GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team Handelsrecht zaaknummer 200.301.525/01 arrest van 4 januari 2022 gewezen in het incident ex artikel 351 Rv in de zaak van 1 Smile For Free Holding B.V. ,gevestigd te [vestigingsplaats] , 2. [appellant 2],wonende te [woonplaats] , appellanten in de hoofdzaak, eisers in het incident, hierna te noemen: Smile for Free en [appellant 2] , gezamenlijk: Smile For Free c.s. advocaat: mr. S. Peters te Eindhoven, tegen Brand Social Group B.V. , gevestigd te [vestigingsplaats] , geïntimeerde in de hoofdzaak, verweerster in het incident, advocaat: mr. M.J.G. Pennings te Eindhoven, op het bij exploot van dagvaarding van 15 oktober 2021 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 21 september 2021, door de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, gewezen tussen appellanten – Smile For Free c.s. – als gedaagden en geïntimeerde – Brandit – als eiser. 1Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/372312 / KG ZA 21-386) Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis. 2Het geding in hoger beroep Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding in hoger beroep met grieven,vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging ex artikel 351 Rv en producties; de antwoordmemorie in het incident; de memorie van antwoord in de hoofdzaak met producties. Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. 3De beoordeling In het incident 3.1. Het hof gaat in dit incident, voor zover van belang, uit van de volgende feiten. 3.1.1. [appellant 2] en de heer [persoon A] (hierna: [persoon A] ) hebben vanaf 2017 samengewerkt aan de ontwikkeling van een foto/video app - Brandit - die bedrijven en particulieren in staat stelt om klanten, medewerkers en fans te activeren als influencers en omzet te genereren uit persoonlijke netwerken die tot dan toe onbereikbaar waren. 3.1.2. Op 19 april 2017 hebben [persoon A] en [appellant 2] daartoe een octrooiaanvraag ingediend voor het “systeem en toestel voor persoonlijke berichtenuitwisseling”. Het octrooi is op 4 september 2018 verleend, waarbij [persoon A] en [appellant 2] gezamenlijke octrooihouders zijn en gezamenlijk als uitvinders worden aangemerkt. 3.1.3. Op 18 december 2018 hebben [persoon A] en [appellant 2] via hun persoonlijke Holdings ( [persoon A] Holding B.V. en Smile For Free ) samen met een tweetal investeerders een besloten vennootschap opgericht, Brand Social Group B.V. , tevens handelend onder de naam Brandit . 3.1.4. Sinds de oprichting van Brandit zijn [persoon A] Holding B.V. en Smile For Free gezamenlijk bevoegd bestuurder van Brandit . Brandit heeft het exclusieve gebruiksrecht van het gezamenlijke octrooi van [persoon A] en [appellant 2] . 3.1.5. Op 16 oktober 2019 zijn twee Chinese investeerders (mede-)aandeelhouders geworden van Brandit . 3.1.6. Tijdens een gesprek op 10 december 2020 heeft [appellant 2] aan [persoon A] aangegeven dat hij geen verdere toekomst meer zag in de samenwerking met [persoon A] en dat hij die zou willen beëindigen. 3.1.7. Tijdens de aandeelhoudersvergadering op 12 april 2021, waarop Smile For Free niet is verschenen, is unaniem besloten tot het ontslag van Smile For Free als bestuurder van Brandit . Smile For Free heeft de rechtsgeldigheid van het ontslag betwist, omdat zij de uitnodiging voor de algemene aandeelhoudersvergadering niet had ontvangen en dus geen geldige oproeping heeft plaatsgevonden. 3.1.8. [persoon A] heeft, naar aanleiding van de ontkenning door Smile For Free van de ontvangst van de e-mail met de oproeping voor voornoemde aandeelhoudersvergadering een onderzoek ingesteld naar het zakelijke e-mailadres [e-mailadres] dat door [appellant 2] ten behoeve van Brandit werd gebruikt. 3.1.9. Bij brief van 11 mei 2021 heeft de advocaat van Brandit een aantal constateringen op basis van dit onderzoek met Smile For Free c.s. gedeeld. Dit betreft - onder andere - de volgende zaken: - Op 23 april 2020 heeft [appellant 2] een e-mailbericht met presentatie gestuurd aan Label A, een app producent waarmee Brandit contact heeft gehad. Hij maakt daarin melding dat hij wil kijken hoe en of de volgende stap met Brandit te maken is, BRANDIT NEXT. In de mail geeft [appellant 2] aan dat hij de samenwerking zelfstandig zal doen onder een andere naam. - Op 8 december 2020 heeft de heer [persoon B] een e-mail gestuurd naar een potentiële investeerder met de mededeling dat hij graag Brandit wil pitchen. - Naar aanleiding van een presentatie van [appellant 2] op 21 december 2020 heeft deze potentiële investeerder bij e-mailbericht van 24 december 2020 meerdere vragen gesteld die betrekking hebben op Brandit . Bij e-mailbericht van 21 februari 2021 heeft de potentiële investeerder aan [appellant 2] bevestigd dat hij samen met andere investeerders € 275.000,00 wil investeren in Emoki . - Op 4 februari 2021 is [appellant 2] in contact gekomen met een potentiële Indiase investeerder. [appellant 2] heeft deze op 16 februari 2021 een link gestuurd die verwijst naar het octrooi van [persoon A] en [appellant 2] . 3.1.10. De advocaat van Brandit heeft [appellant 2] in de gelegenheid gesteld op de constateringen te reageren en [appellant 2] aansprakelijk gesteld voor alle schade die Brandit lijdt ten gevolge van de in de brief geschetste gedragingen. 3.1.11. Op 19 maart 2021 is Stickers License B.V. opgericht. Deze vennootschap is ingeschreven op hetzelfde adres als waar tot voor kort Brandit was gevestigd en kantoor hield. Smile For Free is enig aandeelhouder en bestuurder van Stickers License B.V. 3.1.12. Op 11 juni 2021 is Menoki B.V. opgericht met als omschrijving van de bedrijfsactiviteit: het exploiteren van de menoki stickerboard app en het designen van digitale stickers voor afnemers (personen en instellingen met een aanzienlijke fanbase). 3.2. Bij vonnis in kort geding van 21 september 2021 heeft de voorzieningenrechter, op vordering van Brandit , Smile For Free c.s. (al dan niet door middel van Stickers License B.V. en/of Menoki B.V. ) direct of indirect als aandeelhouder, certificaathouder, bestuurder of anderszins betrokken te zijn bij Menoki , dan wel een daarop gelijkend of aanverwant product, zijnde een digitaal sticker/emoticon toetsenbord, met een andere naam waarbij al dan niet gebruik wordt gemaakt van het gezamenlijk octrooi van de heren [persoon A] en [appellant 2] . De voorzieningenrechter heeft Smile For Free c.s. voorts veroordeeld tot betaling van een dwangsom van € 50.000,00 voor iedere keer dat zij niet aan voornoemde veroordeling voldoen, te vermeerderen met een dwangsom van € 5.000,00 per dag dat die overtreding voortduurt. Ten slotte zijn Smile For Free c.s. veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is ten aanzien van deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad verklaard. 3.3. Smile For Free c.s. komen van dit vonnis in hoger beroep en vorderen in dit incident schorsing van de tenuitvoerlegging van dat vonnis. Brandit voert hiertegen verweer. 3.4. Het hof stelt voorop dat bij de beoordeling van een incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging (artikel 351 Rv) op grond van HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026 het volgende heeft te gelden. a. Uitgangspunt is dat een uitgesproken veroordeling, hangende een hogere voorziening, uitvoerbaar dient te zijn en zonder de voorwaarde van zekerheidstelling ten uitvoer kan worden gelegd. Afwijking van dit uitgangspunt kan worden gerechtvaardigd door omstandigheden die meebrengen dat het belang van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand zolang niet op het door hem ingestelde rechtsmiddel is beslist, of diens belang bij zekerheidstelling, ook gegeven dit uitgangspunt, zwaarder weegt dan het belang van degene die de veroordeling in de ten uitvoer te leggen uitspraak heeft verkregen, bij de uitvoerbaarheid bij voorraad daarvan of bij deze uitvoerbaarheid zonder dat daaraan de voorwaarde van zekerheidstelling wordt verbonden. b. Bij de toepassing van de onder a genoemde maatstaf moet worden uitgegaan van de beslissingen in de ten uitvoer te leggen uitspraak en van de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen, en blijft de kans van slagen van het tegen die beslissing aangewende of nog aan te wenden rechtsmiddel buiten beschouwing, met dien verstande dat de rechter in zijn oordeelsvorming kan betrekken of de ten uitvoer te leggen beslissing(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.