GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team Handelsrecht zaaknummer 200.306.280/01 arrest van 5 april 2022 gewezen in het incident ex artikel 234 Rv in de zaak van 1 [appellant 1] ,wonende te [woonplaats] , 2. [appellant 2] ,wonende te [woonplaats] , appellanten in de hoofdzaak, verweerders in het incident, hierna respectievelijk te noemen [appellant 1] , [appellant 2] en gezamenlijk [appellant 1] c.s., advocaat: mr. J. van Zinnicq Bergmann te ‘s-Hertogenbosch, tegen [sporthorses] Sporthorses V.O.F., gevestigd te [vestigingsplaats] , geïntimeerde in de hoofdzaak, eiseres in het incident, hierna te noemen: [geïntimeerde] , advocaat: mr. P.M.H. Cruts te Simpelveld, op het bij exploot van dagvaarding van 20 januari 2022 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 20 oktober 2021, door de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, gewezen tussen [appellant 1] c.s. als gedaagden en [geïntimeerde] als eiseres. 1Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 9149762 \ CV EXPL 21-1849) Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis. 2Het geding in hoger beroep Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding in hoger beroep; het exploot van anticipatie van [geïntimeerde] van 25 januari 2022 tevens houdende een incidentele vordering ex artikel 234 Rv; de antwoordmemorie in het incident van [appellant 1] c.s.; het H2-formulier van 21 maart 2022 waarin de procesvertegenwoordiger van [appellant 1] c.s. wordt gewijzigd. Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. 3De beoordeling In het incident 3.1. De volgende feiten zijn voor het incident van belang. a. [appellant 1] c.s. heeft het paard [paard] (hierna: het paard) met ingang van 25 mei 2020 op het bedrijf van [geïntimeerde] gestald. b. Bij aangetekend verzonden brief van 2 februari 2021 heeft [geïntimeerde] via zijn gemachtigde [appellant 1] c.s. in gebreke gesteld voor de betaling van € 3.267,- inclusief btw, zijnde zes maanden stallings- en verzorgingskosten ad € 450,- exclusief btw per maand. 3.2. De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis [appellant 1] veroordeeld om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [geïntimeerde] voor de stallings- en verzorgingskosten van het paard te betalen een bedrag van € 4.356,- alsmede € 544,50 per maand telkens met ingang van de 25e dag van de maand voor het eerst op 25 april 2021, tot aan de dag van voldoening. [appellant 2] is veroordeeld tot afgifte van het paspoort van het paard aan [geïntimeerde] zulks onder verbeurte van een dwangsom. [appellant 1] c.s. is tot slot veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard. 3.3. [appellant 1] c.s. is van dit vonnis in hoger beroep gekomen. [geïntimeerde] heeft in het anticipatie-exploot een incident opgeworpen en vordert dat het bestreden vonnis alsnog uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. [appellant 1] c.s. heeft de incidentele vordering bestreden. 3.4. Bij de beoordeling van een incidentele vordering tot uitvoerbaar bij voorraadverklaring (artikel 234 Rv) heeft op grond van HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026 het volgende te gelden. a. Uitgangspunt is dat een uitgesproken veroordeling, hangende een hogere voorziening, uitvoerbaar dient te zijn en zonder de voorwaarde van zekerheidstelling ten uitvoer kan worden gelegd. Afwijking van dit uitgangspunt kan worden gerechtvaardigd door omstandigheden die meebrengen dat het belang van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand zolang niet op het door hem ingestelde rechtsmiddel is beslist, of diens belang bij zekerheidstelling, ook gegeven dit uitgangspunt, zwaarder weegt dan het belang van degene die de veroordeling in de ten uitvoer te leggen uitspraak heeft verkregen, bij de uitvoerbaarheid bij voorraad daarvan of bij deze uitvoerbaarheid zonder dat daaraan de voorwaarde van zekerheidstelling wordt verbonden. b. Bij de toepassing van de onder a genoemde maatstaf moet worden uitgegaan van de beslissingen in de ten uitvoer te leggen uitspraak en van de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen, en blijft de kans van slagen van het tegen die beslissing aangewende of nog aan te wenden rechtsmiddel buiten beschouwing, met dien verstande dat de rechter in zijn oordeelsvorming kan betrekken of de ten uitvoer te leggen beslissing(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.