GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH Team Handelsrecht zaaknummer 200.254.865/01 arrest van 16 maart 2021 in de zaak van [appellant] , wonende te [woonplaats] , appellant, verder: [appellant] , advocaat: mr. J.M.E. Hamming te Drachten, tegen: 1 [geïntimeerde 1] , 2. [geïntimeerde 2] , beiden wonende te [woonplaats] , geïntimeerden, verder: [geïntimeerden] , advocaat: mr. J. Bolt te Groningen, in het geding na verwijzing door de Hoge Raad bij arrest van 25 januari 2019 (ECLI:NL:HR:2019:96) en in vervolg op de tussenarresten van 27 augustus 2019 en 7 januari 2020. 8Het verdere procesverloop In het laatste tussenarrest heeft het hof een deskundige benoemd voor onderzoek naar de omvang van de schade. De deskundige heeft zijn onderzoek uitgevoerd (rapport van 6 augustus 2020). Partijen hebben zich hierover uitgelaten bij memorie na deskundigenbericht (memories van 22 september 2020 en 16 oktober 2020). 9De verdere beoordeling 9.1 Het hof heeft de volgende vragen aan de deskundige ing. Muis voorgelegd: Kunt u op basis van de arresten van het hof Arnhem-Leeuwarden (afgezien van de begroting van de schade) vaststellen welke schade – door het gebruik door of vanwege [appellant] in de periode februari-juni 2010 bij het weghalen van de bomen – is ontstaan op het punt van de breukvorming in het met beton verharde deel van het pad en op het vergelijkbare punt van taludverzakking? Hoe moet deze schade worden hersteld? Welk bedrag is naar uw oordeel gemoeid met het herstel van de door u vastgestelde schade? Is er na herstel een verbetering ten opzichte van de in het verleden, voor de afvoer van de bomen, aanwezige situatie? Zo ja, kunt u de waarde van deze verbetering vaststellen? Wat acht u verder nog van belang om op te merken? 9.2 De deskundige heeft de schade aan het betonpad, en de door hem voorgestelde wijze van herstel, als volgt beschreven: - Schade: kleine, smalle scheuren overdwars, totaal 60 strekkende meter Herstel: uitfrezen en invoegen en afwerken met uitvlakmortel - Schade: grote brede scheuren overdwars/grote stukken afgebroken beton op zeven plaatsen, totaal 30 strekkende meter Herstel: puin verwijderen, bekisting aanbrengen, wapening aanbrengen, beton storten en afwerken - Schade: scheuren in de lengte van het pad, totaal 128 strekkende meter Herstel: wapening aanbrengen, en invoegen en afwerken met uitvlakmortel - Schade: afgebroken en daardoor verzakte padranden, totaal 60 strekkende meter Herstel: bekisting aanbrengen, overdwars proeven uitfrezen in bestaand beton 5 cm diep / 2 à 3 cm breed, per groef 30 cm lang, wapening à 60 cm aanbrengen [30 cm in bestaand beton, 30 cm in nieuw beton], nieuw beton in open deel aanbrengen en uitvlakmortel in groeven en afwerken. De deskundige heeft de schade aan de taludverzakking beschreven als “het wegglijden van een taludtoplaag over een lengte van 10” strekkende meter. Het herstel houdt volgens hem in: aanbrengen betuining met perkoenpalen, vlechtmat achter palen aanbrengen, aanvoeren en aanbrengen taludherstelgrond, inzaaien met graszaad. 9.3 De deskundige heeft voor het herstel van de schade van de betonpad inclusief sloottalud een bedrag geraamd op € 27.682,60 [€ 24.739,00 minus € 408,00 plus € 2.535,60] exclusief btw (rapport, 5). 9.4 De deskundige heeft als volgt gereageerd op de reactie van [appellant] . - Reactie [appellant] : alle schade aan het betonpad komt voor rekening van [appellant] : Deskundige: “Aan het betonpad is schade aangebracht door [appellant] bij het verwijderen van de bomen in 2010. Tijdens de schouwing op 16 mei 2020 is door RA tezamen met partijen inclusief [appellant] de schade aan het betonpad opgenomen. Vrijwel alle scheuren in het betonpad zijn te wijten aan een te hoge belasting. Tijdens het transport van de bomen is schade aangebracht door [appellant] zoals hij dat in 2015 in bijzijn van RA aangaf. Op 26 mei 2020 heeft [appellant] want geen enkele beschouwde schade aangegeven dat die niet door hem c.q. zijn loonwerkers is toegebracht. De langs-scheuren en de afgebrokkelde randen passen in het beeld van een te hoge belasting. Of daarvan reeds vóór 2010 sprake van was, is noch in 2015 noch in 2020 aan te tonen. De erkenning van de schade [appellant] is leidend en eveneens leidend is of die schade door een te hoge belasting kan zijn veroorzaakt. Bovendien (…): ‘Van de zijde van [appellant] is geen inhoudelijke reactie ontvangen’. Wel is door RA in bijzijn van [appellant] gesproken over een enkele dwarsscheur, die uitdrukkelijk niet door [appellant] is veroorzaakt, maar door boomwortels. Omdat die dwarsscheur tezamen met andere dwarsscheuren deel uitmaken van het totale schadeplaatje, is deze schade niet apart bezien. Gerekend is dat een door [appellant] veroorzaakte scheur met betonbrokken sowieso moet worden vervangen, ook al grenst zo’n ‘ [appellant] -scheur’ aan de ‘boomscheur’. Op dit punt is het verweer van [appellant] volgens RA redelijk. Ook al moet het pad ook daar worden hersteld omdat ook daar “ [appellant] -schade’ voorkomt, het is redelijk dat een deel van die kosten niet door [appellant] behoeft te worden gedragen. Het gaat hier om een bedrag van (€ 1.241,-- : 7) + (36 x € 45,-- ; 7) = € 408,-- (post 5 van de calculatie). Dit bedrag komt na heroverweging niet ten laste van [appellant] .” - Reactie [appellant] : wanneer het bestaande betonpad wordt vervangen door een nieuw betonpad kan er een probleem met de hoogte ontstaan, welk probleem is dat? Deskundige: “Wanneer het gehele betonpad wordt vernieuwd, dan wordt het oude betonpad als fundering gebruikt. Daardoor komt het nieuwe pad hoger te liggen dan het bestaande. Daarom moet de grond worden aangevoerd onlangs de randen aan te vullen, zodanig dat de bovenzijde van het nieuwe betonpad aansluit bij het (nieuwe) maaiveld. Echter, langs de zijde van de gracht ter hoogte van het huis kan het verval te groot worden, zodanig dat aanvulling leidt tot een te steile wallekant c.q. te smalle ‘berm’.” - Reactie [appellant] : er is sprake van een verbeterde situatie na herstel van het betonpad, die verbetering moet in de berekeningen terug te zien zijn. Deskundige: “De stelling van RA in deze is als volgt. [geïntimeerden] heeft schade aan het betonpad door [appellant] . Herstel van die schade levert geen verbetering op alleen een herstel van de oorspronkelijke situatie. Want, zoals gezegd (…): ‘Het voorgestelde herstel streeft de situatie na van algeheel herstel. Dus wordt op deze wijze de oorspronkelijke situatie niet verbeterd.’” De deskundige heeft in zijn concept rapport hierover opgemerkt dat het voorgestelde herstel geen verbetering van de in het verleden, voor de afvoer van de bomen, aanwezige situatie. Het voorgestelde herstel streeft volgens hem situatie na van algeheel herstel, dus geen verbetering van de oorspronkelijke situatie. - Reactie [appellant] : wat is de levensduur van een verbeterd en een vernieuwd betonpad? Deskundige: “Nu RA geen verbetering voor [geïntimeerden] ziet, is een inschatting van de levensduur van een hersteld of een vernieuwd betonpad niet relevant.” 9.5 [geïntimeerden] heeft bij de deskundige een opmerking gemaakt over noodsituaties. De deskundige heeft daarover opgemerkt: “Een tijdelijke ontsluiting kan worden gerealiseerd door tijdens de werkzaamheden een pad van rijplaten naast het betonpad over de grond van [appellant] aan te leggen. De rechter zal dit in zijn vonnis richting [appellant] mee dienen te nemen, zodanig dat [appellant] deze tijdelijke voorziening over zijn terrein moet dulden.” De deskundige heeft voor de tijdelijke ontsluiting een bedrag van € 2.535,60 exclusief btw geraamd. 9.6 [geïntimeerden] kan zich vinden in de conclusies van de deskundige. 9.7 [appellant] heeft in zijn laatste memorie een aantal bezwaren tegen de conclusies van de deskundige naar voren gebracht en bewijs aangeboden dat het pad zich tien jaar geleden, vóór de werkzaamheden die de schade hebben veroorzaakt, in gelijke staat als thans bevond. De bezwaren van [appellant] komen op het volgende neer. [appellant] heeft veelvuldig afkeurend met zijn hoofd geschud tijdens de opname ter plaatse: bij stokoude dilatatienaden werd door [geïntimeerden] stellig ten onrechte beweert dat [appellant] die zou hebben veroorzaakt. [appellant] heeft de schade helemaal niet erkend. De deskundige vindt eigenlijk dat niet is vast te stellen wanneer de schade aan het pad is aangericht. Dat kan ook voor of na 2010 of 2015 zijn geweest, door omstandigheden waarvoor [appellant] niet verantwoordelijk was. [appellant] heeft dit punt ook bij de deskundige naar voren gebracht. De deskundige schrijft zelf dat het gaat om krimp- en dilatatiescheuren van waarschijnlijk ruim 50-jarige leeftijd. De schade die te zien was op 26 mei 2020 was niet van dergelijke aard dat daardoor het gebruik van het pad door [geïntimeerde 1] wordt bemoeilijkt of beperkt. Het pad is ook in die periode vanaf 2010 dagelijks in gebruik. Het gaat om een agrarisch pad dat veelvuldig wordt gebruikt, waaraan andere eisen moeten worden gesteld dan aan een openbare weg. Het probleem zat na de afvoer van de bomen altijd in kuilvorming in het puinpad en dat is al een aantal keren door of in opdracht van [appellant] hersteld. De deskundige heeft ten onrechte geen rekening gehouden met een verbetering door een nieuw voor oud. Een meer dan 50 jaar oud pad met de nodige gebruikssporen wordt in vrijwel nieuwe staat gebracht door alle herstellingen die de deskundige voorstelt. 9.8 Het hof wijst bij de nadere beoordeling in de eerste plaats op enkele punten die van belang zijn bij de afbakening van de rechtsstrijd na cassatie en verwijzing. (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.