← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2021:89

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team Handelsrecht zaaknummer 200.190.997/01 arrest van 19 januari 2021 in de zaak van 1 [appellante] ,

  1. [appellant] , beiden wonende te [woonplaats] , appellanten, advocaat: mr. W.R.M. Voorvaart te Breda, tegen 1 [geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
  2. [geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
  3. [geïntimeerde 3] ,wonende te [woonplaats] , geïntimeerden, advocaat: mr. H.R. Flipse te Rotterdam, als vervolg op de tussenarresten van dit hof van 28 juni 2016, 9 juli 2019 en 26 mei 2020 in het hoger beroep van het door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, onder zaaknummer/rolnummer C/02/294346 / HA ZA 15-81 tussen partijen gewezen vonnis van 27 januari
  4. Overeenkomstig de aanduidingen in dit vonnis zullen appellanten hierna gezamenlijk [appellanten] . (in vrouwelijk enkelvoud) en afzonderlijk [appellante] en [appellant] genoemd worden en zullen geïntimeerden gezamenlijk [geïntimeerden] (in mannelijk enkelvoud) genoemd worden. 11Het tussenarrest van 26 mei 2020 Bij gemeld tussenarrest heeft het hof een deskundigenonderzoek bevolen en is het voor de deskundige [persoon A] van het Kadaster te betalen voorschot bepaald op een bedrag van € 1.455,--. Bepaald is voorts dat dit voorschot ten laste komt van partij [appellanten] . De termijn van inzending van het rapport van de deskundige is bepaald op drie maanden nadat de griffier de ontvangst van het voorschot heeft bericht. 12Het verdere verloop van de procedure en de verdere beoordeling Partij [appellanten] . heeft het hiervoor genoemde voorschot op de in het tussenarrest aangegeven wijze voldaan. De deskundige heeft bij e-mail van 31 juli 2020 aan de griffie van het hof bericht dat de werkzaamheden omvangrijker zijn gebleken dan tevoren door hem was ingeschat. De deskundige stelt dat hij thans een goed zicht heeft op de nog te verrichten werkzaamheden en de bijbehorende tijdsbesteding en verwacht dat een aanvullend voorschot van € 970,-- toereikend zal zijn voor de totale bestede en nog te besteden tijd. De deskundige verzoekt een aanvullend voorschot van voormelde omvang te bepalen. In voornoemde e-mail is tevens aangegeven dat [persoon B] [persoon A] op zal volgen als landmeter. Op 3 september 2020 heeft de griffier van het hof die e-mail doorgezonden aan de advocaten van partijen en partijen in de gelegenheid gesteld tot uiterlijk 18 september 2020 te reageren op deze verhoging en op de naam van de nieuwe landmeter. Mr. Voorvaart heeft bij brief van 18 september 2020 geen bezwaar gemaakt tegen voornoemd aanvullend voorschot en tegen de naam van de nieuwe landmeter. Mr. Flipse heeft bij fax van 21 september 2020 geen bezwaar gemaakt tegen voornoemd aanvullend voorschot en tegen de naam van de nieuwe landmeter. Het hof zal dienovereenkomstig beslissen zoals in het dictum is bepaald. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. 13De uitspraak Het hof: 13.
  5. bepaalt dat voor de kosten van de deskundige een aanvullend voorschot dient te worden voldaan van € 970,--, tenzij (een van de) partijen binnen veertien dagen na deze uitspraak tegen de hoogte van het voorschot bezwaar heeft/hebben gemaakt; in dat geval zal het hof op het bezwaar/de bezwaren beslissen en de hoogte van het aanvullend voorschot bepalen; 13.
  6. bepaalt dat [appellanten] . laatstgenoemd bedrag binnen 2 weken zal overmaken na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden; 13.
  7. bepaalt dat de deskundige (landmeter [persoon B] in plaats van landmeter [persoon A] ) het onderzoek verder zal voortzetten nadat de griffier heeft bericht dat het aanvullend voorschot is ontvangen; 13.
  8. verzoekt de deskundige, indien zijn kosten het aanvullend voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten; 13.
  9. bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijk, ondertekend bericht ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch) moet worden ingeleverd nader op 9 maart 2021; 13.
  10. verwijst de zaak naar de rol van 6 april 2021 voor memorie na deskundigenonderzoek, aan de zijde van [appellanten] .; 13.
  11. bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van dit arrest aan de deskundige zal toezenden; 13.
  12. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, P.M. Arnoldus-Smit en L.S. Frakes en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 19 januari
  13. griffier rolraadsheer

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.