← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2022:1169

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team Handelsrecht zaaknummer 200.271.943/01 arrest van 12 april 2022 in de zaak van Waterschap Limburg, gevestigd te [vestigingsplaats] , appellant in principaal hoger beroep, geïntimeerde in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep, advocaat: mr. J.J. Jacobse te Middelburg, tegen Maatschap [de maatschap] , gevestigd te [vestigingsplaats] , geïntimeerde in principaal hoger beroep, appellante in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep, advocaat: mr. R. Teerink te Tilburg, als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 13 juli 2021 en 23 november 2021 in het hoger beroep van het door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, onder zaaknummer C/03/241737 / HA ZA 17-563 gewezen vonnis van 15 mei

  1. 8Het verloop van de procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenarrest van 23 november 2021; de akte na tussenarrest van [geintimeerde] , met producties 3 en
  2. de antwoordakte uitlaten deskundige van het Waterschap. Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. 9De verdere beoordeling in principaal en voorwaardelijk incidenteel hoger beroep 9.
  3. In rov. 6.4 van het tussenarrest van 23 november 2021 heeft het hof partijen verzocht – bij voorkeur eensluidend – concrete voorstellen te doen voor één of meer deskundigen die het hof kan benaderen voor het verrichten van het deskundigenonderzoek. Daarbij heeft het hof overwogen dat het niet zonder meer een gegeven is dat een deskundige werkzaam bij een kleiner bureau niet in aanmerking komt mits deze persoon over de benodigde expertise beschikt. Voorts heeft het hof overwogen er niet bij voorbaat van uit te gaan dat een deskundige die in opdracht van het Waterschap of andere waterschappen werkzaamheden verricht zijn opdracht niet onpartijdig kan volbrengen (artikel 198 lid 1 Rv). 9.
  4. Bij voornoemd tussenarrest heeft het hof de zaak naar de rol verwezen voor akte aan de zijde van beide partijen gelijktijdig om, met inachtneming van hetgeen is overwogen in rov. 6.4 van dat tussenarrest, concrete voorstellen te doen voor de persoon van de deskundige. 9.
  5. Partijen hebben vervolgens beide een akte genomen. Daaruit blijkt dat ze niet tot overeenstemming hebben kunnen komen over een te benoemen deskundige. Verder hebben zij beide voorstellen gedaan voor de persoon van de deskundige. [geintimeerde] heeft voorgesteld de heer [persoon A] , werkzaam bij Deltares, als deskundige te benoemen. Het Waterschap heeft onder meer Deltares voorgedragen voor het uitvoeren van het deskundigenonderzoek, maar heeft bezwaar tegen benoeming van de heer [persoon A] als deskundige. 9.
  6. Op basis van deze voorstellen heeft het hof Deltares benaderd met de vraag of (een medewerker) van Deltares kan worden benoemd als deskundige in deze zaak (niet zijnde de heer [persoon A] ). Deltares heeft het hof bericht dat zij het onderzoek niet kan doen omdat de core expertise die daarvoor nodig is wat verder afligt van de core expertise van Deltares. Zij heeft geadviseerd de vraag uit te zetten bij een andere partij en de heer [persoon B] van de TU Delft aanbevolen. Daarop heeft het hof de heer [persoon B] gevraagd of hij bereid en in staat is om het onderzoek te doen. Hij heeft geantwoord dat hij vanwege zijn werkzaamheden geen tijd heeft het onderzoek zorgvuldig uit te voeren. De heer [persoon B] heeft aangegeven dat het hof nog [persoon C] van Antea, [persoon D] (WUR, maar met pensioen) en [persoon E] ( [persoon E] @bureauwater.nl) zou kunnen benaderen. Zonder dat partijen hierover hun standpunt kenbaar hebben kunnen maken, zal het hof dit niet doen. 9.
  7. Gelet op het voorgaande verzoekt het hof partijen bij zichzelf en elkaar te rade te gaan en verder op zoek te gaan naar een geschikte deskundige waarover ze het eens zijn, ook rekening houdend met hetgeen is overwogen in rov. 6.4 van het tussenarrest van 23 november 2021 zoals hiervoor herhaald in rov. 9.
  8. Als deze deskundige in Nederland niet kan worden gevonden, dan mogelijk bijvoorbeeld in België. Het hof zal de zaak naar de rol verwijzen voor akte aan de zijde van beide partijen gelijktijdig om zich hierover uit te laten. Voor een ander doel zijn deze aktes niet bestemd. 9.
  9. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. 10De uitspraak Het hof: op het principaal en voorwaardelijk incidenteel hoger beroep verwijst de zaak naar de rol van 24 mei 2022 voor akte aan de zijde van beide partijen gelijktijdig als bedoeld in rov. 9.5; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door mrs. J.P. de Haan, M.E. Smorenburg en Z.D. van Heesen-Laclé en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 12 april
  10. griffier rolraadsheer

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.