GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH Wrakings- en verschoningskamer registratienummer wraking/verschoning 200.295.773/01datum beslissing 22 juni 2021 Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van een verschonings-verzoek op het schriftelijke verzoek zich te mogen verschonen als bedoeld in artikel 40 Rv van mr. [verzoeker] (hierna: verzoeker), raadsheer bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch , Team Handelsrecht, belast met de behandeling van de zaak met zaaknummer 200.215.345/01 (hierna: de hoofdzaak) van de rechtspersonen naar Duits recht [onderneming 1] AG, gevestigd te [vestigingsplaats] , [onderneming 2] AG, gevestigd te [vestigingsplaats] , [onderneming 3] GmbH, gevestigd te [vestigingsplaats] , [onderneming 4] GmbH (rechtsopvolger van [onderneming 20] GmbH), gevestigd te [vestigingsplaats] , [onderneming 5] GmbH, gevestigd te [vestigingsplaats] , [onderneming 6] GmbH, gevestigd te [vestigingsplaats] , [onderneming 7] AG, gevestigd te [vestigingsplaats] , appellanten, advocaat: mr. R. Meijer, tegen 1 [onderneming 8] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] ,
- [onderneming 9] Groep B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , de rechtspersonen naar Duits recht
- [onderneming 10] KG, gevestigd te [vestigingsplaats] ,
- [onderneming 11] GmbH, gevestigd te [vestigingsplaats] ,
- [onderneming 12], gevestigd te [vestigingsplaats] , advocaat: mr. J.K. de Pree, de rechtspersoon naar Spaans recht
- [onderneming 13] SA, gevestigd te [vestigingsplaats] , de rechtspersoon naar Frans recht
- [onderneming 14] SA, gevestigd te [vestigingsplaats] , de rechtspersoon naar Luxemburgs recht
- [onderneming 15] SA, gevestigd te Luxemburg, advocaat: mr. W. Heemskerk, de rechtspersonen naar Duits recht
- [onderneming 16] GmbH, gevestigd te [vestigingsplaats] ,
- [onderneming 17], gevestigd te [vestigingsplaats] , advocaat: mr. F.C.H.M. van der Stap, de rechtspersoon naar Italiaans recht
- [onderneming 18] S.P.A., gevestigd te [vestigingsplaats] , advocaat: mr. C. Jeloschek, de rechtspersoon naar buitenlands recht
- [onderneming 19] S.A., gevestigd te [vestigingsplaats] (Portugal), advocaat: mr. Th.J. Bousie, geïntimeerden. 1Het procesverloop 1.
- In de hoofdzaak heeft op 26 april 2021 een comparitie van partijen plaatsgevonden, waarna de behandelend kamer arrest heeft bepaald. Verzoeker maakt deel uit van de behandelend kamer. 1.
- Verzoeker heeft bij e-mail van 14 juni 2021 op de voet van artikel 40 Rv een schriftelijk verzoek ingediend bij de verschoningskamer. 1.
- De verschoningskamer is van oordeel dat een mondelinge behandeling achterwege kan blijven en beslist als hierna volgt. 2De motivering 2.
- Verzoeker heeft aangevoerd, kort weergegeven, dat hij in [plaats] woont, actief is in een wijkvereniging daar en overweegt tot het bestuur van die vereniging toe te treden. De wijkvereniging spant zich er onder meer voor in om het aantal openbaarvervoerbussen dat door de wijk rijdt te reduceren en de overlast die de bussen veroorzaken te verminderen. Arriva verzorgt busvervoer in [plaats] . [onderneming 1] AG, één van de procespartijen in de hoofdzaak, is volgens verzoeker een (indirecte) moedermaatschappij van Arriva. Verzoeker is van plan om namens de wijkvereniging met een brief [onderneming 1] aan te spreken op haar maatschappelijke verantwoordelijkheid, met het verzoek de directie van Arriva te vragen de problemen met de bussen op te lossen. Het voorgaande vormt volgens verzoeker evenwel geen enkel beletsel om in de hoofdzaak onpartijdig en zonder vooringenomenheid te kunnen beslissen. Verzoeker ziet dan ook geen reden zich te verschonen. [onderneming 1] is immers een zeer grote onderneming die relaties heeft met miljoenen consumenten, evenals de grote banken, de NS, de gemeenten, de nutsbedrijven, de waterschappen, de drinkwaterbedrijven, de Belastingdienst, enz. Verzoeker ziet de lopende contacten met Arriva (en [onderneming 1] ) ook niet als een conflict, maar als een dialoog over de situatie en het welzijn in de wijk, aldus verzoeker. Hij heeft onderhavig verzoek alleen ingediend om volledige openheid van zaken te geven en het oordeel van de verschoningskamer te vernemen. Voor het geval de verschoningskamer daartoe wel gronden ziet, verzoekt verzoeker zich te mogen verschonen. 2.
- Indien een rechter van mening is dat er sprake is van feiten en omstandigheden waardoor zijn rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, kan de rechter op grond van artikel 40 Rv verzoeken zich te mogen onttrekken aan een hem toebedeelde zaak. Het is aan de rechter zelf om wel of geen gebruik te maken van deze bevoegdheid. De regeling van artikel 40 Rv is er naar het oordeel van de verschoningskamer niet voor bedoeld om een rechter die van mening is dat er géén sprake is van feiten en omstandigheden die kunnen doen twijfelen aan zijn rechterlijke onpartijdigheid, die mening door de verschoningskamer te laten toetsen, bij wege van voorwaardelijk verschoningsverzoek. Evenmin is een verschoningsverzoek bedoeld om de door verzoeker gewenste openheid van zaken te geven; mocht de rechter daartoe aanleiding zien dan kan dat bij brief aan de raadslieden die zich vervolgens kunnen beraden over een evt. wrakingsverzoek. De rechter die erover aarzelt of hij wel of niet een verschoningsverzoek zal indienen kan zich wenden tot de 'Wraakbaak' van het hof, de raadsheer (mr. [raadsheer] ) aan wie advies kan worden gevraagd in kwesties die de rechterlijke onpartijdigheid raken. 2.
- Gelet op het voorgaande zal verzoeker in de gelegenheid worden gesteld zich erover te beraden of hij het voorwaardelijk verzoek tot verschoning al dan niet wenst te handhaven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 3De beslissing Het hof: stelt verzoeker in de gelegenheid zich binnen twee weken na de uitspraak van deze beslissing erover uit te laten of hij het voorwaardelijk verzoek wenst te handhaven; houdt iedere verdere beslissing aan. Deze beslissing is gegeven door mrs. J.W. van Rijkom, T.A. Gladpootjes en J. Platschorre en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2021.