← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2022:1286

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team Handelsrecht zaaknummer 200.248.900/01 arrest van 19 april 2022 in de zaak van [appellant] , h.o.d.n. [Logistic & Marketing], wonende te [woonplaats] (Duitsland), appellant in principaal hoger beroep, geïntimeerde in incidenteel hoger beroep, hierna aan te duiden als [appellant] , advocaat: mr. S.M.I. van Loon te Veghel, tegen [de vennootschap 1], door fusie opgegaan in [de vennootschap 2] gevestigd te [vestigingsplaats], geïntimeerde in principaal hoger beroep, appellante in incidenteel hoger beroep, hierna aan te duiden als [geïntimeerde], advocaat: mr. A.J.W. van Elk te Amsterdam, als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 18 december 2018, 4 mei 2021, 10 augustus 2021 en 4 januari 2022 in het hoger beroep van de door de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, onder zaaknummer 4112552 CV EXPL 15-4270 gewezen vonnissen van 15 februari 2017 en 20 juni

  1. 14Het tussenarrest van 4 januari 2022 Bij gemeld tussenarrest is een aanvullend voorschot van € 4.000,= inclusief btw voor het deskundigenbericht bepaald, te voldoen door [geïntimeerde]. 15Het verdere verloop van de procedure en de verdere beoordeling [geïntimeerde] heeft het hiervoor genoemde voorschot op de in het tussenarrest aangegeven wijze voldaan. De termijn voor het indienen van het rapport is vervolgens bepaald op 8 maart
  2. De deskundige heeft bij e-mail van 10 maart 2022 aan de griffie van het hof bericht dat hij inmiddels ruim door zijn budget heen is, en dat hij opnieuw genoodzaakt is een additioneel budget aan te vragen. Hij vraagt om een extra budget van € 5.000,= inclusief btw. Voor de inhoud hiervan verwijst het hof naar deze e-mail. Per brief van 14 maart 2022 heeft de griffier partijen in de gelegenheid gesteld tot uiterlijk 28 maart 2022 hierop te reageren. [appellant] heeft dienaangaande geen opmerkingen naar voren gebracht. Per H16-formulier van 28 maart 2022 heeft [geïntimeerde] bezwaar gemaakt tegen het verzochte aanvullende voorschot van € 5.000,=. Voor de inhoud hiervan verwijst het hof naar dit formulier. Het hof zal het verzochte aanvullende voorschot van € 5.000,= van de deskundige toewijzen. Het bezwaar van [geïntimeerde] zal niet worden gehonoreerd. Dat de kosten niet in verhouding staan tot het geldelijke belang van het te onderzoeken onderwerp van het deskundigenbericht is geen reden het verzoek van de deskundige af te wijzen. De deskundige heeft gemeld dat en waarom het langer duurt om de juiste informatie te krijgen en te analyseren. De oorzaak daarvan ligt naar het oordeel van het hof niet bij de deskundige. Hij dient in staat gesteld te worden zijn rapportage te voltooien in het belang van de te nemen beslissing in deze zaak en dus in het belang van partijen. Het staat partijen uiteraard vrij om alsnog onderling tot een vergelijk te komen om verdere kosten te besparen. Het hof zal dienovereenkomstig beslissen zoals in het dictum is bepaald. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. 16De uitspraak Het hof: 16.
  3. bepaalt dat voor de kosten van de deskundige een aanvullend voorschot dient te worden voldaan van € 5.000,= inclusief btw; 16.2 bepaalt dat [geïntimeerde] genoemd aanvullend voorschot zal voldoen na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden; 16.3 bepaalt dat de deskundige het onderzoek verder zal voortzetten nadat de griffier heeft bericht dat het aanvullend voorschot is ontvangen; 16.
  4. verzoekt de deskundige, indien zijn kosten het aanvullend voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten; 16.
  5. bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijk, ondertekend bericht ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch) moet worden ingeleverd nader op 28 juni 2022; 16.
  6. verstaat dat de zaak na ontvangst van het deskundigenrapport naar de rol wordt verwezen voor memorie na deskundigenrapport aan de zijde van [geïntimeerde] en daarna voor antwoordmemorie na deskundigenrapport aan de zijde van [appellant] ; 16.
  7. bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van dit arrest aan de deskundige zal toezenden; 16.
  8. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door mrs. C.E.L.M. Smeenk-van der Weijden, A.L. Bervoets en Z.D. van Heesen-Laclé en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 19 april
  9. griffier rolraadsheer

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.