GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team Handelsrecht zaaknummer 200.274.688/01 arrest van 23 maart 2021 in de zaak van Nederland Bruist B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , met kantoor te [kantoorplaats] , appellante, hierna aan te duiden als Nederland Bruist, advocaat: mr. W.C.D.E. Wolfhagen te Breda, tegen [geïntimeerde] , handelende onder de naam [bedrijf] , wonende te [woonplaats] , geïntimeerde, hierna aan te duiden als [geïntimeerde] , niet verschenen. op het bij exploot van dagvaarding van 3 december 2019 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 4 september 2019, door de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, gewezen tussen Nederland Bruist als eiseres en [geïntimeerde] als gedaagde. 1Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 7319671 CV EXPL 18-5174) Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis. 2Het geding in hoger beroep Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding in hoger beroep de akte van depot van 21 juli 2020 de memorie van grieven, met voorwaardelijke vermindering van eis en met producties 1 tot en met 13b Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg. 3De feiten In dit hoger beroep gaat het hof uit van de feiten die de kantonrechter heeft vastgesteld in het bestreden vonnis onder 2.
- Voor zover relevant vult het hof de opsomming aan met enkele andere feiten die tussen partijen vaststaan. 3.
- Nederland Bruist exploiteert een tijdschrift. [geïntimeerde] heeft een bedrijf geëxploiteerd in haar- en schoonheidsverzorging onder de naam [bedrijf] . 3.
- [geïntimeerde] heeft op 15 september 2017 een zogenoemd ‘Advertentie-opdrachtformulier’ van Nederland Bruist ondertekend. Op het formulier is aangekruist: ‘2/1 pagina’ en ‘1/1 pagina’. Het formulier luidt verder onder meer: ‘2/1 11x 1/1 24x (…) 2/1 BZ nov 2017 (…) Startmaand (…) november (…) Startjaar 2017 Frequentie elke maand (…) Aantal maanden (…) 36 (…) Maandbedrag excl. btw 36 x € 250 Foto’s/tekst Aanlevering advertentiemateriaal (…) Opmaakkosten (75,-) Tekstschrijver (tel. interview) (€ 75,-) Eenmalig excl. btw 2 x € 75 Administratiekosten (€ 25,-) 1 x € 25 175 Betalingsmethode (…) per maandag (…) Klant verklaart de algemene voorwaarden te hebben ontvangen.’ Het formulier had betrekking op advertenties voor het bedrijf van [geïntimeerde] in het tijdschrift ‘ [plaats] Bruist’. 3.
- Bij e-mail van 15 september 2017 heeft Nederland Bruist aan [geïntimeerde] onder meer meegedeeld: ‘Onlangs heeft u besloten om te gaan adverteren in een van de magazines van Nederland Bruist. Onderstaand vindt u ter bevestiging en controle het plaatsingsoverzicht zoals door u besproken met de manager/media-adviseur van de betreffende editie. (…) Media adviseur: [Media adviseur] (…) Bijgesloten vindt u de aanleverspecificaties, het adverteren & nu en de leveringsvoorwaarden zoals deze ook op de achterzijde van de overeenkomst staan vermeld.’ 3.
- In de periode van oktober 2017 tot en met februari 2018 heeft Nederland Bruist aan [geïntimeerde] de hiervoor genoemde eenmalige kosten van € 175,00 en de maandelijkse kosten van € 250,00 (steeds exclusief btw) aan [geïntimeerde] in rekening gebracht. 3.
- [geïntimeerde] heeft de gefactureerde bedragen niet aan Nederland Bruist betaald. 3.
- Bij factuur van 29 maart 2018 heeft Nederland Bruist € 7.750,00 exclusief btw (€ 9.377,50 inclusief btw) aan [geïntimeerde] in rekening gebracht voor advertenties in de periode van april 2018 tot en met oktober
- 3.
- Bij e-mail van 29 mei 2018 heeft Nederland Bruist aan [geïntimeerde] onder meer meegedeeld: ‘zojuist hebben we telefonisch contact met u gehad betreft de ontstane betalingsachterstand. We hebben afgesproken dat u het totaalbedrag ad € 1.724,25 (eenmalige kosten en advertentieplaatsingen november 2017 tm maart 2018) in 3 termijnen overmaakt; eerste termijn van € 574,75 uiterlijk 20 juni 2018 tweede termijn van € 574,75 uiterlijk 20 juli 2018 derde termijn van € 574,75 uiterlijk 20 augustus 2018 U kunt dit doen o.v.v. [klantnummer] en op rekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. Nederland Bruist B.V. Nadat u bovenstaande termijnen heeft voldaan zullen wij contact met u opnemen betreft de betaling van € 605,00 (edities april en mei 2018), dit is immers opgenomen in de [eindnota] . Daarnaast dienen de resterende plaatsingen opnieuw ingepland te worden.’ Op dezelfde dag heeft [geïntimeerde] per e-mail geantwoord: ‘Akkoord’. 3.
- [geïntimeerde] heeft geen betalingen overeenkomstig de betalingsregeling aan Nederland Bruist betaald. 4De procedure in eerste aanleg 4.
- In de onderhavige procedure heeft Nederland Bruist de veroordeling van [geïntimeerde] gevorderd tot het betalen van € 11.101,75, met rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. 4.
- [geïntimeerde] heeft verweer gevoerd. De stellingen en verweren van partijen komen hierna aan de orde, voor zover in hoger beroep van belang. 4.
- In het bestreden vonnis heeft de kantonrechter de vordering afgewezen. 5De beoordeling in hoger beroep 5.
- Bij dagvaarding in hoger beroep heeft Nederland Bruist gevorderd dat het bestreden vonnis wordt vernietigd en: ‘I te verklaren voor recht dat ten aanzien van de openstaande facturen van respectievelijk 25 oktober 2017, 24 november 2017, 21 december 2017, 25 januari 2018, 23 februari 2018 en 29 maart 2018, tezamen belopende een factuurbedrag van € 11.101,75, een betalingstermijn van veertien kalenderdagen na factuurdatum geldt, zijnde een fatale (betalings)termijn; II geïntimeerde te veroordelen om aan appellante tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen:
- De hoofdsom ten bedrage van € 11.101,75, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, primair: vanaf 14 dagen na factuurdatum over het factuurbedrag van iedere van de in sub I hiervoor bedoelde facturen, de wettelijke handelsrente over het totale factuurbedrag ad € 11.101,75 berekend tot en met 2 december 2019 bedragende € 1.552,78, en; subsidiair: vanaf het verstrijken van de in de sommatiebrief van 19 juli 2018 aangezegde termijn, te weten vanaf 24 juli 2018, de primair en subsidiair gevorderde wettelijke handelsrente te berekenen tot de dag der algehele voldoening;
- De buitengerechtelijke kosten, conform de Wet normering buitengerechtelijke incassokosten (BIK) bedragende € 886,00, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf de datum van de dagvaarding in eerste aanleg, zijnde 24 oktober 2018, zulks tot de dag der algehele voldoening’. 5.
- Bij memorie van grieven heeft Nederland Bruist negen grieven aangevoerd. Zij heeft geconcludeerd tot het vernietigen van het bestreden vonnis en tot het toewijzen van de volgende vorderingen: ‘Primair (handhaving petitum dagvaarding): 1 de hoofdsom ten bedrage van € 11.101,75, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, primair: vanaf 14 dagen na factuurdatum over de factuurbedragen genoemd in de facturen van 25 oktober 2017, 24 november 2017, 21 december 2017, 25 januari 2018, 23 februari 2018 en 29 maart 2018 (producties 6a t/m 6f), de wettelijke handelsrente over het totale factuurbedrag ad € 11.101,75 berekend tot en met 2 december 2019 bedragende € 1.552,78 (productie 13a), en; subsidiair: vanaf het verstrijken van de in de sommatiebrief van 19 juli 2018 aangezegde termijn, te weten vanaf 24 juli 2018, de primair en subsidiair gevorderde wettelijke handelsrente te berekenen tot de dag der algehele voldoening; 2 de buitengerechtelijke kosten, conform de Wet normering buitengerechtelijke incassokosten (BIK) bedragende € 886,00, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf de datum van de dagvaarding in eerste aanleg, zijnde 24 oktober 2018, zulks tot de dag der algehele voldoening; Subsidiair, voor het geval het primair gevorderde mocht worden afgewezen (zijnde een voorwaardelijke vermindering van eis): 1a de hoofdsom ten bedrage van € 10.496,75, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over een bedrag ad (€ 302,50 + € 211,75 =) € 514,25 vanaf 1 november 2017 en over de volgende 33 maandelijkse termijnen van telkenmale € 302,50 vanaf de eerste dag van iedere opvolgende contractmaand, zulks tot de dag der algehele voldoening, de wettelijke handelsrente berekend tot en met 11 augustus 2020 bedragende € 1.294,24 (productie 13b); 1b de termijnen over de maanden september 2020 en oktober 2020 ten bedrage van ieder € 302,50, zulks uiterlijk te betalen op respectievelijk 1 september 2020 en 1 oktober 2020, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf respectievelijk 1 september 2020 en 1 oktober 2020, zulks tot de dag der algehele voldoening; 2 de buitengerechtelijke kosten ten bedrage van € 886,00, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf de datum van de dagvaarding in eerste aanleg, zijnde 24 oktober 2018, zulks tot de dag der algehele voldoening’. Verstek 5.
- [geïntimeerde] is niet in het geding in hoger beroep verschenen. Uit het overzicht van de rol valt niet op te maken of verstek tegen haar is verleend. Het hof doet dit alsnog. Waarover gaat de zaak 5.
- Nederland Bruist vordert in deze procedure kosten en maandtermijnen uit hoofde van de overeenkomst die is beschreven in het onder 3.2 genoemde advertentie-opdrachtformulier. 5.
- Het hof maakt uit de stellingen van partijen en de overgelegde stukken op dat partijen bij het sluiten van de overeenkomst handelden in het uitoefenen van hun bedrijf. 5.
- Het verweer van [geïntimeerde] is beperkt tot de volgende tekst, zoals vermeld in haar e-mail van 6 februari 2019: ‘Ik wil hier op antwoorden dat ik het ronduit belachelijk vind dat de eisser even 11.000 euro eist terwijl ik der niks voor terug heb gekregen de keren dat ik in het blad heb gestaan prima heb ik ook uitgelegd aan eiser dat ik die niet in 1 keer kon voldoen omdat we te maken hebben gehad met een mot melding . U weet zelf wel wat voor impact dat heeft en w q t dat te wegenbrengt. Ook hoor ik van meerdere mensen de gang van zaken van bruist op zijn zachts gezegd belachelijk is alleen maar geld eissen zoveel en contracten aanslepen ondanks dat mensen gestopt zijn met een zaak dan moet de man het maar over nemen lekker makkelijk gezegd de kosten tor nu toe betaal ik maar ik ga geen 11.000 euro betalen voor iets wat ik niet gehad heb .’ 5.
- De kantonrechter heeft de vorderingen afgewezen, omdat die volgens hem zijn gegrond op de algemene voorwaarden van Nederland Bruist en niet blijkt dat die algemene voorwaarden van toepassing zijn op de overeenkomst tussen partijen. Geplaatste advertenties 5.
- Met de grieven 2 en 3 wijst Nederland Bruist erop dat haar vordering deels betrekking heeft op een eenmalige onkostenvergoeding en kosten voor geplaatste advertenties, namelijk tot een bedrag van € 2.329,
- Het betreft advertenties in de periode van november 2017 tot en met mei
- Voor dat deel heeft [geïntimeerde] de vordering erkend, aldus Nederland Bruist. Die erkenning blijkt volgens Nederland Bruist ook uit de betalingsregeling die partijen op 29 mei 2018 zijn overeengekomen. 5.
- De grief slaagt. In het verweer van [geïntimeerde] valt niet te lezen dat zij verweer voerde tegen de vordering van Nederland Bruist, voor zover die betrekking heeft op reeds geplaatste advertenties. [geïntimeerde] heeft immers in haar e-mail van 6 februari 2019 vermeld: ‘de keren dat ik in het blad heb gestaan prima heb ik ook uitgelegd aan eiser dat ik die niet in 1 keer kon voldoen omdat we te maken hebben gehad met een mot melding’. 5.
- [geïntimeerde] heeft niet betwist dat de vordering van Nederland Bruist tot een bedrag van € 2.329,25 in hoofdsom betrekking heeft op de eenmalige onkostenvergoeding die is genoemd in het advertentie-opdrachtformulier en op advertenties die zijn geplaatst in de periode van november 2017 tot en met mei
- In zoverre is de vordering dus toewijsbaar. Niet-geplaatste advertenties: algemene voorwaarden 5.
- Voor zover de vordering van Nederland Bruist geen betrekking heeft op geplaatste advertenties, heeft Nederland Bruist de vordering gegrond op art. 9 lid 6 en art. 10 lid 3 van haar algemene voorwaarden. Rechtsstrijd 5.
- Met grief 4 betoogt Nederland Bruist dat de kantonrechter buiten de rechtsstrijd tussen partijen is getreden door de vraag te beantwoorden of de algemene voorwaarden van Nederland Bruist van toepassing zijn op de overeenkomst tussen partijen. 5.
- De grief faalt. Nederland Bruist heeft in elk geval voor een deel van haar vordering een beroep gedaan op de rechtsgevolgen van de toepasselijkheid van haar algemene voorwaarden. Op Nederland Bruist rust de last om voldoende te stellen, en zo nodig te bewijzen, dat de toepasselijkheid van haar algemene voorwaarden is overeengekomen. [geïntimeerde] heeft in haar verweer in deze procedure de toepasselijkheid niet erkend. De kantonrechter mocht daarom beoordelen of Nederland Bruist voldoende feiten of omstandigheden had gesteld, waaruit volgt dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn, mede in het licht van het verweer van [geïntimeerde] dat het ronduit belachelijk was om € 11.000,00 van haar te eisen terwijl zij daar niets voor heeft teruggekregen. Anders dan Nederland Bruist stelt, heeft de kantonrechter daarmee geen feiten aangevuld, maar hij is nagegaan of Nederland Bruist heeft voldaan aan haar stelplicht. De toepasselijkheid van de algemene voorwaarden is bovendien ter sprake gekomen bij de mondelinge behandeling door de kantonrechter, zoals ook Nederland Bruist stelt. Toepasselijkheid algemene voorwaarden 5.
- Grief 5 stelt de vraag aan de orde of partijen de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van Nederland Bruist zijn overeengekomen. Ook de algemene toelichting in de onderdelen 53 tot en met 57 van de memorie van grieven gaat daarover. 5.
- Nederland Bruist heeft in hoger beroep nader toegelicht wat de gang van zaken is geweest bij het sluiten van de overeenkomst. De algemene voorwaarden zijn afgedrukt op de achterzijde van het advertentie-opdrachtformulier. Van het advertentie-opdrachtformulier is een exemplaar overgelegd. Bij het sluiten van de overeenkomst heeft [geïntimeerde] gesproken met [Media adviseur] , sales manager bij Nederland Bruist. [Media adviseur] heeft schriftelijk verklaard: ‘In ons gesprek d.d. 15 september 2017 hebben wij haar behoefte t.b.v. het adverteren nogmaals besproken en heb ik op basis daarvan een aantal mogelijkheden voorgesteld. Ik heb toen ook, zoals ik bij iedere verkoopgesprek doe een origineel opdrachtformulier met haar doorgenomen en dus ook de op achterzijde afgedrukte algemene voorwaarden van ons. Bij ieder gesprek en ook nu wijs ik erop dat op de overeenkomst onze algemene voorwaarden van toepassing zijn. Dat is een standaard ritueel. Na dit goed en uitgebreid gesprek was ze zo enthousiast en heeft ze ervoor gekozen om een samenwerking aan te gaan van 36 plaatsingen. Wij hebben samen de overeenkomst die dag ondertekend en heeft zij het gele vel gehouden en ik het witte vel.’ Verder is op de voorzijde van het ingevulde en ondertekende advertentie-opdrachtformulier aangekruist dat [geïntimeerde] verklaart de algemene voorwaarden te hebben ontvangen. Nederland Bruist heeft de opdracht op dezelfde dag aan [geïntimeerde] per e-mail bevestigd. Daarbij is eveneens verwezen naar de algemene voorwaarden. 5.
- [geïntimeerde] heeft dit alles niet weersproken. Uit een en ander volgt voldoende dat [geïntimeerde] ermee heeft ingestemd dat de algemene voorwaarden die waren afgedrukt op de achterzijde van het ondertekende advertentie-opdrachtformulier, deel uitmaakten van de overeenkomst. Grief 5 slaagt. Restantcontractwaarde 5.
- Grief 6 gaat over de vraag of Nederland Bruist op grond van haar algemene voorwaarden het recht had op betaling door [geïntimeerde] van de zogenoemde ‘restant contractwaarde’, die Nederland Bruist bij factuur van 29 maart 2018 aan [geïntimeerde] in rekening heeft gebracht. De restantcontractwaarde is de optelsom van alle nog niet-verschenen maandtermijnen. Volgens Nederland Bruist bestond die aanspraak op grond van art. 9 lid 6 en art. 10 lid 3 van haar algemene voorwaarden. 5.
- De algemene voorwaarden luiden, voor zover hier van belang: ‘Artikel 9 Tarieven en betaling (…) 3) (…) Indien anders is overeengekomen is de fatale termijn 14 kalenderdagen na factuurdatum (…). 6) De in lid 3 genoemde termijn geldt als een fatale termijn. Indien niet binnen deze termijn het volledige bedrag is voldaan is de opdrachtgever van rechtswege in verzuim en is de opdrachtgever vanaf de vervaldatum de wettelijke handelsrente verschuldigd over het openstaand bedrag. Bij het uitblijven van betaling zal het gehele contract ineens en geheel in rekening worden gebracht bij de opdrachtgever en zal de vordering uit handen gegeven worden aan het incassobureau. (…) Artikel 10 Annulering (…) 3) Bij het niet aanleveren van advertentiemateriaal of niet tijdig betalen van de facturen is de uitgever gerechtigd om het volledige contract /de resterende plaatsingen ineens en geheel in rekening te brengen bij de opdrachtgever, welke kosten de opdrachtgever binnen 2 dagen na ontvangst van de factuur dient te voldoen aan de uitgever.’ 5.
- Volgens de tekst van art. 9 lid 3 en art. 10 lid 3 van deze algemene voorwaarden werd [geïntimeerde] door het niet-tijdig betalen van de facturen van Nederland Bruist alle nog niet verschenen maandtermijnen aan Nederland Bruist verschuldigd. Feiten of omstandigheden die het oordeel rechtvaardigen dat deze bedingen voor [geïntimeerde] als ondernemer onredelijk bezwarend zijn, zijn in deze procedure niet naar voren gebracht. Het hof moet daarom ervan uitgaan dat [geïntimeerde] de door Nederland Bruist bedoelde restantcontractwaarde aan [geïntimeerde] is verschuldigd. Grief 6 slaagt dus. Overige grieven, slotsom en proceskosten 5.
- Met grief 1 wil Nederland Bruist de feiten aanvullen die de kantonrechter heeft vastgesteld. Deze grief heeft geen belang meer, gelet op hetgeen het hof hiervoor heeft overwogen. Het hof heeft bovendien zelf de relevante feiten vastgesteld. 5.
- Grief 7 behoeft het hof niet te bespreken. De grief betreft de in hoger beroep ingestelde subsidiaire vordering. De grief is aangevoerd voor het geval het hof tot het oordeel komt dat de bedoelde restantcontractwaarde niet is verschuldigd. 5.
- Ten overvloede overweegt het hof dat de in hoger beroep ingestelde subsidiaire vordering niet kan worden aangemerkt als een voorwaardelijke vermindering van eis, zoals Nederland Bruist heeft gedaan. De subsidiaire vordering is niet een vermindering van de oorspronkelijke eis, maar (deels) een subsidiaire en voorwaardelijke eis op een andere grondslag. Deze eis heeft immers geen betrekking op de restantcontractwaarde, maar op maandtermijnen die telkens opeisbaar zijn geworden. Niet gebleken is dat Nederland Bruist deze subsidiaire eis aan [geïntimeerde] heeft betekend, zodat het hof die volgens art. 130 lid 3 Rv buiten beschouwing zou hebben moeten laten, indien aan de voorwaarde was voldaan waaronder de subsidiaire eis is ingesteld. 5.
- Grief 8 heeft geen zelfstandige betekenis. 5.
- Grief 9 betreft de proceskosten van de eerste aanleg. De kantonrechter heeft Nederland Bruist in de proceskosten veroordeeld. 5.
- De proceskosten behoren ten laste van [geïntimeerde] te komen, omdat de vorderingen van Nederland Bruist hadden moeten worden toegewezen zodat grief 9 slaagt. Het hof stelt de proceskosten hierna in 5.26 vast. 5.
- De slotsom is dat de vordering van Nederland Bruist tot het betalen van de eenmalige kosten, de kosten van de geplaatste advertenties en de restantcontractwaarde moet worden toegewezen. Gegeven de toewijsbaarheid hiervan is niet in geschil dat [geïntimeerde] ook de gevorderde wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten aan Nederland Bruist moet betalen, met dien verstande dat over de buitengerechtelijke incassokosten wel de wettelijke rente, maar niet de wettelijke handelsrente is verschuldigd. Het gaat namelijk niet om de primaire betalingsverplichting uit de handelsovereenkomst. Het hof zal het bestreden vonnis vernietigen en de vorderingen van Nederland Bruist alsnog toewijzen. 5.
- [geïntimeerde] behoort de proceskosten van beide instanties te dragen, omdat het hof haar in het ongelijk heeft gesteld. Het hof stelt de proceskosten tot heden aan de zijde van Nederland Bruist als volgt vast: eerste aanleg: - explootkosten € 82,57 - griffierecht € 476,00 - salaris advocaat € 720,00 (2 punten, € 360,00 per punt) totaal € 1.278,57 hoger beroep: - explootkosten € 86,62 - griffierecht € 2.071,00 - salaris advocaat € 1.114,00 (tarief II, 1 punt) totaal € 3.271,62 5.
- De nakosten stelt het hof vast, zoals hierna in de uitspraak wordt vermeld. 6De uitspraak Het hof: 6.
- verleent verstek tegen [geïntimeerde] ; 6.
- vernietigt het bestreden vonnis; en opnieuw rechtdoende: 6.
- veroordeelt [geïntimeerde] om € 11.101,75 aan Nederland Bruist te betalen, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in art. 6:119a BW vanaf 14 dagen na factuurdatum over de factuurbedragen genoemd in de facturen van 25 oktober 2017, 24 november 2017, 21 december 2017, 25 januari 2018, 23 februari 2018 en 29 maart 2018, berekend tot en met 2 december 2019 op € 1.552,78, tot de dag van betaling; 6.
- veroordeelt [geïntimeerde] om € 886,00 aan Nederland Bruist te betalen als vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW vanaf 24 oktober 2018 tot de dag van betaling; 6.
- veroordeelt [geïntimeerde] in de proceskosten, aan de zijde van Nederland Bruist vastgesteld op: - € 1.278,57 tot heden voor de eerste aanleg, - € 3.271,62 tot heden voor het hoger beroep, - € 163,00 aan nasalaris advocaat zonder betekening van dit arrest of € 248,00 vermeerderd met de explootkosten bij betekening van dit arrest, indien niet binnen veertien dagen na de datum van dit arrest is voldaan aan de bij dit arrest uitgesproken veroordelingen en betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden; alle bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na de dag van deze uitspraak tot de dag van betaling; 6.
- verklaart dit arrest zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad. Dit arrest is gewezen door mrs. W.J.J. Los, L.S. Frakes en T.J. Dorhout Mees en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 23 maart
- griffier rolraadsheer