte geen goederen. Ik zag dat deze ruimte was voorzien van twee ramen met daarvoor een houten vensterbank. Ik heb deze vensterbanken nader bekeken en bemerkte dat de vensterbank bij het eerste raam, die zich ter hoogte van het bed bevond, los lag. Ik heb deze vensterbank vervolgens opgetild en zag in de verborgen ruimte zakjes munitie liggen. Ik zag verder dat er een blauwe handdoek in deze ruimte lag. Nadat ik deze handdoek had opgetild, zag ik dat daar handvuurwapens lagen. Ik, [verbalisant 2] , heb de verdachte uitgelegd dat hij als verdachte werd aangemerkt ter zake overtreding van de Wet wapens en munitie. Ik, [verbalisant 2] , heb hem daarbij verteld dat hij niet tot antwoorden was verplicht. Ik, [verbalisant 2] , heb aan de verdachte gevraagd waar hij sliep. Wij, [verbalisant 2] en [verbalisant 1] , hoorden de verdachte zeggen: ‘Als je de trap op loopt, de eerste kamer links. Op de tweede kamer links slapen mijn ouders. Aan de andere kant zijn geen slaapkamers’. Verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1969 te [geboorteplaats] . 2. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 september 2013 (p. 33-34), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 4] : p. 33 Op 3 september 2013 werd binnengetreden in de woning aan de [adres 2] . Beslag: In de woning werden op de eerste etage in het eerste vertrek aan de linkerzijde voor in beslagneming vatbare goederen aangetroffen. Dit vertrek betrof de slaapkamer van bewoner [verdachte] . Deze goederen werden aangetroffen in de holle ruimte onder de vensterbank. De navolgende goederen zijn aangetroffen en in beslaggenomen. p. 34 - een niet doorgeladen vuurwapen Tokarev, kaliber 7.62x25; - een patroonhouder; - een niet doorgeladen vuurwapen .45 ACP; - een patroonhouder; - 1 plastic zakje munitie kaliber 7.65; - 1 plastic zakje munitie kaliber .45 ACP; - een pepperspraypistool. 3. Het proces-verbaal omschrijving wapens en munitie d.d. 17 september 2013 (p. 67-73), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 5] : p. 68 Op 11 september 2013 werden mij ter beoordeling enkele voorwerpen voorgelegd, welke op 3 september 2013 door medewerkers van de Politie Eenheid Limburg in beslag zijn genomen tijdens een doorzoeking. 1. Juridisch: (Pistool) Het op 3 september 2013 inbeslaggenomen voorwerp is een pistool van het merk Tokarev, model TT-33, kaliber 7.62 mm x 25mm. Het voorwerp is geschikt om projectielen door een loop af te schieten. De werking van het voorwerp berust op het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing. Derhalve is dit pistool een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3e, gelet op artikel 2, lid 1, categorie III onder 1e van de Wet Wapens en Munitie. Het vuurwapen valt niet onder categorie II, sub 2, 3 of 6 van de Wet Wapens en Munitie. Wapentechnisch: Het pistool ziet er goed onderhouden uit. Voor zover thans is vast te stellen functioneren alle onderdelen naar behoren. Het betreft een semi-automatisch wapen. Zowel single- als double-action. Bij het wapen werd een houder aangetroffen. Gevuld met 1 patroon. p. 70 2. Juridisch: (Pistool) Het op 3 september 2013 inbeslaggenomen voorwerp is een pistool van het merk Colt, Serie 80 Mark IV, kaliber .45 ACP. Het voorwerp is geschikt om projectielen door een loop af te schieten. De werking van het voorwerp berust op het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing. Derhalve is dit pistool een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3e, gelet op artikel 2, lid 1, categorie III onder 1e van de Wet Wapens en Munitie. Het vuurwapen valt niet onder categorie II, sub 2, 3 of 6 van de Wet Wapens en Munitie. Wapentechnisch: Het pistool ziet er goed onderhouden uit. Voor zover thans is vast te stellen functioneren alle onderdelen naar behoren en er ontbreken geen relevante onderdelen. Het betreft een semiautomatisch wapen. Zowel single- als double-action. Bij het wapen werd een houder aangetroffen. p. 71 3. Juridisch: (Pepperspray-pistool) Op 3 september 2013 werd inbeslaggenomen een Pepperspray-apparaat gelijkend op een pistool van het merk Piexon, Model Guardian Angel II. Het voorwerp is geschikt om weerloosmakende of traanverwekkende stoffen door een loop te schieten. De werking van het voorwerp berust op het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing. Derhalve is dit Pepperspray-pistool een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3e, gelet op artikel 2, lid 1, categorie III onder 1e van de Wet Wapens en Munitie. Het vuurwapen valt niet onder categorie II, sub 2, 3 of 6 van de Wet Wapens en Munitie. p.72 Wapentechnisch: Het pistool verkeert uiterlijk in een goede staat van onderhoud. Het betreft een dubbelloops pistool. Het pistool was voorzien van een magazijn met twee ladingen. De werking is double action (na het afschieten van de ene lading wordt automatisch overgeschakeld naar de lading in de andere loop). De ladingen bestaan uit een pyrotechnische aandrijving. Na ontsteking komt de stof oleoresin capsicum vrij hetgeen de weerloosmakende en/of traanverwekkende reactie veroorzaakt. Voor zover thans vast te stellen functioneren alle onderdelen naar behoren en er ontbreken geen relevante onderdelen. p. 73 Op 3 september 2013 werd inbeslaggenomen een hoeveelheid munitie van de merken MFS, 15 volmantel patronen en S&B, 25 volmantel patronen, respectievelijk met de kalibers .45 ACP en 7,65 mm. Het betreft munitie als bedoeld in artikel 1 onder 4e van de Wet Wapens en Munitie. Het gaat om munitie die niet valt onder categorie II. Derhalve betreft het munitie in de zin van artikel 2, lid 2, categorie III van de Wet Wapens en Munitie. 4. Het proces-verbaal van inverzekeringstelling d.d. 3 september 2013 (p. 53), voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte: Het klopt dat ik vuurwapens in mijn bezit had. Een vuurwapen had ik uit voorzorg in mijn bezit en het andere is van een kennis waar ik de kamer van heb opgeruimd. 5. Het proces-verbaal van verhoor d.d. 3 september 2013 (p. 56-57), voor zover inhoudende als weergave van het verhoor van de verdachte: p. 56 Het adres [adres 2] betreft mijn woonadres. Ik woon alleen op dat adres. p. 57 Het klopt dat ik vuurwapens in huis heb. Deze had ik van een kennis van mij geleend om mij te beschermen. Ik ben pas vrijgekomen uit detentie en ik heb onlangs vernomen dat men met mij wil afrekenen. Ik bedoel daarmee dat men mij wil vermoorden. Een van de wapens heb ik vanuit een huis van een vriend die in Maastricht woont meegebracht. Die vriend zit nu vast in Duitsland en de kamer moest leeggeruimd worden. De eigenaar van de kamer heeft mij gebeld en gezegd dat de kamer leeggeruimd moest worden. Ik heb dat gedaan en daar trof ik tussen de spullen dat vuurwapen aan. Ook trof ik een plastic ding aan waarvan ik u een tekening maak. Verder trof ik een zakje munitie aan. Wat is er met het andere wapen? Dat betreft een .45 pistool. Deze heb ik weer van iemand anders geleend om mijzelf te beschermen. 6. Het proces-verbaal van verhoor d.d. 4 september 2013 (p. 59-60), voor zover inhoudende als weergave van het verhoor van de verdachte: p. 59 Gisteren (het hof begrijpt: 3 september 2013) heb ik alles verklaard. Ik heb dat wapen, een .45, ongeveer 5 à 6 weken geleden van een vriend, waarvan ik de naam niet wil zeggen, geleend uit zelfbescherming. Ik was bang, ik had vernomen dat men mij wilde omleggen. Ook het verhaal dat ik gisteren heb verteld dat ik een huis van een vriend moest leeghalen en daar een wapen vond. Ik heb dat wapen ook bij mij in de woning gelegd. Ik heb het wapen de .45 in mijn slaapkamer in een verborgen ruimte onder de vensterbank neergelegd. p. 60 Dat andere wapen dat ik van mijn vriend uit zijn woning had meegenomen, had ik daar (het hof begrijpt: in een verborgen ruimte onder de vensterbank) ook neergelegd. Verder heb ik daar (het hof begrijpt: in een verborgen ruimte onder de vensterbank) nog munitie liggen. 7. Het proces-verbaal van verhoor d.d. 5 september 2013 (p. 61-65), voor zover inhoudende als weergave van het verhoor van de verdachte: p. 62 V: Heb je nog een voorwaardelijke straf open staan? A: Ik ben destijds veroordeeld voor 14 jaar en 9 maanden gevangenisstraf. Ik ben veroordeeld samen met mijn schoonbroer, [medeverdachte] . [medeverdachte] is momenteel ook uit detentie en is ernstig mishandeld geworden. Dit was een represaille vanuit de slachtoffers. Ik heb gehoord dat ze mij ook willen aanpakken. Ik ben nu doodsbang dat mij dat ook gaat gebeuren. Derhalve heb ik mij voorzien van een vuurwapen. V: Wat voor een vuurwapen heb je aangeschaft? A: Dit was een pistool. Ik weet dat er .45 op stond. V: Hoeveel patroonhouders en patronen zaten daarbij? A: Er zat 1 patroonhouder bij en een zakje met patronen. V: Hoe ben je aan dit vuurwapen gekomen? A: Via een kennis van mij. Ik heb het geleend. V: In welke toestand heb je het vuurwapen weggelegd. A: Ik weet zeker dat die niet was doorgeladen. V: Heb je het zakje met .45 patronen wel eens geopend? A: Ja, ik heb het zakje wel eens geopend en de patronen bekeken. V: Je hebt verklaard dat je het andere vuurwapen hebt gevonden in een woning in Maastricht van een vriend die in Duitsland vast zit. A: Ja, dat klopt en van wie dat wapen is wil ik niet zeggen. V: Wat is dit voor vuurwapen? A: Dit is een pistool. p. 62/63 V: Hoeveel patroonhouders zaten bij dit wapen? A: 1 patroonhouder. Die zat al in het wapen. p. 63 V: Hoeveel patronen zaten bij dit wapen? A: Ik geloof 1 patroon. Ook dit wapen was niet doorgeladen. Ik heb daar ook nog een zakje patronen bij gevonden. Ik heb deze patronen bekeken maar zag dat deze kleiner waren dan de patroon die in het wapen zit. V: Hoelang heb je dit wapen nu in je bezit? A: Dit is ongeveer 2 à 3 weken. V: Wanneer heb je dat andere pistool (het hof begrijpt: pistool met kaliber .45) geleend? A: Dat is 5 à 6 weken geleden. V: We hebben in jouw woning ook nog een ander wapen (het hof begrijpt: een pepperspray-apparaat) aangetroffen. Weet je wat dat is? A: Nee, ik heb die ook in Maastricht gevonden. V: Waar had je al deze wapens verstopt? A: Ik had die verstopt onder de vensterbank in een verborgen ruimte. V: Op welke kamer was dit? A: Dit was op mijn slaapkamer. Dit betreft de eerste kamer aan de linkerzijde. V: Waarom lagen die wapens aldaar? A: Ik wilde dat niemand de wapens zag liggen bij mij. V: Alle genoemde wapens en munitie zijn in Nederland verboden voorhanden te hebben. A: Ja, dat wist ik. Ik erken ook dat ik me daar schuldig aan heb gemaakt. Bewijsoverwegingen De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd. De verdediging heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. Immers, de verdachte heeft een alternatief scenario naar voren gebracht dat niet als hoogst onwaarschijnlijk en/of volstrekt onaannemelijk terzijde geschoven kan worden en dat niet wordt uitgesloten door de bewijsmiddelen in het dossier. De verdachte heeft immers zijn verklaring dat de wapens en de munitie van hem waren ingetrokken. Destijds waren de ouders van de verdachte bij hem op vakantie en logeerden in de woning te Koningsbosch. Het is zijn vader geweest die de wapens en de munitie heeft aangeschaft. De verdachte heeft wel de tas met daarin de wapens en de munitie voorafgaand aan de tenlastegelegde datum gezien. Hij heeft toen tegen zijn vader gezegd dat hij die voorwerpen weg moest doen. Nadien heeft de vader van de verdachte tegen de verdachte gezegd dat hij de wapens en de munitie had weggedaan. Verdachtes vader had echter zonder medeweten van de verdachte de wapens en de munitie in de woning verstopt. De verdachte wist niet beter dan dat zijn vader de wapens en de munitie uit de woning had verwijderd. Gelet hierop kan niet worden vastgesteld dat de verdachte op 3 september 2013 wetenschap en beschikkingsmacht had over de wapens en de munitie. De verdachte heeft dit verhaal pas kunnen vertellen nadat zijn ouders weer vertrokken waren naar Turkije. Hij wilde zijn vader niet belasten. Voorts heeft de verdediging naar voren gebracht dat niet gesproken kan worden van een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM. De vader en de moeder van de verdachte zijn in het kader van een rechtshulpverzoek aan Turkije door een Turkse rechter buiten aanwezigheid van het openbaar ministerie en de verdediging in Turkije gehoord. Een later verzoek van de rechter-commissaris om de getuigen opnieuw te horen is door de Turkse autoriteiten afgewezen in verband met de gezondheidstoestand van de getuigen. De vader en de moeder van de verdachte waren echter bereid om in Nederland nogmaals een verklaring af te leggen, doch het openbaar ministerie heeft destijds kenbaar gemaakt dat de vader van de verdachte dan in Nederland als verdachte zou worden aangehouden. Het openbaar ministerie heeft hierdoor de waarheidsvinding gehinderd door geen vrijgeleide te bieden. Een en ander zou gecompenseerd kunnen worden door dit te betrekken in de weging van de mate van overtuiging dan wel twijfel dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde, aldus de verdediging. Het hof overweegt als volgt. Doorzoeking op 3 september 2013 Op 3 september 2013 heeft in de woning van de verdachte, gelegen aan de [adres 2] , een doorzoeking plaatsgehad. Op de eerste verdieping in de eerste ruimte aan de linkerzijde zijn wapens en munitie aangetroffen. Het gaat om een pistool (merk Colt kaliber .45 ACP), een pistool (merk Tokarev kaliber 7,62 x 25mm), een pepperspray-apparaat (merk Piexon), 15 volmantel patronen (kaliber .45 ACP) en 25 volmantel patronen (kaliber 7,65 mm). De munitie zat in twee aparte plastic zakjes. Ook zijn er twee patroonhouders aangetroffen. De wapens en de munitie zijn aangetroffen in voornoemde ruimte, in een verborgen ruimte onder de vensterbank. Ten tijde van de doorzoeking op 3 september 2013 heeft de verdachte verklaard dat hij op de eerste verdieping, in de eerste kamer aan de linkerzijde sliep en dat zijn ouders op de tweede kamer links sliepen. Verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 7] hebben gerelateerd dat zij op 3 september 2013 in voornoemde woning op de eerste verdieping de tweede ruimte aan de linkerzijde – gezien vanuit het oogpunt dat men de trap op loopt – hebben doorzocht. [verbalisant 6] en [verbalisant 7] zagen dat in die ruimte twee eenpersoonsbedden tegen elkaar stonden. Op de grond lagen twee reiskoffers. [verbalisant 6] heeft één van de koffers geopend en zag dat daarin schoeisel voor een vrouwelijk persoon lag. Verbalisant [verbalisant 8] heeft gerelateerd dat hij vanaf het moment van binnentreden in de betreffende woning – tot het moment dat de verdachte in de woonkamer werd afgezonderd van zijn ouders – voortdurend met de verdachte en diens ouders in de keuken heeft gezeten. Voorts heeft verbalisant [verbalisant 8] – evenals verbalisant [verbalisant 2] – gerelateerd dat in hun bijzijn tussen de verdachte en diens ouders geen gesprekken werden gevoerd. Verklaringen van de verdachte Op 3 september 2013 heeft de verdachte in het kader van de inverzekeringstelling verklaard dat het klopt dat hij wapens in zijn bezit had. De verdachte heeft tijdens zijn eerste verhoor – op 3 september 2013 – bij de politie ook verklaard dat hij vuurwapens in zijn huis had, dat hij een wapen – het .45 pistool – van een kennis had geleend teneinde zich te beschermen en dat het andere wapen afkomstig was van het leegruimen van een kamer van vriend die in Maastricht woonde. Op 4 september 2013 heeft de verdachte tegenover de politie zijn eerder afgelegde verklaringen herhaald en bevestigd. Het .45 wapen heeft de verdachte ongeveer 5 à 6 weken geleden ter zelfbescherming van een vriend gekregen. De verdachte heeft verklaard dat hij dit wapen in zijn slaapkamer in een verborgen ruimte onder de vensterbank heeft neergelegd. Het andere wapen en de munitie heeft de verdachte ook in de ruimte onder de vensterbank gelegd. De verdachte heeft bij de politie op 5 september 2013 verklaard dat er 1 patroonhouder en een zakje patronen bij het door hem geleende pistool met daarop .45 zat. De verdachte wist zeker dat dit wapen niet was doorgeladen. Over het andere wapen heeft de verdachte verklaard dat het een pistool betrof en dat hij dat wapen – zoals hij eerder had verklaard – in een woning van een vriend in Maastricht heeft aangetroffen. Bij dit wapen zat 1 patroonhouder. Gevuld met 1 patroon. Dit wapen was evenmin doorgeladen. De verdachte had dit wapen ongeveer 2 à 3 weken in zijn bezit. Voorts heeft de verdachte verklaard dat hij alle wapens had verstopt in zijn slaapkamer, onder de vensterbank in een verborgen ruimte. Op 6 september 2013 heeft de verdachte – blijkens het proces-verbaal van verhoor van verdachte toetsing rechtmatigheid van de inverzekeringstelling en de vordering tot inbewaringstelling – ten overstaan van de rechter-commissaris verklaard dat hij de wapens heeft ter zelfbescherming. Blijkens het proces-verbaal van het onderzoek der raadkamer van 19 september 2013 – verband houdende met de vordering tot gevangenhouding – heeft de verdachte bekend dat hij een vuurwapen in huis heeft gehaald. Op 24 oktober 2013 heeft de verdachte – ten overstaan van het hof tijdens het hoger beroep tegen het bevel gevangenhouding – verklaard dat hij de wapens van een vriend heeft geleend, omdat hij vreesde voor zijn eigen veiligheid. Voorts heeft de verdachte verklaard dat hij dom is geweest om de wapens in huis te halen. Op 15 november 2013 – tijdens een zitting bij de rechtbank Oost-Brabant betreffende de vordering tot achterwege blijven van de voorwaardelijke invrijheidstelling van de verdachte in het kader van diens eerdere veroordeling – heeft de verdachte naar voren gebracht dat hij de verklaring die hij eerder heeft afgelegd intrekt. Op voornoemde terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat de aangetroffen wapens niet van hem zijn en dat zijn vader buiten zijn medeweten om de wapens heeft aangeschaft. Een kennis van verdachtes vader had de wapens gebracht. Op het moment dat de verdachte de wapens zag, heeft hij tegen zijn vader gezegd dat hij de wapens terug moest brengen. De verdachte wist niet waar de wapens waren verstopt. Zijn moeder wist wel dat de wapens in de vensterbank lagen. Met het afleggen van zijn eerdere verklaring(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.