Parketnummer : 20-000365-19 Uitspraak : 17 maart 2021 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, locatie ’s-Hertogenbosch, van 5 februari 2019 in de strafzaak met parketnummer 01-049006-17 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , zonder bekende woon- en/of verblijfplaats hier te lande. Hoger beroep Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de politierechter integraal zal bevestigen. Namens de verdachte is primair ten aanzien van het tenlastegelegde onder 1 en 4 vrijspraak bepleit en subsidiair een straftoemetingsverweer gevoerd. Tevens is ten aanzien van het tenlastegelegde onder 2 en 3 een straftoemetingsverweer gevoerd. Vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde tot een (iets) andere bewezenverklaring komt dan de politierechter. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: 1.hij, op of omstreeks 5 februari 2017 te 's-Hertogenbosch, althans in arrondissement Oost-Brabant, opzettelijk en wederrechtelijk een (personen)auto (Volkswagen Golf), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [benadeelde partij] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt; 2.hij, op of omstreeks 5 februari 2017 te 's-Hertogenbosch, althans in arrondissement Oost-Brabant, opzettelijk, een of meerdere (politie)ambtena(a)r(en), te weten [hoofdagent 1] en/of [hoofdagent 2] (beiden hoofdagent van de politie Eenheid Oost-Brabant), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/hun bediening, in zijn/hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/hun de woorden toe te voegen: "Homo's" en/of "Hoerenkind, je kanker moeder, ik ga je kanker moeder neuken, kanker hoeren kind, homo's" en/of meerdere malen "Ga je kont vingeren kanker homo", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking; 3.hij, op of omstreeks 5 februari 2017 te 's-Hertogenbosch, althans in arrondissement Oost-Brabant, opzettelijk, een of meerdere (politie)ambtena(a)r(en), te weten [brigadier] (brigadier van de politie Eenheid Oost-Brabant) en/of [surveillant] (surveillant van de politie Eenheid Oost-Brabant), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/hun bediening, in zijn/hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/hun de woorden toe te voegen: "Ach kankerlijer, neuk je kankermoeder" en/of meerdere malen "krijg de kanker, neuk je kankermoeder, ik hoop dat jouw kind kanker krijgt" en/of "kankerzooi, kankerlijer, ik neuk je kankermoeder" en/of "kanker, kankerlijers, kanker", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking; 4.hij, op of omstreeks 5 februari 2017 te 's-Hertogenbosch, althans in arrondissement Oost-Brabant, als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een (personen)auto (Peugeot 106) te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994 en aan wie door een opsporingsambtenaar was bevolen medewerking te verlenen aan een ademonderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van genoemde wet, niet heeft voldaan aan de verplichting ademlucht te blazen in een voor het onderzoek bestemd apparaat en/of aan de verplichting gevolg te geven aan alle door een opsporingsambtenaar ten dienste van het onderzoek gegeven aanwijzingen. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat: 1.hij op 5 februari 2017 te 's-Hertogenbosch, opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto (Volkswagen Golf), die aan [benadeelde partij] toebehoorde, heeft beschadigd; 2.hij op 5 februari 2017 te ’s-Hertogenbosch opzettelijk, meerdere politieambtenaren, te weten [hoofdagent 1] en [hoofdagent 2] (beiden hoofdagent van de politie Eenheid Oost-Brabant), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hun de woorden toe te voegen: "Homo's" en "Hoerenkind, je kanker moeder, ik ga je kanker moeder neuken, kanker hoeren kind, homo's" en meerdere malen "Ga je kont vingeren kanker homo"; 3.hij op 5 februari 2017 te 's-Hertogenbosch opzettelijk, meerdere politieambtenaren, te weten [brigadier] (brigadier van de politie Eenheid Oost-Brabant) en/of [surveillant] (surveillant van de politie Eenheid Oost-Brabant), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hun de woorden toe te voegen: "Ach kankerlijer, neuk je kankermoeder" en/of meerdere malen "krijg de kanker, neuk je kankermoeder, ik hoop dat jouw kind kanker krijgt" en/of "kankerzooi, kankerlijer, ik neuk je kankermoeder" en/of "kanker, kankerlijers, kanker"; 4.hij op 5 februari 2017 te 's-Hertogenbosch, als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een personenauto (Peugeot 106) te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994 en aan wie door een opsporingsambtenaar was bevolen medewerking te verlenen aan een ademonderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van genoemde wet, niet heeft voldaan aan de verplichting ademlucht te blazen in een voor het onderzoek bestemd apparaat en aan de verplichting gevolg te geven aan alle door een opsporingsambtenaar ten dienste van het onderzoek gegeven aanwijzingen. Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewijsmiddelen Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht. Bewijsoverwegingen De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd. Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft. Bespreking van het gevoerde verweer ten aanzien van het tenlastegelegde onder 1 Namens de verdachte is ten aanzien van het tenlastegelegde onder 1 vrijspraak bepleit. Daartoe is – kort gezegd – aangevoerd dat de beschadiging niet met opzet heeft plaatsgevonden. Het hof overweegt daartoe als volgt. Op 5 februari 2017 waren verbalisanten [hoofdagent 1] en [hoofdagent 2] belast met de surveillance in het centrum van ’s-Hertogenbosch en bevonden zich op de Hinthamerstraat. Daar zagen zij dat er een verkeersconflict gaande was tussen de bestuurder van een zilvergrijze Volkswagen Golf, voorzien van kenteken [kentekennummer 1] , en de bestuurder van een zwarte Peugeot 106, voorzien van kenteken [kentekennummer 2] . De verbalisanten herkenden de bestuurder van de zwarte Peugeot 106 ambtshalve als [verdachte] , de verdachte. Verbalisant [hoofdagent 2] zag dat er schade was aan de Volkswagen Golf. Stukken plastic van de kentekenplaat waren verdwenen (proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 februari 2017 met proces-verbaalnummer PL2100-2017024921-8). Uit de aangifte van [aangever] namens benadeelde partij [benadeelde partij] blijkt dat [aangever] op zondag 5 februari 2017 samen met een vriendin op de Hinthamerstraat te ’s-Hertogenbosch reed. Hij reed op dat moment in de Volkswagen Golf, voorzien van kenteken [kentekennummer 1] . [aangever] heeft verklaard dat hij werd afgesneden door de bestuurder van een zwarte Peugeot 106, voorzien van kenteken [kentekennummer 2] . Dit voertuig kwam van links uit de Monseigneur Prinsenstraat gereden en moest [aangever] voorrang verlenen. [aangever] heeft verklaard dat hij hard moest remmen om een aanrijding te voorkomen. [aangever] zag dat de Peugeot aan de rechterzijde van de Hinthamerstraat stil ging staan, alsof de mogelijkheid werd geboden om hem, [aangever] , voorbij te laten rijden. [aangever] heeft vervolgens de Peugeot ingehaald en voelde hierna dat de Peugeot viermaal tegen de Volkswagen Golf aanreed. Hierna haalde de bestuurder van de Peugeot [aangever] in en heeft hij zijn auto zodanig stilgezet dat [aangever] niet meer weg kon rijden (proces-verbaal van aangifte d.d. 5 februari 2017 met proces-verbaalnummer PL2100-2017024921-1). Uit de verklaring van getuige [ getuige 1] blijkt dat zij op zondag 5 februari 2017 samen met haar vriend, [aangever] , in een Volkswagen Golf reed. [aangever] bestuurde het voertuig en [ getuige 1] was bijrijder. [ getuige 1] heeft verklaard dat ze over de Hinthamerstraat in de richting van het centrum van ’s-Hertogenbosch reden toen er een Peugeot 106 uit een straat links van hen kwam gereden. De Peugeot zou hen hebben afgesneden terwijl zij voorrang hadden. [ getuige 1] heeft verklaard dat de Peugeot voor de Volkswagen Golf reed met een snelheid van ongeveer 20 a 30 kilometer per uur. [aangever] heeft de Peugeot ingehaald. [ getuige 1] heeft verklaard dat de Peugeot vervolgens ongeveer drie keer tegen de Volkswagen Golf aan reed (proces-verbaal van aangifte d.d. 5 februari 2017 met proces-verbaalnummer PL2100-2017024921-16). Voorts blijkt uit de verklaring van getuige [getuige 2] dat hij op zondag 5 februari 2017 over de Hinthamerstraat liep richting Hinthamereinde. [getuige 2] zag twee auto's achter elkaar rijden waarvan de voorste auto een Volkswagen Golf betrof en de auto daarachter een Peugeot. [getuige 2] heeft verklaard dat hij zag dat de bestuurder van de Peugeot met twee handen aan het stuur een voorwaartse beweging maakte met zijn lichaam. Hij botste tegen het voertuig aan dat voor hem reed. [getuige 2] heeft verklaard dat de beweging die de bestuurder van de Peugeot maakte, leek op een beweging hoe mensen bewegen in een botsauto. [getuige 2] heeft de bestuurder van de Peugeot omschreven als een man met een buitenlands uiterlijk, vermoedelijk Turks, en lange haren met een lengte tot ongeveer op de schouders (proces-verbaal van aangifte d.d. 5 februari 2017 met proces-verbaalnummer PL2100-2017024921-17). Het hof leidt uit de getuigenverklaringen af dat de verdachte met twee handen aan het stuur meerdere malen tegen de Volkswagen Golf, toebehorende aan [benadeelde partij] en voorzien van kenteken [kentekennummer 1] , is aangereden en daarbij zelf bewoog alsof hij in een botsauto zat. Ten gevolge van die aanrijdingen is er schade ontstaan aan de Volkswagen Golf. Het hof ziet geen redenen om aan de verklaringen van de getuigen te twijfelen. Uit de gebezigde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien volgt dat verdachte opzettelijk meermalen tegen de Volkswagen Golf is aan gereden. Het verweer wordt derhalve verworpen. Bespreking van het gevoerde verweer ten aanzien van het tenlastegelegde onder 4 Namens de verdachte is ten aanzien van het tenlastegelegde onder 4 vrijspraak bepleit. Daartoe is – kort gezegd – aangevoerd dat de verdachte lag te slapen in zijn cel terwijl het bevel tot het verlenen van medewerking aan een ademonderzoek werd gegeven. Omdat de verdachte lag te slapen is hij zich niet bewust geweest van enig afgegeven bevel en wist hij niet wat het gevolg zou zijn als hij niet zou meewerken aan dat bevel. Het hof overweegt daartoe als volgt. Uit het proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 februari 2017 (PL2100-2017024921-8) blijkt dat nadat de verdachte werd ingesloten, verbalisant [hoofdagent 2] de verdachte twee maal heeft bevolen zijn medewerking te verlenen aan de ademanalyse op het politiebureau. De verdachte heeft hierop beide keren gereageerd met de woorden “Ga je kont vingeren kanker homo”. [hoofdagent 2] zag dat de verdachte op bed bleef liggen in zijn cel en geen aanstalten maakte om zijn medewerking te verlenen. Hieruit volgt dat de verdachte niet sliep, maar bewust elke medewerking aan de ademanalyse heeft geweigerd. Het verweer wordt derhalve verworpen. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het onder 1 bewezenverklaarde levert op: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen. Het onder 2 bewezenverklaarde levert op: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening. meermalen gepleegd. Het onder 3 bewezenverklaarde levert op: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening. meermalen gepleegd. Het onder 4 bewezenverklaarde levert op: overtreding van artikel 163, tweede lid, van de Wegenverkeerswet
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.